Mouwweg 1 Nieuwstadt Toelichting
Tekst van het document
Echter omdat sprake is van een waterdoorlatende halfverharding kan deze verharding voor de helft worden meegerekend. Het verhard oppervlak komt hiermee op 625 m2. Het hemelwater zal direct op eigen terrein worden geïnfiltreerd. Hiervoor wordt een norm gehanteerd van 100 mm per m2 in 24 uur. Uitgaande van een verhard oppervlak van ca. 625 m2, dient de capaciteit van de bergingsvoorziening minimaal (625 x 0,1 =) 62,5 m3 te bedragen. Het hemelwater zal vanaf de bebouwing en verharding afstromen, via maaiveld, naar het achterste deel van het plangebied waar het dan direct in de bodem kan infilteren. Het oppervlak van ongeveer 4.650 m2 meter is voldoende groot om te kunnen voorzien in de opvang van het hemelwater. Dit betekent dat er op het achterste deel een laagje water komt te staan van ongeveer 1,5 cm uitgaande van de norm van 100 mm. Door de bestaande wal op het perceelsgrens wordt voorkomen dat het hemelwater afstroomt in de vloedsgraaf. De infiltratie van hemelwater leidt niet tot problemen met de functie als paddock. Het is juist goed dat deze af en toe van voldoende water worden voorzien ten behoeve van het bevorderen van de groei van het gras ter plaatse van de paddock, zodat de paarden op een prettige en goede ondergrond staan. Daarnaast wordt de paddock niet voorzien van drainage. Dit is aan de orde bij een paardenbak en hiervan is hier geen sprake.
Deze is reeds aanwezig in het bestaande agrarische bouwvlak. Tijdens (extreme) regenval zullen de paarden niet gestald worden in de paddock, maar binnen staan. De paarden zullen dan weer pas buiten gestald worden op het moment dat de situatie dit toestaat. Hierdoor is er geen sprake van strijdigheid tussen het gebruik als paddock en het infiltreren van het hemelwater. 4.9.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect water geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
36
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van een paardenhouderij wordt gemeten aan de hand van het aantal paardenboxen die op een dergelijk bedrijf aanwezig zijn. Aangezien met het planvoornemen geen nieuwe dierenverblijven worden gerealiseerd (en zelfs worden uitgesloten) wijzigt er niets ten aanzien van de huidige verkeersgeneratie. Het verkeer als gevolg van de paardenhouderij zal opgaan in het algemene verkeer. De huidige ontsluiting van de paardenhouderij op de Haverter- en Susterderweg via de Mouwweg is voldoende om deze verkeersgeneratie af te wikkelen. 4.10.2 Parkeren Op grond van het parkeerbeleid van de gemeente Echt-Susteren dienen in, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Deze eis is ook op genomen in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Aan de gestelde eis van voldoende parkeergelegenheid wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen opgenomen in de Parkeerkencijfers worden nageleefd (Bijlage 6 bij de regels). Het planvoornemen betreft het toevoegen van een opslagloods, berging en prieel aan de bestaande paardenhouderij. De parkeerbehoefte van een paardenhouderij wordt op grond van de gemeentelijke Parkeerkencijfers afgemeten aan het aantal paardenboxen.
Aangezien met het planvoornemen geen nieuwe dierenverblijven worden gerealiseerd (en zelfs worden uitgesloten) wijzigt er niets ten aanzien van de huidige parkeerbehoefte. De bestaande parkeervoorzieningen voldoen aan de vraag. Het aspect parkeren vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
4.11
M.E.R. beoordeling
Het in het plangebied voorgenomen planvoornemen ziet op het herbouwen van opstallen in de vorm van een opslagloods (15 x 30 meter), een berging (5 x 5 meter) en prieel. Daarnaast zal het perceel weer grotendeels opnieuw worden beplant met bomen volgens een nader op te stellen landschappelijke inpassingsplan, met bijbehorend beplantingsplan, zodat de gehele paardenhouderij (opnieuw) landschappelijk wordt ingepast. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.rbeoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is opgenomen. Met ingang van 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van dit Besluit, moet getoetst worden of sprake is van nadelige milieugevolgen en moet wanneer hier sprake van is een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden. Gevolgen planvoornemen Het in het plangebied voorgenomen planvoornemen en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen niet als activiteit voor in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. Met betrekking tot het planvoornemen is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r.
het navolgende opgenomen: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De hier voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. In het voorliggende geval is er sprake van het herbouwen van opstallen in de vorm van een opslagloods (15 x 30 meter), een berging (5 x 5 meter) en prieel. Daarnaast zal het perceel weer grotendeels opnieuw worden beplant met bomen volgens een nader op te stellen landschappelijke inpassingsplan, met bijbehorend beplantingsplan, zodat de gehele paardenhouderij (opnieuw) landschappelijk wordt ingepast. Gezien de
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
37
omvang van het project, mede afgezet tegen de oppervlakten en aantallen die worden genoemd in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., is sprake van een kleinschalig project. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in nabijheid van een kwetsbaar gebied. Geconcludeerd kan worden dat het in het plangebied voorgenomen planvoornemen een relatief beperkte omvang heeft . Daarnaast zijn er geen belemmerende milieuaspecten voorzien, welke een negatieve invloed hebben op de beoogde ontwikkeling of omliggende omgeving, zoals ook blijkt uit paragraaf 4.2 t/m 4.10. Gezien de aard, omvang, milieugevolgen en ligging kan gesteld worden dat de onderhavige ontwikkeling niet aangemerkt hoeft te worden als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Voor dit bestemmingsplan behoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
38
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 5 5.1
Planopzet
Inleiding
In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht.
5.2
Uitgangspunten
5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wettelijke regeling voor bestemmingsplannen is vervolgens verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Het bestemmingsplan dient te voldoen aan de als bijlage bij de voornoemde Regeling opgenomen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Dit betekent dat bestemmingsplannen kwalitatief gelijkwaardig zijn en uniform in aanpak, uitvoering, uitwisseling van gegevens en raadpleging daarvan. 5.2.2
Planonderdelen
Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden opgenomen en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/GBKN ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de gebruiks- en bouwmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP2012 voorgeschreven systematiek en gebaseerd op de regels uit de vigerende bestemmingsplannen ('Buitengebied' en 'Facetbestemmingsplan Deregulering').
De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels. Deze regels worden hieronder nader toegelicht
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
39
5.3
Toelichting op de planregels
5.3.1 Inleidende regels In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om onduidelijkheid door interpretatieverschillen te voorkomen. Er zijn alleen begripsbepalingen opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Een gedeelte van de begrippen is omschreven in het SVBP en dient letterlijk daaruit te worden overgenomen. Deze begrippen en de voorgeschreven omschrijvingen zijn overgenomen. Ook over de bepaling van afstanden, hoogtes en oppervlaktes kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de wijze van meten worden in de SVBP2012 regels gegeven, welke in het plan letterlijk zijn overgenomen. 5.3.2 Bestemmingsregels Per bestemming, die op de verbeelding wordt gebruikt, worden gebruiks- en bouwregels opgenomen.
De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid; Niet alle onderdelen komen bij elke bestemming voor. Van de meest gebruikte onderdelen volgt hieronder een korte toelichting. Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie(s) worden als eerste genoemd. Indien van toepassing worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies genoemd. De ondergeschiktheid kan worden aangegeven door de woorden 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie binnen de betreffende bestemming. Bouwregels In de bouwregels is bepaald welke bouwwerken mogen worden opgericht, waarbij in ieder geval een onderscheid wordt gemaakt tussen de regeling van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en daar waar van toepassing ook tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen.
Voorts bevatten de bouwregels, voor zover van toepassing, minimale en maximale maatvoeringen voor de diverse bouwwerken zoals goothoogtes, bouwhoogtes, oppervlaktes en dakhellingen. Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van afwijkingsbevoegdheden wordt flexibiliteit in bestemmingsregels gecreëerd door mogelijkheden te bieden om in beperkte mate af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Deze
40
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
bevoegdheden zijn niet bedoeld voor afwijkingen van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze veelal kunnen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking is aangegeven waarvan een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels wordt verleend, de maximale afwijking die met de omgevingsvergunning kan worden toegestaan en meestal de situaties of voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels (zijnde algemene regels). Specifieke gebruiksregels Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening vervallen. In dit artikel was het verbod opgenomen om gronden te gebruiken op een manier die in strijd is met het bestemmingsplan. Derhalve moeten in de specifieke gebruiksregels bepaalde functies concreet worden genoemd als zijnde verboden gebruik. Ook het laten gebruiken moet specifiek worden genoemd. Afwijken van de gebruiksregels Door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels kan van de gebruiksregels in het plan worden afgeweken ten behoeve van een concrete vorm van grondgebruik.
Dit mag echter niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel kan worden afgeweken van de gebruiksregels ten behoeve van functies die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies, maar dat via het afwijken geen 'nieuwe' functies kunnen worden toegestaan. Het afwijken van de gebruiksregels dient te zien op kleinere, planologisch minder ingrijpende onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ruimtelijke ingrepen dienen te worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid of een afzonderlijke bestemmingsplanherziening. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden Met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een werk of werkzaamheid worden verbonden. Onder deze inrichtingsactiviteiten valt niet het bouwen en het gebruiken. Een vergunningenstelsel wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals landschappelijke of natuurlijke waarden, ecologische waarden of de groen- en/of waterstructuur. Een vergunningenstelsel kan in specifieke en bijzondere situaties worden opgenomen in verband met bijvoorbeeld het verwijderen van waardevolle boombeplanting. 5.3.3
Algemene regels
5.3.3.1 Anti-dubbeltelbepaling Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.3.3.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene bouwregels. Deze zijn dus niet opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen.
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
41
5.3.3.3 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een bepaling opgenomen waarin het wordt verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 5.3.3.4 Algemene aanduidingsregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens regels met betrekking tot specifieke aanduidingen. 5.3.3.5 Algemene afwijkingsregels Behalve de specifieke afwijkingsregels, opgenomen binnen de bestemmingsregels, kent het plan ook een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden. Deze bevoegdheden hebben als doel om flexibel te kunnen inspelen op afwijkingen en overschrijdingen van beperkte aard of omvang. 5.3.3.6 Algemene wijzigingsregels De specifieke en algemene wijzigingsbevoegdheden hebben als doel het bestemmingsplan van flexibiliteit te voorzien. Via gedeeltelijke planwijziging, zoals bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, kan worden besloten tot wijziging van het plan, zonder dat daarvoor een normale (integrale) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. 5.3.3.7 Algemene procedureregels In deze bepaling wordt aangegeven welke procedure moeten worden doorlopen bij het stellen van nadere eisen. De procedure voor het wijzigen of het afwijken van het bestemmingsplan is al bij wet geregeld.
5.3.3.8 Overige regels In dit artikel is een bepaling opgenomen waarmee alle op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunningen, vrijstellingen of ontheffingen voor een activiteit waarvoor in dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning is vereist, gelijk worden gesteld met zo'n omgevingsvergunning. Verder is in dit artikel een voorrangsregeling opgenomen, die bepaalt dat primair het bepaalde met betrekking tot een dubbelbestemming geldt. Ook is aangegeven welke dubbelbestemming de prioriteit krijgt indien meerdere dubbelbestemmingen over elkaar heen liggen. 5.3.4
Overgangs- en slotregels
5.3.4.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 5.3.4.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.
42
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
5.4
Toelichting op de bestemmingen
Hierna zijn de binnen het plangebied gelegen bestemmingen afzonderlijk opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de desbetreffende bestemming. 5.4.1 Bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden' Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, recreatief medegebruik en op de gronden voorkomende landschappelijke en ecologische waarden. Ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' zijn ook gebruiksgerichte paardenhouderijen toegestaan. Binnen het bouwvlak mogen bij één agrarisch bedrijf behorende bedrijfsgebouwen worden gebouwd, met uitzondering van nieuwe dierenverblijven. De maatvoering van verschillende soorten gebouwen en bouwwerken zijn uitgewerkt in een tabel. In de gebruiksregels is bepaald welk gebruik binnen deze gronden is toegestaan. Dit betreft onder meer nevenactiviteiten in de bedrijfswoningen (bed & breakfast, aan huis verbonden beroepen en bedrijven, internetwinkels). Daarnaast wordt specifiek aangegeven welk gebruiksvormen als strijdig gebruik worden aangemerkt.
Verder is in de gebruiksregels de voorwaardelijke verplichting opgenomen, die voorschrijft dat het gebruik van de gronden alleen is toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na inwerkingtreding van een omgevingsvergunning of realisatie van nieuwe bebouwing is gerealiseerd. 5.4.2 Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geldt voor de gronden waar ingevolge het gemeentelijke erfgoedbeleid een hoge verwachting geldt voor het aantreffen van archeologische waarden. Het is verboden bodemverstorende ingrepen uit te voeren die een gebied beslaan groter dan 500 m2 en dieper dan 0,4 cm beneden maaiveld zonder een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 5.4.3 Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' is opgenomen op de waterloop 'Vloedgraaf' en de daarnaast gelegen gronden. De bijbehorende regels strekken tot het waarborgen van voldoende ruimte voor beheer en onderhoud van de aangrenzende waterloop, alsmede voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van ecologische waarden daarvan.
Het is op grond van deze regels in beginsel niet toegestaan op de gronden met deze dubbelbestemming te bouwen, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de waterloop. Bouwen kan eventueel worden toegestaan op grond van een omgevingsvergunning. Bij behandeling van een aanvraag dient het bevoegd gezag het waterschap te betrekken. De vergunning kan slechts worden verleend, indien door het bouwen geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterhuishoudkundige functie dan wel aan de specifieke ecologische waarden.
5.5
Algemene regels
In het hoofdstuk 'Algemene regels' zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele bestemmingsplan. Dit zijn onder andere de regels die verplicht zijn gesteld in het Besluit ruimtelijke ordening zoals de Anti-dubbeltelregel. Daarnaast zijn er ook enkele Algemene bouwregels en Algemene gebruiksregels opgenomen die aanvullend werken op de bouw- en gebruiksregels binnen afzonderlijke bestemmingen. In het artikel 'Algemene aanduidingsregels' zijn vervolgens de gebiedsaanduidingen opgenomen die gelden voor het plangebied. Dit betreffen de aanduidingen overige zone - provinciale ontwikkelingszone groen, overige zone - ecologische hoofdstructuur, milieuzone - roerdalslenk en milieuzone grondwaterbeschermingsgebied.
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
43
Ook zijn de 'Algemene afwijkingsregels' en de 'Algemene wijzigingsregels' opgenomen. Deze beogen flexibiliteit aan te brengen in het bestemmingsplan. Vervolgens is het artikel 'Overige regels' opgenomen. In dit artikel is de onderlinge verhouding tussen enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen vastgelegd en zijn de 'Kwaliteitsregels' opgenomen. Het bestemmingsplan maakt nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied mogelijk. Deze ontwikkelingen dienen gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering. Om deze kwaliteitsverbeteringen te kunnen bereiken, word het instrument ruimtelijke kwaliteit 'landschappelijke inpassing' voor agrarische ontwikkelingen ingezet.
44
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse omgevingsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Het planvoornemen betreft een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. De realisatie van de opslagloods, berging en prieel vinden geheel plaats op het eigen terrein van de bestaande paardenhouderij. Het wettelijk verplicht kostenverhaal is derhalve niet aan de orde. Voor de gemeente zelf zijn er immers geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Tevens is er geen sprake van een (grex) bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 (sub d) Besluit ruimtelijke ordening. Wel zal er een planschadeverhaalsovereenkomst tussen de gemeente Echt-Susteren en de initiatiefnemer worden gesloten voor de afwenteling van eventuele planschade. De eventuele kosten zijn hiermee in voldoende mate anderzins verzekerd. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische en financiële uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De paardenhouderij is solitaire gelegen in het buitengebied. Er zijn geen directe omwonenden. Daarnaast voorziet het planvoornemen in het omzetten van een bedrijfsbestemming (dierenverblijven) in een agrarische bestemming (zonder dierenverblijven: opslagloods, berging en prieel), waarbij de nieuwe bebouwing landschappelijk wordt ingepast. Hierdoor wordt het zicht vanuit de kern Nieuwstadt op deze nieuwe bebouwing, net als in de 'oude' situatie, weggenomen. De ruimtelijke situatie blijft ongewijzigd en wordt door de beoogde landschappelijke inpassing ter plaatse zelfs versterkt. Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de periode van ter inzage legging kunnen omwonenden, bedrijven, dorps- en stadsraden en andere geïnteresseerden of belanghebbenden reageren op het plan. In dezelfde periode is ook overleg gevoerd met andere overheden over het plan. De resultaten van de terinzagelegging kunnen leiden tot aanpassingen, verbeteringen of wijzigingen van het plan.
6.4
Omgevingsdialoog
Op 12 juli 2022 heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Hiervoor waren de directe omwonenden (Beijerstraat 16, 18 en 20) uitgenodigd. Alleen de bewoners van Beijerstraat 20 hebben deelgenoemen. De overige bewoners hebben zich afgemeld. Door de bewoner van Beijerstraat 18 is als nog aangegeven dat hij kan instemmen met het planvoornemen. De bewoner van Beijerstraat 16 heeft aangegeven dat hij akkoord is met het planvoornemen mits alle wettelijke maatregelen in acht worden genomen. Hij zal dit verder met de gemeente overleggen. Meerdere belanghebbenden (Beijerstraat 17, 19 en 21) hebben in het verleden aangegeven het planvoornemen, zoals deze wordt voorgesteld, geen enkel probleem te vinden. Initiatiefnemer heeft op 23 juli 2022 nogmaals deze belanghebbenden bezocht. Zij geven allen nogmaals aan (na bijstelling van de plannen) geen problemen te hebben met de ontwikkeling zoals deze op genoemd Inpassingsplan is ontworpen; zowel wat betreft de beplanting, inrichting van de paddocks als de nieuw te bouwen opslagruimte met berging en prieeltje.
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
45
Op basis van de omgevingsdialoog kan worden geconcludeerd dat er geen zwaarwegen bezwaren zijn tegen het planvoornemen. Het verslag van de omgevingsdialoog is als Bijlage 4 bij deze toelichting bijgevoegd.
Overzichtskaartje met situering plangebied t.o.v. Beijerstraat
46
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten: a.
Ontwerp: 1. ter inzage legging (ontwerp bestemmingsplan) 2. Zienswijzen b. Vaststelling door de Raad c. Beroep: 1. (Gedeeltelijk) onherroepelijk bestemmingsplan 2. Reactieve aanwijzing 3. Beroep bij Raad van State In het kader van deze procedure kunnen gedurende de ter inzageligging van het ontwerp bestemmingsplan (fase b) zienswijzen worden ingesteld. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Uiteindelijk besluit de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, indien nodig, over het plan in zijn onherroepelijke vorm.
7.2
Vooroverleg met instanties
Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op de realisatie van een opslagloods, berging en prieel met landschappelijke inpassing. Hiervoor wordt een bedrijfsbestemming (dierenverblijven) omgezet in een agrarische bestemming met een beperkte uitbreiding van het agrarische bouwvlak van de aangrenzende paardenhouderij. De bouwmogelijkheden nemen hiermee niet per saldo toe. Door de landschappelijke inpassing wordt tevens invulling gegeven aan versterking van de groene verbinding parallel aan de vloedsgraaf. Met het planvoornemen wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de waterschapsbelangen. Het planvoornemen voldoet hiermee aan rijks-, provinciale, waterschaps- en gemeentelijke belangen. Om deze reden is er geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De vooroverlegpartners zijn wel geinformeerd over de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan.
7.3
Ontwerp en vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van [DATUM] gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. [PM Zienswijzen en of deze hebben geleid tot aanpassing] Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van [DATUM] gewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan Mouwweg 1, Nieuwstadt
47