CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 9 september 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Zonnepark Groensebos Sint Joost10.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ontwerpbestemmingsplan ‘Zonnepark Groensebos Sint Joost’ (NL.IMRO.1711.BP20200072-OW01)

HOOFDSTUK 1. INLEIDING

A. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Zonnepark Groensebos Sint Joost’ heeft overeenkomstig het coördinatiebesluit ex artikel 3.30 van de Wro, vastgesteld door de raad op 8 april 2021, vanaf 30 april 2021 zeven1 weken (tot en met 17 juni 2021) ter inzage gelegen op het gemeentehuis aan de Nieuwe Markt 55 te Echt. Het ontwerpbestemmingsplan is tevens beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen de ter inzage termijn is een ieder de mogelijkheid geboden om schriftelijke en/of mondeling zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad van Echt-Susteren. Tijdens de ter inzage termijn heeft tevens de bijbehorende ontwerp-omgevingsvergunning voor zienswijzen ter inzage gelegen. De afhandeling van deze zienswijzen is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. In dit rapport wordt daarom niet inhoudelijk op deze zienswijzen ingegaan. Er zijn 19 zienswijzen binnen de daartoe voorgeschreven termijn ingediend. Daarmee zijn deze zienswijzen ontvankelijk. Eén zienswijze is buiten de daartoe voorgeschreven termijn ingediend. Deze zienswijze is daarom niet ontvankelijk. Verder is er 1 mededeling binnengekomen. B. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen samengevat.

Per zienswijze wordt een gemeentelijk standpunt geformuleerd en is, wanneer van toepassing, een overzicht opgenomen van de aanpassingen die in het bestemmingsplan worden doorgevoerd naar aanleiding van de ingediende zienswijze. De samenvatting van de zienswijze heeft overigens alleen tot doel de leesbaarheid van deze Nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijze is de volledige brief, zoals deze bij de gemeente is ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen. Het is verder noodzakelijk om een aantal ambtelijke wijzigingen door te voeren op het ontwerpplan. In hoofdstuk 3 is een overzicht opgenomen van deze wijzigingen.

1

In de titel van de publicatie van 29 april 2021 was alleen het ontwerpbestemmingsplan genoemd en niet de ontwerpomgevingsvergunning. Daarom is de ter inzage legging van het ontwerpplan en de ontwerpvergunning op 6 mei 2021 opnieuw gepubliceerd.

1

HOOFDSTUK 2. SAMENVATTING ZIENSWIJZEN EN GEMEENTELIJK STANDPUNT

Zienswijze 1 1. Reclamant kan zich voorstellen dat de energietransitie moet versnellen, echter niet door het inrichten van grootschalige zonneparken in het relatief kleine Nederland. Er zijn genoeg minder dichtbevolkte EU-lidstaten met voldoende landoppervlak voor alternatieve energiebronnen. Standpunt gemeente In 2019 heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990. Dit is tevens vastgelegd in de Klimaatwet. Om dit doel te bereiken is onder andere afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Hierbij moet 35 TWh aan hernieuwbare productie op land plaatsvinden. Dit is een nationale opgave en moet dus binnen de grenzen van Nederland gerealiseerd worden. De gemeente Echt-Susteren heeft zich binnen het kader van het Klimaatakkoord ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er binnen de gemeentegrenzen niet meer energie wordt verbruikt dan dat er duurzaam wordt opgewekt. Deze doelstelling moet deels bereikt worden door zonneparken op landbouwgronden te realiseren, zoals blijkt uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' en de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 – 2022'. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan.

De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. Voor de daadwerkelijke realisatie van het onderhavige park heeft initiatiefnemer een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie2 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Als alternatieve locatie wordt door reclamant minder bevolkte gebieden in EU-lidstaten aangehaald. De opgave die Nederland vanuit het Klimaatakkoord heeft, moet echter binnen de Nederlandse grenzen behaald worden. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen energiedoelstellingen die zij binnen haar grenzen gerealiseerd wil zien. Op voorhand is daarom reeds duidelijk dat door verwezenlijking van het aangehaalde alternatief geen gelijkwaardig resultaat wordt behaald met aanmerkelijk minder bezwaren.

Immers, de locaties liggen niet in Nederland. De aangedragen alternatieve locaties zijn dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 2. Ook leidt dit zonnepark tot een ernstige aantasting van het kleinschalige, cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle landschap, aldus reclamant. Tevens wordt kostbare landbouwgrond verkwist en wordt het meest groene en onbebouwde gebied van de gemeente verder versnipperd. Dit draagt niet bij aan het toeristisch imago van het smalste stukje Nederland. Standpunt gemeente Zoals onder 1 reeds aangegeven heeft de beoordeling van de locatie plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel. Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Er is beoordeeld of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang 2

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.

2

met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'. Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Het zonnepark ligt nabij recreatieve wandel- en fietsroutes. Qua recreatie is het zonnepark een meerwaarde, omdat ter plaatse een recreatieve en educatieve verblijfplaats wordt gecreëerd met picknickplaatsen en informatieborden. Ook op dit onderdeel heeft het panel positief geadviseerd. Er wordt dus niet ingezien waarom deze ontwikkeling geen bijdrage levert aan het toeristisch imago van ‘t Smalste stukje Nederland. Ten slotte wordt in de zienswijze opgemerkt dat goede landbouwgrond wordt verkwist. Allereerst betreft de totale ontwikkeling van de 5 zonneparken +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast.

Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. 3. Reclamant vervolgt door te stellen dat de zonneladder niet voldoende wordt gevolgd. Alle aandacht gaat uit naar het oprichten van zonneparken in het landschap. De mogelijkheden van zonneparken op daken, langs wegen/spoorlijnen en andere alternatieven in en buiten de bebouwde kom zijn onvoldoende onderzocht en uitgewerkt. Standpunt gemeente In bijlage 11 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie.

Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden. Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen. Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid.

Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv. voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen).

3

4. Ten slotte wordt door reclamant gesteld dat de gemeente niet kan garanderen dat de opgewekte stroom van dit zonnepark terecht komt bij de 3800 genoemde huishoudens, waarvoor het zonnepark bedoeld is. Standpunt gemeente De aanleg van het zonnepark heeft niet als doel om de gestelde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 2 1. Reclamant kan zich voorstellen dat de energietransitie moet versnellen, echter niet door het inrichten van grootschalige zonneparken in het relatief kleine Nederland. Er zijn genoeg minder dichtbevolkte EU-lidstaten met voldoende landoppervlak voor alternatieve energiebronnen. Standpunt gemeente In 2019 heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990. Dit is tevens vastgelegd in de Klimaatwet. Om dit doel te bereiken is onder andere afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Hierbij moet 35 TWh aan hernieuwbare productie op land plaatsvinden.

Dit is een nationale opgave en moet dus binnen de grenzen van Nederland gerealiseerd worden. De gemeente Echt-Susteren heeft zich binnen het kader van het Klimaatakkoord ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er binnen de gemeentegrenzen niet meer energie wordt verbruikt dan dat er duurzaam wordt opgewekt. Deze doelstelling moet deels bereikt worden door zonneparken op landbouwgronden te realiseren, zoals blijkt uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' en de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 – 2022'. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan. De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. Voor de daadwerkelijke realisatie van het onderhavige park heeft initiatiefnemer een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag.

Immers, uit de jurisprudentie3 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Als alternatieve locatie wordt door reclamant minder bevolkte gebieden in EU-lidstaten aangehaald. De opgave die Nederland vanuit het Klimaatakkoord heeft, moet echter binnen de Nederlandse grenzen behaald worden. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen energiedoelstellingen die zij binnen haar grenzen gerealiseerd wil zien. Op voorhand is daarom reeds duidelijk dat door verwezenlijking van het aangehaalde alternatief geen gelijkwaardig resultaat wordt behaald met aanmerkelijk minder bezwaren. Immers, de locaties liggen niet in Nederland. De aangedragen alternatieve locaties zijn dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden.

3

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.

4

2. Ook leidt dit zonnepark tot een ernstige aantasting van het kleinschalige, cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle landschap, aldus reclamant. Tevens wordt kostbare landbouwgrond verkwist en wordt het meest groene en onbebouwde gebied van de gemeente verder versnipperd. Dit draagt niet bij aan het toeristisch imago van het smalste stukje Nederland. Standpunt gemeente Zoals onder 1 reeds aangegeven heeft de beoordeling van de locatie plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel. Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Beoordeeld is of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'.

Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Het zonnepark ligt nabij recreatieve wandel- en fietsroutes. Qua recreatie is het zonnepark een meerwaarde, omdat ter plaatse een recreatieve en educatieve verblijfplaats wordt gecreëerd met picknickplaatsen en informatieborden. Ook op dit onderdeel heeft het panel positief geadviseerd. Er wordt dus niet ingezien waarom deze ontwikkeling geen bijdrage levert aan het toeristisch imago van ‘t Smalste stukje Nederland. Ten slotte wordt in de zienswijze opgemerkt dat goede landbouwgrond wordt verkwist. Allereerst betreft de totale ontwikkeling van de 5 zonneparken +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. 3.

Reclamant vervolgt door te stellen dat de zonneladder niet voldoende wordt gevolgd. Alle aandacht gaat uit naar het oprichten van zonneparken in het landschap. De mogelijkheden van zonneparken op daken, langs wegen/spoorlijnen en andere alternatieven in en buiten de bebouwde kom zijn onvoldoende onderzocht en uitgewerkt. Standpunt gemeente In bijlage 11 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie. Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden. Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag.

Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen.

5

Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen. Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid. Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv. voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen). 4. Ten slotte wordt door reclamant gesteld dat de gemeente niet kan garanderen dat de opgewekte stroom van dit zonnepark terecht komt bij de 3800 genoemde huishoudens, waarvoor het zonnepark bedoeld is. Standpunt gemeente De aanleg van het zonnepark heeft niet als doel om de gestelde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen.

Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan.

Zienswijze 3 Samenvatting zienswijze 1. Indiener is eigenaar van het perceel Echt, sectie L, nr. 225. Dit perceel grenst aan het zonnepark. Hij is van mening dat door de realisatie van het zonnepark schade ontstaat aan het eigendom en aan de bedrijfsvoering. De waarde van het perceel daalt. De bedrijfsvoering wordt beperkt waardoor het bedrijfsresultaat negatief wordt beïnvloed. Standpunt gemeente Mocht er sprake zijn van een waardedaling van de betreffende onroerende zaak of inkomensschade als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in een tegemoetkoming in de vermindering van de waarde van een onroerende zaak of inkomensschade bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een waardedaling/inkomensschade dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen. 2.

Voor de beregening wordt grondwater gebruikt. Hier zit een hoog ijzergehalte in. Zou er waternevel op het zonnepark belanden dan zal dit de productie nadelig beïnvloeden. Reclamant wil hier niet voor aansprakelijk gesteld worden. Standpunt gemeente Mocht hier sprake van zijn dan is dit voor risico van eigenaar, gebruiker en/of exploitant van het perceel/zonnepark. Reclamant zal hier door initiatiefnemer niet voor aansprakelijk gesteld worden. Uiteraard moet er wel geen sprake zijn van het opzettelijk over de perceelgrenzen heen sproeien.

6

Met reclamant heeft verder op 29 maart 2021 een persoonlijk gesprek plaatsgevonden waar dit punt ook is besproken. Initiatiefnemer heeft tijdens dit overleg aangegeven een privaatrechtelijke overeenkomst met reclamant te willen aangaan om hem van deze aansprakelijkheid te vrijwaren. Reclamant heeft dit aanbod (nog) niet geaccepteerd. 3.

Door de aanleg van het zonnepark zullen beperkingen optreden van teelten met een hoog saldo. Reclamant gaat niet het risico nemen van een lagere opbrengst met niet de juiste kwaliteit. Het uitsluiten van teelten met een hoog saldo leidt tot namelijk tot een negatieve financiële opbrengst. Planschade zal hier een oplossing voor moeten gaan bieden. Standpunt gemeente Zie het gestelde onder 1.

4.

Er zijn meer mogelijkheden om energie op te wekken. Onze ruimte is beperkt en vraagt om een goede benutting. Op vele daken in Echt – Susteren liggen nog geen zonnepanelen. Standpunt gemeente In de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) is nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Verder geldt dat de oppervlakte van het zonnepark Groensebos +/- 10,5 ha bedraagt. Dit is een relatief klein gedeelte (0,21 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er bovendien geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor het zonnepark een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden.

5.

Bij de aanleg van het zonnepark wordt gebruik gemaakt van begroeiing in de vorm van struiken. Dit om het park aan het zicht te onttrekken. De struiken leveren volgens reclamant een overwinteringsplek op voor luizen. Dit is niet wenselijk, want luizen dragen virussen met zich mee die op een korte tijd een hele oogst kunnen vernietigen. Standpunt gemeente Het gebied waarbinnen de ontwikkeling van het zonnepark plaatsvindt, ligt dichtbij natuurterreinen en bossen die door middel van (zand)wegen, bermen en lanen in verbinding staan met de landbouwpercelen. Er is dus in de huidige situatie reeds een constante druk van allerlei insecten op het landbouwgebied. Plagen ontstaan in de regel in situaties waarin het ecologisch evenwicht is verstoord. De inrichting van dit zonnepark richt zich op de versterking van de biodiversiteit en natuurlijk evenwicht. Zie hiertoe hoofdstuk 6 van de ‘Natuurtoets Energiepark Groensebosweg te Maria Hoop’ die als bijlage 7 aan de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. Op het zonnepark ontstaat een evenwichtig ecosysteem dat bijdraagt aan een meer diverse en evenwichtige omgeving waar het de soortensamenstelling betreft. Het is niet realistisch te verwachten dat hier schade van wordt ondervonden.

6.

Doordat om het zonnepark een hekwerk wordt geplaatst komen er grote blokken in het veld te liggen. Deze geven volgens reclamant een sturing aan de looproutes van het wild dat in het gebied voorkomt. Er zal vele malen meer sprake zijn van looppaden op de omliggende percelen. Schade aan de teelt of bijvoorbeeld afdekmiddelen neemt dus toe. Het is ook mogelijk dat deze looppaden gevolgen hebben voor het verkeer aan de Heerdstraat. Er is daar geen wildraster aanwezig. Standpunt gemeente

7

Uit de ecologische quickscan ‘Natuurtoets Energiepark Groensebosweg te Maria Hoop’, die als bijlage 7 van de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat het plangebied voor klein wild onderdeel is van een groter leefgebied ten behoeve van migreren en foerageren. Doordat het hekwerk voor klein wild passeerbaar is, zal het zonnepark onderdeel blijven van het leefgebied van de das, egel, konijn, haas, steenmarter, vos en algemene muizensoorten (paragraaf 5.7, pagina 19). Voor klein wild verandert het leefgebied dus niet. Klein wild zal dus geen route rondom het zonnepark ontwikkelen. Voor wild zwijn en ree zal het plangebied in de nieuwe situatie niet meer geschikt zijn als onderdeel van het leefgebied. Mocht dit tot gevolg hebben dat deze zoogdieren schade aanbrengen aan bijvoorbeeld de teelt dan kan bij Gedeputeerde Staten van Limburg een aanvraag omtrent faunaschade worden ingediend. Ten slotte heeft het aan te leggen zonnepark geen gevolgen voor het aantal oversteekmomenten van het wild over de Heerdstraat. Daarmee ontstaat er dus ook geen toename van eventuele verkeerscontactmomenten. 7.

Reclamant is van mening dat er in het voortraject geen communicatie heeft plaatsgevonden. Als goede buur stel je de buren als eerste op de hoogte. Zo’n overleg is duidelijker dan alles via een publicatie te vernemen. Standpunt gemeente In bijlage 13 van de toelichting van het bestemmingsplan is het communicatieplan opgenomen. Hieruit blijkt dat er een uitgebreide omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden (informatieavond, publicatie in weekblaadjes, projectwebsite), waarbij ook de buren en de naaste omgeving op de hoogte zijn gesteld van dit initiatief. Tevens heeft er op 29 maart 2021 een persoonlijk gesprek met reclamant plaatsgevonden, waarbij de onduidelijkheden met betrekking tot het initiatief zijn besproken. Gelet op het voorgaande wordt vastgesteld dat er voldoende communicatie heeft plaatsgevonden over het initiatief. Hoe de communicatie met de naastgelegen percelen heeft plaatsgevonden ten tijde van de uitvraag van de gemeente om initiatieven aan te dragen, doet hierbij verder niet ter zake. Van belang is de communicatie rondom de aanvraag van initiatiefnemer om het bestemmingsplan 'Buitengebied' te herzien ten behoeve van de realisatie van het zonnepark.

Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 4 Samenvatting zienswijze 1. Reclamant stelt dat een energiepark (zonnepanelen) niet rendabel is. Alleen met een windmolen erbij kan het park rendabel worden. Dit omdat in de maanden oktober tot en met februari sprake is van te weinig zonlicht. Standpunt gemeente Een zonnepark is zeker rendabel. Mocht dit niet zo zijn dan zou hier niet in geïnvesteerd worden. De geplande windturbines zijn bedoeld om de klimaatdoelstellingen te kunnen halen. De ambitie is immers om in 2030 70% van de elektriciteit duurzaam op te wekken. Om deze reden wordt zowel ingezet op zonneparken als op windturbines. 2.

Er heeft volgens reclamant geen inventarisatie plaatsgevonden van al reeds bestaande zonnepanelen binnen de gemeente Echt-Susteren. Standpunt gemeente

8

Er bestaat geen noodzaak om een inventarisatie uit te voeren. Op basis van de database van de klimaatmonitor van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan bepaald worden hoeveel hernieuwbare energie er in de gemeente wordt geproduceerd. 3.

Reclamant stelt verder dat grote bedrijfsloodsen, bijvoorbeeld Action en grote nieuwbouw, niet mee tellen voor de energietransitie van Echt-Susteren. Dit is vreemd. Standpunt gemeente In het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie is bepaald wat meetelt voor de energietransitie. Nederland heeft een opgave van 35 TWh hernieuwbaar zon en wind op land in 2030. Alle installaties die elektriciteit produceren uit wind- en zonne-energie tellen mee. Wel is er bij de zon-PV installaties een ondergrens voor het vermogen van 15 kW. Waarom is er een ondergrens van 15 kW? Naast de opgave van 35 TWh hernieuwbaar zon en wind op land in 2030, is als basis voor het Klimaatakkoord uitgegaan van een autonome groei van 7 TWh kleinschalige zon-op-dak (zon op woonhuizen). Deze autonome groei is reeds meegenomen in de nationale CO2-reductiedoelstelling van minimaal 49%. Het voorgaande betekent kortom dat als bij de grote bedrijfsloodsen sprake is van zon-PV installaties met een vermogen van meer dan 15 kW deze meegeteld worden voor de landelijke opgave van 35 TWh hernieuwbaar zon en wind op land in 2030.

4.

Er vindt een waardevermindering plaats van de ingesloten/aangrenzende percelen. De agrarische activiteiten mogen niet leiden van 25 jaar zonnepanelen (wild, insecten, stof, beregeningswater). De percelen moeten financieel gecompenseerd worden als er sprake is van een waardevermindering van het agrarisch grondgebruik. Met andere woorden de opbrengst van de percelen mag niet lager worden als gevolg van het aanwezige zonnepark. De eigenaren van deze percelen moeten mee kunnen doen in de lusten en niet alleen in de lasten. Standpunt gemeente Planschade Mocht er sprake zijn van een waardedaling van de betreffende onroerende zaak of inkomensschade als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in een tegemoetkoming in de vermindering van de waarde van een onroerende zaak of inkomensschade bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een waardedaling/inkomensschade dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen.

Aansprakelijkheid verminderde productie panelen door beregening/stof Reclamant doelt op het beregeningswater en het stof dat mogelijk op de zonnepanelen terecht kan komen, waardoor de productie van de panelen afneemt. Hij wil hier niet aansprakelijk voor gesteld worden. Mocht hier sprake van zijn dan is dit voor risico van eigenaar, gebruiker en/of exploitant van het perceel/zonnepark. Reclamant zal hier door initiatiefnemer niet voor aansprakelijk gesteld worden. Uiteraard moet er wel geen sprake zijn van het opzettelijk over de perceelgrenzen heen sproeien. Met reclamant heeft verder op 29 maart 2021 een persoonlijk gesprek plaatsgevonden waar dit punt ook is besproken. Initiatiefnemer heeft tijdens dit overleg aangegeven een privaatrechtelijke overeenkomst met reclamant te willen aangaan om hem van deze aansprakelijkheid te vrijwaren. Reclamant heeft dit aanbod geaccepteerd.

9

Verminderde opbrengst landbouwperceel door insecten Het gebied waarbinnen de ontwikkeling van het zonnepark plaatsvindt ligt dichtbij natuurterreinen en bossen die door middel van (zand)wegen, bermen en lanen in verbinding staan met de landbouwpercelen. Er is dus in de huidige situatie reeds een constante druk van allerlei insecten op het landbouwgebied. Plagen ontstaan in de regel in situaties waarin het ecologisch evenwicht is verstoord. De inrichting van dit zonnepark richt zich op de versterking van de biodiversiteit en natuurlijk evenwicht. Zie hiertoe hoofdstuk 6 van de ‘Natuurtoets Energiepark Groensebosweg te Maria Hoop’ die als bijlage 7 aan de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. Op het zonnepark ontstaat een evenwichtig ecosysteem dat bijdraagt aan een meer diverse en evenwichtige omgeving waar het de soortensamenstelling betreft. Het is niet realistisch te verwachten dat hier schade van wordt ondervonden. Mogelijke wildschade Uit de ecologische quickscan ‘Natuurtoets Energiepark Groensebosweg te Maria Hoop’, die als bijlage 7 van de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat het plangebied voor klein wild onderdeel is van een groter leefgebied ten behoeve van migreren en foerageren.

Doordat het hekwerk voor klein wild passeerbaar is, zal het zonnepark onderdeel blijven van het leefgebied van de das, egel, konijn, haas, steenmarter, vos en algemene muizensoorten (paragraaf 5.7, pagina 19). Voor klein wild verandert het leefgebied dus niet. Klein wild zal dus geen route rondom het zonnepark ontwikkelen. Voor wild zwijn en ree zal het plangebied in de nieuwe situatie niet meer geschikt zijn als onderdeel van het leefgebied. Mocht dit tot gevolg hebben dat deze zoogdieren schade aanbrengen aan bijvoorbeeld de teelt dan kan bij Gedeputeerde Staten van Limburg een aanvraag omtrent faunaschade worden ingediend. 5.

Er bestaat geen duidelijkheid over de invulling van de gebiedscompensatie. Twee tot vijf procent van de opbrengsten wordt gebruikt voor gebiedscompensatie. Als de zonneparken op agrarische gronden worden gerealiseerd dan moet dit geld ook gebruikt worden ten behoeve van de landbouw en niet voor maatschappelijke projecten. Standpunt gemeente Ten behoeve van de omgeving wordt een omgevingsfonds opgezet. Jaarlijks wordt € 0,40 per jaarlijks geproduceerde MWh door de zonneweide afgedragen aan dit omgevingsfonds. Het exacte bedrag wordt jaarlijks na afloop van het boekjaar bepaald aan de hand van de formeel gerealiseerde productiecijfers. In de anterieure overeenkomst met de gemeente zijn hier specifieke afspraken over worden gemaakt. De bestemming van de gelden van dit fonds mag alleen de lokale gemeenschap dienen en de gelden worden uitsluitend gebruikt voor maatschappelijk/publieke doeleinden. Dit fonds wordt beheerd door de gemeente. Het gebruik van het fonds wordt verder nader uitgewerkt in een wijziging op de ‘Structuurvisie Echt – Susteren, 2012 – 2025’. Deze wijziging wordt in september 2021 ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

6.

Een bestemmingswijziging voor 25 jaar is een wassen neus. Wanneer de bestemming voor de zonnepanelen geldend is dan geldt dit ook voor eventuele andere ideeën of plannen in de breedste zin van het woord. Kunnen teelt ondersteunende voorzieningen bijvoorbeeld ook gerealiseerd worden met een ontheffing voor 25 jaar? Standpunt gemeente Voor het zonnepark is een looptijd aangehouden van 25 jaar. In het bestemmingsplan is een permanente bestemming voor het park opgenomen. In het bestemmingsplan is verder een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het zonnepark te kunnen verwijderen wanneer het niet meer in gebruik is of niet wordt gerealiseerd. Kortom, er is geen sprake van een bestemmingswijziging voor 25 jaar. De vraag of bijvoorbeeld teelt onder steunende voorzieningen ook gerealiseerd kunnen worden voor de duur van 25 jaar kan alleen beoordeeld worden aan de hand van een ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning.

10

7.

Het is vreemd dat individuele projecten niet gecommuniceerd zijn met de naast gelegen eigenaren voor de ontwikkeling c.q. toewijzing. Standpunt gemeente Initiatiefnemer heeft een aanvraag ingediend voor de realisatie van een zonnepark. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Binnen dit kader weegt de raad af of dit project op zichzelf aanvaardbaar is. Hierbij wordt onder andere afgewogen of het project past binnen de drie beleidspijlers van de gemeente (landschappelijke kwaliteit, (financiële participatie) en draagvlak). Wat betreft de beleidspijler draagvlak heeft initiatiefnemer een communicatieplan opgesteld en uitgevoerd. Zie hiertoe bijlage 13 van de toelichting van het bestemmingsplan. Gelet hierop wordt vastgesteld dat het initiatief in voldoende mate is gecommuniceerd. Hoe de communicatie met de naastgelegen percelen heeft plaatsgevonden ten tijde van de uitvraag van de gemeente om initiatieven aan te dragen, doet hierbij verder niet ter zake. Van belang is de communicatie rondom het aangevraagde initiatief.

Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 5 Samenvatting zienswijze 1. Reclamant stelt dat het gebied Groensebos veel ijzerhoudend grondwater bevat. In de gehele communicatie en documentatie van het zonnepark is dit buiten beschouwing gelaten. Bij beregening van het agrarische perceel zal o.a. door de wind waternevel op de zonnepanelen terecht komen. Deze nevel laat een filmlaag achter die niet zonder meer van de panelen is te verwijderen. Ook door de (grond)bewerkingen kan stofvorming/neerslag ontstaan en overlast veroorzaken. Aangrenzende grondeigenaren kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor schade/minder opbrengst van de zonnepanelen. Is hier over nagedacht bij de toekenning in dit gebied? Standpunt gemeente Mocht hier sprake van zijn dan is dit voor risico van eigenaar, gebruiker en/of exploitant van het perceel/zonnepark. Reclamant zal hier door initiatiefnemer niet voor aansprakelijk gesteld worden. Uiteraard moet er wel geen sprake zijn van het opzettelijk over de perceelgrenzen heen sproeien. Met reclamant heeft verder op 29 maart 2021 een persoonlijk gesprek plaatsgevonden waar dit punt ook is besproken.

Initiatiefnemer heeft tijdens dit overleg aangegeven een privaatrechtelijke overeenkomst met reclamant te willen aangaan om hem van deze aansprakelijkheid te vrijwaren. Reclamant heeft dit aanbod (nog) niet geaccepteerd. 2.

Vervolgens stelt reclamant de vraag of het niet mogelijk was om het zonnepark anders in te richten. Eén aaneengesloten blok i.p.v. losse percelen? Er hadden bijvoorbeeld gronden geruild kunnen worden wanneer in het begin stadium van de ontwikkeling de aangrenzende grondeigenaren waren geïnformeerd. Standpunt gemeente De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie4 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.

4

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.

11

Reclamant geeft aan dat er eventueel gronden geruild hadden kunnen worden. Op voorhand is echter niet duidelijk of er een overeenstemming bereikt kan worden wat betreft de grondruil. Er moet verder niet alleen overeenstemming bereikt worden met reclamant, maar ook met de overige omliggende grondeigenaren om het bedoelde blok te kunnen verwezenlijken. Gelet hierop is niet op voorhand duidelijk dat door verwezenlijking van het alternatief een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Daarmee bestaat er ook geen aanleiding om medewerking te onthouden aan de aanvraag. 3.

Reclamant vervolgt met de vraag hoe pijler 3 van de beoordelingsmatrix beoordeeld is inzake zonnepark Groensebos. In het voortraject is geen enkele communicatie geweest met de aangrenzende grondeigenaren. Deze werden pas op de hoogte gesteld van de plannen via het eerste Webinar op 20 januari 2021. De vragen die tijdens dit Webinar zijn gesteld, werden in het tweede Webinar afgedaan als dat eigenaren angstig waren en de vragen werden ter zijde geschoven. Na de Webinars is met een aantal grondeigenaren een aparte bijeenkomst georganiseerd door NaGa solar met een initiatiefnemer. Uit deze bijeenkomst zijn geen concrete antwoorden op de vragen gekomen. Hiermee is er geen helderheid verschaft over de problematiek. Standpunt gemeente Initiatiefnemer heeft een aanvraag ingediend voor de realisatie van een zonnepark. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Binnen dit kader weegt de raad af of dit project op zichzelf aanvaardbaar is. Hierbij wordt onder andere afgewogen of het project past binnen de drie beleidspijlers van de gemeente (landschappelijke kwaliteit, (financiële participatie) en draagvlak). Wat betreft de beleidspijler draagvlak heeft initiatiefnemer een communicatieplan opgesteld en uitgevoerd. Zie hiertoe bijlage 13 van de toelichting van het bestemmingsplan. Gelet hierop wordt vastgesteld dat het initiatief in voldoende mate is gecommuniceerd.

Hoe de communicatie met de naastgelegen percelen heeft plaatsgevonden ten tijde van de uitvraag van de gemeente om initiatieven aan te dragen, doet hierbij verder niet ter zake. Van belang is de communicatie rondom het aangevraagde initiatief. Verder wordt verwezen naar het gestelde onder 1 en 5.

4.

Reclamant geeft aan dat door NaGa Solar een overeenkomst is geopperd met een aantal vage voorstellen. Deze overeenkomst is alles behalve helder en dus niet sluitend. Hier kan reclamant niet mee akkoord gaan. Standpunt gemeente Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

5.

Reclamant constateert dat in de huidige vorm grote hagen rondom het zonnepark worden geplant. De Groensebos is een akker-/tuinbouwgebied. Uitbreiding van de insectenpopulatie is niet gewenst. Met de huidige wetgevingen in gewasbeschermingen en de daarbij behorende beperkingen in het aantal beschikbare chemische middelen zijn hagen en de daarbij behorende insectenpopulaties niet gewenst. Het zelfde geldt voor onkruidbestrijding. Hoe kunnen verdere garanties gegeven worden dat schadelijke beplanting op het zonnepark wordt bestreden? Een planschadeclaim is niet uit te sluiten. Planschade Mocht er sprake zijn van een waardedaling van de betreffende onroerende zaak of inkomensschade als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in een tegemoetkoming in de vermindering van de waarde van een onroerende zaak of inkomensschade bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van

12

een waardedaling/inkomensschade dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen. Insecten Het gebied waarbinnen de ontwikkeling van het zonnepark plaatsvindt, ligt dichtbij natuurterreinen en bossen die door middel van (zand)wegen, bermen en lanen in verbinding staan met de landbouwpercelen. Er is dus in de huidige situatie reeds een constante druk van allerlei insecten op het landbouwgebied. Plagen ontstaan in de regel in situaties waarin het ecologisch evenwicht is verstoord. De inrichting van dit zonnepark richt zich op de versterking van de biodiversiteit en natuurlijk evenwicht. Zie hiertoe hoofdstuk 6 van de ‘Natuurtoets Energiepark Groensebosweg te Maria Hoop’ die als bijlage 7 aan de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. Op het zonnepark ontstaat een evenwichtig ecosysteem dat bijdraagt aan een meer diverse en evenwichtige omgeving waar het de soortensamenstelling betreft. Het is niet realistisch te verwachten dat hier schade van wordt ondervonden. Schadelijk onkruid Voor de landschappelijke inpassing worden lokale en inheemse reguliere soorten i.c. grassen, kruiden, planten, struiken, heesters, gebruikt. Daar zitten geen schadelijke soorten bij. Daarnaast vindt regelmatig beheer en onderhoud plaats (zie paragraaf 4.6 landschapsplan), waarbij een en ander kort wordt gehouden.

Doel is versterken van biodiversiteit en niet het verspreiden van schadelijke, gewasbedreigende soorten. 6.

Op de Groensebos is volgens reclamant sprake van klein wild en wilde zwijnen. Door de aanwezige hekken gaan zij een 'route' ontwikkelen om het zonnepark heen. De wildschade aan gewassen op de omringende percelen zal alleen maar toenemen. Standpunt gemeente Uit de ecologische quickscan ‘Natuurtoets Energiepark Groensebosweg te Maria Hoop’, die als bijlage 7 aan de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat het plangebied voor klein wild onderdeel is van een groter leefgebied ten behoeve van migreren en foerageren. Doordat het hekwerk voor klein wild passeerbaar is, zal het zonnepark onderdeel blijven van het leefgebied van de das, egel, konijn, haas, steenmarter, vos en algemene muizensoorten (paragraaf 5.7, pagina 19). Voor klein wild verandert het leefgebied dus niet. Klein wild zal dus geen route rondom het zonnepark ontwikkelen. Voor wild zwijn en ree zal het plangebied in de nieuwe situatie niet meer geschikt zijn als onderdeel van het leefgebied. Mocht dit tot gevolg hebben dat deze zoogdieren schade aanbrengen aan bijvoorbeeld de teelt dan kan bij Gedeputeerde Staten van Limburg een aanvraag omtrent faunaschade worden ingediend.

7.

Indiener heeft het volgende voorstel. Op dit moment vindt er een ruilverkaveling plaats genaamd de 'Schil van Montfort'. In deze fase ligt al een mogelijkheid tot kavelruil om het perceel van reclamant te verplaatsen met één van de initiatiefnemers. Mocht de kavelruil doorgang vinden dan zal reclamant de zienswijze laten vallen. Standpunt gemeente Dit betreft onderhandelingen tussen één van de initiatiefnemers en reclamant en wordt voor kennisgeving aangenomen.

Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 6 (13x ingediend)

13

1.

Reclamant stelt dat de gemeente rekening moet houden met de nieuwe Omgevingswet zeker bij ingewikkelde ruimtelijke vraagstukken waarbij een ruimtelijke en maatschappelijke motivatie voorwaardelijk is voor uitgebreide ruimtelijke procedures zoals nodig voor zonneparken in een landschappelijk buitengebied. Standpunt gemeente De Omgevingswet is geen geldend wettelijk kader. Deze wet treedt naar verwachting pas in juli 2022 in werking. Het onderhavige bestemmingsplan moet daarom voldoen aan het nu geldende wettelijke kader zijnde de Wet ruimtelijke ordening.

2.

De Nederlandse regering heeft het Klimaatakkoord van Parijs getekend en ter invulling daarvan een Klimaatplan 2021-2030 opgesteld, met volgens reclamant, bindende spelregels. Door reclamant wordt aangenomen dat landelijke beleidskaders invloed moeten hebben op gemeentelijke beslissingen. In paragraaf 2.2.5 is het nationaal beleid voor landbouw en landgebruik geformuleerd. De rijksoverheid hecht groot belang aan het goed gebruik van landbouwgrond. Ze geeft aan dat in 2030 alle Nederlandse landbouwbodems duurzaam beheerd worden, waarbij ook CO2 opslag wordt bevorderd. Het klimaatplan geeft tevens aan hoe de ruimtelijke inpassing van een duurzaam energiesysteem wordt ingevuld. De Nederlandse overheid geeft niet alleen het belang van duurzame energie, maar ook van landbouw voor Nederland aan. Hier moet zorgvuldig mee omgegaan worden. De rijksoverheid stimuleert samen met de LTO een transitie naar kringlooplandbouw en alternatieve landbouw. Voor al deze ontwikkelingen zijn landbouwgronden nodig, welke schaars zijn in Nederland. Standpunt gemeente Om een goede afweging te kunnen maken voor het inzetten van landbouwgronden voor zonneparken is in het Klimaatakkoord de zonneladder opgenomen. Deze zonneladder is tevens verwerkt in de Omgevingsvisie van de provincie Limburg. In de zonneladder is een voorkeursvolgorde opgenomen voor locaties voor het plaatsen van zonnepanelen.

De inzet van de landbouwgronden voor zonneparken wordt zowel in de rijks- als in de provinciale zonneladder niet uitgesloten. Wel moet er een zorgvuldige afweging gemaakt worden. Deze afweging is ook in het voorliggende bestemmingsplan gemaakt. Zie bijlage 11 van de bestemmingsplantoelichting waar de Limburgse Zonneladder is onderbouwd. Binnen dit kader wordt tevens verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1). In deze memo is onderbouwd waarom met alleen zon op dak de gemeente haar klimaatdoelen niet gaat halen.

3.

Reclamant vervolgt door te stellen dat de natuur- en milieufederaties een zonneladder hebben opgesteld. Deze bestaat uit 4 treden. Er wordt door de gemeente ingezet op treden 3 (combineren met gevoelige functies) en 4 (grootschalige enkelvoudig). Waarschijnlijk heeft de gemeente geen beleid dat rekening houdt met de zonneladder. Standpunt gemeente In het gemeentelijke beleid is de zonneladder inderdaad niet opgenomen. Echter, initiatieven moeten naast het rijks- en gemeentelijke beleid ook getoetst worden aan het provinciale beleid. Zoals onder punt 2 reeds aangegeven is in de (ontwerp)Omgevingsvisie Limburg de Limburgse Zonneladder opgenomen. In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de provincie Limburg de gemeente geadviseerd om deze zonneladder nader te onderbouwen. Zie bijlage 11 van de bestemmingsplantoelichting waar de Limburgse Zonneladder is onderbouwd. Binnen dit kader wordt tevens verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt Susteren' (bijlage 1). Uit deze memo volgt dat met alleen zon op dak de gemeente haar klimaatdoelen niet gaat halen.

4.

De gemeente heeft volgens reclamant geen beleid vastgesteld voor zonneparken en lift nu mee met een aantal initiatieven van derden. De gemeente houdt hierbij geen enkele rekening met de zonneladder. Er is geen beleid en daardoor is de ruimtelijke motivatie beperkt tot ad hoc en enkel geldend voor de voorliggende plannen.

14

Standpunt gemeente De stelling dat de gemeente geen beleid heeft vastgesteld, is niet juist. De raad heeft in de vergadering van 26 september 2019 het ‘Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren’ vastgesteld. Dit beleid omvat drie beleidspijlers ‘landschappelijke kwaliteit’, ‘draagvlak’ en ‘(financiële) participatie’. De initiatieven die zijn ingediend, zijn aan de hand van deze drie beleidspijlers getoetst. Verder is, zoals onder punt 2 en 3 reeds aangegeven, ook rekening gehouden met de zonneladder. 5.

De gemeente maakt zich sterk met het Cittaslow keurmerk en wil dit uitdragen. Een zonnepark van deze omvang en inbreuk op het buitengebied past hier niet in volgens reclamant. Duurzame landbouw (kringlooplandbouw) die voor voedsel in de regio zorgt, past hier uitdrukkelijk in. Zowel de landelijke als de gemeentelijke overheid dient invulling te geven aan het Klimaatakkoord van Parijs. Gemeentes dienen zich aan het klimaatplan van de rijksoverheid te houden. Naast afspraken over het opwekken van duurzame energie staan hierin ook afspraken over landbouw en natuurontwikkeling, biodiversiteit en nieuwe vormen van landbouw. Standpunt gemeente Initiatiefnemer heeft een aanvraag ingediend voor de realisatie van een zonnepark. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Binnen dit kader weegt de raad af of dit project op zichzelf aanvaardbaar is. Hierbij wordt ook getoetst of het project past binnen het rijksbeleid. Deze toetsing aan het rijksbeleid is opgenomen in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan. Hier uit blijkt dat het project binnen het beleid past.

6.

Reclamant heeft moeite met de aanleg van hectares zonnepanelen, omdat: a. Het uitgangspunt hoort te zijn dat we de aarde niet hebben geërfd van onze voorouders, maar te leen hebben van onze kinderen. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid voor de gemeente om te beslissen hoe voor de komende 30 jaar om te gaan met de grond waar we nu over praten. b. Voor 30 jaar wordt landbouwgrond onttrokken aan het gebruik, zelfs aan toekomstig ander agrarisch gebruik zoals agroforestry en voedselbossen. Er is te verwachten dat deze vormen de komende paar jaren sterk opkomen. De gemeente geeft echter voor 30 jaar 22 hectare goede grond weg aan een zonnepark. Dat getuigt niet van een lange termijn visie. c. Het geld dat verdiend wordt met de aanleg van het zonnepark verdwijnt uit de gemeente. Dit gaat namelijk naar de grondeigenaar en investeerders. d. Door het aanleggen van zonneparken wordt het buitengebied verschraald, waardoor voor 30 jaar ontwikkelingen die voor inkomsten kunnen zorgen worden tegen gehouden. Denk aan recreatie, nieuwe vormen van landbouw, natuurontwikkeling en eventueel woningbouw. e. De aanleg van de zonneparken is in strijd met de Cittaslow erkenning en gedachte. f. De aanleg van de zonneparken belemmert de opslag van CO2 in de bodem (door vastleggen koolstof). g.

De aanleg van de 5 zonneparken in landelijk gebied is in strijd met het klimaatplan 2021-2030 van de rijksoverheid. Standpunt gemeente Ad a. Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad b. Allereerst worden de landbouwgronden voor 25 jaar ingezet voor het gebruik als zonnepark en niet voor 30 jaar. De totale omvang van het onderhavige zonnepark ontwikkeling bedraagt verder circa 10,5 ha en geen 22 ha. Daarnaast worden de gronden niet geheel onttrokken aan de landbouw. Uit het landschapsplan blijkt dat de gronden tevens voor extensieve landbouwdoeleinden worden gebruikt. Dit is ook passend binnen het gemeentelijke beleidskader. Uit de beleidspijler ‘landschappelijke kwaliteit’ volgt immers dat er sprake moet zijn van multifunctioneel gebruik van de gronden. Ad c.

15

Deze stelling is te kort door de bocht. Uit de beleidspijler ‘(financiële) participatie’ volgt dat er sprake moet zijn van een profijtplan dat er voor moet zorgen dat ook de lokale gemeenschap kan profiteren van het zonnepark. Hier beneden wordt kort ingegaan op de afspraken die gemeente hierover heeft gemaakt met initiatiefnemer. Voor het gehele profijtplan wordt verwezen naar bijlage 12 van de bestemmingsplantoelichting. Lokaal eigendom Initiatiefnemer heeft een anterieure overeenkomst met de gemeente gesloten. Bepaald is dat de lokale gemeenschap minstens voor 50% eigenaar moet zijn en blijven van het zonnepark. Met de lokale gemeenschap wordt bedoeld inwoners/bedrijven van de gemeenten Echt-Susteren, Roerdalen en Maasgouw. Als het realiseren van 50% lokaal eigendom onmogelijk blijkt te zijn dan moet de exploitant met de Echt-Susteren Energie Coöperatie 'Echt Duurzaam' U.A. in overleg treden met de gemeente hoe verder te gaan. Bijdrage omgevingsfonds Ook de inwoners die niet kunnen of niet willen investeren, moeten kunnen profiteren van het zonnepark. Dit doet de exploitant door, gedurende de looptijd van het zonnepark, een jaarlijkse bijdrage te storten in een omgevingsfonds van de gemeente. Deze bijdrage is geregeld in de met initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst en bedraagt € 0,40,-- per jaarlijks geproduceerde MWh.

De gelden worden ingezet voor de lokale gemeenschap die in de nabijheid van het zonnepark wonen. De gelden zijn bedoeld voor ruimtelijke ontwikkelingen met een maatschappelijk/publiek doel. Ad d. Verwezen wordt naar ad c. waaruit blijkt dat uit het zonnepark inkomsten worden genereerd. Verder is onder ad b al aangegeven dat er sprake dient te zijn van multifunctioneel grondgebruik. Naast het gebruik van de gronden voor extensieve landbouw volgt uit het landschapsplan dat de gronden tevens worden ingezet voor recreatief gebruik en natuurontwikkeling. Het zonnepark ligt nabij recreatieve wandel- en fietsroutes. Qua recreatie is het zonnepark een meerwaarde, omdat ter plaatse een recreatieve en educatieve verblijfplaats wordt gecreëerd met picknickplaatsen en informatieborden. Gelet hierop wordt dus niet ingezien waarom er sprake zou zijn van een verschraling van het buitengebied. Ad e. De gemeente wil in 2040 energieneutraal zijn. Om deze duurzaamheidsdoelstelling te kunnen halen zijn zonneparken op landbouwgrond noodzakelijk. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken, is door de raad het beleidskader ‘Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren’ vastgesteld. Door een deskundig panel is vervolgens beoordeeld of de aanvraag voldoet aan de drie beleidspijlers van dit beleidskader zijnde: ‘landschappelijke kwaliteit’, ‘draagvlak’ en ‘(financiële) participatie’.

Geoordeeld is dat het initiatief passend is binnen deze drie beleidspijlers. Met het oog op een energieneutraal Echt-Susteren in 2040 en de wijze waarop het beoordelingsproces is opgepakt (aandacht voor de verschillende belangen), maakt dat het initiatief volledig binnen het Cittaslow principe past. Ad f. Uit de toelichting van het Klimaatakkoord blijkt dat CO2-opslag plaatsvindt in bomen, bodem en gras. Daarnaast leidt een minimale grondbewerking en gebruik van lichtere machines tot reductie van CO2-uitstoot. Uit het landschapsplan (bijlage 1 van de planregels) blijkt dat de gronden met een kruidenrijk grasland ingezaaid zullen worden. Gras slaat CO2 op. Dit grasland wordt verder of extensief begraasd door schapen of 2 keer per jaar gemaaid. Daarmee vindt er dus geen grondbewerking meer plaats en worden de gronden minder bereden door zware landbouwmachines. Tevens wordt het gehele zonnepark met groen ingepast. Ook dit groen slaat CO2 op. Gelet op het voorgaande sluit het agrarische medegebruik en de landschappelijke inpassing van de gronden dus aan bij de landbouwdoelstellingen van het Klimaatakkoord, zijnde CO2 opslag en CO2 reductie.

16

Ad g. Zie de beantwoording onder punt 2. 7.

Volgens reclamant heeft de wethouder tijdens een voorlichtingsbijeenkomst aangegeven dat er niet voldoende dakoppervlak beschikbaar is om aan de eisen van de rijksoverheid te voldoen. Daarom zijn er 5 zonneparken noodzakelijk. Indiener heeft daarom zelf naar relevante informatie gezocht. De conclusie van indiener is dat er 62,8 ha potentieel dakoppervlak op de bestaande daken in de gemeente aanwezig is. Dit levert een besparing van 170 ha aan landbouwgebied op ofwel 8 keer de grootte van het zonnepark Putbroekerbosweg. Het plan zonnepark Putbroekerbosweg hoeft dus niet uitgevoerd te worden als slechts 15% van al deze daken worden vol gelegd. Met het vol leggen van ca. 25 % van het dakoppervlak hoeven de andere parken ook niet aangelegd te worden. Er is dus geen enkele reden om op dit moment zonneparken in landbouwgebied aan te leggen. Standpunt gemeente Alternatief versus aanvraag De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag.

Immers, uit de jurisprudentie5 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Reclamant stelt dat de zonneparken niet gerealiseerd hoeven te worden als 25% van de dakoppervlakte, zoals door reclamant berekend, vol gelegd wordt met zonnepanelen. Initiatiefnemer is echter geen eigenaar van de daken. Hierdoor is op voorhand al duidelijk dat met het alternatief geen gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het door reclamant aangedragen alternatief is dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. Berekening dakoppervlakte Reclamant heeft een berekening gemaakt van het aanwezige dakoppervlak in de gemeente. Op basis van deze berekening heeft hij de conclusie getrokken dat er voldoende dakoppervlakte in de gemeente aanwezig is en dat daarom de zonneparken niet noodzakelijk zijn. In de bijgevoegde bijlage 2 is onderbouwd waarom deze berekening een vertekend beeld geeft en dus in twijfel wordt getrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=c6824938-4c15-41b3-b5d4-dc934fa9fdbe