Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
Tekst van het document
Memo Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling
Aan
Westrom Van
Anouk Hofman
Plaats/Datum
Venlo, 23 april 2025
Betreft
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
Per 1 januari 2025 is de uitvoeringsorganisatie van Westrom overgenomen door de gemeente Roermond. De nieuwe uitvoeringsorganisatie van de gemeente Roermond is verdergegaan onder de naam "Doon Roermond BV" (hierna: "Doon"). De gemeenschappelijke regeling van Westrom (hierna: "GR Westrom") is echter wel blijven bestaan. Het is namelijk de bedoeling dat de GR Westrom het formele werkgeverschap voor de medewerkers die onder de Wet sociale Werkvoorziening (hierna: "Wsw") vallen, blijft vervullen. Nu de GR Westrom enkel in stand blijft voor het uitoefenen van de voormelde taak, rijst de vraag hoe de GR Westrom in de toekomst het beste kan worden vormgegeven. Bestuurlijk uitgangspunt voor de toekomstige vormgeving is in ieder geval dat de GR Westrom wel een zogenaamde gemeenschappelijke regeling blijft van de colleges van B&W van de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. De vraag is alleen of de huidige constructie, met een algemeen en dagelijks bestuur, behouden moet blijven of dat een lichtere gemeenschappelijke regeling, te weten een bedrijfsvoeringsorganisatie waarbij er sprake is van een enkelvoudig bestuur, beter passend zou zijn. In dit advies vergelijken we de beide opties. Daarbij zullen wij bij beide opties uitdrukkelijk aandacht besteden aan de vereiste vormgeving en vergaderfrequentie van het (algemeen en dagelijks) bestuur.
Tevens zullen wij kort stilstaan bij de wijzigingen die hoe dan ook aan de huidige GR Westrom dienen te worden doorgevoerd. Wij starten evenwel met ons advies. ADVIES – WESTROM OMVORMEN NAAR BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE •
Nu de GR Westrom enkel blijft voortbestaan voor een uitvoeringstaak, te weten het vervullen van het formele werkgeverschap voor de medewerkers die onder de Wet sociale Werkvoorziening vallen, past een lichte samenwerkingsstructuur voor de toekomst beter;
•
Wij adviseren dan ook om de GR Westrom om te vormen naar een bedrijfsvoeringsorganisatie;
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
1/13
•
Bij een bedrijfsvoeringsorganisatie blijft de GR Westrom als zelfstandige rechtspersoon bestaan en blijft de democratische legitimatie richting de raden gewaarborgd. Het voordeel is echter dat een bedrijfsvoeringsorganisatie een enkelvoudig bestuur kent;
•
Van de huidige constructie, bestaande uit een Algemeen en Dagelijks Bestuur, vindt dus een afschaling plaats naar één bestuur;
•
Het omvormen van de GR Westrom naar een bedrijfsvoeringsorganisatie is verder zowel qua inhoud, als qua proces(kosten) niet bewerkelijker dan het wijzigen van de GR Westrom;
•
Het wijzigen van de GR Westrom is overigens hoe dan ook noodzakelijk, nu de uitvoeringsorganisatie van Westrom is verplaatst naar Doon, waardoor de gemeenschappelijke regeling daaraan moet worden aangepast;
•
Aan het einde van dit advies is een stappenplan en processchema opgenomen om per 1 april 2026 te komen tot een nieuwe, lichtere organisatie.
I.
JURIDISCH KADER VOOR GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN
Zoals ook volgt uit de inleiding, zien de beide toekomstscenario's op het behouden van een gemeenschappelijke regeling. "De" gemeenschappelijke regeling bestaat echter niet. Voordat wij overgaan tot het uitwerken van de vergelijking tussen de beide toekomstscenario's staan wij daarom eerst stil bij de rechtsfiguur en de verschijningsvorm van "de" gemeenschappelijke regeling. 1.1
Rechtsgrondslag van de gemeenschappelijke regeling
Een gemeenschappelijke regeling is een publiekrechtelijke samenwerking tussen bestuursorganen die is gebaseerd op artikel 135 van de Grondwet en de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: "Wgr"). De Wgr voorziet niet alleen in samenwerking tussen bestuursorganen van gemeenten, maar ook in die tussen bestuursorganen van de provincies, waterschappen en het Rijk. In een gemeenschappelijke regeling spreken de deelnemende bestuursorganen met elkaar af op welke wijze zij op een bepaald beleidsterrein gaan samenwerken. Het bijzondere aan een gemeenschappelijke regeling is, dat de inhoud en strekking van de te maken afspraken wordt gereguleerd door de Wgr. Deze wet biedt regels voor onder meer de inrichting en het functioneren van de samenwerking en bepaalt dat een gemeenschappelijke regeling onder meer bepalingen moet bevatten over de wijziging, opheffing, toetreding en de gevolgen van uittreding uit een regeling.1 De regeling dient verder onder meer de belangen te vermelden ter
1
Zie artikel 9 lid 1 Wgr. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
2/13
behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd en – indien daarvan sprake is – de overgedragen bevoegdheden.2 De democratische legitimatie van een gemeenschappelijke regeling is gebaseerd op het beginsel van "verlengd lokaal bestuur", wat betekent dat het bestuur van het samenwerkingsverband geen eigen democratische legitimatie heeft, maar dat de politieke controle op het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur uiteindelijk berust bij de betrokken deelnemers.3 Concreet wordt dit geregeld via de kaderstellende taken van de raden, en informatie- en verantwoordingsplichten tussen de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling en de bestuursorganen van de deelnemers. Dit principe van verlengd lokaal bestuur maakt ook direct duidelijk dat de vormgeving van een samenwerking via de Wgr bij voorbaat een streepje voor heeft op privaatrechtelijke constructies. Niet voor niets schrijft artikel 160 lid 2 Gemeentewet dan ook voor dat pas tot de oprichting van en de deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals een stichting, mag worden overgegaan, "indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang". 1.2
Veel keuzevrijheid ten aanzien van de publiekrechtelijke samenwerkingsvormen
De Wgr kent vijf varianten van interbestuurlijke samenwerking. Dé gemeenschappelijke regeling bestaat immers niet. Expliciet biedt de wet grondslagen voor de volgende vier samenwerkingsvormen: 1) een gemeenschappelijk openbaar lichaam (artikel 8 lid 1), 2) een gemeenschappelijk orgaan (artikel 8 lid 2), 3) een bedrijfsvoeringsorganisatie (artikel 8 lid 3), en 4) een centrumconstructie (artikel 8 lid 4). Daarnaast volgt er nog impliciet een vijfde samenwerkingsvorm uit de wet voort: de "gemeenschappelijke regeling zonder meer". Deze vijf varianten verschillen onderling in aard en zwaarte. Verwezen wordt daarvoor naar de volgende schematische weergave:
1. Gemeenschappelijk openbaar lichaam
•
Apart samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid
•
Geleed bestuur (Algemeen en Dagelijks bestuur)
•
Zwaarste en meest voorkomende variant
• 2. Gemeenschappelijk orgaan
•
Apart samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid
•
Enkelvoudig bestuur (alleen DB)
•
Lichtere vorm van samenwerking (één beleidsterrein)
• • 2
Zie artikel 10 lid 1 en 2 Wgr. Zie R.J.M.H. de Greef, 'Gaat de Nationale Ombudsman zijn boekje te buiten? Of is het boekje misschien achterhaald?', JBPlus 2020/2. Memo inzake toekomstige vormgeving 3/13 Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom 3
3. Bedrijfsvoeringsorganisatie
4. Centrumregeling
5. Regeling zonder meer
•
Apart samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid
•
Enkelvoudig bestuur (alleen DB)
•
Voor uitvoering of bedrijfsvoering
•
Geen aparte organisatie
•
Geen rechtspersoonlijkheid
•
Eén overheid wordt centrum. Afspraken in overeenkomst
•
Geen aparte organisatie
•
Geen rechtspersoonlijkheid
•
Overeenkomst op basis van de Wgr
Variant 1, het gemeenschappelijk openbaar lichaam, betreft de "klassieke" gemeenschappelijke regeling en komt het meeste voor. Voorbeelden daarvan zijn Westrom, Omnibuzz, de BsGW, de MGR Sociaal Domein Limburg-Noord en de Veiligheidsregio en GGD Limburg-Noord. Wordt aan een gemeenschappelijke regeling evenwel één duidelijke uitvoeringstaak toegekend, dan kan een lichtere samenwerkingsvorm beter passen. Gedacht zou kunnen worden aan een bedrijfsvoeringsorganisatie. Een voorbeeld van een bedrijfsvoeringsorganisatie is ICT NML. De andere hiervoor besproken samenwerkingsvormen zijn voor de toekomstige vormgeving van Westrom geen optie, omdat die geen rechtspersoonlijkheid hebben en dus geen zelfstandige organisatie vormen. 1.3
Het verschil tussen een gemeenschappelijk openbaar lichaam en een bedrijfsvoeringsorganisatie
Zoals ook uit het voorgaande schema volgt, zijn zowel het gemeenschappelijke openbaar lichaam als de bedrijfsvoeringsorganisatie varianten van "de" gemeenschappelijke regeling. Beide varianten lijken op elkaar, omdat ze een aparte organisatie vormen en over rechtspersoonlijkheid beschikken. Zo is het dus bij zowel het gemeenschappelijk openbaar lichaam als de bedrijfsvoeringsorganisatie mogelijk om personeel in dienst te nemen en om overeenkomsten te sluiten. Ook dienen beide samenwerkingsvormen te beschikken over een eigen begroting en staan zij dus op afstand van de deelnemende colleges. Tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en het gemeenschappelijk openbaar lichaam bestaan vier belangrijke verschillen: 1) een bedrijfsvoeringsorganisatie kan enkel worden ingesteld door colleges voor de behartiging en beheersing van ondersteunende processen en van Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
4/13
uitvoeringstaken van de deelnemers, 2) een bedrijfsvoeringsorganisatie is niet bedoeld voor de uitvoering van beleidsrijke taken, 3) een bedrijfsvoeringsorganisatie heeft een enkelvoudig bestuur en dus géén Algemeen én Dagelijks Bestuur en 4) het is formeel niet mogelijk om voor een bedrijfsvoeringsorganisatie een gemeenschappelijke raadsadviescommissie in te stellen, maar informeel bestaat die mogelijkheid uiteraard wel. Al met al is de bedrijfsvoeringsorganisatie dus een lichtere samenwerkingsvariant, die geschikt kan zijn voor een qua taken overzichtelijke uitvoeringsorganisatie. II.
SCENARIO'S VOOR EEN TOEKOMSTIGE GOVERNANCESTRUCTUUR
Hierna wordt een tweetal scenario's voor een toekomstige governance structuur uitgewerkt: •
Scenario 1:
het behouden van een gemeenschappelijk openbaar lichaam (de "klassieke" gemeenschappelijke regeling);
•
Scenario 2:
SCENARIO 1
het omvormen van Westrom naar een bedrijfsvoeringsorganisatie; Het behouden van een gemeenschappelijk openbaar lichaam
Het eerste scenario ziet op het behouden van de huidige structuur van Westrom, te weten dat Westrom een gemeenschappelijk openbaar lichaam in de zin van de Wgr blijft. Dit is de zogenaamde "klassieke" gemeenschappelijke regeling dat bestaat uit een algemeen en dagelijks bestuur. Wordt ervoor gekozen om de huidige structuur te behouden, dan gelden de volgende aandachtspunten. Huidige constructie blijft in stand In de eerste plaats is van belang dat de huidige structuur van de GR Westrom in stand blijft: -
de GR Westrom blijft een gemeenschappelijk openbaar lichaam waaraan de colleges van B&W van Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond deelnemen;
-
het bestuur blijft bestaan uit een AB en DB dat moet voldoen aan de wettelijke vereisten;
-
de informatie- en verantwoordingslijnen van het bestuur van Westrom naar de collegeen raadsleden blijven ongewijzigd;
-
de artikelen omtrent zienswijzen en inspraak, welke zijn afgestemd in het kader van het "Limburgse traject tot wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen" blijven ongewijzigd, en;
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
5/13
-
de artikelen omtrent uittreding, opheffing en wijziging van de GR Westrom blijven ongewijzigd.
AB én DB blijven Zoals hiervoor in het juridisch kader ook uiteen is gezet, moet een gemeenschappelijk openbaar lichaam op grond van de Wgr bestaan uit een Algemeen én een Dagelijks Bestuur. Die bestuursstructuur is verplicht voorgeschreven. Het samenvoegen van het AB en DB is ook niet mogelijk. De reden daarvan is, dat in artikel 33a van de Wgr is voorgeschreven dat het AB over een aantal bevoegdheden beschikt die het niet kan overdragen aan het DB. Het betreft (voor zover voor de GR Westrom van belang) de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening en het vaststellen van verordeningen, door strafbepaling en bestuursdwang te handhaven. Deze bevoegdheden mogen, met andere woorden, niet bij het DB worden belegd. Om de bestuursstructuur zo slagvaardig als mogelijk te houden, is het wel mogelijk om zoveel mogelijk andere bevoegdheden over te dragen aan het DB, zodat het AB enkel hoeft te besluiten over de jaarrekening, de begroting en de vaststelling van verordeningen. De jaarlijkse ABvergaderingen zouden zo tot een minimum beperkt kunnen worden. De Wgr schrijft in dat verband voor dat het AB tenminste tweemaal per jaar dient te vergaderen (zie artikel 22 lid 2 Wgr). Het beperken van het aantal AB-vergaderingen tot één keer per jaar is daarmee niet mogelijk.
Voor Westrom betekent het voorgaande concreet dat er bij het behouden van de huidige structuur jaarlijks zowel minimaal twee AB- als twee DB-vergaderingen dienen plaats te vinden, nu het DB de AB-vergaderingen voorbereid. Het behouden van deze constructie leidt zodoende tot een hoge bestuurlijke druk. Samenstelling van AB en DB wijzigen niet Voor wat betreft de samenstelling van het AB en DB geldt dat de Wgr verplicht voorschrijft wat de minimale samenstelling van het DB is: •
het DB moet bestaan uit een voorzitter en minimaal twee leden;
•
de leden van het DB moeten door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen;
•
de aangewezen leden mogen niet allemaal afkomstig zijn van dezelfde deelnemer, en;
•
de leden van het DB mogen nooit de meerderheid van het AB uitmaken.
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
6/13
Het huidige AB en DB van de GR Westrom voldoen aan de voormelde uitgangspunten: de colleges van B&W wijzen uit hun midden ieder twee leden aan als lid van het AB (zie artikel 6 lid 1 van de GR Westrom) en vervolgens heeft één van deze twee aangewezen leden tevens zitting in het DB. Het AB bestaat zodoende uit 10 leden en het DB uit 5 leden. 4 In zowel AB als DB heeft ieder lid 1 stem. Wij begrijpen van u dat iedere deelnemer in het DB vertegenwoordigd wenst te worden door één lid. Dit betekent dat het DB uit 5 leden zal moeten blijven bestaan. Nu het AB twee keer zo groot dient te zijn, betekent dit dat het AB uit 10 leden zal moeten blijven bestaan. Ook dit zorgt voor het laten voortbestaan van grote bestuurlijke druk. Wijziging GR Westrom is hoe dan ook noodzakelijk Als gevolg van het verplaatsen van de uitvoeringsorganisatie van Westrom naar Doon, zijn er hoe dan ook een aantal aanpassingen aan de GR Westrom nodig. Hiervoor dient een proces tot wijziging van de GR Westrom te worden doorlopen. De belangrijkste aanpassingen die hoe dan ook aan de GR Westrom nodig zijn, zijn de volgende: •
Artikel 3 Doelstelling De doelstelling van de GR Westrom zal worden beperkt tot de uitvoering van de Wsw (artikel 3 lid 1 sub a van de GR Westrom). Artikel 3 lid 1 sub b en c worden geschrapt, omdat die taken nu bij Doon zijn belegd.
•
Artikel 4 Bevoegdheden Ook artikel 4 zal worden aangepast. Artikel 4 lid 2 dient hoe dan ook geschrapt te worden. Ten aanzien van de leden 3 tot en met 5 is nader overleg nodig. Wij kunnen ons evenwel voorstellen dat de bevoegdheid tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen enkel een AB-bevoegdheid wordt.
•
Artikel 9 Vergaderingen van het algemeen bestuur Artikel 9 lid 5 dient te vervallen, omdat het DB niet langer zal bestaan uit onafhankelijke leden (zie ook hierna).
•
4
Artikel 13 Samenstelling dagelijks bestuur
Wij laten de onafhankelijke DB-leden hier voor een goede begrijpelijkheid even buiten beschouwing, maar bespreken die wel hierna.
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
7/13
Op dit moment kent het DB ook drie onafhankelijke leden. Wij begrepen van u dat deze onafhankelijke leden in de nieuwe constructie niet meer terugkomen. •
Artikel 16a (nieuw) Bevoegdheden dagelijks bestuur Om de GR Westrom zo slagvaardig mogelijk te houden, wordt geadviseerd om een nieuw artikel 16a aan de regeling toe te voegen, waarin de taken van het (dagelijks) bestuur worden opgesomd. De Wgr kent namelijk nog een monistisch systeem, waardoor alle bevoegdheden bij het AB liggen, tenzij in de wet of de gemeenschappelijke regeling anders is bepaald. Op dit moment kent de GR Westrom nog geen artikel dat ziet op de bevoegdheidsverdeling tussen AB en DB. Om te voorkomen dat het AB vaker dan noodzakelijk bijeen moet komen, wordt geadviseerd om alle uitvoerende taken bij het DB te beleggen, waaronder de bevoegdheid tot het uitvoeren van de Wsw, het mandateren van de aan Westrom gedelegeerde taken aan Doon en het aannemen, schorsen en ontslaan van personeel.
•
Artikel 20 De secretaris Artikel 20 dient zodanig gewijzigd te worden, dat daaruit volgt dat de functie van secretaris vervuld wordt door de directeur van Doon.
•
Artikel 21 Commissies Nu de GR Westrom een uitgeklede GR wordt, is het de vraag of artikel 21 in stand dient te blijven. Een commissie zal immers – naar verwachting – niet meer worden opgericht.
•
Artikel 22 Vergoedingen Vergoedingen zijn enkel mogelijk voor onafhankelijke DB-leden. Nu het de bedoeling is dat het DB in de toekomst geen onafhankelijke leden meer zal tellen, kan dit artikel vervallen.
•
Artikel 23 Uitvoeringsorganisatie Het artikel inzake de uitvoeringsorganisatie kan vervallen. Er is immers geen sprake meer van een uitvoeringsorganisatie binnen Westrom.
•
Artikel 24 Oprichten rechtspersonen In artikel 24 kan de zinsnede "oprichten of" vervallen. De GR Westrom hoeft niet meer te beschikken over de bevoegdheid om rechtspersonen op te richten, zij hoeft enkel nog te beschikken over de bevoegdheid om Doon aan te wijzen (zie ook artikel 2 lid 2 van de Wet sociale werkvoorziening).
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
8/13
•
Artikel 28a (nieuw) Bijdrageplicht Op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten dient het volgende artikel aan de GR Westrom te worden toegevoegd: 1.
De colleges zullen er steeds zorg voor dragen dat Westrom te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
2.
Indien aan het algemeen bestuur van Westrom blijkt dat een college weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
3.
In geval van opheffing van de regeling is artikel 36 van deze regeling van toepassing.
Wijzigingsproces via raden en colleges Als gezegd is Westrom een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wgr. Dit betekent dat er voor het wijzigen van de GR Westrom bij alle deelnemers een bestuurlijk traject moet worden doorlopen. Voordat de colleges van B&W kunnen besluiten tot het wijzigen van de GR Westom dienen de volgende stappen te worden doorlopen: a) eerst dient er een voorstel tot wijziging van de GR uit te gaan van het AB of één of meerdere gemeenten; b) vervolgens doet het AB een voorstel tot wijziging aan de gemeenten toekomen, waarna het bestuurlijk traject binnen de gemeenten start; c) de gemeenteraden dienen eerst in de gelegenheid te worden gesteld om een zienswijze in te dienen op het voorstel tot het wijzigen van de GR Westrom, en; d) vervolgens dienen de gemeenteraden toestemming te verlenen tot het wijzigen van de GR Westrom. Van belang is dat een college van B&W niet kan besluiten tot het wijzigen van de GR Westrom als de gemeenteraad de toestemming onthoudt. Het te doorlopen besluitvormingstraject is dus een verplichte optelsom. De doorlooptijd van de benodigde besluitvorming voor het wijzigen van de GR Westrom bedraagt daarmee al snel 9 maanden tot 1 jaar. Het exacte tijdspad voor het wijzigen van de GR Westrom is nader uitgewerkt op pagina 13 tot en met 15 van dit advies.
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
9/13
SCENARIO II
Westrom omvormen naar een bedrijfsvoeringsorganisatie
Het is ook mogelijk om de GR Westrom om te vormen naar een bedrijfsvoeringsorganisatie. Van belang is daarbij dat het daarvoor niet nodig is om een nieuwe organisatie op te richten. De huidige structuur wordt – via een wijziging van de GR Westrom – gewijzigd naar een bedrijfsvoeringsorganisatie. Qua besluitvorming is het te doorlopen proces daarmee gelijk aan het hiervoor uiteengezette wijzigingsproces voor de wijziging van de GR Westrom. Uitvoering Wsw betreft uitvoeringstaak Zoals in hoofdstuk 1 van dit memo ook uiteen is gezet, kan een bedrijfsvoeringsorganisatie enkel worden ingesteld door colleges voor de behartiging en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers. Daarvan is in dit geval sprake. Aan de te wijzigen GR Westrom zal enkel nog de uitvoering van de Wsw worden opgedragen (zie artikel 3 lid 1 sub a van de huidige GR Westrom). Dit is een uitvoeringstaak. Een bedrijfsvoeringsorganisatie is daarvoor bij uitstek geschikt. Huidige constructie blijft in wezen in stand Voorts is van belang dat de keuze voor een bedrijfsvoeringsorganisatie maakt dat ook de uitgangspunten van de huidige structuur van de GR Westrom in stand blijven: -
de GR Westrom blijft namelijk een aparte publiekrechtelijke rechtspersoon waaraan de colleges van B&W van Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond deelnemen;
-
er blijft een bestuur met eigen bevoegdheden bestaan;
-
de passieve en actieve informatieplicht van het bestuur van Westrom naar de college- en raadsleden blijft behouden;
-
de artikelen omtrent zienswijzen en inspraak, welke zijn afgestemd in het kader van het "Limburgse traject tot wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen" blijven bestaan, en;
-
de artikelen omtrent uittreding, opheffing en wijziging van de GR Westrom blijven bestaan.
Enkelvoudig bestuur Wordt ervoor gekozen om de GR Westrom om te vormen naar een bedrijfsvoeringsorganisatie, dan wijzigt de bestuursstructuur wel. Van een tweeledig bestuur (AB en DB) gaat men namelijk naar een enkelvoudig of ongeleed bestuur. Concreet betekent dit dat er een slagvaardiger bestuur kan ontstaan: iedere deelnemer hoeft namelijk slechts één collegelid aan te wijzen als lid van het bestuur. Vervolgens besluit het bestuur zowel over de bevoegdheden waarover het Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
10/13
AB beschikt als over de bevoegdheden waarover het DB beschikt. Alle bevoegdheden worden – met andere woorden – samengebracht in één bestuur (zie artikel 43 Wgr). Wel geldt ook hier dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie minimaal twee keer per jaar in vergadering bijeen dient te komen (zie artikel 22 lid 2 Wgr). Wijzigingen aan GR Westrom die noodzakelijk zijn De wijzigingen aan de GR Westrom zoals wij die hiervoor bespraken, zijn ook noodzakelijk als er wordt gekozen voor het omvormen van de GR Westrom naar een bedrijfsvoeringsorganisatie. Wel zijn er nog enkele aanvullende wijzingen vereist: •
Terminologie wijziging In de eerste plaats zullen de termen "algemeen" en "dagelijks bestuur" overal vervangen dienen te worden door "bestuur".
•
Artikel 2 Openbaar lichaam Artikel 2 zal moeten worden aangepast omdat daar wordt gesproken over een openbaar lichaam. Voorgesteld wordt om artikel 2 als volgt te formuleren: "Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8 derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, genaamd 'Westrom'".
•
Aanpassing hoofdstuk 2 en 3 Nu het algemeen en dagelijks bestuur vervallen, dient er een nieuw hoofdstuk over "het bestuur" te worden opgesteld. Wel geldt dat grotendeels kan worden geput uit de al bestaande artikelen. Zo blijven de verhoudingen in het bestuur gelijk aan de verhoudingen zoals die al zijn vastgelegd in het DB (artikel 13). Voorgesteld wordt dan ook om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de al bestaande artikelen inzake het dagelijks bestuur en om deze artikelen enkel waar nodig aan te vullen of aan te passen.
Wijzigingsproces via raden en colleges Mocht ervoor worden gekozen om de GR Westrom om te vormen naar een bedrijfsvoeringsorganisatie, dan merken wij op dat het wijzigingsproces gelijk is aan het wijzigingsproces dat hiervoor uiteen is gezet voor de wijziging van de GR Westrom. In dat opzicht zijn er geen verschillen.
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
11/13
III.
TABEL MET VERGELIJKING BESTUURSSTRUCTUUR
Voor een helder overzicht van de verschillen tussen het handhaven van een gemeenschappelijk openbaar lichaam vs. het omvormen van de GR Westrom naar een bedrijfsvoeringsorganisatie, zijn de belangrijkste verschillen en overeenkomsten in het onderstaande schema vervat. Openbaar Lichaam
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Colleges blijven deelnemer
√
√
Rechtspersoonlijkheid
√
√
Kan zelfstandig
√
√
√
√
√
√
√
√
√
X
AB en DB
√
X
Enkelvoudig bestuur
X
√
Informatie en verantwoording
√
√
√
X
overeenkomsten aangaan Kan zelfstandig uitvoeringsorganisatie aanwijzen Kan zelfstandig personeel aannemen/ontslaan Uitvoeringstaken en ondersteunende taken Tevens de mogelijkheid tot beleidsbepaling
richting raden is geborgd Mogelijkheid instellen raadsadviescommissie Proces tot wijziging loopt via raden (zienswijzen en
Wel informeel
√
√
toestemming) Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
12/13
Tot slot is nog van belang om op te merken dat de (juridische en ambtelijke) kosten voor het doorlopen van de beide wijzigingstrajecten ongeveer gelijk zullen zijn. Echter, door te kiezen voor een bedrijfsvoeringsorganisatie ontstaat uiteindelijk een plattere organisatie, waardoor de ambtelijke kosten op termijn lager zullen zijn. Er hoeft immers maar één bestuur(svergadering) te worden voorbereid, in plaats van een Algemeen en Dagelijks Bestuur. Ook kan het aantal bestuursvergaderingen met de helft verminderd worden. IV.
TIJDSPAD
Zoals hiervoor ook uiteen is gezet, dient er voor de wijziging van de GR Westrom een bestuurlijk traject te worden doorlopen. Het tijdspad voor het wijzigen van de GR Westrom of het omvormen van de GR Westrom naar een bedrijfsvoeringsorganisatie is gelijk en is schematisch als volgt:
VI.
AFSLUITING
Mocht u over het voorgaande nog vragen hebben, dan zijn wij vanzelfsprekend bereid om die te beantwoorden. ***
Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom/AH/BZ/7026251/13a. Memo inzake toekomstige vormgeving Westrom
13/13