Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt
Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer
: AMO250188 : 25 juni 2025 : 1
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt
Opdrachtgever
:
Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. 5.1.2e
6367 JE VOERENDAAL Contactpersoon Aelmans Milieu
:
5.1.2e
Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk
: :
5.1.2e
Opsteller rapportage Handtekening
: :
Collegiale toets Handtekening
: :
Rapportstatus
:
4 juni 2025 5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
definitief
Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V. 5.1.2e
5248 NT ROSMALEN T 5.1.2e oss@aelmans.com www.aelmans.com/milieu
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.o. Aelmans Milieu, is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.
Sjabloonversie februari 2025
Samenvatting Aelmans Milieu heeft, in verband met de voorgenomen nieuwbouw van woningen, opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Slek te Echt. De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de beoogde activiteiten een negatieve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit de Omgevingswet en het Bal. Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten en bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.
Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kunnen de nieuwe woningen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanplanten van inheemse plantensoorten.
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 Doelstelling ............................................................................................................................. 1 1.3 Werkwijze ............................................................................................................................... 1
2
Wettelijk kader ................................................................................................... 3 2.1 Omgevingswet ........................................................................................................................ 3 2.2 Zorgplicht ................................................................................................................................ 3 2.3 Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 4 2.4 Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild ............................................... 5 2.5 Houtopstanden ....................................................................................................................... 6 2.6 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ............................................................................ 7
3
Plangebied .......................................................................................................... 8 3.1 Plangebied huidig ................................................................................................................... 8 3.2 Geplande ingrepen ................................................................................................................. 8 3.3 Nabij gelegen Natura2000 gebieden ...................................................................................... 9 3.4 Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland ...................................................... 10
4
Quickscan ......................................................................................................... 11 4.1 Locatiebezoek ....................................................................................................................... 11 4.2 Resultaten quickscan ............................................................................................................ 12
5
Toetsing van de bevindingen ............................................................................. 17
6
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 18
Bijlage 1
Kaartmateriaal
Bijlage 2
Foto’s
Bijlage 3
Gegevens Natuurloket
Bijlage 4
Checklist onderzoek vleermuizen
Bijlage 5
Literatuurlijst
AMO250188
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aelmans Milieu heeft, in verband met de voorgenomen nieuwbouw van woningen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het terrein aan de Slek te Echt. De gegevens van de opdrachtgever zijn vermeld op het voorblad van deze rapportage.
1.2
Doelstelling De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Omgevingswet te voorkomen. Om een overtreding met de Omgevingswet te voorkomen kunnen preventieve maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.
1.3
Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Op basis van de resultaten van de quickscan kan een soortgericht onderzoek noodzakelijk zijn en zal deze geadviseerd worden. Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
1
AMO250188
Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
2
AMO250188
2 Wettelijk kader 2.1
Omgevingswet De bescherming van natuurgebieden en van nature in het wild levende dieren of planten is in artikel 4.3. lid 1 onder j, en o en lid 3 onder d van de Omgevingswet opgenomen. De bescherming is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het in standhouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onderdeel van de Omgevingswet, beschrijft 3 afdelingen met activiteiten waarvoor regelgeving is opgesteld: 1. Activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden (Afdeling 11.1 van het Bal) 2. Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild (Afdeling 11.2 van het Bal) 3. Activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen (Afdeling 11.3 van het Bal) Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht per activiteiten groep. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten.
2.2
Zorgplicht Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten, bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. Voor flora en fauna- en Natura 2000-activiteiten houdt de zorgplicht in dat voorafgaand aan de activiteit een quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten, hun leefgebieden en natuurgebieden. Als deze aanwezig zijn kunnen, indien mogelijk op grond van objectieve gegevens, nadelige gevolgen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, foerageerplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren, of voor beschermde planten en natuurgebieden. Indien dit niet mogelijk is kunnen de gevolgen met passende maatregelen worden voorkomen. Deze dienen wel gecontroleerd te worden.
Indien de maatregelen het beoogde effect niet hebben moeten de werkzaamheden gestaakt worden of, als dit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
3
AMO250188
2.3
Gebiedsbescherming De Natura 2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorgdragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. Onder de Omgevingswet zijn alle Natura 2000 gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden beschermd. De wet verbiedt Natura 2000-activiteiten in art. 5.1 lid 1, aanhef en onder e. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten of het realiseren van projecten die een significante gevolg kan hebben op een Natura 2000 gebied.
Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met een gebied maar in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art. 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn). Op de wet zijn uitzonderingen voor projecten die: • een positief effect hebben op het beheer, bescherming en instandhoudingsmaatregelen of passende maatregelen ter voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden (art. 11.18 lid 2 a en b van het Bal) • zijn vastgelegd in een omgevingsverordening (art. 11.19 van het Bal). • van groot nationaal belang zijn (art. 11.20 van het Bal). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de Gedeputeerde Staten in hun eigen provincies (art. 2.44, vierde lid, Omgevingswet). De Gedeputeerde Staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk.
Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in het Besluit kwaliteit leefomgeving Bkl) genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn), en de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten. Tevens kunnen Gedeputeerde Staten gebieden aanwijzen die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen, maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden samen met het NNN aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
4
AMO250188
2.4
Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren (art. 5.1 lid 2 onder g, Omgevingswet). Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Vergunningsplichtige gevallen zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onderverdeeld in drie beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§11.2.2 van het Bal). De wet voorziet ook in de bescherming van de nesten, rustplaatsen en eieren en het verbieden van het opzettelijk verstoren van vogels. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn (§11.2.3 van het Bal). Hierbij gaat het om de bescherming van de soorten genoemd in deze verdragen, hun voortplantings- of rustplaatsen, en het vernielen van beschermde planten door plukken afsnijden of ontwortelen. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage IX van het Bal.
Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§11.2.4 van het Bal).
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
5
AMO250188
2.4.1 Vrijgestelde soorten
De Omgevingswet maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Limburg geregeld in het Omgevingsverordening Limburg, geconsolideerd op 1 december 2023. In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld. Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer. Soortgroep
Soort
Periode
Soortgroep
Soort
Periode
Amfibieën
Bastaardkikker
Gehele jaar
Zoogdieren
Haas
Gehele jaar
(middelste groene kikker)
Hermelijn
Bruine kikker
Huisspitsmuis
Gewone pad
Konijn
Kleine watersalamander
Molmuis
Meerkikker Reptielen
Hazelworm Levendbarende hagedis
Zoogdieren
Aardmuis
Ondergrondse Juli t/m
woelmuis
september
Ree
15 augustus t/m
Rosse woelmuis
15 oktober
Steenmarter
februari
Gehele jaar
Bosmuis
Tweekleurige
Bunzing
bosspitsmuis
Dwergmuis
Veldmuis
Dwergspitsmuis
Vos
Eekhoorn Egel
15 augustus t/m
Maart t/m april,
Wezel
juli t/m november
Woelrat
Gehele jaar
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
2.4.2 Invasieve exoten
In het Bal is wetgeving om de introductie en verspreiding van invasieve exoten in de natuur te voorkomen. Conform §11.2.10 van het Bal is het verboden om opzettelijk invasieve uitheemse soorten te houden, kweken of te vervoeren. Daarbij mogen deze soorten niet worden toegestaan om zich voort te planten of worden vrijgelaten in de natuur.
2.5
Houtopstanden Conform hoofdstuk 11 afdeling 11.3 van het Bal is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
6
AMO250188
Artikel 11.129 van afdeling 11.3 verplicht een 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het Natura-2000 gebieden dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht en kapmelding. Ook dunningswerkzaamheden voor de aanleg van brandgangen, onder een gedragscode, zijn vrijgesteld van de herplantplicht en een kapmelding. Deze afdeling heeft geen betrekking op: • houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap. • houtopstanden op erven en tuinen • bomen en struiken, die specifiek voor het oogsten van noten en fruit en bijbehorende windschermen worden geteeld, • naaldbomenproductie voor “Kerstbomen”, die niet ouder zijn dan twintig jaar.
• boomkwekerijen • beplantingen bestaande uit wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of eenrijige beplanting langs landbouwgronden, • Dunningswerkzaamheden van houtopstanden ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand • houtproductie van populier, wilg, es of els bestaand uit minstens 10.000 stoven per ha, aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt. • houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 1000 m2, of bestaan uit een rijbeplanting van 20 of minder bomen. De hiervoor genoemde kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Omgevingswet. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit.
2.6
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. 5.1.2e
en 5.1.2e
voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
7
AMO250188
3 Plangebied 3.1
Plangebied huidig De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Echt, sectie G, nummers 5901 en 5902. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft een grasveld en is gelegen in een woonwijk in de wijk Slek, ten zuiden van Echt. De onderzoekslocatie is volledige omringd door een woonwijk.
3.2
Geplande ingrepen Het voornemen bestaat om ter plaatse van het huidige grasveld 7 woningen te realiseren. Alle omliggende bomen blijven behouden.
Figuur 1: voorgenomen nieuwsituatie
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
8
AMO250188
3.3
Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 2,3 kilometer ten oosten Abdij Lilbosch & Voormalig Klooster Mariahoop gelegen en circa 3,8 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie is de Grensmaas gelegen welke zijn aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 2). Gezien de afstand van de activiteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aeriusberekening kunnen worden uitgevoerd.
Grensmaas
Abdij Lilbosch & Voormalig Klooster Mariahoop
Figuur 2: nabijgelegen Natura2000 gebieden
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
9
AMO250188
3.4
Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Limburg of binnen het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (figuur 3). Circa 550 meter ten zuiden en westen van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als zoete plas (N04.02), kruiden- en faunarijk grasland (N12.02), glanshaverhooiland (N12.03), rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01), haagbeuken- en essenbos (N14.03), dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02) en ruigteveld (N16.03). Deze gebieden zijn tevens onderdeel van het LNN. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ingreep geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.
Figuur 3: nabijgelegen beheertypen (tevens onderdeel LNN)
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
10
AMO250188
4 Quickscan 4.1
Locatiebezoek Het veldbezoek is op 4 juni 2025 tussen 10:15 en 11:15 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door 5.1.2e . De weersomstandigheden zijn opgenomen in onderstaande tabel. In bijlage 2 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen. Weersomstandigheden Bewolking
Neerslag
Wind
Temperatuur
Opmerkingen
halfzware
geen
ZW3 BFT
19 °C
-
Ten tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie sprake is van een intensief beheerd openbaar grasveld in een woonwijk. Op locatie bleek dat recent gemaaid was. Tussen het maaisel zijn restanten en levende individuen van algemene kruidsoorten als smalle weegbree, biggenkruid, ooievaarsbek, krulzuring, hertshooi, klein streepzaad, hoge fijnstraal, teunisbloem en reukeloze kamille aangetroffen. Aan de oostgrens van de onderzoeklocatie, op het perceel van 5.1.2e , staat een rij met bomen en struiken, bestaande uit onder andere beuk, klimop en linde. Langs de bebouwing is een klein hol aangetroffen, waarschijnlijk van een muis.
Figuur 4: luchtfoto onderzoekslocatie
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
11
AMO250188
4.2
Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken.
4.2.1 Amfibieën
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander, bastaardkikker, boomkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker (onbekend), kamsalamander, kleine watersalamander en rugstreeppad zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker (bastaardkikker) in Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Amfibieën zijn afhankelijk van geschikt voortplantingswater. Daarbij is de alpenwatersalamander afhankelijk van een strooisellaag bij het landhabitat om goed in weg te kruipen. Op de onderzoekslocatie is geen geschikte strooisellaag geen geschikt voortplantingswater aanwezig. Zodoende is het voorkomen van beschermde amfibieën binnen het plangebied uit te sluiten. Ondanks dat geschikt voortplantingswater en habitat in de huidige situatie ontbreek op de locatie wordt voor de rugstreeppad wel geadviseerd om tijdelijke plassen en poelen te voorkomen tijdens geplande werkzaamheden. Dit om te voorkomen dat deze soort in deze tijdelijke plassen eieren kan afzetten. 4.2.2 Dag-, nachtvlinders
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de grote vos, iepenpage en teunisbloempijlstaart zijn waargenomen. De waardplant van de grote vos zijn populier, sleedoorn, wilg en iep. De waardplant van de iepenpage is enkel de iep . Voor deze soorten ontbreken geschikte waardplanten op de onderzoekslocatie, waardoor het voorkomen van de grote vos en iepenpage is uitgesloten. De teunisbloempijlstaart maakt voor de waardplant gebruik van wilgenroosje, basterdwederik, kattenstaart en teunisbloem. Op de onderzoekslocatie is teunisbloem aangetroffen. Echter, de teunisbloem is aangetroffen op een grasveld, waarbij geen geschikte overwinteringshabitat (strooisellaag) aanwezig is voor de poppen. Zodoende is het voorkomen van de teunisbloempijlstaart uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
12
AMO250188
Voor de overige vlindersoorten zijn geen geschikte waardplanten aangetroffen binnen de onderzoekslocatie, waardoor het voorkomen van de overige beschermde dag- en nachtvlinders is uitgesloten. 4.2.3 Kevers
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de vermiljoenkever is waargenomen. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde kevers binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.4 Libellen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekrombout en bosbeekjuffer zijn waargenomen. Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van beschermde libellen binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.5 Reptielen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm en levendbarende hagedis zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de hazelworm (gedurende jul t/m sep) en de levendbarende hagedis (gedurende 15 aug t/m 15 okt) in Limburg vrijgestelde soorten. Reptielen zijn gebonden aan heide- en hoogveenlandschap, ruige landschappen of bos(randen). Veelal betreffen dit vochtige terreinen met dicht bedekte vegetatie en open zones. Daarbij is de hazelworm afhankelijk van een strooisellaag om in weg te kruipen. Door het ontbreken van dergelijk habitat en het ontbreken van een strooisellaag op de locatie en in zijn omgeving is het voorkomen van reptielen binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.6 Vaatplanten
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie grootspiegelklokje en wolfskers zijn waargenomen. Groot spiegelklokje groeit op zandige stroomruggen in rivierdalen, op open plekken van dijken en bermen, in graanakkers, op stoppelvelden en braakliggende terreinen. Ook wordt ze adventief gevonden nabij graansilo’s en op haven- en spoorwegterreinen en verder is ze in gebruik als tuinplant. De soort is slecht bestendigd tegen verstoringen als maaien en landbouw. Door het intensieve beheer van het grasveld is deze soort uitgesloten. Wolfskers groeit op kap- en brandvlakten, op open plekken in bossen en langs bosranden, op ruderale plaatsen en braakliggende grond, op beschaduwde plekken, en in de bebouwde kom. Door het uitblijven van hakhoutbeheer is de soort sterk achteruit gegaan. Wolfskers groeit het liefst op
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
13
AMO250188
plaatsen waar het strooisel o.i.v. zonlicht wordt afgebroken en deze omstandigheden verdwijnen wanneer het traditionele beheer ophoudt. Door het intensieve beheer van het grasveld en het ontbreken van een geschikte strooisellaag is het voorkomen van wolfskers uitgesloten. Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend. 4.2.7 Vissen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde vissen zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van beschermde vissoorten binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.8 Vleermuizen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis zijn waargenomen. De verblijf- / rustplaatsen van de rosse vleermuis zijn voornamelijk spleten en holtes van bomen. De gewone dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis en laatvlieger zijn gebonden aan gebouwen. De bosvleermuis en gewone grootoorvleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. Met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4) is gekeken of mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Hieruit volgt dat in de opgaande gewassen geen verblijfplaatsen zijn waargenomen. De bomen maken geen deel uit van een migratie- of vliegroute. Op de onderzoekslocatie is geen bebouwing of zijn geen (dikke) bomen met holtes of scheuren aanwezig. Zodoende is het voorkomen van verblijfsplaatsen van vleermuis op de onderzoekslocatie uitgesloten. Daarbij wordt tijdens de herontwikkeling een afstand van circa 3-4 meter gehouden van bestaande bebouwing in de omgeving, waardoor mogelijke aanvliegroutes van eventuele verblijfsplaatsen in de omgeving niet geblokkeerd worden.
Gelet op het gebruik en schaal van de locatie is het plangebied ongeschikt als essentieel foerageergebied voor vleermuizen.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
14
AMO250188
4.2.9 Vogels
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw zijn waargenomen. Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. Door het ontbreken van bebouwing is het voorkomen van nestlocaties van deze soorten uitgesloten. Voor de overige vogelsoorten, met een jaarrond beschermd nest, zijn binnen de planlocatie geen nestmogelijkheden aanwezig. Gezien het gebruik van de onderzoekslocatie kan deze gebruikt worden als foerageergebied door de huismus. Gezien de kleine schaal van de onderzoekslocatie en de aanwezigheid van voldoende? alternatieven in de omgeving is de onderzoekslocatie geen onderdeel van essentieel foerageergebied. In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger, boomklever, ekster, mezen en spreeuw). Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie zijn in de aangrenzende bomen en struiken nesten van algemene vogelsoorten als mezen, merels, ekster en dergelijke te verwachten.
Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is. Deze bomen blijven tevens behouden, waardoor de invloed miniem zal zijn. 4.2.10 Weekdieren
NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen het plangebied uit te sluiten.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
15
AMO250188
4.2.11 Overig zoogdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bever, bosmuis, bunzing, dwergmuis, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter (15 aug t/m feb), vos, wezel, wild zwijn en wolf zijn waargenomen. Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Limburg een (tijdelijke) vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het voorkomen van de muizen, egel en konijn niet uit te sluiten binnen het plangebied. De tijdelijke vrijstellingsperiode voor de steenmarter geldt van 15 augustus t/m februari. Bevers zijn afhankelijk van water met aangrenzend bos. Door het ontbreken van geschikt water op en nabij de onderzoekslocatie is het voorkomen van de bever uitgesloten. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Binnen de onderzoekslocatie is dit niet het geval. Zodoende is het voorkomen van de eekhoorn uitgesloten. Het wild zwijn komt voor in droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen en vermijdt steden. Zodoende is het voorkomen van het wild zwijn uitgesloten.
De wolf heeft zich in Nederland op de Noord-Veluwe, Midden-Veluwe, Zuidoost-Veluwe en tussen Friesland en Drenthe. De wolf welke in de NDFF is geregistreerd is waarschijnlijk als passant waargenomen. Tevens ligt de onderzoekslocatie binnen bebouwd gebied, welke wordt vermeden door de wolf. Zodoende is het voorkomen van de wolf uitgesloten. Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt: • holen • houtstapels • holle bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. Dergelijke verblijfsplaatsen zijn niet aanwezig op de onderzoekslocatie. De steenmarter kan mogelijk gebruik maken van het terrein als foerageergebied, echter gezien de schaal van de locatie is dit geen essentieel foerageergebied. Het voorkomen van kleine marterachtigen (bunzing, steenmarter en wezel) is zodoende uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
16
AMO250188
5 Toetsing van de bevindingen Voortvloeiend uit hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet. Een gedeelte van deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
17
AMO250188
6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Slek te Echt kan worden uitgesloten dat de voorgenomen nieuwbouw van woningen een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Omgevingswet. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN / Natura 2000). Er is geen sprake van een Natura 2000-activiteit. De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep blijven alle omliggende bomen behouden. Hierin kunnen mogelijk algemene broedvogels nestelen. Op basis van artikel 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Omdat deze bomen buiten de onderzoekslocatie gelegen zijn en deze behouden blijven worden geen negatieve effecten verwacht op algemene broedvogels. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden.
Een ecoloog kan voor aanvang van de geplande werkzaamheden het plangebied na lopen en aanwezige amfibieën of grondgebonden zoogdieren oppakken of verjagen naar omliggend gebied. Dit voorkomt dat deze dieren gedood worden door het werkverkeer. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden. De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden. Een werkrichting geldt zowel voor landdieren als aquatische diersoorten. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kunnen de nieuwe woningen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanplanten van inheemse plantensoorten.
Quickscan Flora en Fauna Slek te Echt Aelmans Milieu
18
Bijlage 1 Kaartmateriaal
Bijlage 1
Uw referentie: AMO250188
Bijlage 2 Foto’s
Foto 1: overzicht onderzoekslocatie
Foto 2 & 3 & 4: algemene soorten smalle weegbree, krulzuring, klein streepzaad
Fotobijlage AMO250188
Foto 5: muizenhol
Foto 6: recent gemaaid gras
Fotobijlage AMO250188
Bijlage 3 Gegevens Natuurloket
Hoknummer 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340
Soortgroep Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Nachtvlinders Reptielen Reptielen Vaatplanten Vaatplanten Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Naam soort Alpenwatersalamander Bastaardkikker Boomkikker Bruine kikker Gewone pad Groene kikker (Onb.) Kamsalamander Kleine watersalamander Rugstreeppad Grote vos Iepenpage Kleine ijsvogelvlinder Vermiljoenkever Beekrombout Bosbeekjuffer Teunisbloempijlstaart Hazelworm Levendbarende hagedis Groot spiegelklokje Wolfskers Bosvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Ingekorven vleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Aalscholver Appelvink Beflijster Bergeend Blauwborst Blauwe kiekendief Blauwe reiger Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte strandloper Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Boomvalk Bosrietzanger
185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Bosruiter Bosuil Braamsluiper Brandgans Brilduiker Bruine kiekendief Buidelmees Buizerd Casarca Dodaars Draaihals Duinpieper Dwerggans Dwergmeeuw Ekster Fazant Fitis Fluiter Fuut Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Glanskop Goudhaan Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Groenpootruiter Grote bonte specht Grote Canadese gans Grote gele kwikstaart Grote lijster Grote zaagbek Grote zilverreiger Grutto Havik Heggenmus Holenduif
185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Hop Houtduif Houtsnip Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kanarie Kauw Keep Kemphaan Kerkuil Kievit Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine mantelmeeuw Kleine plevier Kleine rietgans Kleine strandloper Kleine zilverreiger Kneu Knobbelzwaan Koekoek Kokmeeuw Kolgans Koolmees Koperwiek Kraanvogel Krakeend Kramsvogel Kruisbek Kuifeend Kwak Kwartel Lachstern Lepelaar Matkop Meerkoet Merel Middelste bonte specht Nachtegaal Oehoe Oeverloper Oeverzwaluw Ooievaar Paapje
185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Patrijs Pijlstaart Pimpelmees Pontische meeuw Purperreiger Putter Raaf Ransuil Reuzenstern Rietgors Rietzanger Ringmus Rode wouw Roek Roerdomp Roodborst Roodborsttapuit Roodhalsgans Scholekster Sijs Slechtvalk Slobeend Smient Sperwer Spotvogel Spreeuw Sprinkhaanzanger Staartmees Steenuil Steltkluut Steppekiekendief Stormmeeuw Tafeleend Tapuit Temmincks strandloper Tjiftjaf Toendrarietgans Toendrarietgans Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Velduil Vink Visarend
185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340 185-340
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig)
Visdief Vuurgoudhaan Waterhoen Waterpieper Waterral Watersnip Wespendief Wielewaal Wilde eend Winterkoning Wintertaling Witgat Witte kwikstaart Witwangstern Woudaap Wulp Zanglijster Zeearend Zilvermeeuw Zomertaling Zomertortel Zwarte kraai Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte ruiter Zwarte specht Zwarte wouw Zwartkop Bever Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Vos Wezel Wild zwijn Wolf
Bijlage 4 Checklist onderzoek vleermuizen
Vleermuizenprotocol
(versie 1 januari 2021)
Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)
Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.
b)
Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
c)
Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
JA / NEE
3. Open water Is er open water aanwezig?
JA / NEE
a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?
JA / NEE
JA / NEE
a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?
JA / NEE
a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)
Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.
c)
Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
d)
Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.
JA / NEE
e)
Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.
JA / NEE
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.
Bijlage 5 Literatuurlijst
Literatuurlijst • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) – Hoofdstuk 11 (https://www.omgevingsweb.nl/wpcontent/uploads/po-assets/379207.pdf) • Bij12 Kennisdocumenten (www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumentensoorten-natuurbescherming/) • De vlinderstichting (www.vlinderstichting.nl) • De zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) • Eis Kenniscentrum Insecten (www.eis-nederland.nl/) • Floron (www.floron.nl/) • Grondsoortenkaart (www.arcgis.com/apps/webappviewer/ index.html?id=61d2e75688b24ec2bd102b2f8d7f7fc2) • LNN & Natuurbeheertypenkaart Atlas Limburg (portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default) • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/ content/rode-lijsten) • Natura 2000 (https://www.natura2000.nl/) • Natuurgegevens Provincie Limburg (natuurgegevensprovincielimburg.nl/s2020/info/GL.HTM) • NGB Soortinventarisatieprotocollen (www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen) • NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl/) • Quickscanhulp (www.quickscanhulp.nl) • Ravon (www.ravon.nl) • Rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl) • Slagboom en Peters (app.slagboomenpeeters.com) • Sovon (www.sovon.nl) • Stichting ANEMOON (www.anemoon.org) • Waarneming (www.waarneming.nl)
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
2, 11, 15