CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Veldonderzoek das en holtenbomen

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan en exploitatieplan Bedrijventerrein De Berk III1.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies

advies

Notitie veldbezoek das en holtebomen

project Notitie veldbezoek das en holtebomen datum 18 juni 2021 opdrachtgever Gemeente Echt-Susteren projectnummer P03458 opgesteld door RdM controle MvdS

Inleiding De gemeente Echt is voornemens bedrijventerrein de Berk ten oosten van de spoorlijn Sittard-Roermond uit te breiden met ca. 22 ha bruto. In totaal zijn er ca. 45 kavels beoogd met elk een omvang van ca. 2.500 m² BVO. De totale netto omvang van de ontwikkeling is ca. 122.000 m². Er is vanuit het MKB voldoende vraag naar nieuwe kavels, maar zijn er op dit moment nagenoeg geen geschikte kavels beschikbaar. Een verkennend onderzoek van de STEC Groep (2018) laat zien dat De Berk de meest concrete mogelijkheden heeft om uit te breiden in het MKB-veld. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan (Buitengebied – bestemmingsplan vastgesteld (2016-07-06)). De projectlocatie heeft de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ en ‘Wonen’ (éen perceel) met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. In 2019 is huidig plangebied reeds beoordeeld binnen een quickscan (FFadvies, rapport r201908-a), als onderdeel van een groter zoekgebied. Binnen deze quickscan is huidige plangebied globaal beoordeeld, er werd vervolgonderzoek naar das en vleermuis noodzakelijk geacht.

Figuur 1: Locatie van de uitbreiding van bedrijventerrein de Berk

Figuur 2: Plangebied gezien vanuit het westen

Voorliggende notitie heeft betrekking tot een extra veldbezoek, uitgevoerd op 23 april 2021, waarbij het plangebied is onderzocht op sporen van das en de bomen binnen het plangebied zijn gecontroleerd op de mogelijke aanwezigheid van rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort.

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Figuur 3: Plangebied gezien vanuit het zuiden

1

Advies Notitie veldbezoek das en holtebomen

Resultaten Vleermuizen De bomen binnen de 2 houtopstanden in het oosten van het plangebied betreft voornamelijk jong aanwas, met dunne stammen (figuur 4). De houtopstand te midden van het plangebied bevat enkele oudere bomen (figuur 5). Binnen geen van de 3 houtopstanden binnen het plangebied zijn bomen met holten of loshangende stukken schors aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een boombewonende vleermuissoort worden uitgesloten. De houtopstanden zijn tevens te gering in omvang om als (essentieel) foerageergebied voor een vleermuissoort te dienen. Wel maken bomenrijen in de directe omgeving potentieel deel uit van vliegroutes. Dit betreffen de bomenrijen parallel met de Rijksweg Noord (zie figuur 10). Om verstoringen van de vliegroutes te voorkomen dient licht gericht of uitstralend op deze bomenrijen te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als binnen de toekomstige situatie. Indien de bomenrijen verwijderd, doorbroken of verlicht worden dient vooraf een vliegrouteonderzoek plaats te vinden naar het gebruik van de bomenrijen als vliegroute.

Figuur 4: Houtopstand in het oosten van het plangebied

Figuur 5: Houtopstand te midden van het plangebied

Das

Figuur 6: Dassenhaar aan prikkeldraad

Figuur 7: Wissel te midden van plangebied, tegen houtopstand

Binnen het plangebied zijn meerdere sporen aangetroffen die wijzen op gebruik van het plangebied door de das. Aan een hek met prikkeldraad langs de zuidkant van de Paalweg zijn dassenharen aangetroffen (figuur 6 en 10). Een wissel loopt onder het hek door, en verbindt het plangebied met de houtopstanden ten zuiden van het plangebied. Binnen de houtopstand te midden van het plangebied zijn meerdere pijpen en wissels aangetroffen, welke mogelijk door das worden gebruikt (zie figuur 7, 8, 9 en 10). Gezien het aantal pijpen zal het hier hoogstens om een bijburcht gaan. Er zijn geen recente graafsporen, uitwerpselen, pootafdrukken of andere sporen van

Figuur 8: Mogelijke dassenpijp

Figuur 9: Mogelijke dassenpijp

vrijdag 18 juni 2021

2

Advies Notitie veldbezoek das en holtebomen

Figuur 10: Aangetroffen sporen van das en potentiële vliegroutes van vleermuizen binnen en in de directe omgeving van het plangebied

vrijdag 18 juni 2021

3

Advies Notitie veldbezoek das en holtebomen

das aangetroffen rond de pijpen. De aanwezigheid van das kan echter niet worden uitgesloten met één veldbezoek.

Overige soorten Vogels In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en ransuil. Wel kunnen binnen het opgaand groen in het plangebied mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. Zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als konijn, haas, egel en huisspitsmuis kunnen incidenteel in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Tevens komen er in de omgeving ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, eekhoorn en bever voor. Gezien het relatief kale habitat, en het ontbreken van geschikte verblijfplaatsen, betreft het hier geen essentieel habitat voor de steenmarter. Binnen de houtopstanden zijn tevens geen sporen, zoals nesten, aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van eekhoorn.

De aanwezigheid van bever en andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

vrijdag 18 juni 2021

Met betrekking tot beschermde soorten reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelden en vaatplanten kan de aanwezigheid op voorhand worden uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is geen geschikt habitat aanwezig.

Zorgplicht Bij het onverwacht aantreffen van een individu is de zorgplicht altijd geldend. De werkzaamheden dienen te worden gestaakt en er dient een ter zake kundige te worden ingeschakeld.

Conclusie Tijdens de controle zijn er geen (potentiele) rust- of verblijfplaatsen of foerageergebieden van een vleermuissoort aangetroffen. Wel zijn er mogelijke vliegroutes aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Indien de bomenrijen verlicht, doorbroken of verwijderd worden dient voorafgaand hieraan een vliegrouteonderzoek te worden uitgevoerd. Met betrekking tot de das zijn er enkele sporen aangetroffen die wijzen op gebruik van het plangebied door de das. In prikkeldraad direct ten zuiden van het plangebied zijn dassenharen en een wissel aangetroffen. Meerdere pijpen zijn aangetroffen te midden van het plangebied. Rond deze pijpen zijn geen recente sporen van das aangetroffen. Het is op basis van dit veldbezoek echter niet uit te sluiten dat das gebruik maakt van deze pijpen. Het Kennisdocument Das zegt hierover het volgende: “De afwezigheid van dassen kan aangenomen worden als bekend is dat een burcht al vijf jaar niet in gebruik is of als na drie veldinventarisaties gericht op dassen onder goede omstandigheden en voldoende verspreid over het jaar uitgevoerd, geen aanwijzingen zijn gevonden dat de das aanwezig is in het gebied. Ook moet er navraag gedaan zijn bij leden van werkgroepen die zich bezig houden met dassen, beheerders, omwonenden et cetera”.

Vervolgstappen Indien de betreffende bomenrijen verlicht, doorbroken of verwijderd worden dient vliegrouteonderzoek de functie hiervan voor vleermuizen uit te wijzen. Dit onderzoek vindt plaats door op twee momenten in het jaar het gebruik van de bomenrij door vleermuizen te bepalen. Om de aanwezigheid van dassen binnen een burcht aan te tonen dan wel uit te sluiten dient tijdens drie veldinventarisaties gericht op dassen, onder goede omstandigheden en voldoende verspreid over het jaar uitgevoerd, geen aanwijzingen zijn gevonden dat de das aanwezig is in het gebied. Daarnaast dient met een (lokale) dassenwerkgroep navraag te worden gedaan of er actieve burchten binnen of in de omgeving van het plangebied bekend zijn. Indien blijkt dat er bij de werkzaamheden verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden dient een ontheffing hiervan te worden verkregen bij de provincie Limburg. Een ontheffingsaanvraag wordt vergezeld van een activiteitenplan. Hierin staat beschreven welke mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen om de negatieve effecten op de soort te vermijden of verzachten, wordt een alternatievenafweging gemaakt en worden een of meerdere in de wet genoemde belangen onderbouwd. De beoordelingstermijn van een ontheffingsaanvraag duurt tot 20 weken.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=47c8d60c-96d1-45c3-8dc5-3255771add27