CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 9 september 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost13.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 1

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 20115

Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren. Bureauonderzoek

Concept versie 22-01-2021 (Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)

Rob Paulussen Anneleen Van de Water

Januari 2021

ArcheoPro Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 20115 Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren. Bureauonderzoek

Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknr.) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie

Pouderoyen Tonnaer, St. Stevenskerkhof 2, 6511 VZ Nijmegen 20-207 ArcheoPro Rapport Zonnepark Groensebos, MariaHoop 2021 01 22 22-01-2021 Concept 4935317100 Gemeente Echt-Susteren Gemeente Echt-Susteren, E-depot, Archis/RCE 1569-7363 Rob Paulussen, Anneleen Van de Water Rob Paulussen Rob Paulussen, Anneleen Van de Water, Joep Orbons Niet van toepassing Drs. R.P.A. Paulussen, senior KNA archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2021 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 22-01-2021

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 3

Inhoudsopgave Inhoudsopgave.................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 6 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................................... 6 1.2 Locatiegegevens (LS02) ............................................................................................................................... 6 1.3 Huidige situatie (LS01) ................................................................................................................................. 8 1.4 Aard van de ingreep (LS01)......................................................................................................................... 9 1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) ..............................................................................................................

13 1.6 Beleid en randvoorwaarden ............................................................................................................................... 13 2 Bureauonderzoek........................................................................................................................................................ 14 2.1 Methode en bronnen .............................................................................................................................................. 14 2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) .......................................................................................................... 15 2.4 Archeologie (LS01/LS04) ...................................................................................................................... 22 2.5 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04) .................................................................................... 30 2.6 Historie (LS03)........................................................................................................................................... 30 3 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel 4 Conclusies en aanbevelingen

(LS05) .................................................................... 34

(VS07).......................................................................................................... 37

Literatuur & Bronnen .................................................................................................................................................... 39 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 39 Bronnen .............................................................................................................................................................................. 40 Digitale bronnen.............................................................................................................................................................. 41 Bijlage 1: Verklarende woordenlijst........................................................................................................................ 42 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 42 Bijlage 3a: Overzichtstabel vondstlocaties ........................................................................................................... 43 Bijlage 3b: Periodekaarten vondstlocaties ...........................................................................................................

55 Bijlage 3c: Detailkaarten van de Archis vondstlocaties ................................................................................... 62 Bijlage 4: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen .......................................................................... 65

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 4

Samenvatting In januari 2021 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot een terrein ten behoeve van de realisatie van het Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop (gemeente Echt-Susteren). Het archeologisch onderzoek betrof een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Het plangebied ligt in het agrarisch buitengebied tussen de kernen van Sint-Joost, Maria Hoop en Montfort tussen de Groensebosweg en de Heerdstraat. Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden, aangeduid met respectievelijk A (west) , B (midden) en C (oost). Uit de resultaten van het bureauonderzoek en met name de bekende archeologische waarnemingen, blijkt dat voor het hele plangebied een zeer hoge (verwachtings)waarde geldt voor archeologische resten uit alle perioden vanaf het laat-paleolithicum tot en met de ijzertijd. Voor off site resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd geldt een (middel)hoge verwachting. Omtrent de aanwezigheid van behoudenswaardige vindplaatsen kan nog geen definitieve uitspraak worden gedaan. Als gevolg van het (sub)recente agrarisch grondgebruik, in het bijzonder de aspergeteelt, is het mogelijk dat archeologische resten en sporen dusdanig zijn verstoord dat er geen sprake meer is van behoudenswaardige vindplaatsen.

Ten behoeve van een definitief advies hieromtrent is een verificatie van de mate van intactheid van het bodemarchief noodzakelijk. De ten behoeve van de realisatie van het zonnepark geplande bodemingrepen die dieper gaan dan de reguliere moderne bouwvoor c.q. de vastgestelde grenswaarde van 40 cm –mv en daarmee een direct risico (kunnen) vormen voor het ongeroerde bodemarchief, beslaan in totaal (uitgezonderd de groenaanplant en het educatiecentrum) circa 540 m². Het verstoringspercentage bedraagt in dat geval niet meer dan 0,53% van de oppervlakte van het plangebied. Indien de geplande haagaanplant wordt meegewogen bedraagt het totale verstoringspercentage 1,69 % van de totale oppervlakte van het plangebied. Op basis van voornoemde verstoringspercentage kan het bouwplan daarmee worden beschouwd als een archeologisch vriendelijk bouwplan met een niet significant verstoringseffect op eventuele (behoudenswaardige) archeologische resten. Op basis hiervan en uitgaande van de door de opdrachtgever ten behoeve van deze rapportage gespecificeerde bodemingrepen, wordt derhalve geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Belangrijk en doorslaggevend uitgangspunt is hierbij dat de aanleg van de geplande onderhoudswegen door het gebruik van grastegels zonder funderingslaag geen verstorend effect kan hebben op het bodemarchief dieper dan 40 cm beneden het actuele maaiveldniveau.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 5

Figuur 1a: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart.1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 6

1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie

Pouderoyen Tonnaer, St. Stevenskerkhof 2, 6511 VZ Nijmegen De heer W. Scheijen Januari 2021 Nvt 4935317100 Gemeente Echt-Susteren Nvt Archis/RCE, E-depot, gemeente Echt-Susteren

1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging

(LS02) Limburg Echt-Susteren Maria-Hoop Zonnepark Groensebos, Maria-Hoop Het plangebied ligt aan de noordzijde van de gemeente Echt-Susteren, ruwweg tussen de kernen van Sint-Joost, Maria Hoop en Montfort in. Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden, aangeduid met respectievelijk A, B en C (fig. 1a en 1b). Alle deelgebieden worden aan de noordzijde begrensd door de Groensebosweg. Tussen deelgebied B en C ligt de Hoofdbroekweg en deelgebied C wordt aan de zuidzijde begrensd door de Heerdstraat. Tussen deelgebieden A en B en de Heerdstraat liggen agrarische percelen.

A

B C

Figuur 1b: De deelgebieden binnen het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart.2

2 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

Hoekcoördinaten bounding box t.b.v. plangebied Oppervlakte plangebied Kadastrale percelen

Bestemmingsplan

Eigendom Grondgebruik Hoogteligging

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 7

192234 / 347019 192234 / 347300 193019 / 347300 193019 / 347019 10,18 Hectare Gemeente ECH 00, sectie L, percelen 4, 5, 14 en 226 Deelgebied A: ECH00 L 226 Deelgebied B: ECH00 L 4 en 5 Deelgebied C: ECH00 L 14 Bestemmingsplan Buitengebied gemeente EchtSusteren Status: vastgesteld op 14-12-2017 Identificatie: NL.IMRO.1711.BP20150050-VG02 privaat Agrarisch gebruik (akkerland [aspergeteelt]) 28,2 t/m 30,5 m +NAP Deelgebied A: 28,9 t/m 30,5 m +NAP Deelgebied B: 28,2 t/m 29,9 m +NAP Deelgebied C: 28,2 t/m 29,3 m +NAP

Figuur 2: Luchtfoto’s uit 2006, 2016, 2017, 2019.3 Het plangebied is telkens rood omlijnd.

3 Bron: http://www.pdok.nl

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 8

1.3 Huidige situatie

(LS01)

Momenteel zijn de diverse deelgebieden binnen het plangebied in gebruik als agrarisch gebied. Volgens de luchtfoto’s (fig. 2 en de foto-impressies van google street view, fig. 3a t/m 3c) is het plangebied in gebruik als asperge-akkers. Er zijn teeltwisselingen aanwezig, maar alle deelgebieden zijn op een gegeven ogenblik als asperge-akker in gebruik (geweest). Ten aanzien van de aspergeteelt is de volgende informatie verkregen van de aspergetelers c.q. agrariërs c.q. perceeleigenaren; de heren Goertz en Schmeitz.4 - Alle bij de ontwikkeling van het zonnepark betrokken percelen zijn reeds lange tijd in gebruik voor de aspergeteelt. Het oostelijk gelegen percelen is ruim 10 jaar geleden omgezet naar aspergeteelt en het westelijk gelegen percelen ruim 20 jaar geleden. - De aspergegronden zijn voor aanplant flink geroerd. Eerst worden de gronden tot 1 m -mv losgetrokken en vervolgens worden de gronden 80 cm gespit. Dit is nodig omdat een aspergeplant tot 1 meter diep ongestoord moet kunnen groeien. De bodem is dus minimaal 100 cm diep is losgetrokken en bewerkt met een diepspitmachine. Hierbij wordt de grond met een machine met een grote rotor gemengd. Door de aspergetelers c.q. agrariërs c.q.

perceeleigenaren wordt aangenomen dat het bodemgebruik en de daarbij horende bodemingrepen ertoe toe geleid hebben dat het aantreffen van archeologische waarden of vondsten kan worden uitgesloten.

Figuur 3a: impressie van de huidige situatie van deelgebied A, kijkend naar het noorden.5

Figuur 3b: impressie van de huidige situatie van deelgebied B, kijkend naar het westen.6 4 Informatie verkregen van dhr. W. Scheijen (Pouderooyen Tonnaer) op 19 januari 2021. 5 Bron: google street view, januari 2021.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 9

Figuur 3c: impressie van de huidige situatie van deelgebied C, kijkend naar het oosten.7

1.4 Aard van de ingreep Aard en omvang ingreep

(LS01)

De realisatie van Zonnepark Groensebos, Maria-Hoop. Gedetailleerde informatie is nog niet voorhanden. Op hoofdlijnen bestaan de ingrepen uit (fig. 4 en 5): - Aanleg van het zonnepark - Landschappelijke inpassing van het zonnepark Bodemingrepen voor de aanleg van het zonnepark: • Onderconstructie zonnepanelen: - Aantal paaltjes: ongeveer 14.004 stuks (aanname 4 paaltjes per 6 modules) - Afmetingen 1 paaltje: ca. 10 bij 10 cm, zijnde 0,01 m². Dit maakt de totale oppervlakte paaltjes: 14.004 * 0,01 = 140,04 m² - Let wel: De paaltjes van de onderconstructie worden grondverdringend aangebracht en niet geboord (dus geen grondverzet). • Hekwerk < 1,0 m - Aanname 2 palen per 2 m hekwerk - Omtrek van het hekwerk rond de drie deelgebieden bedraagt tezamen circa 2.250 m, dus 2.250 palen. - Afmetingen van één paal is 10 bij 10 cm. Dit maakt de totale oppervlakte van de palen dus 2.250 * 0,01 = 22,5 m² • Kabelgoten voor energietransport: ca. 500 m met een aanlegbreedte van 0,6 m. Oppervlakte van 300 m². • Vijf trafostations kennen telkens een oppervlakte van 3,3 bij 2,5 m (l*b), dus 8,25 m² per trafostation. Voor het gehele plangebied komt dit neer op een totale oppervlakte van 8,25 m² x 5 = 41,25 m². • Overige elementen betreffen de onderhoudspaden

6 Bron: google street view, januari 2021. 7 Bron: google street view, januari 2021.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 10

en de ingangen van de drie deelgebieden. Deze worden voorzien van grasbetontegels die op het maaiveld worden gelegd. Hierbij is geen sprake van ontgraving doch alleen van grondverdringend aanbrengen (geen grondverzet).

Diepte bodemverstoring

Onderkeldering Verwachte wijziging GW-stand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding

Versie: 22-01-2021

Landschappelijke inpassing van het zonnepark: • Rondom de deelgebieden wordt telkens een bomensingel aangeplant. • Vanuit landschappelijk oogpunt is er geen aanleiding om gronden te egaliseren of anders te bewerken. De glooiingen worden gevolgd. Dit is vanuit cultuurhistorische optiek ook niet mogelijk (de aanwezige glooiingen in het terrein moeten behouden worden). • Onderconstructie zonnepanelen (fig. 6): de inheidiepte van paaltjes is nog niet bekend, maar de range ligt tussen 0,8 en 2,0 meter. Let wel: De paaltjes van de onderconstructie worden grondverdringend aangebracht en niet geboord. Er is dus geen feitelijk grondverzet. • Hekwerk: inheidiepte van de palen bedraagt minder dan 1,0 m. Ook hier geldt een grondverdringende plaatsing. • Kabelgoten hebben een aanlegdiepte van 0,8 m -mv. • De vijf trafostations worden tot 0,8 m – mv gefundeerd. • De onderhoudspaden en ingangen van de zonneparken (deelgebieden) kennen geen grondverzet. Het betreft grasbetontegels die op maaiveld aangebracht worden. • De landschappelijke aanplant van bomen, struikgewas, bloemrijk en kruidenrijk grasland kent een bodemingreep van minder dan 0,8 m. De lengte van de geplande hagen bedraagt in totaal circa 2380 m. Nee Nee Zie figuur 5 Zie figuur 5

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 11

Figuur 4: Plankaart met landschappelijke inpassing voor het plangebied.8

Figuur 5a: Plankaart met de beoogde inrichtingselementen deelgebieden B en C.9

8 Bron: Berkel & Kriska 2020.

9 Bron: Engi Fabricom, tekening 2021-7362 Groensebos

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 12

Figuur 5b: Plankaart met de beoogde inrichtingselementen deelgebied A.10

Figuur 6: Technische detailtekening zonnepaneelinstallaties.11

10 Bron: Engi Fabricom, tekening 2021-7362 Groensebos 11 Bron: Engi Fabricom, tekening 2021-7362 Groensebos

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 13

1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) In januari 2021 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot een terrein ten behoeve van de realisatie van een het Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop (gemeente Echt-Susteren). Het archeologisch onderzoek betrof een bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P.A. Paulussen (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) en drs. ing. P.J. Orbons (GIS-ondersteuning) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste BRL 4000 certificaat 4002

1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Dit beleid is juridisch verankerd in het facet bestemmingsplan archeologie. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Echt-Susteren (NL.IMRO.1711.BP20150050-VG02 vastgesteld op 14-12-2017) valt het plangebied in de zone van archeologische waarde archeologie 3. Aan deze zonering heeft het gemeentelijke beleid en het bestemmingsplan de vrijstellingsgrenzen van 500m² en 40cm gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient bij overschrijding van beide vrijstellingsgrenzen, de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente EchtSusteren heeft voor zover bekend echter geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.

Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 14

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische beleidskaart Gemeente Echt-Susteren • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart 1:50.000 • Historisch-geografische studie Renes: De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap • Geomorfologische kaart 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

2.2 Geo(morfo)logie en bodem

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 15

(LS04)

Het plangebied ligt binnen het Zuid-Nederlandse dekzandgebied, ten zuiden van het dal van de Vlootbeek. Tijdens het Kwartair is het landschap in het onderzoeksgebied sterk beïnvloed door tektonische bewegingen langs de Feldbiss- en Peelrandbreuk in combinatie met een klimatologische afwisseling van glacialen en interglacialen. Door de tektonische activiteit vond er een opheffing plaats van Limburg en de aangrenzende Ardennen en Eifel. Hierdoor sneed de Maas zich geleidelijk dieper in de ondergrond. Door het wisselende klimaat gedurende het Pleistoceen, zijn deze insnijding niet continu, maar stapsgewijs verlopen. Hierdoor ontstonden diverse riviervlaktes op verschillende niveaus, aangeduid als terrassen. De gehele formatie bestaat zo uit een serie overlappende rivierterrassen en kan tot veertig meter dik zijn. Elk terras wordt als een eigen laagpakket beschouwd. Het gehele pakket van rivierafzettingen wordt tot de Formatie van Beegden gerekend en bestaat in het totaal uit veertien van zulke laagpakketten. De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit pleistocene rivierafzettingen van de Maas. Ze bestaan uit een meters dik pakket grof zand en grind. Deze afzettingen vormen nu het rivierterras van Eijsden-Lanklaar.12 Dit terras werd gevormd gedurende de voorlaatste ijstijd, het Saalien (225.000 tot 130.000 BP).

In deze periode had de rivier de Maas een meanderend karakter en werd dit sediment afgezet in de dalvlakten tussen de terrassen. Door insnijdingen van de Maas ontstond een terrasrand tussen het al gevormde terras van Eisden-Lanklaar en de dalvlakte. Het terras kwam buiten de invloedssfeer van de Maas te liggen. Op het terras is bij hoge waterstanden later leem afgezet. Langs de terrasranden zijn vaak restgeulen te herkennen. De oude Maasgeulen werden later gebruikt door kleine rivieren en beken als afwateringszones. Aan het einde van de laatste ijstijd (Weichselien), met name tijdens het Laat Pleniglaciaal (circa 29.000 - 15.700 jaar BP) en de Late Dryas (circa 12.745 - 11.755 jaar BP) heerste er een poolklimaat in Nederland. Door het ontbreken van vegetatie trad op grote schaal verstuiving op. Vanuit het Noordzeebekken werd dekzand meegevoerd dat is afgezet in de vorm van vlaktes, welvingen en ruggen. Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig en goed afgerond. Tevens is het goed gesorteerd en arm aan grind. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. Het dekzand heeft de rivierafzettingen van de Maas grotendeels overdekt. Het dekzandreliëf bestaat grotendeels uit dekzandruggen en dekzandwelvingen en land- en rivierduinen. De afzettingen van de landen rivierduinen behoren tot het laagpakket van Delwijnen, formatie van Boxtel.

De dekzandruggen zijn vaak duidelijk te zien en kunnen meer dan anderhalve meter boven hun omgeving uitsteken. Het dekzand is soms in twee verschillende fases onder te verdelen, het lemige en veelal gelaagde oude dekzand en het jonge dekzand dat minder leem bevat en geen gelaagdheid vertoont. Op de overgang tussen deze twee fases kan zich een vegetatiehorizont hebben gevormd, de zogenaamde Laag van Usselo. Deze laag dateert uit het warmere en vochtigere Allerød-interstadiaal (13.900 - 12.800 jaar BP). De relatief hoge Weichseliën, paraboolvormige landduinen (rivierduinen) zijn in het gebied tussen Sint Joost en Montfort duidelijk te herkennen. In het landschap zijn deze goed herkenbaar, aangezien ze vaak in gebruik zijn als bos. Op de plaatsen waar het zand door de

12 Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, kaartblad 59-60-61-62, Maasterrassen en

hellingklassen Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 16

krachtige windstromen verdween, werden diepe uitblazingsbekkens in het landschap gevormd, zoals ten noorden van het plangebied. In het Holoceen (vanaf circa 11.755 jaar geleden) werd het klimaat warmer en vochtiger. Het landschap werd daardoor stabieler. Door de dichtere vegetatie kwam een eind aan de zandverstuivingen. Het periglaciale dekzand en rivierduinzand werden door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in. Hierbij volgden ze de natuurlijke laagten, zoals de eerder gevormde dalen en uitblazingsbekkens. Er trad veengroei op in de natste delen. Met de introductie van de landbouw in het Laat-Holoceen traden er als gevolg van ontbossing en overexploitatie opnieuw zandverstuivingen op. Deze holocene zandverstuivingen kunnen eveneens tot de vorming van hoge landduinen hebben geleid. Volgens de geomorfologische kaart van Nederland ligt het plangebied op een dalvlakteterras (figuur 7, legenda-eenheid 4E44). Dit betreft het eerder genoemde Maasterras van EijsdenLanklaar. Pal ten noorden van het plangebied ligt een vlakke eolische laagte zonder randwal (figuur 7, legenda-eenheid 4N51), het zogenaamde Groot Broek met de Putbeek. Het betreft waarschijnlijk een pleistocene uitblazingsvlakte. Ter plaatse van deelgebied C ontbreekt het dekzand op het dalvlakteterras.

Deelgebied B is gedeeltelijk met golvend dekzand bedekt en deelgebied A volledig (figuur 7, legenda-eenheid 4E44dG). Binnen het noordelijke deel van deelgebied A bevindt zich een dekzandrug met ontginningsdek (figuur 7, legenda-eenheid 4B53yc). Een ontginningsdek is een 19e of 20e eeuwse vergraven bodemlaag ten behoeve van agrarische teeltactiviteiten. De uitgang –yc duidt volgens de toelichting op de geomorfologische kaart op een oud bouwlanddek. Oude bouwlanddekken kunnen bestaan uit (post)middeleeuwse akkerdekken of plaggendekken die zijn ontstaan door de geleidelijke aanvoer van organisch rijk zand ter verbetering van de vruchtbaarheid. In tegenstelling tot ontginningsdekken hebben oude bouwlanddekken juist een conserverende werking op het onderliggende bodemarchief. Het AHN-hoogtebeeld van het onderzoeksgebied (figuur 8) met daarbinnen het plangebied geeft een gedetailleerd beeld van het actuele reliëf. Ten noorden van het plangebied is de grote laagte van het Groot Broek herkenbaar. Het maaiveldniveau bevindt zich hier op circa 26 m +NAP. Ter plaatse van het plangebied is duidelijk sprake van mesoreliëf met maaiveldhoogtes tussen 28,2 en 30,5 m +NAP. Duidelijk herkenbaar is de dekzandrug langs de noordgrens van deelgebied A. Het gesloten centrale deel van deelgebied A bevindt zich circa 1,5 m lager dan de top van de dekzandrug.

Binnen deelgebied B ligt ongeveer de helft van het perceel (noordwestelijke deel) relatief hoog. Deelgebied ligt grotendeels relatief laag op circa 28,5 m +NAP, met uitzondering van een tweetal (delen van) kleine dekzandruggen langs de oostelijke grens van het perceel. De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit vorstvaaggronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (figuur 9, legenda-eenheid Zb21/Zb23) of veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (figuur 9, legendaeenheid Hn21), beide met een grondwatertrap VIII (figuur 10). Vorstvaaggronden zijn kalkrijke of kalkloze zandgronden zonder of soms met een zeer dunne, beige tot bruingeel gekleurde humushoudende bovengrond (A-horizont tot 10 cm). Ze hebben tot circa 60-80 cm onder de A-horizont een, in de positie van de B-horizont gelegen en door bodemvorming ontstane, min of meer bruin gekleurde laag (zogenaamde kleur-B) of een zwakke moderpodzol-B. Dit is een Bw-horizont (soms Bws-horizont) met duidelijke ijzerhuidjes om de zandkorrels. Deze min of meer homogene verbruiningslaag is ontstaan door de voortdurende omwerking als gevolg van een hoge biologische activiteit in

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 17

de bodem. Soms is het bovenste deel van de B-horizont door ploegwerkzaamheden in de Aphorizont opgenomen. Daaronder ligt de soms nog sterk gelaagde ondergrond die nog weinig door bodemvorming is veranderd (C-horizont). Vorstvaaggronden komen voor op rivierduinen waar het stuifzand al langere tijd gestabiliseerd is. Bij podzolgronden is sprake van podzolisering. Tijdens dit natuurlijke proces worden door infiltrerend regenwater kleine deeltjes ijzer, aluminium en lutum uitgespoeld. Dit wordt uitloging of eluviatie genoemd. Deze deeltjes worden door het water naar beneden getransporteerd, waar onder invloed van verandering in de zuurgraad van de bodem inspoeling plaatsvindt. Veldpodzolgronden komen veel voor binnen zandgronden. Deze gronden bestaan uit een donkere, humeuze bovengrond, de Ap-horizont. Deze is circa 25 cm dik. Hieronder bevindt zich een E-horizont die lichtgrijs van kleur is. Dit is de uitspoelingshorizont. Hieronder ligt de bruingekleurde B-horizont (de inspoelingshorizont) die bruin van kleur is en geleidelijk in de C-horizont overgaat. De oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont kan mogelijk als gevolg van bodemverwerking (ploegen) niet meer intact zijn. Grondwatertrap VIII betekent dat het droge bodems zijn met een hoogste grondwaterstand dieper dan 120 cm –mv.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 18

Figuur 7: Uitsnede uit de geomorfologische kaart.13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 13 Bron: Universiteit Wageningen 2017.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 19

Figuur 8: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

14 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 20

Figuur 9: Uitsnede uit de bodemkaart.15 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

15 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 21

Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart.16 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

16 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

2.4 Archeologie

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 22

(LS01/LS04)

Zowel volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0, figuur 11 en 12) als volgens de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Echt-Susteren (figuur 13) ligt het plangebied in een zone met een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. Het plangebied ligt niet binnen een archeologisch terrein, noch worden er binnen het onderzoeksgebied archeologische terreinen aangetroffen. Er zijn een aantal vondsten binnen de deelgebieden bekend (figuur 11, bijlage 3a, 3b en 3c). Deelgebied A: 3256949100, 3257312100, 3257320100, 3208064100, 3258163100, 3256957100, 2892043100 en 3258188100.17 3256949100: Het betreft een geretoucheerde kling en afslagkrabber uit vuursteen. Beide objecten worden in het mesolithicum gedateerd en aan een bewoningscomplex gelieerd. 3257312100: Het betreft een afslagkrabber uit het neolithicum, zeven ongeretoucheerde afslagen uit de periode mesolithicum of neolithicum en een handgevormde, dunwandige wandscherf met potgruismagering uit de ijzertijd. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt. 3257320100: Het betreft een kern met gerolde cortex, een trapezium (breed) en een dorsaal steil geretoucheerde spits, allen uit het mesolithicum. Tevens is een geretoucheerde afslag uit het neolithicum aangetroffen. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt.

3208064100: Het betreft een Tjongerspits uit het laat paleolithicum B, een geretoucheerde kling uit het mesolithicum of vroeg neolithicum, twee geretoucheerde klingen uit het neolithicum en een bijlafslag van een geslepen bijl uit laat neolithicum. Verder 28 afslagen en vuursteenafval uit de periode van mesolithicum t/m bronstijd en twee wandfragmenten van handgevormd aardewerk uit de late prehistorie en een fragment handgevormd aardewerk met kwartsmagering (wandfragment) uit het laat neolithicum of de bronstijd. Complextype voor de vondsten uit het laat paleolithicum en de periode neolithicum t/m late prehistorie is onduidelijk, voor de overige betreft bewoning(safval). 3258163100: Het betreft een kern en twee afslagschrabbers uit het neolithicum, vijf ongeretoucheerde afslagen uit het mesolithicum of neolithicum, twee scherven handgevormd aardewerk (dikwandig met potgruismagering) uit de bronstijd of ijzertijd. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt. 3256957100: Het betreft twee scherven handgevormd aardewerk, beide met potgruismagering uit de ijzertijd. Hierbij is sprake van een bodemscherf en een wandscherf. Alle vondsten worden aan een complex bewoning gelinkt. 2892043100: Het betreft een oude vondstmelding van een koperen As uit de vroeg Romeinse tijd.

Op de voorzijde is een naar links kijkende kop afgebeeld en op de keerzijde mogelijk Victoria met globe (?). Het betreft een onbekend complextype en zelfs de vondstlocatie is administratief geplaatst. 3258188100: Het betreft twee ongeretoucheerde klingen uit het mesolithicum en een geretoucheerde afslag uit het neolithicum. Tevens zijn twee ongeretoucheerde afslagen uit het mesolithicum of neolithicum aangetroffen. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt. De opgesomde nummers betreffen zaaknummers uit Archis 3.De locatie van de beschreven zaaknummers is af te lezen op de kaarten van bijlage 3c. Dit geldt tevens voor de deelgebieden B en C. 17

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 23

Figuur 11: Kaart met Archis vondstlocaties.18 De meldingen zijn niet genummerd i.v.m. de leesbaarheid van de kaart. Zaaknummers zijn opgenomen op de detailkaarten in bijlage 3c. 18 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III, http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 24

Figuur 12: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen.19 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 19 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III, http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 25

Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart archeologie.20 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 20 Bron: Gemeente Echt-Susteren 2020.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 26

Deelgebied B: 3257880100, 3258244100, 4546866100, 3225625100, 3041455100, 3982409100, 3041447100, 3206452100, 3032489100, 3290271100, 3258796100 en 3259881100. Deze meldingen zijn het resultaat van vele jaren veldlopen tussen de verschillende fases van het gebruik als aspergeakkers. De vondsten van overwegend vuurstenen artefacten worden op de westelijke helft gevonden en dan voornamelijk op de kop. De oostelijke helft lijkt vrij van vondsten te zijn. 3257880100: Uit de vroege prehistorie dateren 1 ongeretoucheerde vuurstenen kling, een trapezium (smal) en een A-spits uit het mesolithicum; 1 geretoucheerde afslag, een kern, een driehoekige spits en afslagschrabber uit het neolithicum en 17 ongeretoucheerde afslagen uit de periode mesolithicum en/of neolithicum. Tevens is een spits (schachtdoorn met weerhaken) uit neolithicum – bronstijd aangetroffen en elf handgevormde, dikwandige scherven uit de bronstijd en/of ijzertijd (deels potgruismagering, deels kwartsmagering). Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt. 3258244100: Het betreft een mesolithische afslagkern en elf ongeretoucheerde afslagen uit mesolithicum en/of neolithicum. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt.

4546866100: Het betreft een afslagschrabber en elf afslagen uit mesolithicum en/of neolithicum; een geretoucheerde bijlafslag uit midden / laat neolithicum; één klein vergruisd fragment aardewerk en een bijlfragment uit de periode neolithicum – bronstijd. Het bijlfragment betreft een Viervitzer Beil (typologie Hoof) of een Dunnblattig Flint-Ovalbeil Bijlfragment (typologie Brandt), gemaakt uit een donkergrijze vuursteen. Het bijltje is recent gebroken door moderne mechanische landbouwbewerking. Zowel dorsaal als ventraal zijn krassporen uit de oudheid zichtbaar in het gepolijste oppervlak Afmetingen zijn (hxbxd): 60 x 44 x 16 mm. Gewicht: 44 gram. De vondsten zijn het resultaat van twee oppervlaktekarteringen. 3225625100: Het betreft 27 afslagen waarvan er mogelijk zeven verbrand zijn en een microschrabber uit een maaseitje (13 x 16 x 5 mm) uit het mesolithicum en/of neolithicum; een afslagschrabber uit valkenburgvuursteen en een uit vuursteen, een hoge eindschrabber met cortex (57 x 26 x 24 mm) en een ligger van een maalsteen uit een bruingrijze zandkwartsietsteen (103 x 105 x 37 mm) uit het neolithicum; een bijlafslag van een geslepen bijl uit een grijs vuursteentype uit de periode neolithicum - bronstijd en twee handgevormde scherven met fijn kwarts gemagerd uit de bronstijd. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt.

3041455100: het betreft een geretoucheerde afslag uit het paleolithicum en een vuurstenen steker en een vuurstenen bijl (klein hak- of pic-achtig voorwerp rondom bewerkt, gemaakt van restant van een gepolijste bijl) uit het neolithicum. Onduidelijk vondstcomplex. 3982409100: Het betreft een klingfragment en een kling uit het mesolithicum; een geretoucheerde afslag, tien ongeretoucheerde afslagen, zes verbrande afslagen, een kerfrest en een geretoucheerde kling uit het mesolithicum en/of neolithicum; een klopsteen (met moderne beschadigingen) van Lousbergvuursteen uit het neolithicum en vijf fragmenten aardewerk uit de late prehistorie. 3041447100: Het betreft een slijpsteen uit de nieuwe tijd en een kern uit het mesolithicum. Tevens zijn massaal veel vondsten gedaan uit het neolithicum: zeven bijlen (waarvan vijf gepolijst en één met klopsporen), 27 geretoucheerde klingen, 12 geretoucheerde afslagen, elf schrabbers, een klopsteen, een spits en

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 27

een ligger van een maalsteen. Het complextype is niet nader geduid, maar kan waarschijnlijk aan een bewoningscomplex gelinkt worden. 3206452100: Het betreft de vondst van een transversaalspits, een verbrande vuurstenen kling en vijftien afslagen uit het mesolithicum en/of neolithicum; drie geretoucheerde afslagen uit het neolithicum; een bladspits uit het neolithicum en/of bronstijd en vier fragmenten handgevormd aardewerk uit bronstijd en/of ijzertijd. De vondsten worden aan een bewoningscomplex gelieerd, met uitzondering van de vondsten uit bronstijd en/of ijzertijd. Daarvan is het complextype onbekend. 3032489100: Het betreft een geretoucheerde kling, twee geretoucheerde afslagen, 13 vuurstenen afslagen, drie wandfragmenten aardewerk en een bodemfragment aardewerk van handgevormde kwartsgemagerde potten. Alle vondsten dateren vermoedelijk uit de periode neolithicum – bronstijd en behoren bij een bewoningscomplex. 3290271100: Het betreft twee kernen (eentje uit Rijckholtvuursteen), twee afslagschrabbers (eindschrabber en een knoopschrabber), twee afslagbijlen; allen uit mesolithicum en/of neolithicum. Tevens zijn drie neolithische klingen aangetroffen en een fragment kwartsgemagerd aardewerk uit bronstijd. In totaal zijn daarnaast 68 afslagen aangetroffen die uit de periode mesolithicum – bronstijd kunnen dateren. Hiervan zijn er minimaal 20 verbrand.

Het complextype is onbekend, maar het kan bewoning betreffen. 3258796100: Het betreft zes ongeretoucheerde afslagen uit het mesolithicum en/of neolithicum; zeven scherven van handgevormd, dikwandig aardewerk (4 met kwartsmagering en drie met potgruismagering) uit de bronstijd en/of ijzertijd en 1 scherf gedraaid ongeglazuurd grijsbakkend aardewerk uit de late middeleeuwen. Uitgezonderd de middeleeuwse vondst betreft het waarschijnlijk bewoningsresten. 3259881100: Vier van de gevonden vondsten betreffen scherven uit de vroege en/of late middeleeuwen en twee dateren in de ijzertijd; één microschrabber dateert uit het mesolithicum en 44 afslagen (waarvan negen verbrand), één geretoucheerde afslag, een boor en een geretoucheerde kling dateren uit het mesolithicum en/of neolithicum. Tevens zijn een vuurstenen klopsteen en een fragment van een gebroken bijl aangetroffen uit het neolithicum. Het bijlfragment is na de breuk secundair gebruikt als klopsteen. Zowel de boven- als onderzijde vertoont klopsporen. Afmetingen betreffen (hxbxd): 69 x 53 x 31 mm / gewicht: 148 gram De bijl heeft een ovale doorsnede en op het oppervlak diverse zichtbare afslagnegatieven zichtbaar. De bijl is gefacetteerd, geslepen en plaatselijk bijgeretoucheerd. Deelgebied C: 3257904100, 3210275100 en 3256624100. 3257904100: Het betreft een handgevormd scherf (wandscherf met oor) uit de ijzertijd.

De vondst is gekoppeld aan een bewoningscomplex. 3210275100: Het betreft een kern met gerolde cortex, een afslagschrabber en een ongeretoucheerde afslag uit het mesolithicum of neolithicum. Uit de nieuwe tijd is een slijpsteen aangetroffen. De vondsten zijn tijdens een oppervlaktekartering verzameld. Het complextype is onduidelijk voor de nieuwe tijd-vondst; de vroeg prehistorische vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt. 3256624100: Het betreft diverse vondsten uit het mesolithicum: vier ongeretoucheerde klingen, een geretoucheerde afslag en een kling (ongeretoucheerd) uit Wommersonkwartsiet. De daarnaast nog aangetroffen klingboor dateert uit het neolithicum. Tevens zijn 23 ongeretoucheerde afslagen

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 28

aangetroffen uit de periode mesolithicum of neolithicum. Alle vondsten worden aan een bewoningscomplex gelinkt. Op basis van voorgaande beschrijvingen kunnen een aantal zaken vastgesteld worden: 1. Het gros van de vondsten dateert uit de prehistorie met een zwaartepunt in de periodes van het mesolithicum en het neolithicum. Als tweede groep zijn vondsten uit de late prehistorie in grotere hoeveelheden aanwezig. In mindere mate zijn de Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd vertegenwoordigd. 2. Het vondstenspectrum uit het mesolithicum en het neolithicum bestaat daarbij voor een gedeelte uit vuurstenen afslagen (al dan niet geretoucheerd). Deze vondsten kunnen niet direct gedateerd worden, noch kunnen ze eenduidig aan een of meerdere complextypes toegeschreven worden. Echter naast deze vondsten is er een grote hoeveelheid typologisch te dateren werktuigen aangetroffen: microlieten, klingen, bijlen (al dan niet gepolijst), spitsen; allen werktuigen die typologisch ofwel in het mesolithicum, ofwel in het neolithicum gedateerd kunnen worden. Tevens kan de grondstof waaruit een werktuig is gemaakt ook een (scherpe) datering geven, bijvoorbeeld Wommersonkwartsiet is typisch voor het mesolithicum of Rijckholtvuursteen voor het (midden)neolithicum. 3. Het vondstenspectrum uit het mesolithicum en het neolithicum bestaat uit een grote variatie van werktuigen en artefacten.

Een klein deel hiervan kan gelinkt worden aan kortstondig gebruik zoals jacht (denk daarbij aan spitsen), maar het gros van de werktuigen en artefacten behoort bij het complex van een nederzetting (denk daarbij aan schrabbers, ‘gewone’ of ongeretoucheerde afslagen, klingen, kernmateriaal, boren, etc.). Dit complextype is nog aannemelijker vanwege het grote aandeel van verbrande vuurstenen objecten. Dat komt enkel voor in nederzettingscontexten. 4. Het vondstenspectrum uit de late prehistorie bestaat uit scherven aardewerk. Hoewel dit materiaal theoretisch met bemesting op akkers terecht kan komen, is het zeer onwaarschijnlijk dat het in de aangetroffen hoeveelheden met bemesting op akkers is gekomen. Deze vondsten zijn eveneens het resultaat van een nederzettingscomplex. Er kan geconcludeerd worden dat binnen de drie deelgebieden sprake is van aanwezige vindplaatsen (nederzettingen) en dit daterend uit de gehele prehistorie. Uit de bestudering van de gemelde vondsten blijkt tevens dat betreffende percelen vele jaren bron van oppervlaktekarteringen zijn. Dit onderstreept de betrouwbaarheid van de vondsten en de interpretatie als aanwijzingen voor nederzettingen. Tussen en naast / rondom de deelgebieden is een gelijkaardige veelheid aan meldingen bekend. Deze meldingen zijn niet uitputtend bestudeerd.

Een scan van deze vondsten laat een gelijkaardig beeld zien met meldingen uit overwegend mesolithicum tot en met ijzertijd. Kijkend naar de spreidingsbeelden van de periodekaarten (bijlage 3b) valt op dat het beeld dat uit de drie gedetailleerd beschreven deelgebieden naar voor komt, ook van toepassing is voor de tussenliggende gebieden en de directe omgeving. Er is dus sprake van een intensief bewoond, prehistorisch landschap. Hierbij lijkt er een tendens te zijn voor de hogere delen van het gebied, maar met eenduidige zekerheid kan dit niet bepaald worden. De waarde van dit gebied, of beter nog deze zone ten zuiden van het Grootbroek, is ook benoemd in de onderbouwing van de gemeentelijke archeologiekaarten. Hierin wordt beschreven dat concentraties van vondsten en vindplaatsen uit het paleolithicum t/m de late prehistorie worden aangetroffen op de zuidelijke flank van het Grootbroek.21 21 Verhoeven e.a. 2010, p. 33 t/m 35.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 29

Behoudens de intensieve oppervlaktekarteringen die (door vrijwilligers) uitgevoerd zijn, zijn er in de directe omgeving slechts enkele onderzoeken verricht: plangebied Heerdstraat22 en plangebied Putbeek / Vlootbeek23. Op iets grotere afstand, maar wel relevant vanwege een gelijkaardige landschappelijke setting, is plangebied Reigersbroek24. Plangebied Heerdstraat: Het vooronderzoek heeft een hoge verwachting uitgesproken voor met name vindplaatsen van jagers verzamelaars. Deze zullen met name de voorkeur hebben gegeven aan de flanken van hoger gelegen zones en in de nabijheid van water en ter plaatse van de randen nabij de laagten. Resten van jongere resten (t/m Romeinse tijd) konden evenmin uitgesloten worden. Hierbij is geen uitgesproken voorkeur voor kopjes of hoogtes meer aanwezig. Geadviseerd werd het verwachtingsmodel te verifiëren middels een inventariserend onderzoek. Het selectiebesluit op dit rapport ontbreekt, waardoor onduidelijk is of aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden. Plangebied Putbeek / Vlootbeek: Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een archeologische begeleiding nadat in het vooronderzoek was vastgesteld dat voor delen van het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting gold. Behoudens de vondst van een muntschat ten noorden van Montfort (in het Vlootbeekdal) zijn tijdens deze begeleiding geen vindplaatsen aangetroffen.

Figuur 14: Uitsnede uit verwachtingskaart van het plangebied Putbeek / Vlootbeek.25 Voorliggend plangebied is rood omlijnd. 22 Hagens 2019. 23 Keijers 2011 en Roymans & Sprengers 2011. 24 Moonen 2006. 25 Bron: Roymans & Sprengers 2011, kaartbijlage 1.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 30

Plangebied Reigersbroek: Het uitgevoerde onderzoek heeft aangetoond dat het reliëf ter plaatse van het plangebied sterk beïnvloed is door de eroderende werking van de Roer en de wind. Het Reigersbroek betreft een uitblaasbekken waarvan de exacte ouderdom nog onbekend is. Het ontstane landschap heeft vooral in de Steentijd en Bronstijd een enorme aantrekkingskracht gehad op de mens. Op de hogere delen van het landschap zijn resten aangetroffen die in verband worden gebracht met bewoning. In de lagere delen zijn resten aangetroffen die te maken hebben met jacht (pijlspitsen) of rituele depositie (bijlen). Tevens is vastgesteld dat vanaf de oprichting van kasteel Montfort (1260) het Reigersbroek (Grote Vogelhorst) tot dit kasteeldomein behoorde. Het plangebied is vervolgens ook economisch in gebruik genomen waardoor oudere resten mogelijk verstoord dan wel verdwenen kunnen zijn. Geconcludeerd werd dat de graafwerkzaamheden archeologisch begeleid zouden moeten worden.

2.5 Informatie amateurarcheologen

(LS01/LS04)

ArcheoPro heeft contact opgenomen met de archeologische werkgroep van Echter Landj (AWEL).26 Reacties zijn ontvangen van de heren Ruijters, Hajenius en Pirovano.27 Zij zijn allen zeer bekend met het terrein en de archeologische situatie van het plangebied (en de ruimere omgeving). Veel van de vondsten zijn van hun hand (met name dhr. Hajenius). Daarnaast zijn vele vondsten gedaan door de heren Geurts en Mans. De heren Ruijters en Hajenius geven aan dat voor zover voor hen bekend er geen andere vondsten gedaan zijn dan de welke die in ARCHIS gemeld dan wel verwerkt zijn. Aanvullende informatie is niet aanwezig.

2.6 Historie

(LS03)

Het plangebied ligt in het buitengebied tussen de kernen van Sint Joost en Maria-Hoop. De oudst beschikbare kaart voor dit gebied, die daarbij ook betrouwbare landschapsinformatie geeft, is de Tranchotkaart uit 1805 (figuur 15). Deze kaartuitsnede plaatst het plangebied in een vrij ‘ruig’ gebied met moerassen, vennen, natte broekgebieden, waterlopen, etc. In dit ‘ruige’ gebied zijn bundels van wegen zichtbaar. Deze zijn gelegen op de drogere (en vaak ook hogere) delen in het ‘ruige’ gebied. Het plangebied lijkt op zo’n hoger en droger deel van het landschap te liggen. Volgens de kaartuitsnede lopen dan ook een aantal wegen kriskras doorheen de deelgebieden. Binnen het plangebied of in de directe omgeving ervan komt in deze periode geen bebouwing voor. Deze was eerder gelegen in de gehuchten buiten de ruigte van de broekgebieden, zoals Sint Joost of Maria-Hoop of Montfort. De ruige broekgebieden waren doorgaans ongeperceleerd of bestonden uit hele grote percelen met moerassen, waterplassen, heide of (dennen)bossen. Dat is ook het beeld dat de kadasterkaart uit 1832 schetst (figuur 16). De drie deelgebieden van het plangebied liggen in twee percelen (perceel 238 en 239) noordelijk van de (volgens de Kadastrale Minuut) enige weg in het kaartbeeld.

De percelen waren destijds in handen van respectievelijk de gemeente Echt (perceel 239) en Commissaris Michiels en later baron Verduijnen (perceel 238). Perceel 238 was daarbij in gebruik als jong dennenbos, terwijl perceel 239 als

26 Mailverzoek van 11 januari 2021. 27 Allen hebben los van elkaar op 18 januari 2021 geantwoord.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 31

heidegebied te boek stond.28 De weg heeft op de Kadastrale Minuut geen naam, maar is aangeduid als Weg van Montfort naar Sint Joost. Zuidelijk van de weg is het Echterbroek gelegen.

Figuur 15: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805.29 Het plangebied is rood omlijnd.

Figuur 16: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.30 Het plangebied is rood omlijnd.

Kadastrale kaart 1811-1832: oorspronkelijke aanwijzende tafel Echt, Limburg, sectie D, blad 008 (OAT11022D008) 29 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820, kaartblad 55 Waldfeucht 30 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008 28

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 32

In de daaropvolgende 150 jaar verandert er weinig aan het agrarische karakter. Figuur 17 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het plangebied uit 1845, 1897, 1958 en 2016. Hierop is zichtbaar dat het plangebied steeds een agrarische, onbebouwde functie behoudt. De omgeving van het plangebied wijzigt wel enigszins. Daar waar het plangebied midden 19de eeuw nog duidelijk op een hoger en droger landschappelijk deel is gelegen met broekgebieden noordelijk en zuidelijk ervan, wordt dit strakke onderscheid daarna minder en minder duidelijk zichtbaar. De broekgebieden verdrogen (al dan niet door menselijk ingrijpen zoals verkavelingen, drainages, etc.) en worden steeds meer en meer opgenomen in de agrarische landen. De veranderingen gaan wel geleidelijk. De droge zones blijven lange tijd heidestroken of heide-bosstroken terwijl het broekgebied meer en meer omgezet wordt naar bos- en graslanden. Enkel toponiemen herinneren nog aan het oude natte landschap.

Figuur 17: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1897, 1958 en 2016 31

31 Bron: Kadaster Topografische Dienst

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 33

Deze evolutie wordt eveneens gezien als de studie van Renes ter hand wordt genomen. 32 Renes heeft immers in de jaren 1999 een studie gemaakt naar de historisch geografische evolutie en ontwikkelingen in Noord- en Midden-Limburg. Hierbij heeft hij gepoogd nog gave en historisch complete delen in het huidige landschap aan te duiden en te dateren. Volgens de kaart van de historische relicten (figuur 18) ligt het plangebied in een sterk gewijzigd deel van het landschap. Rondom en nabij het plangebied liggen een aantal wegen waaraan Renes een 19de-eeuwse of -in sommige gevallen- een oudere datering geeft. Andere bijzondere historisch geografische objecten heeft Renes niet aangeduid.

Figuur 18: Uitsnede uit de kaart met historische relicten.33 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 32 Renes 1999. 33 Bron: Renes 1999.

Versie: 22-01-2021

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Zonnepark Groensebos te Maria-Hoop, Gemeente Echt-Susteren.

ArcheoPro Rapport, 20115, Pagina 34

3 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

(LS05)

Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt aan de noordzijde van de gemeente Echt, tussen de kernen van Sint Joost, Maria-Hoop en Montfort. De ondergrond bestaat uit vorstvaag- en podzolgronden in pleistoceen dekzand of rivierzand. Historisch gezien ligt het plangebied tot zelfs relatief recent (eind 19de eeuw) in een groot ‘ruig’ broekgebied. Het plangebied lag daarbij wel in een duidelijk hoger en droger deel van het broekgebied. Verwachte perioden (datering) en complextypen Met betrekking tot het plangebied geldt een zeer hoge verwachting voor archeologische nederzettingsresten, grafvelden en off site resten vanaf het paleolithicum tot en met de late prehistorie (ijzertijd). De verwachting is eveneens hoog voor off site resten uit middeleeuwen en nieuwe tijd. Aanleiding voor deze gespecificeerde verwachting zijn met name de reeds verrichte waarnemingen in de verschillende deelgebieden die de aanwezigheid van vindplaatsen reeds hebben aangetoond. Daarnaast zijn er zeer veel vondstmeldingen in de directe omgeving van het plangebied en is er de landschappelijke situering, in combinatie met de verwachtingsanalyses van de gemeentelijke archeologische kaart. Algemeen patroon voor Midden-Limburg In de omgeving van het plangebied zijn diverse vindplaatsen bekend daterend uit alle perioden vanaf het mesolithicum tot en met de nieuwe tijd.

Resten van landgebruik komen daarbij uit alle periodes voor; resten van bewoning en/of begraving uit de periodes mesolithicum t/m Romeinse tijd. Op basis van deze gegevens omtrent archeologische waarden in het onderzoeksgebied in combinatie met de landschappelijke situering in het algemeen en de paleo-hydrologische situatie in het bijzonder moet worden geconcludeerd dat voor het plangebied een zeer hoge waarde34 geldt voor archeologische nederzettingsresten daterend uit het paleolithicum en mesolithicum. Nederzettingen (kampementen) uit het laat-paleolithicum en mesolithicum kunnen in principe overal voorkomen. Deze jagers-verzamelaars verbleven doorgaans niet lang op dezelfde plaats en trokken veelvuldig door het landschap. Er is echter wel een tendens in de vestiging van deze jagers-verzamelaars zichtbaar: hoogtes bestaande uit terrassen, plateaus, hoge ruggen of kopjes in nattere gebieden. Hierbij hadden de gradiëntzones nabij watervoerende laagtes, broekgebieden of beek/rivierdalen de voorkeur. Hierbij werd doorgaans een maximale afstand van 200 à 300 m tot het water aangehouden. Voor (nederzettings)resten behorend bij (semi)permanente landbouwgemeenschappen daterend uit alle perioden vanaf het neolithicum tot en met ijzertijd geldt eveneens een zeer hoge archeologische waarde. De landschappelijke ligging was goed en de bodemkwaliteiten zijn perfect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=66294df1-b3bf-4f67-9cb8-08c380f005a6