CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM)-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Louerveld'22.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Verkeerstoets Het verkeer van en naar het plangebied maakt gebruikt van de nieuw aan te leggen rotonde tussen de Oude Rijksweg Noord, de (zuidelijke) Handelsweg en de ontsluitingsweg van het plangebied. De nieuwe rotonde wordt aangelegd voor de extra verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Het verkeer van of naar het noorden maakt gebruik van de oude Rijksweg Noord die aansluit op de N276. Het verkeer van of naar het zuiden maakt gebruik van het zuidelijke gedeelte van de Oude Rijksweg Noord om via de Marktstraat en de Oude Rijksweg Zuid de N276 te kunnen bereiken. De verdeling van het verkeer over noord en zuid wordt geschat op 50% / 50%. Het aandeel verkeer van en naar het plangebied dat gebruik zal maken van de Handelsweg is naar verwachting dusdanig beperkt dat deze niet wordt meegenomen in de verkeersverdeling. Op basis van verkeersintensiteiten uit verkeerstellingen (februari 2018) bedraagt de huidige verkeersintensiteit op de Oude Rijksweg Noord ter hoogte van de aansluiting op het plangebied 3.749 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Rekening houdend met een autonome verkeersgroei van 2% per jaar tot planjaar 2034, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit 5.147 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag.

Inclusief de maximale toename als gevolg van de beoogde ontwikkeling (+1.417 mvt/etmaal), bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit in planjaar 2034 op de Oude Rijksweg Noord 6.564 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Op de Handelsweg bedraagt de huidige verkeersintensiteit (verkeerstelling januari 2021) 1.077 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Rekening houdend met een autonome verkeersgroei van 2% per jaar tot planjaar 2034, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit 1.393 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. De verkeerstoename op de Handelsweg als gevolg van het plan is naar verwachting dermate beperkt, dat deze niet tot knelpunten leidt in de verkeersafwikkeling. De Oude Rijksweg Noord is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Voor gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom (50 km/uur) geldt als richtintensiteit dat deze doorgaans tussen de 5.000 en 15.000 motorvoertuigen/etmaal afwikkelen. Boven deze richtintensiteit neemt de kans op leefbaarheids- en verkeersveiligheidsknelpunten toe. De verkeersintensiteit op de Oude Rijksweg Noord blijft in de toekomstige situatie binnen de marge.

47

Voor het te ontwikkelen plangebied wordt een rotonde ingericht, met een aparte rotondetak voor verkeer van en naar het plangebied. Een enkelstrooks rotonde kan doorgaans worden toegepast als de som van de toeleidende stromen kleiner is dan 20.000 à 25.000 etmaalintensiteiten . Het totaal van de toekomstige etmaalintensiteiten (inclusief autonome verkeersgroei en toename als gevolg van het plan) op de toeleidende takken ligt daar ver onder (totaal maximaal 8.000 mvt/etmaal). Daarmee biedt de beoogde kruispuntoplossing ruim voldoende capaciteit om het toekomstige verkeersaanbod (en mogelijk extra verkeer in de toekomst) te kunnen verwerken. Daarnaast werkt een rotonde snelheidsremmend en hebben fietsers binnen de bebouwde kom voorrang op het gemotoriseerde verkeer, waarmee het de verkeersveiligheid ten goede komt. Parkeren Toetsing parkeernormen Voor het bepalen van de parkeerbehoefte voor het te ontwikkelen plangebied zijn landelijke kencijfers van het CROW gebruikt, die de gemeente Echt-Susteren hanteert als parkeernormen. In de CROW-publicatie zijn minimale en maximale kencijfers beschreven. Bij het berekenen van de parkeerbehoefte is de gemiddelde parkeernorm aangehouden. Conform de gebiedsindeling van het CROW is ter hoogte van het plangebied qua stedelijkheidsgraad sprake van 'weinig stedelijk' gebied. Het plangebied ligt verder in de zone 'rest bebouwde kom'.

Aan de hand van deze uitgangspunten, het type woningen en de aantallen woningen, is een parkeerbalans opgesteld en is er getoetst in hoeverre er voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen binnen het plangebied. Binnen het plangebied worden een aantal verschillende type woningen gerealiseerd. Dit zijn sociale koop-/middenhuurwoningen, sociale huurwoningen, rug aan rugwoningen, patiowoningen, levensloopbestendige-/twee-onder-éénkapwoningen, vrije sectorwoningen en vrije bouwkavels. Onderstaande tabel toont het type woning, de rekenfactoren en het bijbehorende aantal parkeerplaatsen.

Zoals op te maken uit bovenstaande tabel, bedraagt de totale parkeerbehoefte voor de ontwikkeling 351,3 parkeerplaatsen. Deze worden binnen de plangrenzen zowel op eigen opritten als op straat (langsparkeren en parkeerkoffers) opgevangen. Conclusies De bereikbaarheid van het plangebied voor de verschillende vervoerswijzen (gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer en openbaar vervoer) is gezien de locatie van het plangebied goed. Binnen de plangrenzen dienen op basis van de huidige uitgangspunten 351 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Dit gaat opgevangen worden door parkeren op de eigen oprit en door parkeren op straat (langsparkeren en parkeerkoffers). De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename op het omliggend wegennet. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden op de belangrijkste ontsluitingsweg, de Oude Rijksweg Noord, geen knelpunten verwacht met betrekking tot de afwikkeling van het verkeer en de verkeersveiligheid. De beoogde rotonde biedt ruim voldoende capaciteit om het toekomstige verkeersaanbod te kunnen verwerken.

4.14 Weging van het waterbelang Algemeen Nederland leeft met water. Dat betekent dat bij bouwen rekening gehouden moet worden met water. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit een instructieregel (artikel 5.37) die is opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Bkl.

48

Op basis van artikel 5.37 vervalt de term 'watertoets'. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' deze term. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Wel geldt dat moet worden voldaan aan de beoordelingsregels uit het Bkl. Daarnaast moet worden voldaan aan de instructieregels in de omgevingsverordening van de provincie Limburg en in het geval van water aan de Waterschapsverordening van het waterschap. In de kamerbrief 'water en bodem sturend' van 25 november 2022 formuleert het Rijk een aantal uitgangspunten om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening. Dat zorgt ervoor dat de inwoners ook in een Nederland met een veranderend klimaat kunnen blijven leven, wonen en werken. Naast de keuze 'waar' te bouwen is er ook invulling gegeven aan de vraag 'hoe' een gebied klimaatbestendig kan worden ingericht of bebouwd. Daartoe hebben de samenwerkende overheden en externe partijen een landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de thema's wateroverlast, droogte, hitte, gevolgbeperking overstromingen, biodiversiteit en bodemdaling bij nieuwbouw. Beleid Het Waterbeheerplan 2022 - 2027 is op 8 december 2021 vastgesteld door Waterschap Limburg.

Het plan heeft een looptijd van 2022 tot en met 2027. Met dit Waterbeheerplan zet Waterschap Limburg de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe men invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In dit plan is vastgelegd hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Brochure 'Regenwater schoon naar beek en bodem' In de brochure 'Regenwater schoon naar beek en bodem' van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Voor het grondoppervlak, dakoppervlak, en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Waterschapsverordening Waterschap Limburg Waterschap Limburg streeft ernaar op bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en binnen het besluitgebied te verwerken.

Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is de Waterschapsverordening Waterschap Limburg van toepassing, zoals deze per 1 januari 2024 in werking is getreden. Het beleid van Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits 'opvangen, bergen en infiltreren' voor. Voor Noord- en Midden-Limburg geldt als norm dat 100 mm/24 uur per m2 aan toename van verhard oppervlak aan hemelwater geborgen dient te worden binnen het plangebied. Gemeentelijk beleid De gemeente Echt-Susteren benoemt in het regenwaterstructuurplan dat er 100 mm water moet worden geborgen over het volledige toekomstig verhard oppervlak. Toetsing Ten behoeve van voorliggend plan is een notitie 'weging van het waterbelang' opgesteld. Onderstaand zijn de voornaamste conclusies opgenomen. Voor de volledige notitie wordt verwezen naar bijlage 13 bij deze motivering. Watergangen Binnen het plangebied liggen geen watergangen of constructies die zijn opgenomen op de legger van Waterschap Limburg. Verhard oppervlak en wateropgave Door de ontwikkeling is er een toename van verhard oppervlak. Gelet op de te verwachten hoeveelheid verhard oppervlak dient er circa (28.200 *0,1=) 2.820 m3 water geborgen te worden binnen het plangebied. Ondergrondse oplossingen zijn in de regel financieel minder aantrekkelijk dan bovengrondse oplossingen.

Bovengrondse maatregelen zijn zelfs robuuster (minder foutgevoelig) en beter te onderhouden. Dit zorgt voor lagere kosten waardoor dit financieel aantrekkelijker is. Bovengrondse maatregelen nemen echter wel meer ruimte in op het maaiveld, maar hier is in het schetsontwerp ruimte voor opgenomen in de vorm van meerdere greppels en wadi's. De bestaande greppel aan de Oude Kromstraat is een bestaande greppel die in de nieuwe situatie ruimer en meer landschappelijk ingepast wordt. De bodemhoogte van de greppels komt op NAP +30,4 m te liggen en de bodemhoogte van de wadi's op NAP +30,2 m. De inhoud van deze voorzieningen is bepaald bij een maaiveld van

49

NAP +31,2 m. In totaal hebben alle greppels gezamenlijk een inhoud van circa 1.069 m³ en alle wadi's een inhoud van circa 2.010 m³. In totaal is dit circa 3.080 m³ waterberging. Dit voldoet aan de bergingseis. Aanvullend wordt opgemerkt dat dient te worden voorzien in de opvang van hemelwater van minimaal 5 m³ per woning voor opvang en hergebruik van hemelwater. In de regels is dit geborgd. Leegloop Er wordt van uitgegaan dat het water in de infiltratievoorzieningen voornamelijk via de wanden infiltreert. In de loop van de tijd gaat de bodem namelijk dicht zitten door bezinksel en afzettingen in de bodem van de voorziening. Uit het infiltratieonderzoek komt naar voren dat de horizontale doorlatendheid van de bodem ter plekke van het projectgebied matig tot zeer goed is. De toplaag van sterk zandige klei (40 cm dik) heeft een doorlatendheid van 0,2 m/d voor infiltratievoorzieningen. Door deze kan de leegloop niet via infiltratie verlopen. De meer zandige kleilaag en de zandlagen hieronder hebben een betere doorlatendheid waardoor de leegloop daar wel mogelijk is. Om er zeker van te zijn dat de leegloop via infiltratie goed zal verlopen wordt er aangeraden om grondverbetering toe te passen tot de dieper liggende matig fijne zandlaag welke zwak tot matig siltig is. Een andere mogelijkheid is het toepassen van grindpalen tot de beter doorlatende lagen.

Om een voldoende grote k-waarde te bereiken dient dus ofwel grondverbetering ofwel grindpalen toegepast te worden. De bodemlagen onder de toplaag hebben een voldoende doorlatendheid (variërend van 2,2 m/d tot 122,5 m/d). Overstort-/escapemogelijkheid Voor het geval de bergingsinhoud ter plaatse van de voorzieningen overbelast raakt (om welke reden dan ook) dient een overstortmogelijkheid (escape) te worden voorzien. Op de perceelsgrens moet het water vrijelijk kunnen overstorten naar het openbare gebied zonder daarbij overlast te veroorzaken. Wateropgave vanuit stroomgebied West Naast de wateropgave voor de woningbouwontwikkeling Louerveld, is in het afwateringsplan (Uitgangspunten afwateringsplan Louerveld Susteren ECH133, 30 januari 2024, Kragten) met betrekking tot een wateropgave vanuit stroomgebied West het volgende opgenomen: "Zoals in de uitgangspunten is aangegeven moet er in het ontwerp rekening worden gehouden met toekomstige afkoppelingen van bestaande wijken ten zuiden van het projectgebied. In tabel 6 van het RWA structuurplan van Susteren d.d. 29 september 2023 is aangegeven dat er voor stroomgebied West (zie het paars gekleurde gebied in Figuur 11) 2.980 m³ berging nodig is. Dit betekent dat er naast de wateropgave voor Louerveld zelf nog 2.980 m³ extra berging nodig is voor toekomstige afkoppelingen ten zuiden van het projectgebied.

Het regenwater vanuit stroomgebied West doorsnijdt het projectgebied. Hiervoor is een 1.000 mm buis nodig vanaf de Chris Plitscherlaan." De navolgende afbeelding visualiseert dit systeem. In het ontwerp voor Louerveld is een indicatieve ruimte gereserveerd voor deze wateropgave. De verdere uitwerking van deze (afkoppel)opgave, met inbegrip van de exacte ligging van de voorziening, is geen onderdeel van de huidige woningbouwontwikkeling Louerveld en kan in een latere fase plaatsvinden.

50

LOCATIES WATERBERGING UIT HET REGENWATERSTRUCTUURPLAN

Verplaatsen gemengde leiding Ter plaatse van de geplande nieuwbouwlocatie is een 1.500 mm leiding aanwezig. De leiding ligt, gezien de plannen om nieuwbouw te realiseren, ongunstig. Tijdens één van de overleggen is deze leiding ter sprake gekomen. Naar aanleiding daarvan is onderzocht wat het hydraulisch effect is indien deze leiding zou komen te vervallen. Daaruit blijkt dat de kans op wateroverlast in het gebied ten zuidoosten van Louerveld toeneemt (beperkte toename). De gemeente heeft daarom de wens uitgesproken om de leiding te behouden. In geval de leiding onder particulier terrein komt te liggen wordt geadviseerd om de leiding bereikbaar/toegankelijk te houden voor de gemeente zodat de buis in geval van calamiteiten bereikbaar blijft. Het wordt aanbevolen om dit notarieel vast te leggen. Conclusie Vanuit de weging van het waterbelang is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

51

52

Hoofdstuk 5 Juridische planvorm 5.1 Algemeen Het voorliggende TAM-omgevingsplan bestaat uit de regels, plankaart en deze motivering. De plankaart en regels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

5.2 Plankaart Op de plankaart hebben de gronden binnen het plangebied een functie gekregen. Binnen een functie kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. De juridische betekenis hiervan is beschreven in de regels. Bepaalde gegevens hebben geen juridische betekenis. Deze zijn uitsluitend op de plankaart opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.

5.3 Planregels 5.3.1 Functieregels Voor dit TAM-omgevingsplan is het voormalige bestemmingsplan 'Stedelijk Gebied' als basis gebruikt. Tevens zijn de van belang zijnde onderdelen uit het facetbestemmingsplan 'Deregulering' overgenomen. Mede op basis van de transponeringstabel van de VNG zijn de regels vervolgens omgezet naar regels passend binnen de kaders van de Omgevingswet. Hoofdstuk 1 bevat onder meer de begripsbepalingen, het toepassingsbereik en de meet- en rekenbepalingen. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de functies en activiteiten die op de plankaart aan de gronden zijn toegekend. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die op het gehele plangebied of delen daarvan van toepassing zijn. Onderstaand worden de voor het plangebied opgenomen functies, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, kort toegelicht. Bos De functie 'Bos' is opgenomen voor de bestaande bosstrook aan de noordzijde van het plangebied, langs de N276. Middels deze functie wordt voorzien in een duurzame borging van deze bosstrook. Groen De functie 'Groen' is toegekend aan de groenzone aan de noord/noordoostzijde van het plangebied, ter hoogte van onder meer de voorziene wadi's en openbare groenvoorzieningen. De functie 'Groen' is tevens toegekend aan de bestaande groenvoorzieningen langs de Louerstraat aan de westzijde van het plangebied.

Op deze wijze zijn de bestaande en beoogde groenvoorzieningen aan beide zijden van de Louerstraat duurzaam geborgd. Binnen de functie 'Groen' is tot slot de bestaande grondwal langs de N276 voorzien van de aanduiding 'geluidwal'. Verkeer Aan de aan te leggen rotonde ter hoogte van de Oude Rijksweg Noord, met inbegrip van de deel van de ontsluiting binnen het plangebied, de Oude Roermondse Weg en de Louerstraat, is de functie 'Verkeer' toegekend. Wonen Voor het overgrote deel van het plangebied is de functie 'Wonen' opgenomen. Binnen deze functie zijn in totaal maximaal 167 woningen toegestaan. Langs de westzijde en zuidzijde, waar het plangebied grenst aan het bestaand stedelijk gebied, zijn de woningbouwaantallen en typologieën vastgelegd. In het binnengebied is meer flexibiliteit mogelijk en zijn de aantallen en typologieën niet specifiek vastgelegd. Verder is ervoor gekozen om de aanduiding 'verkeer' op te nemen voor de ontsluitingswegen binnen het plangebied, met inbegrip van een afwijkingsbevoegdheid om bij aanpassingen in het stedenbouwkundig ontwerp hierop in te kunnen spelen zonder dat hiervoor uitgebreide procedures noodzakelijk zijn. Waarde - Archeologie 3 Voor het plangebied geldt de functie 'Waarde - Archeologie 3'. De als zodanig aangewezen gronden zijn, behalve

53

voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, dan wel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Middels deze regeling zijn de archeologische belangen in voldoende mate geborgd. Waarde - Cultuurhistorie Voor het gehele plangebied geldt de functie 'Waarde - Cultuurhistorie'. De als zodanig aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen, patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, een en ander conform de cultuurhistorische waardenkaart die als bijlage bij de regels is opgenomen.

5.3.2 Kostenverhaalregels Met dit omgevingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor bouwactiviteiten in het plangebied. Hiervoor maakt de gemeente kosten, zoals voor het wijzigen van dit omgevingsplan, voor de aanleg van openbare voorzieningen en voor nadeelcompensatie. De gemeente is verplicht de gemaakte kosten te verhalen op een initiatiefnemer als deze nieuwe bouwactiviteiten wil uitvoeren (artikel 13.11 Omgevingswet). Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 7.2.

54

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen/afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. In het kader van de beoogde ontwikkeling is daarom een communicatieplan opgesteld. Hierin is aangegeven dat de focus ligt op het betrekken van alle stakeholders. Wat zijn hun meningen, ideeën, zorgen of verwachtingen rondom het project? Om een nieuwbouwproject goed te laten landen en een succes te laten worden acht de gemeente het van groot belang dat er draagvlak wordt gecreëerd voor het plan. Burgerparticipatie speelt hierin een essentiële rol en is daarmee een belangrijke voorwaarde voor een succesvol project. Bij de gemeente Echt-Susteren staat participatie hoog in het vaandel. Door participatie goed toe te passen bij de realisatie van plannen, kunnen vroegtijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel worden gebracht. Participatie is gericht op het ophalen van argumenten, het toetsen van een plan (van abstract naar concreet) en het werken met stellingen en standpunten om keuzes te maken.

Dit leidt ertoe dat de gemeente bij besluitvorming verschillende belangen goed kan afwegen, ontwikkelingen een breder draagvlak hebben en het vertrouwen in de overheid groeit. Voor de beoogde ontwikkeling is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Reeds sinds 2022 zijn er gedurende de jaren diverse bijeenkomsten georganiseerd voor onder meer raads- en commissieleden van de gemeente Echt-Susteren, voor klankbordgroepen en overige geïnteresseerden. Enerzijds om te informeren en anderzijds om ook reacties op te halen en aspecten te bespreken. De vele participatiemomenten hebben geleid tot het huidige stedenbouwkundig ontwerp, dat de basis vormt voor het voorliggende TAM-omgevingsplan.

6.2 Vooroverleg In het kader van de beoogde wijziging van het omgevingsplan, is het voorontwerp 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Louerveld' voorgelegd aan diverse instanties. Reacties zijn ontvangen van: 1. Gasunie, per e-mail d.d. 04-07-2024 2. Petrochemical Pipeline Services B.V., per e-mail d.d. 04-07-2024 3. Tennet, per e-mail d.d. 04-07-2024 4. Enexis, per e-mail d.d. 05-07-2024 5. Provincie Limburg, per e-mail, d.d. 05-09-2024 Onderstaand wordt ingegaan op de reacties van de betreffende instanties en het gemeentelijk standpunt. 1.

2.

3.

4.

5.

Gasunie geeft aan dat het plangebied buiten het aandachtsgebied van de gasinfrastructuur van Gasunie valt. Daarmee staat vast dat onze gasinfrastructuur geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Petrochemical Pipeline Services B.V. geeft aan dat het plangebied op een afstand van circa 1.500 meter van de bij hen in beheer zijnde leiding ligt. Ook ligt het plangebied niet in de buisleidingenstraat voor toekomstige buisleidingen. Petrochemical Pipeline Services B.V. heeft dan ook geen bezwaar tegen dit omgevingsplan. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Tennet geeft aan binnen de grenzen van het plan noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer te hebben. Tennet heeft dan ook geen opmerkingen op het plan. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Enexis heeft aangegeven geen bedrijfsequipment binnen het plangebied te hebben liggen. Voor het realiseren van de plannen zal er een volledig nieuw elektriciteitsnetwerk ontworpen dienen te worden. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Provincie Limburg geeft aan dat iedere toevoeging van een woning een provinciaal belang is en wijst op de

55

informatie die in de motivering in ieder geval dient te zijn opgenomen. Het betreft de volgende aandachtpunten: a. Aangegeven dient te worden hoe rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie? Hierbij dient in ieder geval de clustering van bebouwing meegenomen te worden. b. Er dient sprake te zijn van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek. c. De ontwikkeling dient aan te sluiten op de regionale afspraken die hier in Midden-Limburg over zijn gemaakt. d. Het plan dient opgenomen te worden in de plancapaciteitsmonitoring conform de afspraken tussen gemeente en provincie. e. De instructieregel Wonen stelt dat realisatie van een woning is beoogd binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt behaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Verzocht wordt aan te geven hoe hieraan invulling wordt gegeven. Verder geeft de provincie aan dat er nog een vergunningtraject doorlopen dient te worden m.b.t. de aanwezigheid van de das in het gebied.

Dit traject verloopt separaat waarbij aangegeven dient te worden hoe het verlies van secundair foerageergebied wordt gemitigeerd en hoe de veilige bereikbaarheid van het belangrijker geworden foerageergebied aan de overkant van de provinciale weg tot stand gebracht wordt. Oplossingsrichtingen hiervoor zijn besproken, maar de concrete aanpak zal pas beoordeeld kunnen worden bij de vergunningaanvraag. Aangezien een vergunningtraject een bepaalde mate van onzekerheid geeft is het aan te raden om op te nemen hoe ermee om zal worden gegaan als onverhoopt deze vergunning niet afgegeven kan worden. In het voorliggende geval is in de voorliggende motivering in paragraaf 3.2 invulling gegeven aan de door de provincie gemaakte opmerkingen onder a. tot en met c. Verder is het plan opgenomen in de plancapaciteitsmonitor en is in paragraaf 3.2.2 aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de instructieregel Wonen m.b.t. de realisatie van woningen binnen 5 jaar. Voor wat betreft de das dient inderdaad nog een vergunningtraject te worden doorlopen. Dit wordt in nauw overleg met de provincie Limburg nader uitgewerkt, zoals beschreven in paragraaf 4.12.3.

6.3 Zienswijzen Het ontwerp van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 'Louersveld' heeft op grond van artikel 3.11 van de Algemene wet bestuursrecht vanaf 15 november 2024 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis, Nieuwe Markt 55 te Echt. Tevens was het TAM-omgevingsplan gedurende deze termijn digitaal in te zien via de landelijke voorziening www.omgevingswet.overheid.nl. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Een en ander is conform het daartoe in de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht bepaalde openbaar bekendgemaakt middels publicatie op 14 november 2024 in het Elektronisch Gemeenteblad en 't Waekblaad. Er zijn drie zienswijzen ontvangen. Voor meer informatie over de inhoud van de zienswijzen en het gemeentelijk standpunt ten aanzien daarvan, wordt verwezen naar de nota van zienswijzen die als bijlage bij het vaststellingsbesluit is gevoegd.

56

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Algemeen Met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor bouwactiviteiten in het plangebied. Hiervoor maakt de gemeente kosten, zoals voor het wijzigen van dit omgevingsplan, voor de aanleg van openbare voorzieningen en voor nadeelcompensatie. De gemeente is verplicht de gemaakte kosten te verhalen op een initiatiefnemer als deze nieuwe bouwactiviteiten wil uitvoeren (artikel 13.11 Omgevingswet). Dit kostenverhaal kan privaatrechtelijk of publiekrechtelijk worden geregeld. Het privaatrechtelijk kostenverhaal heeft de voorkeur boven het publiekrechtelijk kostenverhaal. Bij privaatrechtelijk kostenverhaal sluiten de gemeente en de initiatiefnemer van de bouwactiviteit een overeenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten voor dat de gemeente besluit tot wijziging van de functie van de grond. Is het niet mogelijk om een overeenkomst te sluiten, dan past de gemeente de regeling van het publiekrechtelijk kostenverhaal toe. Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt plaats bij: 1. Het publiekrechtelijk toelaten van kostenverhaalplichtige activiteiten en 2. Er geen overeenkomst met de initiatiefnemer is gesloten. Bij publiekrechtelijk kostenverhaal wordt het kostenverhaal geregeld in het omgevingsplan.

De gemeente mag de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan drie criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Ook moet de locatie het kostenverhaal kunnen dragen. Dat houdt in dat er niet meer kosten worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn. De gemeente verhaalt de kosten op basis van de kostenverhaalregels in het plan. Zolang de kostenverhaalsbijdrage door initiatiefnemer niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. Er vindt geen kostenverhaal plaats bij bouw op gronden die door gemeente zijn verkocht of in erfpacht zijn uitgegeven. De kosten worden dan verrekend in de verkoopprijs van de grond of in de erfpachtcanon.

7.2 Kostenverhaal Louerveld Op dit moment heeft de gemeente nog niet alle gronden in eigendom. Daarom bevat het omgevingsplan kostenverhaalregels (hoofdstuk 4 van de regels) waarmee de kosten op initiatiefnemers kunnen worden verhaald. Voor een toelichting op de exploitatieopzet en de kostenverhaalregels wordt verwezen naar bijlage 14 bij dit plan. De Omgevingswet biedt een specifieke grondslag voor het opnemen van regels over kostenverhaal in het omgevingsplan. Die regels kunnen en moeten worden opgenomen als bouwactiviteiten worden toegelaten waarvoor kostenverhaal noodzakelijk is die niet anders verzekerd zijn. De Omgevingswet schrijft voor dat een omgevingsplan bij kostenverhaal met tijdvak (waar in dit omgevingsplan sprake van is) het volgende moet bevatten: aanwijzing kostenverhaalsgebied per kostenverhaalsgebied: 1. het tijdvak; 2. een bepaling van de kostensoorten waarvan het gebied ten dele profijt heeft en die naar evenredigheid worden toegerekend; 3. een raming van de kosten; 4. een raming van de opbrengsten van alle daarin gelegen gronden; 5. regels over de verdeling van de kosten over aangewezen activiteiten; 6. regels over de eindafrekening van de kosten. Hoofdstuk 4 van de regels bevat de regels met betrekking tot het kostenverhaal. De in dit hoofdstuk opgenomen regels zijn gegroepeerd. De eerste groep (artikel 18) betreft algemene regels.

Deze algemene regels worden door de gemeente in beginsel bij elk kostenverhaalsgebied op dezelfde wijze toegepast. Artikel 19 van de regels bevat de kostenverhaalsregels die specifiek van toepassing zijn op het 'Kostenverhaalsgebied 'Louerveld'. Voor een uitgebreide toelichting op deze regels en op de exploitatieopzet van Louerveld wordt verwezen naar bijlage 14 bij dit plan.

57

7.3 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie gaat over de schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt bij bijvoorbeeld vergunningverlening of uitvoering. De basisregeling voor nadeelcompensatie staat in titel 4.5 van de Awb. In deze titel staan grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over de toekenning van nadeelcompensatie. Omdat deze regeling niet zonder meer kan worden toegepast op besluiten uit de Omgevingswet voorziet de Omgevingswet in een regeling voor nadeelcompensatie in de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk 15. Afdeling 1 van hoofdstuk 15 wijst een aantal besluiten of maatregelen aan, die als oorzaak van de schade kunnen optreden. Alleen schade veroorzaakt door die besluiten of maatregelen komt voor vergoeding in aanmerking. De belangrijkste zijn: 1. het (gemeentelijk) omgevingsplan; 2. een omgevingsvergunning; 3. een projectbesluit voor realisatie van een project van het Rijk, provincie of waterschap, en; 4. rechtstreeks werkende regels in een verordening van provincie of waterschap. In projecten van derden bedingt de gemeente via een anterieure overeenkomst of schadevergoedingsovereenkomst, dat de initiatiefnemer van het plan uiteindelijk verantwoordelijk is voor de kosten met betrekking tot de schade/nadeelcompensatie.

Op grond van de Omgevingswet zal de gemeente, naast de netto uit te keren schadevergoeding, ook de met de schadevergoeding samenhangende kosten verhalen op de initiatiefnemer. Hierbij kan gedacht worden aan de wettelijke rente, de deskundigenkosten van de aanvrager en de kosten van het bestuursorgaan bestaande uit bijvoorbeeld de ambtelijke kosten, eventuele onderzoekskosten en kosten voor de schadecommissie.

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=c5648f36-d14c-48bc-95c6-347434285b77