Regels
Tekst van het document
28
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
5.4 Afwijken van de bouwregels Niet van toepassing voor deze bestemming, behoudens de algemene afwijkingsregels van artikel 9. 5.5 Specifieke gebruiksregels Niet van toepassing voor deze bestemming, behoudens de algemene gebruiksregels van artikel 8. 5.6 Afwijken van de gebruiksregels Niet van toepassing voor deze bestemming, behoudens de algemene afwijkingsregels van artikel 9. 5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.7.1 Verbod Het is verboden op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; het slopen van funderingen; het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.
5.7.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.7.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c.
die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunningvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 40 cm onder maaiveld.
5.7.3 Archeologisch onderzoek Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. b.
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
5.7.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge artikel 5.7.3 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
29
5.7.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 5.7.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
5.8 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Niet van toepassing voor deze bestemming. 5.9 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door op een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. b. c.
uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze waarden; aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veiliggesteld.
30
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
31
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1 Algemeen Geen bouwwerk of complex van bouwwerken mag worden opgericht indien daardoor een bestaand bouwwerk of complex van bouwwerken met daarbij behorende perceel, hetzij niet langer zou blijven voldoen aan het plan, hetzij in grotere mate zou gaan afwijken van het plan. 7.2 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze planregels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. b. c.
1. 2. 3. d. e.
f. 7.3
Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². In aanvulling op het bepaalde onder a en b is, voor zover passend binnen de betreffende bestemmingsomschrijving, maximaal 1 niet-overdekt zwembad per bouwperceel toegestaan onder de volgende voorwaarden: het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als opgenomen in de planregels behorende bij de desbetreffende bestemming in acht wordt genomen; het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,00 meter onder peil. Bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of deze planregels geldende bebouwingspercentages, of van het maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen. de gronden zijn niet gelegen ter plaatse van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
7.3.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 3 Parkeerkencijfers worden nageleefd. 7.3.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 7.3.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m en maximaal 3,25 m bij 6,00 m bedragen. 7.3.3 Laad- en losruimte Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
32
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
7.3.4 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.3.1 en 7.3.3 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. 7.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld. 7.4
Algemene regels over bestaande afstanden en andere maten
7.4.1 Bestaande maten en hoeveelheden bedragen meer Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.4.2 Bestaande maten en hoeveelheden bedragen minder In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.4.3 (Her)oprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 7.4.1 en artikel 7.4.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
33
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 8.2 Voorbeelden van strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan, het gebruiken, te doen of laten gebruiken van bebouwde en onbebouwde gronden ten behoeve van: a.
b.
c.
34
het al dan niet ten verkoop opslaan van gebruikte, dan wel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorrijtuigen of aanhangwagens, die bruikbaar en niet aan hun bestemming onttrokken zijn, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; een seksinrichting, escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Afwijken van de planregels Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning, met inachtneming van de procedure zoals aangegeven in artikel 11.1, afwijken van de planregels: a.
1. 2.
b. c. 1. 2. 3. 4. 5. d.
1. 2. 3. e. 1. 2. f. g.
voor het overschrijden van in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat: dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels al anderszins kan worden afgeweken; niet kan worden afgeweken van de minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages voor (bedrijfs)gebouwen zoals opgenomen in de tabellen in artikel 3.2.2 onder a en artikel 4.2 onder b; voor het in geringe mate overschrijden van het bouwvlak, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; voor de bouw van een luifel of erker aan de voorgevel van een hoofdgebouw, mits: de diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer dan 1,50 meter bedraagt; de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de voorgevel van het hoofdgebouw; de hoogte niet meer bedraagt dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid; de luifel of erker stedenbouwkundig aanvaardbaar is; voor de bouw van openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes, mits: het bruto-vloeroppervlak niet groter is dan 25 m²; er sprake is van maximaal één bouwlaag; de
bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 m; het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximaal 5 m, mits: de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd wordt; ten behoeve van het oprichten van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van maximaal 20 m; ten behoeve van het oprichten van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 40 m.
9.2 Paardenbakken Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning toestemming verlenen af te wijken van het bepaalde in het artikel 'Agrarisch' ten behoeve van het realiseren van een paardenbak buiten het bouwvlak van de bestemming 'Agrarisch', met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h.
de paardenbak achter de voorgevelrooilijn van de (bedrijfs)woning, aansluitend aan bestaande bebouwing dan wel direct aansluitend aan achterzijde van bouwperceel, dient te worden gesitueerd; de oppervlakte van een paardenbak behorende bij een agrarisch bedrijf niet meer mag bedragen dan 1200 m2 ; de afstand van de paardenbak tot de (bedrijfs)woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen; er maximaal 1 paardenbak per (bedrijfs)woning is toegestaan; een stapmolen bij de paardenbak buiten het bouwvlak of bestemmingsvlak niet is toegestaan; de bouwhoogte van de omheining bij de paardenbak niet meer dan 1,80 m bedraagt; lichtmasten bij paardenbak buiten het bouwvlak of het bestemmingsvlak zijn niet toegestaan; aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
35
i. j.
omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 12.2.3; de afstand van de paardenbak tot beschermde gebieden op grond van Natuurbeschermingswet 1998 niet minder dan 100 m mag bedragen; er mag geen sprake zijn van onevenredige hinder voor omwonenden dan wel geen sprake van schade aan aangrenzende natuur- en landschapswaarden.
9.3 Afwijkingsregel gebruik Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'zone buitengebied' bij omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein.
36
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
10.1 Algemene wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen als bedoeld sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
37
Artikel 11
Algemene procedureregels
11.1 Procedure afwijking Bij een afwijking van het bestemmingsplan, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit in de procedure als bedoeld in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. 11.2 Procedure nadere eisen Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: a. b. c.
d. e.
Het voornemen, waarbij toepassing wordt gegeven aan het stellen van nadere eisen, ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken ter gemeentesecretaris ter inzage. Burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging te voren in één of meer dag- of niewsbladen, die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze bekend. De bekendmaking houdt in mededeling van de mogelijkheid voor belanghebbenden tot het indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het voornemen gedurende de onder a genoemde termijn. Indien tegen het voornemen zienswijzen zijn ingediend, wordt het besluit met redenen omkleed. Burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent met redenen omkleed mede en maken het besluit op de voorgeschreven wijze bekend.
11.3 Procedure wijziging Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging is de procedure als bedoeld in artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. 11.4 Procedure omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uit maakt van dit plan, is de procedure als vervat in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
38
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Artikel 12 12.1
Overige regels
Voorrangsregels
12.1.1 Voorrangsregels Indien bij het gebruik van de gronden voor bebouwing en anders dan voor bebouwing als bedoeld in de artikelen 3 en 4 op deze gronden tevens een dubbelbestemming van toepassing is, geldt primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming. 12.1.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a.
Waarde - Archeologie 3.
12.2
Kwaliteitsregels
12.2.1 Algemeen Het bestemmingsplan maakt nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied mogelijk. Deze ontwikkelingen dienen gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering. Om deze kwaliteitsverbeteringen te kunnen bereiken worden twee instrumenten ingezet: a. b.
ruimtelijke kwaliteit 'landschappelijke inpassing' voor agrarische ontwikkelingen; ruimtelijke kwaliteit 'kwaliteitsbijdrage' voor overige ontwikkelingen.
Agrarische ontwikkelingen: 'Landschappelijkeinpassing' Het instrument ruimtelijke kwaliteit agrarisch: 'Landschappelijke inpassing' is van toepassing op agrarische bedrijven. Ten behoeve van de uitbreiding van bebouwing binnen het agrarische bouwvlak is het instrument van toepassing via de nadere eisen. Wanneer er sprake is van een uitbreiding van het agrarische bouwvlak en het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen buiten het agrarische bouwvlak is het instrument van toepassing via de afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheid.
Overige ontwikkelingen: 'Kwaliteitsbijdrage' Het instrument ruimtelijke kwaliteit: 'Kwaliteitsbijdrage' is van toepassing voor overige ontwikkelingen in het buitengebied. Op hoofdlijnen betreft het: a. b. c.
functie- en gebruikswijzigingen; het ontwikkelen van nevenactiviteiten; uitbreidingen van bestaande situaties.
Het instrument is van toepassing via de afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheid. 12.2.2 Agrarische ontwikkelingen: 'Landschappelijkeinpassing' a Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd medewerking te verlenen aan de in dit bestemmingsplan
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
39
opgenomen afwijkings-, wijzigings- en nadere eisenregels ten behoeve van de ontwikkeling van agrarische bedrijven, onder de voorwaarde dat naast de reeds in de betreffende regels opgenomen voorwaarden, tevens wordt voldaan aan de van toepassing zijnde onderstaande 'Landschappelijke inpassing': Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een viertal kwaliteitspakketten: Basiskwaliteit
= nieuwe bebouwing en verharding en/of plek waar functiewijziging plaatsvindt, moet goed worden ingepast. = 10% van de totale oppervlakte van het bouwvlak na uitbreiding. Wanneer nieuwe verharding (deels) buiten het bouwvlak is gelegen dan dient deze oppervlakte meegerekend te worden. = 10% van de totale oppervlakte van het bouwvlak na uitbreiding x 1,5. Wanneer nieuwe verharding (deels) buiten het bouwvlak is gelegen dan dient deze oppervlakte meegerekend te worden. = 10% van de totale oppervlakte van het bouwvlak na uitbreiding x 2. Wanneer nieuwe verharding (deels) buiten het bouwvlak is gelegen dan dient deze oppervlakte meegerekend te worden.
Basiskwaliteit Plus
Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering
Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering Plus
In onderstaande tabel is aangegeven bij welke uitbreidingssituatie welk pakket van toepassing is (aangeduid met een 'X'). Tevens is aangegeven of advies gevraagd moet worden bij de regionale kwaliteitscommissie. Agrarische ontwikkeling
Basiskwaliteit
Basiskwaliteit plus
Basiskwaliteitplus en aanvullende kwaliteitsverbetering
Advies kwaliteitscommissie
-
Basiskwaliteitplus en aanvullende kwaliteitsverbetering plus -
Uitbreiding X bebouwing binnen bestaand agrarisch bouwvlak. Uitbreiding bebouwing binnen bestaand agrarisch bouwvlak alsmede vergroten agrarisch bouwvlak. Onder referentiemaat (1,5 ha).
-
X
-
-
Ja
40
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Nee
Uitbreiding bebouwing binnen bestaand agrarisch bouwvlak alsmede vergroten agrarisch bouwvlak. Onder referentiemaat (1,5 ha). Gelegen binnen Landduinen, Beekdalen en bufferzones in Oude Ontginningen , zoals aangeduid op de kaart in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Uitbreiding bebouwing binnen bestaand agrarisch bouwvlak alsmede vergroten agrarisch bouwvlak. Boven referentiemaat (1,5 ha).
-
X
-
Ja
-
X
-
Ja
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
41
Uitbreiding bebouwing binnen bestaand agrarisch bouwvlak alsmede vergroten agrarisch bouwvlak. Boven referentiemaat (1,5 ha). Gelegen binnen Landduinen, Beekdalen en bufferzones in Oude Ontginningen, zoals aangeduid op de kaart in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken
-
-
X
Ja
b Basiskwaliteit Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2.
De uitbreiding van de bebouwing en verharding en/of de plek waar de functiewijziging plaatsvindt dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijke inpassingen. c BasiskwaliteitPlus Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit Plus' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2. 3.
a. b.
42
De uitbreiding van de bebouwing en verharding en/of de plek waar de functiewijziging plaatsvindt dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn. Eén of meerdere van de onderstaande kwaliteitsverbeterende maatregelen - nader omschreven bij het van toepassing zijnde landschapstype in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken - mag danwel mogen onderdeel uitmaken van de te realiseren kwaliteitsverbetering: realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie; lijnvormige beplantingselementen;
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
c. d. e. f. g. h. i. j. k.
erfbeplantingen; natuurontwikkeling; ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden; recreatieve ontsluiting; verwijderen bebouwing; saneren bedrijfsbebouwing; stimuleren vernatting; overgang kern-buitengebied; andere nog niet genoemde maatregelen die de initiatiefnemer in de betreffende situatie kan treffen.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijke inpassingen. d BasiskwaliteitPlus met aanvullende kwaliteitsverbetering Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2. 3.
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
De uitbreiding van de bebouwing en verharding en/of de plek waar de functiewijziging plaatsvindt dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn. Eén of meerdere van de onderstaande kwaliteitsverbeterende maatregelen - nader omschreven bij het van toepassing zijnde landschapstype in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken - moet(en) onderdeel uitmaken van de te realiseren kwaliteitsverbetering: realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie; lijnvormige beplantingselementen; erfbeplantingen; natuurontwikkeling; ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden; recreatieve ontsluiting; verwijderen bebouwing; saneren bedrijfsbebouwing; stimuleren vernatting; overgang kern-buitengebied; andere nog niet genoemde maatregelen die de initiatiefnemer in de betreffende situatie kan treffen.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijk inpassingen. e BasiskwaliteitPlus met aanvullende kwaliteitsverbetering Plus Wanneer het pakket 'Basiskwaliteit Plus met aanvullende kwaliteitsverbetering Plus' met aanvullende kwaliteitsverbetering' van toepassing is, dient de volgende kwaliteit gerealiseerd te worden: 1.
2. 3.
De uitbreiding van de bebouwing en verharding en/of de plek waar de functiewijziging plaatsvindt dient landschappelijk en ruimtelijk te worden ingepast aan de hand van een inpassingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Voorzieningen ter voorkoming van problematiek op het gebied van hemelwater als gevolg van nieuwe bebouwing/verharding. Afhankelijk van de situatie kan dat infiltratie of retentie zijn. Eén of meerdere van de onderstaande kwaliteitsverbeterende maatregelen - nader omschreven bij het van toepassing zijnde landschapstype in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken - moet(en) onderdeel uitmaken van de te realiseren kwaliteitsverbetering:
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
43
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
realisering nieuw groen, landschap en herstel cultuurhistorie; lijnvormige beplantingselementen; erfbeplantingen; natuurontwikkeling; ontwikkelen landschappelijke en cultuurhistorische waarden; recreatieve ontsluiting; verwijderen bebouwing; saneren bedrijfsbebouwing; stimuleren vernatting; overgang kern-buitengebied; andere nog niet genoemde maatregelen die de initiatiefnemer in de betreffende situatie kan treffen.
Verdiscontering kan plaatsvinden met eerder gerealiseerde landschappelijke en ruimtelijke inpassingen. 12.2.3 Overige ontwikkelingen: 'Kwaliteitsbijdrage' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd medewerking te verlenen aan de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsregels, onder de voorwaarde dat naast de reeds in de betreffende regels opgenomen voorwaarden, tevens wordt voldaan aan de van toepassing zijnde onderstaande 'Kwaliteitsbijdrage': Overige ontwikkelingen Gebiedseigen recreatie en toerisme
Kwaliteitsbijdrage
Nieuwvestiging binnen VAB
Basiskwaliteit Plus, zoals bedoeld Nee in artikel 12.2.2 sub c, waarbij 80% van de omtrek van de totale bestemmingsoppervlakte landschappelijk ingepast dient te worden. Aanleg groen (5x verhard en Ja bebouwd oppervlak). Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Basiskwaliteit Plus, zoals bedoeld Nee, wanneer binnen agrarisch in artikel 12.2.2 sub c, waarbij de bouwvlak landschappelijke inpassing van het Ja, wanneer buiten agrarisch kampeerterrein een omvang heeft bouwvlak van 10% van de totale oppervlakte van het kampeerterrein.
Uitbreiding bestaande situatie
Kleinschalig kampeerterrein
Uitbreiding in buitengebied van (niet-aan-) buitengebied-gebonden bedrijven Nieuwvestiging binnen VAB
44
Basiskwaliteit, zoals bedoeld in artikel 12.2.2 sub b.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Advies kwaliteitscommissie
Nee
Uitbreiding bestaande situatie binnen bestaand bouwvlak
Uitbreiding bestaande situatie buiten bestaand bouwvlak Overige gebouwde functies Schuilgelegenheden
Nevenactiviteiten
Huisvesting arbeidsmigranten
Functiewijziging
Landschappelijke en ruimtelijke inpassing van de uitbreiding. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Basiskwaliteit Plus, zoals bedoeld in artikel 12.2.2 sub c.
Nee
Landschappelijke en ruimtelijke inpassing van de schuilgelegenheid. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Landschappelijke en ruimtelijke inpassing van de nevenactiviteit. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Landschappelijke en ruimtelijke inpassing van de huisvesting. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van het landschap, zoals omschreven in Bijlage 4 Landschapstypen en kenmerken. Basiskwaliteit zoals bedoeld in artikel 12.2.2 sub b.
Nee
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Ja
Nee
Nee
Nee
45
46
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch
47
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Molenweg 42a Koningsbosch'.
48
bestemmingsplanMolenweg 42a Koningsbosch