Verordening 2021 rioolheffing
Tekst van het document
nteraad Echt~5u5teren Raadsbesluit N ZZDIOßUMO-D 66777 De raad van de gemeente Echt-Susteren, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echthusteren dinsdag 27 oktober 2020 met 52801; gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen: de verordening op de heffing en invordering van riooihef¿ng 2021 Artikel Definities Deze verordening verstaat onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsah/alwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel Aard van de belasting Onder de naam rioolhef¿ng wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvaiwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvioeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect op de gemeentelijke riolering is aangesloten; Als het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het beiastingjaar als zodanig in basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Pagina 1 van 3 D 66777
Artikel Voorwerp van de belasting Voorwerp van de belasting is een perceel. Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk van de Wet Waardering onroerende zaken; de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel Belastingtarieven De belasting bedraagt per perceel 264,85; Voor percelen met een WUZ-waarde die minder is dan 20.000 bedraagt de belasting: 132,40. Artikel Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van: percelen, waarvan de gemeente het eigendom, bezit of beperkt recht heeft; percelen, waarvan de WOZ-waarde minder is dan 3.000.
Artikel Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Belastingbedragen van minder dan 5,00 worden niet geheven. Voor toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als een belastingbedrag. Artikel 11. Termijnen van betaling ln afwijking van artikel eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. ln afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan 20.000 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Pagina 2 van 3 D 66777
De Algemene termijnenvvet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeerartikel De 'Verordening riodlhet¿ng 2020', vastgesteld bij raadsbesluät van 18 december 20191` Wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de hef¿ng, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in Werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. Deze verordening kan Worden aangehaald als de 'Verordening rieolhet¿ng 2021'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad Woensdag 16 december 2020. Pagina 3 van 3 D 66777