Kadernota
Tekst van het document
Kadernota begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029
Versie 1.0 November 2023
Inhoudsopgave
1. Inleiding ...............................................................................................................................4 2. Organisatie ...........................................................................................................................5 3. Beleidsmatige ontwikkelingen .................................................................................................7 4. Financiën ............................................................................................................................ 11
3
1. Inleiding Hierbij bieden wij u de kadernota 2025 aan. Deze nota biedt de kaders voor het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. Deze kaders betreffen (beleids)ontwikkelingen, die in de begroting verder worden uitgewerkt en financieel worden doorvertaald plus de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Meerjarenperspectief/Ontwikkelingen De in de kadernota 2025 genoemde ontwikkelingen, beleidsvoornemens en financiële uitgangspunten vormen de basis voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029, die komend voorjaar ter zienswijze wordt aangeboden aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van Waterschap Limburg en na vaststelling wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Het wordt vanwege de dynamiek in de internationale samenleving steeds lastiger om meerjarig vooruit te kijken. Daaraan kan worden toegevoegd dat BsGW als gemeenschappelijke regeling de kadernota en de meerjarenraming vroegtijdig dient aan te leveren als input voor de begrotingen van de deelnemende organisaties. In de voorliggende kadernota is voor de indexering 2025 uitgegaan van de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau, waarbij deze voor de opvolgende jaren 20262029 in de meerjarenraming gelijk zijn gehouden. Forse inflatiecijfers zoals in 2022/2023 worden niet verwacht.
Wel is zowel de nationale consumentenprijsindex als de verwachte loonvoetontwikkeling voor de sector overheid nog altijd een stuk hoger dan voor 2022. Bij het schrijven van deze kadernota is het wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) nog niet behandeld in de Tweede respectievelijk Eerste Kamer. Mochten beide Kamers besluiten tot de voorgestelde reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no pay-bedrijven (ncnp-bedrijven) dan nog is niet uitgesloten dat genoemde bedrijven op zoek gaan naar anders (intensievere en bredere inzet Artificial Intelligence) en/of meer (bezwaren tegen andere soorten heffingen). De toenemende spanning op de arbeidsmarkt in het algemeen en de ICT-sector in het bijzonder vraagt om verscherpte aandacht en pragmatisch handelen. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. Indien BsGW hier niet tijdig op inspeelt en voorsorteert, bestaat het risico dat ook de bijbehorende kennis wegvloeit. Dit alles neemt niet weg dat BsGW blijft zoeken om -waar mogelijk- efficiënter te werken. Dit mag de continuïteit en de kwaliteit van onze dienstverlening evenwel niet in gevaar brengen.
4
2. Organisatie BsGW is als zelfstandige belastingsamenwerking voor zowel gemeenten als Waterschap Limburg opgericht op 1 april 2011. Per 1 januari 2023 zijn het Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal en Weert deelnemers in BsGW.
BsGW is belast met de heffing en inning van lokale heffingen voor zowel de deelnemende gemeenten als het waterschap en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet WOZ. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de (huidige) heffingssoorten per deelnemer.
5
Missie Wij heffen en innen belastingen voor onze klanten, slim en doordacht, op een kosteneffectieve wijze. Inzichtelijk, voorspelbaar en betrouwbaar in wat we doen. Visie Waarderen, heffen en innen; het wordt steeds complexer. Door het proces slim en goed te organiseren zijn wij dé organisatie om dit voor onze deelnemers te verzorgen. Zo kunnen zij zich op hun andere (kern)taken richten. Ambitie BsGW heeft de ambitie een toppositie binnen de samenwerkingsverbanden te bekleden. Speerpunten Daarnaast is een aantal speerpunten aangegeven waar BsGW zich de komende jaren op gaat richten. Kostenbewust BsGW staat met ingang van 2028 voor een structurele bezuinigingsopgave van € 1,3 miljoen. Dit betekent kritisch kijken wat wel en niet kan en vooral ook oog hebben voor kleine besparingen die snel zijn te realiseren. Integraal management Het management is per 1 december 2021 met 1 fte gereduceerd, waarbij de afdelingen over drie afdelingshoofden zijn verdeeld. Het eigenaarschap van de medewerkers in het algemeen en integraal management in het bijzonder zal verder worden doorontwikkeld. Hybride werken Sinds het begin van de covid-19-pandemie zijn de BsGW-medewerkers volop thuis aan het werk. Inmiddels is het uitgangspunt dat er 60% thuis wordt gewerkt en 40% op kantoor. Het kantoor is een plek van ontmoeten en samenwerken.
Dit betekent een andere manier van werken, en ook een andere manier van investeren in huisvesting, werkplekken, automatisering en digitalisering. Per 31 oktober 2026 loopt het huurcontract voor het kantoorpand van BsGW af. Hierop vooruitlopend is eind 2023 een interne projectgroep opgestart, die de uitgangspunten voor de nieuwe huisvesting van BsGW formuleert plus een korte marktverkenning uitvoert om zo te komen tot een gedegen eisen en wensenpakket, binnen de gestelde financiële kaders.
6
3. Beleidsmatige ontwikkelingen In deze paragraaf is op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. In bijlage 3 zijn deze ontwikkelingen waar nodig uitgebreider omschreven. Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende uitvoerings- en proceskosten. In 2023 was sprake van een enorme toename van het aantal WOZ-bezwaren. Een stijging met factor 2,7 ten opzichte van het jaar ervoor. Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) voor om de proceskosten drastisch te verlagen. De behandeling van dit wetsvoorstel vindt in oktober 2023 plaats in de Tweede Kamer en in december 2023 in de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1-1-2024.
Mochten beide Kamers besluiten tot de voorgestelde reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de no cure no paybedrijven (ncnp-bedrijven), dan nog is niet zeker of de proceskosten ook daadwerkelijk substantieel zullen dalen. De verwachting, ook vanuit de VNG, is dat de ncnp-bedrijven nog steeds genoeg winst maken bij het WOZ-bezwaarproces doordat dit nagenoeg volledig geautomatiseerd is en in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van Artificial Intelligence (AI) en eveneens hun markt zullen verruimen met bezwaren tegen anderen heffingen. Daarnaast zijn er vooralsnog geen maatregelen in het wetsvoorstel opgenomen om de uitvoeringskosten terug te dringen. Enkele maatregelen in het wetsvoorstel zullen zelfs leiden tot hogere uitvoeringskosten per bezwaar. Hierbij moet met name worden gedacht aan het uitkeren van de proceskosten aan de huiseigenaar in plaats van aan het ncnp-bedrijf. Vooralsnog blijft de begrote post proceskostenvergoeding derhalve gehandhaafd. Tegengaan toenemende armoede In de miljoenennota zijn verschillende maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen.
Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden. Hierdoor zullen de opbrengst vervolgingskosten afnemen, wat een negatief effect heeft op de begroting van BsGW. Het percentage oninbaar zal stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere nettobelastingopbrengsten voor de deelnemers.
7
Fiscale vereenvoudigingswet 2017 Diverse wetswijzigingen zijn te verwachten welke mogelijk van invloed zullen zijn op de begroting van BsGW, zoals hogere proceskostenvergoedingen dan wel lagere opbrengst vervolgingskosten. De wet treedt eerst voor de rijksbelastingen in werking per 1 januari 2027 en in een latere –nog nader te bepalen– fase voor de lokale heffingen. Wet open overheid (Woo) Het doel van deze wet is om de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Woo wordt gefaseerd ingevoerd. Dit in combinatie met de vanaf 2024 verkregen tijdelijke extra formatie communicatie en juridische zaken maakt het mogelijk dat BsGW werkende weg aan de wettelijke verplichtingen kan (blijven) voldoen. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De grote krapte op de arbeidsmarkt houdt onverminderd aan. In alle beroepsgroepen is sprake van een tekort aan personeel, voor ICT-ers geldt dit in het bijzonder. Daarnaast is er de laatste en ook komende jaren sprake van leeftijdsgebonden uitstroom van medewerkers. Indien BsGW hier niet tijdig op inspeelt en voorsorteert, wordt het risico gelopen dat ook de bijbehorende kennis wegvloeit. Traditionele wervingscampagnes helpen hierin niet langer; er zal gezocht moeten worden naar andere manieren om toch de juiste kennis in huis te halen.
In dit kader wordt, analoog aan het zelf opleiden van taxateurs, nadrukkelijk ook gedacht aan het zelf opleiden van ICT-ers, zoals bijvoorbeeld Functioneel Applicatiebeheerders. Wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen Er ligt momenteel een wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen voor dat waterschappen betere mogelijkheden biedt om het profijtbeginsel toe te passen. Zo kunnen zij meer kosten neerleggen bij diegenen, die meer voordeel hebben bij de werkzaamheden van het waterschap. Daarnaast kunnen waterschappen door de wijzigingen beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wetswijziging regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. Waterschappen krijgen door de aanpassingen in de watersysteemheffing meer mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang. Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap.
De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie van het huidige naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor de structurele kosten. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zullen deze via de gebruikelijke Planning & Controlcyclus van BsGW worden verwerkt en doorbelast naar Waterschap Limburg.
8
Harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode Op 9 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het procesvoorstel m.b.t. harmonisatie en de herziening van de kostenverdeelmethode. Beide onderdelen zijn actief ter hand genomen. Besluitvorming door de deelnemers over harmonisatie heeft in nagenoeg alle gevallen voor september 2023 plaatsgevonden; vanaf 2024 zal het zogenaamde maatwerk separaat bij de desbetreffende deelnemers in rekening worden gebracht. Besluitvorming over de herijking van de kostenverdeelmethode vindt eind 2023/begin 2024 plaats. De inwerkingtreding van de herziene kostenverdeelmethode staat voor 2025 gepland. De herziene kostenverdeelmethode heeft overigens geen invloed op de begroting van BsGW zelf, maar de aanpassingen in de methodiek leiden wel tot wijzigingen in de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Op de mogelijke consequenties kan evenwel niet vooruit gelopen worden. Zie ook bijlage 5. Verbetering archiefbeheer In 2021 heeft een archiefinspectie plaatsgevonden binnen BsGW. In 2022 zijn op basis van het vastgestelde plan van aanpak de eerste verbeterstappen gezet. Het traject om te voldoen aan de Archiefwet loopt door tot en met de eerste helft van 2024.
Naast het digitaliseren van ons archief en het zaaksysteem-werken is met name ook aanvullende kennis en kunde nodig om alle aspecten rondom de (digitale) informatiehuishouding binnen BsGW vanuit juridisch perspectief én kostenbewustzijn (enkelvoudige opslag – meervoudig gebruik) te (waar)borgen. Om aan de vereiste kwaliteit van een digitaal archief te kunnen (blijven) voldoen heeft het AB met ingang van 2024 structureel 0,8 fte Recordmanager beschikbaar gesteld. De werving is inmiddels in gang gezet. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamd Samenwerkingsportaal. Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR).
Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie.
9
De beoogde ingangsdatum van de SOR is 1 januari 2025. Het is de vraag of dit realistisch is. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Vanwege einde contractduur is het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als de huidige belastingpakketten via een Europese aanbesteding in 2023 en 2024 aan de orde geweest. In 2024 staat de aanbesteding centraal van de huidige telefooncentrale.
Tevens zal begin 2024 duidelijk moeten worden of BsGW voor haar archief kan voortbouwen op het document managementsysteem van GouwIT, dan wel dat BsGW de markt moeten verkennen voor een andere leverancier. Dit om te kunnen voldoen aan de eisen van de archiefwet. De overeenkomst met de (nieuwe) leveranciers wordt voor drie jaar aangegaan, met daarna de optie tot driemaal een jaar verlenging. Op basis van het huidige prijspeil zou vanaf 2025 € 555.000,- per jaar gereserveerd moeten worden voor de volgende aanbesteding in 2028 inclusief de implementatie in 2029. Dit geschatte bedrag zal voor de jaren 2025 – 2029 begrotingstechnisch worden opgenomen in de meerjarenbegroting, vooruitlopend op een (begrotings)voorstel van het Dagelijks Bestuur uiterlijk eind 2024. Robotisering en artificial intelligence (AI) Wanneer de nieuwe belastingapplicatie geïmplementeerd is, is het moment gekomen om verder vooruit te kijken hoe nieuwe ontwikkelingen op het gebied van robotisering en AI hierin passen. Naar verwachting zal hierover binnenkort Europese regelgeving volgen met kaders en randvoorwaarden waarbinnen overheden gebruik kunnen maken van deze nieuwe technologieën.
10
4. Financiën Dit hoofdstuk bevat de financiële kaders zoals BsGW die hanteert bij het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting BsGW 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. Onderwerp
Uitgangspunt
Raming personele lasten
Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).
Formatie en personeel
BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Raming materiële lasten
Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Inhuur derden
De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.
Raming onvoorzien
1,4 % van de begrote kosten.
Investeringen in het belastingpakket
Investeringen verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse licentiekosten (geen reservering kapitaalslasten meer inzake belastingsoftware: er wordt niet op afgeschreven i.v.m. geen juridisch eigenaar).
Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.
Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers
Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.
11
Kostenverdeelmethode
De vigerende kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 juni 2022), waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld.
Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020
Het OOP en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14 december 2017. De uitvoering van het OOP was een separaat traject en behoorde niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt in die zin de kadernota 2025 en de begroting 2025 niet, maar wel de laatste twee jaar van de meerjarenraming 2026-2029. De taakstellende, structurele kostenreductie à € 1,3 miljoen per jaar, die het AB BsGW heeft opgelegd zal vanaf 2028 tot uitdrukking komen in lagere netto-kosten voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis.
Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)
De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, fluctueren, zijn niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar door BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil. Mocht in enig jaar sprake zijn van renteopbrengsten als gevolg van bovenstaande, dan zal BsGW deze renteopbrengsten doorstorten naar de deelnemers. *
betreft voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.
Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. De huidige CAO eindigt eind 2023. De uitkomsten van de CAO-onderhandelingen zijn nog niet bekend en kunnen derhalve niet worden opgenomen in de kadernota. Mocht voor 1 maart 2024 bekend zijn wat de nieuwe CAO betekent voor 2025, zal dit in de ontwerpbegroting worden verwerkt. Zo niet dan is het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Indexeringen Kadernota 2025 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 3,2% en 5,1%. De forse inflatie van 2022 van 10% betreft een trendbreuk en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2023-2025 van 3,4% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2022-2025 bedraagt tussen de 5,6% en 5,9%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 5,6%. Mocht
de
septembercirculaire
van
het
CPB
d.d.
2024
daartoe
aanleiding
geven,
dan
zal
dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.
12