04b. Verstedelijkingsconcept versie 2.pdf
Tekst van het document
Mobiliteit
het Noordzeekanaalgebied om ruimte vragen. Net
behoeve van de (inter)nationale energietransitie
Door de schaalspronginvesteringen in o.a. het metronet
als de woningbouwontwikkeling in Haven Stad,
gerealiseerd worden. Welke dat voor de regio zijn, hangt
komt er ruimte in het systeem om verder te groeien. Op
Achtersluispolder en Beverwijk. De bedrijvenstrategie
af van de besluitvorming daarover.
termijn kan verdere ontwikkeling leiden tot de noodzaak
Economie De ontwikkeling ingezet in de vorige periode zet zich
om aanvullende maatregelen te nemen in het stedelijke
zal ertoe moeten bijdragen dat deze ontwikkeling wordt gefaciliteerd. Het versterken van de werkmilieus in de
Groenblauw raamwerk
en regionale mobiliteitssysteem. In diverse lokale
stadsharten van de MRA zal ook in deze periode verdere
De uitvoering van grotere maatregelen van de integrale
omgevingsvisies zijn daartoe bereikbaarheidsmaatregelen
inzet vragen.
aanpakken van de veenweidegebieden, het watersysteem
genoemd als stip op de horizon, waarvoor nog
in de Gooi en Vechtstreek en de integrale systeemvisie
geen concrete plannen zijn. Bij actualisatie van de
Mobiliteit
voor een klimaatrobuuste regio zal in deze periode
Verstedelijkingsstrategie zal onderzocht moeten worden
Om de groei binnen de steden op te kunnen blijven
beslag krijgen. Hierbij gaat het om gebieden inrichten
welke aanvullende maatregelen op termijn nodig zijn.
vangen, moeten we blijven investeren in leefkwaliteit en
voor piekwaterberging en omschakelen naar ander
bereikbaarheid in de steden. In het regionale net zullen in
grondgebruik bijvoorbeeld op vlak van landbouw. De
Energie
het begin van deze periode knelpunten rondom station
uitvoering van de landschapsopgaven loopt in deze
De ontwikkelingen in deze periode zijn in grote mate
Schiphol moeten worden aangepakt om te voorkomen
periode door, waarbij voor prioritering wederom de drie
een voortzetting van de in de vorige periode ingezette
dat het mobiliteitsnet vastloopt: de voorkeursvariant
denklijnen gehanteerd kunnen worden.
systeemsprongen.
Schiphol en Hoofddorp. Dit maakt grootschalige
2041-2050: Vervolg uitvoeren hybride energiesysteem,
Groenblauwe raamwerk
woningbouw mogelijk. Voorwaardelijk voor de grote
doorzetten van investeringen in leefkwaliteit en
De ontwikkelingen in deze periode zijn in grote mate
ontwikkellocaties Haven-Stad en Almere is realisatie
schaalsprongen mobiliteits- en watersysteem
een voortzetting van de in de vorige periode ingezette
van twee metroprojecten in deze periode: sluiten kleine
Wonen
maatregelen in het watersysteem en bijbehorende
metroring en de metroverbinding Almere-Amsterdam.
In deze periode wordt de bouw van nog eens 75.000
consequenties als ander landgebruik. De uitvoering van
Deze maatregelen wordt nog verder onderzocht in de
woningen voorzien. Nog meer dan in het vorige
de landschapsopgaven loopt in deze periode door, waarbij
MIRT-trajecten ZWASH en Amsterdam Bay Area. In het
decennium komt de nadruk te liggen op de grote
voor prioritering wederom de drie denklijnen gehanteerd
wegverkeer zal het deels verleggen van de ringweg in
ontwikkellocaties. Naar verwachting zal de kwalitatieve
kunnen worden.
hierin is het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar
84
5.3
Faseringsvraagstukken
Op dit moment zijn er nog diverse faseringsvraagstukken onbeantwoord: vraagstukken waarbij het antwoord van invloed is op de fasering. Voor enkele vraagstukken verwachten we voor versie 3 mogelijk meer inzicht te hebben. Voor andere vraagstukken zal het langer duren voor er zicht is op antwoord, omdat er eerst meer onderzoek nodig is, of omdat het gaat om een maatschappelijk debat met ongewisse uitkomst.
85
6. Van concept naar uitvoering 86
6.1
Van concept naar uitvoering
[nog in te vullen] Rijk en regio spreken af om gezamenlijk te werken aan: •
Het verwezenlijken van de metropolitane energietransitie met het Noordzeekanaalgebied als spil
•
Het realiseren van een robuust, veerkrachtig en klimaatbestendig watersysteem in stad en regio
•
Openhouden en versterken van de groene scheggen en de metropolitane landschappen, mede in het licht van de toenemende recreatieve druk
•
enz
(afleiden uit wat nu genoemd is onder gebiedsparagraaf Amsterdam en de opgaven van bijlage 1, herkenbaar gerelateerd aan de integrale lijnen door het hele stuk heen) Tegelijk met het vaststellen van de Verstedelijkingsstrategie in BO-MIRT 2021 maken Rijk en regio concrete afspraken over de uitwerking en uitvoering op korte termijn, in aanvulling op reeds gemaakte afspraken in BO-MIRT van 2020. Gemaakte afspraken en
•
uitvoering x
•
uitwerking y
Rijk en regio spreken ook af dat dit Verstedelijkingsconcept als gezamenlijk kader dient bij andere relevante bestuurlijke tafels waar rijk en regio samenwerken, en daar onderwerpen agendeert. Namelijk: •
de Omgevingsagenda Noordwest-Nederland
•
tafel 1, opgave x
•
tafel 2, opgave y
Over een aantal onderwerpen maken MRApartners onderling afspraken, zonder betrokkenheid van het Rijk. Voor een deel gaat dat om ambities bij uitvoeringsprojecten en voor een deel om uitwerkingsopgaven: •
uitvoering x
•
uitwerking y
Introduceren monitoringssysteem om de voortgang te volgen en de samenhang te borgen.
concept-afspraken voor 2021 worden opgenomen in de bijlage. Deze afspraken zijn gericht op:
87
Bijlage 88
Bijlage A
Opgaven
De teksten in deze bijlage bevatten de ‘opgaven’ waar de Verstedelijkingsstrategie een antwoord of oplossingsrichting voor formuleert. Ze zijn op 13 mei 2020 vastgesteld in de Stuurgroep voor de Verstedelijkingsstrategie. De kern van de opgave voor het Verstedelijkingsconcept, als eerste stap op weg naar een complete Verstedelijkingsstrategie, is het faciliteren van stedelijke ontwikkelingen (voor wonen, werken, voorzieningen en recreatie) in samenhang met regionale systemen voor mobiliteit, energie, water en ecologie. Dit ten dienste van het centrale doel van de Verstedelijkingsstrategie als geheel: de ontwikkeling van een duurzame en sociaal-maatschappelijk en economisch sterke metropoolregio op middellange en lange termijn, in aansluiting op het regionale DNA. De systemen voor mobiliteit, energie, water en ecologie kennen elk hun eigen opgaven. Dat geldt ook voor de onderdelen van de verstedelijkingsopgave zelf: wonen, werken, voorzieningen en recreatie. Deze opgaven zijn belegd in afzonderlijke beleidstrajecten. Ontwikkelingen, keuzes en investeringen in deze vier systemen werken door in de mogelijkheden voor verstedelijking en andersom. Ze kunnen elkaar versterken, maar kunnen ook schuren of wederzijds voorwaarden stellen. Voor sommige opgaven is de koers binnen het betreffende beleidsveld al relatief ver uitgewerkt.
Rond andere opgaven bestaat nog veel onzekerheid en wordt volop onderzoek gedaan naar mogelijke oplossingsrichtingen. Het Verstedelijkingsconcept brengt al deze opgaven bij elkaar in een samenhangend ontwikkelingsbeeld voor stad en landschap. Om te komen tot een complete Verstedelijkingsstrategie, wordt dat ontwikkelingsbeeld vervolgens uitgewerkt in de fasering en investeringsstrategie. Deze bijlage benoemt de opgaven ontstaan op het raakvlak van de verstedelijking en elk van de vier systemen. Die zijn in hoge mate bepalend voor de keuzes die in het Verstedelijkingsconcept zijn en worden gemaakt.
89
1
Verstedelijkingsopgaven
bijlagen). Economische effecten van de coronacrisis zijn
wegnemen van die oorzaken. Dat betekent bijvoorbeeld
hier niet in meegenomen. Onderzoek naar de mogelijke
dat beperkingen als gevolg van economische druk,
effecten vindt de komende periode plaats.
milieuhinder of de impact van de klimaatverandering niet vooral bij specifieke groepen terecht mogen komen.
Keuzes op korte termijn (tot 2030) zetten de toon voor de aanpak van de verstedelijkingsopgave voor wonen,
De geprognosticeerde economische groei, uitgedrukt
Dat leidt tot de opgaves om:
werken en voorzieningen. De manier waarop de groei
in arbeidsplaatsen (banen groter dan 12 uur per week),
•
de komende tien jaar gestalte krijgt heeft gevolgen
bedraagt 230.000 tot 2040. Vanaf ongeveer 2030 lijkt de
groter deel van de regionale woningmarkt voor
voor de leefbaarheid en de kansengelijkheid tot ver
groei af te vlakken, vooral als gevolg van de vergrijzende
minder draagkrachtige huishoudens tegen te
daarna. Het verstedelijkingsconcept moet voorzien in de
bevolking. De huidige inschatting is dat de groei tussen
gaan, onder meer door te zorgen voor voldoende
ruimtebehoefte op een wijze die:
2040 en ’50 nog 40.000 arbeidsplaatsen bedraagt. De
betaalbare woningen en een evenwichtige spreiding
•
divers, leefbaar en sociaal-inclusief is,
opgave is om hier ruimte voor te vinden, passend bij de
daarvan,
•
de internationale concurrentiekracht vergroot,
aard van de bedrijvigheid. De ontwikkeling vindt zoveel
•
de samenhang met en kwaliteit van het omliggend
mogelijk plaats in gemengde binnenstedelijke woon-
achteruit gaan (bijvoorbeeld door een eenzijdige
landschap versterkt.
werkmilieus, geconcentreerd rond knooppunten van
bevolkingssamenstelling of woningvoorraad) en deze
•
openbaar vervoer. De bouw van 325.000 woningen tot 2050
de groeiende ontoegankelijkheid van een steeds
te voorkomen dat wijken in kansrijkheid
tendens doorbreken waar die zich al voordoet, •
te bevorderen dat voor alle inwoners de dagelijkse
Het kwantitatieve woningbouwprogramma bestaat
Borgen van een goede leefbaarheid
voorzieningen en passende werkgelegenheid ofwel
volgens de prognose van 2020 uit 325.000 nieuwe
De zorg voor een goede leefbaarheid is een permanente
nabij zijn, ofwel op een snelle en betaalbare manier
woningen (exclusief de vervanging van te slopen
opgave die geldt voor het gehele grondgebied van de
te bereiken zijn (het voorkómen en bestrijden van
woningen) in de volgende fasering:
metropoolregio. Deel van de opgave is om voor alle
vervoersarmoede).
•
175.000 voor 2030,
inwoners van de regio eenzelfde niveau van leefbaarheid
•
75.000 tussen 2030 en 2040,
te borgen. Dat gaat bijvoorbeeld om de kwaliteit van de
Een opgave die zich op korte termijn lijkt aan te dienen,
•
75.000 tussen 2040 en 2050.
openbare ruimte, een voldoende voorzieningenniveau, de
is het voorkómen van energiearmoede. Die ontstaat
Er is ruim voldoende plancapaciteit beschikbaar om te
gezondheid van de omgeving en de beschikbaarheid en
als minder draagkrachtige bevolkingsgroepen niet
voorzien in het woningbouwprogramma tot 2030, ook
robuustheid van voldoende groen in de wijken en op korte
kunnen investeren in bijvoorbeeld warmtepompen en
als een deel van die locaties vertraging oploopt in de
afstand ervan.
zonnepanelen, en de traditionele energievoorziening
uitwerking of uitvoering of als de prognose naar boven
(aardgas, stroom van het net) duurder wordt.
moet worden bijgesteld (er is capaciteit voor minstens
Sociaal-inclusief bouwen
130% van de behoefte).
Kansengelijkheid is een belangrijk kenmerk van
We voeren op dit moment een analyse uit naar de sociaal-
een evenwichtige metropoolregio zonder grote
maatschappelijke effecten van verschillende vormen van
Ruimte bieden aan de groei van werkgelegenheid
sociaaleconomische verschillen tussen gebieden.
verstedelijking. De resultaten van die analyse worden
De Metropoolregio Amsterdam is een van de economisch
Kansengelijkheid betekent bestaanszekerheid voor
bij de Verstedelijkingsstrategie betrokken zodra ze
sterke regio’s in Nederland. Dit is zichtbaar in een hoge
alle inwoners. Processen van sociale en economische
beschikbaar zijn.
werkgelegenheidsgroei. Aangenomen wordt dat die de
uitsluiting moeten worden voorkomen en bestreden. Voor
komende twintig jaar zal doorzetten. Deze aanname is
zover daar ruimtelijke oorzaken aan ten grondslag liggen,
Integraal maatwerk in de stedelijke vernieuwing
onderbouwd en uitgewerkt in het RO/EZ-kader (in de
moet de verstedelijkingsstrategie bijdragen aan het
De komende jaren spitst de stedelijke-
90
vernieuwingsopgave voor Rijk en regio zich toe op vier
Bouwen van uitbreidingswijken aan de rand van de stad
Almere. Daarnaast lijkt de transitie naar een circulaire
gebieden waar een combinatie en cumulatie van opgaven
tot circa 2035
economie te leiden tot een ruimtevraag voor bedrijven die
optreedt: Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West,
De voorkeur voor het bouwen op binnenstedelijke
bijvoorbeeld materialen opslaan en geschikt maken voor
Lelystad Oost en Zaandam Oost. Die opgaven liggen
locaties neemt niet de noodzaak weg om ook buiten
hergebruik. Deze kunnen zowel in het havengebied als op
(verschillend per gebied) op het terrein van onderwijs,
bestaand stedelijk gebied te bouwen. Hiervoor liggen
deze bedrijventerreinen een plaats vinden.
werk/armoede/inclusie, veiligheid/ondermijning, wonen
kansen op afgesproken locaties aan de randen van
en gezondheid. De vier gebieden maken deel uit van het
steden, aan de westflank van Haarlemmermeer en in
Behouden en creëren van recreatief aantrekkelijke
interbestuurlijke programma Leefbaarheid en Veiligheid.
Flevoland – in Almere en Lelystad is het landschappelijk
landschappen
Hierin werkt de rijksoverheid samen met decentrale
casco al bij de aanleg afgestemd op de toekomstige bouw
Geschat wordt dat de recreatiebehoefte van de inwoners
overheden aan een langjarige maatwerkaanpak per
van nieuwe stadswijken met verschillende woon- en
tot 2050 met meer dan 30% zal toenemen, vanwege de
gebied. Deze aanpak zal de komende jaren verder gestalte
woonwerkmilieus.
bevolkingstoename en de vergrijzing. De groei van het toerisme en de wens om dit meer te spreiden vergroten de
krijgen. De stedelijke vernieuwing in de Metropoolregio beperkt zich niet tot de vier genoemde wijken. Ook in
Deze nieuwe wijken bieden onder meer ruimte voor
drukte verder. Deze recreatief-toeristische druk beperkt
andere wijken en buurten wordt maatwerk geleverd, maar
de behoefte aan eengezinswoningen, waarvan er in
zich niet tot de aangelegde recreatiegebieden, maar zien
buiten de samenwerking in het programma Leefbaarheid
de periode tot en met circa 2030 nog relatief veel
we ook terug in agrarische gebieden, in natuurgebieden,
en Veiligheid om.
nodig zijn. In de periode daarna zal de aanvullende
aan de kust en op het water. Het kan leiden tot spanning
nieuwbouwvraag zich, nog meer dan nu, richten op één-
met andere functies van het landschap (zoals natuur en
Hittestress verminderen
en tweepersoonshuishoudens die dichtbij voorzieningen,
landbouw) en tot hogere beheerlasten.
Hitte vormt een steeds groter gezondheidsrisico, vooral in
werk en OV-knooppunten willen wonen. Dit leidt tot de opgave om recreatief aantrekkelijke
de stad. Bij een hittegolf ontstaan temperatuurverschillen tot wel acht graden tussen verstedelijkt en landelijk
Permanente beschikbaarheid van voldoende
landschappen te behouden én te creëren. Dit kan
gebied. Dat komt doordat de warmte van de zon ’s nachts
ongemengde bedrijventerreinen
niet los worden gezien van de woningbouwopgave.
blijft hangen in gevels en verharding, en het tegenwicht
Transformatie van bedrijventerrein tot nieuw gemengd
Woningbouw moet gepaard gaan met samenhangende
van groen, water en wind in de stad relatief schaars is. De
woon-werkmilieu betekent onder meer dat bestaande en
investeringen in meer en betere recreatiemogelijkheden
stad verandert in een hitte-eiland. Stedelijke verdichting
nieuwe bedrijvigheid in deze nieuwe wijken kan worden
in en rond steden, inclusief middelen voor het beheer.
vergroot dit probleem als geen verkoelende maatregelen
geïntegreerd. Er zal echter behoefte blijven bestaan aan
Afhankelijk van het gebied kan het gaan om de aanleg
worden getroffen. Voorbeelden van zulke verkoelende
bedrijventerreinen zonder woningbouw. Niet alle types
van nieuwe recreatiegebieden of voorzieningen, of
maatregelen zijn het creëren van meer schaduw in de
bedrijven lenen zich immers voor menging met wonen,
het verbeteren van de kwaliteit, bereikbaarheid en
stad en meer ruimte voor groen en bewegend water,
bijvoorbeeld vanwege hun volume, milieueffecten,
toegankelijkheid van bestaande landschappen. Waar
zowel in het openbaar domein (parken, plantsoenen,
verkeersintensiteit of uitstraling, dus niet ieder
groenstroken) als in het private domein (inwoners en
bedrijventerrein leent zich voor transformatie. Menging
bedrijven stimuleren om daken of verharde tuinen
met andere functies (water, groen) is vaak wel denkbaar en
te vergroenen). Op een groter schaalniveau kunnen
kan de kwaliteit verhogen. In de regio is in vier gemeenten
stedenbouwkundige keuzes helpen om verkoelende wind
substantiële ruimte voor nieuwe aanleg van dit soort
uit het buitengebied diep de stad in te laten waaien.
terreinen (los van de haven- en luchthavengebonden terreinen): Haarlemmermeer, Purmerend, Lelystad en
91
mogelijk worden daarbij combinaties gelegd met andere
gerealiseerd op bereikbare en leefbare locaties?
Deze ontwikkelingsrichting draagt bij aan het creëren
Hoe zorgen we voor een goed functionerend,
van een zo groot mogelijke onderlinge nabijheid van
en waterberging. Een belangrijke rol kan zijn weggelegd
vraaggericht Daily Urban System van de MRA
wonen, werken en voorzieningen in stedelijke gebieden,
voor de ondersteuning van agrariërs in de transitie naar
en omgeving met aandacht voor reistijd,
op locaties die goed ontsloten zijn per openbaar vervoer.
extensivering en kringlooplandbouw met een grotere
betrouwbaarheid en beleving?
Dat beperkt de groei van de autopendel. Ook fietsverkeer
Hoe benutten en versterken we de ambities
is een integraal onderdeel van de ontwikkeling van
van Rijk, MRA, bedrijven en maatschappelijke
het mobiliteitssysteem. De verschillende modaliteiten
organisaties met betrekking tot innovatie, smart
moeten goed op elkaar aansluiten, onder meer door de
mobility, (verkeers-)veiligheid, klimaat, gezondheid,
ontwikkeling van ‘multimodale hubs’.
opgaven in het landschap, zoals die voor biodiversiteit
nadruk op groene diensten, in ruil voor een redelijke
•
•
vergoeding.
2
Verstedelijking en het mobiliteitssysteem
energie en duurzaamheid bij het aanpakken van de bereikbaarheidsopgaven?
Er is een samenhang tussen deze netwerkopgave en de opgave om sociaal-inclusief te bouwen. Mobiliteit is een
De opgave rond mobiliteit in relatie tot verstedelijking is een netwerkopgave: het opbouwen van een
Bestuurlijk is een eenduidige richting gekozen om deze
voorwaarde om aan het dagelijkse maatschappelijke leven
mobiliteitsnetwerk waarin de verschillende
opgaven te beantwoorden: polycentrische verstedelijking
te kunnen deelnemen. Als mensen daar onvoldoende
vervoerssoorten en de verschillende schaalniveaus zijn
in de metropoolregio, met het verdichten en ontwikkelen
in slagen, bijvoorbeeld omdat betaalbare woningen te
geïntegreerd, en dat de bereikbaarheid, leefbaarheid en
van Amsterdam, de internationale corridor (Hoofddorp-
veraf liggen van voorzieningen en werklocaties voor
duurzaamheid in de metropoolregio versterkt.
Schiphol–Zuidas, door te trekken richting Amstelstation
praktisch en middelbaar geschoolden en inactieven, is
en Amsterdam Zuidoost), grote verstedelijkingslocaties
sprake van vervoersarmoede. De netwerkstrategie kan
De samenhang tussen de ontwikkeling van het
(met Haven-Stad en Amsterdam Bay Area) en stedelijke
bijdragen aan het verkleinen van de verschillen binnen
mobiliteitssysteem en de verstedelijking wordt uitgewerkt
knopen (met Haarlem, Zaandam, Lelystad, Purmerend,
de metropoolregio en vormt daarmee een belangrijk
in het programma SBaB van Rijk en regio (Samen Bouwen
Hilversum; naast de knopen Hoofddorp en Almere die in
puzzelstuk om te werken aan een evenwichtige en
aan Bereikbaarheid). Aan SBaB zijn de volgende opgaven
de hiervoor genoemde gebieden liggen).
sociaal-maatschappelijk sterke metropool.
verbonden: •
•
•
Hoe zorgen we ervoor dat investeringen in de
Bij deze keuze groeit het gebruik van alle vervoerssoorten,
bereikbaarheid (voor zowel de korte als lange termijn)
en dan vooral het openbaar vervoer. Om die groei te
de concurrentiekracht van de MRA maximaal
faciliteren, moeten de ‘draaischijven’ (de ringstructuren in
versterken? En hoe beperken we de economische
de regio voor het wegverkeer en het openbaar vervoer)
verlieskosten als gevolg van hinder en vertraging?
blijven functioneren. Daartoe zijn in het BO MIRT 2019 de
Hoe houden we de huidige en toekomstige
volgende systeemopgaven vastgesteld:
economische toplocaties van de MRA bereikbaar op
•
Het versterken van zowel het (inter)nationaal
een manier die past bij de huidige en toekomstige
spoorvervoer als het regionaal en stedelijk openbaar
functies en gebruikers van deze locaties?
vervoer in en om Amsterdam.
Hoe accommoderen we de urgente
•
Het verbeteren van de robuustheid en doorstroming
woningbouwopgave (onder andere voor de grote
van het wegennet in de metropoolregio: het
verdichtingslocaties) in de MRA zodanig dat een
functioneren van de A10 en het versterken van
aantrekkelijk, vraaggericht woningaanbod wordt
de tweede ring in samenhang met de sterke verstedelijking aldaar.
92
3
Verstedelijking en het energiesysteem
op het energienet, ongeacht aard of locatie. Iedere
een leiding door Noord-Holland richting Groningen
ontwikkeling betekent een uitbreiding of verruiming van
als daarvoor wordt gekozen, en de aardgasleiding uit
Het energiesysteem groeit uit tot een factor van betekenis
dat net. Dat leidt tot grote investeringen. Dit geldt in het
Groningen die in de toekomst omgevormd lijkt te kunnen
bij locatiekeuzes voor stedelijke en economische
bijzonder voor zware energievragers als industrieën en
worden tot een transportleiding voor waterstof. Ook ligt er
ontwikkeling. Nu al is het van belang om nieuwe bedrijven
datacenters. De verwachting is dat die investeringen in
een opgave voor de aanleg en uitbreiding van het CO2-
en voorzieningen met een grote energiebehoefte nabij
de toekomst niet langer zonder meer mogelijk zijn, en
netwerk. Dat moet voorzien in afvang, opslag en gebruik
de hoofdverbindingen in het energienet te plaatsen.
dat de energieinfrastructuur daarom een belangrijke rol
in de tuinbouw en door de industrie. Op regionaal niveau
De opgave rond het energiesysteem komt neer op het
gaat spelen in de keuzes voor stedelijke en economische
speelt de opgave voor de uitbreiding van het regionaal
realiseren van een geïntegreerd hybride energienetwerk
ontwikkelingen (net zoals mobiliteit en water).
warmtenet.
kleinschalige energiewinning tot op buurtniveau
Anticiperen op een ruimtelijk sturend hoofdnet voor
Versterken en benutten van de hoofdstructuur in het
integreert en een stabiele energievoorziening waarborgt).
duurzame energie
energienet tussen het Noordzeekanaalgebied en
De ruimtelijke opgave die verbonden is aan de
Groningen
De transitie naar een duurzame energievoorziening vraagt
energietransitie, draait voor een belangrijk deel om
Bij de monding van het Noordzeekanaal wordt op zee
om slimme en innovatieve oplossingen. Die zijn volop in
een ruimtebehoefte voor opwekking, opslag, transport
opgewekte windenergie geschakeld aan het (inter)
ontwikkeling. Hoe die er uiteindelijk uit zullen zien, hangt
en conversie, en om het afstemmen van stedelijke en
nationale hoofdnet voor energie. Vandaaruit wordt deze
samen met factoren als de ontwikkeling van de techniek,
economische ontwikkelingslocaties op het energienet.
energie verder verspreid over de regio en verder. Om die
de internationale energiemarkt, handelsverdragen
Dat leidt tot de opgave om bestaand ruimtegebruik
reden is een van de bestuurlijke uitgangspunten dat het
enzovoort.
te structureren, transformeren en intensiveren, en om
Noordzeekanaalgebied hét knooppunt voor duurzame
(dat gebruik maakt van verschillende duurzame bronnen,
nieuwe ruimte te creëren. Over hoeveel hectares het
energie in de Metropoolregio moet worden. Dat sluit
Het energiesysteem van de toekomst benut niet alleen
gaat en welke eisen daaraan worden gesteld, hangt
aan op de Nationale Omgevingsvisie, die stelt dat bij de
andere bronnen, maar heeft ook een grotere capaciteit
af van keuzes die voor een belangrijk deel nu nog niet
aanlandingsplekken actief ruimte wordt geboden aan
op het elektriciteitsnet nodig. Elektrische mobiliteit,
gemaakt kunnen worden, maar waar wel op moet worden
(nieuwe) energie-intensieve industrie. Die keuze neemt
Internet of Things (het 5G-netwerk) en andere factoren
geanticipeerd.
niet weg dat ook in Flevoland grote hoeveelheden windenergie worden opgewekt en dat ook daar goede
zullen de vraag naar stroom opdrijven en de druk op het elektriciteitsnet vergroten. De mate waarin is onzeker;
Deels gaat het om het creëren van nieuwe ruimte voor het
kansen liggen voor energiegerelateerde functies en grote
netbeheerders gaan uit van een groei met 3% per jaar.
energiesysteem. De Regionale Energiestrategie die rond
energieverbruikers.
Alleen al om te voorzien in de stroombehoefte van nieuwe
deze tijd wordt samengesteld, zal uitspraken doen over
datacenters is een benodigde capaciteit geraamd van
zoekgebieden, met 2030 als richtjaar en een doorkijk naar
De windparken in en om de regio leveren aan het
2500 MVA (mega-volt-ampère) in 2030. Ter vergelijking:
2050.
hoofdnet voor elektriciteit, maar andersom is de regio ook afhankelijk van het hoofdnet om een stabiele
het jaarlijkse gebruik van de gemeente Amsterdam ligt nu rond de 900 MVA. Het huidige net biedt vrijwel geen
Grote energievragers zullen bovendien via korte lijnen
energievoorziening te waarborgen, ook als wind en zon
ruimte voor die extra capaciteit.
op de hoofdverbindingen in het nationale energienet
tijdelijk minder opleveren. Beide functies (toevoer en
moeten worden aangesloten. Deze hoofdstructuur
afvoer) vragen versterking van de transportcapaciteit,
Momenteel zijn netbeheerders verplicht om nieuwe
voor energie bestaat uit de bestaande 380kV-
waarbij vooral de hoofdverbinding voor stroom tussen
stedelijke en economische functies aan te sluiten
hoogspanningsleidingen, de uitbreiding daarvan met
het Noordzeekanaalgebied en Groningen kansen
93
oplevert. Momenteel wordt ook gedacht aan doorvoer
Onderzoek daarnaar door onder meer TNO staat in
Een vierde hyperconnectiviteitshub vraagt om een extra
van elektriciteit uit windenergie die aan land komt
de steigers. Net als voor het hoofdnet geldt dat er een
load pocket (een uitbreiding op het elektriciteitsnet
nabij de Eemshaven in Groningen, via Flevoland. De
ruimtelijk sturende werking van kan uitgaan: ruimte
waarmee een datacenter kan worden gevoed). De
aanwezigheid van een tweede hoofdverbinding tussen
creëren, structureren, intensiveren en transformeren.
realisatietermijn daarvan bedraagt zeven tot tien jaar.
de Metropoolregio Amsterdam en Groningen versterkt
Elementen die op wijk- en buurtniveau een rol spelen, zijn:
Daarnaast zijn forse investeringen nodig door het
die structuur verder: de hoofdleiding voor aardgas, die
•
isolatie en andere vormen van energiebesparing in de
bedrijfsleven in digitale infrastructuur. Uit onderzoek komt
bestaande voorraad.
een voorkeur naar voren voor een locatie bij Almere-
het gebruik van lagetemperatuurwarmte uit
Zeewolde, maar ook een alternatief in IJmond is nog in
duurzame bronnen voor warmtenetten.
beeld.
vanaf 2030 op grote schaal voor waterstof lijkt te kunnen worden gebruikt. Deze hoofdstructuur levert een ruimtebehoefte op voor
• •
energievoorzieningen (ook voor bijvoorbeeld opslag van elektriciteit en conversie) en vestigingskansen voor grote
•
innovaties voor opwekken van warmte (bijvoorbeeld onder de weg, of uit oppervlaktewater),
3.4
kleinschalige energiewinning en –opslag: als
bodem
Verstedelijking en het systeem van water en
energieverbruikers. Bestaande voorzieningen zoals de
gevolg van Europese wetgeving zullen lokale
Máximacentrale in Lelystad en initiatieven van bestaande
energiecoöperaties steeds belangrijker worden.
Veel opgaven op het raakvlak van verstedelijking en
grote energieverbruikers zoals Tata Steel zijn daar
Zij zullen worden ondersteund door zogenaamde
het systeem van water en bodem komen voort uit de
belangrijk bij.
independent aggregators. Die leggen de
noodzaak om de regio te wapenen tegen de gevolgen van
verbinding met het landelijke net om een stabiele
de klimaatverandering. Dat gaat vooral om bescherming
Toewerken naar een geïntegreerd hybride systeem dat
energielevering mogelijk te maken. Dit vereist niet
tegen wateroverlast en overstromingen, en de
verschillende duurzame bronnen integreert
alleen aanpassing van de laagspanningsnetten, maar
permanente beschikbaarheid van voldoende zoetwater,
Bestuurlijk is het uitgangspunt vastgesteld op een inzet
ook van een marktmodel dat uitwisseling mogelijk
ook bij langdurige droogte. Klimaatadaptiviteit en
om energieneutraal of energieleverend te ontwikkelen.
maakt.
waterrobuustheid moeten vanzelfsprekende onderdelen
De energietransitie zal daarnaast doorwerken in de
Bij deze overgang naar een duurzaam energiesysteem
worden van ruimtelijke keuzes voor stad en land. Ook
bestaande woningvoorraad. Op het schaalniveau van
moet worden gewaakt voor het ontstaan van
de bodemsoort en bodemkwaliteit worden meer dan
de wijk en buurt en hoger, is de opgave om te komen
energiearmoede.
voorheen sturend voor het ruimtegebruik. Dat speelt in het bijzonder in gebieden waar bodemdaling moet
tot een ‘hybride energiesysteem’. Zo’n hybride systeem integreert verschillende bronnen, koppelt vraag en
Aanleg van een vierde hyperconnectiviteitshub voor
worden vertraagd of tegengegaan en bij de toekomst van
aanbod en voorziet in opslag in één systeem. Dat
datacenters
de grondgebonden landbouw.
moet een geïntegreerd systeem zijn; het ontstaan of
De ruimtebehoefte voor datacenters is geraamd op 250
voortbestaan van parallelle systemen (zoals een gasnet
hectare tot 2030, uitgaand van enkellaags bouwen.
De klimaatverandering manifesteert zich in deze regio
en een warmtenet) is niet wenselijk. In een hybride
Deze oppervlakte komt overeen met de benodigde
misschien wel het duidelijkst in het watersysteem. Het
energiesysteem worden korte ketens gelegd tussen
stroomcapaciteit van 2500 MVA. Van de 250 hectare
systeem is in zijn huidige vorm niet berekend op de
leveranciers en afnemers van stroom en warmte. Het
zal naar verwachting 60% gebruik willen maken van
grotere extremen waar de regio mee te maken krijgt. Dat
onderscheid tussen beide vervaagt.
hyperconnectiviteit. Op dit moment is dat beschikbaar
gaat zowel om langdurige droogte als hevige neerslag.
op drie locaties in de regio: Schiphol Rijk, Amsterdam
Het watersysteem moet veerkrachtiger en robuuster
De overgang naar zo’n geïntegreerd hybride
Zuidoost en Amsterdam Science Park. Voor de toekomst
gemaakt worden.
energiesysteem vraagt nog veel denkkracht en innovatie.
is dat niet voldoende.
94
Daarmee worden klimaatadaptatie en water steeds
op overstroming met geringe diepte, kunnen ook
Ook in het onderliggend watersysteem is meer
belangrijker voor de keuzes in het ruimtelijk domein.
maatregelen zoals ophoging van de bodem worden
bergingscapaciteit noodzakelijk. Het lokaal vasthouden
Dat vraagt van de regio ten eerste een adaptieve
getroffen.
van water in de haarvaten van het regionale
Kwetsbare functies en infrastructuur niet situeren in
watersysteem of in polders is vaak het meest effectief.
op veranderende verwachtingen of omstandigheden,
gebieden met een hoge overstromingskans en een
Maar verspreid over de regio kunnen ook specifieke
en ten tweede een waterrobuuste ontwikkeling, die het
hoge overstromingsdiepte, en/of extra beschermen
waterbergingsgebieden aan het regionale systeem nodig
tegen overstromingen.
zijn.
ontwikkeling, die het mogelijk maakt om snel in te spelen
•
mogelijk maakt om snel en adequaat in te grijpen in geval van dreigende wateroverlast of waterschaarste en de gevolgen van zo’n crisis beperkt.
•
Ruimte behouden voor het versterken (verhogen en/of verbreden) van waterkeringen. Keuzes voor
De opgave om meer water te kunnen bergen, geldt ook
verstedelijking kunnen aanleiding geven voor nieuwe
voor stedelijk gebied. Ontwikkelingen zijn waterneutraal.
Omdat we nog niet weten hoe lang het klimaat blijft
versterkingen, bovenop wat al is afgesproken, als de
Dat wil zeggen dat nieuwe woon- en werklocaties
veranderen en in welk tempo, moeten ruimtelijke
toename in de economische waarde van een gebied
geen extra belasting met zich meebrengen voor
ontwikkelingen ook op korte termijn worden getoetst aan
om een hoger beschermingsniveau vraagt.
het watersysteem op het gebied van veiligheid en waterkwantiteit, maar ook waterkwaliteit. Regenwater
alle scenario’s voor de lange termijn. Zo kunnen ingrepen vermeden worden die op lange termijn tot grote extra
Ruimte reserveren voor waterberging
dat op de woon- en werklocaties valt wordt ter plekke
risico’s of kosten zullen leiden, en blijven verschillende
Zowel in het hoofdwatersysteem, het regionaal
vastgehouden en vertraagd afgevoerd, zodat overtollig
ontwikkelpaden open.
watersysteem, de polders als in stedelijk gebied is ruimte
water tijdens piekperioden niet wordt afgewenteld op
nodig om water op te vangen in periodes van hevige
het watersysteem en geen schade wordt veroorzaakt aan
neerslag of grote toevoer.
vastgoed en infrastructuur.
inrichtingskeuzes in de regio. Het is een voorwaarde voor
In het hoofdwatersysteem functioneert het Markermeer
Water beschikbaar houden, ook tijdens droogte
een veilige en leefbare woon- en werkomgeving.
als waterbuffer. Overtollig water kan hiernaartoe geleid
Het groeiende aantal woningen en bedrijven leidt
De noodzaak van een klimaatadaptieve en waterrobuuste ontwikkeling werkt door in alle ontwikkelings- en
worden, bijvoorbeeld als de waterstand hoog is en
tot een stijgende vraag naar drinkwater. Zo schatten
Risico’s van overstroming beperken
afvoer naar zee niet of onvoldoende kan plaatsvinden.
de waterleidingbedrijven in dat ze voor de Utrechtse
Bij het beperken van risico’s van overstromingen staat de
Die functie moet intact blijven. Daarnaast hebben het
Heuvelrug (waaronder ‘t Gooi) rond 2040 zo’n 30% meer
meerlaagse veiligheid centraal. Tot nu toe was er vooral
Amsterdam-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal beide
drinkwater moeten winnen, terwijl er nu al water wordt
aandacht voor de bouw van sterke waterkeringen (laag
extra ruimte nodig om water tijdelijk naar af te voeren
gewonnen in gebieden waar dat vanuit een oogpunt
1). In de toekomst moet dit gebeuren in samenhang met
in periodes van een grote watertoevoer. Voor beide
van natuur en klimaatadaptatie niet of niet in die mate
een waterbestendige ruimtelijke inrichting (laag 2) en een
kanalen zijn verschillende zoekgebieden in beeld: ten
wenselijk is (zoals ‘t Gooi). Ook de eventuele overgang
adequate crisisbeheersing (laag 3). Dit betekent:
noorden of ten zuiden van het Noordzeekanaal, en ten
naar waterstof in het energiesysteem vraagt om veel water.
•
Gebieden met verhoogde overstromingskans óf
oosten of ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal
vrijwaren van verstedelijking, óf bebouwen op een
(waarbij de westelijke locatie buiten de Metropoolregio
Bij de locatiekeuze van watervragende functies zoals
wijze die bestand is tegen hoogwater (bijvoorbeeld
ligt). Gebieden die hiervoor in aanmerking komen,
datacenters en industrieën moet rekening worden
drijvend of verhoogd). Dit geldt in het bijzonder
blijven gevrijwaard van verstedelijking. Wel is recreatief
gehouden met de beschikbaarheid van water. Dat geldt
voor gebieden die met diepe overstromingen te
medegebruik denkbaar.
ook bij landschappelijke maatregelen zoals het vernatten
maken kunnen krijgen. Bij een relatief hoog risico
van veenweidegebieden. Daarnaast is het van belang om
95
in de toekomst de behoefte aan zoetwater te verminderen
Bodemdaling tegengaan
Ecologische kwaliteit borgen van Natura
en bestaande reservoirs in en om de regio (waarvan het
Daling van veenweidegebieden levert een grote
2000-gebieden en andere delen van het Nationaal
Markermeer het grootste is) intact te houden.
bijdrage aan de uitstoot van CO2 in de regio en vraagt bij
Natuurnetwerk
ongewijzigde agrarisch gebruik om een steeds diepere
Nationaal, en voor wat betreft de Natura 2000-gebieden
De opgave om voldoende water beschikbaar te houden
bemaling. De bodemdaling moet daarom worden
ook internationaal, is bepaald dat in het Nationaal
krijgt extra urgentie door de klimaatverandering.
tegengegaan. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik.
Natuurnetwerk het leefgebied voor aangewezen dier- en
Daardoor krijgen we vaker te maken met lange periodes
Verstedelijking is op deze slappe bodemsoort niet
plantsoorten niet mag worden aangetast. Dat stelt ook
van droogte. Dat benadrukt de noodzaak om voldoende
het meest voor de hand liggende alternatief. Een
eisen aan de ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving.
water beschikbaar te houden en de behoefte aan water
inrichting met behoud van de landbouwfunctie, maar
De stikstofdepositie als gevolg van ruimtegebruik in de
structureel te verminderen.
dan natuurinclusief en met gesloten kringlopen,
omgeving van Natura 2000-gebieden die daar gevoelig
of natuurontwikkeling liggen meer voor de hand.
voor zijn (in het bijzonder de veengebieden en de duinen),
Verbeteren van de waterkwaliteit
Combinaties met recreatie zijn goed denkbaar. In andere
moet worden teruggedrongen. Het terugdringen van de
Een goede kwaliteit van het water is belangrijk voor
bodemdalingsgevoelige gebieden, zoals in Flevoland
stikstofdepositie is tegelijk een voorwaarde om ruimte te
de natuur, maar ook voor de leefbaarheid en de
dat te maken heeft met een inklinkende kleibodem, kan
creëren voor nieuwe economische ontwikkelingen.
volksgezondheid. Op dit moment worden de normen van
verstedelijking wel een optie zijn. Dit zou voor de lange
de Kaderrichtlijn Water op veel plaatsen niet gehaald.
termijn echter wel leiden tot een grote opgave voor
Vergroten biodiversiteit in de stad en in agrarisch
Verstedelijking en klimaatverandering (met bijbehorende
onderhoud en beheer.
gebied Ook het stedelijk gebied draagt bij aan de biodiversiteit
droogte en verzilting) kunnen leiden tot een verdere vermindering van de waterkwaliteit.
Kringlooplandbouw
in de regio. Die bijdrage kan worden vergroot door de
De waterkwaliteit hoeft niet overal hetzelfde te zijn.
pm, in relatie met bodemdaling, verzilting, groene
groenstructuren in de stad, maar ook door natuurinclusief
Van belang is dat er in het watersysteem een ordening
diensten, bodemuitputting, range van hyperlokaal tot
te bouwen en inwoners en bedrijven te stimuleren om
ontstaat van schoon naar minder schoon water en
hyperglobaal. Voedsel als kans om stad en land met elkaar
tuinen, balkons en daken te vergroenen. In agrarisch
van zilt naar zoet water, en dat deze ordening met het
te verbinden.
gebied kunnen vormen van agrarisch natuurbeheer en natuurinclusieve landbouw bijdragen aan de biodiversiteit,
bestaande en verwachte ruimtegebruik is afgestemd. De behoefte aan zoet water neemt bijvoorbeeld af als het
3.5
grondgebruik in verziltende gebieden op die verzilting
Afronden Nationaal Natuurnetwerk
Verstedelijking en het ecologisch systeem
kan worden afgestemd. Dat speelt in het bijzonder in
Het ecologische systeem in de regio gaat over de
Landschapsinvesteringen combineren met vergroten
veenweidegebieden. In combinatie met de opgave om de
biodiversiteit op land en in het water, binnen en buiten
biodiversiteit
bodemdaling tegen te gaan, vraagt dat van agrariërs om
natuurgebieden. De Metropoolregio omvat twee
‘Landschapsinclusief ontwikkelen’ biedt uitgelezen kansen
na te denken over andere teelten.
Nationale Parken (Zuid-Kennemerland en Nieuw Land)
om de biodiversiteit te vergroten. Doelen op het gebied
De inrichting van de stad kan bijdragen aan de
en een aantal andere Natura 2000-gebieden (gesitueerd
van flora en fauna kunnen in ruimtelijke ontwikkelingen
waterkwaliteit door plekken met een hoge gebruiksdruk
langs de kust, in Gooi- en Vechtstreek, Markermeer-
worden geïntegreerd, bijvoorbeeld door ecologische
in en naast het water (denk aan steigers, vaarroutes,
IJmeer, Zaanstreek en Waterland). Samen met andere
verbindingen te verbeteren en bij te dragen aan de
drijvende objecten) af te wisselen met rustige
natuurgebieden en -verbindingen vormen zijn het
afronding van het Nationaal Natuurnetwerk.
natuurvriendelijke plekken in en op het water. Maar
Nationaal Natuurnetwerk in de regio. De vastgestelde
ook het bouwrijp maken zonder drainage op klei- en
ambitie is om dit netwerk in 2027 te voltooien. Om
veengronden bevordert de waterkwaliteit.
die ambitie te bereiken, is een versnelling van de natuurontwikkeling noodzakelijk.
bijvoorbeeld via weidevogelbeheer.
96
Bijlage B
Ontwikkel- en inrichtingsprincipeS De teksten in deze bijlage bevatten de ‘ontwikkel- en inrichtingsprincipes’ die zijn vastgesteld tijdens de voorbereiding van de Verstedelijkingsstrategie. Ontwikkelprincipes zijn onderdeel van de bestuurlijke uitgangspunten die zijn vastgesteld in BO-MIRT van november 2019. Al deze principes van het BO-MIRT worden in deze bijlage cursief geciteerd. De nummering is die van de bestuurlijke uitgangspunten. Om ze nader te duiden, zijn deze principes op onderdelen verder ingevuld. Deze invullingen komen voort uit eerder gemaakte afspraken of lopende beleidstrajecten (zoals Samen Bouwen aan Bereikbaarheid – SBaB en Metropolitaan Landschap) en zijn vastgesteld door de Stuurgroep in haar vergadering van 13 mei 2020. Principe 1.1 “Rijk en MRA streven naar een duurzame, sociaal-maatschappelijk en economisch sterke metropoolregio. Het verstedelijkingsconcept voor de middellange en lange termijn moet het gemeenschappelijke kader bieden voor de afwegingen en keuzes met goed interbestuurlijk samenspel.” Principe 2 “De polycentrische metropoolregio vormt de basis voor de verdere doorontwikkeling van het verstedelijkingsconcept. We werken aan verdere functionele integratie van de verschillende karakteristieken en elkaar versterkende kernen en aan de identiteit van de metropoolregio die als één grote stad functioneert.”
1
Borgen van een goede leefbaarheid
Principe 1.2 “Rijk en MRA houden nadrukkelijk oog voor de effecten van de verstedelijkingsstrategie die de burger dicht bij huis, in bestaande wijken en buurten in de steden en in de kernen in landelijk gebied, ervaart en die de directe leefomgeving aantrekkelijker, gezonder en duurzamer kunnen maken”. Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de volgende invulling aan toe: •
gezondheidsrisico’s waaraan mensen worden blootgesteld (zoals geluid, hittestress en fijnstof) worden
97
• • •
2
teruggedrongen,
3
de inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan een gezonde leefomgeving, sociale
Principe 4.3
interactie én een aantrekkelijk vestigingsmilieu,
“Rijk en MRA verbeteren het functioneren van de woningmarkt en de leefbaarheid,
het lokale voorzieningenniveau wordt op een aanvaardbaar peil gehouden of gebracht, ook in
zodat het zowel voor huidige als toekomstige bewoners mogelijk is een passende en
gebieden waar dat onder druk staat (zoals in kleinere kernen in het landelijk gebied),
aantrekkelijke woonplek te vinden. We werken aan voldoende woningen, met een
de beschikbaarheid en robuustheid van voldoende groen in de wijken en op korte afstand
divers en betaalbaar woningaanbod in diverse woonmilieus, in kwalitatief goede en
wordt bevorderd.
veilige leefomgevingen”.
Stad en landschap worden in samenhang ontwikkeld
Te ontwikkelen woonmilieus zijn divers, leefbaar en sociaal-inclusief
Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de
Principe 3
volgende invulling aan toe:
“De ontwikkeling van stad en landschap is een samenhangende opgave. Onze inzet is landschap
•
Op ontwikkelingslocaties worden woningen gebouwd in verschillende
inclusieve ontwikkeling, waarbij we de functies en kwaliteiten van het landschap versterken. Het
prijsklassen, waaronder voldoende betaalbare woningen, en in verschillende
landschap vormt de contouren van de verstedelijking. De uitgangssituatie en de karakteristieken
woningtypen in aansluiting op de woningbehoefte (tenzij het om een locatie met
van het landschap in relatie tot verstedelijking verschillen binnen de MRA”.
een zeer beperkt aantal woningen gaat). •
Waar eenzijdigheid in de woningvoorraad of bevolkingssamenstelling
Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de volgende
de kansengelijkheid in de regio bedreigt, doorbreken we dat door bij de
invulling aan toe:
woningbouw in of nabij dergelijke clusters slim te programmeren in woningtypen,
•
Waarden en kansen van het landschap op het gebied van bijvoorbeeld water, bodem, erfgoed, natuur, recreatie en beleving zijn intrinsiek onderdeel bij alle ontwikkelingskeuzes, en ook het
voorzieningen en hun ontsluiting. •
landschapsbeheer wordt daarbij betrokken, zodanig dat een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde leefomgeving én een aantrekkelijk vestigingsmilieu voor bedrijven. •
voldoende groen en goede wandel- en fietsvoorzieningen. •
Waar en wanneer nieuwe bouwlocaties (voor functies als wonen, werken, infrastructuur,
•
Bij locatiekeuzes voor woningbouw, infrastructuur en werklocaties wordt gezocht naar toekomstbestendige maatwerkoplossingen, waarbij altijd de vraag centraal
energie) buiten stedelijk gebied gevonden moeten worden, zijn landschappelijke kwaliteiten bepalend voor de locaties en begrenzingen.
Woonomgevingen nodigen uit tot een gezonde levensstijl, onder meer door
staat hoe we kunnen borgen dat mensen gezond, veilig en prettig kunnen wonen. •
Als ruimtelijke ontwikkelingen niet binnen bestaand stedelijk gebied plaats kunnen
Waar door verdichting de druk op de groenvoorzieningen toeneemt, worden de kwantiteit, kwaliteit en bereikbaarheid van het groen vergroot.
vinden, nemen de regionale partijen een houding aan van ruimhartige compensatie van de vermindering van oppervlakte en aantasting van landschappelijke, recreatieve en ecologische
4
Stedelijke ontwikkelingen en investeringen in mobiliteitssystemen
kwaliteiten .
versterken elkaar in een samenhangend en evenwichtig mobiliteitsnetwerk
•
Vanaf iedere woning is een aantrekkelijk landschap binnen vijftien minuten fietsen bereikbaar.
Principe 4.1
•
Aan stedelijke ontwikkelingen worden investeringen in een aantrekkelijk landschap gekoppeld.
“Rijk en MRA realiseren woon-, werklocaties en voorzieningen zoveel mogelijk
•
Ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap dienen altijd meerdere doelen, bijvoorbeeld op
binnenstedelijk. Deze realiseren we via binnenstedelijke verdichting in gemengde
het gebied van de waterhuishouding, het klimaat, de stikstofdepositie, de kringlooplandbouw,
milieus en geconcentreerd rond OV-knooppunten. De focus voor toekomstige
de biodiversiteit, de recreatie, het erfgoed of de bodemdaling.
binnenstedelijke ontwikkeling ligt bij de sleutelgebieden, de zoekgebieden voor grootschalige ontwikkellocaties in de MRA zoals opgenomen in de Ontwerp NOVI”.
98
Principe 4.2
mobiliteitssystemen met hun eigen voorkeursmodaliteiten:
“Rijk en MRA realiseren de al aangewezen en toekomstige uitleglocaties op voorwaarde dat ze
- lopen, fiets en openbaar vervoer als basis in binnenstedelijk gebied,
goed en tijdig ontsloten worden, ook met het openbaar vervoer”.
- openbaar vervoer primair op relaties tussen de grote steden en op de economische kerncorridors, - de auto als basis voor overige relaties;
Principe 5.1 “Om binnenstedelijke verdichting en concentratie rond knooppunten mogelijk te maken zetten we
2. we transformeren naar een slim en duurzaam mobiliteitssysteem;
vooral in op regionale OV- en fietsverbindingen om ketenreizen beter mogelijk te maken”.
3. we stellen de reiziger/verlader centraal; denken van deur-tot-deur; 4. we creëren vloeiende overgangen tussen schaalniveaus en tussen modaliteiten;
Principe 5.2
5. we werken aan leefbare (binnen)stedelijke gebieden met een focus op
“Ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties en recreatiegebieden gebeurt in wisselwerking
voorzieningen voor wandelen, fiets en openbaar vervoer;
met het regionale OV-systeem en fietsnetwerk, zowel wat betreft capaciteit van de lokale,
6. we benutten de bestaande infrastructuur optimaal.
regionale en bovenregionale netwerken als ook in de tijd.” Principe 5.3
5
De ontwikkeling van economische centra en andere werklocaties draagt
“We zetten in op een mobiliteitssysteem met aandacht voor alle modaliteiten (fiets, regionaal
bij aan een veerkrachtige, schone en inclusieve MRA-economie
openbaar vervoer, spoor, auto), slimme mobiliteit (‘smart mobility’) en in wisselwerking met het
Principe 6.1
verstedelijkingsconcept. Voor de grotere systeemopgaven werken we aan een netwerkstrategie en
“Nieuwe plannen voor woningbouw die leiden tot transformatie en verlies aan
een goed functionerend ‘daily urban system’.”
bedrijventerrein kunnen als voldoende ruimte voor bedrijvigheid beschikbaar is”.
Voor de uitwerking van deze principes in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de volgende
Principe 6.2
invulling aan toe:
“Rijk en MRA houden rekening met extra ruimte voor bedrijvigheid die nodig is voor
•
bij de verdeling van woon- en werkprogramma’s nabij openbaar vervoer hanteren we een
de transformatieperiode naar een klimaatadaptieve, energieneutrale en circulaire
onderscheid tussen:
economie, in het bijzonder in haven- en industriegebieden”.
- multimodale knooppunten: direct bereikbaar per bus, trein én metro, met (aanwezig of in potentie) een hoogstedelijk gemengd milieu en een zwaar economisch programma;
Principe 6.3
- stadsharten: direct bereikbaar per bus en per trein of metro, met een hoogstedelijk
“Rijk en MRA ontwikkelen bestaande en nieuw te ontwikkelen woon- en werklocaties
gemengd milieu en groeimogelijkheden voor het economische programma;
zoveel mogelijk circulair en met nadruk op de toepassing van hoogwaardige
- haltes: direct bereikbaar per trein of metro met een stedelijk woonmilieu of met potentie
materialen”.
voor een licht commercieel programma. Het RO/EZ-kader, opgenomen in de bijlagen, bevat een programmatische invulling in
Voor de uitwerking van deze principes in het verstedelijkingsconcept voegen we hier
bandbreedtes van het woon- en het werkprogramma.
de volgende invulling aan toe: •
concurrentiekracht en het innovatievermogen van de regio en van Nederland.
Voor de uitwerking van het mobiliteitsnetwerk voegen we hier de zes principes aan toe die voortkomen uit het programma SBaB (Samen Bouwen aan Bereikbaarheid). Deze worden in de
De ruimtelijk-economische ontwikkeling draagt bij aan de internationale
•
Werkgelegenheid en arbeidsmarkt in de regio sluiten op elkaar aan. De druk op
eerstvolgende Programmaraad van SBaB ter vaststelling aangeboden (14 mei a.s.).
de ruimte mag er niet toe leiden dat voor veel praktisch geschoolden passende
1. we benutten de kracht van de modaliteiten en we faciliteren verschillende schaalniveaus van
werkgelegenheid niet meer op een snelle en betaalbare manier bereikbaar is.
99
•
strategische ruimtereserveringen worden gemaakt. De aanwezige milieuruimte blijft
In de overgangsperiode naar een circulaire economie houden we rekening met een tijdelijk
daar in stand en wordt mogelijk uitgebreid.
extra ruimtebeslag, waarin voorzieningen zowel voor de ‘oude’ als de circulaire economie nodig zijn. Dit kan betekenen dat er strategische ruimtereserveringen worden gemaakt, en
•
Voor nieuwe datacenters die gebruik maken van hyperconnectiviteit wordt één locatie in de regio aangewezen van maximaal 150 hectare. Bij de locatiekeuze voor
de aanwezige milieuruimte op die locaties nodig blijft en mogelijk wordt uitgebreid.
deze en andere nieuwe datacenters is de beschikbaarheid van voldoende koelwater 6
Ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan de versnelling van de energietransitie
een voorwaarde (tenzij voor een innovatieve, niet-watergekoelde oplossing wordt
Principe 7.1
gekozen).
“Rijk en MRA zetten in op energieneutraal of energieleverend ontwikkelen”. 7
Ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan een klimaatbestendige
Principe 7.2
metropoolregio
“Rijk en MRA accommoderen vraag (verbruik energie) en aanbod (opwekking duurzame
Principe 7.5
energie) zo dicht mogelijk bij elkaar en passend bij eigenschappen en efficiëntie van
“Rijk en MRA verstedelijken klimaatbestendig, door de gevolgen van
het netwerk. Daarbij houden we er rekening mee dat vanwege de energietransitie het
klimaatveranderingen (droogte, hitte, extreme regenbuien en mogelijke
elektriciteitsnetwerk versterkt moet worden en andere energienetwerken (warmte, waterstof)
overstromingen) te verkleinen”.
opgezet en uitgebreid moeten worden”. Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de Principe 7.3
volgende invulling aan toe:
“Rijk en MRA houden regie op het ontwikkelen van datacenters afgestemd op de
•
Nieuwe locaties en herstructureringsgebieden voor wonen en werken worden
beschikbaarheid van stroom, de aanwezigheid van een warmtenetwerk en het verkleinen van
klimaatbestendig en waterneutraal ontwikkeld: regenwater wordt ter plekke
de afstand tot de aanlanding van wind op zee of lokale (duurzame) opwekking”.
vastgehouden en vertraagd afgevoerd, hittestress wordt tegengegaan en de schade bij mogelijke overstromingen blijft beperkt.
Principe 7.4
•
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen vinden alleen plaats op locaties waar ze te combineren zijn met een robuust en toekomstbestendig systeem van water en
“Het Noordzeekanaalgebied vormt hét knooppunt voor duurzame energie in de MRA”.
bodem. Dat betekent onder meer dat niet wordt gebouwd in gebieden met een Voor de uitwerking van deze principes in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de
relatief hoge kans op overstromingen met een relatief grote diepte, tenzij gebouwd
volgende invulling aan toe:
wordt op een wijze die bestand is tegen zo’n overstroming. Dat geldt in het bijzonder
•
voor kwetsbare functies zoals datacenters, ziekenhuizen en vitale infrastructuur.
De capaciteit van de energieinfrastructuur (opwekking, transport, conversie, opslag) wordt meegewogen in de keuze en inrichting van stedelijke ontwikkelingslocaties. Daarbij
•
energiesysteem’ dat meerdere duurzame energiebronnen en modaliteiten (elektriciteit,
•
•
Met name grote energieverbruikers worden gesitueerd in de buurt van locaties waar
Er wordt voldoende ruimte gecreëerd voor tijdelijke waterberging in natte periodes, zowel in polders als aan het regionale watersysteem en het hoofdwatersysteem.
waterstof, warmte en CO2) benut en vraag en aanbod ook op wijk- en buurtniveau koppelt. •
Ontwikkelingen dragen zo mogelijk bij aan het tegengaan en vertragen van de bodemdaling.
wordt rekening gehouden met de verwachte omslag naar een ‘geïntegreerd hybride
•
Er wordt voldoende water vastgehouden of opgeslagen, zodat er ook in lange
duurzame energie gewonnen wordt en nabij de hoofdverbindingen in het energienet
periodes van droogte voldoende zoetwater beschikbaar blijft voor natuur, drinkwater
tussen het Noordzeekanaalgebied en Groningen (voor elektriciteit en mogelijk ook voor
en landbouw. Nieuwe functies die veel water vragen worden gesitueerd op een
waterstof, als de huidige aardgasleiding wordt omgevormd tot waterstofleiding).
locatie waar voldoende water in de nabijheid aanwezig is.
Op plekken en in gebieden die een rol spelen in het toekomstige energiesysteem of daarvoor (na afweging in het Verstedelijkingsconcept) in aanmerking komen, kunnen
100