CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP - Bijlage 8

Commissie Omgeving 22 maart 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Inbreidingslocatie Reinoud van Gelderstraat25.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

M.e.r.-aanmeldnotitie

INBREIDINGSLOCATIE REINOUD VAN GELDERSTRAAT, SUSTEREN datum

10 november 2020

projectnummer

30618003

versie

04

INITI ATIEFNEMER SEPA Projecten BV Vincentiuslaan 9 6114 ED Susteren

1.

INLEIDING

Tussen de Reinoud van Gelderstraat en de Vincentiuslaan in Susteren ligt de voormalige timmerfabriek 'Lijnen'. De werkzaamheden in de timmerfabriek zijn reeds beëindigd, maar de bedrijfsbebouwing staat nog steeds te midden van een woonwijk. De initiatiefnemer van dit binnengebied wenst de fabrieksgebouwen te slopen en ter plaatse acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren. Dit initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan ''Stedelijk gebied'' van de gemeente Echt-Susteren, omdat nieuwe woningen uitsluitend mogen worden opgericht ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning'. Deze aanduiding ontbreekt op deze gronden. De gemeente Echt-Susteren heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Deze procedure is thans in voorbereiding. Het project betreft een vorm van "aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen", zoals genoemd in Onderdeel D van de Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Hoewel de omvang van het project ruim onder de bijbehorende drempelwaarde van 100 hectare of 2000 woningen blijft, is het noodzakelijk hieromtrent een besluit te nemen.

Voorliggende notitie betreft de aanmeldnotitie voor het te nemen m.e.r.-beoordelingsbesluit door het bevoegde gezag, zijnde in dit geval Burgemeester en Wethouders van Echt-Susteren.

S AMENV ATTING PROJECT Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Reinoud van Gelderstraat en de Vincentiuslaan. Het binnengebied is onderdeel van de voormalige timmerfabriek 'Lijnen'. De werkzaamheden in de timmerfabriek zijn reeds beëindigd, maar de bedrijfsbebouwing staat nog steeds te midden van de woonbuurt. De bedrijfsbebouwing bestaat uit een vijftal aaneengeschakelde loodsen die in een noordzuidrichting gebouwd zijn. Naast de bedrijfsbebouwing bestaat het perceel deels uit een grasveld. Direct aan de bedrijfsbebouwing ligt de woning en het bijgebouw van Vincentiuslaan 9. Vanaf het bijgebouw van nummer 9 is het bedrijfsterrein direct te bereiken. Het bijgebouw bestaat uit een bouwlaag met een flauwe kap.

DIRECTE OMGEVING

2 | 35

Het plangebied is onderdeel van de woonbuurt 'Mariaveld' binnen de dorpskern van Susteren. Deze woonbuurt bestaat hoofdzakelijk uit twee-onder-een-kapwoningen en geschakelde woningen. Deze woonbuurt is vernoemd naar de Mariakerk gelegen ten oosten van het plangebied. De hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan betreft het creëren van een kleinschalige woonbuurt met grondgebonden levensloopbestendige woningen. De woningen zijn daarom als architectonische eenheid aan de zuidkant van het plan gesitueerd. Hierdoor ontstaat er aan de noordkant ruimte voor een doorlopende verblijfsruimte die in het midden van het plan meer maat met verblijfsfuncite krijgt. Deze centrale plek verbindt drie routes: 

naar het noorden de auto-ontsluiting op de Reinoud van Gelderstraat;

naar het zuiden een langzaam verkeersverbinding naar de Vincentiuslaan met daar aan twee nieuwe woningen en het bestaande bijgebouw van Vincentiuslaan 9 die als volwaardige woning wordt ontwikkeld; en

naar het oosten een woonstraat die wordt gevormd door drie woningen parallel aan deze straat en twee woningen aan het eind van de straat.

STEDENBOUWKUNDIG PLAN

3 | 35

Het initiatief voorziet daarmee in totaal in acht grondgebonden levensloopbestendige woningen. De nieuwe woningen bestaan uit zes twee-onder-een-kapwoningen, een geschakelde woning en een vrijstaande woning (bijgebouw van Vincentiuslaan 9). Iedere woning heeft minimaal één parkeerplaats op eigen terrein, met uitzondering van de woning op het perceel van Vincentiuslaan 9, die krijgt er minimaal twee. De nieuwe woningen bestaan uit één bouwlaag met kap met daarachter een aanbouw. Het voormalige bijgebouw van Vincentiuslaan 9 bestaat uit één bouwlaag met in tegenstelling tot de nieuwe woningen een flauwe kap, maar heeft daarentegen een groter grondoppervlak. Zodoende bieden alle woningen voldoende ruimte voor een volledig programma op begane grond. De maximale goot- en bouwhoogte betreffen respectievelijk 3,9 en 7,8 meter.

4 | 35

2.

M.E.R.-BEOORDELING

Het plan (i.c. de aanvullende ontgronding) valt onder de activiteit D11.2 "aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" zoals genoemd in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Aan de hand van de onderstaande toetsingscriteria (conform bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn) vindt hiervan een motivering plaats ten behoeve van een m.e.r.-beoordelingsbesluit: 1.

kenmerken van de activiteit;

2.

plaats van de activiteit;

3.

kenmerken van de potentiële activiteit.

Kenmerken van het project -

Omvang van het project

-

Cumulatie met andere projecten

-

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

-

Productie van afvalstoffen

-

Verontreiniging en hinder

-

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project -

Bestaand grondgebruik

-

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

-

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect -

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

-

Grensoverschrijdende karakter van het effect

-

Waarschijnlijkheid van het effect

-

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Criteria EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is mede opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden alle milieuaspecten afzonderlijk benoemd. In hoofdstuk 4 zijn de betreffende bijlagen opgenomen.

5 | 35

Kenmerken van het project -

-

De omvang van het project -

oppervlakte plangebied:

ca 2.915 m²

-

grondoppervlakte bebouwing:

ca 765 m²

-

woonoppervlakte:

ca 900 m² bvo

-

maximale bouwhoogte nieuwbouw: ca 7,8 meter

-

aantal woningen:

8

De cumulatie met andere projecten Het project betreft een op zichzelf staande ruimtelijke ontwikkeling. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten.

-

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het betreft een bouwplan ten behoeve van woningen. Er vindt tijdens het gebruik geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen plaats.

-

De productie van afvalstoffen Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

-

Verontreiniging en hinder De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden, maar dit betreft geen hinder groter dan bij reguliere bouwwerkzaamheden. Of er sprake is van verontreiniging en hinder heeft ook betrekking op diverse milieutechnische aspecten. De conclusies voor deze aspecten worden hieronder kort beschreven, de toelichting staat in hoofdstuk 3. Bodem (zie ook paragraaf 3.1 en bijlage 1, 2, 3 en 4 ‘Bodemonderzoek’ en ‘Saneringsplan’ en ‘Besluit Wet bodembescherming’ en ‘Verkennend bodemonderzoek Vincentiuslaan 9’) De woning op Vincentiuslaan 9 is op een ander moment onderzocht dan de rest van het plangebied. De verwachting is dat de gronden ter plaatse van Vincentiuslaan 9 op een zelfde wijze gesaneerd zullen worden, zoals dat ook geldt voor de eerder onderzochte locatie. Voor deze eerder onderzochte locatie zullen de gronden conform het door de provincie Limburg geaccordeerd saneringsplan worden afgevoerd waarbij de geldende veiligheidsaspecten in acht moeten worden genomen. Daarna kan worden gesteld dat de bodem geschikt is voor de geplande ontwikkeling.

6 | 35

Bedrijven en milieuzonering (zie ook paragraaf 3.2) Eén milieugevoelige object ligt net binnen de richtafstand van één bedrijf, de sporthal. Mede door de afschermende werking van de omliggende woningen zal van overlast beperkt sprake zijn. Gesteld kan worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Externe veiligheid (zie ook paragraaf 3.3 en bijlage 5 ‘Advies Veiligheidsregio MiddenLimburg’) Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Roermond - Sittard. De beoogde ontwikkeling voldoet echter aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico is beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: 

het geringe groepsrisico en gelijkblijvende hoogte hiervan, en

de goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen

Explosieven (zie ook paragraaf 3.4 en bijlage 6 ‘Rapport Projectgebonden Risicoanalyse CE’) Onderhavig plangebied ligt in een verdacht gebied voor aanwezigheid van (resten van) explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Uit de risicoanalyse blijkt dat er geen tot minimaal risico aanwezig is, dat men bij de voorgenomen grondwerkzaamheden met conventionele explosieven (CE) in aanraking komt. Geur (zie ook paragraaf 3.5) Gezien de ligging van het plangebied, binnen het stedelijk gebied van de kern Susteren, zijn er geen hinderlijke veehouderijen in de directe omgeving gelegen. Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan. Geluid wegverkeer (zie ook paragraaf 3.6 en bijlage 7 ‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’) Er is sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat voor de nieuwe woningen ten gevolge van het spoor- en wegverkeer. De invloed van het plan op de omgeving voldoet aan de gestelde grenswaarden. Luchtkwaliteit (zie ook paragraaf 3.7) Met onderhavig plan wordt geen significante invloed op de luchtkwaliteit uitgeoefend. De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Volksgezondheid (zie ook paragraaf 3.8) Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke

7 | 35

ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

Verkeersaantrekkende werking Het saneren van de timmerfabriek en het ontwikkelen van acht woningen leidt tot een afname van de verkeersaantrekkende werking. Het toekomstige verkeer kan derhalve zonder problemen op het bestaande wegennet worden verwerkt.

-

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Er is sprake van het ontwikkeling van woningen. Er is geen sprake van de realisatie van een nieuwe risicobron.

Plaats van het project -

Het bestaande grondgebruik Conform het vigerend bestemmingsplan "Stedelijk gebied" geldt ter plaatse van het plangebied de enkelbestemming 'Wonen', bedoeld voor onder meer wonen en bestaande, legaal aanwezige aan huis-verbonden-beroepen of -bedrijven. Tevens kent het plangebied de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. Deze aanduiding stelt eisen ten aanzien van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.

-

De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen in het gebied Er is geen sprake van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

-

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Natuur (zie ook paragraaf 3.11 en bijlage 8 ‘Stikstofdepositie-onderzoek’ en bijlage 8 ‘Toets flora en fauna’) Het project wordt gerealiseerd binnen het bestaande stedelijke gebied van Susteren. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Abdij Lilbosch & voormailg Klooster Mariahoop) is met 4,2 kilometer relatief groot. Om de effecten van onderhavig plan op de omliggende Natura 2000-gebieden te bepalen is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase wordt

8 | 35

voldaan aan de genoemde grenswaarde. Er is dan ook geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Daarnaast kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen plannen geen overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg hebben, mits rekening wordt gehouden met het broedseizoen van algemene vogelsoorten. Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan. Water (zie ook paragraaf 3.12) Het plangebied ligt in een gebied waarin waterschapsbelangen een rol spelen, namelijk een grondwaterbeschermingsgebied. Bij de ontwikkeling van nieuwe bouwwerken moet de kwaliteit van het grondwater gewaarborgd blijven. Middels onderhavig initiatief wordt de huidige vervuilde bodem gesaneerd. De nieuwbouw wordt conform het Bouwbesluit gebouwd en zal derhalve geen (negatief) invloed op het grondwater hebben. Daarnaast moet worden gekeken naar zowel een hemelwatervoorziening in toekomstig openbaar gebied als afkoppelen en infiltreren op eigen terrein. De voorziening in openbaar gebied dient minimaal 35 mm neerslag te kunnen bergen. Dit kan door middel van de realisatie van een IT-riool in lavapakket in het wegprofiel. -

Cultuurhistorie (zie ook paragraaf 3.10) Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', bedoeld voor onder meer de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden. Tevens kent dit deel van het plangebied de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch ensemble Mariaveld Stationsstraat'. Deze aanduiding is bedoeld voor de instandhouding en bescherming van waarden en karakteristieken. Het initiatief, waarbij acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd, tast geen waardevolle elementen aan. Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan. Archeologie (zie ook paragraaf 3.9) Het plangebied bezit geen archeologische dubbelbestemming. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

9 | 35

Kenmerken van het potentiële effect -

Het bereik van het effect Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving.

-

Het grensoverschrijdende karakter van het effect Er is geen sprake van een effect (zie bovenstaande motivering).

-

De waarschijnlijkheid van het effect Er is geen sprake van een effect.

-

De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect Er is geen sprake van een effect.

Gezien voorgaande toetsing en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. (100 hectare of 2000 woningen), kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar in dit geval is deze niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

10 | 35

3.

MILIEU- EN OMGEVINGS ASPE CTEN

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet voor een bestemmingsplanherziening een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk kort beschreven. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn deze uitgebreider beschreven. 3.1

Bodem

De woning op Vincentiuslaan 9 is op een ander moment onderzocht dan de rest van het plangebied. Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken is het plangebied (exclusief Vincentiuslaan 9) onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek (zie bijlage 1). Uit de conclusies blijkt dat er vervuilde gronden zijn. Voor de vervuilde gronden is in het kader van de Wbb een saneringsplan door Aelmans Eco B.V. opgesteld (zie bijlage 2). Dit document is door het bevoegd gezag (Provincie Limburg) geaccordeerd (zie bijlage 3), wat betekent dat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Daarnaast zullen de bodemlagen van diverse kwaliteit separaat ontgraven moeten worden, zodat deze niet vermengd raken. Daarna kan worden gesteld dat de bodem geschikt is voor de geplande ontwikkeling. Om de bodemsituatie voor de woning op het perceel van Vincentiuslaan 9 inzichtelijk te maken, is eveneens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd(zie bijlage 4). Ook hier zijn de gronden vervuikd. De verwachting is dat de gronden ter plaatse van Vincentiuslaan 9 op een zelfde wijze gesaneerd zullen worden, zoals dat ook geldt voor de eerder onderzochte locatie. Voor deze eerder onderzochte locatie zullen de gronden conform het door de provincie Limburg geaccordeerd saneringsplan worden afgevoerd waarbij de geldende veiligheidsaspecten in acht moeten worden genomen.

Daarna kan worden gesteld dat de bodem geschikt is voor de geplande ontwikkeling. 3.2

Bedrijven en milieuzonering

Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied.

11 | 35

bedrijf

SBI-code

categorie

richtafstand

werkelijke afstand

Reinoud van Gelderstraat 61-61a:

931A

3.1

50 m

38 m

Vincentiuslaan 35: kapsalon

9602

1

10 m

25 m

Vincentiuslaan 28:

141

2

30 m

45 m

8425

3.1

50 m

51 m

8891

2

30 m

38 m

Sporthal

Veranderatelier het Ambacht Reinoud van Gelderstraat 38: Brandweer Kazerne Susteren Reinoud van Gelderstraat 63: BSO in 't Park Eén milieugevoelige object ligt net binnen de richtafstand van één bedrijf, de sporthal. Echter is onderhavig initiatief vanaf de sporthal gezien tweede lijnsbebouwing en dienen de woningen aan de Reinoud van Gelderstraat als afschermende werking. Mede door deze afschermende werking zal van overlast beperkt sprake zijn. Gesteld kan worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 3.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Uit de conclusies blijkt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Roermond - Sittard. Het groepsrisico is echter beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: 

het geringe groepsrisico en gelijkblijvende hoogte hiervan, en

de goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen

Op 25 november 2019 is de Veiligheidsregio Limburg-Noord om advies gevraagd inzake onderhavig bestemmingsplan. Het advies is als bijlage 5 toegevoegd en in de hier voorgaande toelichting verwerkt.

3.4 Explosieven Onderhavig plangebied ligt in een verdacht gebied voor aanwezigheid van (resten van) explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Om inzicht te krijgen in de mogelijke risico's heeft Cees van den Akker Advies een risicoanalyse uitgevoerd met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven voor het plangebied aan de Reinoud van Gelderstraat te Susteren. Het rapport is bijgevoegd als bijlage 6. Cees van den Akker Advies concludeert dat gezien het resultaat verkregen uit de risicoanalyse blijkt, dat er

12 | 35

geen tot minimaal risico aanwezig is, dat men bij de voorgenomen grondwerkzaamheden met conventionele explosieven (CE) in aanraking komt. Het advies is de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren op reguliere wijze en bij het aantreffen van een mogelijk explosief te handelen volgens 'Protocol Toevalstreffer CE uit Tweede Wereldoorlog'. 3.5

Geurhinder veehouderijen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan. De gemeente Echt-Susteren heeft geen eigen geurbeleid vastgesteld. Het bepaalde in de Wet geurhinder en veehouderij is daarom van toepassing. Woningen zijn geurgevoelige objecten. Gezien de ligging van het plangebied, binnen het stedelijk gebied van de kern Susteren, zijn er geen hinderlijke veehouderijen in de directe omgeving gelegen. Een onderzoek naar geurhinder wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 3.6

Geluid

Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de spoorweg Roermond - Sittard. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk om de invloed van de nabijgelegen 30 km/uur wegen op de nieuwe woningen inzichtelijk te maken, en de geluidsbelasting te onderzoeken die ten gevolge van het parkeren in het nieuwe plan op de omgeving komt. Om zowel de gevelbelasting van de nieuwe als bestaande woningen inzichtelijk te maken, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7). De conclusies zijn: 

ten gevolge van het spoorwegtraject Roermond - Sittard in het gehele plangebied voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB (o.b.v. contouren). Vanuit de Wet geluidhinder vormt deze spoorweg geen belemmering voor het plangebied.

de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer (omliggende 30 km/uur wegen) maximaal 48 dB bedraagt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening vormt de voornoemde wegen geen belemmering voor het bouwplan.

de geluidbelasting ten gevolge van piekgeluiden die worden veroorzaakt door het dichtslaan van een portier bedraagt maximaal 60dB(A) in de dag- avond- en nachtperiode en voldoet hiermee aan de grenswaarde van 60 dB(A) in de nachtperiode.

Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig. Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan. 3.7

Luchtkwaliteit

Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed

13 | 35

woon- en leefklimaat. Uit de conclusies blijkt dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. 3.8

Volksgezondheid

Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een toxisch effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. In algemene zin kan worden gesteld dat het effect van endotoxinen tot maximaal 600 meter van veehouderijen plaatsvindt. In een straal van 600 meter rondom het plangebied zijn geen (intensieve) veehouderijen actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect endotoxinen plaats te vinden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van endotoxinen. Geitenhouderijen Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. In een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen met meer dan 100 geiten actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect geitenhouderijen plaats te vinden.

Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geitenhouderijen. Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Binnen 50 meter rondom het plangebied zijn geen kwekerijen aanwezig of kunnen kwekerijen worden ontwikkeld. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt. Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven

14 | 35

in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Het schadelijke magneetveld strekt zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uit. Het plangebied ligt ruim 1.800 meter tot hoogspanningsverbindingen. Er is geen nader onderzoek nodig. 3.9

Archeologie

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het plangebied bezit geen archeologische dubbelbestemming. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk. Ondanks een zorgvuldige afweging kan echter nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister. 3.10 Cultuurhistorie Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', bedoeld voor onder meer de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden. Tevens kent dit deel van het plangebied de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch ensemble Mariaveld Stationsstraat'. Deze aanduiding is bedoeld voor de instandhouding en bescherming van waarden en karakteristieken.

Het initiatief, waarbij acht grondgebonden, levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd, tast geen waardevolle elementen aan. Omdat er sprake is van tweede lijnsbebouwing blijft het straatbeeld qua bebouwing hetzelfde. Tussen de Vincentiuslaan (voetpad) en de Reinoud van Gelderstraat (inrit) wordt wel een nieuwe verbinding gelegd. Deze verbinding is ook al te zien op de kaarten van 1970. In zekere zin wordt die verbinding hersteld. De maat en schaal is passend bij de omgeving en doet geen inbreuk op het bestaande karakter.

15 | 35

3.11 Natuur Stikstof Het project wordt gerealiseerd binnen het bestaande stedelijke gebied van Susteren. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Abdij Lilbosch & voormailg Klooster Mariahoop) is met 4.200 meter relatief groot. Om de effecten van onderhavig plan op de omliggende Natura 2000-gebieden te bepalen is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8). Uit het onderzoek volgt dat zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase wordt voldaan aan de genoemde grenswaarde. Er is dan ook geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Overige effecten Voor de overige effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura2000-gebieden te groot is en dat de mate van deze verstoringsfactoren niet zullen leiden tot een toename. Soortenbescherming Voor wat de soorten bescherming heeft een Quickscan flora en fauna plaatsgevonden (zie bijlage 9). Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen plannen geen overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg hebben, mits rekening wordt gehouden met het broedseizoen van algemene vogelsoorten. Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. 3.12 Water Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Limburg.

De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Het plangebied ligt in een gebied waarin waterschapsbelangen een rol spelen, namelijk een grondwaterbeschermingsgebied. Deze aanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' is in het bestemmingsplan opgenomen en stelt eisen ten aanzien van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. De totale toename van de verharding is 403 m². Beneden een oppervlakte van 2.000 m² mag er een gemeentelijke afweging worden gemaakt ten aanzien van de wateraspecten. Aangezien het in dit geval gaat het om een oppervlakte van circa 1.821 m² hoeft dit planvoornemen formeel niet te worden voorgelegd aan het waterschap voor wateradvies. Voor onderhavig plan moet worden gekeken naar zowel een hemelwatervoorziening in toekomstig openbaar gebied als afkoppelen en infiltreren op eigen terrein. De voorziening in openbaar gebied dient minimaal 35 mm neerslag te kunnen bergen. Dit kan door middel van de realisatie van een IT-riool in lavapakket in het wegprofiel.

16 | 35

4.

BIJLAGES

Bijlage 1 Bodemonderzoek Bijlage 2 Saneringsplan Bijlage 3 Besluit Wet bodembescherming Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Vincentiuslaan 9 Bijlage 5 Advies Veiligheidsregio Midden-Limburg Bijlage 6 Rapport Projectgebonden Risicoanalyse CE Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Stikstofdepositie-onderzoek Bijlage 9 Toets flora en fauna

17 | 35

18 | 35

Bijlage 1 Bodemonderzoek

19 | 35

20 | 35

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren

Rapportnummer:

E182757.002/KLE

Datum:

12 oktober 2018

Naam opdrachtgever:

de heer P.M.C. Peters

Adres opdrachtgever:

Vincentiuslaan 9, 6114 ED te SUSTEREN

Contactpersoon Aelmans Eco B.V.:

de heer G.A.P. Hamers

Monstername door:

Jens Kusters en Stan Ortmans (in opleiding)

Datum monstername:

19 april 2018

Datum monstername GW:

3 mei 2018

KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37

Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55

Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260

info@aelmans.com

www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het onderzoek.......................................................................................................... 1 1.3 Opzet van het onderzoek en de rapportage .......................................................................... 2

2

Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie............................................. 3 2.1 Vooronderzoek ....................................................................................................................... 3 2.2 Onderzoekshypothese ............................................................................................................ 7 2.3 Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 7

3

Opzet veldonderzoek .......................................................................................... 9 3.1 Veldwerkzaamheden .............................................................................................................. 9 3.2 Resultaten veldwerkzaamheden ............................................................................................ 9

4

Resultaten en beoordeling chemische analyse ................................................... 12 4.1 Toetsing van de analyseresultaten ....................................................................................... 12 4.2 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................ 14

5

Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 19 5.1 Westelijk buitenterrein en bebouwing timmerfabriek ........................................................ 19 5.2 Noordelijk terreindeel en aansluiting met Reinoud van Gelderstraat ................................. 20 5.3 Oostelijk terreindeel/gazon .................................................................................................. 21 Figuur 1

Ligging onderzoekslocatie

Figuur 2

Situatie onderzoekslocatie met ligging boorpunten

Bijlage 1

Analysecertificaten grond

Bijlage 2

Analysecertificaten grondwater

Bijlage 3

Profielbeschrijving boorpunten

Bijlage 4

Getoetste analyseresultaten grond conform BoToVa

Bijlage 5

Getoetste analyseresultaten grondwater conform BoToVa

Bijlage 6

Verklaring van functiescheiding

Bijlage 7

Asbestinspectierapport + analysecertificaten asbest

Bijlage 8

Kadastrale eigendomsgegevens

Bijlage 9

Toetsing CROW 400

E182757.002/KLE

1 Inleiding 1.1

Opdrachtverlening Aelmans Eco B.V. heeft, in opdracht van de heer P.M.C. Peters, het verzoek gekregen een aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek te verrichten op de locatie Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren. Kadastraal is de onderzoekslocatie bekend als gemeente Susteren, sectie D, nummers 4863, 6118, 7152 en 7154. Aanleiding tot de uitvoering van het onderzoek vormt de voorgenomen herinrichting van het gebied (wijziging tot bestemming wonen). De locatie is in het verleden reeds (gedeeltelijk) onderzocht. Gezien de onderzoeksresultaten verouderd zijn en er enkele wijzigingen zijn doorgevoerd betreffende de voorgenomen herinrichting, is de onderzoekslocatie nader onderzocht. Voor het nader onderzoek is de opzet van een verkennend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek aangehouden. Derhalve dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond bepaald te worden. Daarnaast dient middels onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. Tevens wordt een uitspraak gedaan omtrent de te nemen veiligheidsmaatregelen. Hiertoe is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd conform de Nederlandse Normen NEN-5707, NEN-5740 en/of NEN-5897. Aelmans Eco B.V.

is gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. Aelmans Eco B.V., of de overige aan dit bedrijf gelieerde ondernemingen binnen de Aelmans Adviesgroep, verklaren hierbij geen eigenaar van onderhavige locatie te zijn danwel op enige andere wijze een (privaatrechtelijke) relatie te hebben met onderhavige locatie. Op basis hiervan wordt voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL-SIKB 2000. Een verklaring van functiescheiding is opgenomen in bijlage 6.

1.2

Doel van het onderzoek Het doel van een verkennend bodemonderzoek is vaststellen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is verontreinigd, en zo ja of de concentraties van de onderzochte componenten aanleiding vormen voor het instellen van een nader onderzoek.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

1

E182757.002/KLE

1.3

Opzet van het onderzoek en de rapportage Onderhavig onderzoek is onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002: “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018: “Locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen Bodem die eveneens bepalend zijn voor het uitvoeren van het bodemonderzoek. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt:  “Bodem-Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” (NEN-5725);  “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740);  “Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen” (NEN-5707). Daarnaast is tevens gebruik gemaakt van de CROW 400 voor het opstellen en uitwerken van onderhavig onderzoek. In onderhavige rapportage zijn de volgende onderzoeksonderdelen te onderscheiden: 1. vooronderzoek betreffende de terreinsituatie (hoofdstuk 2); 2. opstellen van een hypothese aangaande de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging (hoofdstuk 2); 3. opzet onderzoek (hoofdstuk 3); 4. resultaten en beoordeling chemische analyses (hoofdstuk 4); 5. interpretatie van de onderzoeksgegevens (hoofdstuk 4).

Het onderzoek wordt afgerond met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

2

E182757.002/KLE

2 Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie 2.1

Vooronderzoek 2.1.1 Algemene terreingegevens De ligging van de onderzoekslocatie is in figuur 1 weergegeven op een plattegrond (Google Maps) en op een overzicht van de boorlocaties in figuur 2. Het te onderzoeken terrein betreft een voormalige timmerfabriek met toegangsweg en achterterrein en beslaat een oppervlakte van circa 2.470 m². 2.1.2 Omgeving van het terrein De onderzoekslocatie is gelegen in de bebouwde kern van Susteren. Grenzend aan de zuidzijde (en ten oosten van de toegangsweg) bevindt zich een dubbele woonblok met tuinen op het adres Vincentiuslaan 9A en 9B. Dit perceel, bekend als gemeente Susteren, sectie D, nr. 7153, is in eigendom van de opdrachtgever en behoorde in het verleden tot de timmerfabriek. Aan de noordzijde van onderhavige onderzoekslocatie bevindt zich de ‘Reinoud van Gelderstraat’, waar tevens een toegangsweg tot de onderzoekslocatie op aansluit. De achtertuinen van de woningen aan de Reinoud van Gelderstraat 42 t/m 48 begrenzen de noordzijde van de onderzoekslocatie. De woning met tuin op het adres Vincentiuslaan 11 vormt de oostelijke begrenzing van de onderzoekslocatie. De omgeving kan worden beschreven als woonbebouwing. 2.1.3 Vroeger en huidig gebruik Uit de eerder op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken zijn de volgende gegevens bekend: Tot 1920 was het terrein in gebruik als landbouwgrond.

In 1920 is er een timmerwerkplaats opgericht, bestaande uit een kantoor met bedrijfshallen. In 1962, 1967 en in 1972 is de fabriek uitgebreid met nieuwe bedrijfshallen en een opslagruimte. Alle bedrijfsruimten zijn voorzien van een betonnen ondergrond. Op onderhavige onderzoekslocatie is in het verleden één bovengrondse tank aanwezig geweest. Tevens bevonden zich destijds twee bovengrondse tanks op het perceel gemeente Susteren, sectie D, nr. 7153, dat geen onderdeel uitmaakt van onderhavige onderzoekslocatie.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

3

E182757.002/KLE

De toegangsweg is herhaaldelijk opgehoogd en verhard met bouwpuin, stol en sintels. De bedrijfsactiviteiten zijn omstreeks midden jaren ’90 van vorige eeuw beëindigd. Op onderhavige onderzoekslocatie, veelal in combinatie met het ten zuiden gelegen perceel D 7153, zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten. Voor een uitvoerigere beschrijving verwijzen we naar de betreffende rapportages. Verkennend bodemonderzoek Vincentiuslaan 9a te Susteren, Rentmeesterkantoor Limburg BV, kenmerk RE/96.31, d.d. januari 1996. De bovengrond ter plaatse van de oprit is plaatselijk sterk verontreinigd met lood. Plaatselijk (midden van de oprit) zijn tevens een sterk verhoogd gehalte aan zink en een matig verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. In de bovengrond onder de bedrijfshal is lood verhoogd boven de toetsingswaarde. Tevens bevindt zich, ter plaatse van de spuitcabine (in het achterste deel van de hallen/opslagruimte) een lichte verontreiniging met tolueen en chloroform. Nader bodemonderzoek Vincentiuslaan 9a te Susteren, Rentmeesterkantoor Limburg BV, kenmerk RE/96.203, d.d. mei/juni 1996. Ter plaatse van de oprit en bedrijfshal is een ernstige bodemverontreiniging (circa 100 á 125 m³) met lood en zink aangetoond tot een diepte van circa 0,5 m-mv.

Saneringsnotitie Vincentiuslaan 9a te Susteren, Tauw BV, kenmerk R0/3746232/RRD/D01/S, d.d. 29 juni 1999.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

4

E182757.002/KLE

Verkennend en nader bodemonderzoek Vincentiuslaan 9a te Susteren, Aelmans Eco BV, kenmerk 01/03564/V/E/HW, d.d. 3 juli 2001. Op het voorterrein (t.p.v. voormalige bovengrondse tanks en parkeerplaats, welke géén onderdeel uitmaakt van onderhavige onderzoekslocatie) worden in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan lood, PAK en minerale olie aangetoond. In de ondergrond worden, naast lood, PAK en minerale olie, ook licht verhoogde gehalten aan koper, zink en EOX aangetoond. Ter plaatse van de voormalige timmerfabriek worden in de bovengrond van de zuidelijke helft van de loods licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. Tevens zijn lood en zink matig verhoogd. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Ter plaatse van de noordelijke helft van de loods, plus voormalige bovengrondse tank aan de westzijde van de loods, wordt een matig tot sterk verhoogd gehalten aan lood aangetoond. Tevens zijn diverse overige zware metalen, PAK en minerale olie licht verhoogd. Plaatselijk is het gehalte lood in de ondergrond matig verhoogd. Onder de eerste meter minus maaiveld worden geen verhoogde gehalten aangetoond. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood en zink. Circa 200 m³ grond is tot boven de interventiewaarde verontreinigd.

Saneringsplan St. Vincentiuslaan 9a te Susteren, Aelmans Eco BV, kenmerk 01/12258/V/E/BS, d.d. 12 november 2001. De gekozen saneringsvariant betreft ‘functioneel saneren tot BGW niveau’. Alle grond boven de bodemgebruikswaarden voor ‘wonen en intensief gebruikt groen’ ter hoogte van de woningbouwlocaties zal verwijderd worden. Ter hoogte van het bedrijfsterrein worden de verontreinigingen geïsoleerd. De niet bebouwde terreindelen welke sterk verontreinigd zijn worden verhard met behulp van klinkers. Het gedeelte van de loods dat niet wordt gesloopt en bestemmingsplan-technisch toch de bestemming wonen zal krijgen wordt niet gesaneerd. Voor dit deel worden aanvullende voorwaarden opgenomen in het bestemmingsplan.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

5

E182757.002/KLE

Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg, Provincie Limburg, kenmerk 2002/1818, d.d. 22 januari 2002. Er wordt ingestemd met het saneringsplan.

2.1.4 Asbest Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben verwerkt of geproduceerd. Daarnaast is niets bekend over mogelijke stortingen of ophogingen met asbesthoudend materiaal en/of asbestbuizen in de bodem. Voor zover bekend hebben zich in het verleden geen calamiteiten (bijv. brand of explosies) voorgedaan, waarbij asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. Om voornoemde bevindingen te kunnen bevestigen, zal tijdens het uit te voeren bodemonderzoek zintuiglijk onderzoek plaatsvinden naar mogelijke asbestresten in de bodem. 2.1.5 Terreininspectie Op 19 april 2018 is voorafgaande aan de grondboringen, door een medewerker van Aelmans Eco B.V. een terreininspectie verricht. De onderzoekslocatie is in gebruik zoals omschreven onder de paragraaf “algemene terreingegevens”. Ten behoeve van het asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Het maaiveld is grotendeels verhard (beton/klinkers/tegels) waardoor het uitvoeren van een deugdelijke maaiveldinspectie niet mogelijk is. De inspectie-efficiëntie is lager dan 50% en derhalve kan er geen kwantitatieve uitspraak worden gedaan over een eventueel asbestgehalte in de bovenlaag onder de verharding.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

6

E182757.002/KLE

2.1.6 Bodemsamenstelling en hydrologische gegevens De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn integraal overgenomen uit de eerder genoemde bodemonderzoeken. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt geclassificeerd als Horstpodzolgrond met een bovengrond van lemig fijn zand (Stiboka, bodemkaart van Nederland, Blad 57 oost en 58 west, schaal 1:50.000). Aan het oppervlak bevindt zich een circa 5 meter dikke deklaag behorende tot de Betuwe Formatie en de Nuenen Groep. Hieronder bevindt zich het watervoerende pakket (variërend van 10 tot 40 meter m-mv), gevormd door de grindige afzettingen van de Formaties van Kreftenheye, Sterksel en Veghel (geomorfologische kaart van Nederland, kaartblad 59; 60; 61; 62). Het maaiveld op de onderzoekslocatie bevindt zich globaal op 30 m +NAP en het grondwaterniveau bevindt zich op circa 1,5 m-mv (Dienst Grondwaterverkenning TNO, 1986). De grondwaterstroming is globaal noordwestelijke gericht, naar de Maas. Het dichtstbijzijnde pompstation te behoeve van de drinkwatervoorziening bevindt zich op circa 3 km afstand (Susteren). De locatie is niet gelegen in een grondwaterwin- en/of grondwaterbeschermingsgebied.

2.2

Onderzoekshypothese 2.2.1 Grond en grondwater Gelet op het historisch onderzoek luidt de onderzoekshypothese, ‘heterogeen diffuus verontreinigd’. 2.2.2 Asbest De locatie wordt vooraleerst als ‘onverdacht’ beschouwd met betrekking tot asbest.

2.3

Onderzoeksstrategie 2.3.1 Grond en grondwater Bij de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de strategie VED-HE-NL. Uitgaande van de terreinoppervlakte is conform de NEN-5740/A1 (tabel 9.1) een keuze gemaakt voor het aantal boringen en grondmonsters. De richtlijn met betrekking tot het uitvoeren van bodem- en grondwateronderzoek schrijft voor, dat grondwateronderzoek dient plaats te vinden indien het freatisch grondwater zich op minder dan 5,0 m-mv bevindt. Dit is op de onderzoekslocatie het geval. Hiertoe zal één van de diepe boringen worden doorgezet tot onder het grondwaterniveau om vervolgens met een peilbuis te worden afgewerkt.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

7

E182757.002/KLE

In tabel 2.3.1 is een overzicht opgenomen van de te verrichten boringen, de diepte tot welke deze zullen worden verricht en de voorgenomen uit te voeren analyses. Tabel 2.3.1: Onderzoeksstrategie Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Oppervlakte te

Aantal

onderzoeken terrein

boringen

Diepte

Aantal

boringen

analyses1)

Analysepakket

(m-mv) circa 2.470 m²

11

0,0 - 0,5

2

NEN-5740 pakket grond

2

0,5 - 2,0

1

NEN-5740 pakket grond

1

Peilbuis

1

NEN-5740 pakket grondwater

1) aantal analyses is afhankelijk van zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden

2.3.2 Asbest Ten behoeve van het asbestonderzoek zullen een 14-tal asbestinspectiegaten worden gegraven. De hierbij vrijkomende grond zal allereerst visueel geïnspecteerd worden op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In tabel 2.3.2 zijn enkele relevante gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.3.2: Relevante gegevens project Projectnaam

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren

Projectcode

E182757

Huidig gebruik

voormalige timmerplaats

Gebruik omgeving

woonbebouwing

Oppervlakte locatie

circa 2.470 m²

Hoogteligging

circa 30 meter +NAP

Grondwaterstand

circa 28,5 meter +NAP

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

8

E182757.002/KLE

3 Opzet veldonderzoek 3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002: “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018: ”Locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De veldwerkzaamheden zijn verder uitgevoerd volgens de Nederlandse norm Bodem. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt:  “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740);  “Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen” (NEN-5707). De beschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 3.

3.2

Resultaten veldwerkzaamheden 3.2.1 Grond Tijdens de uitvoering van het veldwerk is afgeweken van de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in paragraaf 2.3.1. Er zijn een 22-tal boringen in combinatie met asbestinspectiegaten geplaatst. Zestien boringen zijn verricht tot een diepte van 1,0 á 1,2 m-mv, vijf boringen tot 2,0 m-mv en één boring is doorgezet tot 3,3 m-mv en afgewerkt als peilbuis. Vooraleerst zijn een 17-tal analyses verricht op het standaard NEN-5740 pakket voor grond. Naar aanleiding van de analyseresultaten zijn een vijftal grondmengmonsters uitgesplitst en separaat onderzocht op de parameters lood, zink en/of PAK en is één aanvullende analyse op het NEN-5740 pakket verricht. Tevens zijn twee asbestanalyses conform NEN-5707 verricht en is het grondwater onderzocht op het standaard NEN-5740 pakket voor grondwater. De huidige boringen 1 t/m 6 zijn geplaatst in het terreindeel dat reeds in 2001 is onderzocht (‘Verkennend en nader bodemonderzoek Vincentiuslaan 9a te Susteren’, Aelmans Eco B.V., kenmerk 1/03564/V/E/HW, d.d. 3 juli 2001) en ook ter hoogte van de huidige boringen 8 t/m 13 heeft al eerder bodemonderzoek plaatsgevonden (zie ‘Saneringsnotitie Vincentiuslaan 9a te Susteren’, Tauw BV, kenmerk 0/3746232/RRD/D01/S, d.d. 29 juni 1999).

De boringen 1 en 2 zijn geplaatst op het westelijk buitenterrein, respectievelijk nabij de voormalig bovengrondse tank en de toegangsweg. Ter hoogte van boring 1 bevindt zich een laag zand onder de betonverharding. Hieronder, op een diepte van 0,3 tot 0,5 m-mv, wordt een volledige baksteenlaag aangetroffen. Bij boring 2 bevindt zich een laagje straatzand onder de klinkerverharding. Daaronder is de zandhoudende bodemlaag tot circa 0,7 m-mv geroerd met puin en baksteen. De onderliggende zand- en leemlagen van beide boringen zijn zintuiglijk schoon.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

9

E182757.002/KLE

De boringen 3 t/m 12 zijn verricht ter hoogte van de bebouwing van de timmerfabriek. Onder de tegel/betonverharding is de zandhoudende bovengrond tot een diepte van circa 0,6 á 0,9 m-mv veelal sporadisch tot matig baksteenhoudend, zwak tot matig puinhoudend en/of sporadisch tot zwak koolashoudend. De onderliggende zand- en leemlagen zijn zintuiglijk schoon. De boringen 13 en 14 bevinden zich aan de noordzijde van de onderzoekslocatie, bij de toegangsweg met aansluiting op de Reinoud van Gelderstraat. In de zandhoudende ondergrond worden sporen baksteen aangetroffen, voor het overige worden bij deze boringen geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De boringen 15 t/m 22 bevinden zich op het oostelijke terreindeel welke ten tijde van het onderzoek in gebruik is als gazon. In de zandhoudende bovengrond worden plaatselijk (de boringen 15 t/m 17) sporen baksteen aangetroffen. Voor het overige worden bij deze boringen geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de onderzochte zand- en leemlagen. 3.2.2 Grondwater Ten behoeve van het grondwateronderzoek is tijdens de veldwerkzaamheden op 19 april 2018 één van de boringen doorgezet tot een diepte van 3,3 m-mv en afgewerkt als peilbuis. De grondwaterbemonstering heeft plaatsgevonden op 3 mei 2018. In tabel 3.2.2 is een overzicht gegeven van de gemeten grondwaterstand, zuurgraad, troebelheid en elektrische geleidbaarheid.

Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen bijzonderheden waargenomen. De verkregen watermonsters zijn onderzocht op het standaard NEN-pakket voor grondwater. Tabel 3.2.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis

Filtertraject

Diepte

Zuurgraad

Geleiding Ec

Troebelheid

(m-mv)

grondwaterstand

(pH-waarde)

(µs/m)

(NTU)

6,7

440

40

(m-mv) Peilbuis 1

2,3 - 3,3

1,8

3.2.3 Asbest Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn in totaal een 22-tal inspectiegaten van 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m-mv gegraven met behulp van een spade. De hierbij vrijkomende grond is ter plaatse visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverachte materialen. Tijdens de visuele beoordeling van de uitkomende grond zijn geen specifieke asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel worden bijmengingen met baksteenresten en puin aangetroffen, welke als asbestverdacht worden bestempeld. Van de meest asbestverdachte bodemlagen zijn twee grondmengmonsters samengesteld voor analyse conform NEN-5707. In bijlage 7 is het asbestinspectierapport opgenomen, dat is opgesteld door een voor het protocol 2018 gecertificeerde medewerker, zijnde de heer J. Kusters.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

10

E182757.002/KLE

3.2.4 Algemene informatie uitgevoerde analyses De NEN-5740 onderscheidt de volgende analysepakketten; te weten één voor de grond (zowel de boven- als de ondergrond) en één voor het grondwater. De grondmengmonsters zijn derhalve onderzocht op de volgende componenten voor het standaard NEN-5740 pakket grond:  zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink;  polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);  polychloorbifenylen (PCB);  minerale olie (GC);  droge stof;  lutum en organische stof. De grondwatermonsters zijn derhalve onderzocht op de volgende componenten voor het standaard NEN-5740 pakket grondwater:  zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink;  minerale olie;  vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (inclusief naftaleen). De hierboven beschreven veldwerkzaamheden en de rapportage zijn uitgevoerd door Aelmans Eco B.V. te Voerendaal. De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB te Hoogvliet (RvA geaccrediteerd laboratorium).

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

11

E182757.002/KLE

4 Resultaten en beoordeling chemische analyse 4.1

Toetsing van de analyseresultaten 4.1.1 Toetsingskader Wet Bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grondmengmonsters en watermonsters dienen te worden getoetst aan de toetsingswaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versie van dit document. Deze waarden bestaan uit de interventiewaarde (I) en de achtergrondwaarde 2000 (AW2000). Voor grond moeten de toetsingswaarden worden berekend aan de hand van het organische stofgehalte en lutumgehalte. Bij de toetsing is gecorrigeerd aan het organische stofgehalte en lutumgehalte, welke in onderhavig bodemonderzoek zijn vastgesteld, zie bijlage 4. De gemeten grondwaterconcentraties zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden, eveneens afkomstig uit de Circulaire bodemsanering. Deze zijn opgenomen in bijlage 5. Voor de toetsing van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van BOTOVA gevalideerde software. De analyseresultaten worden hierbij getoetst aan de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW2000): Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Voor gemeten concentraties welke deze waarden overschrijden wordt de term “licht verhoogd” gebruikt.

Interventiewaarde (I): Deze waarde geeft aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. De interventiewaarden bodemsanering geven het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Voor gemeten concentraties welke deze waarden overschrijden wordt de term “sterk verhoogd” gebruikt. Naast genoemde waarden wordt een index opgenomen. Dit is de quotiënt tussen de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) en de interventiewaarden (index = (GSSD - AW) / (IW - AW)) . Een index beneden de 0,5 houdt in dat de GSSD (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index boven de 1 houdt in dat de GSSD boven de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de GSSD dicht bij de interventiewaarde ligt hetgeen in de praktijk veelal bestempeld kan worden als een overschrijding van de tussenwaarde. Laatstgenoemde kan, afhankelijk van de locatie specifieke omstandigheden, mogelijk aanleiding zijn voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

Aanvullend bodem-, asbest- en grondwateronderzoek Vincentiuslaan 9A en Reinoud van Gelderstraat 42 te Susteren Aelmans Eco B.V.

12

E182757.002/KLE

4.1.2 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Op basis van een toetsing aan de Wet bodembescherming (Circulaire Bodemsanering) kan geen formele uitspraak gedaan worden over het hergebruik, verspreiden of toepassen van grond. Voor de feitelijke toetsing dienen de analyseresultaten van de grondmengmonsters te worden getoetst aan de normwaarden uit de tabel van het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (V.R.O.M.). Deze tabel met normwaarden is opgenomen in Regeling bodemkwaliteit (Rbk). Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versie van dit document. De standaard normwaarden kunnen worden verdeeld in de achtergrondwaarden (= AW2000), de maximale waarden wonen (= WO) en de maximale waarden industrie (= IN). De normwaarden zijn gebaseerd op risicobenadering. Uitgangspunt hierbij is een directe relatie tussen de (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. De betekenis van bovenvermelde normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden (AW2000): De achtergrondwaarden (AW2000) betreft ook wel de “altijd grens”. Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten van stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, welke niet belast zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die aan deze waarden voldoet is geschikt voor elk gebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=ae9a526b-7a0c-4041-8611-2ba0a0677ade