Toelichting Bijlage 5
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming Aasterbergerweg 74C Echt 2020
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Quickscan Wet natuurbescherming Aasterbergerweg 74C Echt Status: Definitief, 14 augustus 2020; Aanpassing n.a.v. opmerking gemeente Echt-Susteren 4 februari 2021, Aanpassing n.a.v. wijzigen voorgenomen ontwikkeling, 20 april 2022. In opdracht van:
Contactpersoon: R. Vergoossen
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Ing. R.A.J. Pahlplatz & C.E. Linders Projectnummer: 20-065 Foto omslag: Zicht op plangebied
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 1 1.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 1 1.3 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................. 1 1.4 Opzet van de quickscan....................................................................................................................... 2
2.
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................................... 3 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming.............................................................................................. 3 2.3 Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014.......................................................... 4
3.
ANALYSE SOORTBESCHERMING .......................................................................................................... 6 3.1 Wet natuurbescherming....................................................................................................................... 6 3.2 Provinciale beleidsregels ..................................................................................................................... 6 3.3 Uitwerking in dit hoofdstuk ................................................................................................................... 6 3.4 Flora ................................................................................................................................................... 6 3.6 Zoogdieren.......................................................................................................................................... 7 3.7 Vogels................................................................................................................................................. 8 3.8 Amfibieën en reptielen ......................................................................................................................... 9 3.9 Vissen...............................................................................................................................................
10 3.10 Overige beschermde soorten ........................................................................................................... 10
4.
HOUTOPSTANDEN, HOUT EN HOUTPRODUCTEN .............................................................................. 11 4.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 11 4.2 Te kappen bomen en houtopstanden ................................................................................................. 11 4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming ................................................................ 11 4.4 Bescherming houtopstanden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) ...................................... 11
5.
CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 12 5.1 Conclusies gebiedsbescherming ........................................................................................................ 12 5.2 Conclusies soortbescherming ............................................................................................................ 13 5.3 Conclusies Houtopstanden, hout en houtproducten ............................................................................ 14
6.
LITERATUURLIJST EN WEBSITES ........................................................................................................ 15
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland Bijlage 2 Gegevens NDFF Quickscanhulp
Bureau Meervelt
1.
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
INLEIDING
1.1 Aanleiding De gemeente Echt-Susteren heeft onder voorwaarden besloten principemedewerking te verlenen aan de bouw van twee woningen op het perceel kadastraal bekend Echt, sectie AC, nr. 1025, plaatselijk bekend als Aasterbergerweg ongenummerd te Echt. Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden. Voor deze ontwikkeling is Bureau Meervelt verzocht een quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren. In de quickscan wordt in beeld gebracht of voor het uitvoeren van de werkzaamheden aanvullend onderzoek nodig is en of maatregelen nodig zijn of een ontheffing met het oog op beschermde natuurwaarden. De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming, de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming in Limburg, en het gebiedsbeschermingsregime in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie). In figuur 1 is het plangebied opgenomen.
Figuur 1: Plangebied Aasterbergweg 74C te Echt en luchtfoto (Limburg Atlas, 2020).
1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt in het gehucht Aasterberg ten zuiden van Ohé. Aasterberg zelf ligt in een vrij smalle strook tussen de Maas in het westen en het Julianakanaal in het oosten. De locatie van de te bouwen woning bestaat nu uit een bouwval en een aantal bomen en struiken.
1.3 Voorgenomen ontwikkeling In het plangebied worden twee nieuwe woningen gebouwd. Het overige deel wordt naar verwachting ingericht als tuin.
1
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
Figuur 2: Voorgenomen bouw van twee woningen op het perceel. 74C betreft een schuurwoning op de locatie van de huidige schuur.
1.4 Opzet van de quickscan De Nederlandse natuurbescherming kent drie aspecten: gebiedsbescherming, soortbescherming en bescherming houtopstanden. In deze natuurtoets wordt de voorgenomen ontwikkeling aan deze onderdelen getoetst. In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op houtopstanden. In hoofdstuk 5 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt relevante achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. In bijlage 2 zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (Quickscanhulp) opgenomen.
Figuur 3 - 4: Impressie van het plangebied.
2
Bureau Meervelt
2.
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn twee afwegingskaders relevant: • Afwegingskader Wet Natuurbescherming, • Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Natuurnetwerk Nederland). Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd bijlage 1 eerst door te nemen.
2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied (zie figuur 5). Het dichtstbij zijnde Natura 2000-gebied is Grensmaas, op een afstand van 440 meter. Andere Natura 2000 gebieden liggen op grotere afstand (Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop, 5,5 kilometer).
Geleenbeekdal
Kunderberg
Geuldal
Figuur 5: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van Natura 2000-gebied Grensmaas (geel gemarkeerd) (Limburg Atlas, 2020). Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen in het licht van de instandhoudingsdoelen voor het gebied. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid, optische verstoring, trillingen etc. Door de afstand tot de Natura 2000-gebied Grensmaas en overige Natura 2000-gebieden, het tussenliggende gebied (agrarisch, Oude maas) en de aard en schaal van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op de kwalificerende soorten en/of habitattypen voor alle storingsfactoren op voorhand uitgesloten worden, met uitzondering van de storingsfactoren verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. De eventuele stikstofdepositie en mogelijke effecten daarvan dienen inzichtelijk te worden gemaakt middels een motivatie of een Aerius-berekening. Sloop- en bouwwerkzaamheden vallen onder de bouwvrijstelling (artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming dat is toegevoegd met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering).
3
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
2.3 Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2014 In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De begrenzing en bescherming van het NNN is in Limburg als Goudgroene natuurzone vastgelegd in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de Beleidsregel natuurcompensatie geeft de Provincie Limburg invulling aan het natuurcompensatiebeleid uit de Omgevingsverordening. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN dienen getoetst te worden aan de Omgevingsverordening Ruimte. Het plangebied ligt in de Bronsgroene landschapszone (zie figuur 6).
Figuur 6: Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland/Landschapszones (Limburg Atlas, 2019). Aantasting Bronsgroene landschapszone In geval van aantasting van de Bronsgroene landschapszone geldt dat een toelichting bij een ruimtelijk plan moet worden gemaakt, dat betrekking heeft op een ontwikkeling in deze zone. De toelichting omvat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten zijn weergegeven in figuur 7.
4
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
Figuur 7: Plangebied (binnen rode contour) en de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone (Limburg Atlas, 2020). De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone binnen het plangebied betreffen volgens de Limburg Atlas van de provincie Limburg de kernkwaliteiten ‘open/besloten’ met bos, boomgaard of kwekerij. Op de kwaliteitskaart landschap staat het plangebied aangegeven als ‘Bos in dalenlandschap’. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de bomen deel uitmaken van een (voormalige) tuin. De aanduiding ‘bos’ in de Limburg Atlas komt niet overeen met de praktijk en is waarschijnlijk op basis van de luchtfoto bepaald. Het is wel zo dat het plangebied in de huidige situatie een besloten aanzien biedt. Door de omvorming naar tuin kan het plangebied meer open worden, beslotenheid kan behouden worden door behoud van een aantal bomen of aanplant van nieuwe erfbeplanting. Omdat de kernkwaliteit ‘bos’ geen reële aanduiding betreft en het gaat om een ontwikkeling op zeer beperkte schaal, kan niet gesproken worden van een aantasting van kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone. Compensatie is niet nodig.
5
Bureau Meervelt
3.
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
ANALYSE SOORTBESCHERMING
3.1 Wet natuurbescherming Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd).
3.2 Provinciale beleidsregels De regels van de Wet natuurbescherming zijn uitgewerkt in de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in de provincie Limburg’ (Maastricht, 6-12-2017). Voor soorten kan een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met dit wettelijk kader wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen.
3.3 Uitwerking in dit hoofdstuk In dit hoofdstuk wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld van de sites van de provincie Limburg en de Nationale Databank Flora en Fauna (quickscanhulp). Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze in de NDFF niet eenduidig worden geselecteerd op type waarnemingen zoals 'waarneming broedende vogel of overtrekkend'. De NDFF geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend). Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied. De gegevens uit de dataset van de NDFF over vogels worden daarom in de quickscan buiten beschouwing gelaten. Voor informatie over potentiële broedvogels zijn de natuurgegevens van de provincie Limburg geraadpleegd en wordt een inschatting gemaakt op basis van het veldbezoek en expert judgement. Als achtergrondinformatie is gebruikt gemaakt van de site waarneming.nl. De gegevensset is samengesteld in juli 2020 en aangevuld met een veldbezoek op 17 juli 2020.
3.4 Flora Uit de verzamelde gegevensset zijn waarnemingen bekend van Grote beschermde plantensoorten uit de afgelopen vijf jaar uit de omgeving van het plangebied. Tabel 1: Overzicht waargenomen beschermde soorten planten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp, 2020). Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
Andere soorten
0 - 1 km
6
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
Grote leeuwenklauw komt voor op zonnige, open plaatsen op vochtige tot vrij droge, goed gedraineerde, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond (lemig zand, löss, leem, zavel en klei). Groeiplaatsen zijn bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen (https://www.verspreidingsatlas.nl/0074#). Tijdens het veldbezoek werd geen groeiplaats van Grote leeuwenklauw in het plangebied vastgesteld. Het plangebied biedt in de huidige situatie geen geschikte groeiplaatsen voor deze (en andere) beschermde soorten. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is niet nodig.
3.6 Zoogdieren In onderstaande tabel 2 zijn waarnemingen opgenomen van zoogdieren in een straal van 1 km rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 2: Overzicht waargenomen beschermde soorten zoogdieren in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp, 2020). Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Bunzing
Zoogdieren
andere soorten
0 - 1 km
Das
Zoogdieren
andere soorten
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
andere soorten
0 - 1 km
Hermelijn
Zoogdieren
andere soorten
0 - 1 km
Steenmarter*
Zoogdieren
andere soorten
0 - 1 km
* Vrijstelling van 15 aug t/m februari. Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud.
Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek werden geen sporen van zoogdieren gevonden. Het plangebied is geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende soorten zoogdieren als diverse soorten muizen, Egel, Mol, Konijn, Haas en mogelijk Vos en kleine marterachtigen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt de zorgplicht. Das Tijdens het veldbezoek werden geen sporen van Das (burchten, wissels, mestputjes) waargenomen. Nader onderzoek is niet nodig. Bever Door het ontbreken van open water in het plangebied is de aanwezigheid van Bever uit te sluiten. Er worden door de voorgenomen werkzaamheden geen verbodsbepalingen overtreden, mits de zorgplicht in acht wordt genomen (zie conclusies). Een ontheffing voor grondgebonden zoogdieren is niet nodig. Vleermuizen Waarnemingen van vleermuizen zijn niet bekend uit de omgeving. Aangenomen mag worden dat Gewone vleermuis voorkomt in het gehucht Aasterberg, mogelijk komen ook andere soorten voor. Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat geschikte verblijfsplaatsen op dit moment geheel ontbreken binnen het plangebied. De bouwval heeft geen dak meer, geen windluwe onderdelen of spouw. De bomen hebben een vrij jonge leeftijd waardoor holten die dienst kunnen doen als vaste rust- en verblijfsplaats voor vleermuizen, nog niet aanwezig zijn.
Het plangebied kan deel uitmaken van het vlieg- en foerageergebied van diverse soorten vleermuizen. Bij inrichting als tuin kan het plangebied nog steeds als foerageergebied een functie hebben. De functie van potentiële vliegroute gaat verloren als alle bomen gekapt zouden worden. Dit kan voor vleermuizen in Aasterberg een effect hebben op de bereikbaarheid van het foerageergebied langs de Oude Maas ten noorden van Aasterberg. Bij volledige kap 7
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
ontstaat een te groot gat in een potentieel essentiële vliegroute (‘te groot’ is afhankelijk van de soort, Gewone dwergvleermuis kan een gat van circa 20 meter wel overbruggen). Voor het ingrijpen in essentiële vliegroutes is een ontheffing nodig op grond van de Wet natuurbescherming. Een optie is om de functie van het plangebied te laten onderzoeken op de betekenis als vliegroute. Als er geen vliegroute wordt vastgesteld zijn er geen beperkingen in kappen van bomen. Een andere optie is het handhaven van de mogelijke vliegroute door bepaalde bomen te behouden waardoor een min of meer aaneengesloten route blijft bestaan richting Prior Gielenstraat. Het aanleggen van een alternatieve lijnvormige beplanting (bijvoorbeeld als erfbegrenzing) en dan pas de bestaande bomen kappen is ook mogelijk.
3.7 Vogels In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: • het is verboden vogels te doden of te vangen, • het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, • het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, • het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1). Jaarrond beschermde nesten Nesten van een aantal soorten zijn jaarrond beschermd; ook de functionele omgeving van deze jaarrond beschermde nesten is beschermd. Storing met als gevolg het (tijdelijk) verlaten van een jaarrond beschermd nest wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. De lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest is hieronder opgenomen: Tabel 3: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten (Beleidsregels t.b.v. de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, 6-12-2017). Soort
Categorie
Soort
Categorie
Soort
Categorie
Boerenzwaluw
2
Huiszwaluw
2
Roek
1
Boomvalk
3
Kerkuil
1
Slechtvalk
2
Bosuil
2
Oehoe
1
Steenuil
1
Gierzwaluw
2
Ooievaar
2
Torenvalk
3
Grote gele kwikstaart
2
Ransuil
3
Wespendief
3
Havik
3
Raaf
3
Zwarte wouw
3
2
Rode wouw
3
Huismus Categorie 1:
Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nestplaats).
Categorie 2:
Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Categorie 3:
Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is. Mogelijk aanwezige broedvogels zijn met vet aangegeven.
Broedvogels waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. In dat geval geldt geen jaarronde bescherming van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming.
8
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
Tabel 4: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels t.b.v. de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, 6-12-2017). Bijeneter
Grauwe klauwier
Kwartelkoning
Roerdomp
Wulp
Blauwe reiger
Grutto
Oeverzwaluw
Sperwer
Zomertortel
Buizerd
IJsvogel
Paapje
Spotvogel
Zwarte specht
Kramsvogel
Ringmus
Visdief
Draaihals Categorie 4:
Nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. Mogelijk aanwezige broedvogels zijn met vet aangegeven.
Voor kunstmatige nestgelegenheid geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing. Nesten van andere soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Broedvogels in het plangebied Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat jaarrond beschermde nesten binnen de grenzen van het plangebied ontbreken (roofvogels en uilen). Een bewoond nest van Houtduif werd aangetroffen tijdens het veldbezoek en aangenomen mag worden dat het in het plangebied diverse andere kleine zangvogels broeden zoals Winterkoning, Merel, Turkse tortelduif, Vink en Zwartkop. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Gezien de reële kans dat tijdens de broedperiode broedvogels in het plangebied nestelen, dienen verstorende werkzaamheden (zoals de kap van bomen en het verwijderen van struiken) uitgesteld te worden tot na de broedperiode. Een indicatie voor de broedperiode is 15 maart tot 1 augustus. Let op: dit is slechts een indicatie, van belang is of broedende vogels aanwezig zijn. Indien rekening gehouden wordt met de aanwezigheid van broedgevallen, is geen nader onderzoek of ontheffing voor vogels nodig.
3.8 Amfibieën en reptielen In onderstaande tabel 5 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten in een straal van 1 km rond het plangebied in de laatste vijf jaar (zie tabel). Tabel 5: Overzicht van waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp). Voor de in grijs weergegeven soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer of onderhoud. Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bastaardkikker/Middelste groene kikker
Amfibieën
andere soorten
0 - 1 km
Boomkikker
Amfibieën
wnb-hrl
0 - 1 km
Meerkikker
Amfibieën
andere soorten
0 - 1 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
andere soorten
0 - 1 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
0 - 1 km
* Levendbarende hagedis vrijstelling: 15 augustus tot en met 15 oktober.
Amfibieën In het plangebied en de directe omgeving daarvan ontbreken geschikte voortplantingswateren voor amfibieën. Door het ontbreken van geschikte voortplantingswateren kan de aanwezigheid van een populatie amfibieën in het plangebied uitgesloten worden. Mogelijk komen wel algemeen voorkomende soorten als zwervend exemplaar voor. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. 9
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
Boomkikker is bekend uit de omgeving van de Doort, maar is nooit langs de Maas aangetroffen. Reptielen Reptielen ontbreken in dit deel van het Maasdal, de twee soorten hagedissen komen wel voor ten oosten van het Julianakanaal. Het plangebied staat niet in verbinding met een gebied waar een populatie voorkomen, voorkomen kan op basis daarvan uitgesloten worden. Nader onderzoek naar het voorkomen van beide soortgroepen of een ontheffing is niet nodig.
3.9 Vissen Open water ontbreekt in het plangebied. Vissen komen niet voor.
3.10 Overige beschermde soorten In onderstaande tabel zijn de waarnemingen opgenomen van overige beschermde soorten in de omgeving van het plangebied. Tabel 7: Overzicht waargenomen soorten in een straal van 1 km rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp, 2020). Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote vos
Dagvlinders
Andere soorten
0 - 1 km
Alleen Grote vos (dagvlinder) is bekend uit de omgeving van het plangebied. Waardplanten van deze soort zijn vooral iep; ook zoete kers en sommige wilgensoorten. Het plangebied is niet geschikt als vaste verblijfplaats. Het is een zeldzame vlinder, die de laatste jaren vaker wordt waargenomen, de waarneming betreft een zwervend exemplaar. Tijdens het veldbezoek werden geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van overige beschermde soorten. Het betreft een verwaarloosde tuin aan de rand van de bebouwde kom waardoor de geschiktheid als leefgebied voor veel soorten zeer gering is. Nader onderzoek of een ontheffing voor Grote vos of overig beschermde soorten is niet nodig.
10
Bureau Meervelt
4.
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
HOUTOPSTANDEN, HOUT EN HOUTPRODUCTEN
4.1 Inleiding Ten aanzien van de bescherming van houtopstanden is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Daarnaast gelden voor het kappen van bomen en houtopstanden regels per gemeente. Deze regels zijn opgesteld in een gemeentelijke verordening. In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op de te kappen bomen en de te nemen vervolgstappen.
4.2 Te kappen bomen en houtopstanden In de tuin worden naar verwachting een aantal van de bomen geveld of alle bomen.
4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. De te kappen bomen/bosdelen vallen binnen de definitie van houtopstand1 (zie ook bijlage 1); de rijbeplanting is weliswaar niet aaneensluitend maar bestaat wel uit meer dan twintig bomen. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. De verbodsbepaling heeft op een aantal situaties geen betrekking zoals op uit populieren of wilgen bestaande eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. In het plangebied betreft de kap een aantal bomen in een tuin. Dergelijke houtopstanden vallen niet onder de Wet natuurbescherming.
4.4 Bescherming houtopstanden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) De Bomenkaart Echt-Susteren (https://www.echt-susteren.nl/bomen-kappen) is geraadpleegd. In het plangebied worden geen bomen geveld die zijn opgenomen op de kaart van beschermde opstanden. Een omgevingsvergunning is niet nodig voor de kap van de bomen.
1
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die:
a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 11
Bureau Meervelt
5.
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
CONCLUSIES
5.1 Conclusies gebiedsbescherming •
Natura 2000 Het plangebied ligt op korte afstand van Natura 2000-gebied Grensmaas (440 meter). Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen in het licht van de instandhoudingsdoelen voor het gebied. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid, optische verstoring, trillingen etc. Door de afstand tot de Natura 2000-gebied Grensmaas en overige Natura 2000gebieden, het tussenliggende gebied (agrarisch, Oude maas) en de aard en schaal van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op de kwalificerende soorten en/of habitattypen voor alle storingsfactoren op voorhand uitgesloten worden, met uitzondering van de storingsfactoren verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. De eventuele stikstofdepositie en mogelijke effecten daarvan dienen inzichtelijk te worden gemaakt middels een motivatie of een Aerius-berekening.
•
Omgevingsverordening Limburg De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone binnen het plangebied betreffen volgens de Limburg Atlas van de provincie Limburg de kernkwaliteiten ‘open/besloten’ met bos, boomgaard of kwekerij. Op de kwaliteitskaart landschap staat het plangebied aangegeven als ‘Bos in dalenlandschap’. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de bomen deel uitmaken van een (voormalige) tuin. De aanduiding ‘bos’ in de Limburg Atlas komt niet overeen met de praktijk en is waarschijnlijk op basis van de luchtfoto bepaald. Het is wel zo dat het plangebied in de huidige situatie een besloten aanzien biedt. Door de omvorming naar tuin kan het plangebied meer open worden, beslotenheid kan behouden worden door behoud van een aantal bomen of aanplant van nieuwe erfbeplanting. Omdat de kernkwaliteit ‘bos’ geen reële aanduiding betreft en het gaat om een ontwikkeling op zeer beperkte schaal, kan niet gesproken worden van een aantasting van kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone. Compensatie is niet nodig.
12
Bureau Meervelt
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
5.2 Conclusies soortbescherming •
Het plangebied kan deel uitmaken van het leefgebied van enkele algemeen voorkomende zoogdieren, vleermuizen en (broed)vogels. Voor de soorten opgenomen in onderstaande tabel is extra aandacht nodig om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Tabel 7: Soorten waarvoor nader aandacht nodig is. Soort
Activiteit
Mogelijke overtreding
Alle soorten
Alle activiteiten
Niet nakomen
Onderzoek
(Mitigerende) maatregel
Ontheffing nodig
Potentiële verblijfplaatsen
Nee
nodig? Nee
zorgplicht
als holen, steenhopen, takkenbossen of ander materiaal voorzichtig verwijderen. Aanwezige dieren op eigen kracht een veilig heenkomen laten zoeken.
Vleermuizen
Kappen van
Vernietiging van vaste
Alleen als de
Potentiële vliegroute
Nee, mits een doorgaande
bomen
verblijfplaats
doorgaande
behouden, bij grootschalige
vliegroute behouden wordt
(essentiële vliegroute).
groene
kap een alternatieve
of uit onderzoek duidelijk is
Deze is niet uit
beplanting
lijnvormige beplanting
geworden dat geen
onderzoek vastgesteld
onderbroken
aanplanten minimaal twee
vliegroute aanwezig is
maar mogelijk
wordt (> 20
jaar voorafgaand aan de
aanwezig
meter) door
kap
het kappen van bomen Broedvogels
Verwijderen van
Vernietigen van vaste
Verwijderen van struweel en
Nee, mits gewacht wordt
Niet jaarrond
struweel of kappen
rust- en verblijfplaatsen
kapwerkzaamheden dienen
met het verwijderen van in
beschermde
van bomen
(niet jaarrond
te worden uitgevoerd buiten
gebruik zijnde nesten tot de
beschermd)
de broedperiode (indicatie
jongen niet meer
broedperiode is 15 maart-15
afhankelijk zijn van het
juli). Let op: in gebruik
nest.
nesten
Nee
zijnde nesten zijn ook buiten die periode beschermd. Bij aanwezigheid van grote (in aanbouw zijnde) nesten dient altijd een ecoloog ingeschakeld te worden om te laten controleren dat het niet om een jaarrond beschermd nest gaat.
13
Bureau Meervelt
•
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
In het algemeen geldt: als dieren worden aangetroffen in het plangebied geldt te allen tijde geldt de zorgplicht2. Bij het onverhoopt toch aantreffen van beschermde planten- of diersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt, dient alsnog contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken.
5.3 Conclusies Houtopstanden, hout en houtproducten In het plangebied worden geen bomen geveld die zijn opgenomen op de kaart van beschermde opstanden. Een omgevingsvergunning voor het vellen van opstanden is niet nodig.
2
De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid
wordt de zorgplicht nader geconcretiseerd door te bepalen dat deze plicht inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1.
dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,
2.
indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te
3.
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
voorkomen, of
14
Bureau Meervelt
6.
Quickscan Aasterbergweg 74C Echt
LITERATUURLIJST EN WEBSITES
Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad, 6 december 2017. Buggenum H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders, 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980 - 2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 79-409 inzake het behoud van de Vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 92-43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Huizenga C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980 - 2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Lange R., P. Twist, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV, VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, 1994. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Geconsolideerde versie (gc03) van de omgevingsverordening Limburg 2014. Provincie Limburg. Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke milieu in Europa, 1979. Bern.
www.limburg.nl www.natuurgegevenslimburg.nl www.waarneming.nl
15
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming
In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•
Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier
projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
•
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder).
In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
•
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven.
1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend. De provincie Limburg heeft ter invulling van deze beleidsvrijheid ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ vastgesteld. Doel is om ruimte voor (ruimtelijke) ontwikkelingen in Limburg te bieden, soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. In deze beleidsregels worden verbodsbepalingen nader uitgelegd, worden indieningsvereisten voor een ontheffingsaanvraag uiteengezet, de eisen die aan onderzoek gesteld worden en wordt ingegaan op de ontheffing. Waar nodig worden in deze quickscan de beleidsregels betrokken. In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Vissen Houting Vaatplanten
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Brave hendrik
Chenopodium
bonus-
henricus
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Kevers Viegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Amfibieën
Reptielen Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Zoogdieren Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
VRIJSTELLING RUIMGTELIJKE ONTWIKKELINGEN 3.8 LIMBURG (bijlage II zorgplicht, gehele jaar of vrijstelling in de maanden die genoemd zijn) Nederlandse naam
Periode
Nederlandse naam
Periode
Bruine kikker
Gehele jaar
Haas
Gehele jaar
Gewone pad
Gehele jaar
Hermelijn
Gehele jaar
Kleine watersalamander
Gehele jaar
Huisspitsmuis
Gehele jaar
Meerkikker
Gehele jaar
Konijn
Gehele jaar
Middelste groene kikker
Gehele jaar
Ondergrondse woelmuis
Gehele jaar
Hazelworm
juli, augustus en september
Molmuis
Gehele jaar
Levendbarende hagedis
15 aug t/m 15 oktober
Ree
Gehele jaar
Aardmuis
Gehele jaar
Rosse woelmuis
Gehele jaar
Bosmuis
Gehele jaar
Steenmarter
15 aug t/m februari
Bunzing
Gehele jaar
Tweekleurige bosspitsmuis
Gehele jaar
Dwergmuis
Gehele jaar
Veldmuis
Gehele jaar
Dwergspitsmuis
Gehele jaar
Vos
Gehele jaar
Eekhoorn
maart, april en juli t/m nov
Wezel
Gehele jaar
Egel
Gehele jaar
Woelrat
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
Gehele jaar
GECONSOLIDEERDE VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG 2014
Artikel 3.8.3 Vrijstelling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1.
In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan om de in bijlage II bij dit artikel aangewezen soorten te vangen en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
2.
De soorten bedoeld in het eerste lid mogen worden gevangen met behulp van schepnetten, schermen, vangemmers, vangkooien en kastvallen.
3.
Het vangen van dieren, bedoeld in het eerste lid, is slechts toegestaan wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden
4.
De in het eerste lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de volgende belangen:
a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 5.
De vrijstellingen gelden gedurende de periode genoemd in bijlage II bij de betreffende soort.
Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Of een ontheffing of vrijstelling verleend kan worden of van toepassing is, ligt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder bij soorten van de vogel- en habitatrichtlijn en minder zwaar bij overige soorten. Een voorbeeld: voor een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling genoemd worden, voor een vogelrichtlijnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen ontwikkeling een groot belang dient (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid). De belangen staan genoemd in de wet.
•
Houtopstanden, hout en houtproducten
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt, b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
De verbodsbepaling heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen drie jaar na de herbeplanting vervangen worden.
Het verbod op vellen en de herplantplicht is niet van toepassing op - het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2 (Natura 2000); - het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of - het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.
De wijze van vellen en herplanten wordt dan zodanig uitgevoerd dat: a. geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; b. de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; c. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; d. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond, en e. de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.
Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland In deze bijlage wordt kort ingegaan op de achtergronden van het Natuurnetwerk Nederland. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige informatie wordt verwezen naar de Structuurvisie Infrastructuur en ruimte en de provinciale verordeningen ruimte.
Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (flora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke, water- en milieucondities voor kenmerkende ecosystemen van (inter)nationaal belang. Dit provincie- en landsgrensoverschrijdende netwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nu het Nationale natuurnetwerk (NNN) geheten. De provincies geven bij de inzet van middelen voor inrichting en beheer prioriteit aan internationale verplichtingen voortvloeiend uit Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water en de soortenbescherming. De natuur in de EHS blijft goed beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de EHS zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken.