Accountantsverslag 2021 WG.pdf
Tekst van het document
Accountantsverslag 2021 Gemeente Edam-Volendam
Aan de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam Postbus 180 1130 AD VOLENDAM
Geachte leden van de gemeenteraad,
Onderwerp Accountantsverslag 2021
Bij de jaarrekening 2021 hebben wij op 25 mei 2022 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid.
Datum 25 mei 2022
Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2021. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole.
Kenmerk 312020004.22.169
Wij hebben de controle van de jaarrekening 2021 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Edam-Volendam is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 11 mei 2022 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de wethouder Financiën en uw Afdelingshoofd Bedrijfsvoering.
Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA
ValidSigned door A. Booij RA op 25-05-2022 Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2
Arie Booij
3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12
Tel: 06 – 1509 2689 Remco Korhorn Tel: 06 – 1099 9195
2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 4. Interne beheersing ................................................................ 25 5. Overige aangelegenheden ..................................................... 30
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312020004.22.169 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 12 augustus 2021 (kenmerk 312020004.21.236) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2021. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening 2021 van de gemeente Edam-Volendam. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het door de gemeenteraad op 25 november 2021 vastgestelde “Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2021 van de gemeente Edam-Volendam” en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het door de gemeenteraad op 25 november 2021 vastgestelde “Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2021 van de gemeente Edam-Volendam”. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2021 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2021 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden € 1.000.000
€ 3.000.000
NB: U heeft in 2021 een nieuwe Nota Reserves & Voorzieningen vastgesteld. Naar aanleiding van het vaststellen van deze nieuwe nota heeft er een groot aantal mutaties in de reserves, zowel in aantal als in omvang, plaatsgevonden. Veel mutaties zien grotendeels toe op het samenvoegen van/ overboekingen tussen reserves. Omdat de materialiteit door deze mutaties significant beïnvloed is, hebben wij ervoor gekozen om de mutaties die voortkomen uit de actualisatie van de Nota Reserves & Voorzieningen buiten beschouwing te laten bij het bepalen van de materialiteit.
312020004.22.169 - 2
De gemeenteraad heeft in het accountantsprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op 5% van materialiteit, derhalve (afgerond) € 50.000.
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2021 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren. De waardering en risicoschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties (Broeckgouw, Blokwhere, Kraaiennest en Oude Seinpaal), inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen. Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2020 gerapporteerde onzekerheden rondom de prestatielevering Wmo en Jeugd. De beheersing van investeringskredieten. De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven collegeverklaring rechtmatigheid (over boekjaar 2022). Uw fiscale positie in het kader van de Vpb. De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen (vanwege schattingselementen). Ultimo boekjaar 2020 was geen sprake van een voorzieningen voor onderhoud, maar van een bestemmingsreserve. De waardering van materiële vaste activa aan de hand van de Notitie Materiele vaste activa (januari 2020) van de Commissie BBV. Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces.
De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Edam-Volendam. Wij hebben op dit moment geen indicaties dat dit zich heeft voorgedaan. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse.
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
312020004.22.169 - 3
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Op het programma 3 Ruimtelijke ontwikkeling, 5 Sociaal balansmutaties, zijn in Domein/Samenleving en 6 Financiën & Algemene dekkingsmiddelen is sprake van een overschrijding van de begroting (lasten). Deze materiële zin rechtmatig begrotingsrechtmatigheidsfouten werken voor een bedrag van € 35.000 door in ons rechtmatigheidsoordeel. Tevens is sprake van kredietoverschrijdingen tot een bedrag van € 52.000 welke doorwerkt in ons rechtmatigheidsoordeel. Tenslotte is sprake van fouten als gevolg van niet rechtmatig aanbestede contracten voor een bedrag van € 663.000. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in materiële zin, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2021.
De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Edam-Volendam. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het het BBV toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.
De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Edam-Volendam zijn uiteengezet in de jaarrekening 2021 in onderdeel “Grondslagen”. In de jaarrekening 2021 hebben zich ten opzichte van 2020 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de Gemeente Edam-Volendam. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de (niet materiële) fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
312020004.22.169 - 4
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de gemeente Edam-Volendam op 31 december 2021 geeft in overeenstemming met het BBV. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van de gemeente, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader (vastgesteld door de gemeenteraad op 25 november 2021). Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312020004.22.169 - 5
2.
Financiële positie en resultaat
312020004.22.169 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in relatieve zin iets af, maar stijgt in absolute zin
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2021 bedraagt € 1.309.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 1.457.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2021 € 2.766.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)
2021
2020
2019
Eigen vermogen per 1 januari
70.722
74.140
73.155
Tussentijdse resultaatbestemming
-/- 1.457
-/- 1.251
-/- 1.314
Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)
2.766
-/- 2.167
2.299
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
1.309
-/- 3.418
985
Eigen vermogen per 31 december
72.031
70.722
74.140
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 51% van het balanstotaal (2020: 54% van het balanstotaal) en daarmee in relatieve zin iets gedaald. In absolute zin is het eigen vermogen toegenomen in 2021. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college van burgemeester en wethouders een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2021. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
312020004.22.169 - 7
Herijken reservepositie geeft meer inzicht
Op 25 november 2021 heeft uw raad de geactualiseerde “Nota Reserves en Voorzieningen 2021” vastgesteld. Door het categoriseren van reserves en het beleid hieromtrent en het samenvoegen en herijken van kapitaallastenreserves is het aantal reserves met ongeveer 30 teruggebracht tot 20 reserves. Op grond van de nieuwe nota reserves en voorzieningen worden nu de volgende 5 categorieën reserves onderscheiden: 1.
2.
3.
4. 5.
Algemene reserve. Deze is erop gericht om risico’s af te dekken. De minimale (gewenste) omvang van de algemene reserve is gebaseerd op een minimale ratio weerstandsvermogen, die is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. De huidige omvang van de algemene reserve voldoet aan deze norm. Kapitaallastenreserves. Deze zijn samengevoegd tot twee reserves. Eén voor openstaande kredieten en één voor afgesloten kredieten. Voor toekomstige investeringen heeft u besloten om geen kapitaallastenreserves meer te vormen, maar de lasten via de reguliere exploitatie te dekken. Onderhoudsreserves. Deze zijn gebaseerd op meerjaren onderhoudsplannen (MJOP’s), waarbij het college van burgemeester en wethouders een doorkijk tot en met 2024 heeft gemaakt. Bij het opstellen van de nieuwe MJOP’s zullen, zo geeft het college van burgemeester en wethouders aan, de onderhoudsreserves worden omgezet naar voorzieningen. Het egaliseren van kosten van groot onderhoud via voorzieningen heeft op basis van het BBV de voorkeur, zodat dan ook aan deze voorwaarde wordt voldaan. Budgetoverheveling. Deze reserve dient om budgetten over te hevelen van een boekjaar naar een volgend boekjaar. Overige risicoreserves. Dit zijn specifieke bestemmingsreserves die zijn gevormd om een specifiek risico af te dekken met een significante omvang (groter dan €100.000) en een incidenteel karakter.
In uw beleid dienen deze risico’s vanuit de algemene reserve gedekt te worden. Uw uitgangspunt is daarom dat nieuwe overige risicoreserves alleen worden gevormd, indien gelden met een specifiek (intern) bestedingsdoel verkregen zijn en hierdoor niet inzetbaar zijn voor andere doeleinden.
Met het herijken van de reservepositie heeft u meer inzicht gekregen in de beschikbare ruimte om risico’s af te dekken, invulling te geven aan nieuw beleid en de benodigde dekking voor eerder geplande, maar nog niet uitgevoerde activiteiten. Dit draagt naar onze mening bij aan een nog zuiverder budgetbeheer. De aanvulling van tekorten en vrijval van overschotten van de kapitaallastenreserves en de opheffing van een aantal overige risicoreserves, hebben per saldo tot een eenmalige toevoeging aan de algemene reserve geleid van ongeveer €1,3 miljoen.
Resultaat 2021 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Edam-Volendam ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen aan reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves. De toevoegingen aan dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende:
312020004.22.169 - 8
De exploitatie over 2021 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 1.311.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 2.986.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 4.297.000. Het voordelig gerealiseerd resultaat van € 2.766.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
94.807
Totale lasten
93.496
Gerealiseerde saldo van baten en lasten
1.311
Af: toevoegingen aan reserves
45.812
Bij: onttrekkingen aan reserves
47.269
Saldo mutaties reserves
1.457
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
2.766
In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het gerealiseerd resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het voordelige exploitatieresultaat 2021 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
Het college van burgemeester en wethouders geeft aan dat het beschikbare weerstandsvermogen past
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college van burgemeester en wethouders bepaald op € 23.782.000. In 2020 bedroeg deze € 21.792.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve ten opzichte van 2020 gestegen.
312020004.22.169 - 9
binnen het kaders zoals dit door de raad is vastgesteld
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college van burgemeester en wethouders een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2021 tot een bedrag van € 9.494.000 (2020: € 8.598.000). Op basis van deze kwantificering is de weerstandsratio voor 2021 2,5 (2020: eveneens 2,5). Deze ratio is hoger, zo geeft het college van burgemeester en wethouders aan, dan de gewenste ratio van 1,0 – 1,4 (bandbreedte) die de raad in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement heeft aangegeven. Ten opzichte van 2020 is sprake van een stijging van de gekwantificeerde risico’s, maar ook van een stijging van de beschikbare weerstandcapaciteit. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312020004.22.169 - 10
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312020004.22.169 - 11
3. Bevindingen eindejaarscontrole Oplevering was goed
Bij de start van de controle van de jaarrekening 2021 waren de concept jaarstukken 2021 gereed. De oplevering van de onderbouwende stukken was volledig, met uitzondering van de SiSa-bijlage. Ten opzichte van vorig jaar heeft uw gemeente wederom stappen gezet in het proces van samenstellen van de jaarstukken. Het zelflerend vermogen bij het proces samenstellen jaarstukken is groot. Verbeterpunten in de oplevering van de onderbouwde stukken hebben wij afgestemd met uw medewerkers. Na de start van de controle van de jaarrekening 2021 hebben wij de volledige en constructieve, prettige medewerking van uw organisatie gehad.
Actualisatie van de grondexploitatie leidt tot bijstellingen van de verwachte resultaten
Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2021 een (netto) boekwaarde van circa € 11,0 mln. (voordelig) en zijn daarmee ten opzichte van 2020 circa € 2,9 mln. afgenomen. De afname van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van de gerealiseerde verkopen in 2021 en de gemaakte kosten in 2021 (inclusief tussentijdse winstneming). Omdat de waarde van de verkopen in 2021 hoger is dan de gemaakte kosten neemt de boekwaarde van de voorraad grond af (positieve ontwikkeling). De grootste mutaties zien we bij het complex Broeckgouw, wat momenteel nog in ontwikkeling is. De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht.
De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: Broeckgouw ontwikkelt zich positief De exploitatie Broeckgouw bevindt zich in een vergevorderde fase en zal naar verwachting van het college eind 2023 kunnen worden afgerond. Doordat de resterende looptijd steeds beperkter wordt, worden de restramingen harder. Op basis van de actualisatie van de grondexploitatie kon in 2021, net als in voorgaande jaren het geval was, een tussentijdse winst genomen worden. Over het jaar 2021 bedroeg deze € 270.000 312020004.21.113 - 12
Op basis van de meest recente actualisatie van de grondexploitatie is de eindwaarde bijgesteld op € 11,7 miljoen (winst). Hiervan is tot en met 2021 een bedrag van € 9,3 miljoen aan tussentijdse winst genomen. Voor zover het college momenteel kan overzien, hebben eventuele risico’s geen grote gevolgen voor de winstgevendheid van de grondexploitatie. De boekwaarde van Broeckgouw bedraagt per 31-12-2021 € 9,9 miljoen voordelig. Gelet op de inschatting van de nog te maken kosten ad € 9,6 miljoen en de nog te realiseren opbrengsten van € 0,6 miljoen, zal naar verwachting van het college de “resterende” eindwaarde € 0,9 miljoen voordelig bedragen. De nog te maken kosten ad € 9,6 miljoen zijn daarmee voor een belangrijk deel bepalend voor het uiteindelijke resultaat. Wat wij momenteel breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Hoewel de resterende looptijd nog relatief kort is, kan het voorkomen dat de kostenstijgingspercentages die in de huidige plannen zijn opgenomen, in de huidige markt wellicht niet meer passend zijn. Wij adviseren u om hier in de komende actualisatie en tussentijdse informatievoorziening rekening mee te houden.
Voorziening Blokwhere aangepast Bij de actualisatie van de grondexploitatie heeft het college ingeschat dat de raming voor de nog te maken kosten met € 50.000 moest worden bijgesteld. Dit heeft ertoe geleid dat de verwachte eindwaarde met eenzelfde bedrag daalde, waardoor de reeds getroffen voorziening met € 50.000 moest worden bijgesteld. Het totaal ingeschatte verlies bedraagt na de actualisatie € 396.000. Hiervan is een bedrag van € 218.000 in mindering gebracht op de boekwaarde van de grondexploitatie, waardoor deze ultimo 2021 nihil is. Dit bedrag is gelijk aan de tot en met 2021 gemaakte kosten. Het restant van de voorziening ad € 178.000 is onder de voorzieningen aan de creditzijde op de balans opgenomen. Wij adviseren u de ontwikkeling van de restraming van de grondexploitatie te blijven volgen. Verliesvoorziening Kraaiennest vrijgevallen In de jaarrekening 2020 werd voor complex Kraaiennest een nadelig saldo van € 55.000 verwacht, waardoor ook in de jaarrekening 2020 hiervoor een voorziening was getroffen. Een deel van de voorziening was in mindering gebracht op de boekwaarde van € 13.000. Het restant van het verwachte verlies (€ 42.000) was aan de creditzijde van de balans in de “voorziening waarde grondexploitaties” verantwoord.
Op basis van de actualisatie van de grondexploitatie is, als gevolg van toegenomen inkomsten, het verwachte resultaat van de exploitatie bijgesteld van € 55.000 verlies tot € 20.000 winst. De verbetering van de resultaatverwachting heeft als gevolg dat in de jaarrekening 2021 de getroffen verliesvoorziening van € 55.000 kon vrijvallen. Resultaat Oude Seinpaal is verbeterd Ultimo 202 bedroeg de boekwaarde van complex de Oude Seinpaal € 39.000. Gelet op de inschatting die het college ten behoeve van de jaarrekening 2020 maakte (nog te maken kosten € 699.000 en nog te realiseren opbrengsten € 822.000) bedroeg de verwachte eindwaarde in de jaarrekening 2020 € 84.000 (voordelig). In 2021 is voor een bedrag van € 65.000 aan kosten gemaakt en is voor een bedrag van € 864.000 aan opbrengsten gerealiseerd. Dit resulteert ultimo 2021 in een boekwaarde van € 760.000 voordelig. De gerealiseerde opbrengsten (ultimo 2021 100% gerealiseerd) zijn hoger uitgevallen dan geraamd en de kosten zijn neerwaarts bijgesteld, omdat een deel van (nog) te verrichten werkzaamheden 312020004.22.169 - 13
door het college bij de ontwikkelaar konden worden ondergebracht. De totale nog te verwachten kosten bedragen volgens het college nu € 485.000, waardoor het verwachte eindresultaat € 275.000 voordelig bedraagt. Dit is een verbetering ten opzichte van 2020 van € 191.000.
Onderzoek de kostentoerekening aan het product riolering
Op de balans is onder de voorzieningen de voorziening gemeentelijk rioleringsplan opgenomen. Deze voorziening heeft ultimo 2021 een saldo van € 8.791.000. De voorziening is opgenomen onder de “voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is”. Het jaarlijks resultaat op het product Riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening, waardoor eventueel overtollige middelen beschikbaar blijven (gesloten systeem) voor het beheer aan het rioolstelsel. Ons valt op dat in de afgelopen jaren stelselmatig sprake is van een overschot op het product Riolering en dat derhalve de voorziening in omvang toeneemt. In de volgende tabel (bedragen x € 1.000) hebben wij dit weergegeven: Jaar
2017
Stand voorziening 1-1 boekjaar 6.174
2018
6.724
631
-
7.355
2019
7.355
653
-
8.008
2020
8.008
580
-
8.588
2021
8.588
203
-
8.791
Toevoegingen
Onttrekkingen
550
-
Stand voorziening 31-12 boekjaar 6.724
In de Notitie Lokale heffingen (april 2021) heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat er extracomptabel moet worden aangetoond dat de middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is binnen een redelijke termijn worden ingezet ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd. Wij adviseren u te onderzoeken wat de oorzaak van het oplopen van de voorziening is en aan te tonen of het beschikbare saldo de komende jaren ingezet zal worden voor het beheer aan uw rioolstelsel.
Voorziening afschrijving Pius X is vrijgevallen
In 2010 heeft, na verbouwing van Pius X, een eigendomsoverdracht plaatsgevonden van de nieuwbouw aan Club en Buurthuis Werk (CBW). Door middel van een zakelijk recht was het eigendom bij CBW terecht gekomen. Het zakelijk recht was gefinancierd met een door de gemeente aan CBW verstrekte lening ter grootte van de bouwkosten ad € 6,7 miljoen. Na ongeveer tien jaar zou CBW het eigendom weer overdragen aan de gemeente tegen de oorspronkelijke aanschafwaarde. In de jaarrekening tot en met 2020 was de voorziening “afschrijving Pius X” opgenomen. Deze voorziening was in 2010 gevormd om een risico op waardevermindering als gevolg van afschrijvingen te dekken. Echter, omdat het BBV voorschrijft dat verkrijgingen tegen de “historische aanschafwaarde” moeten worden verantwoord, kan de getroffen voorziening niet ingezet worden om een 312020004.22.169 - 14
eventueel waardeverlies te dekken. Dat zal er overigens immers ook niet zijn, omdat overeengekomen is dat het pand tegen de oorspronkelijke aanschafwaarde van € 6,7 miljoen wordt teruggenomen. In de jaarrekening 2021 is, omdat de overdracht nog niet gerealiseerd is, ook een storting aan de voorziening van € 110.000 gedaan. Omdat de voorziening, op basis van de voorschriften uit het BBV, echter niet kan worden aangewend bij de toekomstige overdracht, is de voorziening in de jaarrekening 2021 ad € 1.210.000 vrijgevallen. Bij het vaststellen van de jaarstukken stelt het college van burgemeester en wethouders voor dit bedrag beschikbaar te houden voor de afwikkeling van de overdracht van het pand, omdat nog niet voldoende duidelijk is hoe deze afwikkeling plaats zal vinden.
Zorg dat er voortgang komt met het actualiseren van beheerplannen voor groot onderhoud.
Vorig jaar adviseerden wij u om de beheerplannen te actualiseren, op basis waarvan groot onderhoud aan uw kapitaalgoederen moet worden uitgevoerd en op basis waarvan inzicht wordt verkregen in de kosten van het meerjarig groot onderhoud. De beheerplannen moeten uiteindelijk dienen ter onderbouwing van de te treffen onderhoudsvoorzieningen voor de dekking van de kosten van groot onderhoud aan de gemeentelijke kapitaalgoederen. Op dit moment heeft u voor de egalisatie van de kosten van groot onderhoud geen voorzieningen getroffen, maar zijn bestemmingsreserves gevormd voor groot onderhoud aan de kapitaalgoederen (zoals bijvoorbeeld gebouwen, wegen, kunstwerken, riolering et cetera). In het afgelopen jaar is nog geen opvolging gegeven aan ons advies. Wij adviseren om een concrete planning te maken voor de noodzakelijke actualisatie van beheerplannen, zodat de onderhoudsreserves weer omgezet kunnen worden in voorzieningen. Daarmee realiseert u een gelijkmatige verdeling van lasten over de komende begrotingsjaren en worden jaarlijkse (mogelijke) schommelingen in het resultaat opgevangen.
Europese aanbestedingen: rechtmatigheidsfouten van in totaal € 663.000. Alertheid is geboden!
Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw gemeente uitgevoerde crediteurenanalyse (spendanalyse) gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende het boekjaar 2021 is nageleefd. Op basis van de spendanalyse constateren wij dat voor 4 dossiers de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Wij merken op dat de bevindingen grotendeels zijn geconstateerd door uw gemeente en voortkomen uit financiële beheershandelingen van voor 2021. De onrechtmatigheidsfout komt uit op een bedrag van € 663.000. Gelet op de omvang van dit bedrag heeft deze rechtmatigheidsfout geen effect op de strekking van de controleverklaring. De fouten hebben betrekking op contracten welke Europees aanbesteed hadden moeten worden, die (in voorgaande jaren) zijn aangegaan of uitgaven waar geen contract aan ten grondslag ligt, maar waar uw gemeente al geruime tijd leveringen en diensten afneemt van derden. Zolang bij deze dossiers geen nieuwe (Europese) aanbesteding plaatsvindt, zullen de kosten die hierop betrekking hebben onrechtmatig zijn. Wij adviseren u te onderzoeken of het wenselijk is de dossiers door te laten lopen, of dat er toch (nieuwe) aanbestedingen opgestart moeten worden.
Dit is belangrijk, omdat wij bij de controle ook een opdracht aantroffen waar geen sprake is van een overeenkomst met de leverancier, en waar de cumulatieve uitgaven tot en met 2021 inmiddels € 196.000
312020004.22.169 - 15
bedragen. In 2021 is deze derhalve niet onrechtmatig, maar dat zou in de komende jaren wel het geval kunnen zijn, waarmee dan het risico op een materiële onrechtmatigheid reëel wordt.
Onzekerheden sociaal domein – prestatielevering niet vastgesteld
Het vaststellen dat de prestaties in het kader van de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN zijn geleverd, moet op twee manieren worden vastgesteld, namelijk: ▪
Enerzijds via de productieverantwoordingen van de zorginstelling die zijn voorzien van een controleverklaring met goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstellingen. Zorginstellingen zijn op basis van het “Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2021” verplicht bij productieverantwoordingen boven de € 125.000 een controleverklaring van de accountant van de zorginstelling toe te voegen. De accountant stelt bij de controle onder andere vast dat de zorg is geleverd.
▪
Anderzijds door bij productieverantwoordingen zonder controleverklaring, of in die gevallen waar geen goedkeurende controleverklaring is verstrekt, het college van burgemeester en wethouders aanvullende controles uit te laten voeren om vast te stellen dat de prestatie zijn geleverd. Dit kan bijvoorbeeld door middels een telefonische enquête vast te stellen dat de cliënt de zorg heeft ontvangen.
Over 2021 is in totaal € 781.000 aan bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en in totaal € 602.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN niet voorzien van een productieverantwoording met (goedkeurende) controleverklaring van de accountant van de zorginstelling. Omdat het college van burgemeester en wethouders geen aanvullende controles heeft uitgevoerd in 2021 ten aanzien van deze bestedingen is er geen zekerheid verkregen dat prestaties daadwerkelijk geleverd zijn. Wij hebben daarom in totaal € 781.000 aan bestedingen in het kader van Wmo ZIN en € 602.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN als onzeker aangemerkt. Deze cumulatieve onzekerheden passen binnen grenzen voor goedkeuring. Voor 2022 en verder denkt het college na over hoe zij de afhankelijkheid van zorginstellingen en de door hen afgegeven productieverantwoordingen met controleverklaring, kan beperken en door zelfstandig onderzoek uit te voeren de onzekerheden kan verminderen. Hierover vinden inmiddels gesprekken met de vakafdeling plaats en wordt onderzocht op welke wijze dit in uw eigen proces kan worden ingeregeld. Wij vinden dit een goede ontwikkeling en denken hierin graag met u mee.
Onzekerheden Pgb’s (Wmo en Jeugdwet)
Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe voor jeugdzorg en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking bij de verantwoordingen 2021 verstrekt vanwege diverse rechtmatigheidsafwijkingen. De SVB beoordeelt een deel van de bestedingen ten laste van de pgb-budgetten als onrechtmatig. Dit betekent voor uw gemeente voor de Jeugd pgb’s een meest waarschijnlijke fout van € 5.205 en voor Wmo pgb’s € 5.500. 312020004.22.169 - 16
De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient de gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d. 13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen. Uw college heeft, net als voorgaand jaar, een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb's niet uitgevoerd. Op basis hiervan hebben wij de gehele massa aan Pgb’s (€ 553.000) als onzeker gekwalificeerd. Dit betekent overigens niet dat wij fouten hebben geconstateerd.
Er is geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid die, in materiële zin, doorwerkt in ons oordeel
Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2021, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 (welke van toepassing is op de jaarrekening 2021) van de Commissie BBV. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert.
In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij sprake is van een overschrijding van de lasten op de volgende programma’s: ▪ ▪ ▪
Programma 3 Ruimtelijke ontwikkeling voor een bedrag van € 3.043.000. Programma 5 Sociaal Domein/Samenleving voor een bedrag van € 259.000. Programma 6 Financiën & Algemene Dekkingsmiddelen voor een bedrag van € 668.000.
Van de totale overschrijding ad € 3.970.000 werkt in totaal € 35.000 als fout mee in ons rechtmatigheidsoordeel. Naast overschrijdingen van lasten per programma, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotingsrechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van de begrotingsafwijkingen naar de toelichtingen die zijn opgenomen in de jaarrekening en in het onderdeel “Begrotingsrechtmatigheden”, zoals opgenomen in de 312020004.22.169 - 17
rechtmatigheidsverantwoording van het college van burgemeester en wethouders, waarin een analyse van de (begrotings)afwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2021 is opgenomen. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2021 voor een totaalbedrag van € 373.000 voorgedaan, waarvan een bedrag van € 52.000 meeweegt in ons rechtmatigheidsoordeel. Ook hiervoor verwijzen wij u naar de toelichting die het college in de rechtmatigheidsverantwoording heeft opgenomen.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2021 van € 209.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.
In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2021 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2022 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2021 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2021 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. 312020004.22.169 - 18
Hierna treft u deze tabel aan. Nr.
Specifieke uitkering of overig
A12B
Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik Regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen Regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen Specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire Specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2021
A12B B2 B2 C1 C1 C32 C32 C62
C62
D8 D8 D14 D14 G2
Fout of onzekerheid
Financiële omvang in euro's
Toelichting fout/onzekerheid
312020004.22.169 - 19
G2 G2
Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2021 Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden gebundelde uitkering Participatiewet in jaar T_gemeentedeel 2021
G2
Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden gebundelde uitkering Participatiewet in jaar T_gemeentedeel 2021
G3
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2021
G3
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BOB in jaar T_gemeentedeel 2021
312020004.22.169 - 20
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BOB in jaar T_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vanaf 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T_gemeentedeel 2021 BBZ vanaf 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T_gemeentedeel 2021 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) _gemeentedeel 2021 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) _gemeentedeel 2021 Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen Tozo 2 Tozo 2 Tozo 3 Tozo 3 Tozo 4 Tozo 4 Tozo 5 Tozo 5 Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud in jaar T
G3
G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4
312020004.22.169 - 21
G4
Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud in jaar T
G4
Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen op kapitaalverstrekking in jaar T Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen op kapitaalverstrekking in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Bijzondere bijstand in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Bijzondere bijstand in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Wet Inburgering van 13 september 2012 in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Wet Inburgering van 13 september 2012 in jaar T Aantal gedupeerden (zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering compensatie van de kosten die verband houden met het kwijtschelden van publieke schulden binnen het SZW-domein van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire toeslagen) Aantal gedupeerden (zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering compensatie van de kosten die verband houden met het kwijtschelden van publieke schulden binnen het SZW-domein van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire toeslagen) Regeling specifieke uitkering stimulering sport
G4
G12 G12 G12
G12
G12
G12
H4
Fout Onzekerheid Fout
Onzekerheid
Fout
Onzekerheid
312020004.22.169 - 22
H4 H8 H8 H16 H16
Regeling specifieke uitkering stimulering sport Regeling Sportakkoord 2020-2022 Regeling Sportakkoord 2020-2022 Regeling Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden Regeling Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden
Strekking controleverklaring rechtmatigheid: goedkeurend Strekking controleverklaring getrouwheid: goedkeurend Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) en die, zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa, gerapporteerd moeten worden.
Uitvoering M&O-beleid Tozo leidt niet tot bijzonderheden
Net als bij andere uitkeringen is het van belang dat alleen mensen die daar recht op hebben Tozo ontvangen en dat misbruik en oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan. In de Nota Verwachtingen Accountantscontrole SiSa 2021 (bijlage 1) is opgenomen dat door de accountant over de opzet, het bestaan en de werking van het beleid tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van de Tozo gerapporteerd moet worden in het verslag van bevindingen over 2021. In het verlengde van de controle over 2020 hebben wij de opzet, het bestaan en de werking van het M&O-beleid Tozo gecontroleerd. Wij hebben vastgesteld dat u een M&O-beleid heeft vastgesteld met daarin de getroffen internebeheersmaatregelen, zoals onder meer controles achteraf. De rechtmatigheidscontroles achteraf betreffen bijvoorbeeld dossiercontroles door middel van steekproeven, het afwikkelen van zogenaamde “IB-signalen” via de signaleringslijsten die u van het Inlichtingenbureau ontvangt en het raadplegen van Suwinet. Wij hebben de opzet, bestaan en werking van het M&O-beleid van uw gemeente gecontroleerd en vastgesteld dat u het M&O-beleid heeft nageleefd. Daarbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd.
312020004.22.169 - 23
4.
Interne beheersing
312020004.22.169 - 24
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij een managementletter uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de managementletter 2021 verwijzen wij daarnaar. Hieronder hebben wij de controle 2021 managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.
312020004.22.169 - 25
Rechtmatigheidsverantwoording
Rechtmatigheidsverantwoording 2021 In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het college van burgemeester en wethouders zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Tot en met de jaarrekening 2021 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeente een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, over de rechtmatigheid, verdwijnt naar verwachting vanaf de jaarrekening 2021. Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 103, juni 2021) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2022. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. In onze managementletter zijn wij ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪
Vanaf het boekjaar 2022 moet het college van burgemeester en wethouders zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college worden gegeven: o Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college van burgemeester en wethouders. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgeteld. o In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het college van burgemeester en wethouders neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad.
De gemeenteraad zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat deze afwijkingen door het college van burgemeester en wethouders moeten worden vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering. Door deze laatste afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering te rapporteren, informeert u de gemeenteraad over de kwaliteit van de interne beheersing en de uitkomsten daarvan. Meer hierover kunt u ook lezen in de Notitie Paragraaf bedrijfsvoering (augustus 2021) van de Commissie BBV. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is er door de gemeenteraad nog geen expliciete verantwoordingsgrens en 312020004.22.169 - 26
rapporteringsgrens vastgesteld. Wij adviseren u dit op korte termijn te doen. Wel is in het controleprotocol 2021 aangegeven dat in de rechtmatigheidsverantwoording die in de jaarstukken 2021 in de paragraaf bedrijfsvoering is opgenomen, wordt aangesloten bij de materialiteitsbepaling en rapporteringstolerantie die in het kader van de accountantscontrole zijn vastgesteld. ▪
Een belangrijke wijziging met betrekking tot het normenkader is dat vanaf boekjaar 2022, wanneer de wetswijziging wordt aangenomen, het normenkader expliciet door de raad moet worden vastgesteld. Wij adviseren u daar rekening mee te houden.
▪
De Commissie BBV heeft inmiddels de herziene kadernota uitgebracht (Kadernota rechtmatigheid 2022), waarin zij haar visie geeft over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. Het doel is uiteindelijk dat uw gemeente zelfstandig de in de Kadernota rechtmatigheid 2022 benoemde rechtmatigheidscriteria (het begrotingscriterium, het M&Ocriterium en het voorwaardencriterium) afdekt. De Kadernota rechtmatigheid 2022 is daarmee vooral een belangrijk document voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders geworden. In paragraaf 1.4 van de kadernota is een tiental stellige uitspraken gedaan en zijn zeven aanbevelingen gedaan. Deze worden in de kadernota verder uitgewerkt. Deze stellige uitspraken en aanbevelingen kunnen u helpen bij de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording binnen uw gemeente. Een aantal van deze stellige uitspraken en aanbevelingen willen wij graag onder de aandacht brengen: o
o o o
o
De kadernota 2022 introduceert het begrip ‘onduidelijkheden’. Dit begrip geeft aan dat er situaties zijn waarin het ook voor het college van burgemeester en wethouders niet duidelijk is of er rechtmatig gehandeld is. Deze moeten dan worden toegelicht en worden gewogen door het college van burgemeester en wethouders. In de kadernota wordt ook ingegaan op de toepassing van tolerantiegrenzen, afwijkingen en de weging hiervan. Deze begrippen zijn vooral van belang voor uw intern controleplan. De commissie adviseert ook fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf Bedrijfsvoering. Hierover heeft de Commissie BBV in de Notitie Paragraaf bedrijfsvoering (augustus 2021) meer geschreven. De invoering betekent eveneens dat de verordeningen 212, 213 en het normenkader moeten worden geactualiseerd. Ook moeten afspraken worden gemaakt of herzien met de accountant. Hierbij moet u vooral denken aan de scope van de interne controle (getrouwheid versus rechtmatigheid), de documentatie van de uitgevoerde interne controles en de planning van de interne controle. U beschikt over een Intern Controleplan 2021, deze moet voor 2022 geactualiseerd worden.
Het intern controleplan, de daarin opgenomen risicoanalyse en de tijdige uitvoering van de geplande interne controles, zijn belangrijke randvoorwaarden om in 2023 een rechtmatigheidsverantwoording op te kunnen stellen met betrekking tot boekjaar 2022 Bij aan derden uitbestede werkzaamheden is het belangrijk als gemeente zelf zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid. De wijze waarop dat kan is in de kadernota uitgewerkt. Uw gemeente heeft overigens in dit verband geen werkzaamheden aan derden uitbesteed.
Wij adviseren u overigens om (voor zover u dit nog niet heeft gedaan) kennis te nemen van de Kadernota rechtmatigheid 2022. Deze kadernota kan ondersteunend zijn aan het verder vormgeven aan de invulling van de rol van verschillende actoren binnen uw gemeente. 312020004.22.169 - 27
Wij zien de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording als een uitgelezen kans om de interne beheersing op een nog hoger niveau te krijgen. Hierna hebben wij de wijzigingen samengevat en gevisualiseerd. Een goede onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording is ons gedeeld belang. De accountant moet straks immers verklaren dat de door het college van burgemeester en wethouders afgegeven rechtmatigheidsverantwoording getrouw is. Wij zijn als uw accountant dus in belangrijke mate afhankelijk van de (interne controle) werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders. Uiteraard maken wij hier graag gebruik van en willen wij graag samen blijven optrekken om tot een goede invulling van de rechtmatigheidsverantwoording te komen. De jaarlijkse beoordeling van het intern controleplan van het college van burgemeester en wethouders, de door haar uitgevoerde risicoanalyse en de beoogde interne controle aanpak zullen wij diepgaand met elkaar bespreken. Een belangrijke verandering ten opzichte van voorgaande jaren is, dat wij dit vooral vroegtijdig, meer concreet in het eerste of tweede kwartaal willen doen. Het doel is uiteindelijk dat uw gemeente geheel zelfstandig de 3 rechtmatigheidscriteria, begrotingscriterium, M&O-criterium en voorwaardencriterium, afdekt en dat wij door goede afspraken aan de voorkant kunnen volstaan met een marginale review achteraf.
Dan is het in onze optiek logisch dat wij vroeg in het jaar met elkaar in gesprek zijn. De manier waarop u nu de interne controle uitvoert, biedt hiervoor een goede basis. Wij adviseren u de noodzakelijk vervolgstappen te zetten. In dit kader hebben wij eerder de volgende elementen benoemd: besluitvorming bestuur (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens, tolerantie en normenkader) voorbereiden; uitwerking rechtmatigheidscriteria, in kaart brengen relevante wet- en regelgeving, uitvoeren risicoanalyse (wat kan er misgaan en wat is de impact hiervan), relevante beheersmaatregelen identificeren en het bepalen van gegevensgerichte detailcontroles (afdekken restrisico) en opstellen van werkprogramma’s waar nodig. Vooruitlopend op de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf het boekjaar 2022 heeft u in de paragraaf Bedrijfsvoering een rechtmatigheidsverantwoording over het boekjaar 2021 opgenomen. De bevindingen die in deze paragraaf zijn opgenomen zijn in overeenstemming met de uitkomsten van de controle op de rechtmatigheid die door ons is uitgevoerd.