septoebijlage3
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming Susterderweg 31 Nieuwstadt 2022
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Quickscan Wet natuurbescherming Susterderweg 31 Nieuwstadt 2022 Status: Definitief, 12 april 2022. Kleine aanpassing na geconstateerde omissie onder paragraaf 3.6, 2 augustus 2022. In opdracht van:
Contactpersoon: H. Verheesen
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
C.E. Linders & Ing. R.A.J. Pahlplatz Projectnummer: 22-026 Foto omslag: Zicht op plangebied
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 4 1.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 6 1.3 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 7
2.
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................................... 8 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 8 2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Natura 2000 .......................................................................... 8 2.3 Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beleid Provincie Limburg .................. 9
3.
ANALYSE SOORTBESCHERMING ........................................................................................................ 11 3.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 11 3.2 Flora ................................................................................................................................................. 11 3.3 Zoogdieren........................................................................................................................................ 12 3.4 Vogels............................................................................................................................................... 12 3.5 Reptielen........................................................................................................................................... 14 3.6 Amfibieën en vissen .......................................................................................................................... 15 3.7 Overige beschermde soorten ............................................................................................................. 15
4.
HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................ 16 4.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 16 4.2 Te kappen bomen en houtopstanden ................................................................................................. 16 4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming ................................................................ 16 4.4 Bescherming houtopstanden in gemeente Echt-Susteren ................................................................... 16
5.
CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 19 5.1 Conclusies gebiedsbescherming ........................................................................................................ 19 5.2 Conclusies soortbescherming ............................................................................................................ 19 5.3 Conclusies Houtopstanden ................................................................................................................ 20
6.
LITERATUURLIJST EN WEBSITES ........................................................................................................ 21
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming ........................................................................................... 22 Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland ........................................................................ 30 Bijlage 2 Onderzoeksgebied NDFF .................................................................................................................. 34
Bureau Meervelt
1.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
INLEIDING
1.1 Aanleiding Initiatiefnemer Holikiday heeft het voornemen een nieuw woonzorgcomplex te bouwen bestaande uit 23 zelfstandige zorgappartementen en één bedrijfswoning (appartement) aan de Susterderweg 31 in Nieuwstadt, gemeente Echt-Susteren. Het bestaande gebouw (voormalig kantoor van het IKL) wordt gesloopt en hier wordt een volledig nieuw gebouw gerealiseerd. In onderstaande figuur 1 is het plangebied weergegeven. Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied voor deze quickscan.
Figuur 1: Ligging van het onderzoeksgebied ten noorden van de kern Nieuwstadt, gemeente Echt-Susteren (Atlas Limburg, 2022).
4
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
Figuur 2: Luchtfoto van het plangebied aan de Susterderweg in Nieuwstadt, gemeente Echt-Susteren. Op de foto is het voormalig kantoor van het IKL zichtbaar. Onderdeel van het bestemmingsplan is een paragraaf flora en fauna. Opdrachtgever heeft Bureau Meervelt verzocht een quickscan Wet Natuurbescherming uit te voeren om in kaart te brengen welke beschermde natuurwaarden in het bestemmingsplangebied en de omgeving daarvan aanwezig (kunnen) zijn, en of de ontwikkelingen die in het nieuwe bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt kunnen conflicteren met de Wet natuurbescherming. Ook wordt aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden in geval beschermde natuurwaarden in het geding dreigen te komen.
5
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit een kantoorgebouw met aan twee zijden een tuin (als wilde tuin ingericht) en een grote parkeerplaats. De tuin is omzoomd met bomen, in de oosthoek vormen stapelstenen een muur. Het kantoorgebouw heeft geen openingen die toegang geven tot het gebouw met uitzondering van enkele stootvoegen. In de tuin zijn enkele vogelverblijven opgehangen en er staat een groot insectenhotel. Het plangebied wordt aan twee zijden omringt door natuurgebied, ten westen van het plangebied ligt een weide en aan de oostzijde loopt de Susterderweg (doorgaande weg tussen Nieuwstadt en Susteren).
Figuur 3: Zicht op het kantoor vanuit het noorden.
Figuur 4: Een van de broedkasten (voor Steenuil).
Figuur 5: Zicht op de tuin met insectenhotel.
1.3 Voorgenomen ontwikkeling Het bestaande gebouw (voormalig kantoor van het IKL) wordt gesloopt en er wordt een volledig nieuw gebouw gerealiseerd met 23 zelfstandige zorgappartementen en één bedrijfswoning (appartement).
6
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
1.4 Leeswijzer De Wet natuurbescherming kent de aspecten gebiedsbescherming (Natura 2000), soortbescherming en bescherming houtopstanden. In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 worden de benodigde vervolgstappen ten aanzien van het kappen van bomen in beeld gebracht. In hoofdstuk 5 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. Bijlage 2 bevat het onderzoeksgebied dat gebruikt is in de NDFF.
7
Bureau Meervelt
2.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn drie afwegingskaders relevant: • Afwegingskader Wet natuurbescherming (Natura 2000), • Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Ecologische hoofdstructuur), • Afwegingskader Omgevingsverordening Limburg 2014 (Goudgroene en Zilvergroene natuurzones en Bronsgroene landschapszone). Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd bijlage 1 eerst door te nemen.
2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op een afstand van bijna 5 kilometer van Natura 2000-gebied Grensmaas en op circa 5 kilometer van Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand.
Figuur 6: Globale ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (paars) (Atlas Limburg, 2022). Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. De afstand van het plangebied tot de Natura 2000-gebieden is zodanig groot, dat storingsfactoren zoals verlichting geluid en optische verstoring, die optreden in het plangebied, niet reiken tot in de Natura 2000-gebieden. De enige uitzondering hierop zou stikstof kunnen zijn. Voor de tijdelijke uitstoot van stikstofverbindingen in het kader van
8
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
sloop- en bouwactiviteiten is echter een vrijstelling van kracht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor uitstoot van stikstofverbindingen in de gebruiksfase van het appartementencomplex (indien van toepassing) is een Aerius-berekening nodig. Als uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van extra stikstofbelasting in de daarvoor gevoelige Natura 2000gebieden, is een voortoets en/of passende beoordeling nodig. Als een passende beoordeling moet worden uitgevoerd is ook een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming.
2.3 Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beleid Provincie Limburg In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) en dat deze de begrenzing en bescherming van het NNN dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is het NNN in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 als Goudgroene natuurzone vastgelegd. Met de Omgevingsverordening heeft de Provincie Limburg invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van de Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’ (Nationaal Natuurnetwerk). Met de Beleidsregel natuurcompensatie geeft de Provincie Limburg invulling aan het natuurcompensatiebeleid uit de Omgevingsverordening.
Figuur 7: Ligging plangebied (rode ruit) ten opzichte van beschermde natuur- en landschapszones (Atlas Limburg, maart 2022).
9
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
De beleidsregel Natuurcompensatie is van toepassing als voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd en/of de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Als de beleidsregel Natuurcompensatie van toepassing is, ontstaat er een compensatieplicht en moet er, wil de activiteit doorgang kunnen vinden, financiële compensatie, dan wel fysieke compensatie plaatsvinden. De voorwaarden die gelden bij een compensatieplicht zijn uitgewerkt in de beleidsregel natuurcompensatie. In figuur 7 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Goudgroene natuurzone weergegeven. Het plangebied overlapt niet met beschermde natuur- en landschapszones en niet met het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg (kaart 4 bij de Omgevingsverordening). Vervolgstappen met betrekking tot deze beschermde natuur- en landschapszones en het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg zijn niet nodig.
10
Bureau Meervelt
3.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
ANALYSE SOORTBESCHERMING
3.1 Inleiding Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd). Daarnaast kan voor soorten een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst van de provincie Limburg is zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met dit wettelijk kader wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. In dit hoofdstuk wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld van de sites van de provincie Limburg en de Nationale Databank Flora en Fauna (zie bijlage 2). De natuurgegevens van de NDFF betreffen de gegevens in het onderzoeksgebied zoals weergegeven in bijlage 2, de waarnemingen uit de laatste tien jaar zijn opgevraagd1. Vanwege de voorwaarden die de NDFF stelt aan het openbaar maken van deze gegevens, zijn geen herleidbare waarnemingen opgenomen in deze quickscan.
Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze in de NDFF niet worden geselecteerd op type waarnemingen zoals 'waarneming broedende vogel of overtrekkend'. De NDFF geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend) in de NDFF. Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied. De gegevens uit de dataset van de NDFF over vogels worden daarom in de quickscan buiten beschouwing gelaten. Voor informatie over potentiële broedvogels zijn de natuurgegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Het plangebied blijkt echter buiten het onderzoeksgebied van de provincie te vallen. Om die reden zijn de waarnemingen tijdens het veldbezoek leidend en is ten aanzien van mogelijke broedvogels een inschatting gemaakt op basis van het veldbezoek. De gegevensset is samengesteld in maart 2022 en aangevuld met een oriënterend veldbezoek in dezelfde maand (28 maart 2022). Tijdens het veldbezoek is het plangebied rondom geheel bezocht. De resultaten van het veldbezoek zijn in deze rapportage opgenomen.
Als beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn, wordt aangegeven of en zo ja welke vervolgstappen moeten worden doorlopen.
3.2 Flora De provincie Limburg heeft geen florakartering uitgevoerd in het plangebied zelf (tuin). In de omgeving van het plangebied is in 2009 een florakartering uitgevoerd. Daarbij zijn in het kilometerhok geen beschermde soorten aangetroffen onder de Wet natuurbescherming. Het plangebied zelf is op dit moment een verwilderde tuin. Gezien de voedselrijkdom en het voormalige gebruik en beheer als tuin is het voorkomen van beschermde planten hier uit te sluiten. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor plantensoorten is niet nodig.
1
In de NDFF worden ook gegevens uit andere bronnen geïmporteerd zoals gegevens van de NGO’s en waarneming.nl; updates
vinden met enige regelmaat plaats, maar recente gegevens kunnen met enige vertraging beschikbaar komen in de NDFF.
11
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
3.3 Zoogdieren In onderstaande tabel 1 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten zoogdieren in en rond het plangebied in de laatste tien jaar. Tabel 1: Overzicht waargenomen beschermde soorten zoogdieren rond het plangebied (bron: NDFF, maart 2022). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam
Beschermingsregime
Bever
Habitatrichtlijn
Ree
Andere soorten
Wild zwijn
Andere soorten
Beschermingsregime ‘Andere soorten’ Uit de geraadpleegde bronnen zijn geen waarnemingen van zoogdieren uit het plangebied zelf bekend. Aangenomen mag worden dat de tuin in de huidige staat deel uitmaakt van enkele algemeen voorkomende beschermde soorten zoogdieren zoals Egel en enkele soorten knaagdieren. Het betreft algemeen voorkomende soorten met vrijstellingen voor verbodsbepalingen als aantasting van verblijfplaatsen en vangen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt ten alle tijden de zorgplicht. Overige zwaarder beschermde soorten worden niet verwacht op grond van de ligging en het beperkte oppervlak van het plangebied. Beschermingsregime habitatrichtlijnsoorten Het plangebied heeft geen betekenis voor Bever. Open water ontbreekt. Waarnemingen van vleermuizen ontbreken. Mogelijk maakt het plangebied (een zeer klein) deel uit van het foerageergebied van enkele soorten vleermuizen. Gezien de beperkte omvang van het plangebied hebben ingrepen in het plangebied geen effect op de functionaliteit van het leefgebied als geheel. Geschikt foerageergebied is in de omgeving van het plangebied in ruime mate aanwezig.
Het voormalig kantoorgebouw biedt nauwelijks tot geen mogelijkheden tot vestiging, er zijn geen geschikte invliegopeningen die toegang bieden tot spouw, de stootvoegen zijn door muurverf versmald, de metalen dakrand van het plat dak lijkt hermetisch aan te sluiten op de muren net als kozijnen. Ook in de bomen in het plangebied ontbreken geschikte holten. Het voorkomen van overige beschermde soorten zoogdieren onder de habitatrichtlijn kan op grond van de ligging en het beperkte oppervlak worden uitgesloten. Nader onderzoek naar beschermde soorten zoogdieren in het plangebied of een ontheffing worden niet nodig geacht.
3.4 Vogels In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: het is verboden vogels te doden of te vangen, het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1). Jaarrond beschermde nesten Nesten van een aantal soorten zijn jaarrond beschermd; ook de functionele omgeving van deze jaarrond beschermde nesten is beschermd. Storing met als gevolg het (tijdelijk) verlaten van een jaarrond beschermd nest wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. De lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest is hieronder opgenomen:
12
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
Tabel 2: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten (Beleidsregel passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Soort
Categorie
Boerenzwaluw
2
Soort Huiszwaluw
Categorie
Soort
Categorie
2
Roek
1
Boomvalk
3
Kerkuil
1
Slechtvalk
2
Bosuil
2
Oehoe
1
Steenuil
1
Gierzwaluw
2
Ooievaar
2
Torenvalk
3
Grote gele kwikstaart
2
Ransuil
3
Wespendief
3
Havik
3
Raaf
3
Zwarte wouw
3
Huismus
2
Rode wouw
3
Categorie 1:
Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nestplaats).
Categorie 2:
Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Categorie 3:
Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.
Soorten waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. In dat geval geldt geen jaarronde bescherming van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming. Tabel 3: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Bijeneter
Grauwe klauwier
Kwartelkoning
Roerdomp
Wulp
Blauwe reiger
Grutto
Oeverzwaluw
Sperwer
Zomertortel
Buizerd
IJsvogel
Paapje
Spotvogel
Zwarte specht
Kramsvogel
Ringmus
Visdief
Draaihals Categorie 4:
Nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.
Nesten van andere soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Voor kunstmatige nestgelegenheid geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing. Alle nesten van broedvogels zijn beschermd zo lang deze in gebruik zijn en de jongen afhankelijk zijn van het nest. Nesten van een aantal soorten genieten een jaarronde bescherming. Verstorende werkzaamheden of activiteiten in het broedseizoen zijn niet toegestaan als nesten aanwezig zijn in het plangebied of de nabijheid daarvan. Een indicatie voor de broedperiode is 1 maart tot 15 juli. Let op: dit is slechts een indicatie, van belang is of broedende vogels aanwezig zijn of niet.
13
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
Broedvogels in het plangebied In 2016 heeft de provincie in de Goudgroene natuurzones in de omgeving van het plangebied een broedvogelkartering uitgevoerd. Daarbij werden in het kilometerhok territoria van Boomklever, Boomkruiper, Geelgors, Grasmus, Groene specht, Holenduif, Middelste Bonte Specht, Nachtegaal, Spotvogel en Tuinfluiter vastgesteld. Tijdens het veldbezoek werden algemeen voorkomende broedvogels waargenomen waaronder Houtduif en Merel. Ook waren diverse kleine nestkastjes aanwezig. Voor deze soorten geldt dat eventueel aanwezige nesten beschermd zijn gedurende de tijd dat deze in gebruik zijn tot de jongen het nest verlaten hebben. Dat betekent in praktijk dat bomen, struweel en nestkastjes buiten de broedtijd van deze soorten verwijderd moet worden. Een indicatie van deze broedtijd is 15 maart - 15 augustus. Een soort als Houtduif kan echter ook buiten deze periode tot broeden komen. Om te voorkomen dat in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn kan daarom het best in de winterperiode gekapt worden. Een andere mogelijkheid is om voorafgaand aan de kap een inspectie uit te voeren. Bij vaststelling van een in gebruik zijnd nest moeten de kapwerkzaamheden dan op deze locatie uitgesteld worden. In het plangebied zijn twee grotere kasten aanwezig (type Steenuil en Bosuil). Beide kasten zijn gecontroleerd en zagen er ongebruikt uit (schoon, zonder verblijfssporen).
Deze kunnen weggehaald of verplaatst worden naar een locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
3.5 Reptielen In onderstaande tabel 4 zijn waarnemingen opgenomen van reptielen in en in de omgeving van het plangebied in de laatste tien jaar. Tabel 4: Overzicht waargenomen beschermde soorten reptielen rond het plangebied (bron: NDFF, maart 2022). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam
Beschermingsregime
Levendbarende hagedis
Andere soorten
* Vrijstelling geldt 15 augustus t/m 15 oktober
Levendbarende hagedis is net buiten het plangebied waargenomen, vooral langs de Susterderweg zijn veel waarnemingen gedaan van deze soort. De tuin vormt geschikt leefgebied voor deze soort, de stapelstenen kunnen gebruikt worden als opwarmplekje en overwinteringslocatie. Het ongeschikt maken van het plangebied voor deze soort dient te gebeuren in de daarvoor vrijgestelde periode 15 augustus tot en met 15 oktober. Als de stapelstenen niet behouden kunnen worden dienen deze met enige voorzichtigheid te worden afgebroken zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. De tuinbegroeiing kan met een loader langzaam richting grenzen van het plangebied worden geschoven zodat ook hier aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten. Door verwijdering van alle vegetatie en schuilmogelijkheden wordt de tuin ongeschikt gemaakt voor deze soort waarna de sloop en bouw zonder belemmeringen kan worden uitgevoerd. Bij het opnieuw inrichten van de directe omgeving van het appartementencomplex verdient het aanbeveling lage stapelstenen muren aan te leggen en zo opnieuw bij te dragen in leefgebied voor deze soort.
14
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
3.6 Amfibieën en vissen In onderstaande tabel 6 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten amfibieën en vissen in en rond het plangebied in de laatste tien jaar. Tabel 6: Overzicht waargenomen beschermde soorten amfibieën en vissen in en rond het plangebied (bron: NDFF, maart 2022). Naam
Beschermingsregime
Bruine kikker
Andere soorten
Gewone pad
Andere soorten
Groene kikker spec.
Andere soorten
Kleine watersalamander
Andere soorten
In het plangebied zelf zijn recent (in 2021) Bruine kikker en Kleine watersalamander waargenomen. Open water ontbreekt in het plangebied waardoor voortplanting van amfibieën en aanwezigheid van vissen uit te sluiten is. Aangetroffen dieren zijn waarschijnlijk zwervend; het plangebied kan een beperkte betekenis hebben als overwinteringsgebied. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Om doden te voorkomen zijn dezelfde maatregelen als voor Levendbarende hagedis van toepassing. Overige beschermde soorten amfibieën zijn niet te verwachten omdat open water in het plangebied ontbreekt. Nader onderzoek of een ontheffing voor amfibieën en vissen zijn niet nodig.
3.7 Overige beschermde soorten In onderstaande tabel 7 zijn waarnemingen opgenomen van overige beschermde soorten in en rond het plangebied in de laatste tien jaar. Tabel 7: Overzicht overige waargenomen beschermde soorten in en rond het plangebied (bron: NDFF, maart 2022). Naam
Beschermingsregime
Kleine ijsvogelvlinder
Andere soorten
De belangrijkste waardplant van Kleine ijsvogelvlinder is Wilde kamperfoelie. In het plangebied ontbreken waardplanten van Kleine ijsvogelvlinder. Voortplanting van deze soort is op grond daarvan uit te sluiten. Voor overige beschermde soorten ontbreekt in het plangebied geschikt leefgebied en/of de omvang van het plangebied is te gering. Nader onderzoek of een ontheffing naar overige beschermde soorten is niet nodig. Tijdens het veldbezoek werden geen indicaties gevonden voor het voorkomen van overige beschermde soorten. Op grond van de ligging van het plangebied in stedelijk gebied en de aangetroffen situatie in het plangebied is het voorkomen van overige beschermde soorten onwaarschijnlijk. Nader onderzoek of een ontheffing voor overige beschermde soorten is niet nodig.
15
Bureau Meervelt
4.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
HOUTOPSTANDEN
4.1 Inleiding Ten aanzien van de bescherming van houtopstanden is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Daarnaast gelden voor het kappen van bomen en houtopstanden regels per gemeente. Deze regels zijn opgesteld in een gemeentelijke verordening. In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op de te kappen bomen en de te nemen vervolgstappen.
4.2 Te kappen bomen en houtopstanden De exacte omvang van de benodigde kap is nu nog niet duidelijk.
4.3 Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Het plangebied ligt net buiten de bebouwde kom van Nieuwstadt en betreft een kantoor met tuin. De Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing.
4.4 Bescherming houtopstanden in gemeente Echt-Susteren Voor het kappen van een boom in de gemeente kan een vergunning nodig zijn. Op grond van de volgende wet- en regelgeving kan een vergunningplicht gelden: - Bomennota Echt-Susteren en de daarbij behorende boomstructuurkaarten en waardevolle bomenlijst, - Bestemmingsplan, - Wet natuurbescherming (hier niet relevant, zie paragraaf 4.3). Op de boomstructuurkaart Nieuwstadt is aangegeven dat de rijbeplanting langs de Susterderweg is beschermd, de bomen in het plangebied staan niet aangegeven als beschermd. Op de Waardevolle bomenlijst is langs de Susterderweg één eik aangewezen in de kern Peij, de bomen in het plangebied worden niet aangemerkt als waardevolle bomen. In het bestemmingsplan heeft het perceel de enkelbestemming ‘Kantoor’. De bomen genieten geen bescherming op grond van het bestemmingsplan. In onderstaande figuren 8 en 9 zijn respectievelijk de kaart Bomenstructuur Nieuwstadt en de bestemmingsplankaart weergegeven. Geconcludeerd wordt dat eventuele kap van bomen zonder vervolgstappen plaats kan vinden (mits rekening gehouden wordt met eventueel aanwezige in gebruik zijnde nesten).
16
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
Figuur 8: Kaart Bomenstructuur Nieuwstadt. Bron: https://www.echt-susteren.nl/file/751/download
17
Bureau Meervelt
Figuur 9: Bestemmingsplan Ruimtelijkeplannen.nl.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
Stedelijk
Gebied
Echt-Susteren,
18
vastgesteld op
26 mei
2016.
Bron:
Bureau Meervelt
5.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
CONCLUSIES
5.1 Conclusies gebiedsbescherming •
Natura 2000: Het plangebied ligt op een afstand van circa vijf kilometer van de meest dichtbij zijnde Natura 2000-gebieden (Grensmaas en Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop). De afstand van het plangebied tot de Natura 2000-gebieden is zodanig groot, dat storingsfactoren zoals verlichting geluid en optische verstoring, die optreden in het plangebied, niet reiken tot in de Natura 2000-gebieden. De enige uitzondering hierop zou stikstof kunnen zijn. Voor de tijdelijke uitstoot van stikstofverbindingen in het kader van sloop- en bouwactiviteiten is echter een vrijstelling van kracht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor uitstoot van stikstofverbindingen in de gebruiksfase van het appartementencomplex (indien van toepassing) is een Aerius-berekening nodig. Als uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van extra stikstofbelasting in de daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden, is een voortoets en/of passende beoordeling nodig. Als een passende beoordeling moet worden uitgevoerd is ook een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming.
•
Natuurnetwerk Nederland/Goudgroene natuurzone: Het plangebied overlapt niet met natuur- en landschapszones die op grond van de Omgevingsverordening Limburg beschermd zijn. Vervolgstappen met betrekking tot deze beschermde natuur- en landschapszones en het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg zijn niet nodig.
5.2 Conclusies soortbescherming •
Het plangebied en omgeving maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van algemene beschermde soorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen gelden voor de algemeen voorkomende soorten vaak een vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht. Deze zorgplicht is in de Wet natuurbescherming opgenomen in artikel 1.11: 1. 2.
•
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: o dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, o indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of o voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Voor veel minder algemene soorten en de habitatrichtlijnsoorten geldt deze vrijstelling niet. In onderstaande tabel 8 is per voorgenomen ontwikkeling aangegeven voor welke soorten nader onderzoek of andere vervolgstappen nodig (kunnen) zijn.
Tabel 8: Voorgenomen ontwikkelingen waarbij aandacht nodig is voor beschermde flora en fauna. Soortgroepen/soorten
Nader onderzoek nodig?
Ontheffing nodig
Broedvogels (algemeen
Nee. Omdat het plangebied geschikt is als broedgebied
Nee, mits rekening gehouden
voorkomende soorten)
voor diverse algemener voorkomende soorten, dienen
wordt met aanwezige
verstorende werkzaamheden voor broedvogels buiten
broedgevallen.
de
broedperiode
uitgevoerd
te
worden.
Onder
verstorende werkzaamheden vallen in ieder geval het verwijderen van nestkastjes en struweel en het kappen van bomen. Voor de broedperiode kan een indicatieve periode aangehouden worden van half maart tot 15
19
Bureau Meervelt
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
augustus. Let op: ook buiten deze periode zijn in gebruik zijnde nesten beschermd. Levendbarende hagedis
Nee
Nee, mits maatregelen genomen worden om het plangebied ongeschikt te maken voor deze soort in de daarvoor vrijgestelde periode (zie paragraaf 3.5)
Amfibieën
Nee
Op grond van de zorgplicht zijn dezelfde maatregelen als bij Levendbarende hagedis voldoende voor deze soortgroep
5.3 Conclusies Houtopstanden Het plangebied ligt net buiten de bebouwde kom van Nieuwstadt en betreft een kantoor met tuin. De Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing. Voor het kappen van een boom in de gemeente kan een vergunning nodig zijn. Op grond van de volgende wet- en regelgeving kan een vergunningplicht gelden: - Bomennota Echt-Susteren en de daarbij behorende boomstructuurkaarten en waardevolle bomenlijst, - Bestemmingsplan, - Wet natuurbescherming (hier niet relevant, zie paragraaf 4.3). Op de boomstructuurkaart Nieuwstadt is aangegeven dat de rijbeplanting langs de Susterderweg is beschermd, de bomen in het plangebied staan niet aangegeven als beschermd. Op de Waardevolle bomenlijst is langs de Susterderweg één eik aangewezen in de kern Peij, de bomen in het plangebied worden niet aangemerkt als waardevolle bomen. In het bestemmingsplan heeft het perceel de enkelbestemming ‘Kantoor’. De bomen genieten geen bescherming op grond van het bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat eventuele kap van bomen zonder vervolgstappen plaats kan vinden (mits rekening gehouden wordt met eventueel aanwezige in gebruik zijnde nesten).
20
Bureau Meervelt
6.
Quickscan Wnb Susterderweg 31 Nieuwstadt
LITERATUURLIJST EN WEBSITES
Buggenum H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders, 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980 - 2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 79-409 inzake het behoud van de Vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 92-43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Huizenga C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980 - 2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Lange R., P. Twist, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV, VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, 1994. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke milieu in Europa, 1979. Bern.
www.limburg.nl www.natuurgegevensprovincielimburg.nl www.waarneming.nl https://www.echt-susteren.nl/bomen-kappen ruimtelijkeplannen.nl
21
Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming
In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•
Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier
projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
•
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder).
In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
•
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven.
1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend. De provincie Limburg heeft ter invulling van deze beleidsvrijheid ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ vastgesteld. Doel is om ruimte voor (ruimtelijke) ontwikkelingen in Limburg te bieden, soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. In deze beleidsregels worden verbodsbepalingen nader uitgelegd, worden indieningsvereisten voor een ontheffingsaanvraag uiteengezet, de eisen die aan onderzoek gesteld worden en wordt ingegaan op de ontheffing. Waar nodig worden in deze quickscan de beleidsregels betrokken. In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Brave hendrik
Chenopodium bonus-henricus
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Vissen Houting Vaatplanten
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Kevers Vliegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Fabriciana adippe
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Fabriciana niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Agriades optilete
Grote parelmoervlinder
Speyeria aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Amfibieën
Reptielen Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Zoogdieren Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
VRIJSTELLING RUIMGTELIJKE ONTWIKKELINGEN 3.8 LIMBURG (bijlage II zorgplicht, gehele jaar of vrijstelling in de maanden die genoemd zijn) Nederlandse naam
Periode
Nederlandse naam
Periode
Aardmuis
Gehele jaar
Konijn
Gehele jaar
Bruine kikker
Gehele jaar
Levendbarende hagedis
15 aug t/m 15 oktober
Bosmuis
Gehele jaar
Meerkikker
Gehele jaar
Bunzing
Gehele jaar
Middelste groene kikker
Gehele jaar
Dwergmuis
Gehele jaar
Molmuis
Gehele jaar
Dwergspitsmuis
Gehele jaar
Ondergrondse woelmuis
Gehele jaar
Eekhoorn
maart, april en juli t/m nov
Ree
Gehele jaar
Egel
Gehele jaar
Rosse woelmuis
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
Gehele jaar
Steenmarter
15 aug t/m februari
Gewone pad
Gehele jaar
Tweekleurige bosspitsmuis
Gehele jaar
Haas
Gehele jaar
Veldmuis
Gehele jaar
Hazelworm
juli, augustus en september
Vos
Gehele jaar
Hermelijn
Gehele jaar
Wezel
Gehele jaar
Huisspitsmuis
Gehele jaar
Woelrat
Gehele jaar
Kleine watersalamander
Gehele jaar
GECONSOLIDEERDE VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG 2014
Artikel 3.8.3 Vrijstelling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1.
In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan om de in bijlage II bij dit artikel aangewezen soorten te vangen en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
2.
De soorten bedoeld in het eerste lid mogen worden gevangen met behulp van schepnetten, schermen, vangemmers, vangkooien en kastvallen.
3.
Het vangen van dieren, bedoeld in het eerste lid, is slechts toegestaan wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de
4.
De in het eerste lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de volgende belangen:
dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden
a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 5.
De vrijstellingen gelden gedurende de periode genoemd in bijlage II bij de betreffende soort.
Wet Natuurbescherming ontheffing/vrijstelling Of een ontheffing of vrijstelling verleend kan worden of van toepassing is, ligt aan de voorwaarden die gesteld zijn in de wet. Deze voorwaarden zijn zwaarder bij soorten van de vogel- en habitatrichtlijn en minder zwaar bij overige soorten. Een voorbeeld: voor een overige soort kan bij een ontheffingsaanvraag als belang het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling genoemd worden, voor een vogelrichtlijnsoort geldt dit belang niet en moet aangetoond worden dat er geen andere bevredigende oplossing is en dat de voorgenomen ontwikkeling een groot belang dient (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid). De belangen staan genoemd in de wet.
•
Houtopstanden, hout en houtproducten
Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Het is op grond van de Wet natuurbescherming verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over een dergelijke melding. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt, b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
De verbodsbepaling heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Als de beplanting niet aan slaat moet deze binnen drie jaar na de herbeplanting vervangen worden.
Het verbod op vellen en de herplantplicht is niet van toepassing op - het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2 (Natura 2000); - het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of - het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.
De wijze van vellen en herplanten wordt dan zodanig uitgevoerd dat: a. geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; b. de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; c. herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; d. de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond, en e. de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.