CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 4

Commissie Omgeving 31 maart 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Landgoed De Bongerd'9.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Landgoed De Bongerd te Echt Januari 2022, aangepast augustus 2022, aangepast juli 2023, aangepast januari 2025

Klement Rentmeesters. Liefde voor monumenten en landgoederen.

Landgoed De Bongerd te Echt Januari 2022

Rijksweg 4 6271 AE Gulpen Landgoed Muyserick Maurick 1 5261 NA Vught

Opdrachtgever

Opgesteld door

Datum

Dhr. F.P.W.M. Omloo

Femke Pakbier

10 januari 2022, Aangepast d.d. 31 augustus 2022 6 juli 2023 7 januari 2025

Dorpsstraat 5 6261 NH Mheer T. 06-15254767

Gecontroleerd door Vincent Voorn

043 – 32 33 511 info@klement-rentmeesters.nl www.klement-rentmeesters.nl

Voorwoord

Bij een ruimtelijke ingreep is het volgens de Wet natuurbescherming verplicht om vooraf te toetsen of er negatieve effecten kunnen optreden op beschermde natuurgebieden en beschermde planten- en diersoorten. Dit gebeurt door middel van een ecologische quickscan. Wanneer negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is soortgericht onderzoek verplicht. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek, kan een ontheffing aangevraagd worden, waarbij een mitigatie- en compensatieplan opgesteld dient te worden.

Ecologische quickscan

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................... 1 1.2 Wettelijke kaders........................................................................................................................................ 1 Bescherming van soorten ............................................................................................................................ 1 Bescherming van gebieden ......................................................................................................................... 2 Bescherming van houtopstanden .............................................................................................................. 2 1.3 Onderzoeksmethode................................................................................................................................. 2 1.4 Leeswijzer.................................................................................................................................................... 3 2.

Plangebied en ingreep ..................................................................................................................................... 4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied en beoogde ingreep ..................................................................... 4 3. Resultaten ......................................................................................................................................................... 7 3.1 Beschermde gebieden .............................................................................................................................. 7 3.2 Bescherming houtopstanden................................................................................................................... 8 3.3 Vogels .......................................................................................................................................................... 8 3.4 Planten ........................................................................................................................................................ 9 3.5 Vleermuizen ..............................................................................................................................................

10 3.6 Knaagdieren.............................................................................................................................................. 10 3.7 Muizen ....................................................................................................................................................... 10 3.8 Marterachtigen ......................................................................................................................................... 10 3.9 Overige zoogdieren ................................................................................................................................. 11 3.10 Reptielen ................................................................................................................................................. 11 3.11 Amfibieën ................................................................................................................................................ 11 3.12 Vissen ...................................................................................................................................................... 12 3.13 Vlinders en libellen ................................................................................................................................

12 3.14 Overige ongewervelden ........................................................................................................................ 13 3.15 Samenvatting resultaten....................................................................................................................... 13 4. Effectbeoordeling en toetsing ...................................................................................................................... 15 4.1 Beschermde gebieden ............................................................................................................................ 15 4.2 Beschermde houtopstanden.................................................................................................................. 15 4.3 Beschermde soorten ............................................................................................................................... 15 4.4 Samenvatting effectbeoordeling en toetsing ....................................................................................... 18 5. Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................................... 20 5.1 Beschermde gebieden ............................................................................................................................

20 5.2 Beschermde houtopstanden.................................................................................................................. 20 5.3 Beschermde soorten ............................................................................................................................... 20 5.4 Samenvatting ............................................................................................................................................ 21

6. Bronnenlijst ..................................................................................................................................................... 22 6.1 Websites .................................................................................................................................................... 22 6.2 Literatuur .................................................................................................................................................. 22 Bijlage 1 Foto overzicht Bijlage 2 Visiekaarten Bijlage 3 Wet- en regelgeving Bijlage 4 Lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten Bijlage 5 Lijst van vrijgestelde soorten

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van de quickscan beschreven en worden de wettelijke kaders kort benoemd. Vervolgens wordt de onderzoeksmethode toegelicht. Als laatste wordt de leeswijzer beschreven.

1.1 Aanleiding Opdrachtgever is voornemens om ten zuiden van Echt een aantal percelen om te vormen naar een nieuw landgoed, Landgoed de Bongerd. Het gebied rond de Molenbeek en landgoed de Bongerd kenmerkt zich door een kleinschalige verkaveling. Het lijkt een vergeten stukje agrarisch gebied tussen de zuidrand van Echt en de weg naar Ophoven. De beplante restanten van twee oude trambanen, de beek en de opvallende hoeveelheid kavelrandbeplanting geven dit gebied een bijzondere uitstraling. Centraal in het landgoed ligt een oude hoogstamboomgaard. De intentie is om hier een modern agrarisch landgoed van te maken met veel aandacht voor het landschap en de natuurwaarden van de omgeving. Het landgoed wordt ingericht met extensieve graslanden en akkers, hoogstamboomgaarden, voedselbossen, houtwallen en struweelranden, poelen, wandelpaden, een woonhuis en een schuur. Voor dit plan is reeds een principeverzoek ingediend bij de gemeente EchtSusteren. Hierop is inmiddels positief gereageerd door de gemeente. Er dient een formele bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden. In het kader hiervan is de ecologische quickscan uitgevoerd. In dit rapport wordt een inschatting gegeven van het effect van de ingreep op beschermde soorten en beschermde gebieden. Wanneer effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden niet kunnen worden uitgesloten, is er aanvullend onderzoek nodig.

Op deze manier wordt een mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen.

1.2 Wettelijke kaders De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 van kracht en bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor beschermde soorten, beschermde gebieden en bescherming van houtopstanden. Bij een ruimtelijke ingreep is het verplicht om voorafgaand aan de ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland). De Wnb zal op termijn overgaan in de nieuwe Omgevingswet.

Bescherming van soorten Voor de verschillende beschermingsregimes van soorten van de Wet natuurbescherming gelden een aantal verbodsartikelen en vrijstellingsmogelijkheden. De beschermingsregimes zijn: • Beschermingsregime Vogelrichtlijn: Europees beschermde vogels; • Beschermingsregime Habitatrichtlijn: Europees beschermde flora en fauna behalve vogels; • Beschermingsregime Andere soorten: Nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen betekenen globaal dat het is verboden om: • te doden; • te vangen, plukken en uitsteken; • opzettelijk te verstoren; • vernielen of beschadigen van nestplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of standplaatsen.

Ecologische quickscan

1

Daarnaast geldt altijd de zorgplicht (art. 1.11), hetgeen betekent dat voor zowel beschermde als onbeschermde flora en fauna, negatieve effecten moeten worden voorkomen en positieve effecten bevorderd moeten worden. De zorgplicht geldt ook voor Nationaal beschermde soorten die voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld. Per provincie kunnen verschillende soorten zijn vrijgesteld (zie bijlage 5). In bijlage 3 wordt de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven. Van diverse soortgroepen zijn Rode Lijsten beschikbaar, deze lijsten gelden voor heel Nederland. Daarnaast hebben diverse provincies en steden een eigen lijst met soorten, die lokaal extra aandacht en prioriteit krijgen. Zowel de Nationale Rode Lijst als de regionale lijsten hebben geen juridische beschermingsstatus. Meer gedetailleerde informatie over de Wet natuurbescherming staat beschreven in bijlage 3.

Bescherming van gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen gebieden vanuit de Europose Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor ieder gebied zijn doelstellingen vastgesteld voor beschermde habitats en/of soorten. Daarnaast zijn gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) planologisch beschermd en moeten mogelijke negatieve effecten getoetst worden aan de kernkwaliteiten van het NNN (vaak ook provinciaal natuurnetwerk genoemd).

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor bos en andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt; • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m²) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

1.3 Onderzoeksmethode De ecologische quickscan is op de volgende manier uitgevoerd: 1. Met behulp van recente bronnen en literatuur is onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna in de ruime omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt. 2. De ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) is opgezocht. 3. Op 21 september 2021 is het plangebied door Femke Pakbier bezocht. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen met behulp van verrekijker, zaklamp en fotocamera geïnventariseerd. 4. Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is een inschatting gemaakt of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten. 5. Op basis van de informatie die door de opdrachtgever is aangeleverd, is de ingreep in kaart gebracht en omschreven. 6. Op grond van de beschreven ingreep is bepaald: a. of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is; b. of de bescherming van houtopstanden aan de orde is; c.

of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies te verwachten zijn.

Ecologische quickscan

2

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en de ingreep beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van de inventarisatie weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten getoetst aan de Wet natuurbescherming en in hoofdstuk 5 worden de conclusies en aanbevelingen weergegeven. In bijlage 1 zijn diverse foto’s van het plangebied opgenomen. In bijlage 3 worden de wettelijke kaders uitgebreid beschreven. In bijlage 4 is een lijst van jaarrond beschermde nesten in Limburg opgenomen en in bijlage 5 is een lijst van vrijgestelde soorten in Limburg opgenomen.

Ecologische quickscan

3

2. Plangebied en ingreep In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en de ingreep beschreven.

2.1 Ligging en beschrijving plangebied en beoogde ingreep Het plangebied is gelegen ten zuiden van Echt, tussen de stedelijke bebouwing en de weg Ophoven, gemeente Echt-Susteren, provincie Limburg. In onderstaand figuur wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied weergegeven.

De percelen van Landgoed De Bongerd liggen gegroepeerd rond de Molenbeek. De Molenbeek is een gegraven beek die door de inwoners van Echt gegraven is om water door Echt te laten stromen. Zo konden onder andere een paar watermolens functioneren. De Molenbeek volgt het spoor van een restgeul van de Maas in de ondergrond vanaf de Geleenbeek ten zuiden van Ophoven, richting Echt. Vanuit Echt vervolgt de beek zijn loop in noordwestelijke richting onder het Julianakanaal door om vervolgens uit te monden in de Oude Maas. Naast de Molenbeek is een ander belangrijk landschapselement in dit gebied het tracé van de oude trambaan. De trambaan werd in 1922 aangelegd en was hoofdzakelijk voor het goederenvervoer bestemd. In 1924 kwam er vanuit Buchten-Grevenbicht een zuidelijke tak bij. Later werd de tram ook gebruikt voor personenvervoer. Echt dit werd in 1938 weer gestaakt. Tot 1964 heeft de pannenfabriek De Valk een gedeelte van het tracé nog gebruikt voor het vervoer van klei vanuit de Doort en het gebied ten noordwesten hiervan.

Ecologische quickscan

4

Ten noorden en ten zuiden van de beek liggen relatief vlakke gronden, de oude Maasterrassen. De gronden ten westen van de oude trambaan zijn gedeeltelijk afgegraven ten behoeve van de kleiwinning. Het gebied ten westen van de trambaan ligt dan ook duidelijk lager dan de rest van het landgoed. Deze percelen zijn natter dan de overige percelen. Bij de percelen ten zuiden van de beek is goed te zien dat de grond naar het zuiden toe steeds hoger en droger wordt. Van oorsprong liggen de akkers in dit gebied meer op de hoge droge gronden en de graslanden op de lagere natte gronden. De percelen ten zuiden van de beek is de voorkeurslocatie voor de bouw van het woonhuis. Daarmee sluit de nieuwe woning aan bij de overige recente ontwikkelingen aan de weg naar Ophoven. Ook is deze locatie het best bereikbaar via de bestaande infrastructuur. De bodem bestaat uit lichte tot zware zavel; zand met een wisselend percentage lutum. Kenmerkend voor zavel is dat het vruchtbaar, goed doorwortelbaar en vochthoudend is. Maar ook hier hebben de droge en hete zomers van de laatste jaren effect. De bodem wordt droger en de Molenbeek staat in de zomer vaak droog. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de weg Ophoven, aan de west- en oostzijden door aangrenzende akkers en aan de noordzijde door de stedelijke bebouwing van Echt.

Het betreft de volgende kadastrale percelen, allen bekend onder de kadastrale gemeente Echt; sectie AC, nummers 885, 886, 903, 904, 559, 571, 572, 573, 574, 575, 576, 577, 579, 1040, 1088, 1089, 1194 en 1195. Sectie M nummers 1059, 1060, 1061, 1062, 1073 en 1074. De percelen sectie AC, nummers 885, 886, 903 en 904 liggen aan de westkant van de oude trambaan. Deze percelen zijn in het verleden afgegraven ten behoeve van de kleiwinning. De bovenste laag (ca. 50 cm) is afgegraven, maar deze is niet gebruikt voor kleiwinning. De eronder gelegen klei is hier wel voor gebruikt. De klei is tot op het daaronder gelegen grind afgegraven. Hierna is de bovenste laag weer teruggebracht op het grind. Hierdoor liggen deze twee percelen duidelijk lager dan de rest van het landgoed. Dit is in het veld goed te zien. De percelen liggen als het ware in een soort kom, met in het midden het diepste punt en van hieruit richting de randen steeds hoger. De percelen zijn in gebruik als grasland en worden extensief beheerd. Er wordt één keer per jaar gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Daarna vindt begrazing met schapen plaats. Langs de randen is gedeeltelijk een houtwal met struweel aanwezig. Het zuidelijk gelegen perceel oogt schraler dan het noordelijk gelegen perceel. De inrichting en het beheer van deze percelen blijven onveranderd.

Het perceel sectie AC, nummer 1040 is in gebruik als weiland, eveneens extensief beheerd door middel van maaien en afvoeren en begrazing met schapen. Dit perceel is omgeven door meidoornstruweel. Het perceel wordt ingericht als voedselbos. Perceel sectie AC 559 betreft voor een gedeelte de oude boomgaard met fruit- en notenbomen van verschillende leeftijden. Enkele bomen zijn dood of in een slechte staat. De aanwezige perenbomen zijn meer dan 100 jaar oud. De boomgaard is omgeven door struweel van o.a. meidoorn. De boomgaard wordt gemaaid, maar er is veel achterstallig onderhoud. In de oude notenboom is een nestkast voor de steenuil aanwezig. Het ernaast gelegen weiland behoort eveneens tot dit kadastrale perceel. Dit perceel is omgeven door meidoornstruweel is wordt momenteel begraasd door schapen. De oude boomgaard zal hersteld en uitgebreid worden met het ernaast gelegen weiland. De percelen sectie AC, nummers 571, 572, 573, 574, 575, 576, 577, 579, 1088, 1089, 1194 en 1195 zijn in gebruik als maïsakker. De percelen worden aan de noordkant begrensd door de Molenbeek en aan de zuidkant door de weg Ophoven. De overige zijden grenzen aan de aangrenzende akkers. Langs de weg Ophoven is een laan met esdoorns aanwezig. Deze percelen zijn reeds langdurig in gebruik als akker.

In de visie zijn op deze percelen voedselbos, nieuwe houtwallen, extensief beheerde graslanden en akkers met solitaire bomen en de bebouwing voorzien.

Ecologische quickscan

5

De percelen sectie M, nummers 1059, 1060, 1061, 1062 en 1073 zijn allen in gebruik als maïsakker. Deze percelen zijn reeds langdurig in gebruik als akker. De percelen worden aan de zuidkant begrensd door de Molenbeek en aan de noordkant door het voormalig tracé van de trambaan. De overige zijden grenzen aan de aangrenzende akkers. In de visie zijn op deze percelen voedselbos, nieuwe houtwallen, extensief beheerde graslanden of akkers met solitaire bomen voorzien. Perceel sectie M, nummer 1074 was in gebruik als paardenwei. Echter momenteel zijn er geen paarden aanwezig. Het weiland staat vol met distels. Ten noorden van dit weiland is een waterbuffer aanwezig. Het perceel wordt ingericht als voedselbos c.q. boomgaard dat openbaar toegankelijk wordt voor mensen uit de buurt. Ze kunnen hier dan zelf de oogst komen plukken. Bij het aanleggen van het voedselbos, de landschapselementen en het bouwen van de woning is zoveel mogelijk rekening gehouden met de reeds aanwezige elementen in het landschap. Initiatiefnemer is voornemens om het oude kleinschalige cultuurlandschap weer te herstellen. Hierbij staat de natuur hoog in het vaandel. Het aanleggen van het voedselbos zal handmatig gebeuren. Voor de bouw van de opstallen worden natuur inclusieve, natuurlijke, duurzame materialen gebruikt. Op onderstaande afbeelding is een schematische weergave van de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 2. Schematische weergave toekomstige situatie

Als bijlage 2 zijn diverse visiekaarten toegevoegd van de toekomstige situatie.

Ecologische quickscan

6

3. Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van het bureauonderzoek en het terreinbezoek beschreven. Eerst worden de beschermde gebieden beschreven, daarna de houtopstanden en als laatste worden de soorten per soortgroep beschreven.

3.1 Beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in een Natura2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is de Grensmaas (1,3 km) en Abdij Lilbosch & voormalig klooster Mariahoop (4,1 km). De Grensmaas is een grensoverschrijdend dynamisch natuurgebied dat loopt vanaf Maastricht tot Maasbracht. De zolders van de Abdij Lilbosch en het gebouw van het voormalig klooster Mariahoop herbergen kraamkolonies van de ingekorven vleermuis. Op onderstaand kaartje is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura2000 gebieden weergegeven.

Figuur 3. Kaartje met ligging plangebied ten opzichte van Natura2000 gebieden (geel gearceerd).

Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op onderstaand kaartje is de ligging van het plangebied ten opzichte van de NNN-gebieden weergegeven. Ten zuiden van het plangebied ligt natuurgebied De Doort.

Ecologische quickscan

7

Figuur 4. Kaartje met ligging plangebied ten opzichte van NNN gebieden.

3.2 Bescherming houtopstanden Binnen het plangebied worden geen houtopstanden gekapt, bescherming van houtopstanden is derhalve niet van toepassing.

3.3 Vogels Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-3) Het plangebied valt binnen het bekende verspreidingsgebied van de boomvalk (Falco subbuteo), havik (Accipiter gentilis), ransuil (Asio otus), roek (Corvus frugilegus), steenuil (Athene noctua), torenvalk (Falco tinnunculus) en wespendief (Pernis apivorus). Binnen het plangebied is eveneens geschikt habitat voor deze vogelsoorten aanwezig, waardoor aanwezigheid niet kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere beschermde vogelsoorten categorie 1-3 kan worden uitgesloten, omdat het plangebied niet binnen het bekende verspreidingsgebied valt of omdat er geen geschikt habitat binnen het plangebied aanwezig is. In de oude boomgaard is in een notenboom een nestkast aanwezig voor de steenuil. Vogelsoorten waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven (categorie 4) Het plangebied valt binnen het bekende verspreidingsgebied van de blauwe reiger (Ardea cinerea), buizerd (Buteo buteo), grauwe klauwier (Lanius collurio), ringmus (Passer montanus), sperwer (Accipiter nisus), spotvogel (Hippolais icterina) en de zomertortel (Streptopelia turtur). Binnen het plangebied is eveneens geschikt habitat voor deze vogelsoorten aanwezig, waardoor aanwezigheid niet kan worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek is een buizerd waargenomen.

De aanwezigheid van andere beschermde vogelsoorten categorie 4 kan worden uitgesloten, omdat het plangebied niet binnen het bekende verspreidingsgebied valt of omdat er geen geschikt habitat binnen het plangebied aanwezig is.

Ecologische quickscan

8

Algemene vogelsoorten Het plangebied is geschikt voor veel algemene vogelsoorten. Er zijn voldoende nestmogelijkheden en foerageergebied aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn o.a. gaai (Garrulus glandarius) en fazant (Phasianus colchicus) waargenomen.

3.4 Planten Het plangebied valt binnen het verspreidingsgebied van de volgende beschermde plantensoorten: • Akkerogentroost (Odontites vernus subsp. Vernus) • Wilde ridderspoor (Consolida regalis) • Grote leeuwenklauw (Aphanes arvensis) Akkerogentroost Akkerogentroost is binnen Nederland zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en in het rivierengebied. De plant is een halfparasiet, die woekert op de wortels van grassen en cypergrassen. De plant komt voor op vochtige, matig voedselrijke, zandige tot lemige, veelal kalkhoudende bodems en op iets verdichte bodems. Groeiplaatsen zijn (graan)akkers en akkerranden, graslanden en spoorwegemplacementen. In de omgeving is deze soort waargenomen langs de Molenplas nabij Stevensweert in 2016 en op Landgoed Schrevenhof nabij Sint Joost in 2016. In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soort. De maïsakkers, graslanden en boomgaard worden nog te intensief gebruikt voor deze soort. In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van deze soort. Tijdens het veldbezoek is deze plant niet aangetroffen. De aanwezigheid van deze plant in het plangebied kan hierdoor worden uitgesloten. Wilde ridderspoor Wilde ridderspoor is binnen Nederland zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en in het oostelijke rivierengebied in Gelderland.

De plant is te vinden op matig voedselrijke kalkhoudende zandige klei in wintergraanakkers en op ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond. In de omgeving is de soort waargenomen op een braakliggend terrein aan de zuidkant van Echt aan de Peutenweg in 2021. Dit betreft één exemplaar dat enkele jaren geleden met een bloemenmengsel alhier is ingezaaid. De meest bijzondere soorten zijn reeds verdwenen. Momenteel worden op dit terrein nieuwe woningen gebouwd. In 2020 is nabij Huize Holtum, in Holtum, in een nieuw aangelegd park één exemplaar aangetroffen. Naar alle waarschijnlijkheid is dit eveneens met een bloemenmengsel hier ingezaaid. De maïsakkers, graslanden en boomgaard worden nog te intensief gebruikt voor deze soort. In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van deze soort. Tijdens het veldbezoek is deze plant niet aangetroffen. De aanwezigheid van deze plant in het plangebied kan hierdoor worden uitgesloten. Grote leeuwenklauw Grote leeuwenklauw is binnen Nederland zeldzaam in Zuid-Limburg, in het Deltagebied en in het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam. Deze plant groeit op bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen.

In de omgeving is de soort waargenomen ten zuiden van Susteren in natuurgebied IJzeren bos in 2014, 2016, 2018 en 2020. Verder is de soort waargenomen nabij Sint Joost op Landgoed Schrevenhof en in natuurgebied Het Broekje in 2016 en 2021. De maïsakkers, graslanden en boomgaard worden nog te intensief gebruikt voor deze soort. In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van deze soort. Tijdens het veldbezoek is deze plant niet aangetroffen. De aanwezigheid van deze plant in het plangebied kan hierdoor worden uitgesloten.

Ecologische quickscan

9

Overige beschermde plantensoorten Overige beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten door ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt. Andere plantensoorten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek o.a. de volgende plantensoorten aangetroffen: grasklokje (Campanula rotundifolia), beemdkroon (Knautia arvensis, Rode lijst soort), Jacobskruiskruid (Jacobaea vulgaris), wilde peen (Daucus carota), knoopkruid (Centaurea jacea), gewone margriet (Leucanthemum vulgare), rode klaver (Trifolium pratense), witte klaver (Trifolium repens), gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), weegbree (Plantago spec.), zuring (Rumex spec.), paardenbloem (Taraxacum officinale), fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), distel (Carduus spec.), wikke (Vicia spec.) en boterbloem (Ranunculus spec.). Deze soorten zijn niet beschermd.

3.5 Vleermuizen In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Wel zijn er bomen met holtes en losse schors aanwezig die een verblijfplaats kunnen zijn voor diverse soorten vleermuizen. De lijnvormige elementen in het gebied kunnen vliegroutes zijn van diverse soorten vleermuizen. Vleermuizen kunnen het plangebied gebruiken als foerageergebied. De aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied kan niet worden uitgesloten.

3.6 Knaagdieren Het plangebied valt in het bekende verspreidingsgebied van de bever (Castor fiber), de Europese hamster (Cricetus cricetus) en de eekhoorn (Sciurus vulgaris). Door het ontbreken van oppervlaktewater met een minimale diepte van 50 cm, is er geen geschikt habitat voor de bever aanwezig binnen het plangebied. Hierdoor is de aanwezigheid van de bever uitgesloten. De Europese hamster komt slechts nog voor in enkele hamsterreservaten. Deze zijn niet aanwezig binnen het plangebied waardoor de aanwezigheid van de Europese hamster kan worden uitgesloten. Door de aanwezigheid van bomen, houtwallen en bosschages kan de aanwezigheid van de eekhoorn niet worden uitgesloten. De eekhoorn is in Limburg vrijgesteld van de Wet natuurbescherming in de periode maart-april en juli t/m november.

3.7 Muizen In het plangebied worden geen beschermde muizen (grote bosmuis, Noordse woelmuis, hazelmuis, waterspitsmuis, veldspitsmuis en eikelmuis) verwacht door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt. Voor aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, molmuis, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis en woelrat geldt, dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

3.8 Marterachtigen Het plangebied ligt in het bekende verspreidingsgebied van de steenmarter (Martes foina) en de das (Meles meles). In de omgeving zijn diverse waarnemingen van de steenmarter en de das bekend. Het gebied herbergt potentieel geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten. Verder is het gebied potentieel foerageergebied voor beide soorten. De steenmarter is in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m februari. Voor de das geldt geen vrijstelling.

Ecologische quickscan

10

Het gebied valt verder binnen het bekende verspreidingsgebied van bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis). Er is voldoende geschikt leefgebied voor deze soorten aanwezig. Deze soorten kunnen niet worden uitgesloten in het plangebied. Echter voor bunzing, hermelijn en wezel geldt, dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Voor het overige worden in het plangebied geen beschermde marterachtigen (otter en boommarter) verwacht, omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied van deze soorten ligt en omdat er geen geschikt habitat in het plangebied aanwezig is.

3.9 Overige zoogdieren In het plangebied worden geen beschermde roofdieren (wilde kat, lynx en wolf) verwacht, omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied van deze soorten ligt en omdat er geen geschikt habitat in het plangebied aanwezig is. Er worden logischerwijs geen beschermde zeezoogdieren (21 soorten walvisachtigen) in het plangebied verwacht, door het ontbreken van geschikt habitat. Het plangebied valt binnen het bekende verspreidingsgebied en herbergt geschikt habitat voor vos, ree, haas, konijn en egel. Voor deze soorten geldt, dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Voor grote hoefdieren damhert en edelhert ontbreekt geschikt habitat of het plangebied ligt buiten het verspreidingsgebied, waardoor deze niet in het plangebied te verwachten zijn. Het plangebied ligt wel in het bekende verspreidingsgebied van het wild zwijn (Sus scrofa) en er is tevens geschikt habitat voor deze soort aanwezig. Aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan dan ook niet worden uitgesloten.

3.10 Reptielen Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van de hazelworm (Anguis fragilis) en de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) en er is geschikt habitat voor deze soorten in het plangebied aanwezig. Derhalve kan de aanwezigheid van deze soorten niet worden uitgesloten. Overige beschermde reptielen (gladde slang, ringslang, adder, muurhagedis en zandhagedis) worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt. De hazelworm is in Limburg vrijgesteld in de periode juli, augustus en september. De levendbarende hagedis is vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m 15 oktober.

3.11 Amfibieën Het plangebied valt binnen het bekende verspreidingsgebied van de boomkikker (Hyla arborea), kamsalamander (Triturus cristatus), rugstreeppad (Epidalea calamita), alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) en de poelkikker (Pelophylax lessonae). Echter door het ontbreken van poelen en omdat de Molenbeek in de zomer droog staat, ontbreekt geschikt habitat waardoor deze soorten kunnen worden uitgesloten. De boomkikker komt wel voor in het zuidelijker gelegen natuurgebied De Doort. Wanneer in het plangebied poelen worden gegraven en wanneer de Molenbeek weer watervoerend wordt, bestaat de kans dat de boomkikker zijn weg vindt naar dit gebied.

Ecologische quickscan

11

Voor het overige worden geen beschermde amfibieën (knoflookpad, geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad, heikikker, vuursalamander en vinpootsalamander) verwacht, door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied niet in het verspreidingsgebied ligt. Voor kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en meerkikker geldt dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

3.12 Vissen In het plangebied is geen open water aanwezig. De Molenbeek staat in de zomer droog. De aanwezigheid van beschermde vissen is dan ook uitgesloten.

3.13 Vlinders en libellen Vlinders Het plangebied valt binnen het bekende verspreidingsgebied van de grote vos (Nymphalis polychloros), teunisbloempijlstaart (Oserpinus proserpina) en de veldparelmoervlinder (Melitaea cinxia). Binnen het plangebied is eveneens geschikt habitat voor deze vlinders aanwezig, waardoor aanwezigheid niet kan worden uitgesloten. Grote vos De aanwezigheid van grote vos kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De habitat van deze soort bestaat uit vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Deze habitats zijn in het plangebied aanwezig. Waardplanten zijn iep, zoete kers en wilgensoorten. Teunisbloempijlstaart De aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De habitat van deze soort bestaat uit open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Bosranden en warme open plaatsen zijn in het plangebied aanwezig. Waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Veldparelmoervlinder De aanwezigheid van de veldparelmoervlinder kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De habitat van deze soort bestaat uit kruidenrijke, droge en schrale graslanden met een open, korte, vrij rommelige mozaïekstructuur. Waardplanten zijn vooral exemplaren van de smalle weegbree.

Overige beschermde vlindersoorten De aanwezigheid van andere beschermde vlinders kan worden uitgesloten, omdat het plangebied niet binnen het bekende verspreidingsgebied ligt of omdat er geen geschikt habitat binnen het plangebied aanwezig is. Overige vlindersoorten Tijdens het terreinbezoek zijn diverse vlinders waargenomen, waaronder de atalanta (Vanessa atalanta), bont zandoogje (Pararge aegeria) en diverse witjes (Pieris spec.). Deze vlinders zijn echter niet beschermd. Libellen In het plangebied zijn geen voedselarme wateren aanwezig. De Molenbeek staat in de zomer droog. De aanwezigheid van beschermde libellen is dan ook uitgesloten.

Ecologische quickscan

12

3.14 Overige ongewervelden In het plangebied worden geen overige beschermde ongewervelden (brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, vermiljoenkever, platte schijfhoren, heldenbok, juchtleerkever, vliegend hert en Europese rivierkreeft) verwacht door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt.

3.15 Samenvatting resultaten Van de onderstaande resultaten wordt in hoofdstuk 4 getoetst of de ingreep negatieve effecten heeft en of deze effecten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Beschermde gebieden Uit de resultaten blijkt, dat het plangebied nabij de Natura2000 gebieden Grensmaas en Abdij Lilbosch & voormalig klooster Mariahoop ligt. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk. Beschermde soorten Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek zijn de volgende soorten of soortgroepen in het plangebied aangetroffen of kan de aanwezigheid ervan niet worden uitgesloten. Vrijgestelde soorten zijn hierbij niet opgenomen. In onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven.

Ecologische quickscan

13

Tabel 1: Soort(groepen) (potentieel) aanwezig (aangegeven met ‘X’) met functie en beschermingsregime Soort/soortgroep

Functie

Aanwezig

Algemene vogelsoorten

Leefgebied, verblijfplaats

X

Bosuil

Leefgebied, verblijfplaats Boomvalk Leefgebied, verblijfplaats Havik Leefgebied, verblijfplaats Ransuil Leefgebied, verblijfplaats Roek Leefgebied, verblijfplaats Steenuil Leefgebied, X verblijfplaats Torenvalk Leefgebied, verblijfplaats Blauwe reiger Leefgebied, verblijfplaats Buizerd Leefgebied, X verblijfplaats Grauwe klauwier Leefgebied, verblijfplaats Ringmus Leefgebied, verblijfplaats Sperwer Leefgebied, verblijfplaats Spotvogel Leefgebied, verblijfplaats Zomertortel Leefgebied, verblijfplaats Vleermuizen Leefgebied, verblijfplaats, vliegroutes Eekhoorn Leefgebied, verblijfplaats Steenmarter Leefgebied, verblijfplaats Das Leefgebied, verblijfplaats Wild zwijn Leefgebied, verblijfplaats Hazelworm Leefgebied, verblijfplaats Levendbarende Leefgebied, hagedis verblijfplaats Grote vos Leefgebied, verblijfplaats Teunisbloempijlstaart Leefgebied, verblijfplaats Veldparelmoervlinder Leefgebied, verblijfplaats VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten

Mogelijk aanwezig

Beschermingsregime VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR VR

X

VR

X

VR VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

HR

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

HR

X

AS

Ecologische quickscan

14

4. Effectbeoordeling en toetsing Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het terreinonderzoek, wordt in dit hoofdstuk beoordeeld wat de te verwachten effecten van de ingreep zijn op beschermde gebieden en soorten. Als er negatieve effecten optreden, worden deze getoetst aan de Wet natuurbescherming. Daarna wordt aangegeven of er een aangepaste werkwijze, aanvullend onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is.

4.1 Beschermde gebieden Ten aanzien van Natura2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. De dichtstbijzijnde Natura2000 gebieden zijn de Grensmaas (1,3 km) en Abdij Lilbosch & voormalig klooster Mariahoop (4,1 km). In deze gebieden zijn geen stikstofgevoelige habitats aanwezig en staan derhalve niet op de lijst van stikstofgevoelige Natura2000 gebieden. Echter overige Natura2000 gebieden die in Limburg, België en Duitsland gelegen zijn, staan wel op de lijst van stikstofgevoelige Natura2000 gebieden. Door menselijke invloeden in het tussenliggende gebied zoals drukke verbindingswegen, bebouwing, (intensieve) landbouwgronden en door de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door geluidsverstoring of visuele verstoring als gevolg van de ingreep op deze Natura2000 gebieden uitgesloten. Het is te verwachten dat de stikstof die vrijkomt bij de ingreep te verwaarlozen is in verhouding met de stikstof die vrijkomt door het reeds aanwezige verkeer, landbouw en bebouwd gebied in de omgeving. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk. Derhalve zijn vervolgstappen in dit kader niet noodzakelijk.

4.2 Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied worden geen houtopstanden gekapt, bescherming van houtopstanden is derhalve niet van toepassing.

4.3 Beschermde soorten Vogels In het plangebied zijn diverse vogelsoorten aanwezig en/of te verwachten. De vogelsoorten die (mogelijk) in het plangebied aanwezig zijn, hebben hun nesten in bomen, struwelen en houtwallen. Er zijn ook weidevogels in het gebied aanwezig die hun nesten kunnen hebben in de graslanden en de boomgaard. Het is verboden om vogels te vangen en te doden en om voornoemde nesten of rustplaatsen, te verstoren, te vernielen of te verwijderen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. Het verstoren van broedende vogels is te allen tijde verboden, ook voor nesten van vogels die niet jaarrond beschermd zijn. Voor de vogels uit categorie 1-3 geldt, dat hun nesten jaarrond beschermd zijn en dat deze niet verwijderd mogen worden. Voor de vogels uit categorie 4 geldt, dat er voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven.

Ecologische quickscan

15

Er worden geen bomen, houtopstanden of struwelen gekapt. De graslanden blijven onveranderd. Voor vogels die hier hun nesten hebben, heeft de ingreep geen negatieve effecten. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. Vleermuizen Uit de resultaten blijkt, dat diverse soorten vleermuizen kunnen voorkomen in het plangebied. De aanwezige bomen met holtes en losse schors kunnen een geschikte verblijfplaats zijn. De hagen, houtwallen en struwelen kunnen geschikte vliegroutes zijn. Het hele plangebied is geschikt foerageergebied. Het is verboden om vleermuizen te vangen, te doden, te verstoren en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wet Natuurbescherming. Er worden geen bomen, houtwallen, hagen en struwelen gekapt. De ingreep heeft geen negatieve effecten op vleermuizen. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd, wordt het voedselaanbod groter en worden meer vliegroutes gerealiseerd. Eekhoorn De eekhoorn kan nesten hebben in hoge bomen.

Het is verboden om eekhoorns te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De eekhoorn is in Limburg vrijgesteld in de periode maart-april en juli t/m november. Er worden geen houtopstanden in het plangebied gekapt, waardoor de ingreep geen negatieve effecten heeft op de aanwezigheid van de eekhoorn. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. Steenmarter De aanwezigheid van de steenmarter kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De steenmarter kan hier verblijfplaatsen hebben en foerageergebied. Het is verboden om steenmarters te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De steenmarter is in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m februari. De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van de steenmarter. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter.

Das De aanwezigheid van de das kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De das kan hier verblijfplaatsen hebben en foerageergebied. Het is verboden om dassen te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van de das. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter.

Ecologische quickscan

16

Wild zwijn De aanwezigheid van het wild zwijn kan niet worden uitgesloten in het plangebied. Wilde zwijnen kunnen hier verblijfplaatsen hebben en foerageergebied. Het is verboden om wilde zwijnen te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van wilde zwijnen. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. Hazelworm De aanwezigheid van de hazelworm kan niet worden uitgesloten in het plangebied. Hazelwormen kunnen hier verblijfplaatsen en hun leefgebied hebben. Het is verboden om hazelwormen te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De hazelworm is in Limburg vrijgesteld in de periode juli t/m september. De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van hazelwormen. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter.

Levendbarende hagedis De aanwezigheid van de levendbarende hagedis kan niet worden uitgesloten in het plangebied. Levendbarende hagedissen kunnen hier verblijfplaatsen en hun leefgebied hebben. Het is verboden om levendbarende hagedissen te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De levendbarende hagedis is in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m 15 oktober. De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van levendbarende hagedissen. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. Grote vos De aanwezigheid van grote vos kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De habitat van deze soort bestaat uit vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Deze habitats zijn in het plangebied aanwezig. Waardplanten zijn iep, zoete kers en wilgensoorten. Het is verboden om vlinders van deze soort te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. Er worden echter geen houtopstanden in het plangebied gekapt.

De ingreep heeft geen negatieve effecten op de aanwezigheid van deze soort. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. Teunisbloempijlstaart De aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De habitat van deze soort bestaat uit open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Bosranden en warme open plaatsen zijn in het plangebied aanwezig. Waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Het is verboden om vlinders van deze soort te vangen, te doden, te verstoren en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wet Natuurbescherming.

Ecologische quickscan

17

De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. Veldparelmoervlinder De aanwezigheid van de veldparelmoervlinder kan niet worden uitgesloten in het plangebied. De habitat van deze soort bestaat uit kruidenrijke, droge en schrale graslanden met een open, korte, vrij rommelige mozaïekstructuur. Waardplanten zijn vooral exemplaren van de smalle weegbree. Het is verboden om vlinders van deze soort te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De ingreep heeft echter geen negatieve effecten op de aanwezigheid van de veldparelmoervlinder. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter.

4.4 Samenvatting effectbeoordeling en toetsing Uit de effectbeoordeling volgt voor welke soorten/soortgroepen de ingreep wel of geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten. In onderstaande tabel is aangegeven of er negatieve effecten zijn (rood), geen effecten zijn (groen) en of de effecten en daarmee de overtredingen zijn te voorkomen door middel van aangepaste werkwijze (met Ja aangegeven).

Ecologische quickscan

18

Tabel 2: Samenvatting effectbeoordeling en overtreding van Wet natuurbescherming (Wnb) Soort/soortgroep

Functie

Aanwezig

Algemene vogelsoorten

Leefgebied, verblijfplaats

X

Bosuil

Leefgebied, verblijfplaats Boomvalk Leefgebied, verblijfplaats Havik Leefgebied, verblijfplaats Ransuil Leefgebied, verblijfplaats Roek Leefgebied, verblijfplaats Steenuil Leefgebied, X verblijfplaats Torenvalk Leefgebied, verblijfplaats Blauwe reiger Leefgebied, verblijfplaats Buizerd Leefgebied, X verblijfplaats Grauwe klauwier Leefgebied, verblijfplaats Ringmus Leefgebied, verblijfplaats Sperwer Leefgebied, verblijfplaats Spotvogel Leefgebied, verblijfplaats Zomertortel Leefgebied, verblijfplaats Vleermuizen Leefgebied, verblijfplaats, vliegroutes Eekhoorn Leefgebied, verblijfplaats Steenmarter Leefgebied, verblijfplaats Das Leefgebied, verblijfplaats Wild zwijn Leefgebied, verblijfplaats Hazelworm Leefgebied, verblijfplaats Levendbarende Leefgebied, hagedis verblijfplaats Grote vos Leefgebied, verblijfplaats Teunisbloempijlstaart Leefgebied, verblijfplaats Veldparelmoervlinder Leefgebied, verblijfplaats VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten

Mogelijk aanwezig

Overtreding

Aangepaste werkwijze

VR X

VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR VR

X

VR

X

VR VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

VR

X

HR

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

AS

X

HR

X

AS

Ecologische quickscan

19

5. Conclusie en aanbevelingen In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

5.1 Beschermde gebieden De ingreep leidt niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura2000 gebieden. De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Nadere toetsing aan het NNN is niet nodig.

5.2 Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied worden geen houtopstanden gekapt, bescherming van houtopstanden is derhalve niet van toepassing. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing.

5.3 Beschermde soorten Vogels Alle in het wild levende vogels in Nederland zijn beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. In het plangebied kunnen diverse vogelsoorten hun nesten en leefgebied hebben. Nesten van vogelsoorten uit categorie 1-3 zijn jaarrond beschermd. Voor vogels uit categorie 4 geldt dat er voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven. De ingreep heeft geen negatieve effecten op de aanwezigheid van de vogelsoorten uit de categorie 1 t/m 4. De ingreep heeft geen negatieve effecten op de aanwezigheid van algemene vogelsoorten. Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd volgens het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. In het plangebied kunnen diverse soorten vleermuizen hun verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de potentieel aanwezige vleermuizen, hun verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Eekhoorn De eekhoorn is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan de eekhoorn mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van de eekhoorn. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Steenmarter De steenmarter is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten.

In het plangebied kan de steenmarter mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van de steenmarter. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Das De das is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan de das mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van de das. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden.

Ecologische quickscan

20

Wild zwijn Het wild zwijn is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan het wild zwijn mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van het wild zwijn. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Hazelworm De hazelworm is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan de hazelworm mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van de hazelworm. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan de levendbarende hagedis mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van de levendbarende hagedis. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Grote vos De grote vos is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan de grote vos mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van deze vlindersoort. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden.

Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart is beschermd volgens het beschermingsregime Habitatrichtlijn. In het plangebied kan de teunisbloempijlstaart mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van deze vlindersoort. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Veldparelmoervlinder De veldparelmoervlinder is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In het plangebied kan de veldparelmoervlinder mogelijk zijn vaste rust- en/of verblijfplaats en leefgebied hebben. De ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van deze vlindersoort. Derhalve wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden.

5.4 Samenvatting De aanwezigheid van een aantal beschermde soorten kan niet worden uitgesloten in het plangebied. Echter de ingreep heeft geen negatief effect op de aanwezigheid van deze soorten. Door het aanleggen van voedselbos, hagen, houtwallen, struwelen en fruitbomen, worden in de toekomst meer mogelijkheden voor verblijfplaatsen gerealiseerd en wordt het voedselaanbod groter. De verwachting is dan ook dat de biodiversiteit in het gebied in de toekomst zal toenemen.

Ecologische quickscan

21

6. Bronnenlijst 6.1 Websites • • • • • • • • • • •

www.eis-nederland.nl www.minez.nederlandse soorten.nl/zoeken-naar-soort www.ndff-ecogrid.nl www.ravon.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl

6.2 Literatuur •

• • • •

Broekhuizen S., Spoelstra K., Thissen J.B.M., Canters K.J. en Buys J.C. (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers C.M. en Van Delft J.C.W., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Dietz C., Von Helversen O. en Nill D., 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Tirion Natuur. Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten diverse beschermde soorten, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

Ecologische quickscan

22

Bijlagen 1. Foto impressie 2. Visiekaart 3. Wet- en regelgeving 4. Lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten 5. Lijst van vrijgestelde soorten

Bijlage 1 Foto overzicht

Foto 1. Noordelijk gelegen perceel grasland ten westen van de oude trambaan

Foto 2. Noordelijk gelegen perceel grasland ten westen van de oude trambaan

Foto 3. Zuidelijk gelegen perceel grasland ten westen van de oude trambaan

Foto 4. Zuidelijk gelegen perceel grasland ten westen van de oude trambaan

Foto 5. Knoopkruid in het zuidelijk gelegen perceel grasland

Foto 6. Diverse wissels lopen vanuit de houtwallen naar het grasland

Foto 7. Wandelpad over tracé oude trambaan

Foto 8. Wandelpad over tracé oude trambaan

Foto 9. Drooggevallen Molenbeek

Foto 10. Drooggevallen Molenbeek

Foto 11. Graslandje perceel AC 1040

Foto 12. Graslandje perceel AC 559

Foto 13. Oude boomgaard perceel AC 559

Foto 14. Oude boomgaard perceel AC 559

Foto 15. Steenuilenkast in notenboom

Foto 16. Maïsakker ten zuiden van de Molenbeek

Foto 17. Maïsakker ten zuiden van de Molenbeek

Foto 18. Maïsakker ten zuiden van de Molenbeek

Foto 19. Maïsakker ten noorden van de Molenbeek

Foto 20. Maïsakker ten noorden van de Molenbeek

Foto 21. Voormalige paardenwei perceel AC 1074

Foto 22. Voormalige paardenwei perceel AC 1074

Foto 23. Grasklokjes in de berm langs de veldweg nabij de voormalige paardenwei

Foto 24. Wandelpad langs de drooggevallen Molenbeek

Bijlage 2 Visiekaarten

Bijlage 3 Wet- en regelgeving Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Vanaf 2022 wordt deze wet opgenomen in de nieuwe Omgevingswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: • bescherming van Natura 2000-gebieden; • bescherming van soorten; • bescherming van houtopstanden. Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor gebieden of soorten (niet alleen de beschermde). Hieronder volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=cd5ef1b0-95c0-4004-8051-389e7c2d7a6d