Toelichting-Bijlage 6a (aanv ff)
Tekst van het document
Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT
Opdrachtgever:
Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT
Datum: 15 maart 2023
Miba Bouwmanagement BV T.a.v. de heer C. Heemels Postbus 171 5720 AD Asten
Onderwerp: Tussenrapportage nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuis, steenmarter en hazelworm, Tramhalte Roosteren (ons kenmerk: 22-1237)
Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen
Geachte heer Heemels, Hierbij ontvangt u van ons de tussenrapportage bijhorende het natuurwaardenonderzoek, welke is uitgevoerd ter plekke van de her in te richten onderzoekslocatie gelegen aan de Kasteel Ter Borchstraat 1, 3, 3a en 5, te Roosteren, zie figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie Kasteel Ter Borchstraat 1, 3, 3a en 5, Roosteren
Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT
06 462 55 985 info@ecolybrium.nl www.ecolybrium.nl
KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01
Aanleiding Er zijn voornemens om sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden uit te voeren op de betreffende locatie. In het voortraject is er door Nipa een quickscan onderzoek uitgevoerd (projectnummer N222209, d.d. 4 mei 2022). Hieruit blijkt dat de ingreeplocatie mogelijk dienst doet voor: Vleermuizen Gierzwaluw Huismus Steenmarter en Hazelworm Er is destijds geconcludeerd en geadviseerd dat nader soortgericht onderzoek naar deze soorten/soortgroepen noodzakelijk is om vast te stellen of met de renovatie verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, aangezien bovengenoemde soorten beschermd zijn in het kader van deze wetgeving.
Onderzoeksmethodieken Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is deels in 2022 door Ecolybrium uitgevoerd met behulp van bat-detectors (Pettersson D240X, Batlogger van Elekon en een ANABAT Scout). Dit zijn de meest toegepaste apparaten voor dergelijk onderzoek, en het meest efficiënt in gebruik. Deze detectoren zijn in staat opnames te maken van vleermuisgeluiden, voor analyse met diverse softwarepakketten indien noodzakelijk (voor lastig determineerbare soorten). Er worden nog drie vleermuisrondes (conform vleermuisprotocol) uitgevoerd in 2023. Het onderzoek is en wordt met twee ecologen per keer uitgevoerd. Onderzoeksmethodiek gierzwaluw Het onderzoek naar het gebruik van de panden door gierzwaluwen zal uitgevoerd worden in de periode vanaf 15 mei tot 15 juli (uit te voeren in 2023) (datumgrenzen conform Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0 BIJ12 juli 2017), waarbij minimaal drie rondes uitgevoerd zijn. Dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd ter plekke van de panden door te letten op in- en uitvliegende dieren, roepende dieren vanuit hun nestlocaties en door te letten op cirkelende dieren boven de woonwijk (indicatie dat de omliggende wijk door die dieren bewoond wordt). Onderzoeksmethodiek huismus Het onderzoek naar het gebruik van de panden door huismussen wordt uitgevoerd in de periode zoals voorgeschreven in het Kennisdocument Huismus.
Dit betreft de periode tussen 10 maart en 20 juni (datumgrenzen conform Kennisdocument Huismus, versie 1.0 BIJ12 juli 2017). Het onderzoek wordt in de ochtend uitgevoerd door te letten op territoriaal gedrag, zoeken naar nesten en door het letten op aanvliegbewegingen van de vogels met nestmateriaal en voedselpakketjes (voor jongen). Onderzoeksmethodiek hazelworm Op het open deel van het terrein zijn tapijttegels (50 stuks) gelegd, die vervolgens enkele malen gekeerd worden om te zien of er hazelwormen onder liggen. Met name rond de steenhopen en stapels oude dakpannen zullen tapijttegels gelegd worden. De tapijttegels zijn in 2022 in totaal 6 keer in 2 maanden omgedraaid (augustus en september onder prima weersomstandigheden).
Tussenrapportage nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuis, steenmarter en hazelworm, Tramhalte Roosteren (ons kenmerk: 22-1237)
2
Onderzoeksmethodiek steenmarter Om het gebruik van de panden in beeld te krijgen worden inpandig enkele cameravallen op plekken waar veel activiteit te zien is (op de plekke waar veel uitwerpselen liggen) geplaatst. Daarnaast zullen cameravallen geplaatst worden op het buitenterrein, om daarmee de intensiteit van gebruik vast te leggen. Deze worden in 2023 geplaatst, aangezien de start van het onderzoek in 2022 niet in de juiste periode gestart is (buiten de periode dat er mogelijk jongen dieren geboren zijn). Overige soorten Naast deze specifieke soortgerichte onderzoeken is en wordt tevens gelet op het voorkomen van andere bijzondere en/of beschermde soorten planten en dieren. De reeds uitgevoerde onderzoeksdagen zijn opgesomd in tabel 1. De eerste veldresultaten zijn in figuur 2 en bijlage 1 (in A3-formaat) opgenomen.
Onderzoeksdata Soortonderzoek
Data en duur
Temp.
Wind
Weersomstandigheden
Opmerkingen
8 gewone dwergvleermuizen (op 2 plekken) 7 gewone dwergvleermuizen (op 2 plekken)
Vleermuizen 2023
mei 2023
2023
juni 2023
2023
juli 2023
2022
16 aug. 21.00-01.00 uur
24 oC
0-1 Bft.
Droog, bewolkt
2022
2 sep. 04.30-07.00 uur
16 oC
1-2Bft.
Droog, half bewolkt
Gierzwaluw 2023
juni
2023
juni
2023
juli
Huismus 2023
april
2023
mei
Steenmarter
maart/april 2023
Cameravallen plaatsen in de panden
3, 10, 16 aug 2022
Geen waarnemingen
1, 8, 15 sept 2022
Geen waarnemingen
Hazelworm
Tabel 1: Onderzoeksdata 2022
Onderzoeksresultaten Vleermuizen Vaste rust- en verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis Er zijn in 2022 reeds 2 vaste rust- en verblijfplaatsen vastgesteld van gewone dwergvleermuizen. Het betreft hier twee verblijfplaatsen met minimaal 2 tot maximaal 6 exemplaren van de gewone dwergvleermuis. Het betreft hier zomerverblijfplaatsen, maar naar alle waarschijnlijkheid ook winterverblijfplaatsen (vanwege de waarnemingen in september). Of er sprake is van een kraamverblijfplaats dient nog te worden onderzocht in 2023.
Tussenrapportage nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuis, steenmarter en hazelworm, Tramhalte Roosteren (ons kenmerk: 22-1237)
3
Er zijn geen baltsende dieren waargenomen in de maanden augustus en september, wat een baltspaar- en winterverblijf geheel uitsluit. Het kan dan ook zijn dat het hier gaat om een verblijfplaats (jaarrond in functie) van enkel vrouwelijke dieren. De uitvliegende vleermuizen komen uit openingen in het dakbeschot en vanonder de kantpannen aan de zuidgevel. Foerageergebied Tussen en rondom de bebouwing ligt een zeer marginaal ontwikkeld jachtgebied voor vleermuizen. Het terrein in het zuiden, rondom het Kasteel Ter Borch, vormt hierbij wel het essentiële foerageergebied. De werkzaamheden leiden in dit geval echter niet tot een verstoring en/of vernietiging van deze primaire jachtgebieden, omdat de werkzaamheden hier niet uitgevoerd worden. Vliegroutes Er zijn geen primaire vliegroutes vastgesteld van grote aantallen vleermuizen. De dieren afkomstig vanuit de verblijfplaatsen verspreiden zich redelijk snel over het gehele gebied, zonder dat ze daarbij eenduidige vliegroutes hanteren. Door de voorgenomen ingrepen treden in elk geval effecten op ten aanzien van de 2 reeds aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen. Deze zullen verstoord en vernietigd worden, wat betekent dat er in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing nodig is voor deze handeling. Ook is het treffen van mitigerende maatregelen benodigd.
In de praktijk betekent dit dat er, (mogelijk) tijdelijke, maar zeker permanente vleermuisvoorzieningen gerealiseerd dienen te worden. Het onderzoek van 2023 moet verder uit gaan wijzen welke voorzieningen er nog meer nodig zijn. Broedvogels Huismus Er zijn vooralsnog geen huismussen aangetroffen op de locatie. Dit onderzoek dient in 2023 uitgevoerd te worden, ten einde een gedegen uitspraak te kunnen doen over het wel of niet overtreden van verbodsbepalingen met betrekking tot het vernietigen/verstoren van jaarrond beschermde nesten. Gierzwaluw In de bebouwing zijn vooralsnog geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de soort, maar dat komt omdat gierzwaluwen in de onderzoeksperiode (augustus en september) al lang niet meer in Nederland zijn. Steenmarter Er zijn tijdens het onderzoek geen waarnemingen verricht van deze soort. Opgemerkt dient te worden dat deze op meerdere plekken de panden verlaten kunnen, en dat er snel een kans is dat je dit moment mist. In 2023 wordt dit onderzoek verder uitgebreid met het plaatsen van camera’s. Hazelworm Er zijn tijdens de controle momenten geen enkele hazelworm gezien gevonden onder de pallets. Er kan op basis van de geleverde onderzoeksinspanning geconcludeerd worden dat de soort er geen actueel leefgebied heeft. Nieuw aanvullend onderzoek in 2023 is eveneens niet noodzakelijk.
Tussenrapportage nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuis, steenmarter en hazelworm, Tramhalte Roosteren (ons kenmerk: 22-1237)
4
Overige soorten Er is verder nog geen andere soorten waargenomen in en rond de onderzoekslocatie.
Figuur 2: Onderzoeksresultaten 2022 (met daarop aangegeven de twee verblijfplaatsen (gele driehoeken))
Effecten door beoogde werkzaamheden In tabel 2 zijn de effecten van de sloop en nieuwbouw op de tot nu toe aangetroffen natuurwaarden opgesomd. Aangetroffen soorten
Functies
Effect
Toetsing Wnb nodig
Gewone dwergvleermuis
Vaste rust- en verblijfplaatsen Jachtgebied
Ja: verstoring/vernietiging Nee: jachtgebied blijft intact
Ja Nee
Tabel 2: Effecten op beschermde natuurwaarden door de werkzaamheden.
In tabel 3 zijn de effecten getoetst aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Aanwezig op planlocatie
Gewone dwergvleermuis
Vogels (Vogelrichtlijn)
Flora en fauna (Habitatrichtlijn)
Art. 3.1
Art. 3.5
Art. 3.2
Art. 3.3
Art. 3.4
(#)
Art. 3.6
Art. 3.7
Art. 3.8
Art. 3.9
Andere soorten Art. 3.10
Art. 3.11
(#)
Zorgplicht (Wnb)
Ontheffing (J/N)
Art. 1.11 (#)
J
Tabel 3: Overtredingen verbodsbepalingen Wnb op grond van effecten; (#) = van toepassing;
Tussenrapportage nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuis, steenmarter en hazelworm, Tramhalte Roosteren (ons kenmerk: 22-1237)
5
Conclusies Uit het onderzoek is gebleken dat er in elk geval 2 vaste rust- en verblijfplaatsen (jaarrond in gebruik) aanwezig zijn van gewone dwergvleermuizen in de te renoveren woningen. De verstoring en vernietiging van de verblijfplaatsen is ontheffingsplichtig; Effecten op het oppervlakte van het foerageergebied van vleermuizen, huismussen en/of gierzwaluwen treedt niet op, omdat de werkzaamheden zich alleen op de woningen richt en niet op de groene tuininrichtingen en omgeving; In het kader van de ontheffingsaanvraag dient te worden nagedacht over de locatie en mate van mitigatie voor de betreffende soorten in de nieuwbouw. Dit dient in samenwerking met de architect/aannemer uit gevoerd te worden. Dit dient bij de definitieve ontheffingsaanvraag ingediend te worden.
Tussenrapportage nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuis, steenmarter en hazelworm, Tramhalte Roosteren (ons kenmerk: 22-1237)
6