CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota verbonden partijen

Gemeenteraad 14 december 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Nota verbonden partijen 20219.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op de opgenomen einddatum houdt de samenwerkingsrelatie van rechtswege op. Hiervoor hoeven de deelnemers niets te doen. Ook kan een einddatum gekoppeld zijn aan een evaluatiemoment waarop alle deelnemers kijken of zij met de opgezette samenwerkingsvorm willen doorgaan en hoe. Als alle deelnemers besluiten de gemeenschappelijke regeling te beëindigen, vindt liquidatie plaats naar de regels zoals opgenomen in de regeling. Mocht echter één of enkele deelnemers niet verder willen gaan met deze vorm van samenwerking, dan dienen de overblijvende deelnemers gecompenseerd te worden. De uitgangspunten die gelden voor het berekenen van de hoogte van een uittreedsom zijn vastgelegd in jurisprudentie en worden herhaald in de uitspraak van 15 april 2015 (ABRvS van 15 april 2015, (ECLI:NL:RVS:2015:1198): 

de uittredende deelnemer dient de directe kosten van uittreding en de schade te vergoeden die het rechtstreekse gevolg is van het uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. De voorwaarden dat de eigen bijdrage van de achterblijvende deelnemers niet mag stijgen of dat het beleid en takenpakket

31

ongewijzigd moeten kunnen blijven, past daar volgens de Afdeling niet bij. Bij directe kosten gaat het bijvoorbeeld om de kosten die de GR maakt voor het berekenen van de hoogte van de uittreedsom; 

voor het bepalen van toekomstige schade wordt een overbruggingsperiode van vijf jaar gehanteerd, gerekend vanaf de datum van uittreding. Deze periode is gekoppeld aan de gangbare beleidscyclus en wordt gezien als een redelijke periode waarbinnen de GR en de achterblijvende deelnemers voldoende gelegenheid hebben om de (financiële) gevolgen van het uittreden op te vangen en de bedrijfsvoering aan te passen. Denk bijvoorbeeld aan het wijzigen van beleid en het takenpakket of het opzeggen en wijzigen van lopende overeenkomsten;

langlopende financiële verplichtingen (bijvoorbeeld erfpachtcontracten, beheeren onderhoudsverplichtingen) vormen geen grond om een uitzondering te maken op de overbruggingsperiode van vijf jaar;

de hoogte van de deelnemersbijdrage kan wel een rol spelen bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom.

Beëindiging private verbonden partij. Het college beëindigt de relatie met een private verbonden partij niet eerder dan nadat de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. Het college geeft de gemeenteraad een termijn voor het indienen van wensen en bedenkingen. De raad maakt de wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar, dan wel laat ze opnemen in de notulen door de raadsgriffier. Na ontvangst van de reactie van de gemeenteraad neemt het college een besluit tot het beëindigen van de relatie. Bij privaatrechtelijke verbonden partijen dienen de bestuurlijke afspraken over een eventuele exitstrategie te worden vastgelegd in statuten of andere documenten met een juridisch gelijkwaardige status. Voor een exit en het zich terugtrekken uit een privaatrechtelijke partij staat veelal de volgende procedure in de statuten aangegeven: Verzoek:

Het voornemen tot uittreden van de gemeente moet aan de raad van commissarissen (RvC) kenbaar worden gemaakt.

Uitvraag:

RvC zendt het verzoek door aan de overige deelnemers met de vraag of deze belangstelling hebben voor de aangeboden aandelen.

Voorstel:

Daarna doet de RvC een voorstel aan de algemene aandeelhoudersvergadering (AvA). Het voorstel kan zijn de inname van de aandelen door de betreffende N.V. of B.V. zelf. Bij geen gegadigden, moet de RvC komen met een alternatief voorstel.

Bovenstaande procedure betekent nog niet dat de verkoop van aandelen direct slaagt. Bij belangstelling van de overige aandeelhouders vindt onderhandeling over de verkoopprijs plaats. Omdat het geen ‘gewone’ verkoop is van aandelen, maar het aanbod beperkt blijft tot de overige aandeelhouders, geldt hier niet de marktwerking en prijsvorming. Een andere aandeelhouder is dan ook vaak niet geneigd de intrinsieke marktwaarde van de aangeboden aandelen te betalen of wil de aandelen slechts overnemen om niet. Als de gemeente op dit laatste aanbod zou ingaan, betekent dit dat de waarde van de aandelen afgeboekt dienen te worden binnen de begroting.

32

Bijlage 1 Overzicht gemeenschappelijke regelingen

Per 1 januari 2022 1. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Limburg-Noord 2. Gemeenschappelijke Regeling Westrom 3. Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz 4. Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER 5. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) 6. Gemeenschappelijke Regeling “Reinigingsdienst Maasland” 7. Gemeenschappelijke Regeling Antidisciminatievoorziening Limburg 8. Gemeenschappelijke Regeling Grenspark Maas-Swalm-Nette 9. Gemeenschappelijke Regeling Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord 10. Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Euregio Rijn-Maas-Noord

Per 21 juni 2022 11. Modulaire gemeenschappelijke regeling Sociaal domein Limburg-Noord (MGR)

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=c3255eb9-0394-418e-a597-0bab11fcce4b