Toelichting en regels
Tekst van het document
bestemmingsplan
INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN ontwerp 1 december 2020
bestemmingsplan
INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN
documentstatus
ontwerp
documentversie
1
IMRO-code
NL.IMRO.1711.BP20200508-
IMRO-publicatieversie
OW01
datum
1 december 2020
projectnummer
30618003A
auteur
R. van Hest K. Willemsen
contact
073 623 1313 bureauverkuylen.nl
2
INHOUDSOPGAVE Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
8
1.3
Vigerend bestemmingsplan
10
Gebiedsanalyse
13
2.1
Bebouwing en functies
13
2.2
Ontsluiting
15
2.3
Groen en water
15
Plan
17
3.1
Bebouwing en functies
17
3.2
Verkeer en parkeren
18
3.3
Groen en water
20
3.4
Duurzame en gezonde leefomgeving
20
Beleid
23
4.1
Nationaal niveau
23
4.2
Provinciaal niveau
24
4.3
Regionaal niveau
27
4.4
Gemeentelijk niveau
28
Uitvoeringsaspecten
31
5.1
Milieu
31
5.2
Waarden
46
5.3
Waterparagraaf
49
Economische uitvoerbaarheid
53
6.1
Kostenverhaal
53
6.2
Conclusie
53
Juridische aspecten
55
7.1
Algemeen
55
7.2
Planregels
55
Procedure
57
8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
57
8.2
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
57
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
3
Bijlagen bij de toelichting
59
Bijlage 1
Bodemonderzoek
59
Bijlage 2
Saneringsplan
59
Bijlage 3
Besluit Wet bodembescherming
59
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek Vincentiuslaan 9
59
Bijlage 5
Advies Veiligheidsregio Midden-Limburg
59
Bijlage 6
Rapport Projectgebonden Risicoanalyse CE
59
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek
59
Bijlage 8
MER
59
Bijlage 9
Stikstofdepositie-onderzoek
59
Bijlage 10
Toets flora en fauna
59
Bijlage 11
Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond 59
Regels
61
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
63
Artikel 1
Begrippen
63
Artikel 2
Wijze van meten
70
Bestemmingsregels
73
Artikel 3
Verkeer
73
Artikel 4
Wonen
75
Algemene regels
81
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
81
Artikel 6
Algemene bouwregels
82
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
85
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
86
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
87
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
89
Artikel 11
Algemene procedureregels
90
Artikel 12
Overige regels
91
Overgangs- en slotregels
93
Artikel 13
Overgangsrecht
93
Artikel 14
Slotregel
94
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Bijlagen bij de regels
95
Bijlage 1
95
4
Staat van Bedrijfsactiviteiten
TOELICHTING
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
5
6
HOOFDSTUK 1 INLEIDING Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Inbreidingslocatie Reinoud van Gelderstraat, Susteren" van de gemeente Echt-Susteren.
1.1
Aanleiding en doel
Tussen de Reinoud van Gelderstraat en de Vincentiuslaan in Susteren ligt de voormalige timmerfabriek 'Lijnen'. De werkzaamheden in de timmerfabriek zijn reeds beëindigd, maar de bedrijfsbebouwing staat nog steeds te midden van een woonwijk. De initiatiefnemer van dit binnengebied wenst de fabrieksgebouwen te slopen en ter plaatse acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren. Dit initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan ''Stedelijk gebied'' van de gemeente Echt-Susteren, omdat nieuwe woningen uitsluitend mogen worden opgericht ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning'. Deze aanduiding ontbreekt op deze gronden. De gemeente Echt-Susteren heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de toelichting en regels voor het realiseren van acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
7
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
8
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
Het plangebied bestaat uit particulier en gemeentelijk eigendom. De gronden van de initiatiefnemer zijn kadastraal bekend gemeente Echt-Susteren, sectie D, nummers 4863, 5959 (gedeeltelijk), 5960 (gedeeltelijk), 6118, 6234, 6235, 7152, 7154. De gronden van de gemeente (ter plaatse van de Reinoud van Gelderstraat) zijn kadastraal bekend gemeente Echt-Susteren, sectie D6620. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2.915 m².
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeren drie bestemmingsplannen:
bestemmingsplan ''Stedelijk gebied'', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 26 mei 2016;
bestemmingsplan ''Cultuurhistorie Echt-Susteren'', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 22 september 2016;
bestemmingsplan '' Facetbestemmingsplan Sport- en/of recreatieve voorzieningen'', vastegesteld door de gemeenteraad d.d. 22 februari 2017.
1.3.1
Bestemmingsplan ''Stedelijk gebied''
Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
10
Ter plaatse van het plangebied geldt de enkelbestemming 'Wonen', bedoeld voor onder meer wonen en bestaande, legaal aanwezige aan huis-verbonden-beroepen of -bedrijven. Ter plaatse van de Reinoud van Gelderstraat vigeert de bestemming 'Verkeer', hoofdzakelijk bedoeld voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers- en verblijfsfunctie. Tevens kent het plangebied de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'. Deze aanduiding stelt eisen ten aanzien van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Het realiseren van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen is niet toegestaan, omdat de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning' ontbreekt.
1.3.2
Bestemmingsplan ''Cultuurhistorie Echt-Susteren''
Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
11
Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', bedoeld voor onder meer de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden. Tevens kent dit deel van het plangebied de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch ensemble Mariaveld Stationsstraat'. Deze aanduiding is bedoeld voor de instandhouding en bescherming van waarden en karakteristieken. Het realiseren van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen is niet van invloed op deze cultuurhistorische dubbelbestemming. In paragraaf 5.2.2 wordt dit aspect nader toegelicht.
1.3.3
Bestemmingsplan ''Facetbestemmingsplan Sport- en/of recreatieve
voorzieningen'' Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ''Facetbestemmingsplan Sporten/of recreatieve voorzieningen''. Dit bestemmingsplan is uitsluitend van toepassing op het bestemmingsplan ''Stedelijk gebied'' binnen de bestemmingen 'Recreatie' en 'Sport'. Onderhavig planvoornemen is niet gelegen binnen deze bestemmingen. Daarmee is dit bestemmingsplan niet van toepassing op onderhavig planvoornemen.
1.3.4
Conclusie
Het initiatief betreft de realisatie van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen binnen de bestemming 'Wonen'. Binnen de bestemming 'Wonen' is de realisatie van nieuwe grondgebonden levensloopbestendige woningen niet mogelijk zonder de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning'. Deze ontbreekt waardoor een herziening van het bestemmingsplan derhalve noodzakelijk is.
12
HOOFDSTUK 2 GEBIEDSANALYSE In dit hoofdstuk is een analyse van het plangebied en omgeving opgenomen. Onderstaande afbeelding geeft het plangebied in zijn omgeving weer.
WIJDERE OMGEVING
2.1
Bebouwing en functies
Het plangebied is onderdeel van de woonbuurt 'Mariaveld' binnen de dorpskern van Susteren. Deze woonbuurt bestaat hoofdzakelijk uit twee-onder-een-kapwoningen en geschakelde woningen. Deze woonbuurt is vernoemd naar de Mariakerk gelegen ten oosten van het plangebied. De Vincentiuslaan behoort ter plaatse van het plangebied tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble 'Mariaveld-Stationsstraat'. De bebouwing dateert uit omstreeks 1915-1930 en is in de jaren '60 en '70 in zuidoostelijke richting vergroot. De lintbebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen of blokken van twee woningen bestaande uit
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
13
twee bouwlagen en een kap, waarbij de nok meestal evenwijdig aan de straat en soms haaks op de straat staat. Alle bebouwing heeft een ondiepe voortuin of staat direct tegen de openbare ruimte. Ondanks de grote verscheidenheid aan architectuur zorgt deze regelmaat in de maat en schaal voor een zekere eenheid. De waarde van de wijk schuilt vooral in de stedenbouwkundige opzet van kruisende wegen, waarbij de Vincentiuslaan geprojecteerd is op de monumentale Mariakerk met klooster. De Reinoud van Gelderstraat, in tegenstelling tot de Vincentiuslaan, behoort niet tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble 'Mariaveld-Stationsstraat'. Deze straat kent een combinatie van wonen (hoofdzakelijk vrijstaande woningen en twee-onder-eenkapwoningen) en een aantal maatschappelijke functies (school, sporthal, brandweer en zorgwoningen).
DIRECTE OMGEVING
14
Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Reinoud van Gelderstraat en de Vincentiuslaan. Het binnengebied is onderdeel van de voormalige timmerfabriek 'Lijnen'. De werkzaamheden in de timmerfabriek zijn reeds beëindigd, maar de bedrijfsbebouwing staat nog steeds te midden van de woonbuurt. De bedrijfsbebouwing bestaat uit een vijftal aaneengeschakelde loodsen die in een noordzuidrichting gebouwd zijn. Naast de bedrijfsbebouwing bestaat het perceel deels uit een grasveld. Direct aan de bedrijfsbebouwing ligt de woning en het bijgebouw van Vincentiuslaan 9. Vanaf het bijgebouw van nummer 9 is het bedrijfsterrein direct te bereiken. Het bijgebouw bestaat uit een bouwlaag met een flauwe kap.
2.2
Ontsluiting
Het plangebied wordt middels één inrit ontsloten op de Reinoud van Gelderstraat en middels één inrit ontsloten op de Vincentiuslaan. Beide straten hebben een ontsluitende functie voor de woonbuurt richting de Stationsstraat die de dorpskern van Susteren in zuidelijke richting ontsluit in de richting van Nieuwstadt en Sittard. In noordelijke richting gaat de Stationsstraat over in de Oude Rijksweg Noord die de dorpskern van Susteren ontsluit in de richting van Echt. De verkeersintensiteit is laag, omdat parallel aan de Reinoud van Gelderstraat meerdere wegen liggen die de woonbuurt ontsluiten.
2.3
Groen en water
Het plangebied kent, zoals in paragraaf 2.1 toegelicht, een groene structuur aan de oostzijde van de bestaande loods. Deze groen structuur bestaat uit een grasveld. Daarnaast kent het plangebied geen oppervlaktewater.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
15
16
HOOFDSTUK 3 PLAN In dit hoofdstuk is de beschrijving van het plan opgenomen. Het stedenbouwkundig plan voor het plangebied is hieronder als afbeelding weergegeven.
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
3.1
Bebouwing en functies
De hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan betreft het creëren van een kleinschalige woonbuurt met grondgebonden levensloopbestendige woningen. De woningen zijn daarom als architectonische eenheid aan de zuidkant van het plan gesitueerd. Hierdoor ontstaat er aan de noordkant ruimte voor een doorlopende verblijfsruimte die in het midden van het plan meer maat met verblijfsfunctie krijgt.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
17
Deze centrale plek verbindt drie routes:
naar het noorden de auto-ontsluiting op de Reinoud van Gelderstraat;
naar het zuiden een langzaam verkeersverbinding naar de Vincentiuslaan met daar aan twee nieuwe woningen en het bestaande bijgebouw van Vincentiuslaan 9 die als volwaardige woning wordt ontwikkeld; en
naar het oosten een woonstraat die wordt gevormd door drie woningen parallel aan deze straat en twee woningen aan het eind van de straat.
Het initiatief voorziet daarmee in totaal in acht grondgebonden levensloopbestendige woningen. De nieuwe woningen bestaan uit zes twee-onder-een-kapwoningen, een geschakelde woning en een vrijstaande woning (bijgebouw van Vincentiuslaan 9). Iedere woning heeft minimaal één parkeerplaats op eigen terrein, met uitzondering van de woning op het perceel van Vincentiuslaan 9, die krijgt er minimaal twee. De nieuwe woningen bestaan uit één bouwlaag met kap met daarachter een aanbouw. Het voormalige bijgebouw van Vincentiuslaan 9 bestaat uit één bouwlaag met in tegenstelling tot de nieuwe woningen een flauwe kap, maar heeft daarentegen een groter grondoppervlak. Zodoende bieden alle woningen voldoende ruimte voor een volledig programma op begane grond. De maximale goot- en bouwhoogte betreffen respectievelijk 3,9 en 7,8 meter.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Verkeer
De realisatie van acht grondgebonden woningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren 2018'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Echt-Susteren wordt aangeduid als weinig stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Echt-Susteren tot 'rest bebouwde kom' behoort. Huidige situatie Binnen het plangebied bestaat in de huidige situatie het aantal verkeersbewegingen uit één onderdeel: de voormalige timmerfabriek 'Lijnen' (Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief). In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel
Verkeersgeneratie
Timmerfabriek
9,1 - 10,9 per 100 m² bvo 2.378 m²
Totaal
18
Grootte
Totaal 216,4 - 259,2 216,4 - 259,2
Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de huidige situatie, in een worstcase scenario, zorgt voor circa 260 verkeersbewegingen per etmaal. Nieuwe situatie Binnen het plangebied bestaat in de huidige situatie het aantal verkeersbewegingen uit één onderdeel: de acht grondgebonden woningen. De woningen vallen, om de verkeersgeneratie te bepalen, onder het onderdeel koop, twee-onder-een-kap. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel
Verkeersgeneratie
Koop, twee-onder-een-kap 7,4 - 8,2 per woning
Aantal
Totaal
8 woningen 59,2 - 65,6
Totaal
59,2 - 65,6
Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de nieuwe situatie, in een worst-case scenario, zorgt voor circa 66 verkeersbewegingen per etmaal. Conclusie De verkeersdalende werking van dit initiatief bedraagt, in een worst-case scenario, 151 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betekent dat de verkeersafwikkeling van onderhavig plan zonder meer via de Reinoud van Gelderstraat en de omliggende wegen kan plaatsvinden.
3.2.2
Ontsluiting
In de huidige situatie is ter hoogte van het plangebied sprake van twee ontsluitingen, één op de Reinoud van Gelderstraat en één op de Vincentiuslaan. In het voorliggende initiatief is er alleen nog sprake van een ontsluiting voor langzaam verkeer op de Vincentiuslaan. Uitsluitend via de Reinoud van Gelderstraat wordt een auto-ontsluiting gemaakt. Deze aansluiting voor autoverkeer dient goed vormgegeven te worden zodat de voorrangssituatie op de Reinoud van Gelderstraat duidelijk wordt in het wegbeeld. Bij voorkeur gebeurt dit door middel van een de aanleg van een gelijkwaardige kruising. Verkeerskundig is te verwachten dat deze vorm van ontsluiting geen problemen vormt.
3.2.3
Parkeren
Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor goed functioneren van het initiatief en voorkomt overlast voor de omgeving. De gemeente Echt-Susteren heeft geen gemeentelijk parkeerbeleid opgesteld, daarom is gebruik gemaakt van de kengetallen uit de digitale publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren 2018'' (CROW).
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
19
Binnen het plangebied bestaat in de nieuwe situatie de parkeerdruk uit één onderdeel: de acht grondgebonden woningen. De woningen vallen, om de parkeerbehoefte te bepalen, onder het onderdeel koop, twee-onder-een-kap en koop, vrijstaand. In de tabel hieronder is de berekening van de parkeerkencijfers per factor uiteengezet. De normen zijn gebaseerd op de kengetallen voor 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Onderdeel
Parkeernorm
Aantal
Totaal
Koop, huis, twee-onder-een-
1,7 - 2,5 per woning
8 woningen 13,6 - 20,0
kap Totaal
13,6 - 20,0
Conclusie Conform de digitale publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren 2018'' (CROW) dient dit initiatief te voorzien in 13,6 tot 20,0 parkeerplaatsen. Hiervan is 2,4 parkeerplaats ten behoeve van bezoekers. In de overeenstemming met de gemeente is afgesproken dat er wordt uitgegaan van minimaal 1 auto per woning van bewoners vanwege de oudere doelgroep. Iedere woning krijgt daarom minimaal één parkeerplaats op eigen terrein, met uitzondering van de woning op het perceel van Vincentiuslaan 9, die krijgt er minimaal twee. De openbare ruimte krijgt de kwaliteit van een woonerf waarin de auto te gast is. In het midden van het plan liggen vier openbare parkeerplaatsen. Aan de overzijde van het plangebied, op loopafstand, ligt aan de Reinoud van Gelderstraat een parkeerterrein waar nog meer dan voldoende parkeergelegenheid is. In het stedenbouwkundig plan zijn de 13 vaste parkeerplaatsen opgenomen en kan worden gesteld dat voldaan wordt aan de parkeervraag.
3.3
Groen en water
Centraal in het plan ligt een groene ruimte die lucht en kwaliteit in het plan brengt. Door deze plek met bomen, beplanting en zitgelegenheden in te richten ontstaat er op de driesprong een prettige verblijfsplek. Daarnaast krijgen alle woningen een kleine groene voortuin. Samen met een groene erfafscheiding en borders ontstaat er in het hele plan een doorlopende groenstructuur. Er wordt binnen dit initiatief geen oppervlaktewater aangebracht.
3.4
Duurzame en gezonde leefomgeving
Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en
20
overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid.
3.4.1
Energietransitie
Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO 2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie:
de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd;
er wordt gebruikt gemaakt van aardwarmte, warmte-koude opslag, lucht warmte-koude opslag, of andere vormen van duurzame energie;
de woningen worden volgens het 0-op-de-meter- / BENG-principe gebouwd.
3.4.2
Klimaatbestendigheid
Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Onderhavig plan voorziet hier op de volgende wijze in:
waterberging op eigen terrein;
aantrekkelijk verblijfsklimaat voor de gebruikers, gebiedseigen planten en dieren;
groen / bomen aanleggen ten behoeve van opname van stikstof en CO2, het vast houden van water en het tegengaan van hittestress;
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
21
22
HOOFDSTUK 4 BELEID In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:
nationaal niveau;
provinciaal niveau;
regionaal niveau;
gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving. De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR. De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, de grote rivieren en het Natuurnetwerk Nederland. Voor onderhavig plan zijn geen van de nationale belangen aan de orde. Er hoeft daarom ook geen toetsing aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening plaats te vinden.
4.1.2
Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Projecten die minder dan twaalf woningen bevatten worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking is derhalve niet nodig.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
23
Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
4.2
Provinciaal niveau
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:
Omgevingsvisie POL2014;
Omgevingsverordening Limburg 2014.
Het plan wordt aan deze nota's getoetst.
4.2.1
Omgevingsvisie POL2014
De Omgevingsvisie POL2014 (geconsolideerde versie december 2018) bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het provinciale bestuur op de ontwikkeling van Limburg. De visie maakt een verdeling in Noord-, Middden- en Zuid-Limburg. Onderhavig plangebied ligt in regio Midden-Limburg. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Omgevingsvisie POL2014. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE OMGEVINGSVISIE POL2014
24
Analyse Het plangebied ligt binnen de zone 'Overig bebouwd gebied'. Dit betreffen delen van het bebouwd gebied voor gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter en deels met een dorps karakter. In de regionale visies en afspraken voor de verschillende thema’s kan een verdere onderverdeling van het overig bebouwd gebied aan de orde zijn, met het oog op een goede op regio en thema toegespitste positionering van kernen. Midden-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er is er sprake van een gedifferentieerd woongebied waarin de komende 10-15 jaar een demografische transitie zal plaats vinden. De woningmarkt heeft als opgave mee te bewegen in deze transitie. De regio is gestart met een regionale structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving, waarin gezamenlijk invulling wordt gegeven aan het dynamisch voorraadbeheer. Dat omvat het werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad door kwaliteitsverbetering, herstructurering (transformatieopgave zorgvastgoed en huursector) en waar nodig sloop en nieuwkomers (waaronder arbeidsmigranten). Maar ook het terugdringen van nog niet gerealiseerde plannen die niet bijdragen aan de beoogde vernieuwing.
Onderhavig initiatief zorgt met de sloop van de voormalige timmerfabriek voor een herstructurering binnen de kern en voorziet in de realisatie van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen. Zowel de aard van de ontwikkeling als het type woningen sluit aan bij de 'Omgevingsvisie POL2014 (geconsolideerde versie december 2018)'. Conclusie Het plan past binnen het beleid van de Omgevingsvisie POL2014.
4.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
Op 16 januari 2015 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 in werking getreden. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen ZuidLimburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd overgenomen.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
25
Op basis van de omgevingsverordening maakt onderhavige locatie deel uit van:
Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 bebouwd gebied, Regio Midden Limburg;
Milieubeschermingsgebieden - Boringsvrije zone Roerdalslenk II, Grondwaterbeschermingsgebied.
Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 - Bebouwd gebied, Regio Midden Limburg Duurzame verstedelijking zet sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat daarbij om bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca en de daarbij behorende openbare en of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het woonbeleid zet zich sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied. Milieubescherming - Boringsvrije zone Roerdalslenk II Voor het planvoornemen is de Boringsvrije zone Roerdalslenk II van toepassing. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 20 meter beneden het maaiveld in zone I, 30 meter in zone II of 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei en ieder voornemen in zone IV, wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan Gedeputeerde Staten. Analyse Het planvoornemen past binnen de kaders van het woonbeleid omdat de acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen binnen bestaand stedelijk gebied zullen worden gerealiseerd. Tevens vinden bij het planvoornemen géén bodemingrepen plaats dieper dan 30 meter.
Er wordt niet voorzien in een boorput. Ingrepen in de bodem vinden tot beperkte diepte plaats, waardoor het planvoornemen geen consequenties heeft voor de Roerdalslenk of het grondwaterbeschermingsgebied. Conclusie Het plan voldoet aan de regels van de provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014.
26
4.3
Regionaal niveau
4.3.1
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 - 2021
De ''Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 - 2021'' is op 21 mei 2019 vastgesteld door het college. Deze structuurvisie is een geactualiseerde versie van de regionale ''Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (2014)''. In de nieuwe structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld 'Wonen' voor de korte termijn (2018 tot en met 2021) en met een doorkijk naar de lange termijn (2024 tot en met 2030) vastgelegd. Deze regionale visie is op basis van analyse-uitkomsten en de resultaten van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg (2018) tot stand gekomen. In deze visie blijft voorop staan dat voorzienbaarheid gecreëerd wordt met betrekking tot de benodigde reductie van de planvoorraad. Tevens ligt de focus op de realisatie van de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Uit deze visie blijkt verder dat de afwegingscriteria uit de regionale Structuurvisie 2014 een goede basis vormen voor het wegen van bestaande plannen. De kwaliteitsenveloppen vormen een handzaam kader voor het beoordelen van nieuwe plannen (zie hieronder Uitvoeringsnotitie Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving). Daarnaast hebben gemeenten de vrijheid om de regionaal geformuleerde afwegingscriteria aan te passen aan de lokale situatie of om extra criteria toe te voegen.
Uit het uitgevoerde woningmarktonderzoek blijkt specifiek voor de kern Susteren-Heide dat een afname van het totaal aantal huishoudens met 2,6% (absoluut gezien: 81 huishoudens) tot 2030 wordt verwacht. Tegelijkertijd neemt de woningbehoefte van oudere huishoudens (65-75 jaar) in de periode tot 2030 met 12,9% toe (absoluut gezien: 80 woningen) en van huishoudens vanaf 75 jaar en ouder is de toename zelfs 50,9% ofwel 259 woningen. Er zullen dan ook met name tekorten ontstaan aan grondgebonden seniorenwoningen (levensloopbestendig) en aan appartementen met lift. zowel in de huurals koopsector. Uit het woningmarktonderzoek blijkt verder dat verhuisgeneigden in onze gemeente met name willen verhuizen naar een van de grotere kernen (Echt, Pey of Susteren). Onderhavig initiatief zorgt voor de realisatie van acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen ter plaatse van een inbreidingslocatie. Er zijn daarmee acht contingenten noodzakelijk. Deze contingenten vallen binnen de reeds gereserveerde woningbouwaantallen, voor het centrumplan Susteren.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
27
Uitvoeringsnotitie Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving In de Uitvoeringsnotitie is de opgave die vanuit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg is aangegeven, kwantitatief en kwalitatief nader uitgewerkt. Daarbij heeft de gemeente EchtSusteren voorkeuren / accenten aangegeven die bij afwegingen van aanvragen voor nieuwe woningbouw-projecten mee worden gewogen. In de Uitvoeringsnotitie is een kwalitatieve indeling gemaakt van voorkeurslocaties voor potentiële nieuwbouwprojecten. Deze indeling is als volgt: 1. Rotte plekken; 2. Kleine projecten in de kernen; 3. Herstructurering; 4. Directe particuliere bouwtitels; 5. Wijzigingsbevoegdheden - indirecte bouwtitels. Voor onderhavig initiatief is met name categorie 3 van belang. Ten aanzien van herstructureringslocaties kan onderscheid gemaakt worden in herstructurering met als hoofddoel winstmaximalisering van de vastgoedeigenaar en herstructurering met daarnaast ook nog algemene voordelen voor buurtbewoners, omgeving en gemeente. De laatste categorie komt dichtbij het begrip "rotte" plekken en verdient daarom voorrang op de louter op winstmaximalisatie gerichte herstructurering en verbouwingen. In onderhavig initiatief is zowel sprake van winstmaximalisatie voor de vastgoedeigenaar als een ruimtelijke kwaliteitsverbetering voor de woonomgeving doordat een bedrijfslocatie wordt gesaneerd.
Door de sanering zal het aantal verkeersbewegingen in het gebied afnemen en zal ook de geluidsbelasting afnemen (als gevolg van laden- en lossen e.d.). Conclusie Het plan past zowel binnen de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 - 2021 als de Uitvoeringsnotitie Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving.
4.4
Gemeentelijk niveau
4.4.1
Structuurvisie Echt-Susteren 2025
Door de gemeente Echt-Susteren is op 31 mei 2018 de ''Structuurvisie Echt-Susteren 2025'' vastgesteld. In deze structuurvisie zet de gemeente Echt-Susteren in op een benadering waarin ontwikkelingen worden toegestaan indien de kwaliteiten van de kernen er per saldo op vooruit gaan, wat aansluit bij de ideeën van de provincie Limburg.
28
Binnen het stedelijk gebied zet de gemeente in op een zevental ambities. Het realiseren van deze ambities draagt bij aan het behalen van de algemene doelstelling om ook in 2025 en ver daarna een aantrekkelijke gemeente te zijn; waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Voor het stedelijke gebied behelzen dit de volgende ambities: 1. Realisatie van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag; 2. Gericht ruimtegebruik voor en door alle typen bedrijven; 3.
Concentratie van verstedelijking gericht op behoud van een onderscheidend detailhandelsaanbod;
4.
Concentratie en combinatie van maatschappelijke voorzieningen;
5.
Behoud van (be)leefbare kernen;
6.
Optimale bereikbaarheid van stedelijke functies;
7.
Het zijn van een veilige en duurzame gemeente.
Om deze ambities te realiseren wordt door de gemeente, bij ruimtelijke (locatie)keuzes, een zestal leidende principes gehanteerd. Deze zijn: 1.
Meer aandacht voor de onderste lagen (bodem, water, landschap, natuur, cultuurhistorie en infrastructuur);
2.
Zorgvuldig ruimtegebruik (met oog voor beeldkwaliteit én economie);
3.
Grensoverschrijdend denken en handelen;
4.
Tegengaan van verdere verstening van het buitengebied;
5.
Kwaliteit belangrijker dan kwantiteit;
6.
Bereikbaarheid belangrijker dan aanwezigheid of nabijheid.
Wonen Voor het beleidsveld 'Wonen' geeft de gemeente Echt-Susteren aan dat het een teveel aan woningbouwlocaties heeft. Om dit te beperken hanteert de gemeente een aantal principes en afwegingscriteria. Hierbij hebben woningen in de (hoofd)kernen een voorkeur boven woningen in het buitengebied, wordt er voortaan enkel in kernen gebouwd wanneer er zowel kwantitatief als kwalitatief behoefte is en wordt er enkel in de hoofdkernen Echt en Susteren aanvullend gebouwd voor migratie. Analyse Onderhavig initiatief zorgt voor de realisatie van acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen ter plaatse van een inbreidingslocatie binnen de dorpskern van Susteren. Dit sluit aan bij eerste, vijfde en zevende ambitie voor het stedelijke gebied, waarbij voor de ruimtelijke (locatie)keuze het tweede en vijfde leidende
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
29
principe gehanteerd is. Daarnaast wordt met onderhavig plan aangesloten bij het beleidsveld 'Wonen', doordat gebouwd wordt binnen de kern Susteren waar zowel een kwalitatieve als kwantitatieve vraag is. Conclusie Het plan past binnen het beleid van de Structuurvisie Echt-Susteren 2025.
30
HOOFDSTUK 5 UITVOERINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.
5.1
Milieu
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.
5.1.1
Bodemkwaliteit
5.1.1.1 Inleiding Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie. De woning op Vincentiuslaan 9 is op een ander moment onderzocht dan de rest van het plangebied. Hieronder staan de bevindingen voor beide onderzoekslocaties.
5.1.1.2 Analyse Plangebied exclusief Vincentiuslaan 9 Naar aanleiding van een zestal onderzoeken uit het verleden heeft Aelmans Eco B.V. uit Voerendaal een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport ''Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek'' (19 april 2018, E182757.002/KLE). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 1. Aelmans Eco B.V. concludeert dat de analyseresultaten in grote lijnen de onderzoeksresultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken bevestigen, namelijk dat binnenin de timmerfabriek (met name aan de westzijde) en op het westelijk buitenterrein sterk verhoogde gehalten aan lood, zink en/of PAK worden aangetoond. Vanwege het feit dat in de grond gewerkt zal worden, dient men de veiligheidsaspecten met betrekking tot
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
31
het werken in verontreinigde grond in acht te nemen. Voor de overige terreindelen hoeven geen maatregelen getroffen te worden, anders dan de basis hygiënische maatregelen. Voor de vervuilde gronden is in het kader van de Wbb een saneringsplan door Aelmans Eco B.V. opgesteld: rapport ''Saneringsplan, Vincentiuslaan 9 te Susteren'' (9 juni 2020, E202820.001/GHA). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 2. Dit document is door het bevoegd gezag (Provincie Limburg) geaccordeerd zodat de graafwerkzaamheden mogen plaatsvinden. Het besluit van de Provincie Limburg is als bijlage 3 toegevoegd. Daarnaast zullen de bodemlagen van diverse kwaliteit separaat ontgraven moeten worden, zodat deze niet vermengd raken. Vincentiuslaan 9 Om de bodemsituatie voor de woning op het perceel van Vincentiuslaan 9 inzichtelijk te maken, heeft Aelmans Eco B.V. uit Voerendaal een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport ''Verkennend bodemonderzoek Vincentiuslaan 9 Susteren'' (2 november 2020, E204012.005/GHA). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 4. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit betekent dat in overleg met de provincie gekomen moet worden tot een ambtelijke overeenstemming hoe om te gaan met dit geval.
Net als bij het andere onderzoeksgebied het geval was, zal er een saneringsplan moeten worden opgesteld dat door de provincie moet worden goedgekeurd.
5.1.1.3 Conclusie De verwachting is dat de gronden ter plaatse van Vincentiuslaan 9 op een zelfde wijze gesaneerd zullen worden, zoals dat ook geldt voor de eerder onderzochte locatie. Voor deze eerder onderzochte locatie zullen de gronden conform het door de provincie Limburg geaccordeerd saneringsplan worden afgevoerd waarbij de geldende veiligheidsaspecten in acht moeten worden genomen. Daarna kan worden gesteld dat de bodem geschikt is voor de geplande ontwikkeling.
32
5.1.2
Bedrijven en milieuzonering
5.1.2.1 Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:
de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.
Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
5.1.2.2 Analyse Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied.
bedrijf Reinoud van Gelderstraat 6161a: Sporthal Vincentiuslaan 35: kapsalon Vincentiuslaan 28: Veranderatelier het Ambacht Reinoud van Gelderstraat 38: Brandweer Kazerne Susteren Reinoud van Gelderstraat 63: BSO in 't Park
SBI-code categorie richtafstand werkelijke afstand 931A
3.1
50 m
38 m
9602
1
10 m
25 m
141
2
30 m
45 m
8425
3.1
50 m
51 m
8891
2
30 m
38 m
De milieugevoelige objecten van het plan liggen binnen de richtafstand van één bedrijf, de sporthal. Hieronder is de milieusituatie van de sporthal aangegeven, gemeten vanaf de bestemmingsgrens 'Sport'.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
33
50 METER CONTOUR
Bovenstaande afbeelding schetst dat op een afstand van circa 38 meter van de thans bestaande bestemmingsgrens van de sporthal het dichtstbijzijnde perceel wordt gerealiseerd, de noordgevel van de woning ligt op circa 41 meter. Deze sporthal heeft een richtafstand (contour) van 50 meter, hoofdzakelijk veroorzaakt door het aspect geluid. Dit geluid wordt veroorzaakt door het af- en aanrijden van vervoersmiddelen en het stemgeluid van de bezoekers van de sporthal. Echter is onderhavig initiatief vanaf de sporthal gezien tweede lijnsbebouwing en dienen de woningen aan de Reinoud van Gelderstraat als afschermende werking. Mede door deze afschermende werking zal van overlast beperkt sprake zijn. Gesteld kan worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
5.1.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.
34
5.1.3
Externe veiligheid
5.1.3.1 Inleiding Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.
5.1.3.2 Analyse Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is in een besluit vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.
RISICOKAART
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
35
Hierna zijn de risicobronnen die relevant zijn (binnen het invloedsgebied liggen) geïnventariseerd en is de verantwoordingsplicht ingevuld. Een ontwikkeling die ligt binnen het invloedsgebied van een risicobron moet worden verantwoord. In de inventarisatie van risicobronnen wordt beoordeeld of het invloedsgebied over het plangebied ligt. Op bovenstaande uitsnede van de Risicokaart is te zien dat het initiatief niet binnen het invloedsgebied van inrichtingen ligt. Het plangebied ligt daarentegen wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Roermond - Sittard. De afstand tot de spoorlijn is circa 295 meter. Het plangebied ligt daarmee niet binnen de 200 meter zone van de transportroutes. Een complete verantwoording van het groepsrisico conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) is derhalve niet noodzakelijk. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied groepsrisico. Er dient daarom aandacht besteedt te worden aan de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid en de beperking van de omvang van een ramp op het spoor. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Uit de in de regeling Basisnet Spoor opgenomen PR contouren blijkt dat deze PR contour ten aanzien van het spoor ter hoogte van het plangebied tussen de 1 en 10 meter ligt. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Roermond - Sittard. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de
36
verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Het plangebied bevindt zich op grote afstand van de risicobron (spoorlijn Roermond Sittard). Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand of BLEVE reiken niet tot het plangebied. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. Daarnaast is de verwachting dat het groepsrisico gelijk blijft omdat er sprake is van een inbreidingsplan waarbij een bestaande timmerfabriek met nevenfuncties wordt vervangen door acht woningen. Maatregelen richten zich op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied.
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling dient het plangebied via de Reinoud van Gelderstraat en Vincentiuslaan toegankelijk te zijn conform het regionale modelbeleid Bluswater en Bereikbaarheid. Via deze twee onafhankelijke routes kunnen de hulpdiensten een adequate inzet doen bij een incident. Er zijn voldoende bluswatervoorzieningen om een incident binnen het plangebied te bestrijden.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
37
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-alert. Om de zelfredzaamheid van de aanwezige personen te vergroten worden de volgende maatregelen geadviseerd:
Zorg dat de bewoners op de hoogte zijn van de risico's van toxische effecten voortkomend vanuit incidenten met gevaarlijke stoffen op de spoorlijn Roermond Sittard.
Voer de mechanische ventilatie binnen de woningen centraal afsluitbaar uit door middel van een gemakkelijk te bereiken noodschakelaar (bij voorkeur in de meterkast) zodat de bewoners deze in geval van een calamiteit kunnen bedienen.
5.1.3.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Roermond - Sittard. Het groepsrisico is echter beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol:
het geringe groepsrisico en gelijkblijvende hoogte hiervan, en de goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen.
5.1.3.4 Advies Veiligheidsregio Midden-Limburg Op 25 november 2019 is de Veiligheidsregio Limburg-Noord om advies gevraagd inzake onderhavig bestemmingsplan. Het advies is als bijlage 5 toegevoegd en in de hier voorgaande toelichting verwerkt.
38
5.1.4
Explosieven
5.1.4.1 Inleiding Een bijzonder onderwerp voor wat betreft 'externe veiligheid' vormen niet-gesprongen explosieven. Omdat ter hoogte van Echt-Susteren in de Tweede Wereldoorlog gevochten is, is er een reële kans op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven.In het kader van de ARBO-veiligheid en Openbare Orde en Veiligheid kan een risico ontstaan bij werkzaamheden in de bodem en dienen verdere risico's te worden voorkomen
5.1.4.2 Analyse Onderhavig plangebied ligt in een verdacht gebied voor aanwezigheid van (resten van) explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Onderzocht moet worden of het plangebied vrij is van dergelijke explosieven. Om inzicht te krijgen in de mogelijke risico's heeft Cees van den Akker Advies een risicoanalyse uitgevoerd met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven voor het plangebied aan de Reinoud van Gelderstraat te Susteren. Het rapport: ''Projectgebonden Risico Analyse CE t.b.v. projectlocatie "Herontwikkeling Reinoud van Gelderstraat", 12 maart 2020, is bijgevoegd als bijlage 6. Cees van den Akker Advies concludeert dat gezien het resultaat verkregen uit de risicoanalyse blijkt, dat er geen tot minimaal risico aanwezig is, dat men bij de voorgenomen grondwerkzaamheden met conventionele explosieven (CE) in aanraking komt. Het advies is de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren op reguliere wijze en bij het aantreffen van een mogelijk explosief te handelen volgens 'Protocol Toevalstreffer CE uit Tweede Wereldoorlog'.
5.1.4.3 Conclusie Het aspect explosieven vorm geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.5
Geur
5.1.5.1 Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
39
5.1.5.2 Analyse De gemeente Echt-Susteren heeft een eigen geurbeleid vastgesteld 'Verordening Wet geurhinder en veehouderij gemeente Echt – Susteren 2009'. Woningen zijn geurgevoelige objecten. Gezien de ligging van het plangebied, binnen het stedelijk gebied van de kern Susteren, zijn er geen hinderlijke veehouderijen in de directe omgeving gelegen. Een onderzoek naar geurhinder wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
5.1.5.3 Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.6
Geluid
5.1.6.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.
5.1.6.2 Analyse Het plan omvat nieuwe geluidgevoelige objecten. Spoorweg- en wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de spoorweg Roermond - Sittard. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk om de invloed van de nabijgelegen 30 km/uur wegen op de nieuwe woningen inzichtelijk te maken, en de geluidsbelasting te onderzoeken die ten gevolge van het parkeren in het nieuwe plan op de omgeving komt. Om zowel de gevelbelasting van de nieuwe als bestaande woningen inzichtelijk te maken heeft Cauberg-Huygen uit Son een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Reinoud van Gelderstraat te Susteren; akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai" (14 juli 2020, 02856-25774-05). Het onderzoeksrapport is als bijlage 7 bijgevoegd.
40
Cauberg-Huygen concludeert dat:
ten gevolge van het spoorwegtraject Roermond - Sittard in het gehele plangebied voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB (o.b.v. contouren). Vanuit de Wet geluidhinder vormt deze spoorweg geen belemmering voor het plangebied.
de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer (omliggende 30 km/uur wegen) maximaal 48 dB bedraagt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening vormt de voornoemde wegen geen belemmering voor het bouwplan.
de geluidbelasting ten gevolge van piekgeluiden die worden veroorzaakt door het dichtslaan van een portier bedraagt maximaal 60dB(A) in de dag- avond- en nachtperiode en voldoet hiermee aan de grenswaarde van 60 dB(A) in de nachtperiode.
In de berekening voor de geluidbelasting ten gevolge van piekgeluiden die worden veroorzaakt door het dichtslaan van een portier is gerekend met een bepaalde maat en opbouw van een erfafscheiding ten westen van de openbare parkeerplaatsen. Om zeker te stellen dat er een dergelijke erfafscheiding wordt geplaatst is deze in de planverbeelding en regels opgenomen. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.
5.1.6.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.7
Luchtkwaliteit
5.1.7.1 Inleiding Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
41
5.1.7.2 Analyse Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Onderhavig plan omvat acht woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende criteria van toepassing:
40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2;
40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10;
25 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5;
35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM 10.
Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool ingevoerd. Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op deze locatie in de jaren 2012, 2015 en 2020 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM10 en NO2 wordt voldaan. Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
5.1.7.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.
42
5.1.8
Volksgezondheid
5.1.8.1 Inleiding Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.
5.1.8.2 Veehouderijen Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een toxisch effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 endotoxine-eenheden per kubieke meter (EU/m³) voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht over een langere periode. Omdat thans nog een toetsingskader wordt voorbereid, wordt voor de beoordeling de "Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingkader 1.0" gehanteerd. Daarin zijn afstandsgrafieken opgenomen voor de relevante diersoorten vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens gerelateerd aan de fijnstofemissie. In algemene zin kan worden gesteld dat het effect van endotoxinen tot maximaal 600 meter van veehouderijen plaatsvindt. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 600 meter rondom het plangebied zijn geen (intensieve) veehouderijen actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect endotoxinen plaats te vinden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van endotoxinen.
BP INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN | ONTWERP
43
5.1.8.3 Geitenhouderijen Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 2 km rondom het plangebied zijn echter geen geitenhouderijen met meer dan 100 geiten actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect geitenhouderijen plaats te vinden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geitenhouderijen.
5.1.8.4 Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van woningen of andere functies waar personen gedurende langere tijd verblijven. Echter wordt opgemerkt dat de gronden rondom het plangebied thans niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien ook niet zijn aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.
5.1.8.5 Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla.