2 Getekend advies commissie 5.pdf
Tekst van het document
De gemeenteraad van Edam-Volendam Postbus 180 1130 AD VOLENDAM Datum: 8 januari 2021 Verzonden: 12 januari 2021 Betreft: Advies bezwaarschrift R.J. van Solt, mede namens diverse bewoners van Klein Westerbuiten en Molenwerf te Edam, inzake vestiging voorkeursrecht gronden De Purmer Geachte raad, Door R.J. van Solt, mede namens diverse bewoners van Klein Westerbuiten en Molenwerf te Edam, is op 29 oktober 2020 een bezwaarschrift ingediend tegen het door uw gemeenteraad genomen besluit van 17 september 2020, inzake de vestiging van een voorkeursrecht op gronden in De Purmer. Het ingediende bezwaarschrift is door het college ter advisering voorgelegd aan de bezwaarschriftencommissie, ingesteld op grond van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De commissie heeft het bezwaarschrift behandeld in een hoorzitting welke is gehouden op 6 januari 2021. Belanghebbenden en een vertegenwoordiging van uw college zijn in de gelegenheid gesteld de standpunten toe te lichten. Het verslag van de hoorzitting is bij dit advies gevoegd. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. De gronden van het bezwaar Bezwaarden voeren (samengevat) het volgende aan: Inconsistentie met alle tot op heden vigerende beleidsnotities en structuurvisies van de gemeente, de regio en de provincie tot 2040, inzake behoud van de agrarische status, ook van het beoogde gebied.
Inconsistentie met alle tot op heden vigerende beleidsnotities en structuurvisies van de gemeente en de regio tot 2040, inzake het behoud van een natuurlijke scheiding tussen Edam-Volendam en Purmerend, door geen tussenliggende verstedelijking. Vigerende beleidsnotities en structuurvisies van de gemeente en de regio Waterland geven een behoefte tot 2040 van 30 tot maximaal 50 ha uitbreiding in bedrijfsterreinen. Het toepassen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) op ongeveer 170 ha grond is buitenproportioneel. De intentie van de gemeente om bestaande bedrijfsterrein op te heffen en kostbaar te verplaatsen (bijvoorbeeld Julianaweg Volendam), ten koste van bestaand agrarisch landschap. Het eerste aanzicht van de historische plaats Edam bij benadering van uit Amsterdam wordt ernstig geschonden door een entree langs een industrieterrein aan de N247. Het verdwijnen van de contouren van het historische stadje Edam met haar kerktorens en rode daken achter de façade van een industriegebied, komende uit Purmerend over de N244. Bovengenoemde bewoners verlangen van de gemeenteraad dat bij het opstellen van een nieuwe structuurvisie, het gebied tussen de Oosterweg, de Edammerweg, de Purmer ringvaart en de N244 groot ongeveer 75 ha, niet onderhevig zal zijn aan een bestemmingsplanwijziging.
Er resteert bijna 95 ha van de totale 170 ha, een gebied meer dan 2 à 3 keer zo groot als de voorspelde behoefte.
1
Overwegingen ten aanzien van het bezwaarschrift Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht, is de bezwaarschriftencommissie tot de volgende overwegingen gekomen. Procedureverloop Op 30 juni 2020 heeft het college besloten tot de voorlopige aanwijzing op grond van artikel 6 Wvg van de gronden, kadastraal bekend gemeente Edam, sectie E, als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn. Op 1 juli 2020 is het collegebesluit gepubliceerd in de Staatscourant. Bij brieven van 2 juli 2020 heeft het college het ontwerpraadsbesluit toegezonden aan de in het kadaster vermelde rechthebbenden. Belanghebbenden zijn daarbij in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen tegen het voorgenomen raadsbesluit. Bij brief van 9 augustus 2020 is één zienswijze ingediend. Op 17 september 2020 heeft uw raad besloten tot de aanwijzing op grond van artikel 2 Wvg van de gronden, kadastraal bekend gemeente Edam, sectie E, als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wvg van toepassing zijn. Op 18 september 2020 is het raadsbesluit gepubliceerd in een lokaal dagblad en in de Staatscourant. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt. Wettelijk kader Artikel 1:2 Awb 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. (…).
Artikel 6:6 Awb Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of b. (…). Overwegingen Algemene overwegingen De gemeente Edam-Volendam heeft de ambitie om in het gebied De Purmer nieuwe werklocaties te realiseren en een verbinding met de gemeenten Waterland en Purmerend te ontwikkelen. In samenwerking met de gemeenten Waterland en Purmerend is een verkenning gestart om te komen tot een gezamenlijke visie op het regionale gebied De Purmer. Eén van de uitkomsten van de verkenning is dat er ten noordoosten van de provinciale weg N244 mogelijkheden worden gezien om deze nieuwe werklocaties te realiseren en een verbinding tussen de gemeenten te ontwikkelen door het faciliteren van uitbreiding van het regionaal industriegebied. Om maximale regie te houden op de ontwikkeling van het gebied gelegen ten westen van de Purmerringvaart, ten noordwesten van de N247, ten noordoosten van de N244 en ten zuidoosten van het gebied Baanstee-Noord en om ongewenste transacties en ontwikkelingen in voornoemd gebied tegen te gaan, heeft het college bij besluit van 30 juni 2020 percelen op grond van artikel 6 Wvg voorlopig aangewezen.
Op grond van artikel 6, lid 1 Wvg vervalt het collegebesluit van rechtswege als een besluit van de raad tot aanwijzing ingevolge artikel 5 Wvg in werking treedt. De aanwijzing van de percelen is binnen de wettelijke termijn van drie maanden “bestendigd” door de aanwijzing van de gronden door de raad op grond van de artikelen 2 en 5 Wvg. Het bestendigde voorkeursrecht geldt voor een 2
periode van drie jaar na inwerkingtreding van het raadsbesluit. Het bezwaar richt zich tegen dit raadsbesluit. Ontvankelijkheid In verweer is door uw raad aangevoerd dat bezwaarden niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaren, omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn bij het bestreden besluit. De commissie overweegt hiertoe het volgende. Belanghebbende Op grond van artikel 8:1 Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1, lid 1 en artikel 6:4, lid 1 Awb, kan een belanghebbende tegen besluiten van een bestuursorgaan een bezwaarschrift indienen. Op grond van artikel 1:2, eerste lid van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de wetgever de in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb vermelde eis van het zijn van belanghebbende heeft gesteld teneinde te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid dan ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende moet worden beschouwd en een rechtsmiddel kan aanwenden. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient sprake te zijn van een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang, dat de betrokkene in voldoende mate onderscheidt van anderen. Dat belang moet rechtstreeks bij het desbetreffende besluit zijn betrokken.
In verweer is aangevoerd dat bezwaarden niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, omdat zij niet tot de kring van belanghebbenden behoren bij het genomen aanwijzingsbesluit van de raad. De commissie volgt deze redenering en onderschrijft hetgeen u hierover in verweer en tijdens de hoorzitting uiteen heeft gezet. Bezwaarden kunnen naar mening van de commissie niet als belanghebbenden bij de in het geding zijnde vestiging van een voorkeursrecht op gronden in De Purmer worden aangemerkt. De commissie is daarmee van oordeel dat bezwaarden in hun bezwaar niet-ontvankelijk zijn te achten. Nu bezwaarden niet in hun bezwaar kunnen worden ontvangen, komt de commissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de naar voren gebrachte bezwaren. Overweging ten overvloede inzake impact besluit Het is de commissie gebleken dat de door bezwaarden aangevoerde gronden grotendeels zien op de toekomstige ruimtelijke invulling van De Purmer bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of nieuwe structuurvisie. Hoe begrijpelijk ook, dergelijke besluitvorming is op dit moment nog niet aan de orde. Eerst zal de toekomstige invulling van De Purmer nader onderzocht en uitgewerkt moeten worden. Het toekomstige ruimtelijke karakter van het gebied ligt op dit moment nog niet vast.
Daar dient uw raad zich pas over uit te spreken bij een opeenvolgende planologische maatregel, te weten een bestemmingsplan of structuurvisie. Niet kan worden uitgesloten dat bij de toekomstige invulling van het gebied het huidige, agrarische karakter van het gebied met groene bufferzone geheel of gedeeltelijk behouden blijft. Besluiten lopen niet altijd synchroon met gevoelens die bij betrokkenen of in de samenleving leven. Naar de mening van de commissie dient er echter altijd geprobeerd te worden om besluiten zodanig te motiveren en uit te leggen dat degenen die het betreft, begrijpen waarom met bepaalde gevoelens wel of geen rekening kan worden gehouden. Op die manier wordt aangetoond dat uw raad zich bewust is van die emoties en dat u zich daarin heeft verdiept. Dit betekent uiteraard niet dat u uw besluiten altijd door die gevoelens kan laten leiden. Wel kunt u op deze manier ontvankelijk zijn en open staan voor hetgeen in de samenleving leeft. In verweer heeft uw raad aangegeven dit te 3
onderkennen en is aangegeven dat u hier bij de nadere uitwerking van het voorkeursrecht in het vervolgtraject op passende wijze invulling aan zal geven. Gelet op het vorenstaande adviseert de commissie u ten aanzien van het bezwaarschrift als volgt. Advies De bezwaarschriftencommissie adviseert het bezwaarschrift van R.J. van Solt, mede namens diverse bewoners van Klein Westerbuiten en Molenwerf te Edam, niet-ontvankelijk te verklaren.
4