CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Partiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B'11.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

28

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg met aanduiding plangebied Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het correct regelen van een gewenste woningbouwontwikkeling en het wegbestemmen van detailhandel, daar waar deze niet meer is beoogd. Deze wijzigingen gaan niet gepaard met bodemingrepen waardoor geen archeologisch onderzoek hoeft te worden verricht. Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.10

Cultuurhistorie

Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle panden of bestratingspatronen aanwezig. De planontwikkeling tast de historisch waardevolle bebouwing in de omgeving, bijvoorbeeld in de Feurthstraat en in de Marktstraat, niet aan.

4.11

Flora en fauna

4.11.1 Soortenbescherming Bij het uitvoeren van een bouwproject dient rekening te worden gehouden met soortbescherming en met name de aanwezigheid van beschermde soorten op de projectlocatie. Dit betekent concreet dat een omgevingsvergunning niet mag worden verleend als op voorhand in redelijkheid kan worden ingezien dat in het kader van de Wet Natuurbescherming geen ontheffing zal worden verleend. Ter plekke van deelgebied A1 is sprake van een reeds gerealiseerd bouwplan. Ter plekke van deelgebied B is momenteel sprake van een braakliggend bouwterrein in het centrum van de kern Susteren. Gelet op de ligging te midden van bebouwing wordt de aanwezigheid van beschermde flora en fauna uitgesloten. 4.11.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de 'Wet natuurbescherming'. Op een afstand van circa 3,5 kilometer ligt het Natura 2000-gebied Grensmaas. Het Natura2000-gebied 'klooster Mariahoop/ Lilbosch' bevindt zich op een afstand van circa 4,5 kilometer. Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het correct regelen van mutaties met betrekking tot het aantal wooneenheden en het wegbestemmen van detailhandel, daar waar deze niet meer is beoogd.

Deze ontwikkelingen hebben geen gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is op provinciaal niveau begrensd in het POL. Het plangebied is niet gelegen in een gebied dat tot het Natuurnetwerk behoort. Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het correct regelen van mutaties met betrekking tot het aantal wooneenheden en het wegbestemmen van detailhandel, daar waar deze niet meer is beoogd. Deze ontwikkelingen hebben geen gevolgen voor het Natuurnetwerk. Er is dan ook geen noodzaak voor een compensatieplan of een voortoets (Nb-wet). Stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden In veel Natura 2000-gebieden is een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom is voor veel projecten waarbij stikstof vrij komt een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming nodig. Deze vergunning is ook nodig voor woningbouwprojecten waarbij stikstof vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS ongeldig verklaard. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) mag niet als basis voor toestemming voor activiteiten worden gebruikt.

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

29

Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het correct regelen van mutaties met betrekking tot het aantal wooneenheden en het wegbestemmen van detailhandel, daar waar deze niet meer is beoogd. De omgevingsvergunning voor het realiseren van drie appartementen op de benedenverdieping van Vlek A1, waar oorspronkelijk commerciële ruimten waren vergund, is reeds verleend. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een berekening gemaakt van de stikstofdepositie in rekenprogramma Aerius. Deze stikstoftoets spitst zich toe op de realisatiefase en de gebruiksfase. In Bijlage 5, genaamd 'Stikstoftoets centrumplan Susteren',is de berekening opgenomen en toegelicht. Uit de berekening volgt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden. Een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

4.12

Natuur en landschap

Gelet op de kaart 'Natuur' van de Omgevingsverordening Limburg blijkt onderhavig plangebied niet te zijn gelegen in één van de door de provincie te beschermen natuur- en landschapswaarden. Gesteld kan worden dat het aspect natuur en landschap geen belemmeringen oplevert voor onderhavige ontwikkeling.

Uitsnede kaart 'Natuur' met aanduiding plangebied

4.13

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige ontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 4.13.1 Verkeersstructuur Voor een berekening van het aantal verkeersbewegingen maakt de gemeente Echt-Susteren gebruik van de CROW publicatie 317 'Kencijfersparkeren en verkeersgeneratie'. In deze CROW-publicatie worden cijfers omtrent verkeersgeneratie onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. Bij iedere functie wordt een maximum en minimum genoemd. Dit is de bandbreedte. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie gaat de gemeente Echt-Susteren in eerste instantie uit van de 'maximale' verkeersgeneratie.

30

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het planologisch regelen van gewenste woningbouw en het wegbestemmen van detailhandel, daar waar deze niet meer is beoogd. In totaal wordt 1980 m² detailhandel wegbestemd (1800 m² supermarktlocatie in deelgebied B en 180 m² commerciële ruimtes in deelgebied A1). Het aantal verkeersbewegingen bedraagt, conform de vuistregels van de CROW uitgave 'Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering', per nieuwe woning circa 5,5 per werkdagetmaal. Als gevolg van het wegbestemmen van detailhandel zal per saldo sprake zijn van een afname van verkeer. De ontsluiting van de woningen zal geschieden via het Willibrordusplein. De wegcapaciteit van bestaande wegen is niet in het geding. 4.13.2 Parkeren Voor een berekening van het aantal parkeerplaatsen maakt de gemeente Echt-Susteren gebruik van de CROW publicatie 317 'Kencijfersparkeren en verkeersgeneratie'. In deze CROW-publicatie worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. Bij iedere functie wordt een maximum en minimum genoemd. Dit is de bandbreedte. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte gaat de gemeente Echt-Susteren in eerste instantie uit van de 'maximale' parkeerbehoefte. Casusafhankelijk kan hiervan afgeweken worden indien die afwijking gedragen kan worden door een motivering.

Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het planologisch regelen van gewenste woningbouw en het wegbestemmen van detailhandel, daar waar deze niet meer is beoogd. Het plangebied is gelegen in het centrum en wordt aangemerkt als matig stedelijk gebied. Daarbij geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning. De parkeerbehoefte van woningen is aanzienlijk minder dan de parkeerbehoefte van een supermarktlocatie in Vlek B en commerciële ruimtes in Vlek A1 van het Centrumplan Susteren. Ten behoeve van de appartementen in deelgebied B worden 10 parkeerplaatsen op het achterterrein gerealiseerd, waarvan minimaal 2 invalidenparkeerplaatsen . Deze parkeerplaatsen op het achterterrein zijn enkel bedoeld voor bewoners en worden voorbereid voor het kunnen laden van elektrische auto's. Tevens zijn 10 garageboxen beoogd, welke ook een deel van de parkeerbehoefte kunnen opvangen. De resterende parkeerbehoefte wordt in het centrumgebied opgevangen. Gelet op de ruime parkeermogelijkheden aan het Willibrordusplein, aangelegd met het oog op de tweede supermarktlocatie, zal geen sprake zijn van parkeeroverlast in de openbare ruimte. Het bouwplan voorzie op de begane grond in ruime bergingen, onder andere geschikt voor het stallen van (elektrische) fietsen. Op deze wijze wordt ook het gebruik van de fiets gestimuleerd.

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.14

Stedenbouw en duurzaam bouwen

De voormalige gemeente Echt heeft op 29 januari 1998 het convenant “Duurzaam Bouwen Gewest Midden-Limburg” getekend. Het convenant heeft tot doel afspraken te maken tussen samenwerkende gemeenten, woningcorporaties en het bedrijfsleven over de invoering van duurzaam bouwen bij (ver)bouwprojecten, zowel op het niveau van het gebouw als op het stedenbouwkundig niveau. Daarnaast verplicht het de betrokken partijen om maatregelen te nemen die de uitvoering van het gestelde in het convenant bevorderen en gezamenlijk de milieubelasting als gevolg van bouwactiviteiten zoveel mogelijk beperken.

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

31

32

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

5.1

Grondexploitatie

5.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 5.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. Het college van burgemeester en wethouders heeft een anterieure (exploitatie)overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van voorliggend bestemmingsplan. Het verhaal van kosten is dan ook anderszins verzekerd.

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

33

5.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Echt-Susteren sluit een planschade-verhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele voor vergoeding in aanmerking komende tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Echt-Susteren.

34

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

Het bestemmingsplan 'Partiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren, Wijziging vlek A1 en B' van de gemeente Echt-Susteren bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:1000.

6.1

Algemeen

Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings-, wijzigings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.

Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting. 6.1.1 Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan is niet juridisch bindend, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het plan.

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: Hoofdstuk 1: Inleidende regels 1. Begrippen

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

35

2. Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 1. Bestemmingen 2. Voorlopige bestemmingen 3. Uit te werken bestemmingen 4. Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels 1. Anti-dubbeltelregel 2. Algemene bouwregels 3. Algemene gebruiksregels 4. Algemene aanduidingsregels 5. Algemene afwijkingssregels 6. Algemene wijzigingsregels 7. Verwerkelijking in de naaste toekomst 8. Algemene procedureregels 9. Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels 1. Overgangsrecht 2. Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid In onderhavig geval zijn de regels gebaseerd op de regels van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied'. Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/ maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven.

De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:500 en digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

36

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

Hoofdstuk 7 procedure 7.1

Vooroverleg, inspraak en formele

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties.

7.2

Omgevingsdialoog

De initiatiefnemer van voorliggende ontwikkeling heeft de direct belanghebbenden van het beoogde bouwplan voor 21 appartementen aan het Willibrordusplein persoonlijk benaderd en een toelichting gegeven op de bouwplannen. De reacties van de direct belanghebbenden waren positief. Eén belanghebbende heeft aangegeven te vrezen voor zijn privacy. In overleg met deze belanghebbende wordt de balustrade van de galerij op de eerste en tweede verdieping van het appartementencomplex uitgevoerd in melkglas. Deze afspraak wordt meegenomen in de omgevingsvergunningprocedure en in de bouwfase gerealiseerd.

7.3

Inspraak

Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Echt-Susteren heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.

7.4

Formele procedure

7.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken.

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

37

3. 4. 5.

6. 7.

Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 16 december 2022 gedurende 6 weken voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn drie zienswijzen ingekomen. Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in een Nota van zienswijzennota. De Nota van zienswijzen is toegevoegd aan het raadsvoorstel. Deze zienswijzennota wordt samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling.

38

bestemmingsplanPartiële herziening bestemmingsplan Centrum Susteren; wijziging vlek A1 en B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=1f2b2142-5a2b-424a-9bdd-ed0147683e00