Regels
Tekst van het document
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kunnen worden gewaarborgd of; de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
9.2.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge artikel 9.2.2 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 9.2.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 9.2.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in artikel 9.2.2 of artikel 9.3.4 is gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
53
9.3.1
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.3.2 Vergunningplicht Het is verboden op de in artikel 9.1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; het slopen van funderingen; het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.
9.3.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 9.3.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c.
die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtredng van dit plan; waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 40 cm onder maaiveld.
9.3.4 Archeologisch onderzoek Indien een omgevingsvergunning vereist is en de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 m onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. b.
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
9.3.5 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge artikel 9.3.4 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 9.3.6 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 9.3.4 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.
54
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
9.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. b. c.
uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden; aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veiliggesteld.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
55
56
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
57
Artikel 11
Algemene bouwregels
11.1 Ondergronds bouwen Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. 11.2
de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil; Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, in verband met de oprichting van gebouwen, geldt als voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd. Een en ander overeenkomstig het navolgende. 11.2.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de navolgende parkeernormen worden nageleefd: b. c.
ter plaatse van de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' en 'Wonen' wordt voldaan aan de parkeernormen als opgenomen in Bijlage 13 Parkeerkencijfers; ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden', geldt dat tenminste wordt voorzien in: 1. 21 parkeerplaatsen ten behoeve van het bezoekerscentrum incl. ondersteunende functies; 2. 67 parkeerplaatsen ten behoeve van het vleesatelier, slachterij incl. ondersteunende functies; 3. 3 parkeerplaatsen ten behoeve van de veehouderijbebouwing en overige agrarische bebouwing; 4. 3 parkeerplaatsen ten behoeve van de bedrijfswoning. 5. 2 parkeerplaatsen ten behoeve van de mantelzorgwoning.
11.2.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 11.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 2,50 m bij 5,00 m en maximaal 3,25 m bij 6,00 m bedragen. 11.2.3 Laad- en losruimte Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 11.2.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van de parkeerplaatsen ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.
58
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
11.3
Algemene regels over bestaande afstanden en andere maten
11.3.1 Bestaande maten en hoeveelheden bedragen meer Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 11.3.2 Bestaande maten en hoeveelheden bedragen minder In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 11.3.3 (Her)oprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 11.3.1 en artikel 11.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
59
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
12.1 Algemene afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning toestemming verlenen af te wijken: a. b.
c.
d.
e. f.
g.
voor het in geringe mate overschrijden van het bouwvlak, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; voor de bouw van een luifel of erker aan de voorgevel van een hoofdgebouw, mits: 1. de diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer dan 1,50 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. de hoogte niet meer bedraagt dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 4. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid; 5. de luifel of erker stedenbouwkundig aanvaardbaar is; voor de bouw van openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes, mits: 1. het bruto-vloeroppervlak niet groter is dan 25 m²; 2. er sprake is van maximaal één bouwlaag; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m; het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximaal 5 m, mits: 1. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 2.
de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd wordt; ten behoeve van het oprichten van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van maximaal 20 m; ten behoeve van het oprichten van een uitkijkpost binnen het bouwvlak en een maximum oppervlakte van het uitkijkplateau van 35 m2 en een maximale bouwhoogte van 25 meter, mits: 1. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd wordt; ten behoeve van het oprichten van waarschuwings- en/of communicatiemasten binnen het bouwvlak tot maximaal 40 m.
12.2 Afwijken op basis van verschilberekening volgens rekenmodel AERIUS-Calculator Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde in de artikelleden 3.5.1 onder a en b, 4.4.1 onder a en b en 5.5 onder k van deze regels, onder de navolgende voorwaarden: a.
b.
60
de emissie afkomstig van het met deze omgevingsvergunning aangevraagde 'gebruik na wijziging van gronden en bouwwerken’, ten opzichte van de emissie afkomstig van de feitelijke planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan vanuit die gronden en bouwwerken leidt niet tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr op voor stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied; of sprake is van een toename van stikstofdepositie als bedoeld onder a, dient als volgt te worden bepaald: 1. er wordt een verschilberekening gemaakt met gebruik van de op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest actuele versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
13.1 Algemene wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen als bedoeld sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
61
Artikel 14
Algemene procedureregels
Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. b. c.
d. e.
62
het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende zes weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid; in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij burgemeester en wethouders; indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
Artikel 15
Kwaliteitsregels
15.1 Algemeen Het bestemmingsplan maakt nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied mogelijk. Deze ontwikkelingen dienen gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering. Om deze kwaliteitsverbeteringen te kunnen bereiken worden twee instrumenten ingezet: a. b.
ruimtelijke kwaliteit 'landschappelijke inpassing' voor agrarische ontwikkelingen; ruimtelijke kwaliteit 'kwaliteitsbijdrage' voor overige ontwikkelingen.
Agrarische ontwikkelingen: 'Landschappelijkeinpassing' Het instrument ruimtelijke kwaliteit agrarisch: 'Landschappelijke inpassing' is van toepassing op agrarische bedrijven. Ten behoeve van de uitbreiding van bebouwing binnen het agrarische bouwvlak is het instrument van toepassing via de nadere eisen. Wanneer er sprake is van een uitbreiding van het agrarische bouwvlak en het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen buiten het agrarische bouwvlak is het instrument van toepassing via de afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheid.
Overige ontwikkelingen: 'Kwaliteitsbijdrage' Het instrument ruimtelijke kwaliteit: 'Kwaliteitsbijdrage' is van toepassing voor overige ontwikkelingen in het buitengebied. Op hoofdlijnen betreft het: functie- en gebruikswijzigingen; het ontwikkelen van nevenactiviteiten; uitbreidingen van bestaande situaties. Het instrument is van toepassing via de afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheid. 15.2
Agrarische ontwikkelingen: 'Landschappelijkeinpassing'
15.2.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd medewerking te verlenen aan de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkings-, wijzigings- en nadere eisenregels ten behoeve van de ontwikkeling van agrarische bedrijven, onder de voorwaarde dat naast de reeds in de betreffende regels opgenomen voorwaarden, tevens wordt voldaan aan de van toepassing zijnde onderstaande 'Landschappelijke inpassing':
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een viertal kwaliteitspakketten:
Basiskwaliteit Basiskwaliteit Plus Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering Plus
= 10% van de oppervlakte nieuwe bebouwing/verharding; = 10% van de totale oppervlakte van de bouwkavel na uitbreiding = 10% van de totale oppervlakte van de bouwkavel na uitbreiding x 1,5 = 10% van de totale oppervlakte van de bouwkavel na uitbreiding x 2
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
63
15.2.2 Basiskwaliteit Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2.
De uitbreiding van de bebouwing dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijke inpassingen.
15.2.3 BasiskwaliteitPlus Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit Plus' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2. 3.
De uitbreiding van de bebouwing dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn. Eén of meerdere van de onderstaande kwaliteitsverbeterende maatregelen - nader omschreven bij het van toepassing zijnde landschapstype in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken - mag danwel mogen onderdeel uitmaken van de te realiseren kwaliteitsverbetering: a. realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie; b. lijnvormige beplantingselementen; c. erfbeplantingen; d. natuurontwikkeling; e. ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden; f. recreatieve ontsluiting; g. verwijderen bebouwing; h. saneren bedrijfsbebouwing; i. stimuleren vernatting; j. overgang kern-buitengebied; k. andere nog niet genoemde maatregelen die de initiatiefnemer in de betreffende situatie kan treffen.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijke inpassingen. 15.2.4 BasiskwaliteitPlus met aanvullende kwaliteitsverbetering Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2. 3.
64
De uitbreiding van de bebouwing dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn. Eén of meerdere van de onderstaande kwaliteitsverbeterende maatregelen - nader omschreven bij het van toepassing zijnde landschapstype in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken - moet(en) onderdeel
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
uitmaken van de te realiseren kwaliteitsverbetering: a. realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie; b. lijnvormige beplantingselementen; c. erfbeplantingen; d. natuurontwikkeling; e. ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden; f. recreatieve ontsluiting; g. verwijderen bebouwing; h. saneren bedrijfsbebouwing; i. stimuleren vernatting; j. overgang kern-buitengebied; k. andere nog niet genoemde maatregelen die de initiatiefnemer in de betreffende situatie kan treffen. Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijk inpassingen. 15.2.5 BasiskwaliteitPlus met aanvullende kwaliteitsverbetering Plus Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering Plus' met aanvullende kwaliteitsverbetering' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2. 3.
De uitbreiding van de bebouwing dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn. Eén of meerdere van de onderstaande kwaliteitsverbeterende maatregelen - nader omschreven bij het van toepassing zijnde landschapstype in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken - moet(en) onderdeel uitmaken van de te realiseren kwaliteitsverbetering: a. realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie; b. lijnvormige beplantingselementen; c. erfbeplantingen; d. natuurontwikkeling; e. ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden; f. recreatieve ontsluiting; g. verwijderen bebouwing; h. saneren bedrijfsbebouwing; i. stimuleren vernatting; j. overgang kern-buitengebied; k. andere nog niet genoemde maatregelen die de initiatiefnemer in de betreffende situatie kan treffen.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijke inpassingen. 15.3 Overige ontwikkelingen: 'Kwaliteitsbijdrage' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd medewerking te verlenen aan de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsregels, onder de voorwaarde dat naast de reeds in de betreffende regels opgenomen voorwaarden, tevens wordt voldaan aan de van toepassing zijnde onderstaande 'Kwaliteitsbijdrage':
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
65
OVERIGE ONTWIKKELINGEN
KWALITEITSBIJDRAGE
ADVIES KWALITEITSCOMMISSIE
Basiskwaliteit Plus, zoals bedoeld in artikel 15.2.3, waarbij 10% van de totale oppervlakte van de kampeerinrichting ingepast dient te worden.
Nee, wanneer binnen agrarisch bouwvlak Ja, wanneer buiten agrarisch bouwvlak
Landschappelijke en ruimtelijke inpassing van de huisvesting. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 6 Landschapstypen en kenmerken.
Nee
GEBIEDSEIGEN RECREATIE EN TOERISME Kleinschalig kampeerterrein
OVERIGE GEBOUWDE FUNCTIES Huisvesting seizoensarbeiders
66
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
Hoofdstuk 4 Artikel 16
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
16.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
16.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg
67
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Swaantjes- en Zandweg'.
68
bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg