CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissie Omgeving 23 oktober 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan en exploitatieplan Bedrijventerrein De Berk III21.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan “Bedrijventerrein De Berk III” Gemeente Echt-Susteren Vastgesteld

Bestemmingsplan “Bedrijventerrein De Berk III” Gemeente Echt-Susteren Vastgesteld

Identificatienummer:

NL.IMRO.1711.BP20220850-VG01

Rapportnummer BRO:

P03458

Datum:

11 september 2023

Opdrachtgever:

Gemeente Echt-Susteren

Projectteam BRO:

HLe, DAd

Voorontwerp

11 mei 2022, 10 juni 2022, 16 juni 2022, 27 juni 2022

Ontwerp:

11 mei 2023

Vaststelling:

9 november 2023

Trefwoorden:

Bestemmingsplan, bedrijventerrein, De Berk, Echt, gemeente Echt-Susteren.

Bron foto kaft:

Hollandse Hoogte 4

Beknopte inhoud:

Toelichting ten behoeve van de ontwikkeling van het bedrijventerrein ‘De Berk’ te Echt-Susteren.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

TOELICHTING

2

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en grens van het plangebied 1.3 Vigerend juridisch-planologisch kader 1.4 Leeswijzer

4 4 5 6 10

2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige ontwikkeling 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

11 11 12 12

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

16 16

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

16 17 18 19

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 3.2.4 Missiegedreven economisch beleidskader Limburg 3.3 Regionaal beleid

19

3.3.1 Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg (2019) 3.4 Gemeentelijk beleid

29 31

21 26 28 29

3.4.1 Structuurvisie Echt-Susteren 2025

31

4. UITVOERINGSASPECTEN 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Milieuaspecten

33 33 33

4.2.1 Bodem 4.2.2 Geluidhinder 4.2.3 Luchtkwaliteit 4.2.4 Externe veiligheid 4.2.5 Milieuzonering 4.2.6 Geurhinder 4.2 Archeologie en cultuurhistorie

33 34 36 38 41 42 43

Inhoudsopgave

1

4.3 Leidingen en infrastructuur 4.4 Ecologie 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Waterhuishouding

45 45 50 52

KENMERKEN VAN HET WATERSYSTEEM 4.8 M.e.r.-plicht

52 54

4.8.1 Beoordeling directe m.e.r.-plicht 4.8.2 M.e.r.-beoordeling

54 55

5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels

60 60 60 60

5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels 5.3.4 Overgangs- en slotregels

60 61 64 65

6. PROCEDURE 6.1 Procedure 6.2 Vooroverleg en inspraak 6.3 Zienswijzen

66 66 66 67

SEPARATE BIJLAGEN 1. Beeldkwaliteitsplan 2. Laddertoets Bedrijventerrein De Berk Echt 3. Verkennend bodemonderzoek 4. Akoestisch onderzoek 5. Luchtkwaliteitsonderzoek 6. Quickscan Externe Veiligheid 7. Notitie bedrijven en milieuzonering 8. Archeologisch onderzoek 9. Programma van eisen proefsleuvenonderzoek 10. Stikstofdepositieberekening 11. Quickscan Flora en Fauna 12. Rapportage veldbezoek das en holtebomen 13. Activiteitenplan das 14. Verkeerskundig onderzoek

Inhoudsopgave

2

15. Watertoets en Geohydrologisch onderzoek 16. Inspraak- en vooroverlegnota 17. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel De gemeente Echt-Susteren is voornemens bedrijventerrein ‘De Berk’ ten oosten van de spoorlijn Sittard-Roermond uit te breiden. In totaal zijn er ca. 45 kavels beoogd met elk een omvang van ca. 2.500 m² BVO. De kavels zijn bedoeld voor midden- en kleinbedrijf (MKB). De totale netto omvang van de ontwikkeling is ca. 12,9 ha. De vraag naar bedrijfskavels is groot maar er zijn nagenoeg geen geschikte kavels beschikbaar. Ten behoeve van de inrichting van dit bedrijventerrein is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen voor dit gebied zijn de beoogde ontwikkelingen niet mogelijk.

Topografische kaart met globale ligging plangebied (rode pijl)

De gemeente Echt-Susteren wil de ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk maken door middel van een herziening van het juridisch-planologisch kader. In voorliggend bestemmingsplan wordt de nieuwe bestemming voor de gronden binnen het plangebied wettelijk geregeld, waardoor nieuwe

Hoofdstuk 1

4

bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan, waarbinnen de beoogde ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

1.2 Ligging en grens van het plangebied Het nieuwe bedrijventerrein is beoogd aan de oostzijde van het bestaande bedrijventerrein ‘De Berk’, ten noordoosten van de kern Echt. Ter plaatse zijn thans agrarische gronden gelegen. Aan de noordzijde is het plangebied begrensd door de Roermondseweg en de Bandertveldweg, aan de oostzijde door de Rijksweg Noord (N276) en de Bandertlaan, aan de zuidzijde door de Paalweg en aan de westzijde door de spoorlijn Roermond-Sittard. Verder ten zuiden van het plangebied is ‘Leisurepark ‘De Bandert’ gelegen met onder andere verschillende sportclubs, een kartbaan en een skatepark. In verband met het treffen van geluidwerende voorzieningen wordt de bestaande geluidswal aan de westzijde van het spoor en aan de noordoostzijde van de woonwijk Echt-Noord betrokken in het plangebied.

Luchtfoto van het plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 1

5

1.3 Vigerend juridisch-planologisch kader Het plangebied is thans gelegen in verschillende bestemmingsplannen die in deze paragraaf nader besproken worden. Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Het beoogde bedrijventerrein ligt nagenoeg geheel in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, dat op 14 december 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren. Ter plaatse van dit deel van het plangebied zijn de gronden bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ is het beoogde bedrijventerrein echter niet mogelijk. Daarnaast is over het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ van toepassing. Tot slot zijn er in het westen van het plangebied nog twee aanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘vrijwaringszone – spoor’ van toepassing. De gronden in het plangebied zijn onder andere bestemd voor agrarische activiteiten.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ met ligging plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 1

6

Bestemmingsplan ‘‘Leisurepark De Bandert’ Voor een klein deel aan de zuidzijde van het beoogde bedrijventerrein geldt het bestemmingsplan ‘Leisurepark De Bandert’, dat op 5 juli 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren. Ter plaatse van dit deel van het plangebied zijn de gronden bestemd tot ‘Gemengd-Leisurepark’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’. De realisering van een ontsluiting ten behoeve van calamiteiten past in het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast is over het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ van toepassing.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Leisurepark De Bandert’ met ligging plangebied (rood omlijnd)

Bestemmingsplan ‘De Berk 2012’ De beoogde geluidswal ligt voor wat betreft het noordelijke deel in het bestemmingsplan ‘De Berk 2012’, dat op 27 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren.

Hoofdstuk 1

7

Ter plaatse van dit deel van het plangebied zijn de gronden bestemd als ‘Groen’. Er is geen regeling voor een geluidswal opgenomen. Deze is reeds bestaand en past wel binnen de functie groenvoorzieningen. Het realiseren van een geluidsscherm past echter niet in deze bestemming. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Leiding – Ondergronds’ en zijn de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’ van toepassing.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘De Berk 2012’ met ligging plangebied (rood omlijnd)

Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ Het zuidoostelijke deel van de geluidswal ligt in het bestemmingplan ‘Stedelijk gebied’, dat op 26 mei 2016 door de gemeenteraad van Echt – Susteren is vastgesteld. Ter plaatse van dit deel van het plangebied zijn de gronden eveneens bestemd als ‘Groen’ en daarnaast is heel beperkt de bestemming ‘Verkeer’ van toepassing. Er is geen regeling voor een geluidswal opgenomen. Deze is reeds bestaand en past wel binnen de functie groenvoorzieningen. Het realiseren van een geluidsscherm past echter niet in deze bestemming.

Hoofdstuk 1

8

Verder is ook binnen dit deel van het plangebied een ondergrondse leiding gelegen met de dubbelbestemming ‘Leiding – Ondergronds’. Daarnaast is de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’ van toepassing.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ met ligging plangebied (rood omlijnd)

Bestemmingsplan ‘Deregulering’ Voor het gehele plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Deregulering’ dat op 6 november 2019 is vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren. Meer specifiek geldt ter plaatse van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘overige zone – zone stedelijk gebied’. Het bestemmingsplan is vastgesteld om meer flexibiliteit te bieden aan ontwikkelingen. Daarnaast is nieuw beleid in het bestemmingsplan vertaald, zijn begripsbepalingen aangepast en is het facetbestemmingsplan ‘Sport- en recreatieve voorzieningen’ in dit facet bestemmingsplan ‘Deregulering’ opgegaan. Bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ Voor het gehele plangebied is het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ van toepassing. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Echt-Susteren vastgesteld op 22 september 2016. Middels dit bestemmingsplan is het cultuurhistorisch beleid van de gemeente juridisch geborgd. Binnen het plangebied zijn ingevolge dit paraplubestemmingsplan geen cultuurhistorische waarden van toepassing.

Hoofdstuk 1

9

1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding tezamen. De toelichting is een beschrijving van hetgeen middels het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast onderbouwt het de haalbaarheid van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt allereerst een beschrijving van zowel de bestaande situatie als de toekomstige ontwikkeling gegeven. De hoofdlijnen van beleid zijn vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de uitvoeringsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planopzet wordt beschreven. In hoofdstuk 6 vindt tot slot een beschrijving van de procedure plaats.

Hoofdstuk 1

10

2.

PLANBESCHRIJVING

2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen ten oosten van het bestaande bedrijventerrein ‘De Berk’ en ten noordoosten van de kern Echt. Het spoortraject Echt-Roermond vormt de grens tussen het plangebied en bedrijventerrein ‘De Berk’ in het noordwesten en een woongebied in het zuidwesten. Het plangebied wordt verder begrensd door de Roermondseweg en de Bandertveldweg in het noorden, RijkswegNoord (N276) en de Bandertlaan in het oosten en in het zuiden de Paalweg. Verder ten zuiden van het plangebied is ‘Leisurepark ‘De Bandert’ gelegen met onder andere verschillende sportclubs, een kartbaan en een skatepark. Ten behoeve van het realiseren van een geluidswal worden groenstroken aan de westzijde van het spoor en aan de noordoostzijde van de woonwijk Echt-Noord betrokken in het plangebied.

Luchtfoto van het plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 2

11

Het bestaande bedrijventerrein ‘De Berk’ aan de westzijde van het plangebied bestaat uit een verscheidenheid aan bedrijven. De verkaveling van het bedrijventerrein is overzichtelijk en de uitstraling van het terrein en de bedrijfsgebouwen is representatief. De straatprofielen zijn ruim opgezet en er is sprake van een eenheid. Het plangebied zelf kent hoofdzakelijk een agrarisch grondgebruik in de vorm van akkerland en weilanden. In het plangebied zijn daarnaast diverse bosschages aanwezig.

2.2 Toekomstige ontwikkeling In het plangebied is de uitbreiding van het bedrijventerrein ‘De Berk’ voorzien. Deze uitbreiding beslaat een bruto plangebied van circa 22 ha en is noodzakelijk om aan de vraag naar bedrijfskavels te kunnen blijven voldoen. Op de bedrijfskavels mogen bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken worden opgericht. De oppervlakte aan uitgeefbaar terrein is in totaal circa 12,9 ha. Het bedrijventerrein is beoogd voor het midden- en kleinbedrijf (MKB). Het openbare gebied omvat ontsluitingswegen, groenvoorzieningen en waterberging.

2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Het bedrijventerrein sluit aan de zuidkant aan op Sport- en Leisurepark De Bandert. De RijkswegNoord (N276) begrenst de oostzijde van het plangebied en de spoorlijn de westzijde, waardoor voorbijkomende auto- en treinverkeer zicht krijgt op bedrijfskavels aan de betreffende zijden. De woningen aan de zuidwestrand van Sint Joost kijken over 500 meter akkerland uit op de noordrand van het bedrijventerrein. Gezien deze verschillende invalshoeken is een zorgvuldige vormgeving en inpassing van belang. Ten behoeve van deze ontwikkeling is derhalve een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat als bijlage aan deze toelichting is toegevoegd. 1 Daarnaast wordt het beeldkwaliteitsplan aan de Welstandsnota toegevoegd. De Welstandsnota is het toetsingskader voor de Omgevingscommissie. In het beeldkwaliteitsplan is de gewenste beeldkwaliteit opgenomen van de openbare ruimte, het bedrijventerrein en van de gebouwen. Daarnaast is een duurzaamheidsparagraaf opgenomen. De voor het bestemmingsplan relevante onderdelen worden hierna kort samengevat. Openbare ruimte en ontsluiting Het plangebied wordt ingedeeld in bedrijfskavels, met daar tussenin ruimte voor o.a. ontsluitingswegen, groenvoorzieningen en waterberging. Verspreid over het terrein langs de wegen en paden worden bomen aangeplant en wordt hemelwaterberging gerealiseerd in de vorm van wadi’s.

In het oosten

1

Bureau Verbeek, Beeldkwaliteitsplan De Berk III, Bedrijventerrein MKB, projectnummer NL ES-902.001, d.d. december 2022

Hoofdstuk 2

12

en zuiden van het plangebied wordt een grotere waterbergingsvoorziening gerealiseerd. Langs de westelijke rand wordt een groenstrook voorzien als buffer voor het nabijgelegen spoortraject Echt – Roermond. Het terrein wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via de Roermondseweg aan de noordwestzijde. Daarnaast wordt een calamiteitenontsluiting gerealiseerd via de Bandertlaan aan de zuidzijde. Hiermee is de bereikbaarheid voor hulpdiensten gegarandeerd en het biedt mogelijkheden in geval van onderhoudswerkzaamheden. Deze calamiteitenontsluiting wordt tevens ingezet als permanente ontsluiting voor langzaam verkeer en biedt een directe verbinding naar de kern Echt. Bedrijventerrein De bedrijfskavels zijn beoogd voor het midden- en kleinbedrijf (MKB). Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. De maximale milieucategorie is 3.2. Alleen aan de noordoostzijde en zuidwestzijde geldt een maximale milieucategorie van 3.1. Middels een binnenplanse afwijking kan medewerking worden verleend aan een hogere milieucategorie. De oppervlakte aan uitgeefbaar terrein is in totaal circa 12,9 ha. Het uitgeefbare deel van het bedrijventerrein wordt gelijkmatig verkaveld met een gemiddelde oppervlakte van circa 2.500 m2 tot circa 2.900 m2. Er kunnen dan circa 45 kavels gerealiseerd worden. Er mag maximaal één bedrijf per kavel worden geëxploiteerd.

Wel is in de regels een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het (tijdelijk) realiseren van een tweede bedrijf, mits de (eerste) exploitant zelf operationeel in bedrijf is op deze bedrijfskavel. Dit is met name beoogd voor startende MKB’ers die zelf (nog) niet de gehele bedrijfsbebouwing nodig hebben. Daarnaast is een afwijking opgenomen voor het realiseren van bedrijfsverzamelgebouwen. In beide gevallen gelden nadere randvoorwaarden. Maatwerk ten behoeve van ondernemers is mogelijk. In de binnenzone zijn varianten van 1000 m2 (‘splitsen’ van de voorbeeldkavel) tot 7.500 m 2 (samenvoegen van meerdere kavels) bespreekbaar. In de regels is opgenomen dat de kavelgrootte minimaal 1.000 m 2 moet zijn en maximaal 5.000 m 2 mag zijn. Er is een binnenplanse afwijking opgenomen voor het vergroten van de kavel tot maximaal 7.500 m2. Op de bedrijfskavels mogen bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken worden opgericht. Er kan aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd. Het maximale bebouwingspercentage van de bedrijventerreinen is 60% (40% onbebouwd, voor bouwpercelen voor zover gelegen binnen het bouwvlak), met een afwijkingsbevoegdheid van 10%. Dit betekent dat tot maximaal 66 % mag worden gebouwd. Met dit percentage blijft de ruime opzet van het bedrijventerrein gewaarborgd. De gemiddelde hoogte van de beoogde bedrijfsgebouwen is vastgelegd op 12 meter.

Aan de randen geldt een afwijkende maximale hoogtemaat van 8 meter aan de noordoost- en zuidwestzijde en 15 meter aan de oost- en noordwestzijde.

Hoofdstuk 2

13

De terreinafscheiding is uniform tot een maximale hoogte van 2 meter. Bij voorkeur worden deze omsloten door een haag. Open opslag is toegestaan onder de volgende voorwaarden: - Voor de voorgevelrooilijn is geen open opslag toegestaan. - Buiten het bedrijfsgebouw en grenzend aan de openbare weg of aan een groenstrook geldt een maximale hoogte van 3m. - Open opslag moet aan het zicht onttrokken zijn door afscherming. Om het zicht op ‘blik’ te minimaliseren, vindt het parkeren niet plaats in de openbare ruimte, maar enkel op eigen kavel volgens de parkeernorm 1,5 - 2,0 per 100 m2 BVO. Indien gewenst kan de ondernemer ervoor kiezen om de bouwlijn van zijn pand op 7,5 meter van de erfgrens te laten beginnen, zodat kleinschalig langsparkeren mogelijk is aan de voorzijde. Aanvullend vindt parkeren plaats aan de zijkant of achterkant van het bedrijfsgebouw. Laden en lossen geschiedt niet op de openbare weg, maar op eigen terrein dat toegankelijk is via de inritten. Voor de inritten geldt een breedte van minimaal 8 en maximaal 12 meter. De percelen met een breedte van meer dan 40 meter hebben de optie voor een tweede inrit, waarbij een breedte van maximaal 12 meter is toegestaan.

Geluidwerende voorzieningen In het kader van het aspect ‘geluid’ (zie ook paragraaf 4.2.5) wordt aan de westzijde van het spoor ter hoogte van de wijk Echt-Noord op de bestaande geluidswal een geluidsscherm opgericht. De bestaande geluidswal en het geluidsscherm hebben een gezamenlijke hoogte van tenminste 6 meter. Daarnaast wordt aan de oostzijde van het plangebied een geluidwal van 4 meter hoog en ter hoogte van de bestaande woning aan de Rijksweg 47 een geluidsscherm van 2 meter hoog gerealiseerd. Deze geluidswal is meegenomen in het plangebied van dit bestemmingsplan. Verder zijn regels gesteld omtrent piekgeluiden en geluidwerende voorzieningen rondom technische installaties. Duurzaamheid De hemelwaterbuffering vindt plaats op eigen erf. In overleg met de gemeente kan gekeken worden of afwatering op de wadi’s van de gemeente mogelijk is. Voor het dakwater bestaat vanuit milieuoverwegingen een verplichting voor infiltratie op eigen terrein en indien mogelijk, hergebruik. Schoon dakwater mag rechtstreeks naar de betreffende wadi worden afgevoerd. Voor het vasthouden van schoon dakwater kan de ondernemer ook kiezen voor een groen (sedum)dak. Bij water afkomstig van verhardingen is een olie- en vetafscheider vereist. Dit water mag niet rechtstreeks naar de wadi’s worden afgevoerd in verband met mogelijke verontreiniging van olieresten, rubber etc.

Hoofdstuk 2

14

De ondernemer dient gebruik te maken van duurzame energievormen in de vorm van onder andere zonnepanelen op het dak. Daarbij dient ten minste 60% van het dakoppervlak te worden voorzien van zonnepanelen. Hiermee dient rekening gehouden te worden met het bepalen van de dakconstructie. Tenslotte zal de gemeente bij de verkoop van de kavels een leidraad aan de ondernemers meegeven waarin minimale eisen zijn opgenomen omtrent duurzaamheidsmaatregelen. Conclusie Gelet op het voorgaande kan vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geconcludeerd worden dat deze ontwikkeling goed inpasbaar is in de omgeving. Op de navolgende pagina is het stedenbouwkundig plan opgenomen.

Stedenbouwkundig plan (bron: Beeldkwaliteitsplan december 2022)

Hoofdstuk 2

15

3.

BELEIDSKADER

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving;

Hoofdstuk 3

16

9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn.

De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van de AMvB als bijlage bij de SVIR gepubliceerd. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Geen van de bovengenoemde belangen is bij de ontwikkeling in het plangebied in het geding. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

Hoofdstuk 3

17

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Het voorliggende initiatief omvat de uitbreiding van een bedrijventerrein met een uitgeefbare oppervlakte van circa 12,9 ha. Dit betreft een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking vereist is. Zodoende is door BRO een ladderonderbouwing 3 opgesteld. Onderstaand zijn de resultaten samengevat. De behoefte is bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van het bedrijventerrein. Hierbij zijn de aard en omvang van de ontwikkeling leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijke verzorgingsgebied voor De Berk III bestaat in dit onderzoek uit de gemeenten EchtSusteren, Maasgouw en Roerdalen.

Voor reguliere modern-gemengde bedrijvigheid (de doelgroep van het beoogde bedrijventerrein) geldt dat het vaak een sterk lokaal georiënteerde marktregio heeft. Dit heeft onder meer te maken met de afzetmarkt van dergelijke bedrijven, de herkomst van werknemers en de persoonlijke binding van bedrijven met de regio. De verhuisbereidheid van bedrijven die tot de doelgroep van bedrijventerrein De Berk III behoren, is maximaal ca. 10 à 15 kilometer. Dat het lokale MKB voornamelijk lokaal is georiënteerd wordt bevestigd door de verhuisbewegingen. Van alle verplaatste MKB’ers binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied is ruim 70% binnen dit gebied verhuisd (periode 2014-2020).

2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 3 BRO, Laddertoets Gemeente Echt-Susteren Bedrijventerrein De Berk III, P03458, d.d. 11 mei 2023

Hoofdstuk 3

18

Het programma wordt passend geacht binnen de Ladder, omdat er wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied. Het bedrijventerrein ‘De Berk III’ ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom moet worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De bedrijfsruimtemarkt in het MKB-veld is krap in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Er is weinig geschikte plancapaciteit en het aanbod van bedrijfshallen en uitgegeven kavels is ook zeer beperkt. Deze locaties zijn hoofdzakelijk binnen bestaand stedelijk gebied. De omvang van het planaanbod is onvoldoende om in de vraag te kunnen voorzien. Gelet op de kwantitatieve behoefte kan worden gesteld dat het niet mogelijk is om 12,9 ha netto bedrijfsruimte binnen bestaand stedelijk gebied te ontwikkelen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige ladderonderbouwing in de bijlagen.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.

Hoofdstuk 3

19

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Buitengebied Het plangebied is gelegen in het ‘Buitengebied’. Het ‘Buitengebied’ betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Het ‘Buitengebied’ is van toepassing op die delen van het landelijk gebied die niet onderdeel zijn van het Natuurnetwerk of de groenblauwe mantel. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. In dit geval is de omzetting naar een bedrijventerrein / werklocatie beoogd.

Werklocaties In de nieuwe omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om ook in de toekomst te beschikken over voldoende werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven op bedrijventerreinen. De provincie kiest hierin voor compacte werklocaties en hanteert de voorkeursvolgorde volgens de NOVI: 1. Gebruik ruimte op bestaande terreinen; 2. Ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan stedelijk gebied; 3. Andere buitenstedelijke locaties. Aangegeven wordt dat met het hanteren van de voorkeursvolgorde tevens wordt aangesloten bij de Limburgse principes van ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’. Verder wordt het volgende benoemd:  Nieuwe bedrijven vestigen zich bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt er gestuurd op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn.  Op bedrijventerreinen is vooral sprake van een kwalitatieve opgave;  Voldoende werklocaties die voldoen aan de veranderende eisen van bedrijven en overheden is een belangrijke randvoorwaarde voor de versterking van de regionale economische structuur.

Hoofdstuk 3

20

Specifiek voor de logistieke sector geldt daarnaast het volgende:  Nieuwvestiging van logistieke bedrijven is mogelijk voor bedrijven die van toegevoegde waarde zijn voor de economische structuur en arbeidsmarkt en/of bedrijven met een innovatief karakter.  Ook voor het uitbreiden van de logistieke vestigingsmogelijkheden geldt de voorkeursvolgorde volgens de NOVI. Afweging Onderhavig plan voorziet in de uitbreiding van bedrijventerrein ‘De Berk’. Het betreft hier met name een bedrijventerrein gericht op MKB-bedrijven. Het beoogde bedrijventerrein is gelegen binnen het ‘Buitengebied’ en derhalve niet passend binnen de POVI. Uit de Ladderonderbouwing, zoals beschreven in paragraaf 3.1.3. van deze toelichting volgt dat er zowel kwantitatief als kwalitatief behoefte bestaat aan bedrijventerreinen. Het onderhavige bedrijventerrein sluit aan op het bestaande bedrijventerrein / Leisurepark ‘De Bandert’ aan de zuidzijde van het plangebied en sluit aan op het stedelijk gebied. Hiermee wordt aangesloten bij de randvoorwaarden voor het toevoegen van werklocaties in de POVI. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat de uitbreiding van bedrijventerrein De Berk past binnen de Provinciale Omgevingsvisie.

3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) De provinciale ambities en belangen uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn vertaald naar juridisch bindende voorschriften in de provinciale omgevingsverordening Limburg 2014. In de provinciale verordening is bijvoorbeeld vastgelegd op welke wijze de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en dat het verboden is om een bestemming te wijzigen waarmee permanente bewoning van een recreatiewoning wordt mogelijk gemaakt. Voor zover relevant zijn hieronder de van toepassing zijnde passages uit de provinciale omgevingsverordening opgenomen en afgewogen. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3.

De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 3

21

Afweging De onderhavige ontwikkeling betreft het realiseren van een bedrijventerrein met een uitgeefbare oppervlakte van circa 12,9 ha. Dit betreft een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking vereist is. Uit de ladder (zie paragraaf 3.1.3) volgt dat het programma passend wordt geacht binnen de Ladder. Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken bedrijventerreinen In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – Provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies, visies of anderszins.

De Provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Meer specifiek ten aanzien van het thema ‘Bedrijventerreinen’ zijn bestuursafspraken vastgelegd in artikel 2.4.5 van de verordening. Deze bestuursafspraken zijn onlangs aangevuld middels het vaststellen van de ‘Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 (samenhang OVL2021)’ op 16 december 2022. De aanvulling is opgenomen in de geconsolideerde versie van de omgevingsverordening. Artikel 2.4.5. ‘Vestigingsmogelijkheden bedrijven’ luidt thans als volgt: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van het POL2014, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 1. 2.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 2.

Hoofdstuk 3

22

3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van het POL2014, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 3. 4. Een ruimtelijk plan: a. laat geen bedrijfskavel toe met een oppervlakte van meer dan 5 hectare; b. laat niet toe dat bedrijfskavels worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan; c. laat niet toe dat gebouwen zodanig worden gerealiseerd of met elkaar verbonden dat zij de grens van een bedrijfskavel overschrijden. 5. De toelichting bij het ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid en aan het vierde lid. 6.

De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Afweging De gemeente Echt maakt onderdeel uit van de regio Midden-Limburg en binnen deze regio is het ‘Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg’ in 2019 vastgesteld. In paragraaf 3.3 zijn de relevante aspecten uit het Regionaal beleidskader in relatie tot de Berk III toegelicht en is beargumenteerd waarom hiervan afgeweken kan worden. Daarnaast is het POL2014 reeds vervangen door de POVI en zal er met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet in 2023 ook een nieuwe provinciale verordening van kracht zijn. Hierin is beschreven dat er in toenemende mate knelpunten zijn op de Limburgse bedrijventerreinen. Met betrekking tot de maximale oppervlakte van bedrijfskavels geldt dat het hier een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling betreft met kavels van ruim 2.500 m2 tot een maximum van 5.000 m 2 (met een binnenplanse afwijking tot maximaal 7.500 m 2). Dit is expliciet in de bestemmingplanregels opgenomen. Daarnaast zijn bouwregels opgenomen met afstanden tot perceelsgrenzen en is het ingevolge dit bestemmingsplan ook niet mogelijk om bij het realiseren van gebouwen de perceelsgrenzen te overschrijden.

De belangen van de provincie Limburg zijn hiermee dan ook in voldoende mate geborgd. Provinciale zoneringen De diverse provinciale zoneringen waren oorspronkelijk opgenomen in het POL2014. In de omgevingsverordening zijn een aantal kaarten opgenomen omtrent onder andere de gebiedstypering, milieubeschermingszones, natuur- en landschapszones, water, land- en tuinbouw, provinciale geluidcontouren, wegen- en reserveringszones en uitsluitingsgebieden windturbines.

Hoofdstuk 3

23

De voor het plangebied relevante zoneringen worden hierna besproken. Gebiedstypering en regio-aanduiding De locatie valt binnen de regio Midden-Limburg (paarse arcering). Een klein deel van het zuidelijke deel van het plangebied valt binnen ‘bebouwd gebied’ (paars gekleurd) en het overgrote deel binnen het ‘landelijk gebied’ (groen gekleurd).

Kaart 'Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014' met globale ligging plangebied (rood omlijnd)

Natuur- en landschapzones Binnen het plangebied zijn geen natuur- of landschapszones van toepassing. Milieubeschermingszone Het totale plangebied is gelegen binnen de ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk II’. Artikel 4.4.1 van de verordening is van toepassing.

Hoofdstuk 3

24

Kaart ‘Milieubeschermingsgebieden’ met globale ligging plangebied (rood omlijnd)

Artikel 4.4.1 1.

Het is in het gebied Roerdalslenk binnen en buiten inrichtingen verboden: a.

een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei;

b.

werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.

2.

Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 20 meter beneden het maaiveld in zone I, 30 meter in zone II of 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei en ieder voornemen in zone IV, wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan gedeputeerde staten.

3. Bij het maken en sluiten van een boorput wordt de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100, als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht genomen.

Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 30 meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt derhalve geen belemmering.

Hoofdstuk 3

25

Eindafweging Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op het moment dat de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied nagenoeg volledig binnen het ‘Buitengebied’. Slechts de langzaam verkeer ontsluiting aan de zuidzijde ligt binnen de ‘landelijke kern’.

Hoofdstuk 3

26

Kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ uit ontwerp-omgevingsverordening Limburg 2021 met globale ligging plangebied (rood omlijnd)

In artikel 12.5 zijn instructieregels opgenomen voor de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen. Voor Midden-Limburg zijn de navolgende instructieregels relevant: ‘Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg.’ ‘De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband.’ Afweging In dit bestemmingsplan is in voldoende mate rekening gehouden met de in de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. De onderhavige ontwikkeling is in overeenstemming met de Limburgse

Hoofdstuk 3

27

principes en de regioafspraken. De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de omgevingsverordening Limburg. 3.2.4 Missiegedreven economisch beleidskader Limburg Op 29 juni 2020 hebben Provinciale Staten van Limburg ingestemd met het Missiegedreven Economisch Beleidskader. Met het missiegedreven economisch beleidskader geeft de Provincie Limburg de komende jaren invulling aan de economische structuurversterking in Limburg. Het Missiegedreven Economisch Beleidskader biedt een aanpak waarbij niet langer het versterken van afzonderlijke (top)sectoren centraal staat, maar het bereiken van de doelen van onze Limburgse missies, namelijk ‘Limburg maakt Energiek’ en ‘Limburg maakt Gezond!’ Door en over sectoren heen, is het provinciaal economisch beleid niet gericht op het inspringen op marktfalen, maar op de aanpak van deze twee grootste maatschappelijke opgaven en het verzilveren van economische kansen. Het bundelen van krachten tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden is dé manier om gezamenlijk deze doelen te bereiken. Vernieuwend verbinden krijgt zo met gezamenlijke missies gestalte op een wijze die nog niet eerder vertoond is. Het gaat daarbij zowel om aantrekkelijke vestigingsfactoren als leefklimaat, bijvoorbeeld om het verbinden van logistiek en landschap.

De Versnellingsagenda was de impuls na de financiële crisis van 2008, de Campusontwikkeling belichaamde vanaf 2012 de weg van economische structuurversterking en het Missiegedreven economisch beleid de voornaamste doelen om in Limburg energieker te produceren en samen gezonder te leven. Het beleidskader bestaat uit twee delen: Deel 1 is het strategische deel. Dit vormt het fundament voor het handelen van de Provincie in de komende jaren. In hoofdstuk 1 is de context geschetst, in hoofdstuk 2 is het missiegedreven beleid uiteen gezet en zijn de keuzes beschreven die daaraan ten grondslag liggen: hoe past dit bij het profiel van Limburg en op welke wijze komen afwegingen en beleidskeuzes tot stand? Deel 2 is het uitvoeringsdeel. Aan bod komen de financiën, de instrumenten, de partners en de belangrijke uitvoeringsthema’s uit het collegeprogramma. Aan de hand van zeven thema’s, is beschreven welke missies en uitdagingen de Provincie voor Limburg ziet en hoe zij daarop inspelen. Met de strategische visie uit deel 1 als leidraad. De ontwikkeling van bedrijventerrein “De Berk III” voorziet in bedrijfsruimte voor het midden- en kleinbedrijf (MKB). Uit het beleidskader volgt dat bedrijvigheid en ondernemerschap de basis vormen voor de economische ontwikkeling in Limburg. Het MKB speelt daarin een belangrijke rol.

Van het Limburgse bedrijfsleven is ruim 99% van de vestigingen te classificeren als Midden- en Kleinbedrijf (minder dan 250 werknemers). Ondernemingen spelen een belangrijke rol in het ecosysteem: door samenwerking en

Hoofdstuk 3

28

uitwisseling met andere bedrijven wordt het Limburgs economisch weefsel versterkt. Belangrijke uitdaging voor Limburg is te zorgen dat het bedrijfsleven innovatief blijft. Ondernemingen hebben talent nodig, maar spelen ook een vooraanstaande rol om talenten te werven, op te leiden en vast te houden. Hoe innovatiever bedrijven zich ontwikkelen, hoe groter hun aantrekkingskracht op die talenten en dus hun aandeel in een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. De provincie Limburg blijft innovatie in het Limburgse bedrijfsleven ondersteunen. Samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijfsleven en onderwijs is het uitgangspunt en er worden instrumenten ingezet om bij te dragen aan de provinciale missies. Het betreft hier financiële instrumenten (fondsen), alsook kennisdeling t.b.v. vijf bepalende wereldwijde transities, zijnde energie, duurzaamheid, voedsel, gezondheid en digitalisering. Afweging Uit het voorgaande volgt dat het Missiegedreven Economisch Beleidskader geen toetsingskader is, maar juist stuurt op economische structuurversterking in Limburg. Met de ontwikkeling van “De Berk III” wordt invulling gegeven aan die structuurversterking en meer concreet aan de behoefte aan MKB-bedrijven.

Bij de invulling wordt rekening gehouden met een gezonde werkomgeving (groene inpassing), energietransitie (zonnepanelen en gasloos), duurzaamheid (materialisatie gebouwen, groene daken, gescheiden stelsel afvoer hemelwater) en circulariteit (hergebruik van materialen).

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg (2019) De gemeente Echt-Susteren heeft samen met de 6 andere Midden-Limburgse gemeenten een regionale visie werklocaties opgesteld. Bedrijventerreinen vormen onderdeel van dit beleidskader. De visie geeft invulling aan de basisprincipes, zoals opgenomen in het POL2014. Het doel van het regionale beleidskader is om vraag en aanbod van werklocaties in balans te brengen en de bijbehorende afspraken vast te leggen. Volgens het beleidskader vormen de bestaande locaties en plannen het vertrekpunt voor de opvang van de groei van het bedrijfsleven in Midden-Limburg, en van daarbuiten. Het huidige aanbod aan restcapaciteiten, leegstand en onbenutte kavels is volgens het beleidskader in kwantitatief opzicht voor de regio als geheel vrijwel in evenwicht met de vraag tot en met 2030. In de praktijk is zichtbaar dat er in toenemende mate sprake is van kwantitatieve schaarste in verschillende gemeenten in de regio Midden-Limburg. Tevens is er in sommige gemeenten sprake van een mismatch tussen kwantitatief aanbod en kwalitatieve vraag. Voor bestaande gevestigde bedrijven wordt de groei voor zover mogelijk binnen de eigen gemeente opgevangen, indien mogelijk op de bestaande locaties, in de restcapaciteit, leegstand of binnen de harde planruimte.

Hoofdstuk 3

29

In het POL2014 is een belangrijk accent op dynamisch voorraadbeheer gelegd. Het uitgangspunt hierbij is dat bestaande bebouwing voor nieuwbouw gaat. Dit geldt ook op bedrijventerreinen. Er moet eerst worden gekeken of er ruimte is in bestaand vastgoed om de behoefte op te vangen. Vervolgens wordt restcapaciteit van bestaande werklocaties benut. In het beleidskader is tevens de noodzaak van regionale afstemming voor grotere initiatieven vastgelegd. Voor initiatieven op bedrijventerreinen die groter zijn dan 1.500 m² bvo dienen afspraken te worden uitgewerkt over de vraag of, op welke locaties, en onder welke voorwaarden nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. Voor nieuwe plannen (hard en zacht) geldt dat initiatieven met een omvang boven de 1.500 m² bvo via de regionale afstemmingsprocedure worden behandeld. Daarbij dient voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied conform de uitgangspunten van de Ladder te worden onderbouwd waarom het initiatief niet in bestaande voorraad kan worden opgevangen. Tevens dient te worden onderbouwd waarom achterblijvende locaties niet tot onaanvaardbare leegstand zal leiden. In het kader van het dynamisch voorraadbeheer zijn in Midden- Limburg vier hoofdlijnen uitgezet die moeten leiden tot een passende kwantitatieve en kwalitatieve verhouding tussen vraag een aanbod.

Het tegengaan van over een voorkomen van tekorten zijn daarbij de uitgangspunten:  Bestaand vóór nieuw als uitgangspunt: er wordt eerst (in samenwerking tussen initiatiefnemer en gemeente) naar ruimte in bestaand vastgoed gezocht om de behoefte op te vangen, vervolgens wordt restcapaciteit op bestaande werklocaties benut.  Saldering: Bij het toevoegen van nieuwe voorraad of plancapaciteit is het uitgangspunt dat in ruil hiervoor evenredige reële plancapaciteit wordt geschrapt of programma wordt onttrokken. In het regionaal overleg wordt bepaald of saldering noodzakelijk, haalbaar en wenselijk is. Daarbij zal per casus worden bepaald in hoeverre het bijdraagt aan de oplossingen van een probleem, in hoeverre de toepassing van de salderingsregel proportioneel is en in hoeverre er andere effecten zijn die de effectiviteit en haalbaarheid beïnvloeden.  Voorzienbaarheid: het afbouwen van niet benutte bestemmingen en bouwtitels draagt bij aan het realiseren van een gezondere en meer marktconforme vraag-aanbodverhouding.  Afbouwen solitaire locaties: met het oog op het beschermen en/of versterken van de ruimtelijke structuur wordt werk gemaakt van het afbouwen van verspreid gelegen solitaire locaties, zowel van bestaande bebouwing als onbebouwde percelen.

Voor bedrijventerreinen lijken vraag en aanbod tot 2030 op het niveau van de regio redelijk in evenwicht, echter is op lokaal niveau in meerdere gemeenten sprake van een tekort aan kwalitatief geschikte bedrijfslocaties, of dreigt dit tekort te ontstaan. Gelijktijdig verandert de ruimtevraag: veranderende bedrijfsactiviteiten en consumentengedrag leidt tot andere vestigingsplaatswensen. Afweging In het ‘Regionaal beleidskader werklocaties’ is beschreven dat op regionale schaal vraag en aanbod tot 2030 redelijk in evenwicht is, maar dat er in verschillende gemeenten een tekort is/dreigt aan kwalitatief geschikte locaties. In de gemeente Echt-Susteren, waar het MKB sterk is vertegenwoordigd, is sprake van een zeer beperkt aanbod van zowel kavels als leegstaande bedrijfshallen met een omvang

Hoofdstuk 3

30

van ca. 1.500 m² - 3.000 m². Er is vrijwel geen ruimte in bestaand vastgoed om de behoefte op te vangen. Dit geldt eveneens voor de restcapaciteit op bestaande werklocaties. De leegstand in de gemeente Echt-Susteren ligt beneden frictieniveau. Dit is onwenselijk, omdat bedrijven dan weinig of geen mogelijkheden meer hebben te verplaatsen. De uitbreiding van ‘De Berk’ voorziet in planologische ruimte om te voorzien in kavels die geschikt zijn voor het MKB. Het initiatief heeft een omvang boven de 1.500 m² bvo, waardoor het moet worden behandeld via de regionale afstemmingsprocedure. Dit overleg heeft op 3 december 2020 plaatsgevonden en is akkoord bevonden. De uitbreiding is vervolgens opgenomen in het rapport Werklocaties Limburg 2020. In het kader van dynamisch voorraadbeheer wordt gesteld dat bij het toevoegen van nieuwe plancapaciteit het uitgangspunt is dat in ruil hiervoor evenredige reële plancapaciteit wordt geschrapt of programma wordt onttrokken. Dit dient in het regionaal overleg te worden afgestemd, waarbij de noodzaak, haalbaarheid en wenselijkheid van salderen wordt besproken. In het kader van de ontwikkeling op De Berk III is het niet aannemelijk om plancapaciteit binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied te schrappen. Gelet op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte past de onderhavige ontwikkeling toch binnen dit regionaal beleidskader.

Er is namelijk zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte aan nieuwe planologische ruimte met kavels die om een omvang van ca. 2.500 m² behelzen. De behoefteprognose in de Ladderonderbouwing laat zien dat er t/m 2030 naar verwachting een tekort aan bedrijfskavels gaat optreden. Ook voor de grotere terstond uitgeefbare kavels is het de verwachting dat ze de komende jaren worden ingevuld.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Echt-Susteren 2025 Op 12 december 2012 is de Structuurvisie Echt-Susteren 2025 vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente als algemene doelstelling om in 2025 en lang daarna een aantrekkelijke gemeente te zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Met betrekking tot bedrijventerreinen is het een belangrijke ambitie voor de gemeente dat ruimtegebruik voor en door alle typen bedrijven is gericht. Zorgvuldig ruimtegebruik draagt hieraan bij. De goed ontsloten ligging aan A2/A73 en bij een spoorlijn en kanaal bieden volop kansen om een gemeente te zijn waar het goed werken is. In de gemeente Echt-Susteren is het beleidsuitgangspunt voor bedrijventerreinen dat er geen nieuwe terreinen worden ontwikkeld, maar dat bestaande terreinen gericht worden herstructureerd en uitgegeven. Op het moment dat de visie is vastgesteld was er nog ca. 4,5 ha direct uitgeefbare grond op bedrijventerrein ‘De Berk I’ en ‘De Loop’ en ca. 40 ha op regionaal bedrijventerrein Businesspark Midden-Limburg. Er wordt expliciet aangegeven dat er binnen de gemeentegrenzen geen behoefte is om

Hoofdstuk 3

31

nieuwe terreinen aan te leggen en dat er elders in de regio Midden-Limburg voldoende bedrijventerrein beschikbaar is. Afweging In het ruimtelijk verzorgingsgebied bedraagt de restcapaciteit op bedrijventerreinen (peildatum: 15 juni 2020) ca. 10,76 ha die zijn verdeeld over 10 kavels. Dat is ca. 2,4% van de totale bruto omvang op bedrijventerreinen in de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw en Roerdalen. De restcapaciteit bedraagt 8,08 ha in de gemeente Echt-Susteren, 2,69 ha in de gemeente Roerdalen en in de gemeente Maasgouw is er geen sprake van restcapaciteit. Er zijn vier kavels met een omvang kleiner dan 0,5. Twee van deze kavels zijn reeds in optie. Van de totale restcapaciteit bestaat ca. 7 ha uit harde plancapaciteit en ca. 3,8 uit zachte plancapaciteit. Voor 3 kavels in de gemeente Echt-Susteren geldt dat ze in optie zijn. De omvang van deze kavels is ca. 2,2 ha. Het terstond uitgeefbaar aanbod (vrije kavels), excl. kavels die in optie zijn, bedraagt hierdoor 5,3 ha en zijn verdeeld over 5 kavels in de gemeente Echt-Susteren. Er is slechts één kavel met een omvang kleiner dan 3.000 m² terstond uitgeefbaar in de gemeente Echt-Susteren. Deze kavel is echter al in optie. Een en ander is nader beschreven in de Ladderonderbouwing (zie paragraaf 3.1.3) In vergelijking met 2018 is de restcapaciteit in het verzorgingsgebied afgenomen met ca. 1,9 ha.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=0ba61981-a8b8-421b-ac2a-01dcfe026ca8