CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzenrapport BP ZP Putbroekerbosweg

Gemeenteraad 9 september 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop11.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ontwerpbestemmingsplan ‘Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop’ (NL.IMRO.1711.BP20200073-OW01)

HOOFDSTUK 1. INLEIDING

A. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop’ heeft overeenkomstig het coördinatiebesluit ex artikel 3.30 van de Wro, vastgesteld door de raad op 8 april 2021, vanaf 30 april 2021 zeven1 weken (tot en met 17 juni 2021) ter inzage gelegen op het gemeentehuis aan de Nieuwe Markt 55 te Echt. Het ontwerpbestemmingsplan is tevens beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen de ter inzage termijn is een ieder de mogelijkheid geboden om schriftelijke en/of mondeling zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad van Echt-Susteren. Tijdens de ter inzage termijn heeft tevens de bijbehorende ontwerp-omgevingsvergunning voor zienswijzen ter inzage gelegen. De afhandeling van deze zienswijzen is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. In dit rapport wordt daarom niet inhoudelijk op deze zienswijzen ingegaan. Er zijn 17 zienswijzen binnen de daartoe voorgeschreven termijn ingediend. Daarmee zijn deze zienswijzen ontvankelijk. Eén zienswijze is buiten de daartoe voorgeschreven termijn ingediend. Deze zienswijze is daarom niet ontvankelijk. Verder is er 1 mededeling binnengekomen. B. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen samengevat.

Per zienswijze wordt een gemeentelijk standpunt geformuleerd en is, wanneer van toepassing, een overzicht opgenomen van de aanpassingen die in het bestemmingsplan worden doorgevoerd naar aanleiding van de ingediende zienswijze. De samenvatting van de zienswijze heeft overigens alleen tot doel de leesbaarheid van deze Nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijze is de volledige brief, zoals deze bij de gemeente is ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen. Het is verder noodzakelijk om een aantal ambtelijke wijzigingen door te voeren op het ontwerpplan. In hoofdstuk 3 is een overzicht opgenomen van deze wijzigingen.

1

In de titel van de publicatie van 29 april 2021 was alleen het ontwerpbestemmingsplan genoemd en niet de ontwerpomgevingsvergunning. Daarom is de ter inzage legging van het ontwerpplan en de ontwerpvergunning op 6 mei 2021 opnieuw gepubliceerd.

1

HOOFDSTUK 2. SAMENVATTING ZIENSWIJZEN EN GEMEENTELIJK STANDPUNT

Zienswijze 1 1. Reclamant kan zich voorstellen dat de energietransitie moet versnellen, echter niet door het inrichten van grootschalige zonneparken in het relatief kleine Nederland. Er zijn genoeg minder dichtbevolkte EU-lidstaten met voldoende landoppervlak voor alternatieve energiebronnen. Standpunt gemeente In 2019 heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990. Dit is tevens vastgelegd in de Klimaatwet. Om dit doel te bereiken is onder andere afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Hierbij moet 35 TWh aan hernieuwbare productie op land plaatsvinden. Dit is een nationale opgave en moet dus binnen de grenzen van Nederland gerealiseerd worden. De gemeente Echt-Susteren heeft zich binnen het kader van het Klimaatakkoord ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er binnen de gemeentegrenzen niet meer energie wordt verbruikt dan dat er duurzaam wordt opgewekt. Deze doelstelling moet deels bereikt worden door zonneparken op landbouwgronden te realiseren, zoals blijkt uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' en de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 – 2022'. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan.

De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. Voor de daadwerkelijke realisatie van het onderhavige park heeft initiatiefnemer vervolgens een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie2 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Als alternatieve locatie wordt door reclamant minder bevolkte gebieden in EU-lidstaten aangehaald. De opgave die Nederland vanuit het Klimaatakkoord heeft, moet echter binnen de Nederlandse grenzen behaald worden. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen energiedoelstellingen die zij binnen haar grenzen gerealiseerd wil zien.

Op voorhand is daarom reeds duidelijk dat door verwezenlijking van het aangehaalde alternatief geen gelijkwaardig resultaat wordt behaald met aanmerkelijk minder bezwaren. Immers, de locaties liggen niet in Nederland. De aangedragen alternatieve locatie is dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 2. Ook leidt dit zonnepark tot een ernstige aantasting van het kleinschalige, cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle landschap, aldus reclamant. Tevens wordt kostbare landbouwgrond verkwist en wordt het meest groene en onbebouwde gebied van de gemeente verder versnipperd. Dit draagt niet bij aan het toeristisch imago van het smalste stukje Nederland. Standpunt gemeente Zoals onder 1 reeds aangegeven heeft de beoordeling van de locatie plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel. Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Er is beoordeeld of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang

2

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.

2

met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'. Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Hierop heeft het panel geadviseerd dat dit nader uitgewerkt moest worden. Dit is gebeurd. Qua recreatie wordt er een informatiepaneel langs een bestaande wandelroute geplaatst en vruchtdragende soorten in de te realiseren singels kunnen geplukt worden. Er wordt dus niet ingezien waarom deze ontwikkeling geen bijdrage levert aan het toeristisch imago van ‘t Smalste stukje Nederland. Ten slotte wordt in de zienswijze opgemerkt dat goede landbouwgrond wordt verkwist. Allereerst betreft de totale ontwikkeling van de 5 zonneparken +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw.

De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden.

3. Reclamant vervolgt door te stellen dat de zonneladder niet voldoende wordt gevolgd. Alle aandacht gaat uit naar het oprichten van zonneparken in het landschap. De mogelijkheden van zonneparken op daken, langs wegen/spoorlijnen en andere alternatieven in en buiten de bebouwde kom zijn onvoldoende onderzocht en uitgewerkt. Standpunt gemeente In bijlage 11 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie. Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden. Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag.

Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen. Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid. Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv. voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen).

3

4. Er wordt volgens reclamant gesuggereerd dat er binnen het stedelijke gebied geen 22,3 ha vrijgemaakt kunnen worden als alternatieve locatie voor dit zonnepark. Dat is een logische conclusie als je het beschikbare (particuliere) dakoppervlak niet meetelt. Tevens gaat het netto maar om 18,3 ha (incl. onderhoudspaden) zonnepanelen. Het ruimtegebruik voor dit park buiten stedelijk gebied is dus inefficiënt. Standpunt gemeente Zoals onder punt 3 reeds is aangeven, is wat betreft trede 1 (zon op dak) aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. 5. Ten slotte wordt door reclamant gesteld dat de gemeente niet kan garanderen dat de opgewekte stroom van dit zonnepark terecht komt bij de genoemde huishoudens, waarvoor het zonnepark bedoeld is. Standpunt gemeente De aanleg van het zonnepark heeft niet als doel om de gestelde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen.

Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 2 1. Reclamant kan zich voorstellen dat de energietransitie moet versnellen, echter niet door het inrichten van grootschalige zonneparken in het relatief kleine Nederland. Er zijn genoeg minder dichtbevolkte EU-lidstaten met voldoende landoppervlak voor alternatieve energiebronnen. Standpunt gemeente In 2019 heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990. Dit is tevens vastgelegd in de Klimaatwet. Om dit doel te bereiken is onder andere afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Hierbij moet 35 TWh aan hernieuwbare productie op land plaatsvinden. Dit is een nationale opgave en moet dus binnen de grenzen van Nederland gerealiseerd worden. De gemeente Echt-Susteren heeft zich binnen het kader van het Klimaatakkoord ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er binnen de gemeentegrenzen niet meer energie wordt verbruikt dan dat er duurzaam wordt opgewekt.

Deze doelstelling moet deels bereikt worden door zonneparken op landbouwgronden te realiseren, zoals blijkt uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' en de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 – 2022'. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan. De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. Voor de daadwerkelijke realisatie van het onderhavige park heeft initiatiefnemer vervolgens een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie3 blijkt dat indien een project 3

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.

4

op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Als alternatieve locatie wordt door reclamant minder bevolkte gebieden in EU-lidstaten aangehaald. De opgave die Nederland vanuit het Klimaatakkoord heeft, moet echter binnen de Nederlandse grenzen behaald worden. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen energiedoelstellingen die zij binnen haar grenzen gerealiseerd wil zien. Op voorhand is daarom reeds duidelijk dat door verwezenlijking van het aangehaalde alternatief geen gelijkwaardig resultaat wordt behaald met aanmerkelijk minder bezwaren. Immers, de locaties liggen niet in Nederland. De aangedragen alternatieve locatie is dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 2. Ook leidt dit zonnepark tot een ernstige aantasting van het kleinschalige, cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle landschap, aldus reclamant. Tevens wordt kostbare landbouwgrond verkwist en wordt het meest groene en onbebouwde gebied van de gemeente verder versnipperd. Dit draagt niet bij aan het toeristisch imago van het smalste stukje Nederland.

Standpunt gemeente Zoals onder 1 reeds aangegeven heeft de beoordeling van de locatie plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel. Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Beoordeeld is of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'. Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Hierop heeft het panel geadviseerd dat dit nader uitgewerkt moest worden. Dit is gebeurd. Qua recreatie wordt er een informatiepaneel langs een bestaande wandelroute geplaatst en vruchtdragende soorten in de te realiseren singels kunnen geplukt worden.

Er wordt dus niet ingezien waarom deze ontwikkeling geen bijdrage levert aan het toeristisch imago van ‘t Smalste stukje Nederland. Ten slotte wordt in de zienswijze opgemerkt dat goede landbouwgrond wordt verkwist. Allereerst betreft de totale ontwikkeling van de 5 zonneparken +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden.

3. Reclamant vervolgt door te stellen dat de zonneladder niet voldoende wordt gevolgd. Alle aandacht gaat uit naar het oprichten van zonneparken in het landschap. De mogelijkheden van zonneparken op daken, langs wegen/spoorlijnen en andere alternatieven in en buiten de bebouwde kom zijn onvoldoende onderzocht en uitgewerkt. Standpunt gemeente In bijlage 11 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder.

5

Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie. Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden. Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen.

Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid. Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv. voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen). 4. Er wordt volgens reclamant gesuggereerd dat er binnen het stedelijke gebied geen 22,3 ha vrijgemaakt kunnen worden als alternatieve locatie voor dit zonnepark. Dat is een logische conclusie als je het beschikbare (particuliere) dakoppervlak niet meetelt. Tevens gaat het netto maar om 18,3 ha (incl. onderhoudspaden) zonnepanelen. Het ruimtegebruik voor dit park buiten stedelijk gebied is dus inefficiënt. Standpunt gemeente Zoals onder punt 3 reeds is aangeven, is wat betreft trede 1 (zon op dak) aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. 5.

Ten slotte wordt door reclamant gesteld dat de gemeente niet kan garanderen dat de opgewekte stroom van dit zonnepark terecht komt bij de genoemde huishoudens, waarvoor het zonnepark bedoeld is. Standpunt gemeente De aanleg van het zonnepark heeft niet als doel om gestelde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 3 Strijd met provinciale regelgeving en beleid 1. Het bestemmingsplan is volgens reclamant strijdig met de Omgevingsvisie van de provincie Limburg. Op ontwikkelingen als de onderhavige is de Limburgse Zonneladder van toepassing. In

6

de toelichting wordt gerefereerd aan de Omgevingsvisie en de zonneladder en wordt geconcludeerd dat het onderhavig plan past binnen deze kaders. Dit is echter niet het geval. Realisatie van zonnepanelenvelden op goede landbouwgronden dient als absolute uitzondering te gelden. In dit geval gaat het juist om goede landbouwgronden. Deze gronden zijn bovendien gelegen in agrarisch gebied en worden nog altijd door het agrarisch bedrijf bewerkt. Het moge duidelijk zijn dat bij het maken van deze uitzondering deze beslissing goed moet worden gemotiveerd. Uit de besluitvorming blijkt echter dat dit niet het geval is. Standpunt gemeente Allereerst betreft het gronden die door het betreffende agrarische bedrijf worden gepacht. Door de eigenaren is de pacht echter beëindigd. Na afloop van de pachtperiode maken de gronden dus geen onderdeel meer uit van de bedrijfsvoering. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor het zonnepark een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. Ten slotte geldt dat 22,3 ha landbouwgrond wordt ingezet voor de ontwikkeling van het zonnepark.

Dit is een relatief klein gedeelte (0,45 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Zie verder het gestelde onder punt 2 wat betreft de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. 2.

Dat de gemeente de treden van de zonneladder gelijktijdig invult en haar duurzaamheidsdoelen wil behalen is volgens reclamant geen motivering van de hoofdregel 'nee, tenzij'. Die motivering is bovendien geen ruimtelijke integrale afweging en bovendien is er geen sprake van de instandhouding van de landschapsstructuur. Aandacht voor daadwerkelijk lokaal draagvlak en participatie is ook geen onderdeel van de planvorming geweest. Op grond van de kwaliteiten van het onderhavige plan zou realisatie passen binnen de Limburgse Zonneladder. Gesteld wordt dat het plan hoog zou scoren op het gebied van een aantal aspecten zoals landschappelijke kwaliteit, participatie en draagvlak. Uit de motivering blijkt echter niet dat dit zo is. De uitzonderingspositie van onderhavige locatie/plan is niet gemotiveerd. Standpunt gemeente De gemeente heeft het gelijktijdig invullen van de treden 1 en 4 van de zonneladder niet gehanteerd als motivering van het 'nee, tenzij' – principe. In bijlage 11 van de bestemmingsplantoelichting is de ladder onderbouwing opgenomen. Hieruit volgt dat de gemeente naast trede 4 ook trede 1 invult. Echter, uitsluitend inzetten op trede 1 is niet haalbaar, omdat er niet voldoende geschikte daken voor handen zijn om in de huidige en toekomstige elektriciteitsbehoefte te kunnen voorzien.

Dit is nader onderbouwd in de bijgevoegde bijlage 1 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren'. Vervolgens is toegelicht waarom de treden 2 en 3 niet ingevuld kunnen worden. Om trede 4 en dus het 'nee, tenzij' – principe te kunnen onderbouwen, is de invulling van de drie beleidspijlers uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren', zijnde landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak, gehanteerd. Uit de ladderonderbouwing blijkt dat de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt heeft gedaan. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de voornoemde drie beleidspijlers. Het zonnepark aan de Putbroekerbosweg te Maria Hoop is één van de vijf plannen die het beste gescoord hebben op de toetsingscriteria. Zie bijlage 2 voor het toetsingsformulier van het zonnepark Putbroekerbosweg. Met in acht name van deze toetsing is het plan voor het zonnepark vervolgens nader uitgewerkt in het onderhavige bestemmingsplan. Een landschapsplan, een profijtplan en een communicatie/participatieplan maken als bijlagen

7

onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er wel degelijk sprake is van de instandhouding van de landschapsstructuur (zie verder het gestelde bij punt 6 en 10) en dat er aandacht is voor lokaal draagvlak en participatie. Op basis van deze documenten wordt niet ingezien waarom geen voldoende aandacht is besteed aan deze aspecten. Ten slotte dient opgemerkt te worden dat de provincie Limburg tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld heeft geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. 3.

Volgens reclamant wordt inhoudelijk eigenlijk enkel gesteld dat alternatieven zouden ontbreken of dat met de alternatieven niet zou kunnen worden voldaan aan de duurzaamheidsopgave. Dit blijft echter bij een stelling en is niet nader onderzocht. Standpunt gemeente In de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) is nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. Aanvullend kan hier nog het volgende bij opgemerkt worden. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen. Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid.

Kortom, er heeft, naast trede 1, wel degelijk een beoordeling van locaties plaatsgevonden binnen de treden 2 en 3, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv. voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen).

4.

Het plangebied ligt midden tussen landbouw- en natuurgebieden en op relatief grote afstand tot de kernen of bebouwd gebied. Bovendien zijn de gronden nog altijd in gebruik. Niet valt in te zien dat geen locaties dichter bij bebouwd gebied voor handen zijn dan wel locaties waar niet meer daadwerkelijk sprake is van landbouwkundig gebruik of gronden die daarvoor minder geschikt zijn, aldus reclamant. Standpunt gemeente De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie4 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Er worden door reclamant geen concrete locaties aangereikt, waardoor een eventuele alternatieve locatie niet beoordeeld kan worden. De aangedragen alternatieve, niet concrete locaties zijn dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden.

5.

Volgens reclamant wordt op geen enkele manier onderbouwd dat binnen treden 1 tot en met 3 onvoldoende locaties beschikbaar zijn. Standpunt gemeente Zie het gestelde onder punt 3.

4

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.

8

Strijd met gemeentelijk beleid 6. Het plan voldoet naar mening van reclamant niet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren'. Er is sprake van een forse inbreuk op het landschap en van een goede landschappelijke inrichting is geen sprake. De zichtlijnen worden doorkruist en er staan hekwerken rondom het hele plangebied. Verder geldt er een bestemming 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden'. Deze waarden zijn derhalve ter plaatse beschermd. Aan deze bestemming wordt geen enkele motivering gewijd. Standpunt gemeente Bij het plan voor de landschappelijke inpassing is terdege rekening gehouden met de karakteristieken van het aanwezige landschap en het landschapstype. Daarmee is dus ook rekening gehouden met de geldende bestemming 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden'. Als basis voor deze karakteristieken en landschapstype geldt de 'Structuurvisie Echt - Susteren, 2012 - 2025'. Uitgaande hiervan zijn in het landschapsplan historische structuren van houtwallen en bosschages gevolgd. Bestaande en oude structuren zijn versterkt of hersteld met inheemse en gebiedseigen beplantingen die ervoor zorgen dat er weer verbindingen ontstaan of bestaande verbindingen worden versterkt naar de omliggende bospercelen.

De groenstructuren, die ruim van opzet zijn, vertegenwoordigen een ecologische meerwaarde door de opbouw en soortensamenstelling. De hekwerken staan verder tussen het zonnepark en de groenstructuren waardoor deze niet zichtbaar zijn en de groenstructuren optimaal kunnen functioneren voor de ecologie. Het beeld en de zichtlijnen veranderen door de ontwikkeling, maar dat wil niet zeggen dat het afbreuk doet aan de karakteristieke landschapskenmerken. Ten slotte wordt opgemerkt dat het landschapsplan beoordeeld is door een onafhankelijke deskundige commissie, de LKM-commissie. Deze heeft het plan op 5 januari 2021 voor akkoord bevonden. Gelet op het voorgaande wordt dus niet ingezien waarom het plan qua landschappelijke kwaliteit niet voldoet aan de uitgangspunten van het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren'. 7.

Er is volgens reclamant geen sprake van multifunctioneel ruimtegebruik. Van daadwerkelijke recreatie en educatie is geen sprake. Er worden enkele informatieborden geplaatst en een voedselbos wordt aangelegd. Verder is het gebied niet toegankelijk. De toelichting bij de beleidsregels vermeldt dat het bij multifunctioneel ruimtegebruik moet gaan om de beperking van ruimtegebruik, het tegengaan van versnippering van het landschap en het beperken van de kosten voor aanleg van de energie-infrastructuur. Aan al deze punten wordt niet voldaan. Standpunt gemeente In het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' luidt de letterlijke tekst ten aanzien van het multifunctioneel ruimtegebruik als volgt: 'Toelichting uitgangspunt 3 : Maximaal multifunctioneel ruimtegebruik Aangezien ruimte schaars is wordt gestreefd naar maximaal multifunctioneel ruimtegebruik met betrekking tot zonne- en windparken. Dit betekent dat deze functies maximaal gecombineerd dienen te worden met andere ruimtelijk functies of met elkaar. Zo wordt het ruimtegebruik beperkt, wordt versnippering van het landschap tegengegaan en worden de kosten voor de aanleg van de energie-infrastructuur beperkt.' Multifunctioneel ruimtegebruik houdt niet alleen de door reclamant genoemde recreatie en educatie in.

Het realiseren van natuurwaarden en het voedselbos vertegenwoordigen wel degelijk extra waarde die als multifunctioneel is aan te merken. Vegetatieontwikkeling, onder andere gericht op kwetsbare of zeldzame soorten, draagt wel degelijk bij aan het versterken van de ecologische waarde van de locatie. In tegenstelling tot intensief beheerd gras voegt de voorgestelde vegetatieopbouw een natuurfunctie en ecologische waarde toe. Het voedselbos voegt naast

9

ondergeschikte voedselproductie ook ecologische en maatschappelijke functies/waarden toe, omdat bewoners en recreanten hier vruchten kunnen plukken. Gelet op het voorgaande is er dus wel degelijk sprake van multifunctioneel ruimtegebruik zoals bedoeld in het beleidskader. 8.

Van maximale terugvloeiing van opbrengsten naar de gemeenschap is ook geen sprake volgens reclamant. Weliswaar is er een profijtplan, maar daarin staan vrijwel geen concrete maatregelen anders dan een beperkte bijdrage aan het gemeentelijk Kwaliteitsfonds-zonneparken. Gesteld wordt dat bewoners en bedrijven de mogelijkheid krijgen te participeren. Op geen enkele manier is geborgd wie en op welke manier gaan participeren. Dit aspect is dus niet concreet genoeg geregeld. Standpunt gemeente Lokaal eigendom Initiatiefnemer heeft een anterieure overeenkomst met de gemeente gesloten. Bepaald is dat de lokale gemeenschap minstens voor 50% eigenaar moet zijn en blijven van het zonnepark. Met de lokale gemeenschap wordt bedoeld inwoners/bedrijven van de gemeenten Echt-Susteren, Roerdalen en Maasgouw. Als het realiseren van 50% lokaal eigendom onmogelijk blijkt te zijn dan moet de exploitant met de Echt-Susteren Energie Coöperatie 'Echt Duurzaam' U.A. in overleg treden met de gemeente hoe verder te gaan. Bijdrage omgevingsfonds Ook de inwoners die niet kunnen of niet willen investeren moeten kunnen profiteren van het zonnepark. Dit doet initiatiefnemer door, gedurende de looptijd van het zonnepark, een jaarlijkse bijdrage te storten in een omgevingsfonds van de gemeente.

Deze bijdrage is geregeld in de met initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst en bedraagt € 0,40,-- per jaarlijks geproduceerde MWh. De gelden worden ingezet voor de lokale gemeenschap die in de nabijheid van het zonnepark wonen. De gelden zijn bedoeld voor ruimtelijke ontwikkelingen met een maatschappelijk/publiek doel. Gelet op het feit dat het lokaal eigendom en de bijdrage in het omgevingsfonds in de anterieure overeenkomst zijn geregeld, is de maximale terugvloeiing van opbrengsten naar de gemeenschap in voldoende mate geborgd.

9.

Woon- en leefklimaat De afstand tussen het grootschalige zonnepark en de woning is minimaal. Dit zal volgens reclamant direct tot hinder leiden in de vorm van straling, uitzichtverlies, geluidsoverlast, lichthinder, lichtschittering en vooral een aantasting van het woon- en leefklimaat dat bestond uit rust, ruimte en weidsheid. Eveneens zal het onroerend goed in waarde dalen. Het woon- en leefklimaat wordt daarom onbehoorlijk en onevenredig aangetast. Standpunt gemeente Goed woon- en leefklimaat (met name het aspect geluid) Bij het wijzigen van een bestemming moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening gemotiveerd worden of bij realisatie van het gewenste gebruik voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat. Hierbij moet rekening worden gehouden met de zogenaamde omgekeerde werking. Er moet onder andere beoordeeld worden of ter plaatse van het voorgenomen plan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Afstemming van bestaande en nieuwe functies vindt plaats door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk.

Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Als voldaan wordt aan de richtafstanden, dan mag geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

10

Een zonnepark komt niet voor in de lijst met activiteiten uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Een richtafstand voor milieuzonering is dan ook niet bekend voor een zonnepark. Zonnepanelen leveren stroom die via een omvormer en transformator wordt afgegeven aan het elektriciteitsnet. Voor transformatorstations gelden wel richtafstanden. Deze richtafstanden zijn afhankelijk het transformatorvermogen. Voor een transformatorvermogen tot 10 MVA (dat maximaal voor het plan benodigd is) bedraagt de richtafstand 0 meter voor geur, 0 meter voor stof en 30 meter voor geluid. Aan de richtafstanden van de aspecten geur en stof wordt altijd voldaan. Conform de verbeelding van het ontwerpplan zijn binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – geen transformatorstations, onderstations en opslagcontainers’ geen transformatorstations, onderstations en opslagcontainers toegestaan. De afstand van transformatorstations bedraagt zodoende tenminste 150 meter tot woningen. Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstand voor geluid voldaan en is er geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat voor het aspect geluid. Zonnepanelen zelf maken daarentegen geen geluid, zodat er voor het aspect geluid in principe geen afstandseisen gelden voor zonnepanelen in het kader van milieuzonering.

Doordat er wordt voldaan aan de richtafstanden, zoals vermeld in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, is er ten aanzien van het aspect geur, stof en geluid sprake van een goed woonen leefklimaat in de omliggende woningen. Electromagnetische straling Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn UV-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Elektromagnetische velden (EMV) zijn ook aanwezig bij bijvoorbeeld huishoudelijke elektrische apparaten, zoals de magnetron en de stofzuiger, en bij het transport van elektriciteit over lange afstanden (via hoogspanningsverbindingen). Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente (ELF) magnetische velden vrijkomen. De zonnepanelen zelf wekken alleen gelijkstroom op, dit gaat niet gepaard met straling. De Europese Unie heeft - in een aanbeveling (1999/519/EG) - een referentieniveau van 100 microtesla voor bescherming van leden van de bevolking vastgelegd. Deze waarde wordt in Nederland op voor het publiek toegankelijke plaatsen niet overschreden, ook niet in de buurt van hoogspanningslijnen. Dit geldt ook bij andere bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes. De straling bij de omvormers is in vergelijking met een hoogspanningsmast nihil.

Op basis van de aanbeveling conform 1999/519/EC mag het EM veld aan de buitenzijde van het station, bij volle belasting, niet boven de 100 micro-tesla uitkomen. Het voorzorgsbeleid van het ministerie van VROM, zoals dat is vastgelegd in het beleidsadvies uit 2005, gaat een stap verder. Gemeenten en netbeheerders worden geadviseerd nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 micro-tesla komt. In het RIVM rapport over gezondheid en elektromagnetische velden wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 micro-tesla wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 m van het transformatorstation. Gezien de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde woningen (minimaal 150 meter) mag worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsrisico vormt.

11

Lichtreflectie In en rondom het zonnepark wordt geen kunstlicht toegepast. Met een rekentool is bepaald of omwonenden van een zonnepark mogelijk last zullen krijgen van hinderlijke schittering (reflectie) vanuit een zonnepark. De tool van QING Sustainable wordt door meerdere gemeenten toegepast om de hinder van schittering te beoordelen. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9 van de toelichting van dit bestemmingsplan. De conclusie van het onderzoek is dat er geen schittering optreedt op de omliggende woningen. Daarnaast wordt het zonnepark ook nog eens omsloten door landschappelijke groenelementen, die de panelen afschermen. Ook wordt gekozen voor een type paneel welke lichtschittering zoveel mogelijk beperkt door het gebruiken van een anti reflectie coating of folie op de zonnepanelen. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat van schittering op woningen geen sprake is. Daling waarde vastgoed Mocht er sprake zijn van een waardedaling van de betreffende onroerende zaak als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in een tegemoetkoming in de vermindering van de waarde van een onroerende zaak bij de vaststelling van een bestemmingsplan.

Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een waardedaling dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen. Aantasting van landschappelijke waarden en landschappelijke inpassing 10. Vervolgens stelt reclamant dat het landschap en de landschappelijke waarden fors worden aangetast. Op dit moment is nog sprake van een grootschalig en open landschap dat bovendien een stiltegebied betreft. Die waardevolle kenmerken zijn enerzijds geborgd door de aanwijzing als stiltegebied en de landschappelijke waarden in het bestemmingsplan en anderzijds moeten de waarden meegenomen worden in de afweging of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Duidelijk is dat het plan een forse inbreuk maakt op de aanwezige landschappelijke waarden. Het gaat om een groot gebied dat niet toegankelijk zal zijn en zal worden omheind met een hekwerk van twee meter hoog. De hoogte van het panelenveld zal ook 2 meter zijn. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing wordt gesteld dat deze aansluit op de omgeving, maar dat doet niets af aan het feit dat de landschappelijke waarden in de omgeving niet fors worden aangetast. Tevens verdwijnen de zichtlijnen. De stelling dat het landschap wordt versterkt is niet waar. Het zonnepark kan slechts gedeeltelijk uit het zicht worden onttrokken.

Een zonnepark van 18 ha past niet in het landschap. Een inpassingsplan kan dit niet verhelpen en daarmee worden de negatieve aspecten niet opgeheven. Om deze reden is het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ten slotte merkt reclamant op dat met het inpassingsplan nooit is ingestemd en de stelling dat dit in overleg met de omwonenden tot stand is gekomen, is dus niet waar. Standpunt gemeente Verwezen wordt naar het gestelde onder punt 6. Aanvullend wordt het volgende opgemerkt. Het zonnepark volgt de contouren en schaal van het landschap ter plaatse. Qua schaal en omvang doet het daarmee geen afbreuk aan de aanwezige en de historische structuren. De invulling verandert dat is inherent aan deze opgave. Zoals al gezegd zijn de afrasteringen grotendeels onttrokken aan het zicht, omdat ze achter een ruime groenstructuur worden geplaatst. De kamers die van oudsher werden gevormd door lanen, bosschages en houtwallen worden terug hersteld en uitgebreid in de kenmerken van het landschapstype. Het beeld en de zichtlijnen veranderen, maar dat wil niet zeggen dat het afbreuk doet aan de karakteristieke landschapskenmerken. Verder bedraagt de hoogte van de zonnepanelen 2 meter. Dit is lager dan ooghoogte, doordat het maaiveld van het panelenveld lager ligt.

Zie de hoogtekaart op pagina 15 van het landschapsplan (bijlage 1 van de planregels) waaruit blijkt dat het maaiveld van het plangebied overwegend lager

12

ligt dan de omgeving. Dit met uitzondering van de westkant. Bovendien ligt de bestaande houtwal in het plangebied hoger dan de percelen van het zonnepark en ongeveer op gelijke hoogte als de erven in de omgeving. Het hoogteverschil ligt grofweg tussen de 1 en 2 meter. Om het zonneveld komen wel singels die hoger zijn dan 2 meter, waarmee zichtlijnen verdwijnen. Echter, zoals hiervoor reeds gesteld, wil dit niet zeggen dat dit afbreuk doet aan de karakteristieke landschapselementen. Er is kortom in het plan rekening gehouden met de ter plaatse aanwezige landschappelijke kenmerken en hoogteverschillen. Daarnaast is iedereen in de gelegenheid gesteld om mee te praten over het landschapsplan. Ook is het landschapsplan voorgelegd aan een onafhankelijke deskundige commissie. Deze heeft op 5 januari 2021 een positief advies op het plan afgegeven. Gelet op het voorgaande wordt daarom vastgesteld dat er geen sprake is van een onevenredige afbreuk van de ter plaatse aanwezige waarden. Er wordt daarom niet ingezien waarom er geen sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Dat indiener niet akkoord is gegaan met het landschapsplan, doet verder niet ter zake of er sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Strijd met de geluidsnormen 11. Er wordt door reclamant gevreesd voor geluidhinder. Het gebied is aangewezen als stiltegebied.

Dit stiltegebied is in de provinciale omgevingsverordening geborgd en in het geldende bestemmingsplan. Artikel 4.6 van de omgevingsverordening bepaalt dat het verboden is om lawaaiige apparaten te gebruiken in een stiltegebied. Het geluidkarakter is derhalve planologisch beschermd hetgeen strijdig is met het ontwerpplan. In het ontwerpplan is ook voorzien in de betreffende milieuzone, maar dit is innerlijk tegenstrijdig. Zowel tijdens de aanleg ervan als tijdens de periode dat het park zal worden geëxploiteerd. Standpunt gemeente In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is het plangebied aangewezen als stiltegebied. Uit de toelichting van dit plan (paragraaf 4.9.1) volgt, dat de stiltegebieden overeenkomen met de stiltegebieden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg. Uit kaart 8: milieubeschermingsgebieden behorend bij de geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 (GC08) volgt dat het plangebied voor het zonnepark niet meer binnen een stiltegebied is gelegen. Het aangrenzende stiltegebied Reutje-MunnichsbosSweeltje is enige tijd geleden verkleind, waardoor het plangebied grotendeels niet meer binnen het stiltegebied ligt. Deze verkleining is nog niet gecorrigeerd in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’.

Als gevolg hiervan is abusievelijk niet de juiste begrenzing van gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’ in het onderhavige bestemmingsplan opgenomen. Zoals in hoofdstuk 3 'Ambtshalve wijzigingen' is aangegeven, wordt in het onderhavige bestemmingsplan de begrenzing van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’ gecorrigeerd. De regels van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’ zijn daarom niet van toepassing, behalve voor een klein hoekje in het zuidelijke gedeelte van het plangebied. Echter, op deze locatie worden nieuwe houtsingels geplant die de natuurwaarden moeten versterken. Hier vinden dus geen geluid producerende activiteiten plaats. Flora en fauna 12. Ten slotte stelt reclamant dat er weliswaar een quickscan flora en fauna toegevoegd is aan de toelichting, maar dat toch gevreesd wordt dat door de realisatie van het plan schade ontstaat voor op grond van de Wet natuurbescherming beschermde diersoorten. De stelling in de quickscan dat het foerageergebied voor vleermuizen wordt vergroot in plaats van verkleind is niet te volgen. Het plan wordt ongeschikt als foerageergebied. Er is onvoldoende onderzoek uitgevoerd en een nader onderzoek is noodzakelijk. De conclusie is bovendien dat het leefgebied van een aantal soorten beschermde dieren wordt aangetast. Dit is in het kader van de locatiekeuze ook van belang. Standpunt gemeente

13

De quickscan flora en fauna Zonnepark Maria Hoop – Putbroekerbosweg d.d. 20-1-2021 is als bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Door middel van deze quickscan zijn de aanwezige natuurwaarden geïnventariseerd op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. Vervolgens is getoetst of (mogelijk) aanwezige soorten een negatief effect ondervinden van de ontwikkeling. In paragraaf 5.2.1. worden de vleermuizen besproken. Er wordt aangegeven dat het plangebied (in de huidige situatie) geschikt is als foerageergebied voor vleermuizen, omdat er gewassen en (on)kruiden waar insecten op afkomen aanwezig zijn. Deze insecten dienen als voedselaanbod voor vleermuizen. De houtwallen en bosranden aan de westzijde en de noordoostzijde geven beschutting aan foeragerende vleermuizen. Bij de beschrijving van de effecten wordt allereerst aangegeven dat de houtwallen aan de westzijde en de bosranden ten noorden en oosten van het plangebied behouden blijven. Hiermee blijft ook de beschutting voor foeragerende vleermuizen behouden. Met de ontwikkeling wordt onder andere een kruidenrijk grasland en een bosrand gerealiseerd. Hiermee worden meer insecten(soorten) aangetrokken waardoor het voedselaanbod voor vleermuizen wordt vergroot. Daarmee blijft het plangebied zijn functie als foerageergebied behouden waarmee een nader onderzoek niet nodig is.

Een uitgevoerde quickscan is de basis om te bepalen of er nader onderzoek nodig is. Uit de quickscan is gebleken dat er voor geen enkele soortgroep een aanleiding is tot het uitvoeren van nader onderzoek. In paragraaf 6.1.1. van de quickscan wordt inderdaad geconcludeerd dat de ontwikkeling voor een aantal beschermde soorten (zoals ree, vos, haas, konijn en diverse algemene muizensoorten) naar verwachting tot een beperkt verlies van leefgebied zal leiden. Voor deze soorten geldt bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij bestendig beheer en onderhoud (gedurende het gehele jaar of een gedeelte van het jaar) een provinciale vrijstelling op de verboden in artikel 3.10 eerste lid onder a en b van de Wet natuurbescherming. De diersoorten waarvoor deze vrijstelling geldt, zijn terug te vinden in de Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014 (artikel 3.8.3 en bijlage III). Dit zijn algemeen voorkomende zoogdieren waarbij de ingreep geen invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft die naar verwachting bij een keuze voor een ander plangebied ook aangetroffen zullen worden. Gelet op het voorgaande is er dus voldoende flora en fauna onderzoek uitgevoerd.

Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 4 (13x ingediend) 1.

Reclamant stelt dat de gemeente rekening moet houden met de nieuwe Omgevingswet zeker bij ingewikkelde ruimtelijke vraagstukken waarbij een ruimtelijke en maatschappelijke motivatie voorwaardelijk is voor uitgebreide ruimtelijke procedures zoals nodig voor zonneparken in een landschappelijk buitengebied. Standpunt gemeente De Omgevingswet is geen geldend wettelijk kader. Deze wet treedt naar verwachting pas in juli 2022 in werking. Het onderhavige bestemmingsplan moet daarom voldoen aan het nu geldende wettelijke kader zijnde de Wet ruimtelijke ordening.

2.

De Nederlandse regering heeft het Klimaatakkoord van Parijs getekend en ter invulling daarvan een Klimaatplan 2021-2030 opgesteld, met volgens reclamant, bindende spelregels. Door reclamant wordt aangenomen dat landelijke beleidskaders invloed moeten hebben op gemeentelijke beslissingen. In paragraaf 2.2.5 is het nationaal beleid voor landbouw en landgebruik

14

geformuleerd. De rijksoverheid hecht groot belang aan het goed gebruik van landbouwgrond. Ze geeft aan dat in 2030 alle Nederlandse landbouwbodems duurzaam beheerd worden, waarbij ook CO2 opslag wordt bevorderd. Het klimaatplan geeft tevens aan hoe de ruimtelijke inpassing van een duurzaam energiesysteem wordt ingevuld. De Nederlandse overheid geeft niet alleen het belang van duurzame energie, maar ook van landbouw voor Nederland aan. Hier moet zorgvuldig mee omgegaan worden. De rijksoverheid stimuleert samen met de LTO een transitie naar kringlooplandbouw en alternatieve landbouw. Voor al deze ontwikkelingen zijn landbouwgronden nodig, welke schaars zijn in Nederland. Standpunt gemeente Om een goede afweging te kunnen maken voor het inzetten van landbouwgronden voor zonneparken is in het Klimaatakkoord de zonneladder opgenomen. Deze zonneladder is tevens verwerkt in de Omgevingsvisie van de provincie Limburg. In de zonneladder is een voorkeursvolgorde opgenomen voor locaties voor het plaatsen van zonnepanelen. De inzet van de landbouwgronden voor zonneparken wordt zowel in de rijks- als in de provinciale zonneladder niet uitgesloten. Wel moet er een zorgvuldige afweging gemaakt worden. Deze afweging is ook in het voorliggende bestemmingsplan gemaakt. Zie bijlage 11 van de bestemmingsplantoelichting waar de Limburgse Zonneladder is onderbouwd.

Binnen dit kader wordt tevens verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1). In deze memo is onderbouwd waarom met alleen zon op dak de gemeente haar klimaatdoelen niet gaat halen. 3.

Reclamant vervolgt door te stellen dat de natuur en milieufederaties een zonneladder hebben opgesteld. Deze bestaat uit 4 treden. Er wordt door de gemeente ingezet op treden 3 (combineren met gevoelige functies) en 4 (grootschalige enkelvoudig). Waarschijnlijk heeft de gemeente geen beleid dat rekening houdt met de zonneladder. Standpunt gemeente In het gemeentelijke beleid is de zonneladder inderdaad niet opgenomen. Echter, initiatieven moeten naast het rijks- en gemeentelijke beleid ook getoetst worden aan het provinciale beleid. Zoals onder punt 2 reeds aangegeven is in de (ontwerp)Omgevingsvisie Limburg de Limburgse Zonneladder opgenomen. In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de provincie Limburg de gemeente geadviseerd om deze zonneladder nader te onderbouwen. Zie bijlage 11 van de bestemmingsplantoelichting waar de Limburgse Zonneladder is onderbouwd. Binnen dit kader wordt tevens verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt Susteren' (bijlage 1). Uit deze memo volgt dat met alleen zon op dak de gemeente haar klimaatdoelen niet gaat halen.

4.

De gemeente heeft volgens reclamant geen beleid vastgesteld voor zonneparken en lift nu mee met een aantal initiatieven van derden. De gemeente houdt hierbij geen enkele rekening met de zonneladder. Er is geen beleid en daardoor is de ruimtelijke motivatie beperkt tot ad hoc en enkel geldend voor de voorliggende plannen. Standpunt gemeente De stelling dat de gemeente geen beleid heeft vastgesteld, is niet juist. De raad heeft in de vergadering van 26 september 2019 het ‘Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren’ vastgesteld. Dit beleid omvat drie beleidspijlers ‘landschappelijke kwaliteit’, ‘draagvlak’ en ‘(financiële) participatie’. De initiatieven die zijn ingediend, zijn aan de hand van deze drie beleidspijlers getoetst. Verder is, zoals onder punt 2 en 3 reeds aangegeven, ook rekening gehouden met de zonneladder.

5.

De gemeente maakt zich sterk met het Cittaslow keurmerk en wil dit uitdragen. Een zonnepark van deze omvang en inbreuk op het buitengebied past hier niet in volgens reclamant. Duurzame landbouw (kringlooplandbouw) die voor voedsel in de regio zorgt, past hier uitdrukkelijk in. Zowel de landelijke als de gemeentelijke overheid dient invulling te geven aan het Klimaatakkoord van Parijs. Gemeentes dienen zich aan het klimaatplan van de rijksoverheid te houden. Naast

15

afspraken over het opwekken van duurzame energie staan hierin ook afspraken over landbouw en natuurontwikkeling, biodiversiteit en nieuwe vormen van landbouw. Standpunt gemeente Initiatiefnemer heeft een aanvraag ingediend voor de realisatie van een zonnepark. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Binnen dit kader weegt de raad af of dit project op zichzelf aanvaardbaar is. Hierbij wordt ook getoetst of het project past binnen het rijksbeleid. Deze toetsing aan het rijksbeleid is opgenomen in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan. Hier uit blijkt dat het project binnen het beleid past. 6.

Reclamant heeft moeite met de aanleg van hectares zonnepanelen, omdat: a. Het uitgangspunt hoort te zijn dat we de aarde niet hebben geërfd van onze voorouders, maar te leen hebben van onze kinderen. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid voor de gemeente om te beslissen hoe voor de komende 30 jaar om te gaan met de grond waar we nu over praten. b. Voor 30 jaar wordt landbouwgrond onttrokken aan het gebruik, zelfs aan toekomstig ander agrarisch gebruik zoals agroforestry en voedselbossen. Er is te verwachten dat deze vormen de komende paar jaren sterk opkomen. De gemeente geeft echter voor 30 jaar 22 hectare goede grond weg aan een zonnepark. Dat getuigt niet van een lange termijn visie. c. Het geld dat verdiend wordt met de aanleg van het zonnepark verdwijnt uit de gemeente. Dit gaat namelijk naar de grondeigenaar en investeerders. d. Door het aanleggen van zonneparken wordt het buitengebied verschraald, waardoor voor 30 jaar ontwikkelingen die voor inkomsten kunnen zorgen worden tegen gehouden. Denk aan recreatie, nieuwe vormen van landbouw, natuurontwikkeling en eventueel woningbouw. e. De aanleg van de zonneparken is in strijd met de Cittaslow erkenning en gedachte. f. De aanleg van de zonneparken belemmert de opslag van CO2 in de bodem (door vastleggen koolstof). g.

De aanleg van de 5 zonneparken in landelijk gebied is in strijd met het klimaatplan 2021-2030 van de rijksoverheid. Standpunt gemeente Ad a. Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad b. Allereerst worden de landbouwgronden voor 25 jaar ingezet voor het gebruik als zonnepark en niet voor 30 jaar. Daarnaast worden de gronden niet geheel onttrokken aan de landbouw. Uit het landschapsplan blijkt dat de gronden tevens voor extensieve landbouwdoeleinden worden gebruikt. Dit is ook passend binnen het gemeentelijke beleidskader. Uit de beleidspijler ‘landschappelijke kwaliteit’ volgt immers dat er sprake moet zijn van multifunctioneel gebruik van de gronden. Ad c. Deze stelling is te kort door de bocht. Uit de beleidspijler ‘(financiële) participatie’ volgt dat er sprake moet zijn van een profijtplan dat er voor moet zorgen dat ook de lokale gemeenschap kan profiteren van het zonnepark. Hier beneden wordt kort ingegaan op de afspraken die de gemeente hierover heeft gemaakt met initiatiefnemer. Voor het gehele profijtplan wordt verwezen naar bijlage 1 van de bestemmingsplantoelichting. Lokaal eigendom Initiatiefnemer heeft een anterieure overeenkomst met de gemeente gesloten. Bepaald is dat de lokale gemeenschap minstens voor 50% eigenaar moet zijn en blijven van het zonnepark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=44e8a7db-b6f5-45b1-933c-d0f166e2b6db