CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg21.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Regels -

Swaantjes- en Zandweg Gemeente Echt-Susteren

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Swaantjes- en Zandweg Gemeente Echt-Susteren

IDN-nummer:

NL.IMRO.1711.BP20220087-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

Maart 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 16

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

19

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

19 24 36 45 47 49 53

Agrarisch Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden Wonen Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Riool Waarde - Cultuurhistorisch waardevol ensemble Berkelaar Waarde - Archeologie 3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

57

Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels

57 58

Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Kwaliteitsregels

60 61 62 63

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

67

Artikel 16 Artikel 17

67 68

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

3

4

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Swaantjes- en Zandweg' met identificatienummer NL.IMRO.1711.BP20220087-VG01 van de gemeente Echt-Susteren; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan huis verbonden bedrijf: bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2 van Bijlage 5 Staat van bedrijfsactiviteiten, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de eigenaar(s)/gebruiker(s) van de woning dan wel een persoon met een verwantschap in de eerste graad met de eigenaar(s)/gebruiker(s), met uitzondering van een seksinrichting; 1.4 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de eigenaar(s)/gebruiker(s) van de woning dan wel een persoon met een verwantschap in de eerste graad met de eigenaar(s)/gebruiker(s), waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris, adviseur, therapeut, accountant of advocaat, evenwel met uitzondering van prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn

aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 achtergevel: gevel aan de achterkant van een gebouw; 1.8 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van: het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt en/of; het houden van dieren; met dien verstande dat maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

5

1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bed & breakfast: een kleinschalige overnachtings- en verblijfsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid van kortdurend toeristisch verblijf inclusief het serveren van een ontbijt, niet zijnde een hotel, pension of ander bedrijf, waarbij het aanbod zich beperkt tot overnachtingsmogelijkheid voor maximaal vier personen. Een bed & breakfast-voorziening is ondergeschikt aan de woonfunctie (binnen een woonbestemming of een agrarische bedrijfsbestemming), is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaar(s) en tevens hoofdbewoner(s) van de betreffende woning.

Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan het overnachten noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.11 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.12 bedrijfswoning: één woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of terrein in overeenstemming met de bestemming; 1.13 beeldbepalend pand: gebouw dat gezien het karakter, de cultuurhistorische waarde en/of de betekenis voor het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van belang is. Bij dit gebouw horen eventueel ook bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.14 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico cq. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.15

bestaand: bij bouwwerken: bestaand ten tijde van het inwerking treden van het bestemmingsplan, voorzover op een legale wijze tot stand gekomen, met dien verstande dat als bestaand bouwwerk ook worden aangemerkt bouwwerken die na dat tijdstip zijn of mogen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning waarvan de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend; bij gebruik: bestaand ten tijde van het inwerking treden van het bestemmingsplan, voor zover op een legale wijze tot stand is gekomen;

1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

6

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

1.18 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd, op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk met een dak, met uitzondering van overkappingen; 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.21 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping; 1.22 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26 cultureel erfgoed: structuren en

landschappelijke elementen met betrekking tot bouwkundig erfgoed, historische groenwaarden, historisch-geografisch erfgoed en het archeologisch erfgoed waaraan de vroegere ontginnings- en bewoningsgeschiedenis nog goed afleesbaar zijn; 1.27 cultuurhistorisch ensemble: een ruimtelijk en inhoudelijk samenhangend geheel van cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en/of zones;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

7

1.28 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan: de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving; de historische landschapswaarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden; 1.29 dagrecreatie: recreatief gebruik van gronden voor een periode niet langer dan een dag; 1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.32 erotisch getint horecabedrijf: een horecabedrijf dat tot doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van handelingen, voorstellingen en/ of vertoningen van

porno-erotische aard en tevens het bedrijfsmatig, ten behoeve van verbruik ter plaatse, verstrekken van alcoholische dranken; 1.33 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.34 gebruiksgerichte paardenhouderij: paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en de in- en verkoop van paarden; 1.35 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij voor de bedrijfsvoering hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond; 1.36 groothandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers danwel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

8

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

1.37 hedonische waarde: maat bepaald volgens de Nederlandse voornorm 2818 voor de (on)aangenaamheid van een geur,uitgedrukt op een schaal van H=-4 (uiterst onaangenaam) tot H=+4 (uiterst aangenaam); 1.38 hedonisch gecorrigeerde geuremissie: geuremissie van een bron gedeeld door de hedonische weegfactor F; 1.39 hedonisch gewogen geurbelasting: geurbelasting op basis van hedonisch gecorrigeerde geuremissies van alle geurbronnen; 1.40 hedonische weegfactor F: verhouding tussen de geurconcentratie die behoort bij de hedonische waarde van H=–1 van een geurbron en de normwaarde van 1 ouE/m3; 1.41 hobbymatig agrarisch gebruik: het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze; 1.42 hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.43 horeca / horeca I: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt; een en ander met dien verstande dat seksinrichtingen niet onder horeca I worden begrepen; 1.44

horeca / horeca II: elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die geheel of nagenoeg geheel is ingericht of wordt gebruikt voor dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; inrichtingen waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend; een en ander met dien verstande dat seksinrichtingen niet onder horeca II worden begrepen; 1.45 horecagebruiksruimte: ruimte die wordt gebruikt voor het schenken van dranken en verstrekken van spijzen, alsmede voor het nuttigen van dranken en spijzen welke ter plaatse worden verstrekt. Keukens en toiletgroepen worden hieronder niet begrepen; 1.46 houtopstand: begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, voor zover niet vallend onder de Boswet en behoudens laagstamfruitbomen en de bijbehorende windsingels;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

9

1.47 huishouden: een persoon of een groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en verhuur ten behoeve van arbeidsmigranten wordt daaronder niet begrepen; 1.48 internetwinkel: Een internetwinkel is een specifieke vorm van detailhandel, waarbij verkoop van goederen plaatsvindt na bestelling op internet. Er zijn vier verschillende categorieën internetwinkels (webwinkels) te onderscheiden, waarvan twee zonder fysieke bezoekmogelijkheid en twee met fysieke bezoekmogelijkheid: Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid a.

b.

categorie A: Een internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en waar alle klantcontacten en transacties digitaal verlopen en er geen fysieke opslag en verzending van goederen plaatsvindt; categorie B: Een internetwinkel met opslag- en verzendfunctie; een internetwinkel als bedoeld onder A, waar tevens fysieke opslag en verzending van goederen plaatsvindt. Deze verzending geschiedt uitsluitend per post;

Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid: c.

d.

categorie C: een afhaalpunt: een locatie waar een klant uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van uitsluitend bestelde goederen plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten; categorie D:een internetwinkel met afhaalmogelijkheid en de mogelijkheid om goederen uit te stallen, te passen en/of te bekijken met de daarbij behorende opslag en logistiek. Functioneel is deze internetwinkel vergelijkbaar met reguliere detailhandel;

1.49 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voorzover de onder a en b bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor (niet-permanent) recreatief nachtverblijf; 1.50 kennel: een niet-agrarisch bedrijf, dat is gericht op het fokken, verzorgen en verhandelen van honden en/of katten; 1.51 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico cq. een risico-afstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.52 landschappelijkewaarden: ruimtelijke objecten, structuren of gebieden in het cultuurlandschap die om esthetische, cultuurhistorische en/of ecologische redenen van waarde worden geacht;

10

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

1.53 landschapselement: beplanting die om esthetische, cultuurhistorische of ecologische redenen van waarde en algemeen belang wordt geacht in zijn ruimtelijke context; 1.54 levend gewicht aan dieren: levend gewicht van dieren bepaald aan de hand van de omrekenfactoren als opgenomen in de nota van toelichting behorende bij het besluit d.d. 9 november 2009 (Staatsblad 2009, 479) inhoudende de wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (nieuwe activiteiten in en reparaties van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). Dit betekent voor varkens met meer dan 100 kg levend gewicht dat het levend gewicht aan dieren wordt bepaald aan de hand van de volgende omrekenfactor (aantal dieren x 0,2 GVE x 500 kg); 1.55 loon- en mechanisatieactiviteiten: een bedrijf gericht op het verrichten en leveren van diensten en producten aan agrarische bedrijven (agrarisch loonwerk); 1.56 maatschappelijkeen culturele voorzieningen: educatieve, sociaalculturele, levensbeschouwelijke, onderwijs-, religieuze voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen; 1.57 manege: een bedrijf, dat is gericht op het verzorgen en dresseren en trainen van paarden voor de ruitersport alsmede het geven van paardrijlessen; 1.58 mantelzorg: het op

basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.59 natura 2000: een samenhangend netwerk van leefgebieden en soorten die van belang zijn vanuit het perspectief van de Europese Unie als geheel, ingesteld door de Europese Unie. Op die gebieden is de Vogel- en/of Habitatrichtlijn van toepassing; 1.60 natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet natuurbescherming; 1.61 nevenactiviteit: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel; 1.62 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

11

1.63 ondergeschikte functie: een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie en daarvan ten dienste staat c.q. daar functioneel mee verbonden is; 1.64 ondersteunende detailhandel: detailhandel welke dient ter ondersteuning van de hoofdfunctie en daar onderdeel van uitmaakt, waarbij de detailhandelsfunctie qua oppervlak, aard en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.65 ondersteunende horeca: horeca welke dient ter ondersteuning van de hoofdfunctie en daar onderdeel van uitmaakt, waarbij de horecafunctie qua oppervlak, aard en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.66 paardenbak: een niet overdekt terrein ingericht ten behoeve van het paardrijden, met daarbij behorende voorzieningen; 1.67 parkeervoorzieningen: elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer; 1.68 peil: a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor een woonwagen, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van de bestaande verharding van de standplaats; d.

voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf; 1.69 percentiel: tijdfractie van het jaar dat een bepaalde geurbelasting niet wordt overschreden; 1.70 perifere detailhandel: detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen en detailhandel in ABC-goederen (auto's, boten en caravans), tuincentra, bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling (en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden); 1.71 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf; 1.72 recreatiewoning: een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden bewoond;

12

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

1.73 recreatief medegebruik: vorm van recreatie waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, maar waarvoor kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes; 1.74 risicovolle inrichting: a. een inrichting waarvoor ingevolge het besluit externe veiligheid een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij in het bestemmingsplan toegelaten kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, of b. een inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid, met uitzondering van gasdrukmeet- en regelstations. 1.75 schuilgelegenheid: een gebouw, waarvan het/de op het perceel aanwezige dier(en) gebruik moet(en) kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter, uit het oogpunt van dierenwelzijn. 1.76 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.77 seksuele dienstverlening: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen; 1.78 shortstay-arbeidsmigrantenhuisvesting: het huisvesten van legale werknemers van bedrijven die tijdelijk in Nederland verblijven; 1.79 standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; 1.80 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen/constructies met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel het vervroegen als het verlaten van de teelt ten opzichte van de normale open teelt en/of het beschermen van het gewas tegen weers invloeden, ziekten en plagen hetgeen leidt tot een betere kwaliteit van het product; 1.81 tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders: het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

13

1.82 tijdelijke teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die korter dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten in het jaar aanwezig zijn; 1.83 toename van stikstofemissie: a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie N/kg/jaar * meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken; b. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting wanneer de emissie N/kg/jaar meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting; c. Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; d.

Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; e. Als uitzondering op lid a, lid b, lid c en lid d van deze bepaling geldt het volgende: Er is geen sprake van een toename van stikstofemissie vanuit bouwwerken wanneer er sprake is van één van de volgende situaties: 1.

de emissie N/kg/jaar afkomstig van het (agrarisch) bedrijf bedraagt niet meer dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het gebruik van de betreffende bouwwerken als bedoeld in lid a of c of het gebruik van de betreffende bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld in lid b of d conform een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 en/of artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming, en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, dan wel een verleende en onherroepelijke omgevingsvergunningdie met toepassing van hoofdstuk IX Natuurbeschermingswet 1998 dan wel onder toepassing van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo is verleend en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt. Hieronder wordt de navolgende vergunning begrepen die is opgenomen in de bijlagen bij de regels: Bijlage 1 Natuurbeschermingswetvergunning Zandweg 10 Maria Hoop. f. Bij het bepalen van de stikstofemissie zoals bedoeld onder a, b, c en d van dit artikel wordt geen rekening gehouden met de stikstofemissie vanwege het bemesten van gronden; * wanneer in deze regels 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 en NOx.

1.84 varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop: het houden van varkens die jaarrond de mogelijkheid wordt geboden van vrije weidegang en vrije uitloop, waarbij wordt voldaan aan de ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan geldende huisvestingseisen van EU-Verordening Erkenningseisen biologische producten 2020/464, en onder behoud van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plekke;

14

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

1.85 veehouderijbebouwing: agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van stallen, waarin dieren gehouden kunnen worden, ten behoeve van de veehouderij; dit in tegenstelling tot overige agrarische bedrijfsgebouwen zoals werktuigloodsen, sleufsilo's, voerplaten, mestsilo's, mestvergistingsinstallaties en uitpandige luchtwassers; 1.86 verwantschap in de eerste graad: verwantschap in de eerste graad, zijnde ouders en kinderen, waaronder tevens adoptie- of pleegouders en/of -kinderen worden verstaan; 1.87 vleesatelier: één of meerdere ruimten bedoeld voor het be- en/of verwerken van vlees, waaronder niet wordt verstaan het slachten van dieren; 1.88 voor stikstofgevoelige habitats: stikstofgevoelig habitattypen of leefgebiedtypen binnen Natura2000-gebieden waarbij de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden of er sprake is van een naderende overschrijding (KDW minus 70 mol N/ha/jr, zoals opgenomen in de meest actuele versie van de het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator, zoals beschikbaar op www.aerius.nl of een eventuele wettelijk bepaalde opvolger van dat rekenmodel; 1.89

voorgevel:

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.90 voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan danwel ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn'; 1.91 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; 1.92 woonunit: een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; 1.93 woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

15

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de loodrechte afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat perceel voorkomend bouwwerk; 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen', zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5

de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:

loodrecht vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.6 de breedte, diepte c.q. lengte van bouwwerken: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: a. tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; b. voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): de overdekte grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak); 2.9 bruto vloeroppervlak: de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een bouwwerk, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen; 2.10 het bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;

16

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

2.11 ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 meter bedraagt. Tevens worden hieronder gevelisolerende of andere duurzaamheidsmaatregelen verstaan, mits de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

17

18

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

agrarisch grondgebruik; behoud en bescherming onverharde en halfverharde wegen; de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven; behoud en ontwikkeling van recreatief medegebruik;

met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j. 3.2

nutsvoorzieningen; inritten, erven en terreinen; erfbeplanting; tuinen bij bedrijfswoningen; wegen en paden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bouwregels

3.2.1 Toegestane bouwwerken binnen de gehele bestemming Binnen de gehele bestemming mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d. e.

schuilgelegenheden, met dien verstande dat bestaande schuilgelegenheden zijn toegestaan, mits de schuilgelegenheden op een legale wijze tot stand zijn gekomen; bestaande bebouwing, met dien verstande dat de bestaande bebouwing op een legale wijze tot stand is gekomen; gebouwen van openbaar nut, zoals trafo's, abri's, schakelstations, meet- en regelstations; teeltondersteunende voorzieningen, uitsluitend in de vorm van afdekfolie en minitunnels; bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze bestemming zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het recreatief medegebruik (o.a. zitbanken en wegwijzers), openbaar nut en verkeersgeleiding en niet zijnde bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals mestplaten, hooibergen, mestsilo's, voedersilo's en kuilvoeropslag.

3.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in 3.2.1, gelden de volgende regels: a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Bouwwerken Maximale Maximale Maximale Maximale inhoud in goothoogte in m bouwhoogte in m oppervlakte in m² m³ Teeltondersteunende n.v.t. 0,5 Geen beperking n.v.t. voorzieningen, in de vorm van afdekfolie en minitunnels

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

19

Erfen n.v.t. 1,50 n.v.t. n.v.t. terreinafscheidingen buiten het bouwvlak Gebouwen van 2,7 3,5 15 Geen beperking openbaar nut, zoals trafo's, abri's, schakelstations, meeten regelstations Bouwwerken, geen n.v.t. 2, met dien Geen beperking Geen beperking gebouwen zijnde ten verstande dat de behoeve van deze bouwhoogte van bestemming zoals bouwwerken, geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten gebouwen zijnde ten behoeve van de behoeve van het openbare recreatief verkeersverlichting medegebruik (o.a. niet meer dan 6 mag zitbanken en bedragen. wegwijzers), openbaar nut en verkeersgeleiding Overkappingen n.v.t. 2 40 m2 per ha Geen beperking buiten het bouwvlak Overige n.v.t. 2 n.v.t. n.v.t. bouwwerken, geen gebouwen zijnde b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de vorm en de kwaliteit van de bouwwerken: a.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van waarborging van de brandveiligheid, rampenbestrijding en zelfredzaamheid van personen en overige nadere eisen ten aanzien van externe veiligheid in het algemeen, bijvoorbeeld ten aanzien van de oriëntatie van gebouwen en toegang en vluchtwegen, de bereikbaarheid van het perceel en bouwkundige maatregelen ter beperking van de effecten van bijvoorbeeld een ongeval met gevaarlijke stoffen, alsmede ter voorkoming van hoge personendichtheden. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1 Schuilgelegenheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

20

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

a. b. c.

de schuilhut is noodzakelijk uit het oogpunt van dierenwelzijn; per perceel één gebouw is toegestaan als schuilgelegenheid; de oppervlakte bij een: 1. perceelsgrootte tot 1.000 m² bedraagt maximaal 30 m²; 2. perceelsgrootte 1.000 - 5.000 m² bedraagt maximaal 40 m²; 3. perceelsgrootte > 5.000 m² bedraagt maximaal 50 m², d. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; e. de aanwezige landschappelijke- en natuurwaarden worden niet onevenredig aangetast; f. er mag geen buitenopslag plaatsvinden; g. de landschappelijke en ruimtelijke inpassing van de schuilgelegenheid dient op een zorgvuldige wijze plaats te vinden, rekening houdend met de kenmerken van het landschapstype waarin het perceel gelegen is, en met dien verstande dat in de schuilgelegenheid tevens, ondergeschikt aan de schuilfunctie voor dieren, opslag is toegestaan van voer en aan het agrarisch gebruik gerelateerde goederen en apparatuur. 3.4.2 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

b. c.

Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen direct aansluitend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd, tenzij is aangetoond dat er geen mogelijkheden zijn om teeltondersteunende voorzieningen direct aansluitend aan het bouwvlak te realiseren. De tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig zijn en na afloop geheel worden verwijderd. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 15.

3.4.3 Hagelnetten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

b. c.

De hagelnetten dienen landschappelijk te worden ingepast. Dit betekent in ieder geval dat netten niet mogen doorlopen tot aan de grond en voorts dat er randvoorwaarden kunnen worden gesteld aan de zichtbaarheid van de hagelnetten. Bij het toetsen van de toelaatbaarheid zijn, mede met het oog op de zichtbaarheid, de volgende aspecten van belang: 1. zicht op de continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. beschrijving van de locaties waar de hagelnetten geplaatst worden; 3. invloed van het reliëf op de zichtbaarheid; 4. het gebruikte (constructie)materiaal voor de netten; 5. de aangevraagde oppervlakte hagelnetten; 6. de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies. De bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond.

3.4.4 Hogere bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 ten behoeve van het vergroten van de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak tot ten hoogste 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

De grotere bouwhoogte is noodzakelijk in verband met de bestemming.

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

21

b. c. d. 3.5

De erfafscheidingen mogen niet gesloten zijn. De landschappelijke waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast. Specifieke gebruiksregels

3.5.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik of het laten gebruiken van: a.

gronden en/of bouwwerken niet behorende tot een inrichting waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; b. gronden en/of bouwwerken behorende tot een inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting; c. inname van mest van derden alsmede verwerking en bewerking van mest van derden; en voor: d. e. f. g. h. i. j. k. l.

meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren; verkooppunten voor motorbrandstoffen; seksuele dienstverlening; permanente bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken (met uitzondering van de bedrijfswoning) en recreatieve verblijven (bv. vakantieappartement/vakantiewoning) betreft; gronden als volkstuin; gronden en/of bouwwerken voor het beoefenen van lawaaisporten; buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; stalling van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen buiten het bouwvlak; gronden en/of bouwwerken voor een risicovolle inrichting.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in lid 3.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand. Het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas. Het verwijderen van onverharde wegen of paden. Het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur.

3.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 3.6.1 is niet van toepassing: a.

b. c.

22

op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen;

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

3.6.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.6.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen en, wanneer mogelijk, een positieve bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijke waarden. 3.6.4 Advies Het staat het bevoegd gezag vrij om advies in te winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld onder artikel 3.6.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

23

Artikel 4 4.1

Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

agrarisch grondgebruik, waaronder mede begrepen de vrije weidegang en onverharde vrije uitloop van varkens afkomstig van de varkenshouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop'; b. de uitoefening van een varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop', met dien verstande dat hiervoor een maximum toegestane veebezetting geldt welke overeenkomt met de verleende en onherroepelijke Natuurbeschermingswetvergunning zoals opgenomen in Bijlage 1 Natuurbeschermingswetvergunning Zandweg 10 Maria Hoop; c. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een akkerbouwbedrijf; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - livar experience' voor een experience centre van het Limburgse kloostervarken, waarbij aanvullend aan de agrarische activiteiten tevens een vleesatelier, slachterij en een bezoekerscentrum zijn toegestaan. Een en ander inclusief ondersteunende horeca en ondersteunende groot- en detailhandel (waaronder mede begrepen een internetwinkel in alle categorieën); e. behoud en bescherming onverharde en halfverharde wegen; f. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden; g.

behoud en ontwikkeling van recreatief medegebruik; h. een bedrijfswoning; i. kantoorruimten, ondergeschikt en ten dienste van de aanwezige bedrijvigheid; j. een aan huis verbonden beroep; k. een bed & breakfast; l. de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - livar experience' overeenkomstig hetgeen is bepaald in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen en Bijlage 4 Beeldkwaliteits- en landschapsinpassingsplan inclusief bijlagen; m. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; n. waterretentie, natuurvriendelijke oevers en het onderhouden van de waterloop voorzover de gronden zijn gelegen binnen 5 m van een belendende bestemming 'Water'; met de daarbij behorende: o. nutsvoorzieningen; p. inritten, erven, terreinen en parkeervoorzieningen; q. erfbeplanting; r. tuinen bij bedrijfswoningen; s. wegen en paden; t. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Eén en ander in overeenstemming met het bepaalde in 4.1.2. 4.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a Bedrijfswoning Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijfswoning toegestaan.

24

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

b Kantoorruimten ondergeschikt en ten dienste van bedrijvigheid Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' zijn kantoorruimten, ondergeschikt en ten dienste van de aanwezige bedrijvigheid toegestaan. Hierbij is maximaal één kantoorruimte toegestaan in de vorm van een vrijstaand gebouw welke niet is geïntegreerd in een ander bedrijfsgebouw. c Bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij en ondersteunende functies Voor de gebruiksfuncties bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij met inbegrip van de hieraan alsmede aan de agrarische activiteiten ter plaatse van de Zandweg ondersteunende functies in de vorm van een informatiecentrum, (kook-)workshop-, training- en lesruimten, ondersteunende horeca, ondersteunende groot- en detailhandel (waaronder mede begrepen een internetwinkel in alle categorieën) en opslag van vlees en/of vleesproducten gelden de navolgende regels: 1.

2.

3.

Een bezoekerscentrum en een vleesatelier zijn toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bezoekerscentrum' en/of ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier, bezoekerscentrum'. Een en ander met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bezoekerscentrum' de bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan: a. tot en met een maximum milieucategorie 3.1 als bedoeld in de geldende VNG Brochure bedrijven en milieuzonering mits deze activiteiten plaatsvinden ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'; b. tot en met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in de geldende VNG Brochure bedrijven en milieuzonering indien deze activiteiten plaatsvinden buiten de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'. Een slachterij is toegestaan uitsluitend in combinatie met een bezoekerscentrum en een vleesatelier en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier, bezoekerscentrum'. De slachterij is hierbij toegestaan: a. tot en met een maximum milieucategorie 3.2 als bedoeld in de geldende VNG Brochure bedrijven en milieuzonering; b. tot en met een maximum verwerkingscapaciteit van 6000 ton levend gewicht aan dieren per jaar; c.

onder de voorwaarde dat de hedonisch gewogen geurimmissie vanwege het slachten van varkens en opslag van slachtafval ter plaatse van woningen van derden maximaal 2 Ou(H)/m3 als 98 percentielwaarde bedraagt; d. onder de voorwaarde dat de activiteit slachten en opslag van producten uit het slachtproces, inclusief destructiemateriaal, uitsluitend inpandig is toegestaan. Hierbij een gezamenlijk maximum brutovloeroppervlakte van 10000 m2 is toegestaan voor de gebruiksfuncties bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij en ondersteunende functies ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bezoekerscentrum' en 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier, bezoekerscentrum' . Een en ander met dien verstande dat binnen dit maximum bruto vloeroppervlakte: a. ten hoogste 2500 m2 bruto vloeroppervlakte wordt aangewend voor de gebruiksfunctie bezoekerscentrum inclusief hierbij behorende ondersteunende functies, en; b. ten hoogste 7500 m2 bruto vloeroppervlakte wordt aangewend voor de gebruiksfuncties vleesatelier en slachterij inclusief hierbij behorende ondersteunende functies, en; c.

de ondersteunende functies ten behoeve van de gebruiksfuncties als bedoeld onder a en b, alsmede ondersteunende functies ten behoeve van de agrarische activiteiten, in de de vorm van: ondersteunende horeca een maximum bruto vloeroppervlakte aan horecagebruiksruimte(-n) van 500 m2 hebben; ondersteunende groot- en detailhandel (waaronder mede begrepen een internetwinkel in alle categorieën) een maximum bruto vloeroppervlakte heeft van 200 m2, waarbij geldt dat uitsluitend groot- en detailhandel (waaronder mede begrepen een internetwinkel in alle categorieën) is toegestaan in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

25

omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of agrarische producten die op het eigen bedrijf en/of in de directe omgeving daarvan op een ander agrarisch bedrijf zijn bewerkt. Onder agrarische producten worden tevens streekproducten en aanverwante artikelen, passend in het assortiment van boerderijwinkels, gerekend. opslag van vlees en/of vleesproducten binnen gebouwen plaatsvindt alsmede binnen de toegestane maximum bruto vloeroppervlakte als bedoeld onder a en b.

d

Aan huis verbonden beroep

Het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep is toegestaan met dien verstande dat: 1. 2.

3.

4.

e

het aan huis verbonden beroep mag worden uitgeoefend in het hoofdgebouw en in bijbehorende bouwwerken; de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, met dien verstande dat maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de uitoefening van het aan huis verbonden beroep; er geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mogen plaatsvinden die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen, in openbaar gebied noodzakelijk worden; er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens detailhandel van ondergeschikte aard die rechtstreeks in verband staat met het uitgeoefende aan huis verbonden beroep.

Bed & Breakfast

Het uitoefenen van een bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1.

de bed & breakfast-voorziening dient binnen de woning inclusief bijbehorende bouwwerken te worden gerealiseerd. Er mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht om de bed & breakfast-voorziening te kunnen realiseren, mits deze bijbehorende bouwwerken passen binnen de in het bestemmingsplan aangegeven bouwregels; 2. de stedenbouwkundige, landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het pand, perceel of complex dienen behouden te blijven; 3. de activiteiten dienen ruimtelijk en bedrijfsmatig ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie; deze dienen kleinschalig van omvang te zijn en te passen in de directe omgeving; 4. maximaal 50% van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 100 m², mag worden gebruikt voor de bed & breakfast-voorziening; 5. de bed & breakfast-voorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning; het hebben van een aparte kookgelegenheid is daarom niet toegestaan; 6. permanente bewoning niet is toegestaan; de maximum aaneengesloten verblijfsduur bedraagt 2 weken; 7. het maximum aantal gasten dat tegelijkertijd van de bed & breakfast-voorziening gebruik mag maken bedraagt 4; 8. de activiteiten geen onevenredige afbreuk mogen veroorzaken aan de volgens het bestemmingsplan gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; 9.

de bed & breakfast-activiteiten mogen uitsluitend door de hoofdbewoner(s) worden uitgeoefend; tijdens het achtverblijf dienen(t) de hoofdbewoner(s) aanwezig te zijn. Bij bed & breakfast-activiteiten in huurwoningen is toestemming nodig van de verhuurder; 10. de activiteiten mogen geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren en geen afbreuk doen aan het karakter van de omgeving;

26

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

11. er geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mogen plaatsvinden die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen in openbaar gebied, noodzakelijk worden.

f Voorwaardelijke verplichting waterberging De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' mogen uitsluitend overeenkomstigde bestemmingsomschrijving, zoals bedoeld in artikel 4.1, worden gebruikt, mits: a.

b.

uiterlijk 1 jaar na ingebruikname van op grond van deze bestemming gerealiseerde verhardingen een waterberging van tenminste 100 mm per m2 verharding is gerealiseerd, instand wordt gehouden en te allen tijde effectief beschikbaar wordt gehouden; het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning één keer afwijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat een afwijkende termijn van maximaal 4 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt aangehouden voor de realisatie van de vereiste maatregelen, indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarden: 1. het aanhouden van een afwijkende termijn is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de verwezenlijking van de bestemming en/of risico op schade aan landschapsinpassingsmaatregelen , zoals bedoeld in 4.1.2 onder g, te voorkomen; 2. het aanhouden van een afwijkende termijn leidt niet tot waterhuishoudkundige problemen; 3. vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij het Waterschap Limburg.

g Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassing Ten behoeve van een adequate landschapsinpassing geldt dat: 1.

2.

ter plaatse van de deelgebieden D1 en D2 als opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen het bouwen van gebouwen alsmede het gebruik van gebouwen, uitsluitend is toegestaan indien de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - livar experience' binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden conform het bepaalde in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen. Een en ander met dien verstande dat: a. maximaal 1 perceelsontsluiting per met pijl aangeduide zijde in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen is toegestaan met een maximale breedte van 10 meter. Indien een bestaande ontsluiting een grotere breedtemaat heeft, geldt in afwijking hiervan deze bestaande maatvoering. b. in afwijking van het bepaalde in lid 1 onder a zijn in deelgebied D1 als bedoeld in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen maximaal 2 aanvullende tijdelijke perceelsontsluitingen mogelijk voor de duur van maximaal 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan onder de voorwaarde van herstel en instandhouding van de landschapsinpassing na afloop van deze termijn.

Ter plaatse van de deelgebieden C1 en C2 als opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen het bouwen van gebouwen alsmede het gebruik van gebouwen, uitsluitend is toegestaan indien de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - livar experience' binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan binnen de deelgebieden C1 en C2 is gerealiseerd en in stand wordt gehouden conform het bepaalde in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen. Een en ander met dien verstande dat: a. maximaal 1 perceelsontsluiting per met pijl aangeduide zijde in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen is toegestaan met een maximale breedte van 10 meter. Indien een bestaande ontsluiting een grotere breedtemaat heeft, geldt in

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

27

afwijking hiervan deze bestaande maatvoering. in afwijking van het bepaalde in lid 2 onder a zijn in de deelgebieden C1 en C2 als bedoeld in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen maximaal 2 aanvullende tijdelijke perceelsontsluitingen mogelijk voor de duur van maximaal 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan onder de voorwaarde van herstel en instandhouding van de landschapsinpassing na afloop van deze termijn. c. in aanvulling op de landschapsmaatregelen als vermeld in Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen: twintig procent van deelgebied C1 en C2 met bomen en heesters wordt aangeplant en in standgehouden; waarbij voor deelgebied C1 en C2 gebruik wordt gemaakt van het sortiment: zomereik, wintereik, linde, berk, haagbeuk, lijsterbes, meidoorn, beuk. het college van burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kan afwijken van het bepaalde onder punt 1 en 2 door toe te staan dat het sortiment aan beplanting en/of de posities van beplanting op alternatieve wijze wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden mits met deze alternatieve invullingen sprake is van een tenminste kwalitatief gelijkwaardige landschapsinpassing.

het college van burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning één keer kan afwijken van het bepaalde onder punt 1 en 2 door toe te staan dat een afwijkende termijn van maximaal 4 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt aangehouden voor de realisatie van de vereiste landschapsinpassingsmaatregelen, indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarde: a. het aanhouden van een afwijkende termijn is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de verwezenlijking van de bestemming en/of risico op schade aan landschapsinpassingsmaatregelen te voorkomen verbandhoudend met de verwezenlijking van de bestemming. b.

3.

4.

h Voorwaardelijke verplichting mitigerende maatregelen soorten Wnb Het bebouwen en gebruiken van het bestemmingsvlak is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat: 1. 2.

i 1.

2.

4.2

de mitigerende maatregelen in verband met vleermuizen als vermeld in de Bijlage 1 Natuurbeschermingswetvergunning Zandweg 10 Maria Hoop worden gerealiseerd en instandgehouden; de mitigerende maatregelen in verband met de soorten uit de Wet natuurbescherming en werkzaamheden als vermeld in de Bijlage 2 Ecologisch werkprotocol soorten Wnb Zandweg 10 Maria Hoop dienovereenkomstig worden uitgevoerd. Voorwaardelijke verplichting borging totaalconcept livar experience Het gebruiken van het bouwvlak voor de aldaar toegestane bedrijfsmatige activiteiten, is uitsluitend mogelijk indien binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een combinatie van een bezoekerscentrum, vleesatelier en veehouderijbebouwing is gerealiseerd en de hierop betrekking hebbende bedrijfsonderdelen in stand worden gehouden; het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning één keer afwijken van het bepaalde onder punt 1 door toe te staan dat een afwijkende termijn van maximaal 4 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt aangehouden voor de realisatie en instandhouding van de combinatie van een bezoekerscentrum, vleesatelier en veehouderijbebouwing, indien wordt voldaan aan navolgende voorwaarde: a. het aanhouden van een afwijkende termijn is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de verwezenlijking van de bestemming. Bouwregels

4.2.1 Algemeen a. Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. b. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.

28

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

4.2.2 Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken Op de gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen de onderstaande bouwwerken uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd: a.

b.

c.

d. e.

bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat: 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veehouderijbebouwing' veehouderijbebouwing is toegestaan met een maximum begane grond vloeroppervlakte overeenkomstig de aanduiding 'maximum oppervlakte veehouderijbebouwing (m2)'; 2. overige agrarische bedrijfsgebouwen zijn toegestaan met een maximum begane grond vloer oppervlakte overeenkomstig de aanduiding 'maximum oppervlakte overige agrarische bebouwing (m2); 3. bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden vleesatelier, bezoekerscentrum' zijn toegestaan met een maximum begane grond vloeroppervlakte overeenkomstig de aanduiding 'maximum oppervlakte bebouwing vleesatelier / bezoekerscentrum (m2)'; 4. bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden bezoekerscentrum' zijn toegestaan in de bestaande begane grond vloeroppervlakte, vermeerderd met de begane grond vloeroppervlakte aan nieuwe gebouwen welke voldoen aan bovenstaande punten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=b0cf9e45-8b85-4cac-9d77-c8e4cb02e901