CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Separate toelichting bijlage 4

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Oud Roosteren2.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT

Opdrachtgever: Gemeente Echt-Susteren Afdeling Leefomgeving, Team Ruimtelijk Domein T.a.v. de heer L. Smeets Postbus 450 6100 AL ECHT

Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT

Datum: 29 mei 2020

Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557) Opgesteld door: De heer M.J.M Coenen

Geachte heer Smeets, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het quickscanonderzoek Ecologische Waarden, benodigd voor de bestemmingsplanwijziging van twee voormalige bedrijfslocaties (agrarische sector) tot woonfunctie, gelegen aan Oud Roosteren 15 en 24, te Oud Roosteren en voor de verwijdering van een loods op het perceel Oud Roosteren 12, zie figuur 1.

Aanleiding Het voornemen bestaat om terplekke van de locaties een verandering van bestemming te realiseren Om te komen tot een bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk dat er diverse onderzoeken uitgevoerd worden, waaronder een onderzoek naar het aanwezig zijn van beschermde natuurwaarden. In het kader van de bestemmingsplanwijziging zullen enkele opstallen gesloopt en/of gerenoveerd worden (tot woningen). Deze ingrepen zou kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde plant- en diersoorten en dient eveneens te worden getoetst aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.

 06 462 55 985  info@ecolybrium.nl  www.ecolybrium.nl

KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01

Figuur 1: Onderhavige percelen Oud Roosteren

Onderzoeksmethodiek Om erachter te komen of de betreffende percelen (alle bebouwing en het terrein rondom) een geschikt leefgebied vormt voor beschermde dieren of geschikte groeiplekken biedt aan beschermde planten, is het noodzakelijk dat de locaties middels een veldinspectie terplekke bekeken wordt. Echter, omdat er nog geen eenduidige afspraken gemaakt zijn met de huidige gebruiker(s) van de percelen, is besproken met de gemeente en het adviesbureau belast met het opstellen van de bestemmingsplanwijziging (Vandewall Planologisch Advies), dat er geen terreinbezoek plaatsheeft, maar dat de onderstaande rapportage gebaseerd is op een Worst-Case benadering. Deze benadering is tot stand gekomen van een snelle blik vanaf de openbare weg, door kennis van het gebied en door literatuurstudie. De locatie is bekeken op 7 mei 2020.

Huidige situatie In de huidige situatie bestaat de locatie Oud Roosteren 12 uit een vrijstaande woning met een loods (gebruikt als garage en voor opslag). Voorts is dit terrein voorzien van een grote siertuin.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

2

Foto 1: Oud Roosteren 12; links de loods en een inkijkje op een deel van de tuin

De locaties Oud Roosteren 15 en 24 zijn in agrarisch gebruik en bestaan uit meerdere stallen en enkele monumentale en beeldbepalende gebouwen en boerderijwoningen.

Foto 2: woongedeelte Oud Roosteren 15 met zicht op de zijkant van een van de monumentale gebouwen

Het grootste gedeelte van de percelen van de agrarische bedrijven (huisnummers 15 en 24) zijn voorzien van een verharding en er is nauwelijks sprake van een rijke begroeide privétuin.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

3

Aanwezigheid natuurwaarden Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) De gebouwen op de percelen 15 en 24 staan vormen geschikte broedplekken voor meerdere soorten vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Op 7 mei 2020 is in elk geval een invliegende huismus aangetroffen terplekke van de woning van Oud Roosteren 15. Op basis daarvan kan er van uit gegaan worden dat er meer huismussen broeden. Er zijn voorts meerdere boerenzwaluwen waargenomen rondom de bebouwing (zowel huisnummer 15 als 24), die zeer geschikte broedplekken kunnen vinden in de (deels) open stallen. Er zijn in de panden, zoals zichtbaar vanaf de straatzijde, diverse grote openingen in de monumentale gebouwen die gebruikt kunnen worden als invliegopening door uilen. Gelet op de ligging van de bebouwing en de kleinschalige omgeving ervan, maar ook de ligging in een open landelijke plek (met grote weilanden en andere agrarische percelen) is het aanwezig zijn van soorten als steenuil en kerkuil te verwachten. De bebouwing zelf vormt vanwege het gebrek aan witgeschilderde boegboorden onder de dakgoten geen geschikte broedplek voor huiszwaluwen. Vanaf de straatzijde zijn geen oude nesten aangetroffen van de soort, maar wellicht zijn deze op andere gebouwen wel aanwezig. De bebouwing kan in beperkte mate ook als broedlocatie voor gierzwaluw dienen.

Er zijn geen gierzwaluwen waargenomen op 7 mei, maar dit kan ook te maken hebben met het feit dat de dieren pas rond eind mei helemaal teruggekeerd zijn. Andere broedvogelsoorten, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zijn niet te verwachten. De gebouwen (van de percelen 15 en 24) vormen verder geschikte broedplekken voor soorten die alleen nestbescherming genieten tijdens het broedseizoen (als er eieren en/of jongen aanwezig zijn). Hier valt te denken zwarte roodstaart en spreeuw. Gelet op de zeer beperkte aanwezigheid van opgaand en goed ontwikkeld groen (struiken en bomen) op beide percelen is het aanwezig zijn van andere broedvogels zeer beperkt te noemen. Op de locatie zijn broedvogels aangetroffen en te verwachten, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Om vastgesteld te krijgen om welke soorten en aantallen het gaat is een gericht broedvogelonderzoek noodzakelijk. De loods op perceel Oud Roosteren 12 kan voor huismussen en huiszwaluw geschikt zijn als broedlocatie, aangezien er een pannendak ligt (waar huismussen onder kunnen broeden) en omdat de bekisting aan de beide kopgevels geschikt (en wit) zijn waar huiszwaluw nestkommetjes onder gemaakt kunnen worden. Overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn in deze loods niet te verwachten, omdat deze verder geheel dicht is. Er zijn geen openingen waar uilen naar binnen kunnen.

Voor gierzwaluwen is de loods niet hoog genoeg. In de tuin van dit perceel zullen diverse soorten vogels voorkomen (al of niet om er te broeden). Echter zal de verwijdering van de loods geen negatieve effecten hebben op deze soorten, zeker niet als deze buiten het broedseizoen verwijderd wordt.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

4

Terplekke van Oud Roosteren 12 kunnen soorten als huismus en huiszwaluw aanwezig zijn. Andere soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet te verwachten. In de tuin zullen diverse soorten broedvogels aanwezig zijn, dit zal enerzijds als broedvogel zijn en anderzijds om alleen om te foerageren. Vleermuizen De bebouwing op de percelen 15 en 24 biedt geschikte plekken waar vleermuizen hun vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen hebben. Dit kunnen plekken onder dakpannen zijn, terplekke van het dakbeschot in en spleten/scheuren in de bebouwing. Ingeval er oude(re) ((half)open) kelders aanwezig zijn dan kunnen deze geschikte overwinteringsplekken vormen voor vleermuizen. De bebouwing vormt verder nauwelijks geschikt jachtgebied vanwege het ontbreken van goed ontwikkeld jachtbiotoop (bomen en struiken). De bebouwing zelf vormt geen vliegroute voor vleermuizen en maakt ook geen onderdeel uit van een vliegroute. De bebouwing biedt vaste rust- en verblijfplaatsen aan vleermuizen. In hoeverre hier sprake van is dient nader onderzocht te worden. De bebouwing en de directe omgeving ervan vormt voor vleermuizen geen primair jachtgebied en eveneens geen essentiële vliegroute(s). De loods op perceel Oud Roosteren 12 vormt geen geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. Het ontbreekt aan geschikte invliegopeningen terplekke van de loods.

Deze maakt verder ook geen onderdeel uit van primair foerageergebied of een essentiële vliegroute. De loods op perceel Oud Roosteren 12 vormt geen geschikte verblijfplaats en vormt geen essentieel onderdeel van het leefgebied van vleermuizen. Nader onderzoek is daarmee niet nodig op deze locatie. Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de bebouwing (geldt alleen voor de bebouwing op percelen 15 en 24) kunnen muurplanten groeien, omdat het voegwerk van deze muren scheuren vertonen en omdat de voegen van deze gebouwen zeer kalkrijke mortel bevatten. Op dergelijke plekken worden vaak bijzondere muurplanten zoals steenbreekvaren, tongvaren en gele helmbloem aangetroffen. Of deze soorten voorkomen is niet duidelijk. Opgemerkt dient te worden dat deze soorten niet meer zwaar beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Specifiek onderzoek naar muurplanten is vanuit dat kader niet noodzakelijk. Bij een quickscan onderzoek op het terrein kunnen deze soorten prima aangetroffen worden. Op alle locaties is het aanwezig zijn van beschermde planten uitgesloten. De groeiomstandigheden zijn niet optimaal ontwikkeld voor beschermde soorten om te kunnen dienen als groeiplaats. Opgemerkt dient te worden dat de meeste beschermde plantensoorten slechts zeer beperkt in Nederland voorkomen en dat deze in zeer specifieke habitats groeien.

Beschermde vaatplanten komen niet voor op alle locaties en zijn ook niet te verwachten, aangezien de groeiomstandigheden niet optimaal ontwikkeld zijn. Grondgebonden zoogdieren Op en rondom de drie percelen kunnen beschermde soorten grondgebonden zoogdieren voorkomen. Hierbij valt te denken aan wezel, hermelijn en bunzing.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

5

De leefomstandigheden voor deze kleine marterachtigen is dan ook vrij gunstig te noemen. Uit de geraadpleegde literatuur blijkt dat deze soorten hier ook voorkomen. De populatie omvang is niet bekend. Steenmarters kunnen eveneens gebruik maken van de bebouwing en het omliggende terrein als leefgebied. Uit de geraadpleegde literatuur en gelet op de kenmerken van het landschap en de directe omgeving van de locatie is het aanwezig zijn van dassen in elk geval uit te sluiten. Voorts komen er op en in de directe omgeving verschillende soorten voor zoals ree, vos, diverse muizensoorten, konijn en haas. De locatie kan leefgebied zijn, en/of onderdeel uitmaken van het leefgebied, van kleine marterachtigen. Nader onderzoek naar het aanwezig zijn van deze soort is dan ook noodzakelijk om daarmee te kunnen adviseren omtrent de inrichting/behoud/versterken van de (openbare) ruimte op de locaties en de omgeving. Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals reptielen, dagvlinders en andere ongewervelden, zijn niet te verwachten op de locatie. Hiervoor zijn geen (optimaal ontwikkelde) leefgebieden aanwezig, of de soorten hebben geen toegang tot de woningen vanaf de buitenzijde. Effecten op overige soorten is in zijn geheel uit te sluiten vanwege het ontbreken van optimaal ontwikkelde leefgebieden.

Uit de beschikbare literatuur is gebleken dat er voorts geen zwaar beschermde soorten aanwezig zijn op het perceel.

Conclusies  Terplekke van de locaties komen (en kunnen) meerdere soorten broedvogels voor met jaarrond beschermde nesten. In elk geval is het aanwezig zijn van huismus en boerenzwaluw vastgesteld. Mogelijk dat ook steenuil en/of kerkuil en/of gierzwaluw en of huiszwaluw gebruik maken van de locatie als verblijfplaats (broedplek). Effecten zijn dan ook op voorhand niet uit te sluiten. Om een gedegen toetsing te kunnen doen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk dat er onderzocht wordt in hoeverre bovengenoemde soorten gebruik maken van het gebied en de bebouwing.  De bebouwing kan als vaste rust- en verblijfplaats dienstdoen voor vleermuizen. Nader onderzoek naar de functies van de gebouwen voor vleermuizen is dan ook noodzakelijk. De drie percelen vormen voorts geen primair jachtgebied of een essentiële vliegroute (of een onderdeel ervan) voor vleermuizen. Effecten op deze functies treden daarmee dan ook niet op.  De locaties maken onderdeel uit van het verspreidingsgebied van kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) en kan tevens leefgebied zijn voor steenmarters. Om erachter te komen of de voorgenomen ingrepen effecten hebben op deze soorten/soortgroep is nader onderzoek noodzakelijk.  Er groeien op het terrein nergens beschermde en/of bijzondere planten. Er zijn geen optimaal groeiomstandigheden ontwikkeld.

Effecten op beschermde soorten planten treden Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

6

dan ook in het geheel niet op. Op de locatie kunnen diverse muurplanten groeien. Indien deze aanwezig zijn moet beoordeeld worden of de vernietiging ervan afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie.  Amfibieën, vissen en libellen komen niet voor, omdat er geen voortplantingswater aanwezig is. Ook op de belendende percelen is dit niet aanwezig. Effecten op deze soorten treden dan ook niet op.  Ter plekke van de ingreeplocatie is het voorkomen van andere (zwaar) beschermde soorten zoals dagvlinders, reptielen en overige ongewervelden geheel uit te sluiten. Effecten treden daarmee niet op.  In het kader van de Wet natuurbescherming kan geconcludeerd worden dat er mogelijk knelpunten zijn in relatie tot het overtreden van verbodsbepalingen. Nader soortgericht onderzoek op de locaties achten wij dan noodzakelijk, voor broedvogels (jaarrond beschermde nesten, vleermuizen, kleine marterachtigen en een beeld op de aanwezigheid van muurplanten.

Resumerend Onderzoekslocatie

Geschikt voor

Oud Roosteren 12

Broedvogels, marterachtigen (onderdeel leefgebied), algemeen voorkomende andere soorten Broedvogels, vleermuizen, marterachtigen (onderdeel leefgebied), algemeen voorkomende andere soorten, muurflora

Oud Roosteren 15

Oud Roosteren 24

Broedvogels, vleermuizen, marterachtigen (onderdeel leefgebied), algemeen voorkomende andere soorten, muurflora

Benodigd nader onderzoek Broedvogels Marterachtigen (cameravallen en struikroveronderzoek)

Intensiteit onderzoek

Broedvogels Vleermuizen Marterachtigen (cameravallen en struikroveronderzoek) Quickscan (voor onder meer muurflora) Broedvogels Vleermuizen Marterachtigen (cameravallen en struikroveronderzoek) Quickscan (voor onder meer muurflora)

Minimaal 2 rondes Minimaal 5 rondes Eenmalig plaatsen en verwijderen cameravallen/struikrovers, minimaal voor een week aanbrengen Een dagdeel

Minimaal 2 rondes Eenmalig plaatsen en verwijderen cameravallen/struikrovers, minimaal voor een week aanbrengen

Minimaal 2 rondes Minimaal 5 rondes Eenmalig plaatsen en verwijderen cameravallen/struikrovers, minimaal voor een week aanbrengen Een dagdeel

Tabel 1: overzicht per locatie

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

7

Geraadpleegde bronnen www.waarneming.nl (NDFF) Hustings F., van der Coelen J., van Noorden B., Schols R. & Voskamp P. 2006. Avifauna van Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Buggenum, H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders (redactie), 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties, Maastricht. Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). - Nederlandse Fauna 7. Leiden.

Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Huizenga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.

Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24, te Oud Roosteren (ons kenmerk: 19-557)

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=37d0d5e2-402d-4621-9fb7-f9ac16096220