1 Toelichting Kwadijk 16 ow 231116_3
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kwadijk 16 Gemeente Edam-Volendam
Ontwerp 16 november 2023 NL.IMRO.0385.bpKwadijk16-ow01
Opgesteld door:
HzA stedebouw & landschap Achterstraat 26A 1621 GH Hoorn tel 0229 -216757 info@hzabv.nl www.hzabv.nl
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
2
Toelichting
Bestemmingsplan Kwadijk 16
Ontwerp 16 november 2023
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
3
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
4
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ----------------------------------------------------------------------------------- 7
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding ----------------------------------------------------------------------------------------------------------7 Plangebied ---------------------------------------------------------------------------------------------------------7 Geldende juridische regeling ----------------------------------------------------------------------------------8 Leeswijzer -------------------------------------------------------------------------------------------------------- 10
2.
RUIMTELIJKE PLANBESCHRIJVING --------------------------------------------- 11
2.1 2.2 2.3
Bestaande situatie ---------------------------------------------------------------------------------------------- 11 Beoogde ontwikkeling ----------------------------------------------------------------------------------------- 12 Ruimtelijke inpassing ------------------------------------------------------------------------------------------ 14
3.
BELEIDSKADER------------------------------------------------------------------------- 19
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Algemeen --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 19 Beleid hogere overheden ------------------------------------------------------------------------------------- 19 Beleid provincie Noord-Holland ----------------------------------------------------------------------------- 20 Regionaal beleid Waterland ---------------------------------------------------------------------------------- 28 Beleid gemeente Edam-Volendam ------------------------------------------------------------------------- 29 Conclusie beleidskader --------------------------------------------------------------------------------------- 32
4.
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN -------------------------------------------- 33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Algemeen --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 33 Duurzaam ruimtegebruik -------------------------------------------------------------------------------------- 33 Watertoets -------------------------------------------------------------------------------------------------------- 34 Bodemsituatie---------------------------------------------------------------------------------------------------- 35 Erfgoed ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 38 Natuurtoets ------------------------------------------------------------------------------------------------------- 40 Geluidhinder ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 42 Verkeer en parkeren ------------------------------------------------------------------------------------------- 45 Bedrijven en milieuzonering ---------------------------------------------------------------------------------- 46 Luchtkwaliteit----------------------------------------------------------------------------------------------------- 48 Externe veiligheid ----------------------------------------------------------------------------------------------- 49 Kabels en Leidingen
------------------------------------------------------------------------------------------- 50 Vormvrije m.e.r.-beoordeling --------------------------------------------------------------------------------- 51 Conclusie toets van de omgevingsaspecten ------------------------------------------------------------- 51
5.
HAALBAARHEID ------------------------------------------------------------------------ 52
5.1 5.2 5.3
Algemeen --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 52 Maatschappelijke uitvoerbaarheid -------------------------------------------------------------------------- 52 Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie ----------------------------------------------------- 52
6.
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING -------------------------------------------- 523
6.1 6.2 6.3 6.4
Algemeen --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 53 Juridische vormgeving ----------------------------------------------------------------------------------------- 53 Verantwoording keuze van de bestemmingen ---------------------------------------------------------- 54 Handhaving ------------------------------------------------------------------------------------------------------ 55
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
5
Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4.
Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9. Bijlage 10. Bijlage 11. Bijlage 12. Bijlage 13.
Beeldkwaliteitsplan, HzA stedebouw & landschap, 13 oktober 2023 Digitale watertoets, 20 maart 2023 Milieukundig onderzoek, Grondslag, 26 september 2022 Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Transect archeologisch onderzoek & advies, 12 november 2020 Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 16 oktober 2020 Onderzoek Rugstreeppad in 2023, Groot Eco Advies, 31 augustus 2023 Stikstofberekening met AERIUS2023, Groot Eco Advies, actualisatie HzA stedebouw & landschap, 12 oktober 2023 AERIUS2023 projectberekening aanlegfase, 12 oktober 2023 AERIUS2023 projectberekening gebruiksfase, 12 oktober 2023 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, HGO advies, 27 december 2022 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, HzA stedebouw & landschap, 13 november 2023 Verslag participatiebijeenkomst omwonenden, Architectenbureau Ruben Wennekers, 25 mei 2022 Reactie PWN, mailwisselilng, 23 oktober 2023
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
6
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer wil op de voormalig bedrijfslocatie van Jonk Infra in Kwadijk 11 woningen rond een gezamenlijk erf realiseren. Het betreft zowel vrijstaande als geschakelde woningen. Het achterste deel van het perceel zal worden heringericht als agrarisch landschap. De locatie is een binnenstedelijke herstructureringslocatie en past binnen de woonvisie Edam-Volendam. De locatie is binnen de regionale plancapaciteit aangemerkt als ‘plan in ontwikkeling’, met een omvang van 11 woningen. Het bouwplan is binnen de regels van het bestemmingsplan Dorpskernen 2016 (vastgesteld 13 april 2017) niet realiseerbaar. De beoogde planlocatie heeft op dit moment een bestemming ‘Bedrijf’, met een bouwvlak. Ter plaatse zijn binnen deze bestemming geen woningen toegestaan. Het initiatief is in strijd met de vigerende planologische regeling. De gemeente staat positief tegenover de beoogde ontwikkeling en wil met een bestemmingsplanprocedure een passend juridisch planologisch kader creëren waarbinnen de ontwikkeling kan plaatsvinden. De herinvulling past in het door de raad vastgestelde beleid ‘herbestemming’: van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’.
De voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan motiveert, dat op het gebied van beleid, ruimtelijke kwaliteit, milieutechnisch onderzoek, economische haalbaarheid en afweging van maatschappelijke belangen medewerking kan worden verleend aan de ontwikkeling van dit initiatiefplan.
1.2
Plangebied
De planlocatie ligt aan de zuidzijde van de Kwadijk, in de bebouwde kom van Kwadijk. De locatie maakt onderdeel uit van de agrarische lintbebouwing, met burgerwoningen en (overwegend) agrarische bedrijven (zie afb.1). Kwadijk 16 is een bedrijfserf. De planlocatie wordt omsloten door agrarisch gebied. Kwadijk 14 wordt in het plan meegenomen omdat de bedrijfsbestemming op de locatie met de beoogde ontwikkeling vervalt. De percelen zijn kadastraal bekend als Oosthuizen sectie C percelen 596, 618, 619 (ged), 625 (ged) 666 en 667 en hebben een omvang van ca. 7.350 m2 (Kwadijk 16) en 1.874 m2 (Kwadijk 14) (zie afb.2).
afb.1 Ligging planlocatie aan de Kwadijk (plangrens indicatief, bron: googlemaps)
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
7
14
16
afb.2 Kadastrale situatie
1.3
Geldende juridische regeling
De planologische ruimte voor ontwikkelingen op de locatie is vastgelegd in het Bestemmingsplan Dorpskernen 2016 (vastgesteld 13 april 2017). In dit plan heeft de planlocatie de bestemmingen ‘Bedrijf´ en ‘Groen’, en de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie’ en ‘Waarde – LandschapStelling van Amsterdam’ (zie afb.3). Het perceel Kwadijk 16 is bestemd voor bedrijfsactiviteiten. De bestemming bedrijf heeft een tweetal bouwvlakken waarbinnen de realisatie van bij de bestemming horende gebouwen is toegestaan. De bouwvlakken mogen respectievelijk volledig (100%) en gedeeltelijk (60%) worden bebouwd. Er is binnen het bestemmingsvlak één bedrijfswoning toegestaan, deze is niet aanwezig. Op het achterste deel van het erf is binnen de bestemming groen een goede landschappelijke overgang van erf naar omliggend landschap voorzien. Het perceel Kwadijk 14 heeft een woonbestemming. De bedrijfsbestemming van Kwadijk 16 ligt gedeeltelijk over Kwadijk 14 heen. De archeologische dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ beschermt potentieel erfgoed in de bodem.
Ook dienen de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden behouden te blijven door het behoud en versterken van de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap en werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' (een samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, een groene en relatief stille ring rond Amsterdam en relatief grote openheid). In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar wonen. Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' voor zover gelegen in directe aansluiting op de openbare weg, wijzigen in de bestemming 'Wonen’, met dien verstande dat er niet meer dan 2 woningen mogen worden gebouwd.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
8
afb.3 Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Dorpskernen 2016
Tevens is het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren c.a. van toepassing (vastgesteld 14 juni 2018). Dit is een facetplan dat als het ware over alle geldende bestemmingsplannen heen wordt gelegd. In dit bestemmingsplan is een koppeling gemaakt naar de beleidsregels voor parkeren in de gemeente Edam-Volendam. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke verplichting dat bestemmingsplannen voor 1 juli 2018 moeten zijn voorzien van een parkeerregeling. De algemene regel is dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van een bouwwerk slechts wordt verleend als er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand gehouden. Of daarvan sprake is, wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeerregels. Wijziging bestemmingsplan Het bestemmingsplan Dorpskernen 2016 is een conserverend plan. Nieuwe ontwikkelingen zijn hierin niet meegenomen. Het gewenste initiatief is in strijd met het toegestane gebruik en bouwregels uit de voorschriften ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Ook past het plan niet binnen de wijzigingsbevoegdheid in het plan. De beoogde 11 woningen, inclusief de bijbehorende terreininrichting, kunnen niet op basis van het vigerende bestemmingsplan worden gerealiseerd.
Het bestemmingsplan 'Dorpskernen 2016' voorziet in een wijzigingsbevoegdheid om de bestemming 'Bedrijf' om te zetten naar de bestemming 'Wonen', waarbij als aan enkele criteria wordt voldaan de mogelijkheid wordt geboden om twee woningen te realiseren. Inclusief het eventueel vervangen van de bestaande bedrijfswoning (voor zover aanwezig) zou er dan een herinvulling met drie woningen kunnen worden gerealiseerd. Vanuit het standpunt opgenomen in het programmaplan dat woningbouw in alle dorpskernen wenselijk is, heeft de gemeenteraad op 21 november 2019 het (ruimere) Herbestemmingsbeleid ‘Van Bedrijf naar Wonen’ vastgesteld, waarmee herbestemming van dergelijke bedrijfslocaties gestimuleerd en gefaciliteerd zouden kunnen worden. Op basis van dit herbestemmingsbeleid kan medewerking worden verleend aan de wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’ voor plannen die voorzien in de realisatie van woningen wanneer er is voldaan aan de volgende criteria: Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
9
1. de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan is aangetoond met een degelijke ruimtelijke onderbouwing; 2. de te realiseren woningen worden gebouwd binnen het perceel; 3. het betreft een woningbouwplan van minder dan 12 woningen binnen bestaand stedelijk gebied; 4. het betreft een locatie met de bestemming ‘Bedrijf’ en de locatie is gelegen in één van de dorpslinten van de gemeente: Beets, Etersheim, Hobrede, Kwadijk, Middelie, Purmer, Schardam en Warder. Locaties met een bestemming anders dan ‘Bedrijf’ voor zover gelegen in de dorpslinten en binnen BSG zullen per geval worden beoordeeld; 5. het plan is voorzien van een gedegen ruimtelijke onderbouwing waarbij is aangetoond dat de wijziging ruimtelijk uitvoerbaar is en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ontwikkelende partij dient een aantoonbaar participatietraject te hebben doorlopen met de omgeving en andere stakeholders, afgestemd met de gemeente. Planontwikkeling op basis van deze beleidsregels betreft altijd maatwerk. De beoogde ontwikkeling Kwadijk 16 voldoet aan bovenstaande criteria. In voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan is dit onderbouwd.
De bestemmingswijziging op de locatie Kwadijk 16 betreft het wijzigen van het gebruik van het bedrijfsperceel ten behoeve van wonen, inclusief het toestaan van bebouwing in gewijzigde bouwvlakken (het stedenbouwkundig ontwerp wordt in paragraaf 2.2 nader toegelicht). Het achterste deel van de bestemming ‘Bedrijf’ zal wijzigen naar ‘Agrarisch met waarden’ ten behoeve van agrarisch landschap.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels en een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt uiteengezet of er vanwege de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Uit de toelichting blijkt dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het kader van de goede ruimtelijke ordening is aangetoond. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit de volgende zes hoofdstukken: 1. Inleiding, planlocatie en vigerend bestemmingsplan 2. Planbeschrijving aan de hand van de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling. Ook komen de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing aan bod. 3. De hoofdlijnen van de voor de planlocatie relevante beleidskaders van hogere overheden, de provincie Noord-Holland, de regio Waterland de gemeente Edam-Volendam. 4. Afweging van de verschillende omgevingsaspecten en toets aan de wet- en regelgeving op het gebied van o.a. duurzaamheid, water, bodem, archeologie, flora en fauna, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Een belangrijke invalshoek in dit hoofdstuk is de motivering in relatie tot het provinciaal beleid van ruimtelijke kwaliteit (afweging kwalitatieve aspecten). 5. Juridische vormgeving van het plan. 6.
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Bij de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt de bestemmingsplanprocedure omschreven.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
10
2.
RUIMTELIJKE PLANBESCHRIJVING
2.1
Bestaande situatie
Jonk Infra heeft op dit moment een groot bedrijfsperceel in de lintbebouwing van Kwadijk. Het bedrijfsterrein steekt ten opzichte van de omliggende woningen ver het landschap in. De planlocatie bevindt zich binnen de lintbebouwing van het dorp Kwadijk, aan de zuidzijde van de weg Kwadijk. De Kwadijk vormt tevens de toegangsroute naar het terrein. Het terrein heeft vanaf de Kwadijk een toegangspoort, en vooraan op het terrein een parkeerplaats voor personeel. Het bedrijfsterrein is aan de zijde van de Kwadijk aan het zicht onttrokken door hoge, afschermende beplanting, met bebouwing hier direct achter. De afschermende beplanting loopt rond het hele bedrijfsterrein. Langs de toegangsweg zijn aan weerszijden bedrijfsgebouwen gesitueerd, geschakeerd. Achter de bebouwing bevindt zich opslag in de buitenlucht van materiaal en machinepark.
afb.4 Overzicht bebouwing Kwadijk 16 huidige situatie (bron: Architectenbureau Ruben Wennekers)
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
11
16
afb.5 Impressie bedrijfsterrein huidige situatie (bron: bing.com/maps)
2.2
Beoogde ontwikkeling
Het initiatief betreft de verplaatsing van een grondverzetbedrijf/aannemersbedrijf infra door de realisatie van 11 nieuwbouwwoningen in en achter de lintbebouwing van Kwadijk. De bebouwing betreft een grote stolpboerderij ingericht als 2-onder-1 kap woning in de lintbebouwing van Kwadijk, en een tweede 2-onder-1 kap woning, vier vrijstaande woningen en een drietal rijtjeswoningen op een erf hierachter. Sloop bestaande bedrijfsgebouwen Het initiatief betreft de transformatie van het bedrijfserf Kwadijk 16 tot een woonerf. Alle bedrijfsbebouwing op de locatie (ca. 1.410 m2) wordt gesloopt. Het bedrijfsgebouw op de locatie Kwadijk 14 blijft gehandhaafd ten behoeve van een bedrijf-aanhuis. Ruimtelijke ontwikkeling Het erf wordt in samenhang ontwikkeld. Het lint wordt aangevuld met een twee-onder-één-kap in de vorm van een forse stolp. Een toegangsweg tussen de nieuwe stolp en Kwadijk 14 door ontsluit de achterliggende woningen. Deze hebben als ‘schuurwoningen’ een ondergeschikte uitstraling aan de stolp. De verkaveling op het achterliggende deel van de planlocatie is ruim opgezet met behoud van de doorkijk vanaf de Kwadijk naar de achterliggende groene polder. De gronden boven de transportleiding blijven onbebouwd. Voor de situering van de woningen wordt de achtergevelrooilijn van de bestaande bebouwing aangehouden. Daarbuiten wordt het agrarisch landschap herstelt.
Vooralsnog wordt uitgegaan van handhaven (en doorkoppelen) van de bestaande waterlopen (in overleg met HHNK).
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
12
afb.6 Inpassingsplan (bron: Architectenbureau Ruben Wennekers)
Programma wonen In het plan worden 11 woningen gerealiseerd, waarvan vier vrijstaande woningen, vier tweeonder-een-kap woningen en drie tussenwoningen. Alle woningen komen in de vrije sector, koop. Groen en water Aan de Kwadijk markeert een poortwachter de entree van het erf. Er is veel aandacht voor de landschappelijke inpassing van het erf met gebiedseigen beplanting. Op het achterste deel an het erf worden in de regels bij dit bestemmingsplan bijgebouwen en schuttingen uitgesloten. Onderdeel van de landschappelijke inpassing van het plan zijn de groene hagen. Deze groene overgang van privé naar openbaar is als randvoorwaarde in het bestemmingsplan opgenomen. Het erf wordt verder informeel ingericht met waterdoorlatende verharding waar dit kan, en een collectieve pluk boomgaard. Uitgangspunt is het handhaven van de bestaande waterstructuur. Deze zijn overwegend smal, met bescheiden beschoeiingen en natuurlijke oevers. Er vindt een kleine aanpassing van de sloot aan de westzijde plaats, waar deze nu rond een gebouw buigt, wordt de hoek recht gemaakt. Dit sluit aan op de karakteristiek van het gebied (oude situatie wordt teruggebracht). Het beheer van het water vindt plaats vanaf de aanliggende percelen, door de perceeleigenaren. Ontsluiting en parkeren Het erf wordt vanaf de Kwadijk ontsloten via een centraal erfpad.
De ontsluiting op de Kwadijk is zo ingetekend dat het verkeer op de doorgaande weg voorrang heeft. In stedenbouwkundig opzicht is er sprake van een erf, met een stolpboerderij als hoofdgebouw aan de Kwadijk, en daarachter (ondergeschikte) erfbebouwing. De voorrangssituatie sluit hier op aan. De wegbreedte van 4,80 m is de minimaal aanbevolen breedte voor een weg met tweerichtingsverkeer. De afstand vanaf de Kwadijk tot de achterste woning is ca. 70 m, waardoor geen calamiteitenroute noodzakelijk is. Er is alleen bestemmingsverkeer. Op het erf zijn 12 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen voorzien, tussen de achterste woningen op het erf is een agrarisch pad vrijgehouden voor de ontsluiting van het achterliggende weiland. Alle vrijstaande en tweeonder-een-kapwoningen hebben twee parkeerplaatsen op eigen erf (parkeerbalans zie paragraaf 4.8).
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
13
Klimaatadaptieve inrichting openbare ruimte Uitgangspunt is een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte, met bomen die zorgen voor schaduw, groene erfafscheidingen en waterdoorlatende stenen/graskeien daar waar mogelijk (op de parkeerplaatsen, groene bermen). De groene bermen zijn zo draagkrachtig dat er landbouwvoertuigen overheen kunnen rijden zonder dat daarbij schade aan de verharding ontstaat. De tuinen kunnen afwateren op de omliggende sloten (afkoppeling). Brandweer Het perceel wordt omringd door sloten. Hierin is niet altijd voldoende water aanwezig. Centraal op het erf wordt daarom een nieuwe brandkraan gesitueerd. Bij de brandkraan is een opstelmogelijkheid voor een brandweerwagen. Riolering De huidige rioolaansluiting voldoet niet voor 11 woningen. Voor de afvoer van het vuilwater wordt een nieuw dubbelpomps minigemaal aangelegd, welke wordt aangesloten op de bestaande persleiding in de doorgaande weg. Het hemelwater van de verharding en vanaf de daken moet naar de omliggende watergangen worden afgevoerd, zoveel mogelijk via een infiltratie (DT)riool en via water passerende verharding. Afval Er moet gebruik worden gemaakt van grijze (rest) en groene (gft) rolcontainers die op de Kwadijk moeten worden aangeboden om geleegd te worden. Oud papier wordt eens per maand door verenigingen opgehaald.
De glasbak tegenover Kwadijk 94 heeft voldoende capaciteit om het glas van de nieuwbouw in te kunnen zamelen.
2.3
Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit
Het gebied kent een eeuwenlange geschiedenis van veenvorming, veenontginning en ontwatering, dijkdoorbraken en inpolderingen. De ontginningsgeschiedenis en de kracht en beteugeling van het water zijn nog goed afleesbaar in het landschap, bijvoorbeeld aan de voor polder De Zeevang kenmerkende veervormige strokenverkaveling, de natuurlijke, grillige waterlopen en de kronkelige Markermeerdijk met restanten van vroegere dijkdoorbraken. De grote openheid is een bijzondere waarde, zowel voor bewoners en recreanten, als voor weidevogels. Bewoning vindt van oudsher vooral plaats in lintdorpen langs dijken, ontginningsassen en langs wegen of vaarten in polders. De gemeentelijke uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling van de planlocatie zoeken aansluiting bij de omliggende bebouwing en ruimtelijke karakteristiek in schaal, vormgeving en architectuur.
2.3.1 Historische landschappelijke context Het landschap van Zeevang heeft een rijke geschiedenis. Vele generaties hebben aan het gebied vorm gegeven. Deze ontwikkelingen hebben zich als lagen over elkaar heen gevoegd tot een samenhangend geheel dat nu zeer gewaardeerd wordt. Ontginning Zeevang is een veenpolderlandschap. De grootschalige en vaak systematische ontginning van de veengebieden in Noord-Holland kwam vanaf de tweede helft van de 10e eeuw op gang. De ontginning hield primair in dat evenwijdige afwateringssloten werden gegraven, uit afwateringsoogpunt onder een zo gunstig mogelijke hoek op een ontginningsbasis. Daardoor ontstonden zeer langgerekte kavels van wisselende breedte. In de 12e eeuw was het veengebied grotendeels ontgonnen en in cultuur gebracht. De boerderijen werden aan het eind van de kavels gesitueerd. Op den duur ontstonden langgerekte boerderijlinten, zoals Kwadijk. Rond Kwadijk ontstond een dichte strokenverkaveling haaks op het lint. Bedijking De veengebieden werden geteisterd door overstromingen. Om het landverlies te stoppen werd in de 12e en 13e eeuw de Westfriese Omringdijk aangelegd als eerste grote ringdijk in NoordHolland. De veengebieden van Waterland en de Zeevang werden in dezelfde periode bedijkt. Het duurde even voordat de dijken volledig het land beschermden, getuige de vele braken in dit gebied.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
14
Vaarpolder De polder Zeevang is bijzonder waterrijk en wordt doorsneden door een dicht net van vrij brede sloten en watergangen. De omliggende landerijen zijn doorkruist met veel sloten die voor de afwatering zorgen. Deze landerijen zijn alleen per boot bereikbaar. Lange tijd ontwikkelde Kwadijk zich alleen aan de noordzijde van de weg. Veel landerijen zijn echter nog steeds alleen maar per boot bereikbaar. Ruilverkaveling In 1960 maakt de ruilverkaveling een einde aan het karakteristieke, door vaarsloten beheerste, gezicht van Kwadijk. Nieuwe ruilverkavelingswegen ontsluiten het landschap. Langs de wegen ontstaat incidentele (agrarische) bebouwing. Conclusie Het landschap van Zeevang is zeer bijzonder. In essentie is het landschap nog steeds middeleeuws. Er is een directe relatie tussen de lintbebouwing en het achterliggende open veenweidelandschap. Ontwikkelingen in het gebied vragen om een uiterst zorgvuldige vormgeving.
afb.7 (situatie 1900: oorspronkelijke verkaveling van de vaarpolder nog goed herkenbaar
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
15
afb.8 Na de ruilverkaveling en de verdere groei van Purmerend wordt het gebied ten zuiden van de Kwadijk steeds verder verdicht (situatie 1985)
2.3.2 Landschappelijke inpassing In het beeldkwaliteitsplan Zeevang (vastgesteld) zijn algemene richtlijnen uitgelegd voor het hele buitengebied. ‘Gouden regels’ met betrekking tot de landschappelijke inpassing in Zeevang hebben betrekking op bijvoorbeeld het nieuw groeit uit het oude, behoud van de openheid, behoud zicht op randen, behoud verkavelingspatroon, behoud karakteristiek van bebouwingspatroon, behoud karakteristieke erfopbouw, beplantingspatroon gekoppeld aan bebouwing, ingetogen openbare ruimte. Grote kavels in het lint Kwadijk kent aan de zuidzijde een aantal grote kavels in het lint die tot diep het landschap in rijken. De kavels hebben aan de voorzijde de kenmerken van een traditioneel erf, maar zijn door grootschalige (agrarische) ontwikkelingen ver het landschap in gegroeid. Het plan Kwadijk 16 kiest de huidige achterste bebouwingsgrens ook als rand voor de nieuwe bebouwing. Een groot deel van het zuidelijker gelegen gebied wordt weer ingericht als agrarisch landschap.
afb.9 Impressie bestaande grote kavels in lintbebouwing Kwadijk
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
16
afb.10 Rand bestaande bebouwing is harde bebouwingsgrens in het plan, de zwarte stippellijn is de huidige bedrijfslocatie
Daarnaast kent het plan alle landschappelijke kenmerken van een traditionele erfopbouw: • hoofdgebouw aan het lint, met ondergeschikte bebouwing hierachter; • toegangspad wordt gemarkeerd door een ‘poortwachter’; • bomenlaan langs het toegangspad; • over toegangpad vrij zicht naar landschap, met in de verte Purmerend; • informele inrichting openbare ruimte; • groene erfafscherming.
2.3.3 Beeldkwaliteit bebouwing en erf Voor de beoogde ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie bijlage 1). Het beeldkwaliteitsplan voldoet aan de provinciale ruimtelijke kwaliteitseis uit de omgevingsverordening, waarbij in een beeldkwaliteitsplan de landschappelijke inpassing dient te worden verantwoord. Tevens geeft dit beeldkwaliteit richting aan de architectonische uitwerking van het plan en de erfinrichting. De beeldkwaliteit van de architectonische uitwerking van de woningen zal moeten aansluiten bij de kwaliteiten van het aangrenzende lintbebouwing. In de Welstandnota 2017 wordt de Kwadijk getypeerd als onderdeel van de ‘Dorpslinten’ buiten de kernen Volendam, Edam en Oosthuizen. De hoofdstructuur van Kwadijk wordt bepaald door een waterkerende kade (inundatiedijk van de Stelling van Amsterdam) waarlangs woningen staan. Het lint is afwisselend één- en tweezijdig bebouwd. Door de verwevenheid van bewoning en verkaveling zijn dergelijke kades zeer kenmerkend voor de landschapsontwikkeling van Zeevang. Bebouwing staat overwegend solitair op de kavel. Door de verspringende rooilijn en verschillende typen bebouwing laten de bebouwingsstroken een gevarieerd beeld zien. Het lint bestaat uit woningen met een enkel (agrarisch-)bedrijf daartussen. Tussen de bebouwing zit een grote mate van transparantie die zorgt voor uitzicht op het achterliggende landschap.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
17
Het karakter van Kwadijk wordt bepaald door de aanwezigheid van de oorspronkelijke lintbebouwing. Voor het karakter van het lint is de transparantie en de solitaire plaatsing van de bebouwing op de kavel karakteristiek. De oudere bebouwing is rijk gedetailleerd, met veel aandacht voor de kroonlijsten en de raampartijen. Meer recente bouw kenmerkt zich door een meer eenvoudige gevelopbouw met een sobere detaillering van kozijnen en de entree. Het materiaal bestaat uit steen, hout en gebakken pannen Specifiek voor dit plan is de ondergeschiktheid van de naar achteren gelegen woningen ten opzichte van de stolp. De naar achter gelegen woningen hebben een eenvoudige, sobere hoofdvorm en een bescheiden, monochrome, kleurstelling. De stolp heeft een forse kap en een traditionele uitstraling met traditionele materialen in traditioneel groen en aardetinten. Dit is passend binnen de ambities uit de welstandsnota. De toetsing op deze aspecten vindt plaats op een concreet plan door de Welstands- en Monumentencommissie Edam-Volendam. Voor een verdere beschrijving en toelichting van het welstandsniveau en de gebiedscriteria voor Kwadijk wordt verwezen naar de Welstandsnota 2017 van de Gemeente Edam-Volendam. In het beeldkwaliteitsplan (zie bijlage 1) zijn de welstandcriteria specifiek voor deze locatie/situatie opgenomen.
De uiteindelijk planuitwerking wordt aan de hand van een omgevingsvergunningaanvraag beoordeeld door de welstands- en monumentencommissie van de gemeente.
afb.10 Impressie beeldkwaliteit (bron: architectenbureau Ruben Wennekers)
2.3.4 • •
Conclusie ruimtelijke inpassing in de omgeving
Uitgangspunt is de herstructurering van het bedrijfsterrein Kwadijk 16 tot een samenhangend erf. Dit sluit aan op het DNA van het gebied en ondersteunt de lintdorpenstructuur van Zeevang. Het initiatief past binnen de eisen zoals opgenomen in de Welstandsnota 2017.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
18
3.
BELEIDSKADER
3.1
Algemeen
Op diverse bestuurlijke niveaus zijn beleidsuitspraken geformuleerd die relevant zijn voor de planlocatie (het transformeren van het agrarische perceel naar een woonperceel). In dit hoofdstuk volgt een korte samenvatting van de betreffende nota's. Hierbij wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt aangetoond dat het initiatief past binnen de beleidskaders van de verschillende overheden.
3.2
Beleid hogere overheden
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale omgevingsvisie volgt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 op en vormt de opmaat voor de Omgevingswet. Deze structuurvisie vormde het integrale kader voor de ruimtelijke en mobiliteitsontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich in de visie op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten.
Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Er is enkel nog sprake van een ‘ladder’ voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ‘SERladder’), die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Afweging Voorliggend bestemmingsplan draagt niet direct bij aan de doelstelling van het Rijk maar vormt ook geen belemmering voor het behalen van de Rijksdoelstellingen. Geconcludeerd kan worden dat de Nationale Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro (in werking getreden op 30 december 2011) stelt regels betreffende de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De laatste versie van het Barro is op 1 december 2020 geconsolideerd, waarna het Barro gekoppeld is aan de NOVI. Met het Barro maakt het rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Voor het overige hebben provincies en gemeenten de vrijheid om hun eigen belangen te bepalen en daar uitvoering aan te geven.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
19
Afweging Bij elk ruimtelijk plan geldt het nationaal belang met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. Het planvoornemen voldoet aan de verplichtingen van een zorgvuldig ruimtegebruik die voortkomen uit het Barro. De Stelling van Amsterdam is in het Barro aangewezen als ‘erfgoed van bijzondere universele waarde’. Provincies hebben naar aanleiding van het Barro eigen beleid en regels vastgesteld met betrekking tot (toekomstige) werelderfgoederen. De kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam worden beschreven bij het provinciaal beleid in paragraaf 3.3.2 en 3.3.3. De kenmerken van de Zeevang zijn geborgd in verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten, zoals het Beeldkwaliteitsplan Zeevang uit 2013.
3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Afweging Op basis van recente jurisprudentie geldt dat voor woningbouwplannen van 12 of meer woningen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Alleen nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan beoogt de realisatie van 11 nieuwe woningen. Dit betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om deze reden is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde.
Conclusie toets aan nationaal beleid: Het transformeren van de bedrijfslocatie naar woonerf past binnen het nationaal beleid. Met de ontwikkeling van de planlocatie wordt op basis van de SVIR geen nationaal belang geschaad. De Stelling van Amsterdam is in het Barro aangewezen als ‘erfgoed van universele waarde’. Het plan beoogt de realisatie van 11 nieuwe woningen, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is.
3.3
Beleid provincie Noord-Holland
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
20
Afweging Woningen en bedrijven worden vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De beoogde bestemmingswijziging sluit hier op aan: het betreft een functiewijziging van een bestaand erf. Er is daarmee sprake van bestaande stedelijk gebied.
3.3.2 Omgevingsverordening Noord-Holland (OVNH-2020) De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 ()VNH-2020) geldt vanaf 17 november 2020. In de OVNH-2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de verordening zijn de kernkwaliteiten van de landschappen vastgelegd en worden ze beschermd. De verordening kent drie regimes gericht op behoud en ontwikkeling van natuur, landschap en werelderfgoed: 1. Natuurnetwerk Nederland (NNN); 2. Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL); 3. Unesco-werelderfgoed (Stelling van Amsterdam, Beemster en Nieuwe Hollandse Waterlinie). Kwadijk ligt in Noordhollands Landelijk Gebied, binnen het BPL ‘Zeevang’ en Werelderfgoed Stelling van Amsterdam. De provinciale belangen in en rond het plangebied zijn vervat in richtlijnen voor het hele grondgebied en in de provincie werkingsgebieden.
Uit de Omgevingsverordening NH2020 zijn de volgende werkingsgebieden/ instructieregels van invloed op het plan: MRA – Landelijk gebied (artikel 6.9 OVNH-2020) Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen is mogelijk, indien wordt voldaan aan de in de Omgevingsverordening NH2020 gestelde voorwaarden betreffende o.a. de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing. Afweging: Met dit artikel is sanering van hinderlijke bedrijfsterreinen uit de dorpse linten niet mogelijk. Dit artikel vormt een belemmering voor de realisatie van het beoogde woningbouwplan in Kwadijk. Bijzonder Provinciaal Landschap (artikel 6.41 OVNH-2020) In het bijzonder provinciaal landschap zijn nieuwe stedelijke ontwikkelingen niet toegestaan. Onder een stedelijk ontwikkeling wordt verstaan een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1f, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (zie begrip in bijlage 1 bij de verordening). Uit de jurisprudentie over dit begrip volgt dat een ontwikkeling geen zekere omvang dient te hebben om te worden gekwalificeerd als stedelijke ontwikkeling.
Voor woningen is er op grond van de jurisprudentie sprake van een stedelijke ontwikkeling bij meer dan 11 woningen. Daarbij geldt dat de ontwikkeling de kernkwaliteiten van het bijzonder provinciaal landschap niet aan mag tasten. Afweging: Het bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van 11 woningen. Het gaat daarbij niet om een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het BPL. De woningen worden gebouwd op een locatie waar op dit moment reeds een stedelijke functie (bedrijfsterrein) is toegestaan. De ontwikkeling tast de waarden van het BPL niet aan. Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied (artikel 6.59 OVNH-2020) Met de instructie ruimtelijke kwaliteitseis verweeft Provinciale Staten de Leidraad Landschap en cultuurhistorie in de Omgevingsverordening. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
21
ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: 1. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; 2. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en 3. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Afweging: De kernkwaliteit van het landschappelijke ensemble rond Kwadijk zijn benoemd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (zie paragraaf 3.3.3). Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een inpassingsplan opgesteld (zie bijlage 1). Erfgoederen met uitzonderlijk universele waarde (artikel 6.49 OVNH-2020) Gemeenten dienen in hun ruimtelijke plannen regels op te nemen die ervoor zorgen dat de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen in stand blijven of versterkt worden. Een nieuw ruimtelijk plan mag alleen ontwikkelingen mogelijk maken die de kernkwaliteiten niet aantasten. Afweging: De kernkwaliteiten van het UNESCO-werelderfgoed Stelling van Amsterdam zijn benoemd in paragraaf 3.3.3.
De dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap – Stelling van Amsterdam’ in dit bestemmingsplan ziet toe op het behoud en versterken van de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap en werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' (een samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, een groene en relatief stille ring rond Amsterdam en relatief grote openheid). Klimaatadaptatie (artikel 6.62 OVNH-2020) In de Omgevingsvisie NH2050 is de doelstelling opgenomen van een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Dat geldt voor stad, land en infrastructuur. Het gaat om het voorbereid zijn op wateroverlast, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Een en ander kan consequenties hebben voor locatiekeuze, inrichting van de openbare ruimte en het ontwerp van gebouwen en infrastructuur. Ook kan het de bedrijfsvoering raken. Als basisrandvoorwaarde is in de Omgevingsvisie opgenomen dat alle nieuwe ontwikkelingen een klimaatstresstest doorlopen. Afweging Toetsing op het milieuaspect duurzaamheid en energieverbruik vindt plaats bij de omgevingsvergunningverlening. Paragraaf 4.2 beschrijft welke aspecten met betrekking tot dit onderwerp relevant zijn en wat aandachtspunten zijn bij eventuele ontwikkelingen. Paragraaf 4.4 beschrijft op welke wijze er sprake is van een duurzame waterhuishouding in dit gebied.
Notitie Lintbebouwing en Ontheffing onder art. 13.4 van de OVNH-2020 Bij de vaststelling van de Omgevingsverordening 2020 hebben GS toegezegd een onderzoek te starten over de wijze waarop in Noord-Holland, inclusief de MRA, omgegaan kan worden met (problematische locaties in) lintbebouwing (RWK (29-9-2020: id 2441 Notitie lintbebouwing). De ‘Notitie Lintbebouwing: probleemlocaties in dorpslinten’ geeft inzicht in de ruimte die gevonden is om een aantal locaties, die telkens in de discussie met gemeenten terug komen, aan te pakken. Hierdoor wordt de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit ter plaatse substantieel verbeterd, zonder de algemene lijn uit de omgevingsverordening te verlaten. Op 2 november 2021 hebben GS de ‘Notitie Lintbebouwing: probleemlocaties in dorpslinten’ vastgesteld en ingestemd met de lijst van 22 probleemlocaties. Om samen met de gemeenten naar een oplossing te zoeken geven GS aan dat zij bereid zijn om voor de 22 locaties een uitzondering op de regels van de OVNH-2020 te maken als daar een plan met voldoende ruimtelijke kwaliteit voor ligt, dat de leefbaarheid aantoonbaar verbetert. Als deze oplossing er is, kunnen gemeenten een ontheffing aanvragen onder art. 13.4 van de OVNH-2020. Met deze ontheffing van GS kan de gemeente de ruimtelijke procedure afronden.
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
22
Artikel 13.4 Ontheffingsbevoegdheid Wet ruimtelijke ordening 1. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag van burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a van de Wet ruimtelijke ordening verlenen van de regels in hoofdstuk 6 van deze verordening, voor zover deze zich richten op ruimtelijke plannen, en voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciaal belangen. 2. Gedeputeerde Staten kunnen aan de ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden indien de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken Afweging Het bedrijfsterrein Kwadijk 16 is een van de locaties die door de provincie is meegenomen in dit onderzoek. De locatie voldoet aan de definitie van ‘probleemlocatie’ die de provincie NoordHolland hanteert. Dat zijn situaties, vaak rond een bedrijf, waar (compenserende) woningbouw de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ter plekke aanzienlijk kan verbeteren. Voor de locatie is onderzocht of er meer ruimte kan worden geboden dan op grond van de Omgevingsverordening mogelijk is. Het woningbouwplan is ambtelijk uitgewerkt met de provincie. De gemeente kan ten behoeve van de vaststelling van dit bestemmingsplan een ontheffing aanvragen van GS.
3.3.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De provincie Noord-Holland wil de kwaliteit en de diversiteit van het Noord-Hollands landschap graag behouden en verder ontwikkelen en de dorpen behouden en ontwikkelen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het landelijk gebied is in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening verankerd. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018, en geconsolideerd bij het vaststellen van de Omgevings-verordening) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. Artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 gaat over Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied (zie ook paragraaf 3.3.2). Op basis van artikel 6.59 moeten nieuwe ontwikkelingen in landelijk gebied passen binnen de kaders van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Het plangebied ligt in het landschappelijke ensemble 'Zeevang' en maakt onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam. De kernkwaliteiten van het BPL Zeevang en omgeving zijn: 1. Het verkavelingspatroon van de veenweidepolder: • is eeuwenlang onveranderd gebleven en maakt het landschap met haar geschiedenis zichtbaar.
Het is van hoge cultuurhistorische waarde; • het meest opvallende is het veervormige kavelpatroon in polder Zeevang. Hierbij is sprake van lange, smalle kavels van wisselden breedte, en bredere en smallere sloten, die bij de veenstromen een hoekverdraaiing hebben. De verkaveling in de kogen, o.a. rond Kwadijk, die na het inpolderen begin 14e eeuw vanaf de randen zijn ontgonnen, lijkt op die van polder Zeevang maar is wat regelmatiger (strokenverkaveling veenweidepolder). 2. Het veenpolderlandschap heeft een zeer grote openheid: • de waarde van de openheid wordt bepaald door de doorlopende open ruimte en de vergezichten die deze mogelijk maakt; • vanuit de linten is op veel plekken sprake van zichtlijnen naar de openheid van de veenweidepolders; • de landschappelijke openheid aan de zuidzijde van Kwadijk is sterk beperkt en begrensd door de stedelijke ontwikkeling van Purmerend; • de omvangrijke aaneengesloten gebieden gekenmerkt door openheid, het ontbreken van verstoring (door opgaande elementen, zoals bebouwing, beplanting en masten van infrastructuren activiteiten die geluid of onrust veroorzaken), de aanwezigheid van microreliëf, graslandareaal en een relatief hoog waterpeil maken een groot deel van het BPL Zeevang tot een geschikt habitat voor weidevogels. Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
23
3. Langgerekte bebouwingslinten en stolpenstructuren vormen ruimtelijke dragers in dit gebied: • het langgerekte bebouwingslint van Kwadijk is karakteristiek voor het gebied en geënt op de ontginningsas uit de vroege middeleeuwen. Het lint bestaat uit één rij van individuele erven in een onregelmatig ritme aan beide kanten langs de weg. Vanuit het lint kan men de openheid van Zeevang steeds ervaren, aan een zijde van de weg of tussen de bebouwing door; • in stolpenstructuren staan meer dan zes stolpboerderijen bij elkaar in de buurt en vormen zo een ruimtelijke samenhang. De samenhang bestaat uit de visuele relatie tussen de stolpen onderling en tussen de stolp, het erf en het landschap eromheen. In het lange bebouwingslint van Kwadijk is sprake van stolpenstructuren (veenlinten). De kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam zijn: 1.
Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: • een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; • sluizen en voor- en achterkanalen; • de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; • inundatiegebieden; • voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); • de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. Afweging Het initiatief ondersteunt de genoemde kernwaarden (zie ook paragraaf 2.3 en 4.5). De ruimtelijke opzet van het plan is passend binnen de uitgangspunten en ambities in de Leidraad. De drie provinciale kernwaarden landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving en ruimtelijke dragers van het BPL Zeevang zijn als volgt in het plan vertaald: 1. Het plan draagt bij aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek: Het plan voegt zich in de patronen van het waterrijke veenweidelandschap. In het plan vindt vooralsnog geen aanpassing van het slotenpatroon plaats. De grillige, natuurlijke structuur van de waterlopen blijft daarmee zichtbaar. Het verkavelingspatroon verandert niet.
De karakteristieke onregelmatige vorm van de kavel blijft gehandhaafd. Voor een deel van de kavel wordt het onbebouwde karakter van agrarisch landschap teruggebracht. 2. Het plan draagt bij aan het versterken van (de beleving van) openheid: Tussen de Kwadijk en Purmerend is er sprake van een openheid met duidelijke grenzen. De huidige bedrijfslocatie rijkt vanaf het dorpslint tot ver naar achteren in deze openheid. Door herstel van het achterste deel van de bedrijfslocatie als agrarisch landschap, wordt de aaneengesloten open ruimte in dit gebied vergroot. Het plan kent centraal over het perceel een (nieuwe) zichtlijn, tussen de bebouwing door, waardoor vanaf de Kwadijk het landschap voelbaar is. 3. Het plan is helder gepositioneerd ten opzichte van de ruimtelijke dragers: De Kwadijk vormt de ruimtelijke drager van de ontwikkeling. Het erf wordt ontsloten vanaf de Kwadijk. Langs de Kwadijk wordt een nieuwe stolp gerealiseerd, die een ensemble gaat vormen met andere stolpen in de buurt. De bebouwing achter de stolp is ondergeschikt.
De planlocatie ligt in de Stellingszone van de Stelling van Amsterdam. De Stellingzone vormt het samenhangend geheel tussen de verdedigingswerken en het landschap. Ook voormalige inundatiegebieden maken deel uit van de Stellingzone. Bij de Stelling werden poldergrenzen en
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
24
liniedijken gebruikt als begrenzing van de inundatievelden. De Kwadijk is een liniedijk. Het inundatieveld ligt ten noorden van de Kwadijk. De beoogde planontwikkeling aan de zuidzijde van de Kwadijk, op een bestaand bebouwd perceel, heeft beperkt invloed op de Stellingzone. De herkenbaarheid van de liniedijk en zichtlijnen tussen de forten en doorzichten op de forten zijn niet in het geding.
afb.11 Structuur BPL veenpolderlandschap Zeevang (bron: Leidraad LC)
afb.12 Structuur Stelling van Amsterdam (bron: Leidraad LC)
3.3.4 Bouwen en wonen De vraag naar betaalbare woningen in Noord-Holland is groot en blijft toenemen. Daarom wil de provincie de woningbouwproductie versnellen om iedereen in Noord-Holland fijn te kunnen laten wonen en leven. Tegelijk wil de provincie de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale en circulaire bouw. Naast de ambities en regels vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingsverordening NH2020 is het provinciaal beleid vastgelegd in de volgende documenten: Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
25
duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: • de provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen; • wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik; • de provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie; • de vraag is leidend. De woonagenda geeft ook richting aan regionale woonafspraken: hierin worden de regionale woningbouwdoelen afgesproken. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 3.4.2. Met de toevoeging van 11 woningen kan worden bijgedragen aan de woningbouwproductie. Masterplan Wonen De komende jaren helpt de provincie gemeenten om sneller meer betaalbare woningen te bouwen om het woningtekort in Noord-Holland terug te dringen. Voor 2030 moeten er 165.000 nieuwe woningen worden bijgebouwd. Om dit te bereiken, hebben Gedeputeerde Staten het Masterplan Wonen opgesteld. In juni 2021 is de eerste versie van het Masterplan opgesteld, deze is daarna een aantal keren geactualiseerd.
De meest recente versie is het Masterplan 2.0 uit januari 2023. In juni 2021 is de eerste versie van het Masterplan Wonen door Gedeputeerde Staten van NoordHolland opgesteld. Het Masterplan Wonen zet in op het versnellen van de woningbouw. De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Er bestaat momenteel een grote vraag naar woningen, maar de bouw wordt vertraagd doordat bestaande plannen niet worden gerealiseerd. De provincie richt zich in eerste instantie op het stimuleren van de plannen die zijn vastgelegd in een bestemmingsplan met een relatief grote bouwopgave. In tweede instantie kijkt de provincie naar plannen die nog moeten worden vastgelegd in een bestemmingsplan en, wat betreft productie. ook van betekenis zijn en die passen binnen landelijke en provinciale wet – en regelgeving. Samen met afzonderlijke gemeenten, Metropoolregio Amsterdam en Bouwend Nederland zet de provincie zich in om knelpunten weg te nemen en tot productie te komen via het Uitvoeringsprogramma bouwen en versnellen woningbouw. Monitor woningbouw 2022 De provincie Noord-Holland voert ieder jaar een monitor woningbouw uit om inzicht te krijgen over de ontwikkeling van de woningvoorraad en huishoudens, en de ontwikkeling van de plancapaciteit.
Deze cijfers worden afgezet tegen de woningbehoefte zoals deze in het Masterplan Wonen zijn opgenomen. In het Masterplan staan de cijfers van de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2021-2050. Het Masterplan. Uit de monitor van 2021 blijkt dat tot 2030 in Noord-Holland op basis van de actuele inzichten rond de 145-165 duizend woningen nodig zijn1. Uit de monitor van 2022 blijkt dat tot 2030 in Noord-Holland op basis van de actuele inzichten rond de 184 duizend woningen nodig zijn2. Dit is een aanzienlijke stijging. In 2021 groeide de woningvoorraad in Noord-Holland met meer dan 17.000 woningen, waaronder 14.600 nieuwbouwwoningen. Dit is de hoogste groei van de woningvoorraad sinds eind jaren tachtig. In vergelijking met het dieptepunt in 2012 is de groei van de voorraad in de recente jaren duidelijk toegenomen.
1
Bij afronding van de Monitor woningbouw 2021 waren de cijfers van de Bevolkingsprognose 2021 nog niet gereed. Noord-Holland heeft op 6 oktober 2022 een randvoorwaardelijk bod gedaan aan het Rijk om tot en met 2030 184.000 woningen te realiseren. Dit is ruim 20% van de nationale woningbouwopgave van 900.000 woningen. 2
Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam
26
Navolgende tabel geeft de bouwopgave voor de regio Zaanstreek/Waterland weer:
tabel 1 Bruto groei per jaar (bron: Monitor woningbouw 2022)
De actuele bevolkingsgroei is bijzonder hoog, deels door ‘reguliere’ migratie maar ook door de instroom van vluchtelingen (bijvoorbeeld uit Oekraïne). Het op peil houden of verhogen van de bouwproductie is daarmee cruciaal. Dit betekent dat Noord-Holland een forse bouwopgave heeft. Voor de periode 2022-2040 ligt de bouwopgave bij de actuele prognose rond de 230.000 woningen. Afgezet tegen de fasering van de plancapaciteit is in alle regio’s ruim voldoende plancapaciteit beschikbaar. Voor de periode 2022-2040 komt de beschikbare plancapaciteit uit op 160% van de woningopgave. Uit de cijfers blijkt dat in de regio Zaanstreek/Waterland er voldoende plancapaciteit is om aan de indicatieve opgave tot 2030 te voldoen. Wat betreft de harde plancapaciteit en de gestelde streefwaarden is er voldoende harde plancapaciteit, zowel voor de opgave tot 2025 als voor de opgave tot 2030 (Masterplan Wonen). In onderstaande tabel is de Woningbouwopgave provinciale prognose 2022-2030 afgezet tegen de plancapaciteit 2022-2030:
tabel 2. Provinciale prognose versus plancapaciteit (bron: Monitor woningbouw 2022)
Voor de regio Zaanstreek/Waterland geldt dat de woningbehoefte tot 2030 ca. 15.000 woningen betreft. Het aantal harde plannen in deze periode betreft 7.900 woningen. Het aantal zachte plannen in deze periode betreft 20.500. Hiermee is er voldoende plancapaciteit om aan de woningbehoefte te voldoen. Er moeten echter nog wel voldoende ‘zachte’ plannen ‘hard’ worden gemaakt. Afweging De herbestemming van Kwadijk 16 ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van 11 woningen is in de Monitor woningbouw 2022 opgenomen als zacht plannen (plan/besluit in ontwikkeling). Met de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt een ‘zacht’ plan ‘hard gemaakt. Het ‘hard’ maken van zachte plannen draagt bij aan de bouwopgave.