CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting-Bijlage 6 (flora en fauna)

Commissie Omgeving 8 april 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Stedelijk gebied, partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat Roosteren’8.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT QUICKSCAN FLORA EN FAUNA LOCATIE TRAMHALTE TE ROOSTEREN GEMEENTE ROOSTEREN, SECTIE G, NUMMERS 12, 627, 693 & 694

PROJECT: N222209

VERANTWOORDING Titel

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA TRAMHALTE TE ROOSTEREN

Opdrachtgever

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal

Rapportnummer

N222209

Datum

4 mei 2022

Projectmedewerker

de heer J.J. Jager

Autorisatie

de heer J.B.P. van der Stroom

handtekening

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

WETTELIJK KADER ______________________________________________________________ 5

3

2.1

WET NATUURBESCHERMING ______________________________________________________ 5

2.2

GEBIEDSBESCHERMING __________________________________________________________ 5

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 7 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 7

3.2

OMGEVING _________________________________________________________________ 7

4

DOELSTELLING ________________________________________________________________ 10

5

QUICKSCAN __________________________________________________________________ 11

6

5.1

BIOTOOPTYPEN ______________________________________________________________ 11

5.2

INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING_______________________________________ 12

5.3

EFFECTEN INGREEP OP FLORA EN FAUNA _____________________________________________ 19

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 20

Bijlage 1 2 3 4 5

Situering in de regio Kadastrale kaart Gegevens Natuurloket Checklist vooronderzoek vleermuizen Fotobijlage

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/3

1

INLEIDING Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. heeft, in verband met een bestemmingswijziging, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het bouwplan De Tramhalte te Roosteren. De contactpersoon namens de opdrachtgever is de heer H.N.J.M. Steins. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/4

2

WETTELIJK KADER 2.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet).

2.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet).

3.

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet).

Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie Limburg geregeld in het Natuurbeheerplan Limburg 2022, geconsolideerd op 24 augustus 2021. 2.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/5

De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.

Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens of inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2).

De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/6

3

LOCATIEGEGEVENS 3.1

Algemeen

De onderzoekslocatie betreft het nieuwbouwplan De Tramhalte aan de Kasteel ter Bochstraat te Roosteren. Het voornemen bestaat om de onderzoekslocatie te her ontwikkelen en 15 woonhuizen met siertuinen te realiseren. Hiervoor dient de huidige bebouwing gesloopt te worden. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Rooster, sectie G, nummers 12, 627, 693 & 694.

Figuur 1: de onderzoekslocatie.

De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 2. 3.2

Omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Roosteren. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: 

Noordzijde:

woonhuizen met siertuinen

Oostzijde:

woonhuizen met siertuinen

Zuidzijde:

N296 met daar tegenover landgoed Kasteel Ter Borch

Westzijde:

woonhuizen met siertuinen

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/7

Circa 900 meter ten westen van de onderzoekslocatie is de Grensmaas gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 2). Gezien de afstand van het bouwproject zijn er mogelijk nadelige effecten op het natuurgebied te verwacht in de vorm van stikstofdepositie. Om dit uit te sluiten wordt aanbevolen een Aerius-berekening uit te laten voeren. De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (figuur 2). Circa 900 meter ten westen van de locatie is een gebied wat is aangewezen als rivier- en moeraslandschap (N01.03) en kruiden- en faunarijk grasland. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.

Grensmaas

Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebied.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/8

Figuur 3: Natuurbeheertypen en het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (LNN).

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/9

4

DOELSTELLING Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en/of bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden met deze soorten.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/10

5

QUICKSCAN 5.1

Biotooptypen

De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. De quickscan is op 22 maart 2022 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer J.J. Jager in 2018 afgestudeerd als bioloog aan de WUR. In bijlage 5 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen.

De onderzoekslocatie bestaat uit 4 panden met bijbehorende terreinen. De vier panden zijn (van oost naar west) een voormalig hotel, een bruin café met vergaderruimte, een feestzaal en een woonhuis met oude stal, garages en een ingestorte hooizolder. De panden zijn gebouwd aan het begin van de vorige eeuw en sommige delen zijn in een slechte staat. Het hotel, café en feestzaal zijn met elkaar verbonden.

Het voormalige hotel heeft 2 woonlagen, een kelder en een vliering. Binnen zijn de vele kamers voldoende afgewerkt waardoor het veel dieren niet echt mogelijk is binnen te komen. Echter zijn er vele muizenkeutels aangetroffen wat ook blijkt uit de volle vallen. In de kelder zijn op maaivelniveau twee ventilatiepijpen aanwezig die niet zijn afgesloten met een rooster. Binnen de kleder zijn echter geen sporen gevonden van dieren. Aan de achterzijde van het pand is een tweede kelder aanwezig met een opening naar de tuin. De opening binnen is niet teruggevonden en vanuit de tuin was de kelder niet toegankelijk in verband met instortingsgevaar. In de opening buiten is een kippenei aangetroffen wat mogelijk achtergelaten is door een marterachtige. In de gevel van het hotel zijn meerdere openstootvoegen hoog op de gevel aanwezig. Ook zijn er meerdere kleine dakkappelen met boeiboorden die niet overal goed aansluiten. De directe omgeving van het hotel is verhard met uitzondering van een deel van de achtertuin.

Het bruine café heeft twee verdiepingen. De begane grond is voornamelijk als cafézaal ingericht en een deel als sanitaire ruimte voor zowel het café als de feestzaal. Ook is er een serre. Op de eerste verdieping is een vergader ruimte wat deels in de aanbouw is gelegen. De vloer hier is verhoogd waardoor er een ruimte is waar dieren onderdoor kunnen. Hier zijn meerdere muizenkeutels aangetroffen. In een kleine zijkamer wat voor opslag werd gebruikt, zijn meerdere eieren en eischalen aangetroffen wat duidt op een voorraad van een marterachtige. Ook is hier de dakisolatie ernstig beschadigd door een marter. De zijkamer is verbonden met de feestzaal via het knieschot. Op een paar plekken hebben in het verleden pijpleidingen in de gevel gezeten die verwijderd zijn en waarvan de gaten achter zijn gebleven. Het dak is uitgevoerd met OH dakpannen met strodokken. De dakpannen sluiten niet overal

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/11

goed aan. Aan de achterzijde is een nieuw stuk aangebouwd met open stootvoegen hoog in de gevel. Aan de zijkant van de uitbouw zit boeiboord waarvan een aantal planken ontbreken. De feestzaal bestaat uit twee verdiepingen. De begane grond is grotendeels als feestzaal ingericht met erachter sanitaire voorzieningen. Het raam in de zijgevel is kapot. Op de vloer is een voorvleugel aangetroffen van de grote vos of kleine vos. Ook zijn er een aantal afgebeten veren aangetroffen. Op de eerste verdieping zijn een aantal kamers en een sanitair. Op de vloer van de overloop en de kamers zijn vele uitwerpselen van een marterachtige aangetroffen. Achter het knieschot van de overloop lage vele hopen isolatiemateriaal en buizen wat mogelijk een nest van een marterachtige kan zijn. Op meerdere plaatsen was het dakbeschot beschadigd en hingen er plukken isolatiemateriaal uit. Buiten bij de zuidwestelijke hoek van de feestzaal zijn de fecaliën van een egel aangetroffen.

Het woonhuis was ten tijde van het onderzoek niet toegankelijk. In de gevels zitten geen gaten of scheuren. De aansluitende stal en bijbehorende hooizolder waren al een tijd niet in gebruik. De dakconstructie van de hooizolder bestaat volledig uit hout en heeft geen dakbeschot. De twee garages waren op enkele bouwmaterialen na zo goed als leeg. De tweede hooizolder was deels ingestort waardoor de derde garage niet te bereiken was.

Achter de bebouwing is een soortenarm grasveld van 2.500 m2 gelegen met twee oude fruitbomen waarvan er één enkele jaren gelegen is omgevallen. Naast gras zijn er enkele algemene vaatplantsoorten aangetroffen zoals ridderzuring, Jacobskruiskruid, pinksterbloemen, pitrus, brandnetels en stinkende gouwe.

Rondom de onderzoekslocatie zijn 2 of 3 plaatsen waar kippen worden gehouden. Bij de ingestorte hooizolder liggen meerdere grote steenstapels. Tussen de ineengestorte hooizolder en de feestzaal is duidelijk een wissel te zien. Ten westen van de ingestorte hooizolder worden kippen gehouden en hier zijn in het grasveld de resten van mogelijk een grasparkiet aangetroffen.

Tijdens de terreininspectie zijn de sporen van een marterachtige aangetroffen. Verder zijn er geen beschermde soorten of jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen. 5.2

Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving

De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl dat door het natuurloket is opgesteld. Binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn bij inventarisaties de volgende soorten vanuit de Habitatrichtlijn waargenomen:

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/12

Amfibieën (-) In het kilometerhok waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen zijn geen waarnemingen van amfibieën geregistreerd. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de bastaardkikker, boomkikker, kamsalamander en rugstreeppad waargenomen. Op of nabij de onderzoekslocatie ontbreekt geschikt voortplantingswater voor de genoemde soorten. Gezien het dichtstbijzijnde mogelijk geschikte water op 200 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie ligt met de N296 er tussen zal de onderzoekslocatie ook niet geschikt zijn als overwintergebied. De betreffende amfibiesoorten zijn hierdoor uit te sluiten.

Insecten (-) In het kilometerhok waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen zijn geen waarnemingen van beschermde insecten geregistreerd. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, vermiljoenkever en teunisbloempijlstaart waargenomen.

De grote vos komt voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plaatsen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Vooral de iep wordt als waardplant gebruikt, maar ook de zoete kers en sommige wilgensoorten. Door de aanwezige grote vrijstaande kers is er een potentieel habitat voor de grote vos. Echter is de onderzoekslocatie niet bebost waardoor het niet volledig voldoet aan het habitat van de grote vos. Mogelijk is de aangetroffen individu een dwaalgast van het nabijgelegen landgoed die via een van de gaten in de gevel of in het raam naar binnen is gevlogen en niet meer naar buiten kon. Echter is deze soort hierdoor niet volledig uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De iepenpage komt voor waar voldoende grote, bloeiende en vruchtdragende iepen bij elkaar staan. De iepenpage komt zowel in bossen als in (stads)parken voor. Door het ontbreken van de waardplant is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Kleine ijsvogelvlinders komen voor in vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. Geschikte waardplanten (wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie of gecultiveerde kamperfoelie) groeien doorgaans in de halfschaduw. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie en het ontbreken van de waardplant is deze soort uit te sluiten.

De vermiljoenkever is afhankelijk van dood hout en leeft in vochtige bossen, houtwallen en lanen. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/13

De teunisbloempijlstaart is afhankelijk van het wilgenroosje, de bastaardwederik en de kattenstaart als waardplant en leeft in open plekken van vochtige bossen en aan bosranden. De soort is derhalve binnen het plangebied uit te sluiten.

Reptielen (-) In het kilometerhok waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen zijn geen waarnemingen van reptielen geregistreerd. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de hazelworm, levendbarende hagedis en muurhagedis waargenomen.

De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden op open plekken in bossen, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm zich handhaven, zoals houtwallen, kalkgraslanden, (spoor)wegbermen, kerkhoven en zelfs in tuinen, parken en volkstuintjes kan de hagedis worden aangetroffen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Gezien het hoge gras de vele steen en houtstapels op het terrein is deze soort niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de hazelworm in Limburg echter een vrijgestelde soort in de maanden juli t/m september.

De levendbarende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Gezien de ligging en het ontbreken van vochtig terrein is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De muurhagedis is een warmt minnende soort en komt in ons land uitsluitend in Maastricht voor. Verspreidt over de rest van Nederland zijn de afgelopen 20 jaar individuen uitgezet. Aangezien sprake is van geïsoleerde individuen of maximaal enkele exemplaren is geen sprake van een levensvatbare populatie en kan het voorkomen van soort binnen het plangebied worden uitgesloten.

Vaatplanten (-) In het kilometerhok waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplantsoorten geregistreerd. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn akkerdoornzaad, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, wilde ridderspoor en wolfskers waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/14

Akkerdoornzaad is een zeer zeldzame plant die in Nederland alleen in Zuid-Limburg en het estuariëngebied in Zeeland voorkomt. Ook zijn er enkele waarnemingen van nabij de rivier Niers in Noord-Limburg. Deze soort komt voor op begraasde dijken en in akkers op kalkhoudende grond. gezien het gebruik van het terrein is deze soort hier uit te sluiten.

Het groot spiegelklokje komt voor op zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond (zand, leem, zavel, lichte klei, löss en mergel). Deze eenjarige plant komt voor op akkers (graanakkers en braakliggende stoppelvelden), bermen en dijken (open plaatsen), braakliggende grond, als adventief nabij graansilo's (haventerreinen) en langs spoorwegen (spoorwegterreinen). De bodem bestaat ter plaatse uit klei en is derhalve niet geschikt voor het groot spiegelklokje.

De grote leeuwenklauw is een éénjarig kruid dat in Zuid Limburg niet alleen voorkomt op akkers, maar ook op kort gemaaid of begraasd grasland op taluds en onder afrasteringen daar waar het net iets schraler is dan elders. De grote leeuwenklauw groeit in bermen, langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond en bij veevoerkuilen. De onderzoekslocatie bestaat uit soortenarm grasland op kleigrond wat al enkele jaren niet beheerd wordt. Hierdoor staat het gras erg hoog waardoor deze soort hier uit te sluiten is.

De wilde ridderspoor komt voor op zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, matig bemeste, kalkrijke, omgewerkte zandige klei (zavel en lichte klei). De groeiplaatsen bestaan uit akkers (wintergraanakkers) en soms op ruderale plaatsen, bij graansilo's en graanoverslagbedrijven. Gezien het gebruik van de onderzoekslocatie is deze soort uit te sluiten.

Wolfskers prefereert half beschaduwde, warme, droge tot vochtige, voedsel- en stikstofrijke, zwak basische tot kalkrijke bodems en op stenige plaatsen, met een humeuze bovenlaag. De sterk giftige plant groeit op kap- en brandvlakten, op open plekken in bossen en langs bosranden, soms ook aangetroffen op ruderale plaatsen en braakliggende grond in de bebouwde kom. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Vissen (-) In het kilometerhok waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen en tot een afstand van 5 kilometer zijn geen waarnemingen van beschermde vissoorten geregistreerd. Door het ontbreken van oppervlaktewater zijn vissen binnen het plangebied uit te sluiten.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/15

Vogels (boomvalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de grote gele kwikstaart, oehoe, ransuil en zwarte wouw waargenomen.

Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. De gierzwaluw komt in dorpen en steden voor. Deze soort nestelt graag onder dakpannen scheefliggende dakpannen. De uitvliegopening van het nest moet echter wel minimaal 4 meter hoog liggen. Hierdoor zijn de daken van de feestzaal en het bruine café uit te sluiten gezien deze niet hoog genoeg zijn. Het hotel heeft wel voldoende hoogte maar hier sluiten de pannen goed aan waardoor er geen nestmogelijkheden zijn. Het woonhuis en aansluitende stal met hooizolder heeft voldoende hoogte en de dakpannen sluiten niet nauw aan. Hierdoor zijn nesten van gierzwaluwen hier niet uit te sluiten.

De huismus nestelt in groepsverband onder de dakpannen van huizen. Ten tijde van het veldbezoek zijn er huismussen waargenomen welke in de huizen ten noordoosten van de onderzoekslocatie nestelen. Op de onderzoekslocatie zijn geen nestelende individuen waargenomen. Echter biedt de onderzoekslocatie vele geschikte nestmogelijkheden waardoor deze niet uit gesloten kan worden.

De kerkuil en steenuil nestelen graag in grote open gebouwen zoals bijvoorbeeld schuren. Vaak maken ze een nest in een wat afgesloten ruimte. Het hotel, café feestzaal en woonhuis hebben geen grote gaten of doorgangen waar een uil door naar binnen kan vliegen. De hooizolder garages en de ingestorte hooizolder zijn wel toegankelijk. Echter zijn er geen sporen gevonden van een (oud) nest. Daarbij zijn er op de onderzoekslocatie geen sporen van uilen aangetroffen (braakballen of fecaliën). Hierdoor zijn uilen uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Mogelijk dient de onderzoekslocatie wel als foerageergebied voor uilen.

De grote gele kwikstaart nestelt graag vlak bij stromend water in een nis in een muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. Door het ontbreken van oppervlakte water binnen de onderzoekslocatie is deze soort uit te sluiten.

Voor de overige vogelsoorten zijn binnen de planlocatie geen nestmogelijkheden aanwezig.

Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de bosvleermuis, kleine dwergvleermuis, ingekorven vleermuis, meervleermuis, rosse woelmuis waargenomen.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/16

De gewone dwergvleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis en laatvlieger zijn gebouwbewonende vleermuizen. Door de oude bouwwijze, de oude houtstructuren, openstootvoegen hoog op de gevel, de scheefliggende dakpannen en of loszittende stukken boeiboord bieden alle gebouwen mogelijke verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Tevens is een kelder aanwezig die toegankelijk is voor vleermuizen. De kelder kon echter niet geïnspecteerd worden.

De bosvleermuis en rosse vleermuis zijn boombewonende soorten. De meervleermuis en ruige dwergvleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen voorkomen. Op de onderzoekslocatie staat een boom welke geen gaten of scheuren heeft. Hierdoor zijn verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuissoorten uit te sluiten.

Zoogdieren (bever, das, egel, haas, konijn, steenmarter) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de bunzing, damhert, edelhert, eekhoorn, hermelijn, wezel en wild zwijn waargenomen.

Bevers zijn afhankelijk van gebieden met water en aangrenzende bosgebieden. Hierdoor zijn ze uit te sluiten van het plangebied.

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Tijdens het locatiebezoek is er geen burcht aangetroffen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten.

De egel heeft een breed scala aan verblijfsruimtes en leggen per nacht een paar kilometer af. Hierdoor zijn ze niet plaatsgebonden en kan sporadisch voorkomen binnen de onderzoekslocatie. hierdoor betreft de locatie geen essentieel leefgebied. Daarbij is bij ruimtelijke ontwikkelingen in Limburg de egel een vrijgestelde soort.

De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. In dichtbevolkte gebieden komt de soort weinig voor. Gezien de ligging is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Gezien de ligging en het ontbreken van konijnenholen is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/17

Van de genoemde soorten zouden kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) binnen de planlocatie voor kunnen komen. Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt: • holen • houtstapels • holle bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. In feestzaal en met name de eerste verdieping heeft een marterachtige een schuilplaats. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie in een stedelijke omgeving betreft het zeer waarschijnlijk een steenmarter. Op de eerste verdieping is een grote hoeveelheid fecaliën aangetroffen, en op meerder plaatsen is het plafond en het isolatiemateriaal ernstig beschadig. Achter een knieschot lag een hoop met isolatiemateriaal en buizen wat vermoedelijk de schuilplaats is.

Ook zijn er in een kamer tussen de feestzaal en de vergaderzaal meerdere eieren en eierschalen aangetroffen, dit betreft waarschijnlijk een voedselvoorraad. De wissels die te zien zijn in het grasveld lopen tussen de plekken waar bij de buurpercelen kippen worden gehouden en de feestzaal. Ook zijn er prooiresten van een grasparkiet aangetroffen nabij een wissel . Waarschijnlijk had de marter eerst een nest in het hooi van de hooizolder die is ingestort. Door het instorten werd deze niet meer bruikbaar en is de marter naar de naastgelegen feestzaal verhuisd.

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte onderbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie is deze soort uit te sluiten.

Het edelhert lijkt een voorkeur te hebben voor bosgebieden die grenzen aan grasgebieden en rivierdalen met ooibossen. In de winter moet er gras binnen bereik zijn en ook de aanwezigheid van (drink)water is belangrijk. Het edelhert komt alleen nog voor op de Veluwe, de Oostvaardersplassen en sinds 2005 binnen een raster in het Weerterbos. Af en toe wordt er een edelhert op de Utrechtse Heuvelrug of aan de grens met het Duitse Reichswald gesignaleerd. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/18

De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Gezien de ligging, het gebrek aan groen en nestgelegenheid is deze soort uit te sluiten in het plangebied.

Het wild zwijn komt voor in droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor eiken- en beukenbossen aangezien daar in de herfst veel eikels en beukennootjes (de zogenaamde ‘mast’) te vinden zijn. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten.

5.3

Effecten ingreep op flora en fauna

De onderzoekslocatie biedt momenteel verblijfplaatsen voor de steenmarter, daarbij biedt de onderzoekslocatie mogelijke verblijfplaatsen voor de hazelworm, gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen. Ook is in de bebouwing de vleugel aangetroffen van de grote vos die daarom niet geheel uit te sluiten is, ondanks dat de onderzoekslocatie niet voldoet aan de habitateisen. Waarschijnlijk betreft dit individu een dwaalgast.

Op de locatie zullen 15 nieuwbouwwoningen gerealiseerd worden waardoor de (potentiele) verblijfplaatsen verloren gaan. Tevens zal de staande fruitboom gerooid worden. Deze boom kan nesten bevatten. De boom dient derhalve buiten het broedseizoen te worden gerooid. In de boom zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt. De boom maakt ook geen onderdeel uit van een lijnvormig element.

Ten opzichte van de huidige situatie en de toekomstige is er een verlies van groen en variatie.

Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling mogelijke negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN/Natura 2000).

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/19

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van de Tramhalte te Roosteren, kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. 

De onderzoekslocatie wordt door een steenmarter gebruikt als schuilplaats. In de periode van 15 augustus t/m februari is de steenmarter een vrijgestelde soort binnen de provincie Limburg. Aanbevolen wordt om de sloop derhalve binnen deze periode te slopen en anders ongeschikt te maken voor de steenmarter en hiervoor vrijstelling te vragen bij de provincie Limburg. Indien dit niet mogelijk is, zal er een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van deze soort.

Het grasveld met de steenstapels en ingestorte schuurtjes biedt mogelijke verblijfplaatsen voor de hazelworm. Aanbevolen wordt deze in de maanden juli t/m september (vrijstellingsperiode) te verwijderen en hiervoor een vrijstelling aan te vragen. Indien dit niet mogelijk is, zal er een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van deze soort.

De bebouwing biedt mogelijke nestgelegenheden voor de gierzwaluw. Derhalve wordt er geadviseerd om een naderonderzoek uit te voeren naar nestgevallen van deze soort. Dit onderzoek bestaat uit meerder veldbezoeken en dient uitgevoerd te worden tussen april en (half) juni en voor aanvang van de sloopwerkzaamheden van deze bebouwing.

De bebouwing binnen de onderzoekslocatie biedt mogelijke nestgelegenheid voor de huismus. Derhalve wordt er geadviseerd om een naderonderzoek uit te voeren naar nestgevallen van deze soort. Dit onderzoek bestaat uit meerder veldbezoeken en dient uitgevoerd te worden tussen (half) mei en (half) juli en voor aanvang van de sloopwerkzaamheden van deze bebouwing.

De bebouwing binnen de onderzoekslocatie biedt mogelijke verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Derhalve wordt er geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar kraam-, zomer- en paarverblijven voor deze soorten. Dit onderzoek bestaat uit meerdere veldbezoeken en dient uitgevoerd te worden tussen (half) april en (half) oktober en voor aanvang van de sloopwerkzaamheden.

Tevens dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen als de boom gerooid wordt. Het is namelijk niet uit te sluiten dat in deze boom (niet jaarrond beschermde) nesten aanwezig zijn. De boom dient buiten het broedseizoen (circa half maart half augustus) verwijderd te worden.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/20

Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN/Natura 2000) in de vorm van stikstofdepositie. Geadviseerd wordt om een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase van het plangebied uit te voeren, om de effecten op de natuurgebieden te bepalen.

Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kunnen de nieuwe woningen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen.

Quickscan Flora en Fauna Tramhalte te Roosteren

N222209/21

Bijlage 1

Bijlage 1

Uw referentie: N222209

Bijlage 2

Kadastrale kaart

Uw referentie: N222209

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Roosteren G 12

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 3 mei 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 3

Project

: Tramhalte te Roosteren

Referentie : N222209 Datum

: 21 maart 2022

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 21 maart 2022' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 21 maart 2022'

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Das

Zoogdieren

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Konijn

Zoogdieren

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

1 - 5 km

Alpenwatersalamander

Amfibieën

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

1 - 5 km

Boomkikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Bunzing

Zoogdieren

1 - 5 km

Damhert

Zoogdieren

1 - 5 km

Edelhert

Zoogdieren

1 - 5 km

Eekhoorn

Zoogdieren

1 - 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

Grote gele kwikstaart

Vogels

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

1 - 5 km

Grote vos

Dagvlinders

1 - 5 km

Hazelworm

Reptielen

1 - 5 km

Hermelijn

Zoogdieren

1 - 5 km

Iepenpage

Dagvlinders

1 - 5 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Kamsalamander

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

1 - 5 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

1 - 5 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

1 - 5 km

0 - 1 km

0 - 1 km

wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-vrl

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

wnb-hrl

1 - 5 km

Vermiljoenkever

Geleedpotigen

wnb-hrl

1 - 5 km

Wezel

Zoogdieren

1 - 5 km

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

1 - 5 km

Wild zwijn

Zoogdieren

1 - 5 km

Wolfskers

Vaatplanten

1 - 5 km

Zwarte wouw

Vogels

Akkerogentroost

Vaatplanten

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

Beekprik

Vissen

5 - 10 km

Beekrombout

Libellen

5 - 10 km

Bosbeekjuffer

Libellen

5 - 10 km

Dreps

Vaatplanten

5 - 10 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

Gewone bronlibel

Libellen

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

Grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

5 - 10 km

Kartuizer anjer

Vaatplanten

5 - 10 km

Myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

5 - 10 km

Ruw parelzaad

Vaatplanten

5 - 10 km

Vliegend hert

Kevers

5 - 10 km

Vroedmeesterpad

Amfibieën

wnb-hrl

5 - 10 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Adder

Reptielen

10 - 25 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

10 - 25 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

1 - 5 km

wnb-vrl

1 - 5 km 5 - 10 km

wnb-hrl

wnb-hrl

5 - 10 km

5 - 10 km 5 - 10 km

5 - 10 km wnb-hrl

5 - 10 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Beekdonderpad

Vissen

10 - 25 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

10 - 25 km

Blaasvaren

Vaatplanten

10 - 25 km

Boommarter

Zoogdieren

10 - 25 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

Bruin dikkopje

Dagvlinders

10 - 25 km

Bruine eikenpage

Dagvlinders

10 - 25 km

Dennenorchis

Vaatplanten

10 - 25 km

Donker pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

10 - 25 km

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

wnb-hrl

10 - 25 km

Elrits

Vissen

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Gaffellibel

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Gestippelde alver

Vissen

10 - 25 km

Getande veldsla

Vaatplanten

10 - 25 km

Gevlekte glanslibel

Libellen

10 - 25 km

Gladde slang

Reptielen

Grote bosmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Grote modderkruiper

Vissen

10 - 25 km

Hamster

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Hoogveenglanslibel

Libellen

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Kluwenklokje

Vaatplanten

Knoflookpad

Amfibieën

Kwabaal

Vissen

10 - 25 km

Muurbloem

Vaatplanten

10 - 25 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

10 - 25 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

10 - 25 km

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Otter

Zoogdieren

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

10 - 25 km

Ringslang

Reptielen

10 - 25 km

wnb-hrl

Afstand

10 - 25 km

10 - 25 km

wnb-hrl

10 - 25 km

10 - 25 km wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

wnb-hrl

10 - 25 km

10 - 25 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Rood peperboompje

Vaatplanten

10 - 25 km

Schubzegge

Vaatplanten

10 - 25 km

Sierlijke witsnuitlibel

Libellen

Sleedoornpage

Dagvlinders

10 - 25 km

Spiegeldikkopje

Dagvlinders

10 - 25 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

10 - 25 km

Stofzaad

Vaatplanten

10 - 25 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

10 - 25 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

10 - 25 km

Vuursalamander

Amfibieën

10 - 25 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Wilde weit

Vaatplanten

10 - 25 km

Wolf

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Zandhagedis

Reptielen

wnb-hrl

10 - 25 km

Berggamander

Vaatplanten

25 - 50 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

25 - 50 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Bosboterbloem

Vaatplanten

25 - 50 km

Brave hendrik

Vaatplanten

25 - 50 km

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Echte gamander (subsp. germanicum)

Vaatplanten

25 - 50 km

Eikelmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

25 - 50 km

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Gentiaanblauwtje

Dagvlinders

25 - 50 km

Gladde zegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Groene nachtorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Grote parelmoervlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Hazelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Juchtleerkever

Kevers

wnb-hrl

25 - 50 km

Kalkboterbloem

Vaatplanten

wnb-hrl

Afstand

10 - 25 km

25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Kalketrip

Vaatplanten

25 - 50 km

Karwijselie

Vaatplanten

25 - 50 km

Kempense heidelibel

Libellen

25 - 50 km

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Knolspirea

Vaatplanten

25 - 50 km

Kommavlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Korensla

Vaatplanten

25 - 50 km

Liggende ereprijs

Vaatplanten

25 - 50 km

Oostelijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

25 - 50 km

Rivierrombout

Libellen

wnb-hrl

25 - 50 km

Schubvaren

Vaatplanten

25 - 50 km

Smalle raai

Vaatplanten

25 - 50 km

Speerwaterjuffer

Libellen

25 - 50 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

25 - 50 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Vliegenorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Wezel/Hermelijn

Zoogdieren

25 - 50 km

Wilde kat

Zoogdieren

Zilveren maan

Dagvlinders

25 - 50 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

25 - 50 km

Aardbeivlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

50 - 100 km

Gestreepte waterroofkever

Kevers

wnb-hrl

50 - 100 km

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Grote bosaardbei

Vaatplanten

50 - 100 km

Knollathyrus

Vaatplanten

50 - 100 km

Kranskarwij

Vaatplanten

50 - 100 km

Kruipend moerasscherm

Vaatplanten

Kruiptijm

Vaatplanten

Noordzeehouting

Vissen

wnb-hrl

50 - 100 km

Pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Roggelelie

Vaatplanten

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

25 - 50 km

50 - 100 km 50 - 100 km

50 - 100 km wnb-hrl

50 - 100 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Tengere distel

Vaatplanten

Tonghaarmuts

Mossen

Wilde averuit

Vaatplanten

50 - 100 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosdravik

Vaatplanten

100 - 250 km

Bosparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

Breed wollegras

Vaatplanten

Bruinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Bultrug

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Butskop

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Dikkopschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

100 - 250 km

Duinparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

Geel schorpioenmos

Mossen

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

Gewone dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone zeehond

Zoogdieren

50 - 100 km wnb-hrl

wnb-hrl

50 - 100 km

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Griend

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Grijze zeehond

Zoogdieren

Groene glazenmaker

Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Groenknolorchis

Vaatplanten

wnb-hrl

100 - 250 km

Groensteel

Vaatplanten

Grote vuurvlinder

Dagvlinders

Honingorchis

Vaatplanten

Kemps zeeschildpad

Reptielen

Kleine ereprijs

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine heivlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine vlotvaren

Vaatplanten

wnb-hrl

100 - 250 km

Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Lange zonnedauw

Vaatplanten

Lederschildpad

Reptielen

Moerasgamander

Vaatplanten

Mopsvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse winterjuffer

Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Rosse / Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Rozenkransje

Vaatplanten

100 - 250 km

100 - 250 km wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km

100 - 250 km wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Scherpkruid

Vaatplanten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

100 - 250 km

Trosgamander

Vaatplanten

100 - 250 km

Tuimelaar

Zoogdieren

Veenbesblauwtje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbloembies

Vaatplanten

100 - 250 km

Veenhooibeestje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

100 - 250 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

100 - 250 km

Walrus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Water-/Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witflankdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

wnb-hrl

Afstand

100 - 250 km

100 - 250 km

Bijlage 4

Vleermuizenprotocol

(versie 1 januari 2021)

Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.

c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)

Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.

b)

Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

c)

Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

JA / NEE

3. Open water Is er open water aanwezig?

JA / NEE

a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?

JA / NEE

JA / NEE

a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?

JA / NEE

a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)

Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.

c)

Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

d)

Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.

JA / NEE

e)

Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.

JA / NEE

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.

Bijlage 5

Foto 1: het hotel de Tramhalte gezien vanaf de straatzijde. Deze zijde is nog in een goede staat. De straat gevel heeft geen openstootvoegen. Bij de rode cirkel zitten de ventilatie kanalen naar de kelder.

Foto 2: het bruin café op de onderzoekslocatie.

Fotobijlage N222209

Foto 3: de feestzaal op de onderzoekslocatie. Met rechts daarvan de doorgang naar het grasveld achter de bebouwing. Goed te zien zijn de OH dakpannen en dat er enkele ontbreken.

Foto 4: het woonhuis op de onderzoekslocatie was niet toegankelijk ten tijde van het onderzoek. Direct erachter (groene deur) is de stal met daarboven een hooi zolder.

Fotobijlage N222209

Foto 5: de stal aan het woonhuis.

Foto 6: een van de garages naast het woonhuis.

Fotobijlage N222209

Foto 7:tweede garage achter het woonhuis.

Foto 8: derde garage achter het woonhuis. Deze was ontoegankelijk door dat de hooizolder erboven was ingestort.

Fotobijlage N222209

Foto 9: de ingestorte hooizolder.

Foto 10: oud hooi wat op de hooizolder lag toen deze instortte..

Fotobijlage N222209

Foto 11: een van de twee kelders onder het hotel met de twee ventilatie kanalen . Hierbinnen zijn geen sporen aangetroffen.

Foto 12: de tweede kelder die niet toegankelijk was vanuit het hotel. Van buiten af te gevaarlijk. Bovenop de planken is een kippenei aangetroffen.

Fotobijlage N222209

Foto 13: een blik van buitenaf in de kelder. Waarschijnlijk werd het gebruikt voor opslag, ook staat er een radiator rechts.

Fotobijlage N222209

Foto 14: de oostzijde van het hotel heeft meerdere openstootvoegen hoog op de gevel.

Foto 15: het boeiboord van de kleine dakkapellen aan de noordzijde zit los en er ontbreken delen. Dit biedt mogelijk verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Fotobijlage N222209

Foto 16: de vergaderruimte boven het bruin café, de ruimte is later aangebouwd.

Foto 17: de dubbele vloer met vele sporen van muizen.

Fotobijlage N222209

Foto 18: eischalen en hele eieren in het opslag hok boven het bruin café.

Foto 19: isolatie materiaal wat ernstig beschadigd is.

Fotobijlage N222209

Foto 20: isolatie materiaal op de grond bij de doorgang naar het knieschot.

Foto 21: opendoorgang in de gevel van het bruin café.

Fotobijlage N222209

Foto 22: buitenaanzicht doorgang in de gevel van het bruincafé.

Foto 23: oude OH dakpannen en strodokken.

Fotobijlage N222209

Foto 24: niet alle dakpannen sluiten netjes aan.

Foto 25: nieuw aangebouwde deel heeft openstootvoegen hoog op de gevel zitten.

Fotobijlage N222209

Foto 26: het boeiboord aan de zijkanten van de nieuwe aangebouwde delen is in slechte staat en ontbreekt soms.

Foto 27: kapotte raam in de zijgevel van de feestzaal.

Fotobijlage N222209

Foto 28: voorvleugel van een grote vos aangetroffen in de feestzaal.

Foto 29: afgebeten veer op de trap in de feestzaal.

Fotobijlage N222209

Foto 30: de overloop ligt vol met fecaliën van een marter.

Foto 31: de kamer ligt vol met de fecaliën van een marter.

Fotobijlage N222209

Foto 32: fecaliën van een marter.

Foto 33: beschadigd isolatiemateriaal en plafondplaten op de grond .

Fotobijlage N222209

Foto 34: opslag van hout op de hooizolder boven de stal.

Foto 35: doorgang tussen (links de ingestorte hooizolder en (rechts) de feestzaal naar het grasveld op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie.

Fotobijlage N222209

Foto 36: het grasveld van de onderzoekslocatie.

Foto 37: de fruitboom op de onderzoekslocatie.

Fotobijlage N222209

Foto 38: de omgevallen boom op de onderzoekslocatie.

Foto 39: steenstapel bij de ingestorte hooizolder.

Fotobijlage N222209

Foto 40: steenstapel ten noorden van de ingestorte hooizolder.

Fotobijlage N222209

Foto 41: wissel tussen te ingestorte hooizolder met daarachter kippen hok en voilere, en de feestzaal.

Fotobijlage N222209

Foto 42: restanten van een ten prooigevallen grasparkiet.

Foto 43: fecaliën van een egel.

Fotobijlage N222209

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=8efca16d-af39-4e3b-ab68-c7718a4e1b39