Toelichting Hommelweg 1a Susteren
Tekst van het document
De 100 % letaliteitsgrens bedraagt 180 meter en de 1% letaliteitsgrens bedraagt 430 meter. De ondergrondse hogedruk aardgasleiding A-520 heeft een diameter van 610 mm en een werkdruk van 66,2 bar. De 100 % letaliteitsgrens bedraagt 140 meter en de 1% letaliteitsgrens bedraagt 310 meter. De ondergrondse hogedruk aardgasleiding A-630 heeft een diameter van 1219 mm en een werkdruk van 66,2 bar. De 100 % letaliteitsgrens bedraagt 210 meter en de 1% letaliteitsgrens bedraagt 540 meter. De ondergrondse hogedruk aardgasleiding A-585 heeft een diameter van 1067 mm en een werkdruk van 66,2 bar. De 100 % letaliteitsgrens bedraagt 190 meter en de 1% letaliteitsgrens bedraagt 490 meter. Het plangebied valt binnen de 1% letaalzone van de ondergrondse hogedruk aardgasleidingen A-578, A-521, A-520, A-630 en A-585, maar buiten de 100% letaalzone van deze ondergrondse hogedruk aardgasleidingen. Enkel de ondergronds hogedruk aardgasleiding A-520 heeft een PR 10-6 contour. Het plangebied valt niet binnen de PR10-6 contour van de ondergrondse hogedruk aardgasleiding A-520. Op grond van artikel 12 lid Besluit externe veiligheid buisleidingen dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden en dient advies gevraagd te worden aan het bestuur van de veiligheidsregio. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.
Bestrijdbaarheid fakkelbrand Een fakkelbrand als gevolg van een leidingbreuk kan niet door de brandweer worden geblust. De fakkelbrand zal pas doven zodra de ingeblokte leiding volledig is leeggelopen. Dit kan 1 a 2 uur duren. De brandweer zal in verband met de hoge warmtestraling secundaire branden kunnen blussen en hulp verlenen in het plangebied. Het plangebied is goed bereikbaar en de bluswatervoorziening voldoet. Zelfredzaamheid personen In het plangebied zijn overwegend zelfredzame personen aanwezig. De appartementen worden gerealiseerd in de bestaande gebouwen op de locatie. In of naast deze gebouwen (in de schaduw van de fakkelbrand) kunnen personen zich beschermen tegen de te hoge warmtestraling van een fakkelbrand. Personen kunnen vervolgens onder dekking van gebouwen en opstallen verder vluchten naar een veiligere plek. Er zijn voldoende vluchtwegen aanwezig die van de risicobron af leiden. De zelfredzaamheid kan worden vergroot als de personen op de hoogte zijn van de mogelijkheid dat een fakkelbrand kan optreden en hoe zij zich in veiligheid kunnen brengen. Het optreden van een fakkelbrand is het meest waarschijnlijk als werkzaamheden plaatsvinden in de belemmeringenstrook van de aardgasleidingen. Bij dergelijke werkzaamheden moeten personen goed worden geïnformeerd over de risico's van een fakkelbrand en het handelingsperspectief.
De leidingbeheerder kan in overleg met de gemeente ook besluiten de directe omgeving proactief te ontruimen.
30
Hommelweg 1A Susteren
Gelet op de ligging van de appartementen buiten de 100% letaliteitszone in bestaande bebouwing is het niet zinvol om bouwkundige maatregelen te treffen met het oog op het ontstaan van brand door een hoge warmtestraling. In het kader van het vooroverleg heeft de Veiligheidsregio Noord-Limburg op 10 oktober 2023 een positief advies afgegeven met betrekking tot de veiligheidsrisico's. wel wordt geadviseerd om grondwerken binnen de belemmeringenstrook van de aardgastransportleiding alleen onder toezicht van de leidingbeheerder te laten plaatsvinden. Tevens dienen de arbeidsmigranten bekend te zijn met het risico van een fakkelbrand bij dergelijke werkzaamheden en het handelingsperspectief (schuilen in gebouwen en/of vluchten via de schaduwzijde van gebouwen van de bron af). 5.5.1 Conclusie externe veiligheid Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor onderhavig project.
Hommelweg 1A Susteren
31
32
Hommelweg 1A Susteren
Hoofdstuk 6
Overige ruimtelijke aspecten
Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.
6.1
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Daaromtrent zijn in de Erfgoedwet bepalingen opgenomen die de gemeenteraad in acht moet nemen. De beoogde gebruikswijziging van bestaande recreatieve bebouwing naar huisvestingsruimte voor arbeidsmigranten heeft geen invloed op eventueel aanwezige archeologische overblijfselen. Er worden immers geen bouwmogelijkheden gecreëerd, met een mogelijke verstoring van de bodem tot gevolg. De bouwvolumes vande Hommelhof hebben geen cultuurhistorische waarde. 6.1.1 Conclusie archeologie en cultuurhistorie Vorenstaande impliceert dat ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geen archeologisch onderzoek behoeft te worden verricht. Vanwege het ontbreken van cultuurhistorische waarden levert de planontwikkeling geen strijd op met de regelgeving met betrekking tot behoud van cultuurhistorie.
6.2
Kabels en leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
6.3
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 6.3.1 Verkeersstructuur Onderhavig plangebied wordt ontsloten via de Hommelweg. In de beoogde situatie wordt de bestaande ontsluiting gehandhaafd. Deze in-uitritconstructie verschaft eveneens de toegang naar het parkeerterrein welke wordt beoogd aan de zuidzijde van het plangebied. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstroom als gevolg van de beoogde ontwikkeling probleemloos kan opvangen. 6.3.2 Parkeren Onderhavige ontwikkeling ziet op het realiseren van een huisvestingslocatie voor maximaal 120 arbeidsmigranten. Het benodigd aantal parkeerplaatsen dient op eigen terrein te worden gerealiseerd en dient te worden afgestemd op de omvang van de huisvestingsvoorziening, het autobezit van de beoogde arbeidsmigranten en het type werkzaamheden. In het bestemmingsplan 'Buitengebied' zijn geen specifieke parkeernormen/parkeerkencijfers opgenomen voor arbeidsmigrantenhuisvesting in het buitengebied. Indien gerefereerd wordt aan een vergelijkbare functie (onzelfstandige kamerverhuur) dan blijkt het parkeerkencijfer 0,0 te zijn in het buitengebied. Uitgaande van
Hommelweg 1A Susteren
33
een 'worse-case' scenario waarbij alle arbeidsmigranten met de eigen auto komen, wordt toepassing gegeven aan de norm 'kamerverhuur/zelfstandig, niet-student' voor de bebouwde kom. Deze norm ligt op minimaal 0,6 en maximaal 0,8 parkeerplaatsen per kamerbewoner / bewoner van onzelfstandige woonruimte. Uitgaande van het maximale parkeerkencijfer van 0,8 parkeerplaats per arbeidsmigrant resulteert dit in een parkeerbehoefte van maximaal 96 parkeerplaatsen indien 120 arbeidsmigranten worden gehuisvest. Op eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig om deze parkeerbehoefte op te vangen. 6.3.3 Conclusie verkeer en parkeren Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.
6.4
Waterhuishouding
6.4.1 Nationaal Waterplan Het Nationaal Water Programma 2022-2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het doel van het programma is om Nederland voor te bereiden op toekomstige uitdagingen op het gebied van waterbeheer, zoals klimaatverandering en veranderende watervraag in de verschillende sectoren. Het programma richt zich op vijf thema's: waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid, waterkwaliteit, watersysteem en waterketen. Voor elk thema zijn specifieke doelen en maatregelen opgesteld. Het Rijk kiest in het waterbeleid voor de periode 2022-2027 en richting 2050 voor 3 hoofdambities. Deze ambities geven op hoofdlijnen aan waar we in Nederland naartoe willen rond water. Een veilige en klimaatbestendige delta Een concurrerende, duurzame en circulaire delta Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur 6.4.2 Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip.
Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
Onderhavige ontwikkeling voorziet in het correct planologisch-juridisch regelen van het bestaand gebruik op de locatie Hommelweg 1 te Susteren, middels het doorvoeren van een planologische functiewijziging. De gemeente Echt-Susteren hanteert beleid met betrekking tot het afkoppelen van hemelwater. Hierin staat dat bij nieuwbouw of grootschalige aanpassingen van woningen of verhard oppervlak het hemelwater op eigen terrein geïnfiltreerd of opgeslagen moet worden. In casu zijn de regels met betrekking tot verbouw van toepassin:. De eigenaar van het gebouw en perceel verwerkt ten minste bui 10 (45 mm) zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte.
34
Hommelweg 1A Susteren
Ondanks dat de ontwikkeling ten opzichte van de bestaande situatie niet gepaard gaat met het toevoegen van bebouwing dan wel verharding, is wel sprak van een verbouwplan. De initiatiefnemer dient het hemelwater afkomstig van de (dak)verhardingen op eigen terrein af te wikkelen. Gelet op de oppervlakte van het terrein en de vele onverharde terreindelen vormt dit geen enkel probleem. Het aspect waterhuishouding vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.
6.5
Natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. 6.5.1 Natura2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Natura-2000 gebieden worden beschermd door de 'Wet Natuurbescherming'. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het noordoostelijk gelegen 'Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop'. De afstand tussen het plangebied en dit Natura-2000 gebied bedraagt circa 2,0 kilometer.
Kaart 'Natura2000' van Atlas Limburg met aanduiding plangebied Initiatiefnemer is voornemens om de locatie aan de Hommelweg 1a t/m 1j te Susteren om te vormen tot een huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten. Daartoe wordt de bestaande bebouwing op het terrein ingezet voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd naar de realisatiefase en de gebruiksfase van onderhavige ontwikkeling. Betreffend stikstofonderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. Uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een op voor stikstof
Hommelweg 1A Susteren
35
gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen met zekerheid worden uitgesloten. Behalve depositie van stikstof kunnen ook andere effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten optreden. Denk hierbij aan verstoring als gevolg van verlichting of geluid. Gelet op de afstand van circa 2 kilometer tot het dichtstbijzijnde beschermde Natur 2000-gebied is het uitgesloten dat effecten optreden voor het Natura 2000-gebied. Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding een Wnb-vergunning aan te vragen of een verklaring van geen bedenkingen te vragen vanwege mogelijke effecten op N2000-gebieden. 6.5.2 Flora- en Fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten.
Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op het doorvoeren van een functiewijziging ter plekke van bestaande bebouwing. Deze functiewijziging heeft geen invloed op eventueel aanwezige flora en fauna omdat deze binnen de bestaande bouwmassa wordt gerealiseerd.Tevens is ter plekke van de beoogde huisvesting momenteel al sprake van een bestaand recreatiebedrijf met vakantieappartementen en een kampeerterrein. De functieverandering naar huisvesting van arbeidsmigranten heeft geen negatieve effecten voor eventuele beschermde soorten flora en fauna. Geconcludeerd wordt dat vanwege de aard van de ontwikkeling geen belemmeringen aanwezig zijn voor het aspect flora- en fauna. 6.5.3 Conclusie natuurbescherming Gelet op vorenstaande vormt het aspect natuurbescherming geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling. Opgemerkt wordt dat artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
6.6
Duurzaamheid
Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat.
36
Hommelweg 1A Susteren
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van de openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op het doorvoeren van een inpandige functieverandering.
Er is dan ook geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het opstellen van een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst is dan ook niet noodzakelijk.
7.2
Planschade
Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. De schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeesters en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Echt-Susteren sluit een planschade-verhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Echt-Susteren.
Hommelweg 1A Susteren
37
38
Hommelweg 1A Susteren
Hoofdstuk 8
Planstukken
Het bestemmingsplan 'Hommelweg 1 Susteren' van de gemeente Echt-Susteren bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding.
8.1
Algemeen
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings-, wijzigings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Opbouw bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan. 8.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat:
Hommelweg 1A Susteren
39
Hoofdstuk 1: Inleidende regels - Begrippen - Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels - Bestemmingen - Voorlopige bestemmingen - Uit te werken bestemmingen - Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels - Anti-dubbeltelregel - Algemene bouwregels - Algemene gebruiksregels - Algemene aanduidingsregels - Algemene afwijkingsregels - Algemene wijzigingsregels - Verwezelijking in de naaste toekomst - Algemene procedureregels - Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels - Overgangsrecht - Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. 8.2.3 Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'.
Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven.
40
Hommelweg 1A Susteren
De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:1000. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Hommelweg 1A Susteren
41
42
Hommelweg 1A Susteren
Hoofdstuk 9 procedure 9.1
Vooroverleg, inspraak en formele
Inleiding
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. In het kader van het vooroverleg heeft Provincie Limburg op 16 oktober 2023 aangegeven dat het plan geen provinciale belangen bevat. Provincie Limburg ziet geen aanleiding ten aanzien van het plan een zienswijze in te dienen.
9.3
Inspraak
Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Echt-Susteren heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.
9.4
Omgevingsdialoog
De initiatiefnemer van voorliggende ontwikkeling heeft op 20 november 2023 een informatieavond georganiseerd. Geïnteresseerden zijn via een publicatie in het lokale weekblad uitgenodigd om in de kantine van de Hommelhof kennis te nemen van de plannen. Tevens zijn enkele direct belanghebbenden persoonlijk op de hoogte gesteld van de plannen. De informatieavond is goed bezocht door zowel omwonenden, eigenaren van vakantiewoningen op het nabijgelegen recreatiepark en bestaande bewoners van de appartementen. Tijden de informatieavond zijn de plannen en ontwerptekeningen toegelicht. Tevens zijn vragen genoteerd. In Bijlage 5 is een overzicht van de binnengekomen vragen opgenomen. De vragen zijn voorzien van een antwoord en waar mogelijk zijn aanpassingen doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan.
Hommelweg 1A Susteren
43
9.5
Formele procedure
9.5.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.5.2
Zienswijzen
Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2023 gedurende 6 weken voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn vier zienswijzen ingekomen. Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in een zienswijzennota. De zienswijzennota is toegevoegd als Bijlage 6. Deze zienswijzennota is samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. 9.5.3 Vaststelling en beroepsprocedure Het bestemmingsplan 'Hommelweg 1a Susteren' is op 26 september 2024 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Echt-Susteren. Tegen het bestemmingsplan 'Homelweg 1a Susteren' is beroep ingesteld door een belanghebbende. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 maart 2025 een tussenuitspraak gedaan (De Afdeling 5 maart 2025, uitspraak 202406943/1/R1). Met inachtname van het bepaalde in de tussenuitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bestuurlijke lus toegepast en de gemeenteraad van de gemeente Echt-Susteren een opdracht gegeven: 1. De raad dient binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de geconstateerde gebreken te herstellen; 2.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de andere partijen de uitkomst van de opdracht mede te delen en het gewijzigde besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Naar aanleiding van de tussenuitspraak is het bestemmingsplan als volgt aangepast:
Verbeelding:
44
Hommelweg 1A Susteren
De bestemming 'Wonen – Huisvesting arbeidsmigranten' is aangepast in de bestemming 'Recreatie – Verblijfsrecreatie'. Deze bestemming voorziet in een regeling na ommekomst van de 10 jaarstermijn waarbinnen huisvesting van arbeidsmigranten mag plaatsvinden.
Regels: Artikel 1.46 bevat een begripsbepaling van onzelfstandige wooneenheid: woonruimte waarbij de keuken, douche en toilet wordt gedeeld met andere bewoners van een pand.
Artikel 7 is aangepast van 'Wonen – Huisvesting arbeidsmigranten' naar 'Recreatie – Verblijfsrecreatie'. In deze bestemming is voorzien in een regeling voor de recreatieve verhuur van appartementen en kampeermiddelen.
Artikel 9.3.1 wordt aangevuld met de van toepassing zijnde parkeernorm: In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als 0,8 parkeerplaats per bewoner/recreant aanwezig is.
Toelichting: De toelichting heeft een aangepaste inleiding en een aangepaste paragraaf 2.2 (beoogde ontwikkeling), waarin een doorkijk wordt gegeven naar de recreatieve invulling na ommekomst van de periode van 10 jaar waarin verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten plaatsvindt. Tevens is de toelichting aangepast aan beleids- en wetswijzigingen welke na vaststelling (26 september 2024) hebben plaatsgevonden. 9.5.4 Vaststelling bestemmingsplan bestuurlijke lus Op XX XX 2025 heeft de gemeenteraad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan 'Hommelweg 1a Susteren' opnieuw vastgesteld. Het vaststellingsbesluit is bijgevoegd in Bijlage 7.
Hommelweg 1A Susteren
45