CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterpanel Noord Waterketenplan

Gemeenteraad 14 december 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026 (afgevoerd van agenda 14-12-2022)23.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Waterketenplan 2021-2025 Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord Limburg

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Karst Jan van Esch Senioradviseur riolering en stedelijk water T +31 88 811 59 21 M +31 6 22 46 63 61

Revisiebeheer Revisie C1a C2 C3

Datum 1-7-2020 18-9-20209 13-11-2020

Status Concept Concept Concept

C4 C5

9-12-2020

Concept Concept

D1

18-1-2021

Definitief concept

Belangrijkste wijzigingen Eerste concept Aanvullingen, verwerken opmerkingen Verwerken opmerkingen, uitvoeringsprogramma Verwerken opmerkingen en aanvullingen Verwerken opmerkingen en aanvulling projectgroep, H5 en bijlagen Uitvoeringsprogramma definitief

2 (51)

Verantwoording Titel

Waterketenplan 2021-2025

Subtitel

Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord Limburg Ambities voor een water- en

klimaatbestendig Noord Limburg Projectnummer

369723

Referentienummer

WPN Waterketenplan D2 20210129.docx

Revisie

D2

Datum

29-01-2021

Auteur

Karst Jan van Esch, Renske ter Horst, Gert Dekker (Ambient)

E-mailadres

karstjan.vanesch@sweco.nl

Gecontroleerd door

Projectgroep

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Elwin Leusink

Paraaf goedgekeurd

3 (51)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 6

1.1

Waterketen en doel waterketenplan ........................................................................ 6

1.2

Samenwerkende partijen ......................................................................................... 6

1.3

Proces ...................................................................................................................... 7

1.4

De positie van het waterketenplan .......................................................................... 7

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 8

2

Terugblik............................................................................................................... 10

2.1

Terugkijken op het proces en de samenwerking ................................................... 10

2.2

Terugkijken op de inhoud ...................................................................................... 10

2.3

Punten voor verbetering in het proces .................................................................. 13

3

Trends en ontwikkelingen .................................................................................. 14

3.1

Klimaatverandering ................................................................................................ 15

3.2

Technologische ontwikkelingen ............................................................................. 16

3.3

Sociaaleconomische ontwikkeling ......................................................................... 17

3.4

Ruimtelijke ontwikkelingen .................................................................................... 17

3.5

Actief burgerschap en samenhangend optreden overheid. .................................. 18

3.6

Nieuwe stoffen in het afvalwater ............................................................................ 19

4

Onze zorgplichten................................................................................................ 20

4.1

Inleiding ................................................................................................................. 20

4.2

Nationaal beleid ..................................................................................................... 20

4.3

Omgevingswet ....................................................................................................... 21

4.4

Wettelijke zorgplichten gemeente.......................................................................... 21

4.5

Wettelijke zorgplichten waterschap (en waterschapsbedrijf) ................................ 21

4.6

Zorgplicht drinkwater ............................................................................................. 22

4.7

Zorgplicht stedelijk afvalwater ............................................................................... 23

4.8

Zorgplicht hemelwater ........................................................................................... 25

4.9

Zorgplicht grondwater ............................................................................................ 27

5

Onze prioriteiten voor 2021-2025 ....................................................................... 29

5.1

Algemeen............................................................................................................... 29

5.2

Beschrijving op hoofdlijn ........................................................................................ 29

5.3

Waterkwaliteit ........................................................................................................ 30

5.4

Aanpassen aan klimaatverandering (klimaatadaptatie) ........................................ 31

5.5

Doorwerking in kerninstrumenten van de Omgevingswet ..................................... 36

5.6

Versterken capaciteit en verminderen kwetsbaarheid........................................... 36

5.7

Verhogen kwaliteit dienstverlening en uitvoering tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. ...................................................................................... 37

4 (51)

6

Uitvoeringsprogramma ....................................................................................... 38

6.1

Ambities, focuspunten en acties ............................................................................ 38

6.2

Beschrijving acties ................................................................................................. 40

6.3

Planning ................................................................................................................. 46

7

Samenwerken....................................................................................................... 48

7.1

Doel samenwerking ............................................................................................... 48

7.2

Werkwijze en spelregels ........................................................................................ 48

Bijlage 1

Proces Waterketenplan

Bijlage 2

Brede Doelenboom

Bijlage 3

Groslijst acties en maatregelen

Bijlage 4

Beleidskaders en wetgeving

Bijlage 5

Omgevingsplan en bruidsschat

5 (51)

1

Inleiding

1.1 Waterketen en doel waterketenplan De waterketen bestaat uit alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. Drinkwaterbedrijven zorgen voor de waterwinning en drinkwaterdistributie. Burgers en bedrijven gebruiken het water, gemeenten zamelen het gebruikte drinkwater in (stedelijk afvalwater) en transporteren dat naar een overnamepunt. Ook zamelen ze overtollig afvloeiend hemelwater in, verwerken dat en treffen grondwatermaatregelen als dat nodig is. Waterschappen organiseren de zuivering van het stedelijke afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties en beheren het oppervlaktewater. Daarnaast beheren Provincie en waterschap ieder voor hun deel het grondwater. Het voorliggende waterketenplan geeft aan wat wij als gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) willen bereiken met de waterketen en hoe we dat de komende jaren gaan doen. We geven hiermee samen richting aan onze gezamenlijke opgaven. De relaties met het watersysteem, de drinkwatervoorziening en de ruimtelijke ordening waar vele raakvlakken mee zijn, zijn daarbij belangrijk. Daarom doen we dit samen! We geven invulling aan de toekomst van duurzaam stedelijk waterbeheer en organiseren gezamenlijk de uitvoering.

We werken samen voor een hogere kwaliteit en klantgerichtheid en lagere kwetsbaarheid en kosten. 1.2 Samenwerkende partijen Waterpanel Noord is ontstaan om invulling te geven aan de oproep tot verdergaande samenwerking uit het Bestuursakkoord Water 2011.

Figuur 1-1: Plaats Waterpanel Noord in Limburg

Waterpanels Limburg (Waterketen Limburg) is een samenwerkingsinitiatief van gemeenten, Provincie, Waterschap Limburg, Waterschapbedrijf Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg en bestaat uit de regio’s Maas en Mergelland, Westelijke Mijnstreek, Parkstad, Limburgse Peelen en Venlo-Venray. De regio’s Limburgse Pelen en Venlo-Venray werken met ingang van 1 januari 2018 ambtelijk en bestuurlijk samen binnen Waterpanel Noord. Een gedragen en goed werkend samenwerkingsverband. Besluitvorming vindt plaats door de gezamenlijke vergadering van Waterpanel Noord.

6 (51)

In Waterpanel Noord werken de volgende partijen samen: Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Echt-Susteren Gemeente Gennep Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Venlo Gemeente Venray Gemeente Weert Waterleidingmaatschappij Limburg Waterschap Limburg Figuur 1-2: Logo's deelnemers Waterpanel Noord Waterschapsbedrijf Limburg. 1.3 Proces In 2020 hebben we gezamenlijk dit Waterketenplan opgesteld. Het is een ambitiedocument met bijbehorende beleidsuitgangspunten en uitvoeringsprogramma op het gebied van duurzaam stedelijk waterbeheer in relatie met watersysteem, drinkwatervoorziening en ruimtelijke ordening voor de komende periode van vijf jaar. Kern van dit Waterketenplan zijn vier K’s: de drie K’s van het Bestuursakkoord Water van 2011 (kostenbesparing, kwaliteitsverhoging en kwetsbaarheidsvermindering) aangevuld met klantgerichtheid, dat we in Waterpanel Noord hoog in het vaandel hebben staan We hebben in 2020 onze richting bepaald met Figuur 1-3: de 4 K's werksessies, rekening houdend met bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten van bijvoorbeeld WL/WBL, WML, Provincie. Eerst fysiek, vanaf maart 2020 op afstand in verband met de COVID-19-maatregelen.

In projectgroepoverleggen en overleggen met alle deelnemers hebben we de inhoud en de teksten aangescherpt. Het resultaat is vastgelegd in dit Waterketenplan Waterpanel Noord. 1.4 De positie van het waterketenplan Zoals gezegd bevat dit plan het overkoepelende beleidskader voor de waterketen in onze regio. In een parallel spoor zijn eind 2020 - begin 2021 de regionale en lokale uitvoeringsagenda’s voor klimaatadaptatie opgesteld. Daarnaast leggen veel gemeenten aansluitend op dit Waterketenplan hun lokale invulling vast in een nieuw gemeentelijk

7 (51)

rioleringsplan/programma. Ook WL en WML verwerken de afspraken uit dit Waterketenplan in hun eigen plannen en programma’s. Het waterketenplan bouwt voort op de uitgangspunten die we in Limburg hebben vastgesteld in de Visie op samenwerken in de Waterketen (november 2015) met als titel “Waardevol Groeien”. Kenmerkende waarden hierin zijn: • Water is essentieel; • Water is grenzeloos; • Water is onderdeel van de omgeving; • Water blijft betaalbaar; • Kennis laten stromen; • Kennis organiseren; • Haalbare stappen. Samengevat is de VISIE: “Wij, de Limburgse partners in de waterketen • Benutten de waarde van afvalwater en gaan duurzaam om met water in de leefomgeving en koesteren het drinkwater; • Leggen de relatie tussen waterketen, ruimtelijke inrichting en watersysteem en zorgen samen voor een goede borging van waterkwaliteit- en waterkwantiteitsaspecten in boven- en ondergrondse ruimtelijke plannen; • Ontwikkelen de benodigde kennis en vaardigheden om het waterbeheer verder te professionaliseren en doelmatig in te vullen; • Kiezen voor haalbare ontwikkelstappen met meerwaarde voor de betrokken deelnemers; • Gaan steeds meer gezamenlijk beheren om de kwetsbaarheid te verminderen, specialisatie mogelijk te maken en de innovatiekracht te versterken; • Richten ons op het effectief bundelen van kennis en operationele capaciteit, maar geven ruimte aan de eigen afwegingen over

deelname aan operationele samenwerking in uitvoeringsorganisaties; • Blijven ieder voor zich verantwoordelijk voor de eigen zorgtaken, maar stellen gezamenlijk het maatschappelijk belang centraal.” Deze uitgangspunten gelden nog steeds en zijn ook de basis voor dit Waterketenplan. In dit plan werken we deze uitgangspunten verder uit tot doelen en concrete acties. Daarmee vormt dit waterketenplan het regionale programma voor de waterketen in Waterpanel Noord. 1.5 Leeswijzer We beginnen in hoofdstuk twee met een terugblik op de afgelopen periode, om een gezamenlijk vertrekpunt te creëren. In hoofdstuk drie kijken we naar trends en ontwikkelingen, die bepalen voor een groot deel onze toekomst. Hoofdstuk vier gaat in op de zorgplichten van gemeenten, waterschap en drinkwaterbedrijf. Het is het kader voor

8 (51)

onze watertaken. Wet- en regelgeving en beleidskaders zijn op een rij gezet en opgenomen in de bijlagen. We hebben ons uitgesproken over onze ambities, doelen en visie, dat hebben we opgeschreven in hoofdstuk vijf. Hoofdstuk zes gaat in op de focuspunten van dit Waterketenplan voor de komende periode, waaronder klimaatadaptatie. Hoe we de komende jaren met elkaar willen samenwerken, staat in hoofdstuk zeven. Tot slot staat in hoofdstuk acht ons gezamenlijke uitvoeringsprogramma. Figuur 1-4: vertrekpunt

9 (51)

2

Terugblik

Waterpanel Noord bestond voor 2018 uit twee aparte werkregio’s: Limburgse Peelen en Venlo-Venray. De basis van de samenwerking was het convenant Waterpanel Noord (2010 met een actualisatie in 2016). In een workshop met betrokken watermedewerkers vanuit de verschillende partijen, is teruggeblikt op de afgelopen periode. In Limburgse Peelen is in 2016 een “Waterketenplan” opgesteld en in de regio Venlo-Venray in 2013 een rapportage “uitdiepen GRP”. De samenwerking wordt positief gevonden: het geeft energie om met elkaar over waterzaken na te denken. We zijn trots op wat er al is bereikt: we weten elkaar te vinden, we hebben Waterklaar succesvol opgezet, maken samen plannen en werken samen waar dat kan. We zijn als regio samen bezig met de uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie. We hebben met elkaar succesvol en hard gewerkt aan de drie K’s van het bestuursakkoord water van 2011. 2.1 Terugkijken op het proces en de samenwerking Wat goed ging was dat er voldoende bijeenkomsten waren met een goede opkomst. De sfeer in de groep was en is goed. Dat geeft een basis van waaruit kan worden uitgebouwd. We hebben elkaar beter leren kennen en weten elkaar goed te vinden. Er is meer aandacht voor de hele keten in haar samenhang. Het bij anderen in de keuken kunnen kijken zorgt voor herkenning en begrip. Dat betekent uiteindelijk meer effectiviteit en efficientie.

Wat beter kan is dat dat de samenwerking nu te sectoraal is ingestoken. We kunnen meer verbinding maken met andere vakgebieden. Daarnaast kunnen bijeenkomsten meer diepgang krijgen met een lager tempo. Dat kan door bijvoorbeeld de agenda minder vol te maken. Er zijn te veel ambities zonder prioritering, daardoor blijft veel liggen. Plannen zijn ingehaald door ontwikkelingen zoals het Deltaprogramma, regionale visies, het waterbeheerprogramma en het provinciaal water programma. We zijn daar onvoldoende bij aangehaakt. Er kan meer worden ingezet op structurele samenwerking. De bijeenkomsten geven veel energie, maar daarna regeert vaak weer de waan van de dag door te krappe personele capaciteit. Ook daardoor blijven taken liggen. De rol van de provincie Limburg binnen de Waterketen Limburg en daarmede ook binnen Waterpanel Noord is diffuus en tamelijk onzichtbaar en dat wordt door de partners binnen Waterpanel Noord als een gemis ervaren. 2.2 Terugkijken op de inhoud Ondanks de kanttekeningen hierboven heeft de samenwerking zeker resultaat gehad. We hebben gezamenlijke projecten uitgevoerd zoals de communicatie richting inwoners en bedrijven met Waterklaar, gezamenlijke plannen en onderzoeken waaronder de DPRAstresstest light. Dit heeft zeker bijgedragen aan de bestuurlijke afspraken uit 2015 (Waardevol Groeien).

De voornemens uit de regionale plannen zijn doorvertaald naar de lokale GRP’n. In de werkregio’s lijken die sterk op elkaar wat de uitwisseling en communicatie makkelijker maakt. Er zijn zeker successen geboekt! Een aantal acties is weliswaar gestopt, maar andere acties zijn in uitvoering, zij het soms met vertraging. De gemeenten Bergen, Echt Susteren,

10 (51)

Peel en Maas, Roermond en Weert gaan gezamenlijk met het WBL de stap zetten naar een gezamenlijke hoofdpost (gemalen) en een onderhoudsmanagement systeem (OMS). Ook het gezamenlijk aanbesteden gebeurt in wisselende coalities. Waterklaar en de stimuleringsregelingen zijn een succesverhaal in een continu proces. We hebben samen de ”bouwstenen water en klimaat voor omgevingsvisies” opgesteld. We hebben samen regionale stresstesten opgesteld, waarmee we inzicht hebben in waar wateroverlast, hittestress en droogte optreedt. We hebben publiekscampagnes gevoerd om het afkoppelen van hemelwater te stimuleren. En ook het samen opstellen van dit Waterketenplan helpt ons verder op weg naar meer gezamenlijkheid. In navolgend schema, waarin we als regio de resultaten bijhouden, zijn de inhoudelijke resultaten weergegeven

11 (51)

12 (51)

2.3 Punten voor verbetering in het proces Vaker evalueren, terugkijken op behaald resultaat en dat ook vieren stimuleert en zorgt dat iedereen aangehaakt blijft. Daarbij moet er meer balans komen in de input: een bredere deelname aan de samenwerkingsprojecten. Door te focussen op een selectie van ambities, helder te prioriteren en de efficiëntie te verhogen, wordt de samenwerking slagvaardiger. De vergaderstructuur kan worden verbeterd: de overleggen kunnen beter worden voorbereid met minder agendapunten en meer ruimte voor discussie en verdieping. Dat leidt tot betere betrokkenheid van iedereen. Onze ambitie met het Waterketenplan 2021 is om onderscheid te maken in ambities die voor iedereen gelden en die voor een deel gelden en waar de ogen voor open blijven maar waar niet actief aan wordt getrokken. Wisselende coalities moeten mogelijk blijven. We hebben aandacht voor de haalbaarheid en meetbaarheid van de ambities en prioriteren ze. Daardoor zal de uitvoerbaarheid groter worden met nog betere kansen op succes! Een meer pro actievere houding en rol van de provincie Limburg binnen Waterketen Limburg en de afzonderlijke regio’s is wenselijk en verdient aanbeveling.

13 (51)

3

Trends en ontwikkelingen

Mondiaal, nationaal en regionaal zijn er trends en ontwikkelingen te onderscheiden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de beheertaken in de waterketen en het (stedelijk) waterbeheer. In onderstaande figuur zijn deze trends en ontwikkelingen geïllustreerd. De volgende paragrafen gaan in op deze trends en ontwikkelingen. Overigens zullen zich niet al deze trends en ontwikkelingen in dezelfde mate in onze regio voordoen. Vervolgens gaat het waterketenplan, in de volgende hoofdstukken, in op de maatschappelijke opgaven voor de waterketen en het watersysteem die hieruit voortkomen en de wijze waarop wij kunnen anticiperen op deze trends en ontwikkelingen in de komende planperiode.

Figuur 3-1: Trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de waterketen.

De opgaven en uitdagingen waar wij voor aan de lat staan zijn groot. Denk hierbij aan een aanpak voor hitte, droogte, wateroverlast, waterkwaliteit, biodiversiteit, stikstofaanpak, energietransitie etc.. Daarnaast staat zowel de ruimte als de betaalbaarheid onder druk. Deze grote opgaven vragen om een geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak. Waar we werken als één overheid samen. In deze gebiedsgerichte aanpakken werkt men aan doelstapelingen waar men zoveel mogelijk doelen probeert te halen door verschillende uitdagingen aan elkaar te koppelen. Als Waterpanel Noord moeten we hier kennis en ervaring in gaan op doen en kennis met elkaar uitwisselen. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gebied de Peel is een traject in onze regio waar men ervaring gaat op doen met doelstapeling.

14 (51)

3.1 Klimaatverandering Als gevolg van klimaatverandering zullen het aantal en de intensiteit (pieken) van extreme buien toenemen (KNMI, 20161). Deze hevige buien zullen de afvoercapaciteit van het rioleringsstelsel overstijgen. Dit zorgt voor meer/vaker water op straat en voor grotere overstorten van het riool op het oppervlaktewater. Daarnaast kan er wateroverlast optreden in het gebied doordat sloten en beken het water niet snel genoeg af kunnen voeren. Verder zullen toenemende perioden van hitte en droogte gevolgen hebben voor de kwaliteit van de leefomgeving. Hitte kan leiden tot gezondheidsklachten bij met name kwetsbare groepen, zoals zieken en ouderen. Daarnaast zorgt langdurige warmte o.a. voor opwarming van het oppervlaktewater, wat leidt tot meer waterplanten en algengroei en een verlaging van het zuurstofgehalte in de watergangen en daarmee een verlaging van de aquatische biodiversiteit (en een potentiële toename van toxische bacteriën met watervergiftiging tot gevolg). Aan de andere kant biedt een warmer klimaat ook kansen voor bijvoorbeeld de recreatie, hogere opbrengsten van de landbouw en het telen van andere gewassen. Droogte heeft grote invloed op de natuur en de landbouw, maar ook op binnenstedelijke vegetatie, infrastructuur en bebouwing. Daarnaast beinvloedt het de beschikbaarheid van grondwater als bron voor de drinkwaterproductie.

De uitdaging is om de bebouwde omgeving en het buitengebied zodanig in te richten dat de negatieve gevolgen van de effecten van klimaatverandering beperkt blijven. Dit moeten we zoveel mogelijk vanaf de beginfase van ontwikkelingen meenemen. Het vergroten van het waterbergend en infiltrerend vermogen van de bebouwde kom en in lager gelegen gebieden/beekdalen in het landelijk gebied via robuuste groene en blauwe netwerken speelt hierbij een belangrijke rol. Hierbij gaat het niet alleen om de openbare ruimte, maar ook om particulier terrein. Er is al decennialang een een trend waarneembaar van het verharden van tuinen (onderhoudsvrij) en de openbare ruimte door een toenemende druk op de ruimte. Daarom zullen de effecten van klimaatverandering in de vorm van toename in het optreden van intensieve buien, hoge temperaturen en lange perioden van droogte nog groter zijn.

1 https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/extreem-weer-en-klimaatverandering

15 (51)

Figuur 3-2: Samenvatting effecten klimaatverandering op basis van KNMI-klimaatscenario’s (2014). G staat voor gematigde toename wereldgemiddelde temperatuur en W voor eens sterke toename. L en H staan voor respectievelijk weinig en sterke verandering van luchtstromen.

3.2 Technologische ontwikkelingen Technologie en de digitalisering van de samenleving gaan onverminderd door en raken ook onze waterketen. Een aantal relevante ontwikkelingen zijn: • Technieken voor het terugwinnen van grondstoffen en hernieuwbare energie: Het sluiten van kringlopen voor waardecreatie uit afvalwater (bijvoorbeeld vergisting van zuiveringsslib voor de productie van biogas) is een thema dat bij de overheid, markt en inwoners in de belangstelling staat. •

Zuiveringstechnieken:

Door nieuwe zuiveringstechnieken verandert het denken over het omgaan met afvalwater snel. Voorbeelden hiervan zijn het flexible Verdygo-concept waarmee kan worden ingespeeld op de effecten van klimaatveranderingen door (bijvoorbeeld effluent inzetten tegen droogte) en waarmee grondstoffen en energie kunnen worden teruggewonnen en de centraal aangestuurde regiekamer waarmee sneller kan worden gehandeld bij calaimteiten en binnen waterketen stromen kunnen worden gestuurd. Niemand kan voorspellen hoe de woonwijk van de toekomst eruitziet. Tegelijkertijd kennen veel investeringen in de afvalwaterketen een lange technische levensduur. Een keuze in

16 (51)

2020 bij bijvoorbeeld rioolvervanging heeft daarmee grote consequenties voor de verre toekomst (periode na 2050). De uitdaging is om flexibiliteit te creëren in de afvalwaterketen (technisch én financieel), om snel in te kunnen spelen op nieuwe omstandigheden en inzichten. •

Duurzame energie:

In relatie tot de waterketen zien wij kansen in het stimuleren van opwekking van duurzame energie, zoals energie uit temperatuurverschillen van grond- en oppervlaktewater, afvalwater of energie uit stromend water en het winnen van duurzame energie middels het vergisten van slib. •

Informatisering:

Door nieuwe en verbeterde meettechnieken zoals sensortechnieken, mobiele toepassingen, radar- en satellietbeelden komen steeds meer en betere digitale gegevens beschikbaar. We werken daarom steeds vaker datagedreven. Ook Artificial Intelligence (AI) en Machine learning zullen ook in de waterketen hun intrede gaan doen. 3.3 Sociaaleconomische ontwikkeling Het aantal inwoners van Limburg daalt, het aantal ouderen neemt toe en het aantal jongeren neemt af. Het CBS gaat uit van een bevolkingsontwikkeling variërend van +2,5% tot -5% of meer tot 2050 t.o.v. 2015 in de gemeenten in ons samenwerkingsverband. Een mogelijk gevolg van de bevolkingskrimp is dat op termijn de lasten voor de uitvoering van de beheertaken door minder belastingbetalers wordt opgebracht, waardoor de tarieven stijgen. Een mogelijk gevolg van demografische krimp is dat de druk op de ruimte afneemt. Dit biedt enerzijds kansen voor het benutten van vrijgekomen ruimte van leegstaande (agrarische) bebouwing. Anderzijds is het belangrijk om te voorkomen dat ondernemers en jongeren uit het gebied vertrekken. Lokaal “vergrijst” de bevolking. De gevolgen hiervan voor de afvalwaterketen zijn onduidelijk. Een mogelijk gevolg kan zijn dat tuinen in toenemende mate worden verhard om daarmee de onderhoudslast voor de bewoners te verlagen.

Ook kan vergrijzing zorgen voor meer medicijngebruik, waardoor meer medicijnresten in het afvalwater en het oppervlaktewater terecht komen en daarmee een bedreiging kunnen vormen voor de flora en fauna en het drinkwater. Deze ontwikkelingen zorgen ook voor meer druk op de financiële middelen: we moeten meer opbrengen met minder mensen. 3.4 Ruimtelijke ontwikkelingen Het landelijke gebied maakt ontwikkelingen door. De landbouw wordt steeds grootschaliger en efficiënter ingericht. Activiteiten en ruimtegebruik in de landbouw zijn steeds minder afhankelijk van het natuurlijke landschap. Hierdoor komen de landschapstypen en het natuurlijke karakter van de omgeving onder druk te staan. Er is meer aandacht voor kleinschaliger landbouw met vergroening en verduurzaming. Daarnaast groeit ook de recreatieve sector, het aantal georganiseerde buitenactiviteiten neemt toe en meer mensen willen wandelend en fietsend het landschap verkennen. Voldoende grondwater wordt steeds belangrijker en staat door langere periode van droogte onder druk. Het beperken van het gebruik van grondwater en het zoveel mogelijk infiltreren en vasthouden van water wordt steeds belangrijker. De natuurlijke waterlopen zijn van grote landschappelijke waarde. De rivier- en beekdalen zijn de belangrijkste structuurdrager van het landschap en vormen de blauwe hoofdstructuur.

Het waterschap en de gemeenten werken samen aan het weer natuurlijker

17 (51)

en veerkrachtiger maken van het watersysteem. Dit doen we door het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de ruimte voor waterberging in beekdalen. Het waterschap herstelt de beken waarvoor een natuurvriendelijke inrichting nodig is. Twee beekdalen worden volgens een integrale beekdalbenadering ingericht, waarvan één in het Waterpanel Noord gebied. Daarbij betrekken we het beekdal weer bij de beek, en creëren zo meer ruimte voor water. Hierin onderscheiden we vijf zones: de beek (1), de boszone (2), de bufferzone (3), de beekflank (5). Waar mogelijk sluiten we hierbij aan bij de nationale bossenstrategie.

Figuur 3-3: Wat we willen: een vernat beekdal

Met deze inrichting van de blauwe hoofdstructuur bereiden we ons voor op het veranderende klimaat en verbeteren we de waterkwaliteit en ecologische toestand van de beek. Ook het stedelijke gebied maakt ontwikkelingen door. Aan de ene kant zien we verdichting van de bebouwing door bijvoorbeeld inbreidingen, aan de andere kant is er voor klimaatadaptatie meer ruimte nodig voor berging van overtollig hemelwater, hitte- en droogtebestrijding. Dat vraagt om vroegtijdige inschakeling bij ruimtelijke plannen. Zoals de Deltacommissaris zei bij de presentatie van het DPRA 2021: ”water moet leidend worden in plaats van volgend”. Dat vraag onze aandacht. De nieuwe Omgevingswet (verwacht per 1-1-2022) biedt nieuwe kansen om gebiedsontwikkelingen integraal op te pakken met participatie van alle stakeholders. 3.5 Actief burgerschap en samenhangend optreden overheid. Van de overheid mag verwacht worden dat zij invulling geeft aan haar taken op het gebied van de waterketen en het waterbeheer. De overheid moet hierbij handelen vanuit een brede maatschappelijke afweging. Samenwerking tussen overheden onderling bij de uitvoering van de verschillende beheertaken is hierbij vanzelfsprekend. De overheid handelt hierbij eenduidig en transparant en is goed toegankelijk voor inwoners en bedrijven.

Gemeenten, Waterschap Limburg en WML beseffen dat zij niet alle negatieve gevolgen van klimaatverandering kunnen voorkomen en dat ook inwoners, woningcorporaties, (agrarische) bedrijven, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties een rol moeten spelen. De overheid vraagt om die reden om meer betrokkenheid van inwoners en bedrijven door deelname in gebiedsprocessen en het zelf initiëren van projecten.

18 (51)

In buurten, dorpen en op het platteland pakken de inwoners steeds meer zelf op en zij kunnen dit vaak nog beter dan de gemeente. Kennis is voor iedereen toegankelijk. Door zelfsturing en samenredzaamheid bouwen inwoners aan een levende gemeenschap waaraan iedereen naar vermogen een bijdrage levert. Inwoners zijn bereid taken en verantwoordelijkheden op zich te nemen, maar ze hebben daarbij wel het vertrouwen nodig, dat de overheid zorg draagt voor mensen die niet voldoende in staat zijn om die verantwoordelijkheid te nemen. Waar extra ondersteuning nodig is om mensen mee te laten doen in de samenleving biedt de gemeente een helpende hand. Tot nu toe hebben we nog niet overal in de regio deze ervaring. 3.6 Nieuwe stoffen in het afvalwater In toenemende mate worden stoffen in het afvalwater aangetroffen die niet (kunnen) worden verwijderd in de huidige rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het gaat hierbij om stoffen als medicijnresten, zware metalen, gewasbeschermingsmiddelen en een veelheid aan microverontreinigingen afkomstig uit consumentenproducten en bedrijfsprocessen. Deze nieuwe stoffen kunnen nadelige effecten hebben op de chemische en ecologische waterkwaliteit. De uitdaging is om te voorkomen dat deze nieuwe stoffen in de afvalwaterketen (aanpak bij de bron) en in het watersysteem terecht komen (eventueel aanvullen met extra maatregelen op de zuivering).

Figuur 3-4: Kansen voor het sluiten van kringlopen water, energie en grondstoffen (VNG en UvW, 2012)

19 (51)

4

Onze zorgplichten

4.1 Inleiding In dit Waterketenplan leggen we onze ambities voor de komende jaren vast voor de Waterketen in relatie met watersysteem, drinkwatervoorziening en ruimtelijke ordening. Voor de gemeenten gaat het dan om de gemeentelijke watertaken zoals nu nog vastgelegd in de Wet milieubeheer en de Waterwet (en vanaf 1-1-2022 in de Omgevingswet), voor het waterschap en waterschapsbedrijf om de zuivering van afvalwater en watersysteembeheer zoals vastgelegd in de Waterwet en de Waterschapswet en voor het drinkwaterbedrijf over de drinkwatervoorziening zoals wettelijk geregeld in de Drinkwaterwet. Dit hoofdstuk gaat in op zorgplichten. Om die in context te plaatsen, beginnen we met nationaal beleid en de grote ontwikkeling voor de komende jaren: de Omgevingswet. Het beleids- en wettelijk kader is verder uitgewerkt in de bijlagen. 4.2 Nationaal beleid Wat we binnen Waterpanel Noord doen op het gebied van onze watertaken, vindt zijn oorsprong in het Nationale beleid. Belangrijke pijlers daarbij zijn de Europese Kaderrichtlijn Water,het Deltaprogramma, de NOVI en de POVI. Het Deltaprogramma zet een koers uit voor de toekomst.

Hoe beschermen we Nederland tegen overstromingen en hoe zorgen we voor voldoende zoetwater? En hoe zorgen we voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting? Bij het Deltaprogramma horen Deltabeslissingen en Deltaplannen Ruimtelijke Adaptatie, Zoetwater en Waterveiligheid. Op regionaal niveau in Brabant en Limburg hebben we het Deltplan Hoge Zandgronden, bedoeld om beter voorbereid te zijn op droogte. Op prinsjesdag 2020 is het Deltaprogramma 2021 gepresenteerd. Hierin is aangegeven dat de ingeslagen weg de goede is, maar dat er wel een vesnelling nodig is om in 2050 daadwerkelijk klimaatrobuust te zijn. In het Deltaprogramma 2021 is veel aandacht voor de verbinding tussen ruimte en water. De wateropgaven moeten meer sturend worden en randvoorwaarden gaan aangeven voor de keuzes in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Meer dan voorheen moeten we in Nederland bij de ruimtelijke inrichting en keuze van ons landgebruik rekening gaan houden met droogte, hitte, wateroverlast en overstromingsrisico’s. Dit betekent bijvoorbeeld dat grote water vragende activiteiten, zoals het telen van bepaalde gewassen, bij voorkeur niet meer in droogtegevoelige gebieden moeten plaatvinden. Ook moet er bij de locatiekeuze en de gebiedsinrichting van nieuwe woonwijken rekening gehouden worden met de klimaatverandering.

Bij plannen en maatregelen voor bijvoorbeeld nieuwe en bestaande infrastructuur, natuur, landbouw en energie moet water onderdeel uitmaken van de ruimtelijke afwegingen en planuitwerking. Water stuurt in plaats van water volgt. /.../ Aanleg, gebruik, onderhoud, renovatie en beheer van openbare en private ruimte vallen onder de verantwoordelijkheid van veel partijen. Daarom moeten overheden, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven nauw samenwerken om het land klimaatbestendig en waterrobuust in te richten.

20 (51)

Dat betekent dat we als watermensen zo vroeg mogelijk bij regionale en lokale ontwikkelingen betrokken moeten zijn en worden om dit mogelijk te maken. 4.3 Omgevingswet Naar verwachting treedt op 1-1-2022 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor ruimte voor initiatieven en het waarborgen van kwaliteit. In de bijlage is dit uitgebreid beschreven. Participatie en integraal werken is een belangrijk uitgangspunt van deze wet. Dat betekent dat we meer dan nu stakeholders betrekken bij ontwikkelingen rondom water. Ook kunnen we beter lokaal toegespitste regels opnemen in onze omgevingsplannen. Dat kunnen we regionaal afstemmen zodat niet iedereen voor zich het wiel uit gaat vinden. De wettelijke zorgplichten zoals hieronder worden beschreven, krijgen voor de gemeentelijke watertaken hun plaats in de Omgevingswet. 4.4 Wettelijke zorgplichten gemeente De gemeentelijke watertaken komen voort uit drie zorgplichten, te weten afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeentelijke zorgplichten hebben inhoudelijk een sterke samenhang met de zorgplichten voor het transporteren en zuiveren van afvalwater door WBL en die voor het regionaal watersysteem van de waterbeheerder, in dit geval Waterschap Limburg. De zorgplichten (taken) van de gemeente zijn: • Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (Wet milieubeheer 10.33, artikel 2.16, lid 1a 3 Omgevingswet).

• Zorg voor afvloeiend hemelwater (artikel 3.5 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a 1 Omgevingswet). • Zorg voor maatregelen bij structurele problemen grondwater (artikel 3.6 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a 2 Omgevingswet). • Zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (samen met provincie en waterschap, Drinkwaterwet, artikel 2). • Zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin is gekozen voor een alternatief voor centrale zuivering door het waterschap (artikel 3.4 lid 2 Watewet, artikel 2.16, lid 1a 5 Omgevingswet). • Voorkomen en tegengaan van bodemverontreiniging (Wet bodembescherming). Daarnaast volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: a) het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater, b) lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en c) het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. 4.5 Wettelijke zorgplichten waterschap (en waterschapsbedrijf) De zorgplichten (taken) van het waterschap zijn: • Zuivering van stedelijk afvalwater, gebracht in een openbaar vuilwaterriool, in een zuiveringtechnisch werk (artikel 3.4 lid 1 Waterwet, artikel 2.17, lid 1a 2 Omgevingswet).

• Beheer van watersystemen, voor zover aan het waterschap toegedeeld bij provinciale verordening of bij ministeriële regeling (artikel 3.2 Waterwet, artikel 2.17, lid 1a 1 Omgevingswet). • Muskus- en beverrattenbestrijding (artikel 3.2a Waterwet, ahoofdstuk 8 Omgevingswet).

21 (51)

•

Zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (samen met provincie en gemeenten, Drinkwaterwet artikel 2).

Onder beheer van watersystemen wordt verstaan: • Het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies. Daarnaast volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.18) dat het waterschap een zuiveringtechnisch werk zodanig ontwerpt, bouwt, exploiteert en onderhoudt dat deze onder alle normale plaatselijke weersomstandigheden op bevredigende wijze kan blijven functioneren. Bij het ontwerpen van de installaties dient met seizoenschommelingen in de belasting rekening te worden gehouden. De provincie stelt de kaders voor het regionale waterbeheer en voor grondwater (o.a. doelstellingen Kaderrichtlijn Water, normen secundaire waterkeringen en NBW-normen). De provincies hebben een (grond)wettelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de waterschappen en voeren op basis hiervan toezicht uit op de waterschappen. In het kader van algemeen interbestuurlijk toezicht houden de provincies toezicht op de uitvoering van de taken door de gemeenten. Het Waterschap komt in 2022 met een nieuw Waterbeheerprogramma 2022-2027, waarin is uitgewerkt op welke wijze WL/WBL komende periode (2022-2027) invulling gaan geven aan deze wettelijke taak.

Voor de waterketenpartners zijn met name de opgaven voor klimaatadaptie en waterkwaliteit en ecologie (KRW) van belang. Volgens de Omgevingswet (artikel 2.2) houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. Met de aanleg en het onderhoud van riolering, transportleidingen, afvalwaterzuiveringen en andere voorzieningen geven de gemeenten en het waterschap invulling aan bovengenoemde zorgplichten. Het dagelijks beheer van beide overheden is erop gericht om deze voorzieningen in stand te houden en optimaal te laten functioneren. Voor de gemeentelijke zorgplichten volgt in de volgende paragrafen een overzicht van de wettelijke formulering van de zorgplicht. Daarna is in een tekstkader en voorstel opgenomen voor de invulling van de zorgplicht in een omgevingsvisie. 4.6 Zorgplicht drinkwater Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) is de drinkwaterleverancier in Limburg (artikel 3 Drinkwaterwet). Zij is verplicht tot het leveren van drinkwater in haar gebied. Provincie en de 31 gemeenten zijn aandeelhouder in WML. Schoon en voldoende drinkwater is voor iedereen belangrijk. In Limburg is drinkwater onlosmakelijk verbonden met grondwater- en bodemkwaliteit, maar ook met de kwaliteit van het Maaswater.

Het gebruik van de ondergrond, de inrichting én het gebruik van de leefomgeving hebben daar invloed op. Ook de hoeveelheid beschikbaar grondwater én Maaswater is belangrijk gezien de relatie met klimaatverandering en droogte. Daarom moet de openbare drinkwatervoorziening goed ingebed zijn in de ruimtelijke inrichting en gebiedsgebruik. Op grond van de Drinkwaterwet (artikel 2) hebben alle bestuursorganen een zorgplicht voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dit komt ook tot uiting in de Omgevingswet (artikel 2.1).

22 (51)

Bij de uitoefening van bevoegdheden en toepassing van wettelijke voorschriften door bestuursorganen geldt de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als een dwingende reden van groot openbaar belang. Belangrijk zijn de gebiedsdossiers en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s die bestuurlijk zijn bekrachtigd op 10 oktober 2019. De Provincie speelt hierin als opsteller en eigenaar van de gebiedsdossiers een belangrijke rol. 4.7 Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater naar een zuiveringtechnisch werk (bijvoorbeeld een gemaal, overnamepunt of RWZI) en doet dit binnen de bebouwde kom door de aanleg en beheer van vuilwaterriolen (of gelijkwaardige voorzieningen). Ook buiten de bebouwde kom (het buitengebied) geldt in beginsel de gemeentelijke zorgplicht. Als aanleg van een vuilwaterriool niet doelmatig is, hoeft de gemeente de zorgplicht niet in te vullen. Bij het beoordelen van doelmatigheid spelen milieubelangen ook een rol. Als de gemeente de zorgplicht niet invult, dan hebben inwoner en bedrijf een eigen verantwoordelijkheid als lozer van afvalwater. Zij mogen geen ongezuiverd afvalwater lozen en zijn zelf verantwoordelijk voor een zuiveringsvoorziening.

23 (51)

voorstel voor nadere uitwerking en invulling in de individuele GRP’n (gezamenlijke basis). Bij de invulling van de zorgplicht stedelijk afvalwater maken wij onderscheid tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw is het lozers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is de facto een aansluitplicht. De gemeente is verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening (zoals een IBA) die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het Waterschap geeft hier advies. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.

Buitengebied Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: o De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. o Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. o Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI. o Doelmatigheid. De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie. Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zal de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.

Tactische uitwerking Op grond van de hierboven gegeven nadere invulling hebben we gezamenlijke beleidsuitgangspunten geformuleerd: 1. Hoe gaan we om met nieuwe sanitatie bij nieuwe ontwikkelingen (huisvesting seizoensarbeiders, recreatieondernemingen, bijvoorbeeld het toepassen van decentrale zuiveringsconcepten, zowel binnen als buiten de bebouwde kom? Binnen de bebouwde kom wordt, grote uitzonderingen daargelaten, altijd aangesloten op riolering. Buiten de bebouwde kom geldt een doelmatigheidsafweging, waarbij we de voorkeursvolgorde rioleren-decentraal zuiveren-IBA aanhouden. Een IBA heeft immers een constante stroom afvalwater nodig en is daardoor minder geschikt voor fluctuaties in aanbod.

24 (51)

Nieuwe initatieven buiten de bebouwde kom mogen aansluiten op bestaande infrastructuur als noodzakelijke aanpassingen technisch mogelijk zijn. De kosten van de aansluiting, ook die van noodzakelijke technische aanpassingen zijn dan voor de lozer/eigenaar. 2. Hoe gaan we om met glastuinbouw, pot- en containerteelt en bijvoorbeeld emissieloze kassen? We bepalen met het waterschap en betrokkenen de haalbare opties. Inzamelen en transporteren door de gemeente is daarbij niet vanzelfsprekend. De komende jaren onderzoeken we hoe we met deze lozingsroutes omgaan en maken daar beslisbomen voor en werken dit uit in lozingsregels voor het omgevingsplan. Daarmee wordt duidelijk wat we van de eigenaren verwachten. 3. Hoe gaan we in onze regio om met afvalwater van evenementen? Afvalwater van evenementen wordt alleen door de gemeente ingezameld als dat in de bestaande infrastructuur niet tot problemen leidt. We (gemeente, WL/WBL) gaan daarover altijd in gesprek met betrokkenen, waarbij er ruimte is voor bijvoorbeeld decentrale zuivering. De gemeente borgt het proces, en kan daarbij ruimte bieden aan initiatief en innovatie. Vraagstukken die we de komende jaren verder oppakken: - Welke regels nemen we in de omgevingsplannen op voor de afstand van af de riolering waarvoor lozingen in bodem en oppervlaktewater verboden zijn (de zogenaamde ’40-meter’ grens).

- Hoe zorgen we er voor dat stoffen in lozingen (van bijvoorbeeld bedrijven) niet tot problemen in zuiveringen en watersysteem leiden 4.8 Zorgplicht hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde die we hierbij hanteren is vasthouden, infiltreren en bergen. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem. Zij kan het zowel gescheiden van, als gemengd met huishoudelijk afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering of van het ontvangende oppervlaktewater, soms van beide.

25 (51)

voorstel voor nadere uitwerking en invulling in de individuele GRP’n (gezamenlijke basis) Hemelwater niet inzamelen tenzij, … Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dit is de invulling van de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (10.29a). Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder wordt per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) beschreven hoe de gemeente invulling wil geven aan de zorgplicht hemelwater. Bestaande bouw Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeenten het hemelwater blijft inzamelen en transporteren naar een zuiveringtechnisch werk (RWZI, bij gemengde riolering), het oppervlaktewater of naar de bodem (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd.

Bij knelpunten met betrekking tot wateroverlast en bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door gescheiden riolering kan de gemeente het lozen van hemelwater op het vuilwater of gemengde riool verbieden op grond van bestemmingsplan, hemel- en grondwaterverordening of omgevingsplan (vanaf 1-12022). Vooralsnog houden we de trits ’stimuleren-faciliteren-afdwingen’ aan. Nieuwbouw Bij nieuwbouwsituaties zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. Verbouw Bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. Herinrichting Bij herinrichting van het openbaar gebied zal regenwater zoveel als mogelijk is worden geïnfiltreerd in de bodem. We hanteren ook een bergingsnorm van X mm. Buitengebied In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw.

De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn regenwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of loost het in overleg met de gemeente in de bodem.Hierbij hanteren we de (kwaliteits) uitgangspunten voor verantwoord afkoppelen zoals opgenomen in de nog te actualiseren beslisbomen ”Regenwater schoon naar beek en bodem”.

26 (51)

Tactische uitwerking Op grond van de hierboven gegeven nadere invulling hebben we gezamenlijke beleidsuitgangspunten geformuleerd 1. hoe gaan we om met hemelwater Daarvoor zetten we de komende periode een beslisboom op afhankelijk van de lozingsroutes. We kijken daarbij uitdrukkelijk naar de Limburgbrede actualisatie van de beslisboom afkoppelen. Uitgangspunt voor de regio is dat we deze planperiode nog niet over gaan tot het afdwingen van afkoppelen, hoewel daar op lokaal niveau wel noodzaak voor kan zijn en dus onderbouwd van kan worden afgeweken. Als overheid geven we met betrekking tot afkoppelen het goede voorbeeld. Waar mogelijk en doelmatig, koppelen we verharde oppervlakken af, waarbij het afgekoppelde water bij voorkeur wordt geinfiltreerd. 2. Welke bergingseisen stellen we aan nieuwe ontwikkelingen en kunnen we die differentieren per gebiedstypoligie? Daar gaan we de komende planperiode met elkaar over in gesprek, De uitdrukkelijke wens is om wel te differentieren per gebiedstypologie. Daarbij kijken we ook wat precies onder bergingscapaciteit wordt verstaan en of infiltratiecapaciteit daar onderdeel van is of niet.

4.9 Zorgplicht grondwater De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen (artikel 3.6 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a-2 Ow). Althans, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Dit is vooral kwantitatief gericht. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking van het grondwater. Ook is zij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen. Onder structurele gevolgen verstaat de gemeente: • Wederkerende (tenminste jaarlijks) te hoge grondwaterstand en gedurende ten minste drie jaar (geen incident); • Én er meldingen zijn over structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand. In een water- en rioleringsprogramma kunnen gemeenten zelf exact vastleggen bij welke grondwaterstand er sprake is van structurele nadelige gevolgen.

Onder nadelige gevolgen van grondwaterstanden verstaat de gemeente: • significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; • of chronische gezondheidsklachten; • of schade aan gebouwen of infrastructuur. Dit kan dus ook gaan over te lage grondwaterstanden. Het gevolg van bovenstaande afwegingen en daarmee invulling van de zorgplicht kan zijn dat de gemeente juridisch bindende regels opneemt in het omgevingsplan over het wel/niet infiltreren van regenwater (zie ook bijlage 1 en 2). Naast de kwantiteit van het grondwater is ook de kwaliteit belangrijk. Vanuit de Drinkwaterwet heeft ook de gemeente hier een rol in.

27 (51)

voorstel voor nadere uitwerking en invulling in de individuele GRP’n (gezamenlijke basis) Grondwater niet inzamelen, tenzij… Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Het lozen van grondwater op het riool is in principe niet toegestaan. De gemeente heeft ook oog voor de kwaliteit van het grondwater en zet zich in om die in ieder geval niet te laten verslechteren. Bij bijvoorbeeld afkoppelen wordt hier ook rekening mee gehouden. Tactische uitwerking Op grond van de hierboven gegeven nadere invulling onderzoeken we de komende periode ook de lozingsroutes voor grondwater. Daarnaast hebben we gezamenlijke beleidsuitgangspunten geformuleerd: 1. Bronneringswater Bronneringswater kan alleen (onder voorwaarden) worden geloosd op riolering als: - retourneren in de bodem niet mogelijk is; - er geen duurzamer alternatief voorhanden is en - de hoeveelheid en samenstelling geen negatieve invloed heeft op de doelmatige werking van het riool en de zuivering.

Tactische uitwerking drinkwater Ook over de relatie met drinkwater hebben we gezamenlijke beleidsuitgangspunten geformuleerd: 1. Afstromend regenwater Afstromend regenwater is niet altijd schoon (genoeg). Daarom hanteren we de (kwaliteits) uitgangspunten voor verantwoord afkoppelen zoals opgenomen in de nog te actualiseren beslisbomen ”Regenwater schoon naar beek en bodem”. 2. Droge tijden en drinkwatergebruik We zetten in op waterbesparing. In perioden met een grote watervraag, onder andere bij warme vrije dagen, stimuleren we inwoners en bedrijven actief om water te besparen. Dat hangt ook samen met het bestrijden van droogte.

28 (51)

5

Onze prioriteiten voor 2021-2025

5.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft onze visie en strategische beleidsdoelen voor het Waterketenplan Waterpanel Noord. Eén van de belangrijkste aspecten die naar voren kwam bij de terugblik op de vorige planperiode was de constatering dat er in de vorige planperiode in beide deelregio’s te veel maatregelen waren geformuleerd Het gevolg hiervan was dat gegeven de beperkte uitvoeringscapaciteit veel acties en maatregelen te weinig of geen aandacht hebben gekregen. Daarom hebben we in het voorliggende waterketenplan een aantal duidelijke prioriteiten gesteld. Bij het prioriteren van de ambities voor de komende planperiode werkten wij van grof naar fijn of anders geformuleerd: van brede ambities voor water in de leefomgeving naar specifieke prioriteiten en opgaven. Bijlage 1 beschrijft het planproces en de brede waterambities in de regio Waterpanel Noord. Paragraaf 5.1 richt zich op de prioriteiten van het waterketenplan 2021-2025. De maatregelen en acties die voortkomen uit de prioriteiten en opgaven leest u terug in hoofdstuk 6 (uitvoeringsprogramma). 5.2 Beschrijving op hoofdlijn Als waterpanel Noord streven wij naar een water- en klimaatbestendig Noord Limburg. Bij de vertaling van deze visie naar doelstellingen sluiten wij aan bij de richting die eerder is ingezet en vastgelegd in een aantal visies en beleidsdocumenten2.

De partners in de regio Waterpanel Noord hebben de wens om een aantal duidelijke prioriteiten te stellen voor de komende planperiode. Deze prioriteiten vormen de basis voor de acties en maatregelen uit het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6). Uit de brede doelstellingen van Waterpanel Noord (zie bijlage 2) stellen wij de volgende prioriteiten voor het waterketenplan: Gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving 1. Wij werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zodat wij in 2027 kunnen voldoen aan de doelstellingen van de kaderrichtlijn water. 2. Wij passen de fysieke leefomgeving aan op het veranderende klimaat, zodat 20% van onze regio in 2027 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Doorwerking kerninstrumenten Omgevingswet 3. Wij werken aan de implementatie van de Omgevingswet, zodat het (grond)watersysteem en de waterketen in 2027 op een goede manier zijn opgenomen in de kerninstrumenten van de Omgevingswet van de gemeenten en het waterschap. Continuïteit inzameling en verwerking van afvalwater (uitvoeringskracht) 4. Wij versterken de capaciteit voor het uitvoeren van onze watertaken 5. Wij verhogen de kwaliteit van de uitvoering en dienstverlening en voeren onze watertaken uit tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. De eerste twee prioriteiten richten zich op een gezonde en veilige fysieke leefomgeving in Noord Limburg.

De andere prioriteiten richten zich op de doorwerking van de verschillende 2 o.a. de bouwsteen water en klimaat, de visie waardevol groeien, het waterbeheerplan en

het regionale deel van de (ontwerp) provinciale omgevingsvisie.

29 (51)

aspecten van de waterketen in de organisatie en de uitvoeringskracht om het afvalwater structureel op de meest doelmatige wijze in te zamelen, te transporteren en te verwerken. De volgende paragrafen gaan nader in op de prioriteiten (1 t/m 5) van het waterketenplan. Per prioriteit volgt een korte beschrijving van de achtergrond en context. De acties en maatregelen die volgen uit deze prioriteiten zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6). Voor de prioriteiten waterkwaliteit (1) en klimaatadaptatie (2) geven de paragrafen 5.3 en 5.4 daarnaast een beschrijving van concrete doelstellingen en leidende principes. De prioriteit klimaatadaptatie (2) wordt hierbij het meest uitgebreid beschreven omdat dit een relatief nieuw thema is en in de voorgaande plannen nog beperkt aan bod kwam. 5.3 Prioriteit 1: Waterkwaliteit In het Waterketenplan Limburgse Peelen 2016 is onder andere opgenomen: ´Betrokken partijen zijn het erover eens dat negatieve effecten van afvalwater niet worden afgewenteld. We nemen hierin ieder onze verantwoordelijkheid en geven gezamenlijk invulling aan het ambitiedocument ‘Van helder naar schoon water’. Op de lange termijn vinden nagenoeg geen overstorten vanuit het riool meer plaats op oppervlaktewateren.

Voor de korte en middellange termijn (tot 2027) is een ‘tussendoel’ opgesteld dat is afgestemd op de kwetsbaarheid van de aquatische levensgemeenschappen in het watersysteem. Hiertoe worden de benodigde KRWrioleringsmaatregelen voor 2027 gerealiseerd en verbeteren we het effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), zodat in 2027 de effluentlozingen zijn afgestemd op de doelstellingen conform de KRW en draagkracht van het ontvangende oppervlaktewater. Deze aanpak zetten we voort. Waterkwaliteit blijft ook de komende planperiode een speerpunt dat verweven is met de zorg voor de waterketen in brede zin. Wij hanteren de in onze regio ontwikkelde aanpak voor de beoordeling van riooloverstortingen, met als uitgangspunt dat het leven in kwetsbare wateren minimaal 2 jaar nodig heeft om te herstellen van een overstorting. In zeer kwetsbare wateren bedraagt de hersteltijd minimaal 5 jaar. Dat is een effectgerichte benadering. Door de uitworp uit riooloverstorten hierop af te stemmen, zorgen we dat de organismen niet definitief verdwijnen. Voor de niet kwetsbare wateren zijn als destijds de basisinspanning is gerealiseerd geen aanvullende maatregelen aan de overstort nodig. Voor elke overstort zoeken gemeente en waterschap samen naar de meest doelmatige maatwerkoplossing, o.a. op basis van de ecologische toets.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=014ed88a-c089-49db-b33c-074b8ae1b993