CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Stedelijk gebied, partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat Roosteren’9.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Regels Bestemmingsplan Stedelijk Gebied Partiële Herziening Kasteel Ter Borchstraat Roosteren NL.IMRO.1711.BP20230654–VG01

Plan:

Woningbouw Kasteel Ter Borchstraat

Plantype:

Partiële herziening

IMRO-id.

NL.IMRO.1711.BP20230654–VG01

Status:

Definitief 09-02-2024

2

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels ............................................................................................... 3 Artikel 1

Begrippen......................................................................................................... 3

Artikel 2

Wijze van meten ............................................................................................... 10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels........................................................................................... 12 Artikel 3

Groen .............................................................................................................. 12

Artikel 4

Verkeer ........................................................................................................... 14

Artikel 5

Wonen............................................................................................................. 16

Artikel 6

Waarde-Archeologie 1 ....................................................................................... 24

Artikel 7

Waarde-Archeologie 3 ....................................................................................... 27

Hoofdstuk 3 Algemene regels .............................................................................................. 30 Artikel 8

Anti-dubbeltelregel............................................................................................ 30

Artikel 9

Algemene bouwregels........................................................................................ 30

Artikel 10

Algemene gebruiksregels ................................................................................... 32

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels .............................................................................. 32

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels ................................................................................. 33

Artikel 13

Algemene wijzigingsregels ................................................................................. 34

Artikel 14

Algemene procedureregels ................................................................................. 35

Artikel 15

Overige regels .................................................................................................. 36

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ................................................................................... 37 Artikel 16

Overgangsrecht ................................................................................................ 37

Artikel 17

Slotregel .......................................................................................................... 37

Bijlagen Bijlage 1:

Lijst van aan huis verbonden beroepen en bedrijven;

Bijlage 2:

Staat van bedrijfsactiviteiten;

Bijlage 3:

Parkeernormen gemeente Echt-Susteren.

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Stedelijk Gebied, Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren NL.IMRO.1711.BP20230654–VG01. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan huis verbonden bedrijf: bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2 van Bijlage 2 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' zoals opgenomen bij de regels van een bestemmingsplan, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de eigenaar(s)/gebruiker(s) van de woning dan wel een persoon met een verwantschap in de eerste graad met de eigenaar(s)/gebruiker(s), met uitzondering van een seksinrichting.

1.4 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep, voorkomend in de Bijlage 1 opgenomen beroepen, die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de eigenaar(s)/gebruiker(s) van de woning dan wel een persoon met een verwantschap in de eerste graad met de eigenaar(s)/gebruiker(s), waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris, adviseur, therapeut, accountant of advocaat, evenwel met uitzondering van prostitutie. 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

4

1.7 achtergevelrooilijn: de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd, dan wel indien er geen sprake is van een bouwvlak, de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw, zonder bijbehorende bouwwerken. 1.8 achtererfgebied: erf aan de achterkant en niet naar het openbaar toegankelijke gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw. 1.9 arbeidsmigrantenhuisvesting: het huisvesten van legale werknemers van bedrijven, die tijdelijk in Nederland verblijven. 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11 bed & breakfast: een kleinschalige overnachtings- en verblijfsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid van kortdurend toeristisch verblijf inclusief het serveren van een ontbijt, niet zijnde een hotel, pension of ander bedrijf, waarbij het aanbod zich beperkt tot overnachtingsmogelijkheid voor maximaal vier personen. Een bed & breakfast-voorziening is ondergeschikt aan de woonfunctie (binnen een woonbestemming of een agrarische bedrijfsbestemming), is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaar(s) en tevens hoofdbewoner(s) van de betreffende woning. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan

het

overnachten

noodzakelijk

in

verband

met

het

verrichten van

tijdelijke

of

seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.12 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.13 bestaand: a.

bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning;

b.

bij gebruik: gebruik zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het plan, voor zover op een legale wijze tot stand is gekomen.

5

1.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren). 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd, op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk met een dak, met uitzondering van overkappingen. 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping. 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.22 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

6

1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd, op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.26 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.27 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond. 1.28 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.29 escortbedrijf: het bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbieden door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend, zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.30 garage: een gebouw ten behoeve van het overdekt stallen van (motor)voertuigen.

1.31 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32 hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

7

1.33 huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert respectievelijk voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en verhuur voor arbeidsmigranten wordt daaronder niet begrepen. 1.34 internetwinkel: Een internetwinkel is een specifieke vorm van detailhandel, waarbij verkoop van goederen plaatsvindt na bestelling op internet. Er zijn vier verschillende categorieën internetwinkels (webwinkels) te onderscheiden, waarvan twee zonder fysieke bezoekmogelijkheid en twee met fysieke bezoekmogelijkheid: Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid

 categorie A: Een internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en waar alle klantcontacten en transacties digitaal verlopen en er geen fysieke opslag en verzending van goederen plaatsvindt;

 categorie B: Een internetwinkel met opslag– en verzendfunctie; een internetwinkel als bedoeld onder A, waar tevens fysieke opslag en verzending van goederen plaatsvindt. Deze verzending geschiedt uitsluitend per post. Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid:

 categorie C: een afhaalpunt: een locatie waar een klant uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van uitsluitend bestelde goederen plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten;

 categorie D: een internetwinkel met afhaalmogelijkheid en de mogelijkheid om goederen uit te stallen, te passen en/of te bekijken met de daarbij behorende opslag en logistiek. Functioneel is deze internetwinkel vergelijkbaar met reguliere detailhandel. 1.35 inwoning: het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken. 1.36 kamerverhuur: het verhuren van (een) kamer(s) in een woning, waarbij de eigenaar het hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als waar de kamerverhuur plaatsvindt. Kenmerkend voor kamerverhuur is dat de bewoner/huurder van een wooneenheid de toiletruimte, badruimte en de keuken deelt met de eigenaar/hoofdgebruiker van de woning.

8

1.37 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Huisvesting ten behoeve van mantelzorg vindt in of bij een woning plaats en is toegestaan voor één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.38 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.39 ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil. 1.40 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.41 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.42 parkeervoorzieningen: elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer. 1.43 perceelgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling. 1.44 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

9

1.45 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig

was

seksuele

handelingen

worden

verricht

of

vertoningen

van

erotisch-

pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.46 stedenbouwkundige waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied (tot uitdrukking komend in de bouwmassa, hoogtematen, dakvorm en gevelopbouw). 1.47 voorgevellijn: de voorste grens/kant van de bebouwing die is gericht naar de weg en waarop de overige bebouwing is georiënteerd. 1.48 voorzieningen van algemeen nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.49 wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.50 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.51 wet/wettelijke regelingen: indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q.

verordeningen e.d., worden de regelingen bedoeld zoals deze luidden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.52 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

10

Artikel 2 Wijze van meten Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de loodrechte afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat perceel voorkomend bouwwerk. 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil loodrecht tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de breedte, diepte c.q. lengte van bouwwerken: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: loodrecht vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: loodrecht vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: a.

voor bouwwerken met wanden: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

b.

voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): de overdekte grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak).

11

2.9 peil: a.

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

b.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

2.10 ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 meter bedraagt. Tevens worden hieronder gevelisolerende of andere duurzaamheidsmaatregelen verstaan, mits de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt.

12

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

groenvoorzieningen;

b.

bermen en beplanting;

c.

nutsvoorzieningen;

d.

kunstwerken;

e.

speelvoorzieningen;

f.

waterlopen en waterpartijen;

g. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen; h. verhardingen, uitsluitend in de vorm van voetpaden, voor de ontsluiting van aanliggende woningen en/of tuinen.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

op of in deze gronden zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toegelaten;

b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter;

c.

de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 15 m².

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12,00 meter;

b.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5,00 meter;

c.

overkappingen zijn niet toegestaan.

13

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woonen leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

b.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

c.

ter waarborging van de verkeersveiligheid;

d.

ter waarborging van de sociale veiligheid;

e.

ter waarborging van de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding.

3.4 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.

opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

14

Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers- en verblijfsfunctie;

b.

voet- en rijwielpaden;

c.

parkeervoorzieningen;

d.

groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;

e.

straatmeubilair;

f.

speelvoorzieningen;

g.

nutsvoorzieningen;

h.

kunstwerken;

i.

kortdurende

activiteiten

en

evenementen,

zoals

een

waterlopen

en

weekmarkt,

rommelmarkt,

antiekmarkt, braderieën en een kermis; j.

waterhuishoudkundige

voorzieningen,

waterpartijen,

alsmede

(ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

Op of in deze gronden zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toegelaten, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte maximaal 3,00 meter bedraagt; 2. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

Overkappingen zijn niet toegestaan.

b.

De bouwhoogte van lichtmasten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt maximaal 12,00 meter.

c.

De bouwhoogte van kunstobjecten bedraagt maximaal 12,00 meter.

d.

De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5,00 meter,

e.

De bouwwerken geen gebouwen zijnde passen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming.

15

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woonen leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

b.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving;

c.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

d.

ter waarborging van de verkeersveiligheid;

e.

ter waarborging van de sociale veiligheid;

f.

ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;

g.

ter waarborging van de externe veiligheid.

4.4 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10. wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.

het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

b.

het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

c. 4.4.1

een verkooppunt voor motorbrandstoffen (inclusief LPG); Voorwaardelijke verplichting

Onder strijdig gebruik van woningen op de gronden met de bestemming 'Wonen' wordt tevens begrepen het niet voldoen aan de voorzieningen zoals opgenomen in artikel 10.3.

16

Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen in een woning;

met de daarbij behorende: b.

wegen, paden en parkeervoorzieningen;

c.

tuinen, erven en verhardingen;

d. bijbehorende voorzieningen; e.

waterhuishoudkundige

voorzieningen,

waterlopen

en

waterpartijen,

alsmede

(ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a.

de woningen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd;

b.

splitsing van woningen in twee of meer afzonderlijke woningen is niet toegestaan;

c.

ten aanzien van de goot- en bouwhoogte gelden de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' opgenomen maximale hoogten;

d. de zijgevel wordt minimaal 2,50 meter uit de zijdelingse bouwperceelsgrens geplaatst, tenzij het een woningscheidende zijgevel betreft; e.

het maximaal aantal te realiseren woningen per bouwvlak, mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ op de verbeelding is aangegeven.

5.2.2 Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde bij woningen en andere panden die geheel in gebruik zijn als woning gelden de volgende regels: a.

deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;

b.

deze dienen in het achtererfgebied te worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer het een garage betreft, de afstand van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5,00 meter bedraagt;

c.

de gezamenlijke oppervlakte van de, al dan niet met vergunning gebouwde, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 150 m², met dien verstande dat: 1. het achter de achtergevelrooilijn aanwezige erf voor maximaal 50% mag worden bebouwd, waarbij de oppervlakte van speeltoestellen, vlaggenmasten en zwembaden buiten beschouwing wordt gelaten;

17

2. de goothoogte maximaal 3,30 meter bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' de opgenomen maximale goothoogte geldt; 3. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' de opgenomen maximale bouwhoogte geldt. 4. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 meter en voor de voorgevel maximaal 1,00 meter; 5. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat per bouwperceel maximaal 1 vlaggenmast mag worden geplaatst. 5.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woonen leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

b.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving;

c.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

d.

ter waarborging van de verkeersveiligheid;

e.

ter waarborging van de sociale veiligheid;

f.

ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;

g. ter waarborging van de externe veiligheid;

5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Verkleinen van de afstand van de zijgevel tot de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.1. onder d voor het verkleinen van de afstand van de zijgevel tot de zijdelingse perceelsgrens onder de volgende voorwaarden: a.

het woon- en leefmilieu wordt niet onevenredig aangetast;

b.

het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast;

c.

de verkeersveiligheid wordt niet aangetast;

d.

voor zover niet in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, wordt een minimale afstand van 1,00 meter aangehouden tot de zijdelingse perceelsgrens.

18

5.4.2 Uitbreiden van de woning voor de voorgevelrooilijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.1 voor het uitbreiden van de woning voor de voorgevelrooilijn onder de volgende voorwaarden: a.

de voorgevelrooilijn wordt met maximaal 3,00 meter overschreden;

b.

de grootste breedte van het gedeelte van de uitbreiding voor de voorgevelrooilijn bedraagt maximaal 40% van de breedte van de voorgevel van de woning;

c.

de oppervlakte van het gedeelte van de uitbreiding voor de voorgevelrooilijn bedraagt maximaal 10 m²;

d.

de goothoogte van de uitbreiding bedraagt maximaal 3,30 meter;

e.

de verkeersveiligheid wordt niet aangetast;

f.

het woongenot of de gebruiksmogelijkheden op de belendende percelen wordt niet onevenredig aangetast.

5.4.3 Derde bouwlaag op de woning in plaats van een kap Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.1 voor het realiseren van een derde bouwlaag op de woning in plaats van een kap, onder de volgende voorwaarden: a.

de oppervlakte van de derde bouwlaag beslaat maximaal 2/3 van de oppervlakte van de onderliggende bouwlaag;

b.

de voorgevel van de derde bouwlaag ligt minimaal 2,00 meter achter de voorgevel van de onderliggende bouwlaag;

c.

de hoogte van de voorgevel van de onderliggende bouwlaag c.q. bouwlagen bedraagt maximaal 7,00 meter;

d.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 10,00 meter;

e.

het woon- en leefmilieu wordt niet onevenredig aangetast;

f.

het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast.

5.4.4 Verkleinen van de afstand van de zijgevel tot de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.1 voor het verkleinen van de afstand van de zijgevel tot de zijdelingse perceelsgrens onder de volgende voorwaarden: a.

Het woon- en leefmilieu wordt niet onevenredig aangetast.

b.

Het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast.

c.

De verkeersveiligheid wordt niet aangetast.

d.

Voor zover niet in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, wordt een minimale afstand van 1,00 meter aangehouden tot de zijdelingse perceelsgrens.

19

5.4.5 Oprichten van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevelrooilijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.2 voor het oprichten van een bijbehorend bouwwerk voor de voorgevelrooilijn onder de volgende voorwaarden: a.

indien het een garage betreft, bedraagt de afstand van het bijbehorend bouwwerk tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5,00 meter;

b. 5.4.6

het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast. Oprichten van een overkapping voor de voorgevelrooilijn

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.2 voor het oprichten van een overkapping voor de voorgevelrooilijn onder de voorwaarde dat het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Aan huis verbonden beroep Het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep is toegestaan binnen woonbestemmingen en andere planologisch geregelde woonfuncties, met dien verstande dat: a.

het aan huis verbonden beroep mag worden uitgeoefend in het hoofdgebouw en in bijbehorende bouwwerken;

b.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, met dien verstande dat maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de uitoefening van het aan huis verbonden beroep;

c.

er

geen

zodanig

verkeersaantrekkende

activiteiten

mogen

plaatsvinden

die

de

woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen, in openbaar gebied noodzakelijk worden; d. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens detailhandel van ondergeschikte aard die rechtstreeks in verband staat met het uitgeoefende aan huis verbonden beroep. 5.5.2 Aan huis gebonden bedrijf Het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf is toegestaan binnen woonbestemmingen en andere planologisch geregelde woonfuncties (uitgezonderd bedrijfswoningen), met dien verstande dat: a.

de aan huis verbonden bedrijvigheid als zodanig is opgenomen in de 'Lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven', zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels;

b.

het aan huis verbonden bedrijf mag worden uitgeoefend in het hoofdgebouw en in bijbehorende bouwwerken;

c.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, met dien verstande dat maximaal 30 m² van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf;

20

d.

de activiteiten mogen geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren en geen afbreuk doen aan het karakter van de omgeving;

e.

er

geen

zodanig

verkeersaantrekkende

activiteiten

mogen

plaatsvinden

die

de

woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen, noodzakelijk worden; f.

er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens detailhandel van ondergeschikte aard die rechtstreeks in verband staat met de ter plaatse vervaardigde producten of verleende diensten in het kader van het aan-huis-verbonden bedrijf.

5.5.3 Bed & breakfast Het uitoefenen van een bed & breakfast is toegestaan binnen woonbestemmingen en andere planologisch geregelde woonfuncties onder de volgende voorwaarden: a.

de bed & breakfast-voorziening dient binnen de woning inclusief bijbehorende bouwwerken te worden gerealiseerd. Er mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht om de bed & breakfast-voorziening te kunnen realiseren, mits deze bijbehorende bouwwerken passen binnen de in het bestemmingsplan aangegeven bouwregels;

b.

de

stedenbouwkundige,

landschappelijke,

cultuurhistorische

en/of

architectonische

waarden van het pand, perceel of complex dienen behouden te blijven; c.

de activiteiten dienen ruimtelijk en bedrijfsmatig ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie; deze dienen kleinschalig van omvang te zijn en te passen in de directe omgeving;

d.

maximaal 50% van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 100 m², mag worden gebruikt voor de bed & breakfast-voorziening;

e.

de bed & breakfast-voorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning; het hebben van een aparte kookgelegenheid is daarom niet toegestaan;

f.

permanente bewoning niet is toegestaan; de maximum aaneengesloten verblijfsduur bedraagt 2 weken;

g.

het maximum aantal gasten dat tegelijkertijd van de bed & breakfast-voorziening gebruik mag maken bedraagt 4;

h.

de activiteiten geen onevenredige afbreuk mogen veroorzaken aan de volgens het bestemmingsplan

gegeven

gebruiksmogelijkheden

van

aangrenzende

gronden

en

bouwwerken; i.

de bed & breakfast-activiteiten mogen uitsluitend door de hoofdbewoner(s) worden uitgeoefend; tijdens het nachtverblijf dienen(t) de hoofdbewoner(s) aanwezig te zijn. Bij bed & breakfast-activiteiten in huurwoningen is toestemming nodig van de verhuurder;

j.

de activiteiten mogen geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren en geen afbreuk doen aan het karakter van de omgeving;

21

k.

er

geen

zodanig

verkeersaantrekkende

activiteiten

mogen

plaatsvinden

die

de

woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen in openbaar gebied, noodzakelijk worden. 5.5.4 Internetwinkels A a.

Het

uitoefenen

van

woonbestemmingen

een en

internetwinkel andere

van

categorie

planologisch

geregelde

A

is

toegestaan

woonfuncties

binnen (inclusief

bedrijfswoningen), met dien verstande dat: 1. de internetwinkel is toegestaan in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken; 2. de internetwinkel te allen tijde ondergeschikt dient te zijn aan de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 30% van het totale woonoppervlak en de daarbij behorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de internetwinkel met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 50 m² mag bedragen; 3. de internetwinkel uitsluitend mag worden uitgeoefend door de hoofdbewoner(s) van de woning; 4. er geen fysieke opslag en verzending van goederen mag plaatsvinden; 5. inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan; 6. geen sprake mag zijn van afhalen van producten door klanten of verkoop van goederen aan huis; 7. reclame-uitingen niet zijn toegestaan, behoudens hetgeen conform de Welstandsnota is toegestaan. b. Het uitoefenen van een internetwinkel van categorie B, C of D is niet toegestaan binnen woonbestemmingen en woonfuncties. 5.5.5 Afhankelijke woonruimte Mantelzorg is toegestaan in bestaande bebouwing binnen woonbestemmingen en andere planologisch geregelde woonfuncties. 5.5.6 Verboden gebruik a. Onder het gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: 1.

permanente of tijdelijke bewoning van bijbehorende bouwwerken door een huishouden anders dan dat van de hoofdeigenaar/gebruiker; 2. Arbeidsmigrantenhuisvesting; 3. Kamerverhuur/bewoning. b.

Onder verboden gebruik van woningen op de gronden met de bestemming 'Wonen' wordt tevens begrepen het niet voldoen aan de voorzieningen zoals opgenomen in artikel 10.3.

22

5.5.7 Voorwaardelijke verplichting akoestisch onderzoek gevelwering (wegverkeer) 1. de woningen ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Wonen' met de aanduiding ‘geluidwerende voorzieningen’ en zoals aangegeven op de verbeelding, mogen pas voor de woonfunctie worden gebruikt nadat de gevels geluidwerend zijn uitgevoerd; 2. de woningen ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Wonen' mogen pas voor de woonfunctie worden gebruikt na het realiseren van twee geheel gesloten akoestische gevels ter plaatse van de aanduiding ‘geluidwerende voorzieningen’ zoals aangegeven op de verbeelding. Deze akoestische gevels hebben een minimale massa van 10 kg/m2 en een hoogte van minimaal 2,5 meter boven maaiveld. 5.6 Afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 Internetwinkels B Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde: 1. in artikel 5.5.4 sub b ten behoeve van het toestaan van internetwinkels van categorie B onder de volgende voorwaarden: a.

de internetwinkel is toegestaan in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken;

b.

de internetwinkel dient te allen tijde ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de internetwinkel, waarbij het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 75 m² mag bedragen;

c.

de internetwinkel mag uitsluitend worden uitgeoefend door de hoofdgebruiker van de woning;

d.

er mag geen sprake zijn van het afhalen van producten door klanten of verkoop van goederen aan huis;

e.

inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan;

f.

reclame-uitingen niet zijn toegestaan, behoudens hetgeen conform de Welstandsnota is toegestaan;

g.

er mogen goederen worden bezorgd en afgehaald in de periode tussen 09.00–20.00 uur;

h.

parkeren, laden en lossen van goederen dient op eigen terrein plaats te vinden;

i.

het gebruik mag geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren;

j.

het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor de activiteiten;

k.

buitenopslag is niet toegestaan.

23

5.6.2 Kamerverhuur Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het gestelde in artikel 5.2.1 onder c

ten behoeve van het toestaan van kamerverhuur binnen woon-

bestemmingen of andere planologisch geregelde woonfuncties, onder de volgende voorwaarden: a.

de kamerverhuur mag uitsluitend plaatsvinden binnen de woning en niet in bijgebouwen;

b.

de eigenaar dient zelf in de woning woonachtig te zijn;

c.

er mogen maximaal 2 kamers voor kamerverhuur worden gebruikt;

d.

parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden;

e.

het gebruik mag geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren.

5.6.3 Aan huis verbonden bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.5.2 sub a ten behoeve van het toestaan van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten die niet zijn opgenomen in de 'Lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven', zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels: 1. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven, met dien verstande dat maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf; 2. uitsluitend bedrijvigheid is toegestaan van milieucategorie 1 en 2 zoals vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels, of aantoonbaar naar aard en omvang vergelijkbare bedrijfsactiviteiten; 3. de activiteiten mogen geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren en geen afbreuk doen aan het karakter van de omgeving; 4. er

geen

zodanig

verkeersaantrekkende

activiteiten

mogen

plaatsvinden

die

de

woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen, noodzakelijk worden; 5. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens detailhandel van ondergeschikte aard die rechtstreeks in verband staat met de ter plaatse vervaardigde producten of verleende diensten in het kader van het aan huis verbonden bedrijf.

24

Artikel 6 Waarde-Archeologie 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde-Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Binnen de dubbelbestemming Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 6.2.2 Binnen de overige bestemmingen Voor het bouwen binnen de andere daar voorkomende bestemmingen zijn de desbetreffende regels behorende

bij

die

bestemmingen

van

toepassing,

met

dien

verstande,

dat

indien

de

bodemverstoring als gevolg van het bouwen dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 100 m² de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a.

het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of;

b.

de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

6.2.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge artikel 6.2.2. vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 6.2.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 6.2.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

25

c.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in artikel 6.2.2 of artikel 6.7.3 is gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a.

grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden;

b.

het slopen van funderingen;

c.

het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

d.

het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;

e.

het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies;

f.

het aanleggen van bos of boomgaard, dan wel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.

6.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a.

die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;

b.

die reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;

c.

waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 40 cm onder maaiveld.

26

6.4.3 Archeologisch onderzoek Indien

een

omgevingsvergunning

vereist

is,

de

bodemverstoring

als

gevolg

van

de

werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a.

het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of;

b.

de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

6.4.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge artikel 6.4.3. vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 6.4.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 6.4.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

c.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door op een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a.

uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

b.

het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden;

c.

aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veiliggesteld.

27

Artikel 7 Waarde-Archeologie 3 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde-Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; dan wel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Binnen de dubbelbestemming Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 7.2.2 Binnen de overige bestemmingen Voor het bouwen binnen de andere daar voorkomende bestemmingen zijn de desbetreffende regels behorende

bij

die

bestemmingen

van

toepassing,

met

dien

verstande,

dat

indien

de

bodemverstoring als gevolg van het bouwen dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a.

het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of;

b.

de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

7.2.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge artikel 7.2.2 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 7.2.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 7.2.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

28

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

c.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in artikel 7.2.2 of artikel 7.4.3. gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden op de in artikel 7.1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a.

grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden;

b.

het slopen van funderingen;

c.

het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

d.

het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;

e.

het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies;

f.

het aanleggen van bos of boomgaard, dan wel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.

7.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a.

die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;

b.

die reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;

c.

waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 40 cm onder maaiveld.

29

7.4.3 Archeologisch onderzoek Indien

een

omgevingsvergunning

vereist

is,

de

bodemverstoring

als

gevolg

van

de

werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a.

het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of;

b.

de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

7.4.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge artikel 7.4.3 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 7.4.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 7.4.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

c.

de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

7.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door op een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a.

uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

b.

het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden;

c.

aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veiliggesteld.

30

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1.1 Algemeen Geen bouwwerk of complex van bouwwerken mag worden opgericht indien daardoor een bestaand bouwwerk of complex van bouwwerken met daarbij behorende perceel, hetzij niet langer zou blijven voldoen aan het plan, hetzij in grotere mate zou gaan afwijken van het plan. 9.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 9.2.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. 9.2.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 9.2.1. bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m en maximaal 3,25 m bij 6,00 m bedragen. 9.2.3 Laad- en losruimte Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 9.2.4 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1. en 9.2.3. indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.

31

9.2.5 Nadere eisen Burgemeester en

wethouders

kunnen

nadere

eisen

stellen

ten

aanzien

van

het

aantal

parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld. 9.3 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen 9.3.1 Ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.3.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;

b.

het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²;

c.

In aanvulling op het bepaalde onder a en b is, voor zover passend binnen de betreffende bestemmingsomschrijving,

maximaal

1

niet-overdekt

zwembad

per

bouwperceel

toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als opgenomen in de regels behorende bij de desbetreffende bestemming in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; d.

de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,00 meter onder peil;

e.

bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze regels geldende percentages, of van het maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.

32

9.3.3 Afwijken ten behoeve van ondergrondse bouwdiepte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.3.2. voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10,00 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a.

de waterhuishouding niet wordt verstoord;

b.

geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden;

c.

het woongenot of de gebruiksmogelijkheden op de belendende percelen niet onevenredig wordt aangetast.

Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 10.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan, het gebruiken, te doen of laten gebruiken van bebouwde en onbebouwde gronden ten behoeve van: a.

het al dan niet ten verkoop opslaan van gebruikte, dan wel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorrijtuigen of aanhangwagens, die bruikbaar en niet aan hun bestemming onttrokken zijn, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden;

b.

opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden;

c.

een seksinrichting, escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.

10.3 Voorwaardelijke verplichting (groen)inpassing Het gebruiken van woningen op de gronden met de bestemming “Wonen” is uitsluitend toegestaan als de groenvoorzieningen ter plaatse van de bestemming “Verkeer”1, zoals weergegeven op de verbeelding, bij onderhavige regels zijn gerealiseerd.

1

Bestemming verkeer ter plaatse van hoek Kasteel ter Borchstraat- Burgemeester Schoolmeestersstraat

33

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels 11.1 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied' Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' mogen bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening gewaarborgd dient te blijven. 11.2 vrijwaringszone - weg 0-25 meter' en 'vrijwaringszone - weg 25-50 meter' 11.2.1 Verbod a. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 0-25 meter' mogen, ongeacht het overige in dit plan bepaalde, geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van: 1. bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de verkeersbestemming c.q. het wegverkeer; 2. vervangende nieuwbouw. b. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 25-50 meter' mogen, ongeacht het overige in dit plan bepaalde, slechts bouwwerken, anders dan vervangende nieuwbouw, worden opgericht indien de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad, gehoord de wegbeheerder. 11.2.2 Afwijken van de verbodsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.1 sub a nadat advies is ingewonnen bij de wegbeheerder.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels: a.

voor het overschrijden van in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels al anderszins kan worden afgeweken;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=55048390-7f3b-46fc-ae88-c4b1d0519e81