CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Landgoed Bos en Broek Koningsbosch'12.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Het plangebied bestaat nagenoeg in zijn geheel uit een bosschage.

Indien er gekapt of gedund gaat worden binnen deze bosschage dient dit conform de beleidsregels omtrent houtopstanden van Provincie Limburg en gemeente Echt-Susteren te gebeuren. Toetsing soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:  vogels (artikel 3.1 Wet Natuurbescherming);  europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet Natuurbescherming);  nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet Natuurbescherming). Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of

Hoofdstuk 4

28

ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Door BRO is een quickscan flora en fauna5 uitgevoerd. Vogels Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Bij de werkzaamheden gaan geen potentiële verblijfplaatsen verloren.

Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen. Wel kan het gehele plangebied dienen als vliegroutes en/of foerageergebied voor meerdere vleermuissoorten, gezien bosschages nagenoeg het gehele plangebied beslaan. Licht schijnend of uitstralend op de bosschages dienen waar mogelijk vermeden te worden, om verstoring te voorkomen. Het plaatselijk uitdunnen van het opgaand groen binnen het plangebied zal voor een meer afwisselende structuur zorgen. Mede hierdoor zal er bijvoorbeeld meer bosrand ontstaan rond de locatie waar de uitkijktoren is voorzien. Een soort als de grootoorvleermuis zal hier profijt van hebben, gezien deze vaak juist langs de bosranden foerageert. Tevens zal door het aanplanten van soorten als vuilboom, lijsterbes en vogelkers, zoals opgenomen binnen het beheersplan van het landgoed, de diversiteit aan insecten worden verhoogd, wat voor een verbetering aan foerageergelegenheden zorgt. Daarnaast is er voldoende bos en opgaand groen aanwezig binnen en in de directe omgeving van het plangebied, waardoor het plaatslijk dunnen redelijkerwijs geen negatief effect zal hebben. Grondgebonden zoogdieren Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren.

Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.

5

BRO, Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch, projectnr.: P02865, d.d. 23 december 2021.

Hoofdstuk 4

29

Amfibieën De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten. Conclusie Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:  Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden.

 Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van opgaand groen en nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten.  In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Toetsing gebiedsbescherming Zoals reeds omschreven voorziet de ontwikkeling in de realisatie van het Landgoed Bos en Broek. Met de ontwikkeling worden de bospercelen openbaar toegankelijk. In het bos is een bestaande padenstructuur voorhanden (ca. 900 meter) die in verbinding staat met verschillende toegangspoorten die op het terrein aanwezig zijn. Door het deels openbaar stellen van de gronden bestaat de kans dat er meer verkeersbewegingen optreden rondom het plangebied. Het aantal te verwachten verkeersbewegingen is echter zo laag dat een negatief effect op de omliggende Natura 2000-gebieden niet is te verwachten. Daarbij zijn er in de directe omgeving al meerdere openbare wandelroutes aanwezig die zorgen voor verkeersbewegingen.

Het aandeel van de verkeersbewegingen richting het landgoed zal hier niet of nauwelijks aan bijdragen, omdat de bezoekers het bezoek aan het landgoed mogelijk zullen combineren met het bezoek aan andere wandelroutes.

Hoofdstuk 4

30

Ten aanzien van de aanleg van het landgoed en het onderhoud van het landgoed is wel een stikstofberekening6 uitgevoerd. Hierna wordt kort de conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de separaat toegevoegde bijlage. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen sprake is van overschrijding op de stikstofgevoelige habitattypen van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.10 Waterhuishouding 4.10.1 Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van de voormalige waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Provinciaal Waterplan van de provincie Limburg, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend:  Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);  Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de ‘Beleidsbrief regenwater en riolering’ nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Vanuit het Waterschap Limburg geldt de Keur, waarvan de meest recent gewijzigde versie op 1 april 2019 in werking is getreden. Op grond van deze Keur dienen alle plannen te worden voorgelegd aan het waterschap (er is geen sprake meer van een ondergrens).

Bij nieuwe plannen is het vooral van belang dat het hemelwater afkomstig van het nieuw te verharden oppervlakte gebufferd/geïnfiltreerd zal worden volgens de norm van 100 mm per m 2 in 24 uur. Hierbij dient rekening gehouden te worden met hoogteverschillen in het plangebied en de omgeving. De voorkeursvolgorden voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit dienen toegepast te worden, evenals de voorkeurstabel afkoppelen.

6

BRO, ‘AERIUS-berekening Landgoed Bos en Broek, Koningsbosch’, p rojectnr.: P02865, d.d. 22 februari 2023.

Hoofdstuk 4

31

4.10.2 Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied en omgeving, kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, en afval- en hemelwater. Grondwater Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 ligt het plangebied binnen grondwaterbeschermingsgebieden of waterwingebieden. Wel ligt het plangebied binnen de Boringsvrije zone Roerdalslenk II. In paragraaf 3.2.2 is hier reeds op ingegaan en zijn er geen belemmeringen gebleken, aangezien binnen het plangebied geen diepe grondboringen zijn voorzien. Oppervlaktewater Op circa 50 meter van het plangebied ligt de primaire watergang ‘Pepinusbeek’. De beoogde ontwikkelingen in het plangebied hebben geen negatieve invloed op het functioneren van deze watergang. In het plangebied zijn voor het overige geen plassen gelegen. Wel zal in het zuidelijk gedeelte van het plangebied een visvijver worden aangelegd.

Uitsnede legger Waterschap Limburg met ligging plangebied (rood omlijnd)

Afvalwater De beheerschuur zal geen voorzieningen hebben die aangesloten dienen te worden op het riool. Voor het overige worden er geen voorzieningen toegevoegd die aangesloten dienen te worden op het riool.

Hoofdstuk 4

32

Hemelwater Middels onderhavig planvoornemen wordt het bebouwd oppervlak vergroot met een beheerschuur van circa 100 m2 en een uitbreiding van de overkapping van 152 m 2. Het water wat op het verharde oppervlak terecht komt, zal op eigen terrein moeten worden geïnfiltreerd. Aangezien het omliggende terrein voor het overgrote deel bos- en natuurgebied is, zal de toename in de verharding naar verwachting derhalve het hemelwater gemakkelijk op eigen terrein kunnen worden geïnfiltreerd. Voor de berging/infiltratie van hemelwater zijn er hiermee geen aanvullende voorzieningen benodigd. 4.10.3 Overleg waterbeheerder Sinds de inwerkingtreding van de Keur van het Waterschap Limburg dienen alle plannen voorgelegd te worden aan het waterschap voor een wateradvies. Onderhavig plan zal derhalve voorgelegd worden aan het Waterschap Limburg

4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.11.1 Archeologie Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) per 1 september 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor het archeologiebeleid en heeft de provincie zich hiervan teruggetrokken. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect archeologie in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Een aantal onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaat over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet.

Voor archeologie gaat het onder meer om:  het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen;  de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie;  de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen;  de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. Op grond van het vigerend bestemmingsplan ligt op een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Op grond van deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek noodzakelijk indien er bodemverstoring plaats zal vinden die dieper reikt dan 40 cm en een omvang heeft die groter is dan 500 m 2. Binnen dit gedeelte van het plangebied zijn geen graafwerkzaamheden beoogd. Derhalve is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Ter bescherming van de archeologische waarde, is de dubbelbestemming in onderhavig bestemmingsplan overgenomen.

Hoofdstuk 4

33

4.11.2 Cultuurhistorie Op het plangebied ligt naast het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ tevens het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’. Op grond van dit bestemmingsplan ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Aardkundige waarde’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – aardkundige ensemble op den berg’. De voor ‘Waarde – Aardkundige waarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het instandhouden en versterken van de cultuurhistorische, natuurlijke, landschappelijke en aardkundige waarden. In het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke en aardkundige waarde van onderhavige planlocatie, zodat hier geen afbreuk aan wordt gedaan. Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg ligt een cultuurhistorische lijnelementen in de vorm van een weg uit periode 1806-1890 en in de vorm van een andere weg ouder dan 1806. Het planvoornemen wijzigt deze wegen niet en heeft voor het overige geen negatieve invloed op de cultuurhistorische elementen. Conclusie Gezien het bovenstaande zijn er geen belemmeringen vanuit archeologie en cultuurhistorie voor de realisatie van het initiatief.

4.12 Verkeer en parkeren 4.12.1 Verkeer De beheerschuur dient als opslagruimte voor materialen en machines die worden gebruikt voor het beheer van het landgoed. Dit zal niet leiden tot meer verkeersaantrekkende werking. 4.12.2 Parkeren Zoals eerder vermeld dient de beheerschuur als opslagruimte voor materialen en machines. Deze functie zorgt niet voor een verhoogde parkeerbehoefte.

Hoofdstuk 4

34

5.

JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planstukken Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan ‘Landgoed Bos en Broek’ is vervat in een verbeelding, regels en deze toelichting.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000.

5.3 Toelichting op de regels Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012), de gemeentelijke standaard en het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemming gegeven; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. 5.3.1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening/ Wabo overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP2012.

Hoofdstuk 5

35

Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. 5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving 2. Bouwregels 3. Nadere eisen 4. Afwijken van de bouwregels 5. Specifieke gebruiksregels 6. Afwijken van de gebruiksregels 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 9. Wijzigingsbevoegdheid Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Agrarisch met waarden - Landschapswaarden De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor boomgaard, agrarisch grondgebruik, instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling van landschappelijke waarden, vijver en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder begrepen, behoud en bescherming van onverharde en halfverharde wegen en behoud en ontwikkeling van recreatief medegebruik.

Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud, herstel en versterking van landschappelijke, aardkundige en natuurwaarden, op natuurbeheer gericht agrarisch grondgebruik, behoud en herstel van rust binnen het gebied, behoud en herstel van aanwezig reliëf, behoud en ontwikkeling van de archeologische waarden, behoud en herstel van de aanwezige poelen en watergangen, een beheerschuur, houtproductie, ter plaatse van de aanduiding 'bos', realisatie en instandhuiding van een landgoed ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landgoed’, waterretentie, natuurvriendelijke oevers en het onderhouden van de waterloop, extensief recreatief medegebruik, mits dit geen afbreuk doet aan de primaire doelstelling binnen de bestemming 'Natuur', het behoud en versterken van de ecologische en landschappelijke kwaliteiten, behoud en bescherming onverharde en halfverharde wegen en bestaande perceelsontsluitingen. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen.

Hoofdstuk 5

36

Waarde – Aardkundige waarde De voor 'Waarde - Aardkundige waarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het instandhouden en versterken van de cultuurhistorische, natuurlijke, landschappelijke en aardkundige waarden. Waarde – Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; danwel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 5.3.3 Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de Algemene bouwregels zijn regelingen over ondergrond bouwen, ondergeschikte bouwdelen en bestaande maten en afstanden opgenomen. De Algemene gebruiksregels bevatten een algemeen gebruiksverbod en een beschrijving van hetgeen dat wordt verstaan onder strijdig gebruik.

De Algemene aanduidingsregels zien op de van toepassing zijnde gebiedsaanduidingen in het plangebied. In de Algemene afwijkingsregels zijn enkele mogelijkheden opgenomen om af te kunnen wijken van de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen. In de Overige regels zijn een verwijzing naar de geldende wet- en regelgeving en een parkeerregeling opgenomen. 5.3.4 Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald.

Hoofdstuk 5

37

6.

UITVOERBAARHEID 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.1.1 Financiële uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar. 6.1.2 Kostenverhaal Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het kostenverhaal is door de kleinschaligheid van dit initiatief en door de onderhevigheid aan leges niet aan de orde.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Vooroverleg Het concept ontwerp bestemmingsplan in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg toegestuurd aan de belanghebbende instanties ex artikel 3.1.1 Bro. Een vervolgoverleg heeft plaatsgevonden met de provincie, het Waterschap en Rijkswaterstaat. Er is enkel een reactie van de provincie ontvangen (bijgevoegd in bijlage 4) en daarover heeft ook overleg met de Provincie plaatsgevonden. Het advies heeft betrekking op het aspect natuur waarbij er binnen dit plan voldoende maatregelen zullen worden getroffen om eventuele aantasting van het bestaande bos te beperken. Hiertoe worden verschillende inrichtingsmaatregelen genomen die het landschap versterken. Deze zijn opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan7 Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de gemaakte opmerkingen. 6.2.2 Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft een omgevingsdialoog gevoerd met de eigenaren/bewoners van de woningen in de omgeving aan Bos en Broek 1, Bos en Broek 2, Bos en Broek 3, Bos en Broek 3A. De omwonenden zijn door initiatiefnemer geïnformeerd over het planvoornemen. De omwonenden hebben aangegeven kennis genomen te hebben van de plannen en hiertegen geen bezwaren te hebben.

7

BRO, Landschappelijk inpassing landgoed ‘Bos en Broek’, projectnr.: P02865, d.d. 2 december 2021.

Hoofdstuk 6

38

6.2.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wro gedurende zes weken ter inzage gelegen van 7 april tot en met 18 mei 2023. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijze binnengekomen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot wijziging van het bestemmingsplan. De nota van zienswijzen is als separate bijlage toegevoegd.

Hoofdstuk 6

39

7.

PROCEDURE 7.1 Procedure Een bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De wettelijke procedure start met de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit:  Vooroverleg met betrokken instanties;  Openbare kennisgeving van het ontwerp-bestemmingsplan;  Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten;  Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht;  Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken;  Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling;  Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden;  Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een

verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Hoofdstuk 7

40

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=32289c1f-1c4a-444c-b820-1bc3c78a9aa6