Regels
Tekst van het document
8.6 Afwijken van de gebruiksregels 8.6.1 Bed & breakfast Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 5.2 ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast voor maximaal 8 personen, onder de voorwaarden zoals aangegeven in artikel 8 lid 5.2.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 47 -
Regels
8.6.2 Aan huis verbonden bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het d bepaalde in artikel 8 lid 5.4 voor de uitoefening van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten in de bedrijfswoning of een daarbij behorend bouwwerk die niet zijn opgenomen in de 'Lijst van aan huis verbonden bedrijven', zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels, onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven, met dien verstande dat maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf; b. uitsluitend bedrijvigheid is toegestaan van milieucategorie 1 en 2 zoals vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, of aantoonbaar naar aard en omvang vergelijkbare bedrijfsactiviteiten; c. de activiteiten mogen geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren en geen afbreuk doen aan het karakter van de omgeving; d. er geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mogen plaatsvinden die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeerplaatsen, noodzakelijk worden; e.
er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens detailhandel van ondergeschikte aard die rechtstreeks in verband staat met de ter plaatse vervaardigde producten of verleende diensten in het kader van het aan huis verbonden bedrijf. 8.6.3 Internetwinkels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3 lid 1 sub l ten behoeve van het toestaan van internetwinkels van categorie B binnen de bedrijfswoning, onder de volgende voorwaarden: a. b.
c. d. e. f. g. h. i. j. k.
de internetwinkel is toegestaan in de bedrijfswoning en/of de bijbehorende bouwwerken; de internetwinkel dient te allen tijde ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de internetwinkel, waarbij het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 75 m² mag bedragen; de internetwinkel mag uitsluitend worden uitgeoefend door de hoofdgebruiker van de woning; er mag geen sprake zijn van het afhalen van producten door klanten of verkoop van goederen aan huis; inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan; reclame-uitingen niet zijn toegestaan, behoudens hetgeen conform de Welstandsnota is toegestaan; er mogen goederen worden bezorgd en afgehaald in de periode tussen 09.00 – 20.00 uur; parkeren, laden en lossen van goederen dient op eigen terrein plaats te vinden; het gebruik mag geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren; het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor de activiteiten; buitenopslag is niet toegestaan.
8.6.4 Kamerverhuur Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 5.1 sub b ten behoeve van het toestaan van kamerverhuur binnen de woning, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
de kamerverhuur mag uitsluitend plaatsvinden binnen de woning en niet in bijgebouwen; de eigenaar dient zelf in de woning woonachtig te zijn; er mogen maximaal 2 kamers voor kamerverhuur worden gebruikt; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; het gebruik mag geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 48 -
Regels
8.7 Uitwerkingsverplichting d 8.7.1 wetgevingszone - uitwerkingsverplichting Burgemeester en wethouders werken de bestemming 'Wonen' uit ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - uitwerkingsverplichting', met inachtneming van de volgende uitwerkingsregels: a. b. c.
d.
e. f. g. h.
i. j.
er dient te worden voldaan aan de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 of diens rechtsopvolger; er mogen uitsluitend grondgebonden woningen worden gerealiseerd, waarbij de realisering van woningen uitsluitend plaats mag vinden binnen de bestaande bebouwing; het gebruik voor de woonfunctie dient vanuit een oogpunt van een goed woonmilieu aanvaardbaar te zijn, hetgeen onder andere wil zeggen dat uit een ingesteld bodemonderzoek moet blijken dat ter plaatse de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de bestemming wonen, dat ecologisch en archeologisch vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden en dat geen sprake is van overschrijding van de geurnormen voor een woonfunctie; aanwezige bebouwing dient voorafgaand aan de realisering van de woningen te zijn gesloopt voor zover deze niet kan of zal gaan fungeren als woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning conform de bijgebouwenregeling zoals opgenomen in artikel 8 lid 2.2; bij de stedenbouwkundige inrichting dient rekening te worden gehouden met de bebouwingscontouren zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels; in het gehele uitwerkingsgebied mag het maximaal aantal woningen na uitwerking niet meer bedragen dan 4; het gebruik als woonfunctie mag de gebruiksmogelijkheden van de bestemmingen en functies in de omgeving niet onevenredig aantasten; aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een
zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 22 lid 3; parkeren is uitsluitend op eigen terrein toegestaan en er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; voor wat betreft de bouw- en gebruiksregels dient het bepaalde in dit artikel 8 in acht te worden genomen.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 49 -
Regels
Artikel 9 Leiding - Ondergronds d 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Ondergronds' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van: a.
b.
een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding met een vrijwaringstrook ter breedte van 4,00 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas'; een ondergrondse brandstofleiding met een vrijwaringstrook ter breedte van 5,00 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding brandstof'.
9.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden opgericht.
9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9 lid 2 voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat: a. b. c.
deze uitsluitend toelaatbaar zijn indien de belangen in verband met de betrokken leiding(en) zich hier niet tegen verzetten; het bevoegd gezag hierover tijdig tevoren schriftelijk advies heeft ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder(s); geen kwetsbaar object wordt toegestaan (conform artikel 14 van het Bevb).
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Verbod In afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen van deze regels is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van ondergrondse kabels of leidingen; het wijzigen van het bestaande bodemniveau door ophogingen of afgravingen of het verrichten van andere graafwerkzaamheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende en/of hoogopgaande bomen of beplantingen; diepploegen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 50 -
Regels
9.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in artikel 9 lid 4.1 is niet d van toepassing voor: a. b. c.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; werken en werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning vergunning kunnen worden uitgevoerd.
9.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden in artikel 9 lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen het doelmatig en veilig functioneren van de in artikel 9 lid 1 genoemde leiding(en) niet wordt c.q. kan worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent de omgevingsvergunning wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 51 -
Regels
Artikel 10 Waarde - Archeologie 1 d 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Binnen de dubbelbestemming Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 10.2.2 Binnen de overige bestemmingen Voor het bouwen binnen de andere daar voorkomende bestemmingen zijn de desbetreffende regels behorende bij die bestemmingen van toepassing, met dien verstande, dat indien de bodemverstoring als gevolg van het bouwen dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 100 m² de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. b.
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
10.2.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge artikel 10 lid 2.2 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 10.2.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 10 lid 2.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in artikel 10 lid 2.2 of artikel 10 lid 4.3 is gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 52 -
Regels
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden d 10.4.1 Verbod Het is verboden op de in artikel 10 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; het slopen van funderingen; het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.
10.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het bepaalde in artikel 10 lid 4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c.
die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 40 cm onder maaiveld.
10.4.3 Archeologisch onderzoek Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. b.
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
10.4.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge artikel 10 lid 4.3 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 10.4.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 10 lid 4.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 53 -
Regels
b. c.
de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een d deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
10.5 Wijzigingsbevoegdheid 10.5.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door op een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. b. c.
uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden; aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veiliggesteld.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 54 -
Regels
Artikel 11 Waarde - Archeologie 3 d 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; danwel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Binnen de dubbelbestemming Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 11.2.2 Binnen de overige bestemmingen Voor het bouwen binnen de andere daar voorkomende bestemmingen zijn de desbetreffende regels behorende bij die bestemmingen van toepassing, met dien verstande, dat indien de bodemverstoring als gevolg van het bouwen dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; b. de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 11.2.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge artikel 11 lid 2.2 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
11.2.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 11 lid 2.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in artikel 11 lid 2.2 of artikel 11 lid 4.3 gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 55 -
Regels
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden d 11.4.1 Verbod Het is verboden op de in artikel 11 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; het slopen van funderingen; het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.
11.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het bepaalde in artikel 11 lid 4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c.
die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 40 cm onder maaiveld.
11.4.3 Archeologisch onderzoek Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. b.
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
11.4.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge artikel 11 lid 4.3 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 11.4.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 11 lid 4.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 56 -
Regels
b. c.
de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een d deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
11.5 Wijzigingsbevoegdheid 11.5.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door op een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. b. c.
uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden; aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veiliggesteld.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 57 -
Regels
Artikel 12 Waarde - Cultuurhistorie d 12.1 Bestemmingsomschrijving 12.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
b.
de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, een en ander conform bijlage 5 'Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart (blad 1)' van deze regels; de instandhouding en bescherming van beeldbepalende panden ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’.
12.1.2 Waarden en karakteristieken Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch ensemble Oud Roosteren' dienen bij nieuwe ontwikkelingen de karakteristieken en waarden gerespecteerd te worden zoals nader bepaald in bijlage 6 'Cultuurhistorisch ensemble Oud Roosteren' van deze regels.
12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden mag worden gebouwd overeenkomstig onderliggende bestemmingen en rekening houdend met de waarden zoals genoemd in artikel 12 lid 1.2. 12.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' In aanvulling op het bepaalde in artikel 12 lid 2.1 geldt ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dat de bestaande bebouwing niet mag worden gewijzigd. 12.2.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 12 lid 2.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a.
b.
die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de waarden zoals genoemd in artikel 12 lid 1.1; die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de vorm en de kwaliteit van de bouwwerken: a. b.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de cultuurhistorische landschapswaarden; ter voorkoming van onevenredige aantasting van beeldbepalende panden ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 58 -
Regels
Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. d 12.4 Afwijken van de bouwregels 12.4.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12 lid 2.2 voor het wijzigen van bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' indien bebouwing is toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen andere bestemmingen, met in achtneming van het volgende: a. b.
behoud, onderhoud en versterken gaat voor vernieuwen en ontwikkelen; vernieuwen en ontwikkelen geschiedt vanuit en met respect voor de cultuurhistorische waarden. Dat wil zeggen dat gebouwen uitsluitend onder voorwaarden mogen worden vernieuwd, veranderd en/of vergroot, mits hierbij de situering, de bouwmassa, het materiaalen kleurgebruik, de (bouw-)hoogte, de goothoogte en de dakhelling niet zodanig worden gewijzigd, en/of dat daardoor het karakter van de bestaande gebouwen blijvend onevenredig wordt aangetast.
12.4.2 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12 lid 4.1 kan alleen worden verleend indien: a.
b.
blijkt dat de cultuurhistorische waarden, zoals genoemd in artikel 12 lid 1, niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, maar worden behouden, versterkt en/of ontwikkeld. Dit kan bijvoorbeeld met een cultuur-/bouwhistorisch onderzoek worden aangetoond; in het geval blijkt dat de aanwezige waarden (deels) worden verstoord dan wel vernietigd wordt gemotiveerd hoe men vanuit die waarden nieuwe ontwikkelingen realiseert die binnen de karakteristiek als gebleken uit het cultuurhistorische basisonderzoek passen.
12.4.3 Advies Het bevoegd gezag kan advies inwinnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld artikel 12 lid 4.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.
12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Verbod Het is verboden op of in artikel 12 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c. d. e. f. g.
het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden; het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van natuur- en landschapselementen; het verwijderen van zandwegen; het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding; het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; het telen van houtige gewassen in en/of op de grond (containervelden); Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 59 -
Regels
h. i.
het doorbreken, wijzigen en/of verleggen van bestaande wegen, paden en/of andere (infra)structuren; d het toevoegen van natuur-/landschapselementen en/of kunstwerken die de in artikel 12 lid 1 genoemde aanwezige waarden aan het zicht onttrekken of verstoren, of anderszins schade toebrengen.
12.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 12 lid 5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c. d.
die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken; die zijn gericht op de instandhouding, het herstel en/of versterking van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarden.
12.5.3 Cultuur-/bouwhistorisch onderzoek De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12 lid 5.1 kan alleen worden verleend indien: a.
b.
blijkt, dat de cultuurhistorische waarden, zoals genoemd in artikel 12 lid 1, niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. Dit kan bijvoorbeeld met een cultuur/bouwhistorisch onderzoek worden aangetoond; in het geval blijkt dat de aanwezige waarden worden verstoord dan wel vernietigd wordt gemotiveerd hoe men vanuit die waarden nieuwe ontwikkelingen realiseert die binnen de karakteristiek als gebleken uit het cultuurhistorische basisonderzoek passen.
12.5.4 Advies Het bevoegd gezag kan advies inwinnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld artikel 12 lid 5.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.
12.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 12.6.1 Sloopverbod Het is verboden op of in artikel 12 lid 1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning cultuurhistorisch waardevolle objecten geheel of gedeeltelijk te slopen indien: a.
b.
het bebouwing betreft van vóór 1940 (op basis van referentiedatabase BAG) en het ingrijpende verbouwingen aan muurwerk of kapconstructies betreft of gehele of substantiële sloop; het beeldbepalende panden betreft ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'.
12.6.2 Uitzonderingen Het in artikel 12 lid 5.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c.
normale onderhoudswerkzaamheden; sloopwerkzaamheden van ondergeschikte betekenis; sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd;
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 60 -
Regels
d.
e. f.
panden die na 1910 als volledig nieuw en als in de ruimte vrijstaand object zonder gebruikmaking van oudere bouwresten dzijn uitgevoerd, zoals markante burgerwoningen uit de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw; sloopwerkzaamheden, gericht op de instandhouding, het herstel en/of versterking van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarden; sloopwerkzaamheden die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken.
12.6.3 Cultuur-/bouwhistorisch onderzoek De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12 lid 5.1 kan alleen worden verleend indien: a.
b.
blijkt dat de cultuurhistorische waarden, zoals genoemd in artikel 12 lid 1, niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, maar worden behouden, versterkt en/of ontwikkeld. Dit kan bijvoorbeeld met een cultuur-/bouwhistorisch onderzoek worden aangetoond; in het geval blijkt dat de aanwezige waarden worden verstoord dan wel vernietigd wordt gemotiveerd hoe men vanuit die waarden nieuwe ontwikkelingen realiseert die binnen de karakteristiek als gebleken uit het cultuurhistorische basisonderzoek passen.
12.6.4 Advies Het bevoegd gezag kan advies inwinnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 12 lid 5.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.
12.7 Wijzigingsbevoegdheid 12.7.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van cultuurhistorisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen cultuurhistorische waarden (meer) aanwezig zijn; of aan gronden de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' toe te kennen indien uit cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat dit gewenst is gelet op ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.
12.7.2 Advies Alvorens te beslissen over de wijzigingen als bedoeld in artikel 12 lid 7.1 kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 61 -
Regels
Artikel 13 Waterstaat - Beschermingszone waterkering d 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Beschermingszone waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van de waterkering.
13.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht ten behoeve van de waterstaat en/of waterkering met een maximale bouwhoogte van 4 meter.
13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod in artikel 13 lid 2 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits de bouw verenigbaar is met de belangen van de waterstaat en/of waterkering en de beheerder van de waterkering hiervoor toestemming heeft verleend.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.
het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het indrijven van voorwerpen in de grond zoals damwanden, heipalen, reclamezuilen, lichtmasten, verkeersborden, verkeerssignaleringen enz.; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het vellen of rooien van houtgewas.
13.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 13 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagd vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
13.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 13 lid 4.2 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect, te verwachte gevolgen de in de aanhef van dit artikel omschreven doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning wordt de beheerder van de waterkering gehoord.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 62 -
Regels
Artikel 14 Waterstaat - Waterlopen d 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en het onderhoud van de aangrenzende waterloop, alsmede voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van ecologische waarden van de waterloop.
14.2 Bouwregels 14.2.1 Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regels: a. b. c.
op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de waterloop; voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat ze naar aard en afmetingen bij de bestemming passen; de gebods- en verbodsregels van de Keur van het Waterschap Limburg zijn van toepassing.
14.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, gehoord het betreffende waterschap, een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 2.1 ten behoeve van bouwwerken als toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen bestemming, mits door de bouw of situering van de bouwwerken als bedoeld onder a en b van artikel 14 lid 2.1 geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterhuishoudkundige functie dan wel geen onevenredige schade aan de specifieke ecologische waarden wordt of kan worden toegebracht.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Verbod In afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen van deze regels is het, voor zover niet reeds gebonden aan een vergunning op grond van de bestemming en/of de van toepassing zijnde Keur van het Waterschap Limburg, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.
het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; het wijzigen van het bestaande bodemniveau door ophogingen of afgravingen of het verrichten van andere graafwerkzaamheden; het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen of beplantingen die dieper wortelen dan 0,75 meter.
14.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod als bedoeld in artikel 14 lid 4.1 is niet van toepassing: Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 63 -
Regels
a. b. c. d.
e. f.
voor normale onderhoudswerkzaamheden; voor werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; d voor werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; voor het periodiek kappen van hakhout, voor zover betreffende de normale uitoefening van het toegelaten bodemgebruik en voor zover de Boswet of krachtens die wet gestelde regels van toepassing zijn; voor normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter; voor werken en werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning kunnen worden uitgevoerd.
14.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden in artikel 14 lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in artikel 14 lid 1 genoemde waarden niet onevenredig worden en kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Alvorens te beslissen omtrent de vergunning wordt het betreffende het Waterschap Limburg gehoord.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 64 -
Regels
3 Algemene regels
d
Artikel 15 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 16 Algemene bouwregels 16.1 Algemene regels 16.1.1 Algemeen Geen bouwwerk of complex van bouwwerken mag worden opgericht indien daardoor een bestaand bouwwerk of complex van bouwwerken met daarbij behorende perceel, hetzij niet langer zou blijven voldoen aan het plan, hetzij in grotere mate zou gaan afwijken van het plan.
16.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 16.2.1 Parkeerkencijfers In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'Parkeerkencijfers' worden nageleefd. 16.2.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 16 lid 2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m. bij 5,00 m. en maximaal 3,25 m bij 6,00 m. bedragen. 16.2.3 Laad- en losruimte Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 16.2.4 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16 lid 2.1 en artikel 16 lid 2.3 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.
16.2.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 65 -
Regels
16.3 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen d 16.3.1 Ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze planregels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 16.3.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze planregels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. b. c.
d. e.
Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². In aanvulling op het bepaalde onder a en b is, voor zover passend binnen de betreffende bestemmingsomschrijving, maximaal 1 niet-overdekt zwembad per bouwperceel toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als opgenomen in de planregels behorende bij de desbetreffende bestemming in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,00 meter onder peil. Bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze planregels geldende bebouwingspercentages, of van het maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.
16.3.3 Afwijken ten behoeve van ondergrondse bouwdiepte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 16 lid 3.2 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10,00 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. b. c.
de waterhuishouding niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden; het woongenot of de gebruiksmogelijkheden op de belendende percelen niet onevenredig wordt aangetast.
16.4 Algemene regels over bestaande afstanden en andere maten 16.4.1 Bestaande maten en hoeveelheden bedragen meer Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 16.4.2 Bestaande maten en hoeveelheden bedragen minder In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 66 -
Regels
hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. d 16.4.3 (Her)oprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 16 lid 3.1 en artikel 16 lid 3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
Artikel 17 Algemene gebruiksregels 17.1 Gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).
17.2 Voorbeelden van strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan, het gebruiken, te doen of laten gebruiken van bebouwde en onbebouwde gronden ten behoeve van: a.
b.
c.
het al dan niet ten verkoop opslaan van gebruikte, dan wel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorrijtuigen of aanhangwagens, die bruikbaar en niet aan hun bestemming onttrokken zijn, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; een seksinrichting, escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.
Artikel 18 Algemene aanduidingsregels 18.1 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied a.
b.
c.
ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water; uitsluitend mag bebouwing worden opgericht welke noodzakelijk is in verband met de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water; bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub b. ten behoeve van het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de voor deze gronden geldende onderliggende bestemmingen, mits daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water en ter zake vooraf advies van de waterbeheerder is ingewonnen.
18.2 milieuzone - roerdalslenk 18.2.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk' is het niet toegestaan om:
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 67 -
Regels
a. b.
c. d.
boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30,00 meter beneden het maaiveld; d de grond te roeren dieper dan 30,00 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; een bodemenergiesysteem op te richten, die dieper reikt dan 30,00 meter beneden het maaiveld; boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0,00 tot 3,00 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet.
18.2.2 Uitzonderingen De in artikel 18 lid 2.1 gestelde verboden gelden niet voor: a. b.
het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven.
18.2.3 Afwijken van de verbodsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 als gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning en met dien verstande dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend wanneer Gedeputeerde Staten vooraf gehoord is.
18.3 veiligheidszone - leiding 18.3.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gerealiseerd. 18.3.2 Afwijken van de verbodsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18 lid 3.1, met dien verstande dat: a. b. c.
vooraf advies dient te worden ingewonnen bij het bestuur van de Veiligheidsregio; verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt. het bevoegd gezag, alvorens te beslissen, schriftelijk advies inwint bij de leidingexploitant omtrent de vraag of met de voorgenomen afwijking de belangen van de buisleiding niet worden geschaad en welke voorwaarden aan de omgevingsvergunning gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
18.4 vrijwaringszone - weg 0-25 meter en vrijwaringszone - weg 25-50 meter 18.4.1 Verbod a.
b.
ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 0-25 meter' mogen, ongeacht het overige in dit plan bepaalde, geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van: 1. bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de verkeersbestemming c.q. het wegverkeer; 2. vervangende nieuwbouw. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 25-50 meter' mogen, ongeacht het overige in dit plan bepaalde, slechts bouwwerken, anders dan vervangende nieuwbouw, Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 68 -
Regels
worden opgericht indien de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad, gehoord de wegbeheerder. d 18.4.2 Afwijken van de verbodsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18 lid 4.1 sub a nadat advies is ingewonnen bij de wegbeheerder.
18.5 vrijwaringszone - weg 0-50 meter en vrijwaringszone - weg 50-100 meter 18.5.1 Verbod a.
b.
ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 0-50 meter' mogen, ongeacht het overige in dit plan bepaalde, geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de verkeersbestemming c.q. het wegverkeer, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 50-100 meter' mogen, ongeacht het overige in dit plan bepaalde, geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de verkeersbestemming c.q. het wegverkeer, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen.
18.5.2 Afwijken van de verbodsregels a.
b.
het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18 lid 5.1 sub b voor het bouwen van bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 50-100 meter', met dien verstande dat: 1. gebouwd wordt overeenkomstig de onderliggende bestemming; 2. dit vanuit milieuoogpunt en oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is; 3. geen belemmering ontstaat voor beoogde toekomstige infrastructurele uitbreidingen; 4. vooraf een positief advies is gekregen van de beheerder van de betreffende weg. de in sub a bedoelde omgevingsvergunning wordt geacht te zijn verleend ten aanzien van bebouwing die bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden opgericht krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen.
Artikel 19 Algemene afwijkingsregels 19.1 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning, met inachtneming van de procedure zoals aangegeven in artikel 21 lid 1, afwijken van de regels: a.
b. c.
voor het overschrijden van in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels al anderszins kan worden afgeweken; voor het in geringe mate overschrijden van het bouwvlak, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; voor de bouw van een luifel of erker aan de voorgevel van een hoofdgebouw, mits: 1. de diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer dan 1,50 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. de hoogte niet meer bedraagt dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 69 -
Regels
d.
e.
f. g. h.
i.
4. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid; 5. de luifel of erker stedenbouwkundig aanvaardbaar is; d voor de bouw van openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes, mits: 1. het bruto-vloeroppervlak niet groter is dan 25 m²; 2. dat bestaat uit één bouwlaag; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5,00 meter. het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximaal 5,00 meter, mits: 1. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd wordt. ten behoeve van het oprichten van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van maximaal 20,00 meter; ten behoeve van het oprichten van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 40,00 meter; betrekking hebbende op (bedrijfs)woningen voor het uitbreiden van de woning met een afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg met dien verstande dat: 1. de bebouwingsmogelijkheden met niet meer dan 30 m² in één bouwlaag worden overschreden; 2. de afhankelijke woning met de hoofdwoning is verbonden en er geen zelfstandige woning gerealiseerd wordt; 3.
het karakter van de omringende bebouwingsstructuur niet mag worden aangetast; 4. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; 5. de bereikbaarheid voor algemene en nutsvoorzieningen moet zijn gewaarborgd, evenals de bereikbaarheid voor hulpdiensten; 6. er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein.
Artikel 20 Algemene wijzigingsregels 20.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen als bedoeld sub a. en b. mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 70 -
Regels
Artikel 21 Algemene procedureregels d 21.1 Procedure afwijking Bij een afwijking van het bestemmingsplan, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit in de procedure als bedoeld in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
21.2 Procedure nadere eisen Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: a. b.
c.
d. e.
het voornemen, waarbij toepassing wordt gegeven aan het stellen van nadere eisen, ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken ter gemeentesecretaris ter inzage. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze bekend. de bekendmaking houdt in mededeling van de mogelijkheid voor belanghebbenden tot het indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het voornemen gedurende de onder a genoemde termijn. indien tegen het voornemen zienswijzen zijn ingediend, wordt het besluit met redenen omkleed. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent met redenen omkleed mede en maken het besluit op de voorgeschreven wijze bekend.
21.3 Procedure wijziging Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging is de procedure als bedoeld in artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing .
21.4 Procedure omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uit maakt van dit plan, is de procedure als vervat in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
Artikel 22 Overige regels 22.1 Verleende omgevingsvergunningen of afwijkingen Een omgevingsvergunning of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een activiteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning is vereist wordt gelijkgesteld met een zodanige omgevingsvergunning.
Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 71 -
Regels
22.2 Voorrangsregels d 22.2.1 Voorrangsregels Indien bij het gebruik van de gronden voor bebouwing en anders dan voor bebouwing als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8 op deze gronden tevens een dubbelbestemming van toepassing is, geldt primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming. 22.2.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde - Archeologie 1 en Waarde - Archeologie 3; b. Waarde - Cultuurhistorie; c. Leiding - Ondergronds; d. Waterstaat - Beschermingszone waterkering; e. Waterstaat - Waterlopen.
22.3 Kwaliteitsregels 22.3.1 Algemeen Het bestemmingsplan maakt nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied mogelijk. Deze ontwikkelingen dienen gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering. Om deze kwaliteitsverbeteringen te kunnen bereiken worden twee instrumenten ingezet: a. ruimtelijke kwaliteit 'landschappelijke inpassing' voor agrarische ontwikkelingen; b. ruimtelijke kwaliteit 'kwaliteitsbijdrage' voor overige ontwikkelingen. Agrarische ontwikkelingen: 'Landschappelijke inpassing' Het instrument ruimtelijke kwaliteit agrarisch: 'Landschappelijke inpassing' is van toepassing op agrarische bedrijven. Ten behoeve van de uitbreiding van bebouwing binnen het agrarische bouwvlak is het instrument van toepassing via de nadere eisen. Wanneer er sprake is van een uitbreiding van het agrarische bouwvlak en het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen buiten het agrarische bouwvlak is het instrument van toepassing via de afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheid. Overige ontwikkelingen: 'Kwaliteitsbijdrage' Het instrument ruimtelijke kwaliteit: 'Kwaliteitsbijdrage' is van toepassing voor overige ontwikkelingen in het buitengebied. Op hoofdlijnen betreft het: a. functie- en gebruikswijzigingen; b. het ontwikkelen van nevenactiviteiten; c. uitbreidingen van bestaande situaties. Het instrument is