Toelichting
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 7 7
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
9
2.1 2.2
9 9
Voortraject Plan
Hoofdstuk 3 Beleidskader
19
3.1 3.2 3.3 3.4
19 21 33 34
Rijksbeleid Provinciaal beleid / regionaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Milieutechnische en planologische randvoorwaarden
39
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
39 39 43 44 44 45 45 46 50 52 52 53 53
Milieueffectrapportage Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuur Water Verkeer en parkeren (Brand)veiligheid, beheer en onderhoud Lichtreflectie en schittering Elektromagnetische straling
Hoofdstuk 5 Beoordeling
55
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
57
6.1 6.2
Feitelijke planopzet Juridische planopzet
57 57
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
61
7.1 7.2
61 63
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
3
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Brief gemeente Echt-Susteren
Bijlage 2
Landschapsplan
Bijlage 3
Oplegnotitie leeswijzer paragraaf 2.4 Landschapsplan
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
Bijlage 5
Historisch bodemonderzoek
Bijlage 6
Notitie stikstof
Bijlage 7
Natuurtoets
Bijlage 8
Notitie waterplan
Bijlage 9
Advies Waterschap Limburg
Bijlage 10
Advies Provincie Limburg
Bijlage 11
Notitie vooroverlegreacties
Bijlage 12
Projectvoorstel
Bijlage 13
Communicatieplan
Toelichting
4
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Energiecoöperatie Groensebos en Echt-Susteren Energie (hierna: de initiatiefnemer) is voornemens om tussen Sint Joost en Montfort een zonnepark te realiseren. Het plangebied omvat een viertal agrarische percelen die gelegen zijn in het gebied 'Groensebos' tussen de Heerdstraat en de Groensebosweg. Ter plekke wordt een cluster zonnevelden van in totaal 10,4 hectare voorzien. Deze zonnevelden omvatten circa 21.300 zonnepanelen met een totale opwekcapaciteit van circa 10.200 MWh per jaar. Daarmee wordt in de energiebehoefte van circa 3.800 huishoudens voorzien. Het zonnepark heeft een beoogde gebruikstermijn van 25 jaar. Concreet betreft het plan de realisatie van drie zonnevelden op een viertal geclusterde agrarische percelen. Bij de inrichting van onderhavig zonnepark worden twee zonnevelden uitgevoerd in een zuidopstelling en het derde zonneveld in een oostwestopstelling. De diversiteit aan opstellingen heeft tot gevolg dat de energie verdeeld over de dag meer gelijkelijk wordt aangeboden dan bij een klassieke opstelling in één richting. Daarnaast voorziet het plan in een zorgvuldige landschappelijke inpassing, gericht op omgevingskwaliteit, ecologische meerwaarde en recreatief medegebruik.
Uitsnede topografische kaart met schetsmatige aanduiding plangebied Een belangrijke beleidsdoelstelling van de gemeente Echt-Susteren betreft energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Daarbij heeft de gemeente de ambitie gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Om
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
5
deze doelstelling te bereiken heeft zij initiatiefnemers uitgenodigd om concrete voorstellen voor de realisatie van zonneweiden in te dienen. Vervolgens zijn vijf initiatieven geselecteerd om verder uit te werken en te realiseren. Bij brief d.d. 3 juli 2020 (kenmerk: Z20/024275-D-53636), bijgevoegd als Bijlage 1, heeft de gemeente Echt-Susteren aangegeven dat dit initiatief door het adviespanel zonneparken is beoordeeld als één van de vijf geselecteerde voorstellen, waar de gemeente medewerking aan wil verlenen. Ter plekke van het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied' van kracht, vastgesteld op 14 december 2017 door de gemeenteraad van Echt-Susteren. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden'. Het realiseren van het beoogde zonnepark is binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Planologische medewerking kan worden geboden via partiële herziening van het bestemmingsplan.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied ligt tussen Sint Joost en Montfort op meer dan een kilometer afstand van beide dorpsranden. Het zonnepark wordt beoogd op vier kadastrale percelen welke samen circa 10 hectare groot zijn. Deze percelen zijn gelegen aan de Groensebosweg (noordzijde), aan weerszijden van de Hoofdbroekweg en aan de Heerdstraat (zuidzijde). De percelen maken deel uit van een agrarisch productielandschap waarin blokverkaveling, enkele robuuste bosranden en laanstructuren en per perceel wisselende teeltvormen beeldbepalend zijn.
Plangebied in regionale context
6
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Het plangebied omvat meerdere kadastrale percelen. Deze percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Echt sectie L - nummers 4, 5, 14 en 226.
Uitsnede kadastrale kaart met aanduiding plangebied
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld op 14 december 2017); Bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren' (vastgesteld op 22 september 2016); Facetbestemmingsplan Sport- en/of recreatieve voorzieningen (vastgesteld op 22 februari 2017). Facetbestemmingsplan 'Deregulering' (vastgesteld op 6 november 2019). Een meer uitgebreide toelichting op de geldende bestemmingsplannen is opgenomen in paragraaf 3.4.2.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 van deze toelichting gaat in op de huidige situatie en toekomstige situatie binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 behandelt het vigerend beleid op zowel rijks-, provinciaal-, regionaal- als gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de relevante uitvoeringsaspecten en verantwoordt (al dan niet met behulp van uitgevoerde onderzoeken) de situatie binnen het plangebied. Getoetst wordt of de ontstane situatie voldoet aan de sectorale wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van akoestiek of externe veiligheid. De beoordeling van het planvoornemen vindt plaats in Hoofdstuk 5. De juridische planbeschrijving van dit bestemmingsplan is opgenomen in Hoofdstuk 6. De toelichting sluit af met Hoofdstuk 7 waarin de maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid staan omschreven. Naast deze toelichting, waarin het planvoornemen wordt onderbouwd en getoetst, bestaat dit bestemmingsplan uit een set regels en een verbeelding, die samen het juridisch bindende deel van het plan
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
7
vormen.
8
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Voortraject
De gemeente Echt-Susteren wil in 2040 energieneutraal zijn. De gemeente is voornemens om de benodigde elektriciteitsbehoefte grotendeels met behulp van zonneënergie op te wekken. De overgang naar een volledig energieneutrale gemeente verloopt in meerdere fasen. Fase 1 reikt tot 2030, wanneer een C02 reductie van 49% moet zijn bereikt. Om dit te bereiken en om de te verwachte elektriciteitsbehoefte lokaal op te wekken, is circa 137 hectare met zonneparken benodigd. Op 26 september 2019 heeft de gemeente het beleidskader ‘Zonneparken en Windparken Gemeente Echt-Susteren’ vastgesteld. Dit beleidskader voorziet in zowel een (ruimtelijk) beleidskader als handreikingen aan initiatiefnemers die in de gemeente Echt-Susteren met duurzame energieopwekking aan de slag willen. Vervolgens is een selectieprocedure gestart voor de ontwikkeling van vijf pilotprojecten voor zonneparken. Hierbij zijn geïnteresseerde partijen geïnformeerd over het proces en de beoordelingscriteria om te komen tot de selectie van de vijf beste plannen. Om te komen tot een objectieve en transparante beoordeling van de ingediende voorstellen, heeft de gemeente Echt-Susteren in haar beleidskader een beoordelingsmatrix opgenomen en een adviespanel ingesteld van interne en externe deskundigen. Deze beoordelingsmatrix spitst zich in beginsel toe op een drietal aspecten, namelijk: 1. 2. 3.
Ruimtelijke en landschappelijke inrichting; (Financiële) Participatie; Maatschappelijk draagvlak.
Aan deze drie toetsingscriteria is een vierde pijler toegevoegd, namelijk voldoende perspectief op realisatie van het beoogde zonnepark in 2022. Het planvoornemen vormt één van de 17 in het kader van de pilot ingediende initiatieven en is beoordeeld als één van de vijf uit te werken plannen waar de gemeente medewerking aan wil verlenen, zulks bevestigd door het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren in haar besluit van 3 juli 2020.
2.2
Plan
2.2.1 Bestaande situatie Het plangebied omvat een viertal agrarische percelen welke zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Echt-Susteren. Concreet bevindt het plangebied zich op meer dan een kilometer afstand van beide dorpsranden. De percelen zijn momenteel voor agrarische doeleinden in gebruik. Het plangebied wordt omgeven door open agrarisch gebied en aan de zuidzijde door een bos. De meest nabijgelegen bedrijfswoning aan de oostzijde is gelegen op meer dan 400 meter van onderhavig plangebied. Daarnaast is op een afstand van circa 650 meter aan de westzijde van onderhavig plangebied eveneens een bedrijfswoning aanwezig.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
9
Globale aanduiding plangebied (bron: Google Maps) De aanblik van het plangebied in de huidige situatie wordt weergegeven aan de hand van navolgende foto's:
10
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Foto's bestaande situatie
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
11
2.2.2 Planbeschrijving Zonnepark Het plan voorziet in de realisatie van drie zonnevelden op een viertal geclusterde agrarische percelen in het gebied 'Groensebos'. In totaal beslaan deze percelen een oppervlak van 10,4 hectare. Bij de inrichting van het zonnepark worden twee zonnevelden uitgevoerd in een zuidopstelling en het derde zonneveld in een oostwestopstelling. De diversiteit aan opstellingen heeft tot gevolg dat de energie verdeeld over de dag meer gelijkelijk wordt aangeboden dan bij een klassieke opstelling in één richting. Het plan voorziet in circa 20.000 zonnepanelen met een totale opwekcapaciteit van circa 10.900 MWh per jaar. Daarmee wordt met onderhavig project in de (elektrische) energiebehoefte van circa 3.600 huishoudens voorzien. De beoogde gebruiksduur is een periode van 25 jaar. Initiatiefnemer wenst een deel van de pv-panelen in een zuid opstelling te plaatsen en het overige deel in een oostwest opstelling. Daarnaast worden de panelen op frames geplaatst. De hoogte varieert daarbij van circa 70 centimeter tot circa 1,9 meter boven maaiveld. Daarnaast is voldoende afstand tussen de rijen aanwezig hetgeen ruimte biedt voor onderhoud en de beoogde vegetatie-ontwikkeling tot bloem- en/of kruidenrijk grasland. Het zonnepark wordt rondom voorzien van een hekwerk ter voorkoming van vernieling en diefstal.
Het hekwerk, dat fauna-passeerbaar wordt uitgevoerd, wordt vervaardigd van gegalvaniseerd staal en 'ingekapseld' in omzomende beplanting. Informatievoorziening Bovendien wordt beoogd om aan de zuidzijde van het meest oostelijk gelegen zonneveld een informatievoorziening te realiseren. Dit wordt beoogd aan het snijpunt van drukke recreatieve routes. Dit betreft een eenvoudig gebouw waar bezoekers of voorbijgangers geïnformeerd worden over energietransitie en de werking van zonne-energie. Vanwege de kapconstructie doet dit tevens dienst als schuilgelegenheid waar scholen of geïnteresseerden educatie krijgen over de duurzame energievoorziening. Het open gebouw is bereikbaar via een in-/ uitritconstructie aan de Hoofdbroekweg. Deze bebouwing heeft de uiterlijke kenmerken van een schuilgelegenheid. De informatievoorziening wordt vorm gegeven als een 8 meter lange stenen muur bestaande uit schanskorven gevuld met maaskeien. Deze muur zal wat doorkijkjes bevatten om alzijdig zicht op de omgeving te behouden.Er wordt een overkapping van 8 x 4 meter voorzien zodat de informatieborden over de locatie en de toegepaste oplossingen tot verduurzaming of verhogen van ecologische waarden beschut kunnen worden geraadpleegd. De schuilgelegenheid heeft een oppervlak van circa 32 m2 en een hoogte van circa 3,5 meter.
Aan de zuidzijde van het meest oostelijk gelegen zonneveld wordt een entreeruimte voorzien waar met beperkte halfverharding en een overig groen ingericht terrein een groene entree wordt gerealiseerd. Ter plekke is voldoende ruimte aanwezig om auto's en fietsen te parkeren en daarnaast is ter plekke voldoende gelegenheid tot buiteneducatie in de vorm van informatieborden en picknickbanken. In onderstaande figuren wordt een impressie gegeven van de beoogde bebouwing, zijnde de informatievoorziening.
12
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
De informatievoorziening heeft een educatief en recreatief doel waarbij bezoekers worden geïnformeerd over energietransitie en de werking van zonne-energie. Op deze locatie wordt aan belanghebbenden uitleg gegeven omtrent energieprojecten binnen de gemeente Echt-Susteren met behulp van informatieborden. Daarmee wordt een verhoogde bewustwording gecreëerd van duurzaamheid bij verschillende generaties. Eveneens wordt aan de zuidzijde van onderhavig zonneveld beoogd om diverse teeltvelden onder de zonnepanelen aan te leggen. Dit is mogelijk omdat de zonnevelden worden ingericht met glas-glas panelen. Onder de zonnepanelen zullen verschillende lage gewassen worden geteeld, zoals zoete aardappelen, blauwe bessen, bramen, frambozen, aalbessen en asperges. Daarmee ontstaat dubbel ruimtegebruik. Scholen worden in de gelegenheid gesteld om te komen kijken naar de mogelijkheden om onder de zonnepanelen diverse gewassen te telen. Ook worden studenten in de gelegenheid gesteld om ter plekke te komen werken tijdens praktijkdagen. Uiteraard geschiedt dit enkel op afspraak en onder begeleiding waarbij het stroomveld wordt uitgeschakeld. Daarnaast worden geïnteresseerden in de gelegenheid gesteld om de gewassen, welke onder de zonnepanelen worden geteeld, zelf te plukken. Dit geschiedt eveneens enkel op afspraak en onder begeleiding waarbij het stroomveld wordt uitgeschakeld.
Aanvullend wordt het buitenterrein van de informatievoorziening ingericht met diverse informatieborden, een gelegenheid tot picknicken en parkeergelegenheid.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
13
2.2.3
Landschappelijkeinrichting
2.2.3.1 Landschappelijkeinpassing Integraal onderdeel van het planvoornemen vormt de landschappelijke inpassing. Het plan voorziet naast het realiseren van een zonnepark in een gedegen landschappelijke inrichting van het totale terrein waarmee een goede ruimtelijke inpassing in het landschap wordt bereikt en een bijdrage wordt geleverd aan het versterken van de natuurwaarden in het gebied. Hiertoe heeft Pouderoyen Tonnaer een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld dat als Bijlage 2 is bijgevoegd. Onderstaand kaartbeeld geeft het inpassingsplan op hoofdlijnen weer.
Landschappelijke inpassing meest westelijk gelegen zonneveld
14
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Landschappelijke inpassing meest centraal gelegen zonneveld
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
15
Landschappelijke inpassing meest oostelijk gelegen zonneveld Allereerst dient in ogenschouw te worden genomen dat de zonnevelden aan de randen landschappelijk worden ingepast door de aanleg van bloemrijke ruige bermzones en struweelzones. Daarmee wordt aangesloten bij de grotere structuren van de aanliggende natuurgebieden. Deze worden daarmee nog robuuster en grootschaliger. Daarnaast vervullen de perceelsrandenmet bomenrijen langs de wegen, toe te voegen hagen, hakhoutwallen en bermen een ecologische functie in het netwerk. De perceelranden vormen de belangrijkste locatie voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Door deze langs de wegen van maximaal 3 meter hoge hakhoutwallen en langs de overige randen van lage Limburgse hagen te voorzien, blijft de verkavelingsstructuur behouden. Tegelijkertijd wordt het bestaande beeldconflict, veroorzaakt door de afdekfolies die doorlopen tot kavelranden, opgeheven. De visuele kwaliteit maar ook ecologische waarde van de randen wordt van nihil naar een hogere waarde opgewaardeerd. Omdat het landschap open is en er alzijdig zicht op het plangebied is, is ervoor gekozen om alle perceelsranden van een landschappelijke inpassing te voorzien. Zo krijgen de percelen alzijdig een ‘groene plint’, ook wanneer ze niet aan een openbare weg grenzen.
Naast de visuele meerwaarde hiervan (zo worden hekken altijd aan de binnenzijde van de hagen, dus niet zichtbaar vanuit de omgeving, aangebracht), heeft dit ook een positief effect op de ecologische dooradering van het nu schrale gebied. Bovendien zal de landschappelijke inpassing langs de openbare / zichtbare zijden van het zonnepark plaatsvinden met hakhoutwallen. De verkavelingsstructuur blijft hierbij behouden, als ook gedeeltelijk het zicht in het open landschap naar de bomenlanen en bosranden. Bovendien blijft het landschap daarmee in zijn schaal, maat en rechtlijnigheid herkenbaar, maar het directe zicht naar de draagconstructies en techniek van de zonnevelden wordt daarmee afgeschermd. Aanvullend zal ten behoeve van voorliggend planvoornemen worden voorzien in een kruiden- en faunarijk grasland. Bloemrijke graslanden trekken veel algemene soorten aan zoals insecten (vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen, sprinkhanen en kevers), die op hun beurt weer insectenetende vogels aantrekken. Insectenrijke graslanden langs struweelranden of bomenrijen zijn jachtplekken voor vleermuizen. Bloemrijke graslanden vormen het leefgebied van diverse zoogdieren, zoals (spits)muizen, konijn, haas en egel.
Daarnaast zullen er in het plangebied enkele inrichtingsmaatregelen getroffen worden die voor specifieke soorten een meerwaarde vormen: - Uilen: realisatie foerageergebied door extensief maaibeheer, kruidenzomen, planten met bessen/noten/vruchten in de hagen en de struweelzone en op hekken aan de binnenzijde van de hagen paaltjes (zitplaatsen) niet dicht langs de weg (donkerte en rust); - Bijen en zweefvliegen: insectenhotel in de struweelzone, foerageergebied door toepassing stuifmeel- en nectarbloemen, extensief en gefaseerd maaibeheer;
Verlichting Eveneens wordt in het landschapsplan aangegeven dat langs het fietspad aan de zuidzijde van het plangebied gebruik is gemaakt van verlichting die zo min mogelijk brandt, bijvoorbeeld verlichting die pas aan gaat op het moment dat fietsers naderen, en met een lage en gefocuste lichtbron, zoals led verlichting met speciale armaturen, zodat zo min mogelijk verstrooiing optreedt, met een diervriendelijke kleur, zoals amberkleurige verlichting. De zonneweide vraagt zelf geen verlichting. Aanvullend is door Pouderoyen Tonnaer in samenspraak met Staro Natuur en Buitengebied een oplegnotitie opgesteld, zijnde een leeswijzer van paragraaf 2.4 van het Landschapsplan Energiepark Groensebos. Betreffende oplegnotitie is bijgevoegd als Bijlage 3. Aangegeven wordt dat het fietspad met bijbehorende verlichting recent is aangelegd en volledig buiten het plangebied ligt. In het plangebied wordt geen nieuwe verlichting gerealiseerd. Het realiseren van aanvullende ecologische maatregelen is dan ook niet aan de orde. De realisatie en instandhouding van de hiervoor beschreven landschappelijke inpassing, wordt in dit
16
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
bestemmingsplan verankerd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels van het bestemmingsplan. Daarmee wordt het beoogde kwaliteitsbeeld gewaarborgd. 2.2.3.2 Advies LKM-commissie Het planvoornemen is met behulp van de selectieprocedure voor pilotprojecten zonneparken in de gemeente Echt-Susteren voorgelegd aan het adviespanel zonneparken. Onderdeel van de aangeleverde stukken vormde een landschapsplan dat naderhand nog nader is uitgewerkt. Betreffend landschapsplan is bijgevoegd als Bijlage 2. De LKM-commissie is op 24 februari 2021 akkoord gegaan met de wijze waarop onderhavig zonnepark landschappelijk zal worden ingepast.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
17
18
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt, wordt momenteel de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. Aangezien de NOVI nog niet van kracht is, is het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Een van de geformuleerde nationale belangen betreft 'ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie'. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en de energietransitie in Nederland substantieel ver gevorderd is. Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2 uitstoot. De vraag naar elektriciteit en gas zal blijven groeien. Daarom zal voor de opwekking en het transport van energie (ook over onze grenzen heen) voldoende ruimte gereserveerd moeten worden. Duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie verdienen daarbij speciale aandacht. Hun aandeel in de totale energievoorziening moet omhoog en zij hebben relatief veel ruimte nodig. De overgang naar meer duurzame brandstoffen vraagt om meer ruimte. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa).
Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
19
Met onderhavige ontwikkeling wordt beoogd een zonnepark van circa 10,4 hectare aan te leggen nabij het 'Groensebos' te Echt-Susteren. De ontwikkeling levert daarmee een positieve bijdrage aan de doelstelling van het rijksbeleid in relatie tot een duurzamere energievoorziening. De ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Met het Barro geeft het Rijk algemene regels voor ruimtelijke plannen. Doel van dit Besluit is bepaalde onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken. Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op de aangewezen nationale belangen, derhalve heeft het Barro geen consequenties voor voorliggend plan.
3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen een verantwoording te bevatten aan de hand van de zogenoemde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder), die is vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Ingevolge artikel 5.20 Besluit omgevingsrecht moet de Ladder ook worden toegepast bij een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De Ladder verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in planologische besluiten. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee het voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand en onnodig “bouwen in de wei”. De Ladder is daarmee een belangrijk instrument voor een goede ruimtelijke ordening. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat zonnevelden niet als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro jo. artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, Bro moeten worden aangemerkt (ABRvS 23 januari 2019, 201804681/1/A1).
Gezien deze jurisprudentie moet worden geconcludeerd dat de realisatie van een zonneveld geen “stedelijke ontwikkeling” is als bedoeld in het Bro. Dit betekent dat onderhavige ontwikkeling niet ladderplichtig is. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 3.1.5 Energieakkoord Zowel op rijks-, provinciaal als gemeentelijk niveau zijn er ambitieuze doelstellingen op het gebied van duurzame energie geformuleerd, vastgelegd in onder meer het Energieakkoord. In het Energieakkoord besloten meer dan veertig organisaties in september 2013 voor duurzame groei. Gezamenlijk gaan zij voor verduurzaming van de samenleving en economie. Daarbij wordt ingezet op: een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar; 100 petajoule energiebesparing per 2020; een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023; ten minste 15.000 voltijdbanen extra. Bovenstaande uitgangspunten zorgen voor een aanzienlijke opgave welke op zowel nationaal, regionaal
20
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
alsook lokaal niveau zal doorwerken. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een goede stap in de richting om tot meer duurzame energieopwekking te komen. Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan de in het Energieakkoord geformuleerde doelstellingen.
3.2
Provinciaal beleid / regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Limburg 2014 Het POL 2014 is vastgesteld op 12 december 2014. De hoofdambitie in het POL betreft het realiseren van een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om er te blijven. Het POL richt zich met name op de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat, waarbij kwaliteit centraal staat. Daarbij zijn er regionale verschillen tussen Noord-, Midden- en Zuid-Limburg, die vragen om een regionaal verschillende beleidsuitwerking. Het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Daarbij worden gemeenten uitgenodigd om een flink aantal vraagstukken in regionaal verband verder uit te werken.
Uitsnede Omgevingsvisie Limburg 2014 met aanduiding plangebied
Ter plaatse van het plangebied geldt de aanduiding 'Buitengebied'. De zone 'Buitengebied' omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het betreft alle gronden in het landelijk gebied, die niet zijn aangewezen als landschaps- of natuurzone. Deze zone biedt de meeste ruimte voor land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie. Verder geldt dat het plangebied niet binnen de bronsgroene landschapszone, zilvergroene natuurzone,
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
21
goudgroene natuurzone of het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg is gelegen.
Duurzaamheidsbeleid In paragraaf 5.5 Energie en duurzaamheid van de Omgevingsvisie Limburg is de provinciale energie-opgave nader toegelicht. Uitgaande van het energiegebruik in Limburg in 2012 betekent de energietransitie van 14% in 2020 dat de energiebehoefte duurzaam moet worden opgewekt door: Circa 1.200 windturbines (van 3 MW) óf 80 km2 zonnepanelen (een oppervlakte ter grootte van de gemeente Sittard-Geleen) óf Het jaarlijks verbranden van 400 km2 bos (18% van de oppervlakte van Limburg). Er wordt ingezet op een scala aan bronnen van hernieuwbare energie, zoals windenergie, zonne-energie, geothermie en bodemenergie. Voor zon-PV ziet de provincie een grote groeimarkt en de toepassing in de gebouwde omgeving wordt zeer passend geacht. De provincie stimuleert deze toepassing middels een zonatlas, waarmee woningeigenaren tegelijkertijd ook van andere potentiële besparingen bewust worden gemaakt. Ook komen zonneparken met de in het Energieakkoord voorgestelde salderingsregeling dichterbij. De ontwikkeling van business-modellen en proefprojecten worden ondersteund en, afhankelijk van de uitkomsten, beziet de provincie of zij hierin een rol in moet nemen. Van belang is bij deze vorm van energieopwekking primair in te zetten op multifunctioneel ruimtegebruik.
Verder geldt dat voor de aanpak van de energietransitie regionale energievisies (opgesteld door de regionaal samenwerkende gemeenten en Provincie in samenspraak met marktpartijen) een belangrijke plaats in nemen. De Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg is in paragraaf 3.3.1 nader toegelicht. 3.2.2 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. De provincie moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie is in dat verband doende het POL2014 te vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna ook: de POVl). De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving worden in de Omgevingsvisie meegenomen. De zoneringen op grond van het POL2014 zijn in de ontwerp POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. Ook in de ontwerp POVI is onderhavige projectlocatie gelegen in de zone 'Buitengebied'. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is geen sprake van relevante wijzigingen.
22
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' ontwerp POVI 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Het beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Limburg 2014 is meer geconcretiseerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
23
Uitsnede kaart 'milieubeschermings-gebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 met ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in de zone Roerdalslenk zone II, op basis waarvan aanvullende regels gelden voor bescherming van de drinkwatervoorziening. Naast een verbod in de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden is in de Omgevingsverordening een verbod opgenomen voor diepe boringen in de boringsvrije zones. Daartoe is de Roerdalslenk verdeeld in vier gebieden, waarbij per gebied de diepte van het boorverbod varieert. In de Omgevingsverordening wordt aangegeven dat boringen tot de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei zijn toegestaan en dat een melding moet worden verricht indien een boring dieper dan 30 meter beneden maaiveld plaatsvindt. Aangezien onderhavig voornemen niet gepaard gaat met dergelijke diepe boringen in de bodem, vormt de ligging in de zone 'Roerdalslenk zone II' geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. 3.2.4 Limburgse Zonneladder De Omgevingsvisie Limburg vervangt in 2021 de Omgevingsvisie POL 2014. De ontwerp versie is op 25 augustus 2020 vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. In december 2020 heeft besluitvorming plaats gevonden door Gedeputeerde Staten en in februari 2021 door Provinciale staten over de Omgevingsvisie. Om te voldoen aan toekomstig beleid is de (ontwerp) Omgevingsvisie meegenomen in dit bestemmingsplan.
De provincie Limburg wil naar eigen vermogen bijdragen aan de Rijksdoelstellingen om te komen tot een duurzame energievoorziening. Gezien de ligging van de provincie en het grondgebruik zijn de mogelijkheden om te komen tot een duurzame energievoorziening in Limburg beperkt. De provincie stelt geen eigen doelstellingen en plannen op ten aanzien van de energietransitie, maar neemt een ondersteunende rol aan bij nieuwe innovaties en ontwikkelingen. Dit doet zij onder andere bij de verduurzaming van Chemelot en de uitvoering van de Regionale Energie Strategie (RES). De provincie baseert haar handelen bij nieuwe initiatieven op draagvlak en wil haar inwoners daarbij maximaal betrekken.
24
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
De basis voor de energietransitie ligt voor de provincie Limburg bij de 'trias energetica', wat betekent: 1. 2. 3.
energieverbruik verminderen door verspilling in te perken; energieopwekking vanuit duurzame bronnen (niet-fossiel), zoals water, wind en zon; gebruik van zo efficiënt en schoon mogelijke fossiele bronnen bij de energiebehoefte die niet op een duurzame manier ingevuld kan worden.
Op het gebied van zonne-energie pleit de provincie Limburg voor zorgvuldigheid bij ruimtelijke inpassing. Voor dergelijke ontwikkelingen is de Limburgse zonneladder van toepassing. Deze is te zien in onderstaande afbeelding.
Limburgse zonneladder (bron: Ontwerp Omgevingsvisie Limburg) Eind 2020 zijn moties door Provinciale Staten ingediend. Realisatie van ZonPV (Photo Voltaic) op goede landbouwgrond en binnen kwetsbare natuur moet, conform de ingediende moties, als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie. Het dictum van deze moties luidden verder als volgt: “In de Provinciale Omgevingsvisie het 'nee, tenzij-principe' dat wordt gehanteerd bij de Limburgse zonneladder nader te omschrijven en te duiden en op te nemen in de nog op te stellen Omgevingsverordening. Zo uit te leggen dat goede landbouwgrond en kwetsbare natuur als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie; In de Omgevingsverordening een motiveringsplicht op te nemen zodat gemeenten en de provincie moeten motiveren waarom er wordt gekozen voor een bepaalde trede van de zonneladder. “ Het college van Gedeputeerde Staten heeft aangegeven deze motie uit te voeren en de strekking van het dictum te verwerken in zowel de Provinciale Omgevingsvisie als ook de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening wordt bepaald hoe de provincie toeziet op een juiste toepassing van de Limburgse zonneladder en op kwalitatief goede afweging en onderbouwingen bij initiatieven voor grondgebonden zonneparken.
Het 'nee, tenzij' principe van de zonneladder zal via de instructieregels nader geduid worden en vergt een nadere motivatieplicht bij initiatieven rondom zonneparken. Daarbij gaat het om een goede
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
25
ruimtelijke integrale afweging, de instandhouding van de landschapsstructuur en bijbehorende kenmerken, het combineren van meerdere functies, aandacht voor lokaal draagvlak en participatie en het doorlopen van zorgvuldige procedures. De gemeente Echt-Susteren vult voor het behalen van haar duurzaamheidsdoelen de treden 1 en 4 van de Limburgse zonneladder gelijktijdig in. Het is zon op dak, zon op land en wind tegelijkertijd. De gemeente haalt anders de duurzaamheidsdoelen niet. Deze lijn is ook door de verantwoordelijk gedeputeerde C. Brugman steeds zo uitgedragen. Door het feit dat voor de realisatie van het voorliggende zonnepark landbouwgronden (trede 4) worden ingezet, is op basis van het 'interim-beleid', zoals door de provincie Limburg medegedeeld per brief van 23 februari 2021, het 'nee, tenzij' principe van toepassing.
Motivering 'nee, tenzij' principe' De voorgenomen ontwikkeling betreft ZonPV op landbouwgrond. Hier beneden wordt nader op de gemeentelijke werkwijze ingegaan en hoe hiermee invulling wordt gegeven aan het 'nee, tenzij' principe. Uit het beleidskader 'Zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren', vastgesteld door de raad op 26 september 2019, blijkt dat de gemeente Echt-Susteren inzet op het opwekken van duurzame energie en dat zij in 2040 energieneutraal wil zijn. Op basis van de cijfers in 2016 (bron: klimaatmonitor) gebruikt de gemeente Echt-Susteren 4% (0,16 PJ) duurzaam opgewekte energie. Indien de gemeente Echt-Susteren aan de doelstellingen van het Regeerakkoord wil voldoen, zijnde 49% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990, dan moet de gemeente in 2023 16% (0,65 PJ) van haar energie duurzaam opwekken. Deze inhaalslag staat gelijk aan het additioneel plaatsen van circa 20 windmolens of 490.000 zonnepanelen, zoals blijkt uit de Energievisie Echt-Susteren 2018-2022 pag. 18. Om beter bij te dragen aan de landelijke opgave en de bijbehorende doelen te realiseren, zijn aanvullende inspanningen noodzakelijk. De gemeente ziet mogelijkheden om te versnellen en stevigere stappen te zetten richting energieneutraliteit. De gemeente zet daarom in op nieuwe initiatieven en projecten.
Hiertoe is onder andere de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 - 2022' opgesteld en vastgesteld in februari 2019. In de onderstaande 3 tabellen zijn de initiatieven en projecten geprioriteerd opgenomen. Tevens is waar nu al kan worden ingeschat de potentiële impact in PJ genoemd. De exacte bijdrage dient na vaststelling van deze energievisie nader te worden uitgewerkt.
26
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Waarom zijn zonneparken noodzakelijk? Energieverbruik In de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 - 2022' is onderbouwd aangegeven dat het energieverbruik in de gemeente 4,08 Peta Joule (PJ) per jaar bedraagt (bron: provinciaal Energiedashbord geraadpleegd juli 2018). Dat komt overeen met het energieverbruik van 65.280 gemiddelde Nederlandse huishoudens (de gemeente telt 14.181 huishoudens). Dit verbruik is voor 50% te koppelen aan mobiliteit, voor 35% aan gas (voor verwarming, warm tapwater en deels productieprocessen) en voor 15% aan elektriciteit. Deze 4,08 PJ is ook vergelijkbaar met 14 km2 zonnepanelen. Potentie energiebesparing De potentie energiebesparing is vastgesteld op 0,83 PJ in 2050. Dit moet voornamelijk behaald worden door het isoleren van woningen en gebouwen, door het gebruik van energie-efficiënte apparaten en aangepast gebruikersgedrag. Echt – Susteren kent 14.556 woningen. Meer dan de helft heeft een laag energielabel, hetgeen inhoudt dat er onnodig veel energie verbruikt wordt. Potentie duurzame opwekking Primair gebaseerd op het Energiedashboard van de provincie Limburg komt naar voren dat er binnen de gemeentegrenzen van Echt-Susteren de volgende potentie aanwezig is voor het opwekken van duurzame energie om te voorzien in haar huidige energievraag (zie de volgende tabel):
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
27
Deze hoeveelheid zonnepanelen (ZonPV) neemt ruim 5 km² aan oppervlak in beslag. De daken van woningen en bedrijfsgebouwen in de gemeente Echt-Susteren beschikken over te weinig geschikt dakoppervlak (geschikt = minimaal 10 zonnepalen van 360 Wp) om de gevraagde hoeveelheid aan duurzame elektriciteit op te wekken met zonnepanelen. Ook is niet elk huishouden in staat om zonnepanelen op zijn/haar dak te plaatsen. Zo is er bijvoorbeeld sprake van complexwoningen, appartementen, flats en hebben veel woonadressen geen eigen dak. Ook zijn veel daken van woningen niet geschikt door schaduwvorming en/of obstakels. Daarnaast worden deze daken niet vanzelfsprekend door de eigenaren vol gelegd met ZonPV installaties. Stimuleringsprojecten zijn nodig en helpen om de aanleg op daken van particulieren en bedrijven te versnellen. Particuliere woningeigenaren zijn in de praktijk moeizaam te mobiliseren tot het nemen van duurzame maatregelen vanwege de vele drempels die er zijn en de vrijblijvendheid. De gemeente kan het nemen van deze maatregelen niet afdwingen. Om lokaal te voorzien in een deel van de elektriciteitsbehoefte is het daarom noodzakelijk om te onderzoeken in hoeverre de mogelijkheid bestaat om grootschalige ZonPV installaties (z.g. zonneparken) en windmolens te plaatsen, zo blijkt uit de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 - 2022'.
Waarom dienen er nu al snel zonneparken te worden gerealiseerd? Zoals hier voor reeds aangegeven wordt de in het Regeerakkoord uitgesproken ambitie van 49% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 met de huidige snelheid niet gerealiseerd. Ook met betrekking tot de duurzame opwekdoelen loopt de gemeente Echt-Susteren, net als alle andere gemeenten in Nederland, flink achter. In 2020 dient Nederland 14% van de energievraag duurzaam op te wekken en in 2023 is dat 16% (dat is 0,57 PJ respectievelijk 0,65 PJ). De cijfers van 2016 geven aan dat de gemeente Echt-Susteren 4% (0,16 PJ) hernieuwbare energie gebruikt (2,2% vervoer, 5,7% warmte en 6,2% elektriciteit). Om te versnellen zijn concrete initiatieven en projecten benoemd en geprioriteerd (zie bovenstaande tabel). Dit geldt tevens voor grootschalige ZonPV installaties. De realisatie van grootschalige ZonPV is noodzakelijk, naast het stimuleren van de opwekking van duurzame energie bij gebouwen (zoals ZonPV op dak). De gemeente is immers geen eigenaar van de meeste gebouwen en kan het plaatsen van de zonnepanelen dus niet afdwingen. Hiermee ontstaat er een afhankelijkheidspositie om de duurzaamheidsdoelen te kunnen halen. Om deze reden zet de gemeente ook in op de nu beproefde technieken zon op land en wind.
Ook in de Concept-RES Noord- en Midden Limburg is geconcludeerd dat grootschalige windparken en zonneparken noodzakelijk zijn, naast het stimuleren van zonnepanelen op daken, energiebesparing etc. (dit is ook berekend in de Concept-RES). Hier beneden wordt nader op de doelen vanuit de Concept-RES ingegaan. Waar kunnen zonneparken in Echt-Susteren gerealiseerd worden? Bij het opstellen van het beleid voor de realisatie van zonne- en windparken is het een bewuste keuze geweest om geen zoekgebieden aan te wijzen en enkel Natura 2000 en goudgroene gebieden uit te sluiten van
28
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
zonneparken en windparken. In principe kunnen dus overal in de gemeente initiatieven ontwikkeld worden, mits het plan voldoet aan de drie beleidspijlers landschappelijke kwaliteit, draagvlak en (financiële) participatie. Op deze wijze kan er maatwerk geleverd worden, waardoor er sprake is van een realistische werkwijze om zonneparken ook daadwerkelijk te kunnen realiseren en hiermee de doelstelling om in 2040 energieneutraal te zijn. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan voor de realisatie van zonneparken. Het betreft een pilot waarmee de gemeente ervaring wil opdoen met de voorbereiding en realisatie van zonneparken. De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie voornoemde beleidspijlers:
Hoe verhouden de gemeentelijke doelen zich tot de opgave vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) regio Noord- en Midden Limburg?
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
29
In de Regionale Energie Strategie werkt de gemeente Echt-Susteren samen met alle 14 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg, Provincie Limburg, Waterschap Limburg en Enexis. De belangrijkste opgave van de RES is om afspraken te maken over hoeveel de regio kan bijdragen aan de landelijke doelstellingen (klimaattafel elektriciteit) van het klimaatakkoord. Deze ambitie is om in 2030 70% van de elektriciteit duurzaam op te wekken. Het bod dat de RES Noord- en Midden Limburg het rijk heeft gedaan is 1 200 GWh in 2030. In de onderstaande figuren staan de doelen van de RES schematisch weergegeven.
30
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Het behalen van de RES doelen tot 2030 betekent op basis van het voorgaande dat er per RES-gemeente 4-6 windturbines van 5-6 MW of 8-11 windturbines van 3 MW of 94 – 120 ha aan zonnepanelen gerealiseerd moeten worden. Met de realisatie van afgerond 41 ha aan zonnepanelen (ZonPV) én de realisatie van 5 windturbines van 5 – 6 MW, waarvoor momenteel het haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd, draagt de gemeente Echt – Susteren bij aan de doelstellingen van de RES regio Noord- en Midden Limburg tot 2030. De plannen van de 5 zonneparken, waaronder het voorliggende, zijn bij de deelnemende partijen in de RES bekend. Formele afstemming (hoe en wanneer er afgestemd moet worden) van initiatieven in RES verband is nog niet geregeld. Hier moeten nog concrete afspraken over gemaakt worden.
Relatie ontwikkeling met Limburgse zonneladder De voornoemde 5 zonneparken, waaronder de voorliggende ontwikkeling, worden op landbouwgronden in Echt-Susteren gerealiseerd. Dit neemt niet weg, zoals hiervoor nader onderbouwd, dat de gemeente geen aandacht heeft of de mogelijkheden heeft bekeken voor het realiseren van zonne-installaties in de overige gebieden in de Limburgse zonneladder zijnde zonne-installaties op daken en gevels (trede 1), in bebouwd gebied (trede 2) en in landelijk gebied (trede 3). Trede 1 Allereerst heeft de gemeente Echt-Susteren niet voldoende geschikte daken om te voorzien in de huidige en toekomstige energiebehoefte. In de Energievisie van de gemeente Echt-Susteren (vastgesteld februari 2019) is het totale energieverbruik in de gemeente Echt-Susteren opgenomen van 4,08 PJ per jaar. Hiervoor is een totale oppervlakte van 14 km2 aan zonnepanelen noodzakelijk. Dit verbruik is voor 50% te koppelen aan mobiliteit, voor 35% aan gas (voor verwarming, warm tapwater en deels productieprocessen) en voor 15% aan elektriciteit (0,6 PJ). Om die 15% aan elektriciteit duurzaam op te wekken is dus een oppervlakte van 2,1 km2 noodzakelijk. Dit is 2% van de oppervlakte van de gemeente Echt – Susteren. Echt-Susteren heeft 14.556 woningen.
In de praktijk heeft niet elk huishouden een woning met een geschikt dak en is ook niet elk huishouden in staat om zonnepanelen op zijn/haar dak te plaatsen. Zo is er bijvoorbeeld sprake van complexwoningen, appartementen, flats en hebben veel woonadressen geen eigen dak. Ook zijn veel daken van woningen niet geschikt door schaduwvorming en/of obstakels. Bij een aanname dat 40% van de woningen een geschikt dak heeft om 10 zonnepanelen te plaatsen, dan zouden op deze daken 58.224 panelen geplaatst kunnen worden. Dit komt overeen met circa 20.000.0000 kWh oftewel 0,07 PJ. Aangezien in totaal 0,6 PJ nodig is, zal dus voor de overige 0,53 PJ dakoppervlak nodig zijn op geschikte en beschikbare grote(re) gebouwen in Echt-Susteren. Dit komt overeen met ruim 1,8 km2 . In de praktijk is slechts een klein deel van de grote(re) daken geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Ook zal een groot deel van de eigenaren niet meewerken en kan nu ook niet gedwongen worden om mee te werken. Met de aanname dat 20% van al deze daken geschikt is en 25% van de eigenaren meewerkt dan is 36 km2 aan dakoppervlakte nodig. Deze oppervlakte is er niet, want dat zou betekenen dat 34% van de oppervlakte van de gemeente Echt-Susteren (104,5 km2 ) uit grote(re) daken zou bestaan. Om het voorgaande in perspectief te zetten.
De geplande 5 zonneparken in de gemeente Echt – Susteren hebben in totaal afgerond een oppervlakte van 40 ha. Dit is 400.000 m2 of te wel 0,4 km2 . Dit komt neer op 0,4 % van de totale oppervlakte van de gemeente. Er wordt verder wel aandacht besteed aan de invulling van trede 1. Dit blijkt ook uit de RES brede aanpak voor het stimuleren van de aanleg van zonnepanelen op daken. Dit plan richt zich naast de particuliere daken ook
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
31
op daken van bedrijven en commercieel vastgoed. MKB-bedrijven die willen verduurzamen worden hier van uit de gemeente in ondersteund. Door het feit dat de gemeente van de meeste gebouwen geen eigenaar is, is stimuleren de enige mogelijkheid. Afdwingen is niet mogelijk. Daarmee ontstaat er voor de gemeente een afhankelijkheidspositie, waardoor de gemeente niet de regie heeft op het behalen van de duurzaamheidsdoelen. Ten slotte geldt dat wat niet aan energie verbruikt wordt, ook niet opgewekt hoeft te worden. Binnen dat kader wordt vanuit de gemeente het besparen van energie gestimuleerd met bijvoorbeeld isolatiemaatregelen. Treden 2 en 3 Wat betreft de treden 2 en 3 moet in het oog worden gehouden dat de mogelijkheden ook beschikbaar moeten zijn. De gemeente Echt – Susteren beschikt bijvoorbeeld niet over een voormalige stortplaats (trede 3) en restruimten op bijvoorbeeld een bedrijventerrein (trede 2). Hiermee vallen deze gebieden dus zo goed als af. Op basis van het voorgaande is de conclusie dat bij het invullen van trede 1 kleine stappen worden gezet en het tijd vergt om particulieren/bedrijven te overtuigen om daadwerkelijk duurzaamheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast is ook de inzet van alle in potentie geschikte daken voor zonne-installaties in de gemeente niet voldoende om de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren.
Vanuit realistisch oogpunt moeten in Echt – Susteren dus ook landbouwgronden ingezet worden voor zonne-installaties. Dit mede omdat er in de gemeente nauwelijks locaties voor handen zijn om treden 2 en 3 te kunnen invullen. Aanvullend dient opgemerkt te worden dat met de opzet die nu gekozen is om de zonneparken, waaronder de voorliggende, te realiseren, er geen sprake is van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De gronden, die de betreffende agrarische grondeigenaren vrijwillig inzetten, kunnen gecombineerd voor zowel landbouwactiviteiten als voor de opwekking van zonne-energie gebruikt worden. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Verder geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. Daarnaast heeft het tijdelijk beperken van de landbouwkundige mogelijkheden ook voordelen. De gronden krijgen rust, omdat er bijvoorbeeld geen bestrijdingsmiddelen meer op de gronden gebruikt worden waardoor ook de biodiversiteit zich kan ontwikkelen.
Conclusie De gemeente Echt-Susteren zet voor de realisatie van haar duurzaamheidsdoelstellingen voornamelijk in op de invulling van de treden 1 en 4 van de Limburgse zonneladder. Er is dus sprake van zon op dak, zon op land en wind tegelijkertijd. De gemeente haalt anders de duurzaamheidsdoelen niet. Om de locatiekeuze van het voorliggende zonnepark op landbouwgrond nader te motiveren, is het plan door een deskundigenpanel getoetst aan de drie beleidspijlers landschappelijke kwaliteit, draagvlak en (financiële) participatie. Uit deze afweging is gebleken dat er bij de voorliggende ontwikkeling sprake is van: een goede ruimtelijke integrale afweging; de instandhouding van landschapsstructuren en de bijbehorende kenmerken; aandacht voor lokaal draagvlak en participatie; het doorlopen van zorgvuldige procedures. Door deze werkwijze toe te passen, kan er maatwerk geleverd worden. Hierdoor is er sprake van een realistische werkwijze om de vijf zonneparken, waaronder het voorliggende, ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Tevens is hiermee invulling gegeven aan het 'nee, tenzij' principe van de provincie Limburg. Ten slotte geldt dat met de realisatie van deze vijf zonneparken, de vijf geplande windmolens en de overige benoemde zaken, Echt – Susteren een bijdrage levert aan de doelstellingen van de RES opgave tot 2030 voor de regio Noord- en Midden-Limburg.
Deze doelen zijn uitsluitend haalbaar op het moment dat ook landbouwgronden voor de duurzaamheidsdoelstellingen worden ingezet.
32
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Energiestrategie (RES) Noord- en Midden-Limburg In de RES wordt door overheden, maatschappelijke organisaties, netbeheerders, en als het mogelijk is ook burgers, gewerkt aan regionaal gedragen keuzes als het gaat om energiebesparing en de duurzame opwekking van elektriciteit en de hiervoor benodigde infrastructuur. De RES wordt op regionaal niveau samengesteld. Hiervoor is Nederland in 15 energieregio's verdeeld. Gemeente Echt-Susteren maakt onderdeel uit van de energieregio Noord en Midden Limburg (één regio). De voorlopige concept RES van de regio Noord- en Midden Limburg is op 28 mei 2020 vrijgegeven voor de besluitvorming in de individuele colleges, Gedeputeerde Staten en het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg. Uiterlijk 1 oktober 2020 wordt de definitieve en bestuurlijk vastgestelde concept RES ingediend bij het Rijk. In de voorlopige concept RES zijn de ambities van de regio voor de periode van 2030-2050 beschreven. Deze betreffen: Door energie te besparen en energie kleinschalig duurzaam op te wekken in 2030 minimaal 25% minder CO2 uitstoren dan in 2015; Met grootschalige duurzame zon- en windprojecten 1.200 gigawattuur (GWh) duurzame energie opwekken in 2030; 100% duurzame warmte in 2050; 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten.
Met de realisatie van het zonnepark waarop dit bestemmingsplan ziet, wordt bijgedragen aan de regionale doelstelling om voor 2030 1.200 gigawattuur (GWh) op te wekken met grootschalige duurzame zon- en windprojecten. Daarnaast wordt ernaar gestreefd het doel van minimaal 50% coöperatief eigenaarschap te bewerkstelligen. Vanuit maatschappelijk oogpunt is relevant dat bij de uitwerking van dit initiatief een aantal stakeholders zijn geïdentificeerd, zijnde omwonenden en nabijgelegen bedrijven. Initiatiefnemer heeft voor elke stakeholder een uitgebreide analyse gemaakt waarbij het belang en de invloed van de betreffende stakeholder nader is uitgewerkt. Ten behoeve van het creëren van maatschappelijk draagvlak en de wensen en zorgen van de stakeholders te inventariseren, is initiatiefnemer meermaals het gesprek aangegaan met deze belanghebbenden. Op deze wijze worden belanghebbenden al in de voorbereidingsfase van het plan actief betrokken bij onderhavige ontwikkeling. Daarnaast heeft initiatiefnemer een intentieovereenkomst gesloten met Energiecoöperatie Echt-Susteren Energie waarbij als uitgangspunt is genomen dat partijen samenwerken om 50% lokaal eigendom van onderhavig project te realiseren.
Hierbij wordt gedacht aan een coöperatief model naar analogie met de postcoderoos, eventueel aan te vullen met aandelen of obligaties van het project uit te geven door de energiecoöperatie. De exacte invulling van deze 50% lokaal eigendom hangt in beginsel af van het lokale animo. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ambities als beschreven in de concept RES.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
33
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie 2012-2025, Ontwikkelen met kwaliteit Op 31 mei 2018 is door de gemeenteraad van Echt-Susteren de 'Structuurvisie 2012-2025, Ontwikkelen met kwaliteit' vastgesteld. Deze structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen binnen de gemeente, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt om het voorgenomen ruimtelijk beleid te verwezenlijken. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de gemeente Echt-Susteren duurzaamheidsinitiatieven toejuicht wanneer deze ruimtelijk-landschappelijk aanvaardbaar zijn. Waar mogelijk zullen dergelijke initiatieven worden gefaciliteerd. Hierbij dient wel in ogenschouw te worden genomen dat bij alle initiatieven voor duurzame energiewinning die een ruimtebeslag vergen tot 1,5 hectare een landschappelijke inpassing vereist is. In paragraaf 2.2.3 van voorliggende toelichting wordt nader ingegaan op het landschapsplan. Gelet op het feit dat onderhavig planvoornemen bijdraagt aan de duurzaamheidsagenda van de gemeente Echt-Susteren en tegelijkertijd wordt voorzien in een landschappelijke inpassing met bijbehorende financiële bijdrage, is onderhavig voornemen in overeenstemming met de 'Structuurvisie 2012-2025'.
3.4.2 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld op 14 december 2017); Bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren' (vastgesteld op 22 september 2016); Facetbestemmingsplan Sport- en/of recreatieve voorzieningen (vastgesteld op 22 februari 2017); Facetbestemmingsplan Deregulering (vastgesteld op 6 november 2019). Bestemmingsplan'Buitengebied' De percelen binnen het plangebied liggen in het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Echt-Susteren en hebben de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden', zonder bouwvlak aanduiding. Aanvullend is de dubbelbestemming 'Waarde-archeologie 3' van toepassing. De archeologische dubbelbestemming leidt tot een onderzoeksplicht bij ruimtelijke ingrepen van 500 m2 of meer, waarbij de bodem 40 cm of dieper wordt geroerd.
34
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
Uitsnede vigerend bestemmingsplan met aanduiding plangebied
Bestemmingsplan'Cultuurhistorie Echt-Susteren' In het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren' is het gebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Aardkundige waarde' en de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde – aardkundige ensemble broek en hei'. Deze als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het instandhouden en versterken van de cultuurhistorische, natuurlijke, landschappelijke en aardkundige waarden.
bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost
35
Uitsnede bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren' - met aanduiding dubbelbestemming 'Waarde Aardkundige waarde' (rood omlijnd) Het aardkundig waardevol gebied Broek en Hei is gelegen in de landschappelijke hoofdeenheden Maasterrassen, Dekzand en Rivierduin. Het Maasterras vormt de basis van het landschap, waar onder invloed van zandverstuiving eolische landvormen zijn ontstaan. De typerende landvormen bestaan uit terras(vlaktes), glooiingen, ruggen, duinen en bekkens. In dit gebied is de onderlinge samenhang dermate sterk en goed in het veld herkenbaar dat voor een ‘leek’ direct duidelijk is dat het hier een door de wind gevormd duingebied betreft. Uitgeblazen laagtes grenzen namelijk direct aan hoog opgewaaide duinen, waardoor op korte afstand reliëfverschillen voorkomen die hun gelijke alleen kennen in de duinen langs de kust. Kenmerkend zijn de zogenaamde paraboolduinen welke zijn ontstaan door langdurige verstuiving en daardoor geleidelijke migratie van de duin. Deze duinvormen zijn typisch voor de aan het eind van de laatste ijstijd gevormde Maasduinen waarvan Broek en Hei in feite de meest zuidelijke verbreiding vormen. Bovendien omvat het gebied in het oosten de transitiezone tussen het met eolisch zand bedekte landschap en de onbedekte Maasterrassen.
In het landschapsplan, bijgevoegd als Bijlage 2, wordt aangegeven dat de typerende landvormen in het gebied, met name de landduinen, terrassen en glooiingen worden gerespecteerd. De openheid van het gebied wordt gewaarborgd door de paneelopstellingen laag te houden; ‘onder ooghoogte’. De structuurbepalende verkaveling van het gebied wordt aangehouden om onnodige fragmentatie te voorkomen. Bestaande routes door het gebied worden behouden en versterkt door de komst van een informatievoorziening aan genoemde wegkruising, bedoeld voor educatie en informatie. Beeldbepalende bomenrijen en de aanwezige bermaanplant worden aangevuld met uitsluitend inheemse beplanting. Ook worden vanuit ecologische motieven de volgende uitgangspunten gehanteerd: