CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissie Omgeving 23 oktober 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan en exploitatieplan Bedrijventerrein De Berk III21.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hoofdstuk 4

54

Ontwikkeling van bedrijventerreinen De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Er dient wel een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Wet natuurbescherming (passende beoordeling en plan-m.e.r.-plicht) Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-MER noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet noodzakelijk.

Uit paragraaf 4.5 ‘Ecologie’ blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is. Conclusie De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer en een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Het bestemmingplan heeft geen significante gevolgen op een Natura 2000-gebied. Er hoeft derhalve geen passende beoordeling te worden uitgevoerd en vanuit de Wet natuurbescherming geldt geen m.e.r.-plicht. 4.8.2 M.e.r.-beoordeling Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm.

Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. De achterliggende gedachte bij de m.e.r.-beoordeling is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;

Hoofdstuk 4

55

Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden.

In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van het project; 3. De kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project 

Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project 

Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect 

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Waarschijnlijkheid van het effect

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Criteria EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het plangebied heeft een bruto oppervlakte van circa 22 hectare. Het project richt zich op de uitbreiding van het bedrijventerrein De Berk, ten oosten van het bestaande bedrijventerrein

Cumulatie met andere projecten

Nee.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

N.v.t. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.

Hoofdstuk 4

56

Kenmerken van het project Criteria

Toets

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats op agrarische percelen, aansluitend op het stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden, maar dit betreft geen hinder groter dan bij reguliere bouwwerkzaamheden.

Luchtkwaliteit (zie ook paragraaf 4.2.3): geen belemmeringen Geluid: (zie ook paragraaf 4.2.2): geen belemmeringen bij het realiseren van geluidwerende maatregelen. Er wordt nog nader vervolgonderzoek uitgevoerd naar de benodigde aanvullende geluidreducerende maatregelen in het kader van een goed woon- en leefklimaat. Geur: geen belemmeringen (zie ook paragraaf 4.2.6) Verkeersaantrekkende werking: geen belemmeringen (zie ook paragraaf 4.6) Risico van ongevallen

Er is sprake van de uitbreiding van een bedrijventerrein. Ter plaatse worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Er is daarmee geen sprake van de realisatie van een nieuwe risicobron.

Plaats van het object Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

In de huidige situatie zijn de gronden waar de uitbreiding van het bedrijventerrein is voorzien in gebruik als agrarische gronden (akkerland en weilanden). In het plangebied is sprake van een bosschage. Deze zal worden verwijderd ten behoeve van de ontwikkeling. (zie ook paragraaf 4.5 Ecologie)

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het

N.v.t.

regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: 

gevoelige gebieden (wetlands,

Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van door Wet natuurbescherming

kustgebieden, berg- en bosgebie-

beschermde gebieden (zie ook paragraaf 4.5 ‘Ecologie’)

den, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) 

gebieden waarin bij communau-

Nee.

taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden 

gebieden met een hoge bevol-

N.v.t.

kingsdichtheid

Hoofdstuk 4

57

Kenmerken van het project Criteria

Toets

landschappen van historisch, cul-

Cultuurhistorie (zie ook paragraaf 4.3): binnen het plangebied en de directe omge-

tureel of archeologisch belang

ving is geen sprake van landschappen van (cultuur)historisch belang. Archeologie (zie ook paragraaf 4.3): Uit onderzoek volgt dat vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven moet plaatsvinden. Ter bescherming van de archeologische waarden is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Nee.

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Nee, uit een verschilberekening tussen huidig en toekomstig gebruik blijkt dat er geen overschrijdingen plaatsvinden op de stikstofgevoelige habitattypen van de omliggende Natura 2000-gebieden (zie paragraaf 4.5 ‘Ecologie’).

Watergebied van internationale beteke-

Nee.

nis Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op NNN-ge-

(voormalige EHS)

bieden in de nabijheid wordt geen negatieve invloed uitgeoefend door de uitgifte van de bedrijfskavels.

Landschappelijk waardevol gebied

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties. waterwingebieden,

Nee, zie paragraaf 4.7 ‘Waterhuishouding’.

en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument

Er zijn binnen het plangebied geen beschermde monumenten aanwezig. Ook zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen beschermde monumenten aanwezig waarop een negatieve invloed zou kunnen worden uitgeoefend.

Belvedere-gebied

Nee.

Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische

N.v.t.

zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het

Nee.

effect Waarschijnlijkheid van het effect

Hoofdstuk 4

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

58

Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid

Er is sprake van permanente nieuwbouw, waarbij de effecten blijvend zijn. Zoals

van het effect

echter al verwoord in het voorgaande, zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Hoofdstuk 4

59

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

5.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De regels en verbeelding zijn opgesteld op basis van de landelijk geldende standaarden (SVBP 2012) en daarnaast is aansluiting gezocht bij het meest recente bestemmingsplan ‘De Berk 2012’ (vastgesteld op 27 juni 2013), dat van toepassing is op het noordwestelijk gelegen bedrijventerrein. Ook is rekening gehouden met het facetbestemmingsplan ‘Deregulering’.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen aanduidingen zijn aangegeven, waaraan in de regels voorwaarden zijn verbonden. De opgenomen verklaring is niet juridisch bindend en is op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding.

5.3 Toelichting op de regels De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten:  Hoofdstuk 1: Inleidende regels;  Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels;  Hoofdstuk 3: Algemene regels;  Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 5.3.1 Inleidende regels De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten. Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn.

Hoofdstuk 5

60

Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden. 5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd:  bestemmingsomschrijving;  bouwregels;  nadere eisen;  afwijken van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijken van de gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden;  omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;  wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel.

De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Bedrijventerrein De bestemming ‘Bedrijventerrein’ is opgenomen voor de bedrijfskavels in het plangebied.

Hoofdstuk 5

61

Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ zijn toegestaan: a. industriële, ambachtelijke en groothandelsbedrijven met een perceelsomvang van minimaal 1.000 m2 en maximaal 5.000 m², overeenkomstig onderstaande tabel: Ter plaatse van de aanduiding

Bedrijven die zijn opgenomen in de van deze regels deel uitmakende toegesneden lijst van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij de regels) onder: Bedrijf van categorie 2 <= b <= 3.1 Categorie 2 tot en met 3.1 -bedrijven, met een grootste afstand van 50 m* Bedrijf van categorie 2 <= b <= 3.2 Categorie 2 tot en met 3.2 -bedrijven, met een grootste afstand van 100 m* * alsmede daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijven. een en ander met uitzondering van risicovolle inrichtingen; b. per bouwperceel mag maximaal één bedrijf worden gevestigd; c. productiegebonden detailhandel, niet zijnde handel in voeding- en genotmiddelen, mits de verkoopvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 10% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 500 m²; d. detailhandel in ABC-goederen; e. maximaal 1 horecabedrijf in de categorie 1, gericht op en ondersteunend aan het omliggende bedrijventerrein; f. groothandel met uitzondering van zelfbedieningsgroothandelsbedrijven; g. kantoren bij bedrijven, niet zijnde zelfstandige kantoren, mits het kantoorvloeroppervlak maximaal 40% van het bedrijfsvloeroppervlakte van de gebouwen bedraagt, tot een maximum van 1.500 m²; h. een gemeentewerf inclusief zoutopslag, opslag bestratingsmateriaal en gevonden (elektrische) fietsen en scooters, alsmede opslag zoals opgenomen in Bijlage 2 Opslag en installaties'; i.

opslag als bedrijfsmatige activiteit zoals opgenomen in Bijlage 2 Opslag en installaties' en ondergeschikte opslag tot maximaal 15 % van het perceel die inherent is aan het toegelaten gebruik. Voor open opslag gelden de navolgende voorwaarden: 1. voor de voorgevelrooilijn is geen opslag toegestaan; 2. de afstand tot de zijdelingse en achtergelegen perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 meter; 3. de maximale hoogte is 3 m; 4. open opslag moet aan het zicht onttrokken zijn door afscherming. met de daarbij behorende: j. terreinen en verhardingen; k. voorzieningen ter ontsluiting van de bedrijven; l. wegen, paden en parkeervoorzieningen; m. groenvoorzieningen;

Hoofdstuk 5

62

n. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; o. blusvijvers en bluswatervoorzieningen. Bedrijfswoningen zijn in de specifieke gebruiksregels expliciet verboden. Daarnaast zijn in de specifieke gebruiksregels nog diverse andere functies uitgesloten. Binnen de bestemming zijn bouwvlakken opgenomen. De maximaal toegestane bouwhoogte en het minimum en maximum bebouwingspercentage zijn middels maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding aangegeven. Ter waarborging van het stedenbouwkundig beeld zijn daarnaast regels gesteld ten aanzien van de omvang en ligging van gebouwen en bouwwerken. De bouwregels zijn mede gebaseerd op het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van de toelichting. Er zijn daarnaast voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor het realiseren van geluidwerende voorzieningen en piekgeluiden. Groen De bestemming ‘Groen’ is opgenomen voor de westrand van het bedrijventerrein, de groenstrook centraal in het plangebied, de groenstroken ten oosten van het bedrijventerrein en ter plaatse van de beoogde geluidwal aan de westzijde van het spoor. De groenstroken ten oosten van het bedrijventerrein zijn voornamelijk ten behoeve van de waterberging binnen het gebied.

Binnen de groenbestemming zijn groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen, voorzieningen van algemeen nut, voorzieningen ter ontsluiting van bedrijven, kunstwerken, waterlopen en waterpartijen, boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede een geluidswal met geluidsscherm ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - geluidswal 1', een geluidswal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - geluidswal 2' en een geluidsscherm ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - geluidsscherm'. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een voorziening van algemeen nut. Daarnaast zijn bouwregels voor bouwwerken geen gebouw zijnde en specifieke gebruiksregels opgenomen. Verkeer De wegen, inclusief naastgelegen bermen, paden en waterbergingen, en de parkeerterreinen zijn bestemd tot ‘Verkeer’. Drie kleine stukjes grond aan de westzijde van de spoorlijn waar de geluidswal is gelegen, zijn eveneens bestemd als ‘Verkeer’.

Binnen deze bestemming zijn wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers- en verblijfsfunctie, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting, straatmeubilair, voorzieningen van algemeen nut, kunstwerken, waterlopen en waterpartijen, alsmede boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Ook is een aanduiding ‘calamiteitenontsluiting’ opgenomen. Ter plaatse van de bestaande geluidswal met beoogd geluidsscherm aan de westzijde van het spoor is de aanduiding 'specifieke vorm van groen - geluidswal 1' opgenomen. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een voorziening van algemeen nut. Daarnaast zijn bouwregels voor bouwwerken geen gebouw zijnde en specifieke gebruiksregels opgenomen.

Hoofdstuk 5

63

Waarde - Archeologie 3 De binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; danwel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 5.3.3 Algemene regels In de algemene regels zijn regels opgenomen die van toepassing zijn op het gehele plangebied, te weten, de antidubbeltelregel, algemene bouw-, gebruiks- en afwijkingsregels en overige regels. Anti-dubbeltelregel In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn algemene bouwregels en regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen, alsmede de parkeernormen. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een regel opgenomen omtrent strijdig gebruik en de maximale omvang van een ondergeschikte functie.

Algemene aanduidingsregels Binnen het plangebied is een ‘geluidzone industrie’ van toepassing. Ter plaatse is het verboden nieuwe woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen te realiseren. Daarnaast is aan de westzijde van het spoor een 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' van toepassing. Ter plaatse mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gerealiseerd. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

Hoofdstuk 5

64

Algemene procedureregels In deze bepaling zijn procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen, afwijken van het bestemmingsplan, voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden en voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Overige regels Dit artikel bevat een verwijzing naar wettelijke regelingen, alsmede voorrangsregels bij dubbelbestemmingen. 5.3.4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk is het sluitstuk van de regels en bevat alle bepalingen die nog niet elders ondergebracht zijn. De regels zijn algemeen van aard en gelden in principe voor alle bestemmingen. Overgangsrecht In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.

Hoofdstuk 5

65

6.

PROCEDURE

6.1 Procedure Een bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De wettelijke procedure start met de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp exploitatieplan. De procedure ziet er als volgt uit:  Vooroverleg met betrokken instanties;  Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan en ontwerp exploitatieplan;  Terinzagelegging van beide ontwerpen en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten;  Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;  Vaststelling van het bestemmingsplan en exploitatieplan door de gemeenteraad binnen 12 weken;  Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan en exploitatieplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling;  Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden  Inwerkingtreding op de dag na afloop

van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2 Vooroverleg en inspraak Op 15 oktober 2020 heeft een digitale informatieavond plaatsgevonden over het nieuwe bestemmingsplan, waarbij de gelegenheid is geboden om vragen te stellen. Vervolgens heeft het voorontwerpbestemmingsplan “Bedrijventerrein De Berk III” met ingang van 1 juli 2022 voor vier weken (tot en met 28 juli 2022) ter inzage gelegen. Het voorontwerpbestemmingsplan is tevens beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website. Binnen die termijn is een ieder de mogelijkheid geboden om inspraakreacties in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren. In die periode zijn nog twee informatieavonden gehouden op respectievelijk 11 juli 2022 en 13 juli 2022.

Hoofdstuk 6

66

Het voorontwerpbestemmingsplan is tevens conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening ten behoeve van het vooroverleg gezonden naar de betrokken instanties. Ook is het plan regionaal afgestemd. Gedurende deze periode zijn inspraak- en vooroverlegreacties ingekomen. Dit heeft tot aanpassingen aan het plan geleid. Daarnaast zijn ambtshalve enkele aanpassingen voorgesteld en zijn onderzoeken nader aangevuld. De ‘Inspraak- en vooroverlegnota De Berk III’ waarin het voorgaande nader is toegelicht, is opgenomen in de bijlagen.

6.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening vanaf vrijdag 9 juni 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpexploitatieplan zijn tien zienswijzen ingekomen, alle binnen de wettelijke termijn (plus een toegekende extra motiveringstermijn van twee weken). Ze voldoen voor het overige aan de indieningsvereisten, zodat ze allen ontvankelijk zijn. Voor een weergave van de zienswijzen en voor een inhoudelijke standpuntbepaling naar aanleiding van de zienswijzen wordt verwezen naar de ‘Nota van vooroverlegreacties, zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bedrijventerrein De Berk III’, welke als bijlage is toegevoegd.

Hoofdstuk 6

67

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.BRO.nl

Hoofdstuk 6

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=0ba61981-a8b8-421b-ac2a-01dcfe026ca8