CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Tabel beantwoording zienswijzen

Commissie Omgeving 22 maart 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Inbreidingslocatie Reinoud van Gelderstraat12.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

i) Reclamant pleit voor sanering bedrijfsgebouwen en terugbouwen van woningen op die plek. De groene weide kan dan gebruikt worden t.b.v. parkeren en groen; a) Reclamant maakt bezwaar tegen het aantal toe te voegen woningen en de bouw van woningen ter plekke van het “weitje”. Hierdoor prevaleert economisch gewin boven leefbaarheid van de directe woonomgeving, hetgeen in strijd is met de leidende principes, genoemd in de gemeentelijke structuurvisie “Ontwikkelen met kwaliteit”.

i) Hiermee is sanering van de bedrijfsloodsen en grond financieel niet haalbaar. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

b) Het nieuwbouwplan leidt volgens reclamant tot een verdere verstening van de woonomgeving;

b) Zie het antwoord op zienswijze 2 onder punt a en zienswijze 3 onder punt c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

c) Reclamant ervaart de bouw van woningen met kap en daarin ramen en de mogelijkheid tot het realiseren van dakkapellen en eventueel een extra woonlaag als inbreuk op zijn privacy en pleit voor de bouw van woningen zonder kap;

c) Zie het antwoord op zienswijze 2 onder punt c en punt e. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

d) Reclamant vreest overlast door geluid (stemgeluid, verkeersgeluid, warmtepompen, airco’s e.d.), fijnstof (uitlaatgassen) en verlichting (lichtvervuiling door straatverlichting en

d) Zie het antwoord op zienswijze 6 onder punt e en zienswijze 3 onder punt h, zienswijze 8 onder punt l en zienswijze 8 onder punt o. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

a) Zie het antwoord op zienswijze 2 onder punt a en zienswijze 3 onder punten c en n. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

31

Deze zienswijze leidt niet tot aanvullende wijzigingen van het bestemmingsplan;

ecologische schade): e) Het bestemmingsplan spreekt van een reductie van het aantal verkeersbewegingen. In werkelijk neemt het aantal bewegingen toe. Ter plekke van het “weitje” was geen sprake van verkeersbewegingen;

e) Zie het antwoord op zienswijze 2 onder punt d. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

f) Reclamant vreest wateroverlast als gevolg van het nieuwbouwplan. Het plangebied ligt hoger dan zijn perceel. Daarnaast leidt het bouwplan tot een toename van verharding op de plek van het “weitje”. Reclamant vraagt zich af hoe het hemelwater op eigen terrein verwerkt gaat worden en geeft aan dat de planlocatie bekend staat als een probleemgebied in relatie tot het verwerken van regenwater. Verwezen wordt naar de problemen met de Reinoudhal;

f) Het plangebied is inderdaad een wateroverlastgevoelige locatie. Dat het plangebied hoger ligt dan de tuin van reclamant is in de bestaande situatie ook al zo. Om het hemelwater binnen het plangebied te kunnen verwerken worden infiltratievoorzieningen gerealiseerd. Onder de nieuw aan te leggen straat zal een infiltratievoorziening (IT-riool met lavapakket) worden aangelegd. Daarbij zal het overschot aan water bij extreme regenval via maaiveld naar de aanliggende straten moeten kunnen afstromen. Het hemelwater dat valt ter plekke van de nieuwe woningen en verharding rondom de woningen (terras, oprit) zal worden geïnfiltreerd in infiltratievoorzieningen die worden aangelegd op eigen terrein (onder de oprit van de woningen). De voorzieningen zullen voldoen aan de normen van het waterschap. Tenslotte wordt een keerwand gemaakt langs de achtertuinen en de nieuw aan te leggen straat, daar waar nodig. Ter plekke van de achtertuinen aan de Vincentiuslaan is reeds sprake van een betonnen afscheiding, waardoor een keerwand overbodig is. De zienswijze op dit onderdeel wordt als ongegrond beoordeeld.

g) Reclamant vraagt zich af of het bouwplan wel passend is binnen de beschikbare ruimte. Een tekening met maatvoering ontbreekt volgens hem.

g) Er zijn tekeningen met maatvoering gemaakt ten behoeve van de aanleg van de noodzakelijke infrastructurele voorzieningen. Deze tekeningen 32

8

De krappe straten zorgen voor slechte bereikbaarheid (o.a. hulpdiensten) bij geparkeerde auto’s op de straat;

zijn beoordeeld door de verkeerskundige en de maatvoering van de straten voldoet aan de eisen. De zienswijze op dit punt wordt als ongegrond beoordeeld;

h) Reclamant geeft aan dat het aantal parkeerplaatsen te weinig is voor het aantal woningen;

h) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt c. De zienswijze op dit punt wordt als ongegrond beoordeeld;

i) Reclamant verwacht meer kans op woninginbraak doordat er een straat aan de achterzijde komt te liggen waar nu niet toegankelijke percelen van buren liggen;

i) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt b. De zienswijze op dit punt wordt als ongegrond beoordeeld;

j) Reclamant pleit voor sanering van de bedrijfsgebouwen en in ruil daarvoor de bouw van 1 tot 2 wooneenheden; a) Reclamanten maken bezwaar tegen het aantal woningen (8) in relatie tot het oorspronkelijke aantal (4);

j) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 6 onder punt i. De zienswijze op dit punt wordt als ongegrond beoordeeld; a) In het oorspronkelijk plan was sprake van 6 woningen. Het ontwerpplan gaat uit van 8 woningen. Zie het antwoord op zienswijze 2 onder punt a. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

b) Reclamanten maken bezwaar tegen de hoogte van de woningen (2 laags) i.p.v. de oorspronkelijke laagbouw;

b) Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 2 onder punt e. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

c) Reclamanten maken bezwaar tegen de situering van woningen in de groenstrook;

c) Betreft particuliere grond. Er is geen sprake van openbaar groen o.i.d. daarnaast wordt verwezen naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt a. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

d) reclamanten vrezen belemmering en vervuiling van uitzicht;

d) Verwezen wordt na de beantwoording van zienswijze 3 c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

e) Reclamanten vrezen inkijk en verlies van

e) Verwezen wordt na de beantwoording van 33

Deze zienswijze leidt niet tot aanvullende wijzigingen van het bestemmingsplan;

privacy;

zienswijze 3 c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

f) Het plan leidt tot verstening van de groenstrook;

f) Zie het antwoord op bovenstaand punt c;

g) Het plan leidt tot drainageproblemen;

g) Zie het antwoord op zienswijze 7 onder punt f;

h) Het plan leidt tot toename van geluidsoverlast (bewoning, warmtepompen, airco’s, verkeer);

h) Zie het antwoord op zienswijze 6 onder punt e. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

i) Het plan leidt tot toename van lichtoverlast;

i) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 punt h. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

j) Het plan bevat onduidelijke bestemmingsplanregels m.b.t. bedrijvigheid aan huis;

j) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 punt i. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

k) Reclamanten maken bezwaar tegen de aanleg van een nieuwe straat in het plangebied;

k) De argumentatie van reclamant ontbreekt. Gelet op eerdere antwoorden is de aanleg van een straat noodzakelijk om de te realiseren woningen te kunnen bereiken. Deze zienswijze is ongegrond;

l) Het plan leidt tot toename van fijnstof;

l) Uit de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat de bouw van 8 woningen in niet betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Dit betekent dat geen nader onderzoek nodig is. De zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

m) Het plan leidt tot meer kans op woninginbraak;

m) Zie de beantwoording van zienswijze 3 onder punt b. Deze zienswijze is ongegrond.

n) Het plan leidt tot meer kans op brand;

n) De motivatie voor deze zienswijze ontbreekt volledig. De zienswijze wordt daarom als ongegrond beoordeeld;

34

9

o) Het plan leidt tot aantasting flora en fauna;

o) Ten behoeve van het bestemmingsplan is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat de voorgenomen plannen geen overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg hebben, mits rekening wordt gehouden met het broedseizoen van algemene vogelsoorten. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

p) Het plan leidt tot verslechtering van de situeringswaarde van het vastgoed;

p) De motivatie voor deze zienswijze ontbreekt volledig. De zienswijze wordt daarom als ongegrond beoordeeld;

q) Reclamanten geven aan naar verwachting een planschadeclaim in te dienen indien het plan wordt vastgesteld;

q) Planschade staat los van de inhoud van voorliggend bestemmingsplan. De zienswijze wordt daarom als ongegrond beoordeeld;

r) Reclamanten pleiten voor een kleinschaligere ontwikkeling van gelijkvloerse woningen ter plaatste van de bedrijfsloodsen en behoud van de groene weide.

r) Verwezen wordt naar eerdere antwoorden op de zienswijzen 2 a en 3 c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

a) Reclamant geeft aan begrip te hebben voor sanering van de bedrijfsgebouwen en bouw van enkele woningen, maar kan zich niet verenigen met de aard, omvang en kwaliteit van voorliggend plan en het effect op de bestaande woonomgeving;

a) Verwezen wordt naar eerdere antwoorden op de zienswijzen 2 a en 3 c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

b) In de toelichting op het plan wordt geen rekening gehouden met de enorme impact die dit plan heeft op het woon- en leefklimaat c.q. de kwaliteit van leven van alle omwonenden. In het huidige plan prevaleert enkel economische gewin van de initiatiefnemer.

b) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt a en zienswijze 3 onder punt n. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

c) Er is geen maatschappelijke noodzaak voor dit plan wat betreft het groenperceel. Het

c) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt a en zienswijze 3 onder 35

Deze zienswijze leidt niet tot aanvullende wijzigingen van het bestemmingsplan;

groenperceel waar het om gaat is geen ‘rotte plek’ en van overlast is geen enkele sprake en het gebied is nooit een speerpunt van gemeentelijk beleid geweest;

punt o. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

d) Reclamant maakt bezwaar tegen het aantal woningen. Oorspronkelijk ging het om 4 woningen. Dit is gaandeweg verhoogd naar 6 en vervolgens 8 woningen met straat. Volgens reclamant heeft initiatiefnemer aangegeven dat extra woningen zijn toegevoegd om uit de door de gemeente opgelegde kosten voor de aanleg van de straat te komen;

d) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 8 onder punt a Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

e) Reclamant merkt op dat de weide geen rotte plek is. Integendeel zelf. Het uitvoeren van een explosievenonderzoek in de weide wordt volgens reclamant enkel gedaan om deze weide als “rotte plek” te betitelen;

e) Er is een risicoanalyse uitgevoerd met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven. Dit is noodzakelijk in het kader van externe veiligheid en heeft niets te maken met de weide kunnen betitelen als “rotte plek”. Volgens de gemeente is de weide ook geen rotte plek o.i.d. De oppervlakte van de weide is echter wel noodzakelijk voor uitvoering van voorliggend woningbouwplan. Zie argumentatie in het antwoord op zienswijze 2 onder a. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

f) Het verharden van de weide staat volgens reclamant haaks op de adviezen van de overheid om tuinen juist niet te verharden i.v.m. afstromend regenwater. Reclamant vreest voor wateroverlast als gevolg van afstromend regenwater naar haar lager gelegen tuin en tuinhuis;

f) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 7 onder punt f. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

g) Reclamant vraagt zich af of er sprake is van belangenverstrengeling. De huidige projectleider van initiatiefnemer heeft eerder voor de gemeente

g) Deze zienswijze heeft niets te maken met de inhoud van voorliggend bestemmingsplan. De projectleider van initiatiefnemer werkt al langere tijd 36

gewerkt;

niet meer voor de gemeente;

h) Reclamant heeft moeite met de toegestane goot- en nokhoogtes. Dit kan leiden tot de bouw van bijbehorende bouwwerken tot een hoogte van 6 meter in de erfgrens. Dit heeft een negatief effect op de privacy van reclamant;

h) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt f , 2 onder punt c en 3 onder punt g. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

i) Reclamant pleit voor de bouw van grondgebonden seniorenwoningen bestaande uit een bouwlaag, zonder kap. Hier is behoefte aan in Susteren en dit type woningen heeft minder impact op de privacy en uitzicht van omwonenden;

i) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt e. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

j) Reclamant vreest de bouw van dakkapellen in de daken die kunnen leiden tot een verdere impact op de privacy;

j) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt c en zienswijze 3 onder punt g. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

k) In de zijgevel is een venster gepland. Hier zou volgens initiatiefnemer melkglas in gezet worden. Een toekomstige bewoner kan dit echter vervangen voor gewoon glas met alle gevolgen van dien voor de privacy van omwonenden;

k) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt c en zienswijze 3 onder punt g. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

l) De ‘Lijst van bedrijfsactiviteiten’ ontbreekt bij de ter inzage liggende stukken. Dit zorgt volgens reclamant voor rechtsonzekerheid over welk soort bedrijfsactiviteiten als beroep of bedrijf aan huis mogelijk zijn bij de nieuw te realiseren woningen. Reclamant pleit voor het opnieuw ter inzage leggen van het bestemmingsplan inclusief deze lijst;

l) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt i. Deze zienswijze wordt als gegrond beoordeeld;

m) Reclamant merkt op dat met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’, de bedrijfsmogelijkheden ter plekke van de

m) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt j. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld; 37

projectlocatie in planologisch juridisch opzicht reeds gesaneerd zijn. Het verdwijnen van aan bedrijven gerelateerde vormen van overlast is volgens reclamant in deze dan ook geen overtuigend argument voor de beoogde verdere ontwikkeling van het plangebied; n) Gelet op voorgaande uitleg wordt er in de verkeersparagraaf van de verkeerde kengetallen uitgegaan. De verkeersgeneratie van de voormalige, bijna 5 jaar geleden wegbestemde, timmerfabriek kan niet meer als ‘de huidige situatie’ worden opgevoerd;

n) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt d. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

o) Binnen de bestemming ‘Verkeer’ is het plaatsen van lichtmasten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer met een maximale hoogte van 12 meter toegestaan. Dit is volgens reclamant te hoog. Reclamant vreest lichtvervuiling voor de omgeving en zijn woning en tuin. Reclamant verzoekt om, indien gemeente niet afziet van het plan, de toegestane hoogte naar beneden bij te stellen;

o) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt h. Deze zienswijze wordt deels als gegrond beoordeeld.

p) Reclamant merkt op dat er gemiddeld genomen eigenlijk 16,8 (=17) parkeerplaatsen nodig zijn om het beoogde woningbouwprogramma te kunnen realiseren. Het plan is volgens reclamant echter dermate krap opgezet dat er feitelijk maar ruimte is voor in totaal 13 parkeerplaatsen bij de woningen en in het openbaar gebied. Dit tekort wordt volgens reclamant ten onrechte afgedaan met de veronderstelling dat er een oudere doelgroep gaat wonen. Dit argument is niet valide aangezien het woningen betreft die uiteindelijk iedereen kan kopen. Reclamant merkt op dat het niet de

p) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

38

bedoeling kan zijn dat er permanent 4 parkeerplaatsen bij de Reinoudhal bezet zullen worden. Dit is volgens reclamant reden om het woningbouwprogramma te beperken; q) Reclamant geeft aan dat als men toch wel wil uitgaan van bewoners-parkeren op de parkeerplaats bij de Reinoudhal, dit vooral een argument is dat er in de weide juist geen straat hoeft te komen. Dientengevolge zou het plan ingeperkt kunnen worden tot de oorspronkelijk geplande 4 woningen op de locatie van de timmerfabriek, omdat de hoge kosten van de door de gemeente geëiste straat geen noodzaak meer is;

q) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt a. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

r) Reclamant pleit voor de aanleg van een straat tussen de Reinoud van Gelderstraat en de Vincentiuslaan, waarlangs maximaal 4 woningen gebouwd zouden kunnen worden;

r) Verwezen wordt naar eerdere antwoorden op zienswijze 2 onder punt a en zienswijze 3 onder punt c. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

s) Reclamant verwacht geluidsoverlast door het gebruik van warmtepompen t.b.v. de verwarming van de nieuwe woningen;

s) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt m. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

t) Het plan doet volgens reclamant geen recht aan de speerpunten van de gemeentelijke structuurvisie. Kwantiteit en winstmaximalisatie gaat volgens reclamant boven kwaliteit. Er is tijdens de voorbereiding te weinig gekeken naar de invloed van het plan op de kwaliteit van de nu nog fijne woonomgeving en maatschappelijke relevantie van het plan.

t) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt a en 3 onder punt o. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

u) Daarnaast vraagt reclamant zich af hoe belangrijk de gemeente Echt-Susteren de herontwikkeling van deze locatie werkelijk vindt.

u) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt o. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld; 39

De locatie is namelijk niet opgenomen op de in 2018 vastgestelde lijst van 63 speerpuntprojecten voor het stedelijke gebied. v) Het plan bevat daarnaast een zeer summiere motivatie van de kwantitatieve en kwalitatieve vraag. Het plan voorziet in koopwoningen zonder duidelijke criteria betreffend het “koperspubliek“, hierdoor valt niet te voorspellen aan welke behoefte dit plan invulling gaat geven.

v) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 2 onder punt a. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

w) In de toelichting wordt, op basis van diverse onderzoeksrapporten en een recent provinciaal besluit d.d. 19 oktober 2020, beknopt samengevat dat een spoedige sanering (binnen 4 jaar) van een geval van ernstige bodemsanering noodzakelijk is. In het licht van de al vaker aangehaalde constatering dat het plangebied reeds een woonbestemming heeft is dit best opmerkelijk. Maar goed, onder het motto beter laat dan niet saneren is reclamant voorstander van een sanering van vervuilde grond in de directe omgeving. Wat reclamant echter wel zorgen baart zijn de feitelijke gevolgen van de sanering. In het saneringsplan d.d. 9 juni 2020 is omschreven dat de gronden ter plaatse van de toekomstige woonblokken niet worden aangevuld. Op grond van de in bijlage 5 opgenomen ontgravingskaart stellen wij vast dat het toch al dieper gelegen plangebied, ter hoogte van onze tuin nog eens met 0,5 meter wordt afgegraven en dus niet meer met schone grond wordt opgevuld. De eerder omschreven nadelige effecten van het hoogteverschil worden hierdoor volgens reclamant nog eens versterkt;

w) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt q. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

x) Reclamant vreest schadelijke gevolgen als

x) Verwezen wordt naar het antwoord op 40

gevolg van afstromend water in de richting van het plangebied. De tuin van reclamant ligt, zeker na de beoogde sanering, aanzienlijk hoger dan het plangebied;

zienswijze 3 onder punt r. Deze zienswijze is niet van toepassing op locatie van reclamant (die ligt namelijk lager dan het plangebied, zie ook haar eigen andere zienswijze op dit punt). Dit onderdeel van de zienswijze is “copy-paste” uit een andere zienswijze, vandaar de mogelijke onduidelijkheid. De zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

y) Reclamant geeft aan dat de behoefte voor de bouw van genoemde 8 woningen onvoldoende is onderbouwd;

y) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt s. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

z) Reclamant geeft aan dat hij overweegt om een planschadeclaim in te dienen indien het plan wordt vastgesteld;

z) Zie eerdere antwoorden op dit onderdeel dat los staat van de inhoud van het bestemmingsplan;

aa) Reclamant verwacht meer kans op woninginbraak en brand door het bouwplan;

aa) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 3 onder punt b, zienswijze 8 onder punt n. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

bb) Reclamant verwacht aantasting van flora en fauna door het bouwplan;

bb) Verwezen wordt naar het antwoord op zienswijze 8 onder punt o. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld;

cc) Reclamant draagt als oplossingsrichting aan om het plan veel kleinschaliger uit te voeren door de realisatie 3 tot 4 woningen (een bouwlaag) toe te laten. De groene weide dient daarbij groen te blijven. Een eventuele klus / hobbyruimte kan ook ondergronds volgens reclamant;

cc) Verwezen wordt naar het antwoord onder punt r. Deze zienswijze wordt als ongegrond beoordeeld.

dd) Reclamant geeft aan dat er omwonenden zijn die nog per mail een zienswijze zullen indienen. Deze zienswijze wil zij reeds pro forma indienen middels deze brief;

dd) Reclamant kan niet pro forma een zienswijze indienen voor andere reclamanten. Er zijn overigens geen mails meer binnengekomen in de periode na de terinzagelegging.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=d97201ab-9c73-41af-8ee8-4a9dded2d34f