Separate toelichting bijlage 6
Tekst van het document
AA200001.R01.v0.1.ARG190
30 van 36
3 Conclusies en aanbevelingen 3.1 Conclusies De conclusies worden gegeven in de vorm van de antwoorden op de onderzoeksvragen. 1.
Wat is bekend over de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied ligt in de Holocene Maasvlakte, op een dalvlakteterras dat gevormd is gedurende de Jonge Dryas. In het Antropoceen (1850-heden) hebben ter plaatse van het plangebied en directe omgeving afgravingen en/of egalisatie plaatsgevonden. Binnen het plangebied worden kalkloze ooivaaggronden ontwikkeld in zware zavel of lichte klei verwacht.
2.
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied, wat is het huidig landgebruik en wat is de verwachte invloed daarvan op de (bodem)gaafheid en mogelijk aanwezige archeologische waarden? Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bouwland, tuin, boomgaard, bebouwing of poel. Vermoedelijk zal de bodem verstoord zijn door de realisatie van bebouwing en een poel en het gebruik van enkele percelen als boomgaard binnen het plangebied. Daarnaast wordt op de geomorfologische kaart van Nederland aangegeven dat het plangebied in een zone van afgraving en/of egalisatie ligt, waardoor mogelijk een deel van de oorspronkelijke bodemopbouw verdwenen zal zijn. Het archeologisch niveau wordt in de top van de oude rivierklei verwacht. Dit niveau zal vermoedelijk afgedekt zijn met jonge rivierklei, het is echter onbekend wat de dikte van dit pakket jonge rivierklei bedraagt en of eventuele verstoringen in de bodem tot in de oude rivierklei cq. het archeologisch niveau reiken.
3.
Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend? In de directe omgeving van het plangebied zijn archeologische waarden uit de perioden Neolithicum tot en met Nieuwe Tijd aangetroffen. De meeste vondsten dateren uit de perioden IJzertijd, Romeinse Tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.
4.
Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Op basis van de verzamelde gegevens is een middelhoge archeologische verwachting opgesteld voor de perioden Laat-Paleolithicum, Mesolithicum, Neolithicum en Bronstijd en een hoge archeologische verwachting voor de perioden IJzertijd tot en met Nieuwe Tijd.
5.
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventueel aanwezige archeologische waarden? Op basis van de bureaustudie zijn aanwijzingen voor mogelijke verstoringen binnen het plangebied aangetroffen, het is echter onbekend tot welke diepte deze verstoringen reiken. In het plangebied zal het archeologisch niveau in de top van de oude rivierklei aangetroffen worden, een niveau dat vermoedelijk afgedekt zal zijn door jonge rivierklei. Het is echter onbekend hoe dik het pakket jonge rivierklei binnen het plangebied is. Indien het archeologisch niveau afgedekt is door een dik pakket jonge rivierklei, zullen de verstoringen binnen het plangebied mogelijk niet tot in het archeologisch niveau/oude rivierklei reiken en kunnen nog intacte archeologische waarden binnen het plangebied verwacht worden. Deze waarden zouden door toekomstige ingrepen bedreigd kunnen worden.
3.2 Aanbevelingen Om uitspraken te kunnen doen over de mogelijke invloed van toekomstige ingrepen binnen het plangebied op eventueel aanwezige archeologische waarden, dient vastgesteld te worden of er sprake is van verstoringen
AA200001.R01.v0.1.ARG190
31 van 36
binnen het plangebied en zo ja, dient de mate van deze verstoringen vastgesteld te worden. Daarnaast dient onderzocht te worden op welke diepte het archeologisch niveau zich bevindt. Daarom wordt aanbevolen archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) verkennende vorm door middel van boringen uit te laten voeren binnen het plangebied. Ten alle tijden geldt dat mochten tijdens de voorgenomen werkzaamheden alsnog archeologische waarden worden aangetroffen hiervan melding dient te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de erfgoedwet.30
30 Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat
het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister. 2. De gerechtigde tot een archeologische vondst als bedoeld in het eerste lid, is gehouden de vondst gedurende zes maanden, te rekenen van de dag van de in het eerste lid bedoelde melding, ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek. Opmerking auteur: met monument wordt bedoeld: 1. vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde; 2. Terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1.Melding kan plaats vinden bij de gemeente (niet bij de minister).
AA200001.R01.v0.1.ARG190
32 van 36
Literatuurlijst en gebruikte bronnen Literatuurlijst CCvD, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Landbodems versie 4.1, 2018. Vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie, ondergebracht bij de SIKB te Gouda. Damoiseaux. J.H. & H. Rosing, 1970. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Toelichting op de kaartbladen 59 Peer en 60 West en Oost Sittard. Wageningen: DLO-Staring Centrum. Ellenkamp, G.R., 2009. A2 Maasbracht-Geleen, gemeenten Sittard-Geleen en Stein. Archeologisch vooronderzoek; een bureau- en beperkt inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport 2016. Gazenbeek, A.E., 2016. Archeologisch onderzoek herinrichting Geleenbeekdal. Bureauonderzoek herinrichting Geleenbeekdal, gemeentes Echt-Susteren en Sittard-Geleen. Grontmij Archeologische Rapporten 1568. Geraeds, J.J.G. & M.A.K. Vroomans, 2007. Archeologisch bureauonderzoek herinrichting Vloedgraaf, gemeente Echt-Susteren. Grontmij Archeologische Rapporten 405. Kerkhoven, A.A., 2015. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase. Herstel doorhangknooppunt fase 2, Lutterade-Born-Maasbracht, 150 kV Mastlocaties 12, 13, 21, 36, 41, 43, 51, 55 en 85. Transect-rapport 685. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004: Geomorfologische kaart van Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen.
Polman, S.P., 2001. Bestemmingsplan N296.ontsluiting Holtum-Noord, gemeente Born en Susteren. Een Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI-1). RAAP-Rapport 645. Renes, J. 1988. De geschiedenis van het Zuidlimburgse Cultuurlandschap. Uitgegeven in samenwerking met de Stichting Maaslandse Monografieën, Maastricht, Uitgeversmaatschappij Limburgs Dagblad B.V. Heerlen. Van Gorcum, Assen/Maastricht Senica, K., 2013. Pechhavens A2, traject Urmond-Maasbracht (oostzijde). Gemeenten Echt-Susteren en SittardGeleen. Archeologische begeleiding: een inventariserend veldonderzoek (pro-actieve begeleiding, actieve begeleiding en re-actieve begeleiding). RAAP-rapport 2637. Staring centrum, 1989. Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 Maasterrassen en Hellingklassen. 59 Genk, 60 Sittard, 61 Maastricht, 62 Heerlen. Staring Centrum, Wageningen. Tranchot en v. Müffling, 1806. Topografische Aufnahme rheinischer Gebiete durch französische Ingenieurgeographen unter Oberst Tranchot und durch preussische Offiziere unter Generalmajor Frhr. v. Müffling1816-1820 mit Ergänzungsblättern 1826-1828. Reproduktion und druck: Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1967. Aus dem Originalmassstab 1:20.000 in den Massstab 1:25.000 reduziert
AA200001.R01.v0.1.ARG190
33 van 36
Verhoeven, M.P.F., 2020. Plangebied A2 Vonderen-Kerensheide tussen Echt & Born, gemeenten Echt-Susteren, Sittard-Geleen en Stein; een verkennend archeologisch booronderzoek. RAAP-rapport 4298. Verhoeven, M.P.F., Ellenkamp, G.R. & D.M.G. Keijers, 2015. Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Echt-Susteren. Archeologische verwachtingskart voor alle landschappen en perioden. RAAP-rapport 1951, kaartbijlage II-6, schaal 1:15.000. Wagner, A. & N. van der Ham, 2010. Holtum N296 Holtum-Noord, gemeente Sittard-Geleen. Archeomedia Rapport A06-459-R.
Gebruikte bronnen http://zoekencultureelerfgoed.nl www.atlasleefomgeving.nl www.topotijdreis.nl www.kademo.nl www.arcgis.com http://portal.prvlimburg.nl http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://easy.dans.knaw.nl http://www.sikb.nl
AA200001.R01.v0.1.ARG190
34 van 36
Verklarende woordenlijst en gebruikte afkortingen Verklarende woordenlijst ARCHIS
het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd.
AMK
Een digitaal bestand van alle bekende behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland dat door de RCE in samenwerking met de desbetreffende provincie is opgesteld. Op de kaart staan terreinen met archeologische status aangegeven. De kaart baseert zich op gegevens uit ARCHIS. Statustoekenning vindt plaats nadat het terrein is getoetst aan een aantal door de RCE gehanteerde criteria (kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde).
IKAW
de zogenaamde archeologische verwachtingskaart. Deze geeft een gebiedsindeling in drie categorieën weer op basis van de verwachting van archeologische vondsten (gebieden met een lage, midden, dan wel hoge –archeologische verwachting). De kaart is voornamelijk gebaseerd op het bodemtype.
A0-horizont
een moerige horizont, bestaande uit onverteerbare en weinig verteerde plantenresten opgehoopt in een aëroob milieu op het onderlinge materiaal (strooisellaag).
A1-horizont
een minerale of moerige, donker gekleurde horizont, ontstaan aan of nabij het oppervlak, waarin de organische stof geheel of gedeeltelijk is omgezet (humushoudende bovengrond).
Aan-horizont
horizont door de mens opgebracht zoals het mestdek van de enkeerdgronden.
AC-horizont
een geleidelijke overgang van een A1- naar een C-horizont.
AB-horizont
een geleidelijke overgang naar een B-horizont.
Ap-horizont
de bouwvoor, de A-horizont die door de mens is bewerkt.
B-horizont
een minerale of moerige horizont waaraan door inspoeling bestanddelen zijn toegevoegd, zoals humus of lutum (inspoelingshorizont).
C-horizont
een minerale of moerige horizont, die weinig of nauwelijks door bodemvorming is veranderd. Aangenomen wordt dat de bovenliggende horizonten uit soortgelijk materiaal zijn ontstaan (moedermateriaal).
E-horizont
een minerale, licht gekleurde horizont die door uitspoeling verarmd is aan kleimineralen, ijzer, aluminium of aan alle drie (uitspoelingshorizont of loodzandlaag).
G-horizont
een minerale of moerige, niet-geaëreerde horizont, bij mineraal materiaal meestal donkergrijs of donker blauwgrijs van kleur (“gereduceerde” ondergrond); bij moerig materiaal meestal donkerbruin, na oxidatie verandert in grijs, resp. zwart tot donkergrijs.
CIS-Code
(=ARCHIS-nummer). Het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem. Dit nummer dient op alle vondsten en documentatiemateriaal vermeld te worden. De RCE noemt dit het “onderzoeksmeldingsnummer”, en geeft het af na een Artikel 41-melding.
Archeologische
Indicatief archeologisch materiaal dat bij (boor)onderzoek een Indicatie aanwijzing kan zijn voor de aanwezigheid, ter plaatse of in de nabijheid, van een archeologische vindplaats.
Colluvium
tijdens het Holoceen van de hellingen geërodeerde en in de dalen afgezette lössleem.
AA200001.R01.v0.1.ARG190
35 van 36
Enkeerdgrond
dikke eerdgrond (=laag met donkere, min of meer rulle grond, met organische en anorganische bestanddelen) ontwikkeld op zandgrond onder invloed van de mens, ook wel essen genoemd.
Esdek
oud verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten behoeve van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht. In geval van een es is de opgebrachte laag ten minste 50 cm dik. De term es is gangbaar in Noord- en OostNederland. In Midden-Nederland wordt gesproken van een enk of eng.
Holoceen
geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse tijd en de historische tijd.
Kwartair
geologische periode van 2 miljoen jaar geleden tot nu, de tijd van het menselijk leven op aarde, omvattend het Pleistoceen en het Holoceen.
Löss
eolische (wind) afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 63 μm.
Pleistoceen
geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden, met daarin o.a. de eerste mensensoorten en het Paleolithicum (oude steentijd).
Potstal
uitgediepte veestal.
Potstalmest
potstalmest of aardmest werd bereid in een zgn. potstal en bestond uit stalmest, huisafval, bos- en heidestrooisel en meestal zand uit sloten of uit humusarme ondergrond van het bouwland zelf en ook werden in plaats van zand heideplaggen gebruikt.
Prehistorie
dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven.
Schepenbank
vroegere rechtbank van schepenen (vroegere stadsbestuurders en rechters).
Site
een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden.
Tertiair
geologische periode van 65-2 miljoen jaar geleden, waarin zich de belangrijkste ontwikkelingen van de zoogdieren voordeden.
Vindplaats
Een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie).
Vondst
Alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties.
Weichselien
geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte) ca. 120.00010.000 jaar geleden.
Gebruikte afkortingen AMK
Archeologische Monumentenkaart
ARCHIS
ARCHeologisch Informatie Systeem Archis 2
BP
before present (voor heden); C14 jaren; het nulpunt ‘heden’ is hierbij volgens internationale afspraak gesteld op 1950 (n.Chr.); de werkelijke kalender- of zonnejaren (gekalibreerde C14jaren) zijn weergeven in jaren v.Chr. en n.Chr.
C14
koolstof 14, isotoop van het normale koolstof 12; radioactief element dat voor dateringsmethoden gebruikt wordt.
v.Chr.
(jaren) voor Christus
n.Chr.
(jaren) na Christus
GHG
Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand
GLG
Gemiddelde Laagste Grondwaterstand
Gwt
grondwatertrap
IKAW
Indicatieve Kaart Archeologische Waarden
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
AA200001.R01.v0.1.ARG190
36 van 36
mv
maaiveld
-mv
onder maaiveld
RCE
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
RGD
Rijks Geologische Dienst (tegenwoordig onderdeel van TNO-NITG Bodem)
StiBoKa
Stichting Bodem Kartering
AA200001.R01.v0.1.ARG190
37 van 36
Bijlagen
AA200001.R01.v0.1.ARG190
Bijlage 1 Tijdtabel
AA200001.R01.v0.1.ARG190
40