CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regeling

Commissie Omgeving 14 oktober 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug'23.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

27

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

6.8.2

Bed & Breakfast

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.7.5 voor de uitoefening van een Bed & Breakfast onder de volgende voorwaarden: a. de bed & breakfast-voorziening dient binnen de woonbebouwing (al dan niet als onderdeel van een agrarisch bedrijf) inclusief bijbehorende bouwwerken te worden gerealiseerd. Er mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht om de bed & breakfast-voorziening te kunnen realiseren, mits deze bijbehorende bouwwerken passen binnen de in dit TAM-omgevingsplan aangegeven bouwregels; b. de stedenbouwkundige, landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het pand, perceel of complex dienen behouden te blijven; c. de activiteiten dienen ruimtelijk en bedrijfsmatig ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie. Deze dienen kleinschalig van omvang te zijn en te passen in de directe omgeving; d. maximaal 40% van het totale woonoppervlak van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken mag, tot een maximum van 100 m², worden gebruikt voor de bed & breakfast-voorziening; e. de bed & breakfast-voorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning. Het hebben van een aparte kookgelegenheid is daarom niet toegestaan; f. ter voorkoming van (permanente) bewoning wordt een maximum verblijfsduur gehanteerd van twee weken; g.

het maximum aantal gasten dat tegelijkertijd van de bed & breakfast-voorziening gebruik mag maken bedraagt 8; h. de activiteiten mogen geen onevenredige afbreuk veroorzaken aan de volgens het omgevingsplan gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; i. de bed & breakfast-activiteiten mogen uitsluitend door de hoofdbewoner(s) worden uitgeoefend. Tijdens het nachtverblijf dien(t) en de hoofdbewoner(s) aanwezig te zijn. Bij bed & breakfast-activiteiten in huurwoningen is toestemming nodig van de verhuurder; j. de activiteiten mogen geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren en geen afbreuk doen aan het karakter van de omgeving; k. het parkeren van vervoermiddelen dient op eigen terrein plaats te vinden. De parkeernorm bedraagt 1 parkeerplaats per kamer. 6.8.3

Internetwinkels van categorie B binnen de bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.7.6 ten behoeve van het toestaan van een internetwinkel van categorie B in de bedrijfswoning, onder de volgende voorwaarden: a. de internetwinkel is toegestaan in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken; b. de internetwinkel dient te allen tijde ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de internetwinkel, waarbij het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 75 m² mag bedragen; c. de internetwinkel mag uitsluitend worden uitgeoefend door de hoofdgebruiker van de woning; d. er mag geen sprake zijn van het afhalen van producten door klanten of verkoop van goederen aan huis; e. inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan; f. reclame-uitingen niet zijn toegestaan,behoudens hetgeen conform de welstandsregels ingevolge het omgevingsplan is toegestaan; g. er mogen goederen worden bezorgd en afgehaald in de periode tussen 09.00 – 20.00 uur; h. parkeren, laden en lossen van goederen dient op eigen terrein plaats te vinden; i. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren; j. het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor de activiteiten; k. buitenopslag is niet toegestaan.

28

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

6.8.4

Internetwinkels van categorie B of C binnen de bedrijfsfunctie

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.7.7 ten behoeve van het toestaan van een internetwinkel van categorie B en/of C binnen de bedrijfsfunctie, onder de volgende voorwaarden: a. de internetwinkel is uitsluitend is toegestaan in bestaande bebouwing; b. de internetwinkel naar aard en omvang passend dient te zijn binnen de fysieke omgeving; c. er mag geen sprake zijn van het uitstallen van goederen ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten; d. inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan; e. reclame-uitingen niet zijn toegestaan, behoudens hetgeen conform de welstandsregels ingevolge het omgevingsplan is toegestaan; f. er mogen gedurende maximaal 8 uren per dag goederen worden bezorgd en afgehaald in de periode tussen 09.00 – 20.00 uur; g. parkeren, laden en lossen van goederen dient op eigen terrein plaats te vinden; h. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor derden opleveren; i. het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor de activiteiten; j. buitenopslag is niet toegestaan. 6.8.5

Kamerverhuur

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.7.4 sub c ten behoeve van het toestaan van kamerverhuur, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

de kamerverhuur mag uitsluitend plaatsvinden binnen de woning en niet in bijgebouwen; de eigenaar dient zelf in de woning woonachtig te zijn; er mogen maximaal 2 kamers voor kamerverhuur worden gebruikt; parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; het gebruik mag geen onevenredige hinder voor de woonomgeving opleveren.

6.8.6

Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van het toestaan van kleinschalig kamperen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – Natuur Netwerk Nederland’; b. enkel kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter; c. kleinschalig kamperen is enkel toegestaan in de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; d. maximaal 25 kampeermiddelen zijn toegestaan, mits: 1. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 2. de kampeermiddelen buiten het seizoen worden verwijderd. e. de afstand tussen de kampeermiddelen en de grens van het agrarisch bouwvlak mag niet meer bedragen dan 50 m.; f. de afstand tussen de kampeermiddelen en verharde wegen mag niet minder bedragen dan 25 m.; g. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast. h. aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 22.2.3; i. nieuwbouw van sanitaire voorzieningen uitsluitend is toegestaan indien dit niet mogelijk is in de bestaande gebouwen, mits; 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m. j.

parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden, tenzij op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.

29

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

6.8.7

Nevenactiviteiten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve het toestaan van nevenactiviteiten zoals zijn opgenomen in Bijlage 4 'Nevenactiviteiten/functieveranderingen' mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan binnen de bestaande gebouwen gelegen binnen het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen', met uitzondering van een theetuin, een terras, een hondendressuurterrein, en een kamphuis/blokhut. b. ondergeschikte en onzelfstandige horeca is toegestaan, mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m², met uitzondering van een theetuin en een terras; c. de oppervlakte van nevenactiviteiten niet meer bedraagt dan 500 m²; d. de totale oppervlakte van nevenactiviteiten per agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan 750 m². e. detailhandel is toegestaan, mits enkel producten worden verkocht die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving zijn geproduceerd of bewerkt en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 200 m²; f. de nevenactiviteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven voortvloeiend uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g.

er vindt een afweging plaats met betrekking tot externe veiligheid waarbij indien nodig een verantwoording groepsrisico wordt gedaan en advies van de Veiligheidsregio wordt ingewonnen. Indien nodig kunnen hierover voorwaarden aan de afwijking worden verbonden; h. de verkeersaantrekkende werking is afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; j. buitenopslag is niet toegestaan; k. aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 22.2.3; l. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden, tenzij op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. 6.8.8

Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van het toestaan van de tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. een dergelijke huisvesting is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte in het betreffende agrarische bedrijf; b. er ontbreken voldoende structurele voorzieningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting elders; c. de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; d. de huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar; e. het aantal te huisvesten werknemers mag niet meer bedragen dan 20; f. ten behoeve van de tijdelijke huisvestiging van seizoenarbeiders is tevens het plaatsen van woonunits toegestaan, met dien verstande dat: 1. het aantal woonunits niet meer mag bedragen dan 5 m.; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.; g. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; h. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; i. de afstand tot kassen en boomgaarden van derden dient tenminste 50 m. te bedragen; j. voldaan moet worden aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder; k.

aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 22.2.2; l. het bevoegd gezag trekt deze omgevingsvergunning in, indien de hieraan ten grondslag liggende tijdelijk grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is.

30

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

6.9 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 6.9.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; b. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas; c. het verwijderen van half- en onverharde wegen of paden; d. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. Aanvullend is het, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - natuur- en landschapswaarden' verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: e. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; f. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; g.

het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt; h. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m². 6.9.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 6.9.1 is niet van toepassing: a. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van dit TAM-omgevingsplan een omgevingsvergunning is verleend; b. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van dit TAM-omgevingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; c. op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen; d. op gronden welke zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen'. 6.9.3

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.9.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies die het omgevingsplan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen en, wanneer mogelijk, een positieve bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijke waarden. 6.9.4

Advies

Het staat het bevoegd gezag vrij om advies in te winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder lid 6.9.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.

31

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Groen

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen. 7.2

Functieomschrijving

Een als Groen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies: a. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; b. alsmede voor het behoud en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden'; c. voet- en rijwielpaden; d. calamiteitenpaden; e. in- en uitritten tot aangrenzende percelen; f. in- en uitritten ter ontsluiting van bedrijven; g. speelvoorzieningen; h. straatmeubilair; i. voorzieningen van algemeen nut; j. kunstwerken; k. waterlopen en waterpartijen; l. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.3

Verhouding tot samenvallende functies

Voor zover de locaties van dit artikel samenvallen met de locaties van artikel 12, artikel 13, artikel 14, artikel 15 en artikel 16, dan gelden primair de regels van de artikelen 12, 13, 14, 15 en 16, 7.4

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

7.4.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.; c. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 15 m². 7.4.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. overkappingen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.; c. in afwijking van het bepaalde onder b. mag de hoogte van lichtmasten niet meer bedragen dan 12 m. 7.5

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

32

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

7.6

Specifieke functieregels gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met dit TAM-omgevingsplan als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond.

33

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 8 8.1

Horeca

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Horeca. 8.2

Functieomschrijving

Een als Horeca aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies: a. horeca; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h.

tuinen, erven en verhardingen; wegen en paden; terrassen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.

8.3

Verhouding tot samenvallende functies

Voor zover de locaties van dit artikel samenvallen met de locaties van artikel 12, artikel 13, artikel 14, artikel 15 en artikel 16, dan gelden primair de regels van de artikelen 12, 13, 14, 15 en 16, 8.4

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

8.4.1

Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bebouwing gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd; b. (bedrijfs)woningen zijn niet toegestaan; c. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Bouwwerken

Bedrijfgebouwen

Maximale Maximale Maximale Maximale Minimale afstand goothoogte in bouwhoogte in oppervlakte in inhoud in m3 tot de zijdelingse m m m2 perceelsgrens in m 6,6 11 De Geen 5 bestaande beperking oppervlakte, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht

d. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht.

34

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

8.4.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegelaten. Overkappingen zijn echter uitsluitend achter de voorgevelrooilijn toegelaten; b. de maximale oppervlakte van overkappingen mag niet meer dan 40 m² bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter; c. de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 40 m², met dien verstande dat het achter de achtergevelrooilijn aanwezige voor de hoofdfunctie bestemde erf voor maximaal 50% wordt bebouwd; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,30 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de hoogte achter de voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter en voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt; e. de bouwwerken geen gebouwen zijnde passen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze functie; f. de bouwhoogte van lichtmasten en antennes bedraagt maximaal 12,00 meter. Indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 8.5

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving. c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; g. ter waarborging van de externe veiligheid. 8.6

Vergunningplicht voor afwijken

8.6.1

Vergroten van gezamenlijke bebouwingsoppervlakte van bedrijfsgebouwen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 8.4 ten behoeve van het vergroten van gezamenlijke bebouwingsoppervlakte van bedrijfsgebouwen tot een maximum van 10% van de bestaande gezamenlijke bebouwingsoppervlakte van bedrijfsgebouwen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de uitbreiding is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; b. aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 22.2; c. natuur- en landschapswaarden worden door de vergroting niet onevenredig aangetast; d. deze uitbreiding heeft niet eerder plaatsgevonden middels een afwijking bij een omgevingsvergunning; e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. de milieusituatie; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. de stedenbouwkundige en/of landschappelijke situatie; 5. de waterhuishoudkundige situatie/hydrologie.

35

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

8.7

Specifieke functieregels gebruik

8.7.1

Shortstay-arbeidsmigrantenhuisvesting

Arbeidsmigrantenhuisvesting is niet toegestaan, behoudens waar hiervoor een rechtsgeldige omgevingsvergunning is verleend. 8.7.2

Internetwinkels binnen de bedrijfsfunctie

Het uitoefenen van een internetwinkel van categorie A is toegestaan binnen deze locatie, met dien verstande dat: a. de internetwinkel te allen tijde ondergeschikt dient te zijn aan de hoofdfunctie, met dien verstande dat maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt ten behoeve van de internetwinkel met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 50 m² mag bedragen; b. de internetwinkel uitsluitend mag worden uitgeoefend door de hoofdgebruiker van het pand; c. er geen fysieke opslag en verzending van goederen mag plaatsvinden; d. inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan; e. geen sprake mag zijn van afhalen van producten door klanten of verkoop van goederen ter plaatse; f. reclame-uitingen niet zijn toegestaan, behoudens hetgeen conform de welstandsregels ingevolge het omgevingsplan is toegestaan. 8.7.3

Strijdig gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met dit TAM-omgevingsplan als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f.

perifere detailhandel; detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel; wonen; permanente of tijdelijke bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; verkooppunten voor motorbrandstoffen (inclusief LPG); opslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn.

8.8

Vergunningplicht voor afwijken van de gebruiksregels

8.8.1

Internetwinkels van categorie B of C binnen de bedrijfsfunctie

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 8.7.2 ten behoeve van het toestaan van een internetwinkel van categorie B en/of C binnen de bedrijfsfunctie, onder de volgende voorwaarden: a. de internetwinkel is uitsluitend is toegestaan in bestaande bebouwing; b. de internetwinkel naar aard en omvang passend dient te zijn binnen de fysieke omgeving; c. er mag geen sprake zijn van het uitstallen van goederen ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten; d. inloop- en kijkdagen niet zijn toegestaan; e. reclame-uitingen niet zijn toegestaan, behoudens hetgeen conform de welstandsregels ingevolge het omgevingsplan is toegestaan; f. er mogen gedurende maximaal 8 uren per dag goederen worden bezorgd en afgehaald in de periode tussen 09.00 – 20.00 uur; g. parkeren, laden en lossen van goederen dient op eigen terrein plaats te vinden; h. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor derden opleveren; i. het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor de activiteiten; j. buitenopslag is niet toegestaan.

36

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 9 9.1

Natuur

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Natuur. 9.2

Functieomschrijving

Een als Natuur aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g. h.

behoud, herstel en versterking van landschappelijke, aardkundige en natuurwaarden; op natuurbeheer gericht agrarisch grondgebruik; behoud en herstel van rust binnen het gebied; behoud en herstel van aanwezig reliëf; behoud en ontwikkeling van de archeologische waarden; behoud en herstel van de aanwezige poelen en watergangen; behoud, herstel en ontwikkeling van ecologische en natuurwaarden van Natura 2000-gebieden; een stroomgeleidingsdam, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waterstaat - stroomgeleidingsdam'; i. waterretentie, natuurvriendelijke oevers en het onderhouden van de waterloop; j. extensief recreatief medegebruik; k. behoud en bescherming onverharde en halfverharde wegen; l. bestaande perceelsontsluitingen; met de daarbij behorende: m. verkeersvoorzieningen; n. voorzieningen van openbaar nut. Binnen een als 'Natuur' aangewezen locatie is het beleid primair gericht op behoud en versterking van de ecologische en landschappelijke kwaliteiten. Het bieden van mogelijkheden voor recreatief medegebruik mag geen afbreuk doen aan deze primaire doelstelling. Het hele gebied binnen deze functie mag in beginsel worden gebruikt voor extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik zijn beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan, zoals picknicktafels, bankjes, bewegwijzering e.d. 9.3

Verhouding tot samenvallende functies

Voor zover de locaties van dit artikel samenvallen met de locaties van artikel 12, artikel 13, artikel 14, artikel 15 en artikel 16, dan gelden primair de regels van de artikelen 12, 13, 14, 15 en 16, 9.4

Beoordellingsregels bouwactiviteiten

9.4.1

Gebouwen

Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. 9.4.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van hoogzitten mag niet meer bedragen dan 4,5 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde erf- en terreinafscheidingen, mag niet meer bedragen dan 2 m.

37

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

9.5

Afwijken van de bouwregels

9.5.1

Beheerschuur

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 9.4.1 ten behoeve van het realiseren van een beheerschuur ten behoeve van het beheer van het onderhoud van de gronden voor doeleinden als beschreven in lid 9.2, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g.

het bouwwerk ter plaatse is noodzakelijk voor het beheer en het onderhoud van de gronden; het bouwwerk heeft betrekking op een beheersobject van tenminste 50 ha.; de inhoud bedraagt niet meer dan 50 m³; de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m.; de bouwhoogte niet meer bedraagt 4,5 m; het bouwwerk geen aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- of vaartuig betreft; uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit is gebleken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe voorziening; h. de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet worden aangetast. 9.5.2

Brandtoren/uitzichttoren

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 9.4.2 ten behoeve van het oprichten van een brandtoren/uitzichttoren, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de toren is vanuit een oogpunt van brandpreventie of brandbestrijding noodzakelijk, respectievelijk uit het oogpunt van educatie gewenst; b. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit is gebleken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie. c. de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet worden aangetast. 9.5.3

Bouwwerken ten behoeve van recreatief medegebruik

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 9.4.2 ten behoeve van het oprichten van bouwwerken ten behoeve van recreatief medegebruik, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de inhoud van gebouwen bedraagt niet meer dan 50 m³; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4,5 m.; c. de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet worden aangetast. 9.5.4

Erf- en terreinafscheidingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 9.4.2 ten behoeve van het oprichten van erf- en terreinafscheidingen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m.; er is sprake van een open afrastering; de afrastering is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering; de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet worden aangetast.

9.6

Specifieke functieregels gebruik

9.6.1

Strijdig gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met dit TAM-omgevingsplan als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. agrarische doeleinden, behoudens voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of

38

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

ontwikkeling van de natuurwaarden; het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest; het gebruik van gronden als volkstuin; het gebruik voor recreatiedoeleinden, behoudens extensief recreatief medegebruik; het beoefenen van lawaaisporten; paardenbakken; het dempen van wateren, behoudens voor zover dit ten dienste staat aan het instandhouden van de natuurwaarden; h. het aanleggen van drainage en het graven van sloten; i. militair gebruik; j. het ontginnen van gronden, behoudens voor zover dit ten dienste staat van het instandhouden van de natuurwaarden; k. het winnen van bosstrooisel of mos, behoudens voor zover dit ten dienste staat aan het instandhouden van de natuurwaarden; l. bouwwerken gebruiken ten behoeve van bewoning; m. bouwwerken gebruiken ten behoeve van detailhandelsdoeleinden en andere bedrijfsdoeleinden; n. houtwinning. b. c. d. e. f. g.

9.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.7.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; c. het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; d. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; e. het verwijderen van half- en onverharde wegen of paden; f. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; g. het ontginnen van de gronden, behoudens voor zover dit ten dienste staat aan het instandhouden van de natuurwaarden; h. het vellen/rooien van bos. 9.7.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 9.7.1 is niet van toepassing: a. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van dit TAM-omgevingsplan een omgevingsvergunning is verleend; b. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van dit TAM-omgevingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; c. op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen.

39

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

9.7.3

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.7.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies die het omgevingsplan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen en, wanneer mogelijk, een positieve bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijke waarden. 9.7.4

Advies

Het staat het bevoegd gezag vrij om advies in te winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 9.7.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.

40

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 10 10.1

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer. 10.2

Functieomschrijving

Een als Verkeer aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies: a. een brug, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'brug'; b. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers- en verblijfsfunctie; c. voet- en rijwielpaden; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; f. straatmeubilair; g. nutsvoorzieningen; h. water in de vorm van overkluisde watergangen, ter plaatse van de aanduiding 'water'; i. scheepvaart, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - scheepvaart'; j. geluidwerende voorzieningen; k. faunavoorzieningen; l. kunstwerken; m. waterlopen en waterpartijen; n. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Het aantal rijstroken mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal. 10.3

Verhouding tot samenvallende functies

Voor zover de locaties van dit artikel samenvallen met de locaties van artikel 12, artikel 13, artikel 14, artikel 15 en artikel 16, dan gelden primair de regels van de artikelen 12, 13, 14, 15 en 16, 10.4

Bouwregels

10.4.1 Gebouwen Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. 10.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 15 m. bedragen; b. overkappingen zijn niet toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van lichtmasten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 18 m. bedragen. 10.5

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving. c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; g. ter waarborging van de externe veiligheid.

41

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

10.6

Specifieke functieregels gebruik

10.6.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met dit TAM-omgevingsplan als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; c. verkooppunten voor motorbrandstoffen (inclusief LPG). 10.6.2 Voorwaardelijke verplichting wegdektype Het is uitsluitend toegestaan de gronden in gebruik te nemen of te hebben als bedoeld in artikel 10.2 sub a en b indien: a. de hoofdrijbanen zijn voorzien van een geluidreducerend in de vorm van wegdektype SMA NL 8 G+ of een ander akoestisch minimaal gelijkwaardig stil wegdek en dit geluidreducerend wegdek in stand wordt gehouden. b. de maatregelen worden getroffen en in stand gehouden zoals deze staan aangegeven in het rapport 'MBR-ARC-REP-BP-002_Geluidwering Schansberg 5', zoals opgenomen in bijlage PM bij deze regeling teneinde te voldoen aan de wettelijk voorgeschreven binnenwaarde van 33 dB(A).

42

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 11 11.1

Water

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Water. 11.2

Functieomschrijving

Een als Water aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies: a. bescherming, beheer en onderhoud van watergangen en waterpartijen; b. de ontvangst, berging en/of afvoer van water; c. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden, waaronder meandering van de watergang/beek en behoud van aanwezig poelen beplanting; d. behoud, herstel en ontwikkeling van ecologische en natuurwaarden van Natura 2000-gebieden; e. scheepvaart, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - scheepvaart'; f. de beheersing van de waterstand; g. retentiereservoirs en blusvijvers; h. waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.3

Verhouding tot samenvallende functies

Voor zover de locaties van dit artikel samenvallen met de locaties van artikel 12, artikel 13, artikel 14, artikel 15 en artikel 16, dan gelden primair de regels van de artikelen 12, 13, 14, 15 en 16, 11.4

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

11.4.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag niet worden gebouwd. 11.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt, dat ze naar aard en afmetingen bij de functie passen; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 10 m²; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 11.5

Specifieke functieregels gebruik

11.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met dit TAM-omgevingsplan als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, steigers inbegrepen, voor zover niet aan te merken als een bouwwerk, met uitzondering van oever- en bodembeschoeiing. 11.5.2 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.5.1 ten behoeve van een goed waterstaatkundig beheer, met dien verstande dat: a. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; b. vooraf advies dient te worden ingewonnen bij de waterbeheerder.

43

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 12 12.1

Leiding - Ondergronds

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding Ondergronds. 12.2

Functieomschrijving

Een als Leiding - Ondergronds aangewezen locatie mag gebruikt worden voor bescherming en onderhoud van een ondergrondse rioolwatertransportleiding met een vrijwaringstrook ter breedte van 2,50 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - riool'. 12.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bedoelde leiding(en) mogen worden opgericht. 12.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning toestemming verlenen af te wijken van het bepaalde in lid 12.3 ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze locaties geldende functies, met dien verstande dat: a. deze uitsluitend toelaatbaar zijn indien de belangen in verband met de betrokken leiding(en) zich hier niet tegen verzetten; b. het bevoegd gezag hierover tijdig tevoren schriftelijk advies heeft ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. 12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het wijzigen van het bestaande bodemniveau door ophogingen of afgravingen of het verrichten van andere graafwerkzaamheden; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, alle dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; c.

het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; d. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande bomen of beplantingen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als houtteelt; e. het aanleggen van landschapselementen; f. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; g. het verwijderen van onverharde wegen of paden; h. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; i. het heien of anderszins inbrengen van voorwerpen in de grond; j. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties, apparatuur of objecten zoals lichtmasten, wegwijzers, informatiepanelen en ander straatmeubilair; k. het tijdelijk of permanent opslaan van goederen; l. het inrichten van (tijdelijke) evenemententerreinen.

44

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

12.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 12.5.1 is niet van toepassing: a. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van dit TAM-omgevingsplan een omgevingsvergunning is verleend; b. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van dit TAM-omgevingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; c. op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen; d. op werken en/of werkzaamheden die gericht zijn op het verwijderen van diepwortelende beplantingen en bomen door of namens de leidingbeheerder van de in lid 12.2 bedoelde leiding; e. normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter. f. die vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten. 12.5.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het omgevingsplan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Alvorens te beslissen omtrent de omgevingsvergunning wordt de betreffende leidingbeheerder gehoord.

45

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 13 13.1

Waarde - Archeologie 3

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 3. 13.2

Functieomschrijving

Een als Waarde - Archeologie 3 aangewezen locatie heeft als functie het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; danwel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 13.3

Bouwregels

13.3.1 Binnen deze functie Gebouwd mogen worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 13.3.2 Voor de overige functies op deze locatie Voor het bouwen ten behoeve van de overige op deze locatie aanwezige functies zijn de desbetreffende regels behorende bij die functies van toepassing, met dien verstande, dat indien de bodemverstoring als gevolg van het bouwen dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; b. de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 13.3.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge lid 13.3.2 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

13.3.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 13.3.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 13.4

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in lid 13.3.2 of artikel 13.5.3 gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.

46

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

13.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren: a. grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het slopen van funderingen; c. het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd. 13.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 13.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 0,40 m. onder maaiveld.

13.5.3 Archeologisch onderzoek Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; b. de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 13.5.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge lid 13.5.3 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 13.5.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in lid 13.5.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

47

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 14 14.1

Waarde - Archeologie 5

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 5. 14.2

Functieomschrijving

Een als Waarde - Archeologie 5 aangewezen locatie heeft als functie het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; danwel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 14.3

Bouwregels

14.3.1 Binnen deze functie Gebouwd mogen worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 14.3.2 Voor de overige functies op deze locatie Voor het bouwen ten behoeve van de overige op deze locatie aanwezige functies zijn de desbetreffende regels behorende bij die functies van toepassing, met dien verstande, dat indien de bodemverstoring als gevolg van het bouwen dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 30 m² de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; b. de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 14.3.3 Uitzonderingen Het indienen van een ingevolge lid 14.3.2 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

14.3.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 14.3.2 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde bouwwerkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 14.4

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit het onderzoek als bedoeld in lid 14.3.2 of lid 14.5.3 gebleken, dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.

48

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren: a. grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het slopen van funderingen; c. het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd. 14.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 14.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. waarbij de bodemverstoring beperkt is tot maximaal 0,40 meter onder maaiveld. d. die reeds in het kader van het Grensmaasproject zijn vergund.

14.5.3 Archeologisch onderzoek Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 30 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of; b. de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. 14.5.4 Uitzonderingen op de onderzoeksplicht Het indienen van een ingevolge lid 14.5.3 vereist archeologisch onderzoek kan achterwege blijven, indien de archeologische waarde of verwachtingswaarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 14.5.5 Regels omgevingsvergunning Indien uit het in lid 14.5.3 genoemde rapport blijkt dat archeologische waarden van de gronden door de beoogde werken/werkzaamheden kunnen of zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b.

de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

49

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Artikel 15 15.1

Waarde - Cultuurhistorie

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde Cultuurhistorie. 15.2

Functieomschrijving

15.2.1 Algemeen Een als 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen locatie heeft als functie: a. de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, een en ander conform Bijlage 7 Cultuurhistorische waardenkaart (blad 1); 15.2.2 Waarden en karakteristieken Ter plaatse van de aanduiding:

'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch ensemble De Pas en Oevereind' 15.3

dienen bij nieuwe ontwikkelingen de karakteristieken en waarden gerespecteerd te worden zoals nader bepaald in: Bijlage 8 Cultuurhistorisch ensemble De Pas en Oevereind

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

15.3.1 Algemeen Ten behoeve van de overige op deze locatie aanwezige functies mag uitslutiend worden gebouwd indien daarbij rekening wordt gehouden met de waarden zoals genoemd in lid 15.2.2. 15.4

Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen aan de situering, de vorm en de kwaliteit van de bouwwerken ter voorkoming van onevenredige aantasting van de cultuurhistorische landschapswaarden. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren,: a. het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/ of diepploegen van gronden; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van natuur- en landschapselementen; d. het verwijderen van zandwegen; e. het aanleggen en/of verharden van paden en wegen, parkeerplaatsen en/of andere oppervlakteverharding; f. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; g. het telen van houtige gewassen in en/of op de grond (containervelden); h. het doorbreken, wijzigen en/of verleggen van bestaande wegen, paden en/of andere (infra)structuren;

50

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

i.

het toevoegen van natuur-/landschapselementen en/of kunstwerken die de in lid 15.2 genoemde aanwezige waarden aan het zicht onttrekken of verstoren, of anderszins schade toebrengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=2355bca3-d88d-4139-92c4-f42389c69da0