CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2024

Commissie Algemene Zaken 21 juni 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Kadernota 20249.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2024

In Echt-Susteren vieren we het goede leven. We zijn met trots een Cittaslow gemeente. Meer informatie op www.echt-susteren.nl/cittaslow.

Kadernota 2024 meerjarenperspectief 2024-2027

Kadernota 2024

1

Kadernota 2024

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Financiële kaders

7

3.

Ontwikkelingen

17

4.

Financiële vertaling ontwikkelingen

23

5.

Financiële recapitulatie

25

6.

Meerjareninvesteringsprogramma

27

Kadernota 2024

3

Kadernota 2024

4

1. Inleiding De nu voorliggende kadernota bevat de kaders voor de nog op te stellen ontwerpbegroting 2024. Het gaat hierbij om zowel beleid als budget. De nota bevat keuzes over bestaand en nieuw beleid en bijbehorende baten en lasten. De discussie en de afweging over de inzet van de financiële middelen vindt pas plaats bij de begrotingsbehandeling.

Kadernota 2024

5

Kadernota 2024

6

2. Financiële kaders Geldende kaders eerdere begrotingen De gemeente staat voor de plicht met een structureel sluitende begroting te werken. Dit is niet alleen een voorschrift van de toezichthouder, de provincie Limburg, maar is ook een plicht die de gemeente in het kader van het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en Gemeenten) en een gezond financieel beleid moet vervullen. Uitgangspunt is dat nieuw beleid gerealiseerd kan worden als bestaand beleid wordt ingeleverd. Wanneer de raad dit niet wil, moeten de inkomsten verhoogd worden i.c. de OZB-belastingen. Verhoging van de tarieven is het laatste redmiddel. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de beperkingen die vanuit het rijk aan de OZB-verhoging is opgelegd. Allereerst wordt gekeken naar efficiency en wordt bestaand beleid ter discussie gesteld. Repressief toezicht De raad moet volgens artikel 189, lid 3 Gemeentewet zorgen voor evenwicht in de begroting. Evenwicht wil zeggen dat de structurele lasten in de begroting met structurele baten worden gedekt en dat de ramingen volledig en realistisch zijn. De toezichthouder, provincie Limburg, gaat na of de raad zich aan deze wettelijke opdracht houdt.

Is dat niet het geval, en is er dus sprake van een tekort in de begroting dat ook aan het eind van de meerjarenraming nog steeds bestaat, dan plaatst zij op basis van artikel 203, lid 1 Gemeentewet een dergelijke begroting onder preventief toezicht. Verdiepingsonderzoek (VDO) Elke gemeente wordt één keer per vier jaar grondig onderzocht met een financieel verdiepingsonderzoek. Als dit financieel verdiepingsonderzoek dat mogelijk maakt, wordt de gemeente vervolgens voor vier jaar repressief toezicht verleend. De gemeente wordt dan in deze periode op meer afstand gevolgd. Alleen als de gemeente in die periode financieel ernstig uit evenwicht raakt, kan de meerjarige uitspraak ingetrokken worden. Bij de gemeenten in Midden-Limburg, waaronder Echt-Susteren, heeft in het voorjaar van 2021 voor de vierde keer een financieel verdiepingsonderzoek plaatsgevonden. Aan onze gemeente is voor de jaren 2022-2025 repressief toezicht verleend. Beheerplannen Een van de pijlers voor goed inzicht in de financiële positie is het beschikken over actuele, door de raad vastgestelde beheerplannen, waarbij ook het kwaliteitsniveau wordt bepaald. Dit is ook een eis van de toezichthouder in het kader van het verdiepingsonderzoek. Beheerplannen Plannen

Verkeer, GVVP 2016-2025 Waterketenplan 2021-2025 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 Verlichtingsplan 2019-2022 Beheerplan Gebouwen 2020-2030 Wegbeheerplan 2022-2026 Uitvoeringsplan Civieltechnische Kunstwerken 2022-2026 Kadernota Regie op Groen Groenbeheerplan 2019-2023

Kadernota 2024

Vastgesteld door de raad/college

Nieuwe planning in raad/college

Financiële vertaling begroting en meerjarenraming

raad college raad

2025 2023 2026

Ja Ja Ja

raad raad

2023 2023

Ja Ja

raad college

2026 2026

Ja Ja

college college

n.v.t. 2023

Ja Ja

7

Heffingenbeleid De uitgangspunten van het lokale heffingenbeleid zijn als volgt:  Kostendekkendheid: het uitgangspunt is dat de gebruiker betaalt. De gemeenteraad is vrij om de hoogte van het tarief vast te stellen met een kostenonderbouwing als basis, waarbij het rijk een aantal grenzen heeft gesteld, waaronder een maximale kostendekkendheid van 100%. In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is aangegeven dat de onroerendezaakbelasting van woningen in de periode 2022-2026 met maximaal het jaarlijkse inflatiepercentage te laten stijgen en indien mogelijk daar onder te blijven. Volgens het door de provincie Limburg opgestelde belastingoverzicht 2023 is het tarief in Echt-Susteren voor de eigenaren van woningen in 2023 € 317 tegenover € 347 provinciaal. De lastenontwikkeling voor de gebruiker (dat wil zeggen de bewoner van een huurhuis) is in Limburg in 2023 gemiddeld € 383 per huishouden. In Echt-Susteren betaalt de huurder gemiddeld € 238. Voor de jaren vanaf 2024 wordt er rekening gehouden met een stijging van de ozb met 3,25%. Hiermee blijft onze gemeente onder het provinciaal gemiddelde. Dit is in totaal afgerond € 100.000 structureel cumulatief. Daarnaast wordt er rekening gehouden met een meeropbrengst ozb vanwege de areaaluitbreiding. Voor 2023 en 2024 is al € 100.000 geraamd en voor 2025, 2026 en 2027 € 200.000.

 De hoogte en de kostendekkendheid van de tarieven worden in december door de gemeenteraad vastgesteld.  De gemeenteraad heeft in de vergadering van juni 2019 een besluit genomen over de wijze van afvalinzameling. De nieuwe systematiek is in 2020 ingegaan. Dit nieuwe systeem heeft tot doel dat er nog beter gescheiden wordt door de inwoners waardoor er minder restafval ingezameld wordt. Door hogere kosten de komende jaren zal het tarief voor afvalinzameling stijgen. Door betere scheiding wordt geprobeerd deze stijging zo minimaal te houden. Vanaf 2023 draagt RWM zorg voor de afvalinzameling binnen de gemeente.  Het in de raad van 18 januari 2023 vastgestelde Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-2026 beschrijft een scenario waarbij het rioolheffingstarief in deze planperiode in 2023 t/m 2026 jaarlijks gaat stijgen met 3.5%. Dit wil zeggen dat de huidige rioolheffing (€ 269,10) in 2023 zal stijgen naar € 278,52. Vervolgens zal de rioolheffing in 2024 stijgen naar € 288,27, in 2025 stijgen naar € 298,36 en uiteindelijk in 2026 naar € 308,80. De voorgestelde prijsstijging is op basis van prijspeil januari 2022.  Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt vanaf 2024 € 1,75 per persoon per overnachting.

 Het tarief voor de hondenbelasting wordt jaarlijks verhoogd met consumentenprijsindexcijfer (CPI) dat ook onder meer gebruikt wordt voor de indexering van de legestarieven.  Om onderscheid te maken in het tarief tussen het kort verblijf van arbeidsmigranten in verblijven met een niet-recreatieve bestemming (bijvoorbeeld huisvesting volgens de beleidsnotitie ‘huisvesting shortstay-arbeidsmigranten gemeente Echt-Susteren’) enerzijds en elke andere vorm van kort verblijf anderzijds, is vanaf 2018 de lijst van definities uitgebreid en is onderscheid gemaakt in het van toepassing zijnde tarief per persoon per nacht. Dit tarief is € 1 per persoon per overnachting. Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het verblijf dat voor overnachting ter beschikking wordt gesteld. Een en ander houdt in dat verblijf door bijvoorbeeld arbeidsmigranten in verblijven met een recreatieve bestemming (of verblijven die bepaalde perioden van het jaar als zodanig worden gebruikt), belast wordt tegen het reguliere (hogere) tarief.  Hoewel de grafrechten van openbare begraafplaatsen niet kostendekkend zijn worden deze niet verder verhoogd. In 2015 is duidelijk een maatschappelijke trend zichtbaar dat het aantal crematies toeneemt en het aantal begravingen afneemt.

Dit heeft tot gevolg dat de lasten van de begraafplaatsen over minder begravingen moet worden omgeslagen, waardoor de kosten per begraving sterk stijgen. Hierdoor wordt de keuze voor een begraving of crematie om financiële redenen bijna onmogelijk. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. Daarom zijn de tarieven van begravingen bevroren op het niveau van het jaar 2015.  Via de verordening precariobelasting 2021 heeft de gemeenteraad ermee ingestemd dat er in 2021 geen precariobelasting wordt geheven voor terrassen. Dit was in 2020 een van de maatregelen die de gemeente heeft genomen om tegemoet te komen aan ondernemers die in financiële moeilijkheden zijn gekomen vanwege de coronacrisis. Omdat de gemeente het belang erkent van terrassen die de leefbaarheid van kernen vergroten en het aantrekkelijker maken voor winkelend publiek, zijn terrassen vanaf 2021 vrijgesteld van deze belasting.

Kadernota 2024

8

Gemeenten kunnen belastingen heffen van niet-inwoners die voor kortere of langere tijd in de gemeente verblijven en daarbij gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen via de toeristenbelasting en de forensenbelasting. De heffing van toeristenbelasting is gericht op kortstondig verblijf; de forensenbelasting op degenen die als tweede woning, voor langere tijd kunnen beschikken over een nachtverblijf of een gemeubileerde woning in de gemeente. De toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer), maar het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gasten. De forensenbelasting wordt direct geheven van de niet-ingezetene die de beschikking heeft over een gemeubileerde woonruimte. Voorwaarde voor het heffen van een forensenbelasting is dat de eigenaar geen ingezetene is, meer dan 90 dagen beschikt over de tweede woning en dat de woning gemeubileerd is. Op dit moment kunnen deze eigenaren niet in de toeristenbelasting betrokken worden. Bij een forensenbelasting gaan ze deze dus betalen. Voor de dagen dat ze zelf geen gebruik maken van de woning en deze via een verhuurbemiddelingsbureau ter beschikking stellen aan derden, betalen de gebruikers via het bemiddelingsbureau toeristenbelasting. Dat zit nu wel al in de heffing.

Het is voor de eigenaar dus niet beide. Hij betaalt voor de 90 dagen en meer een vast bedrag en de gebruiker betaalt de toeristenbelasting voor de overnachtingen per persoon. Uit een haalbaarheidsonderzoek van BsGW blijkt dat het in Echt-Susteren om ongeveer 200 woningen gaat die in de forensenbelasting betrokken kunnen worden. Via het raadsvoorstel over de belastingverordeningen 2022 dat op 15 december 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld, wordt vanaf 2022 een forensenbelasting ingevoerd om zodoende de niet-ingezeten die in de gemeente een tweede woning hebben, bij te laten dragen in de algemene voorzieningen die de gemeente biedt. De eigenaar betaalt weliswaar onroerendezaakbelasting over zijn bezit, net als de ingezetene met een eigen huis in de gemeente, maar voor de niet-ingezetene wordt geen vergoeding via de algemene uitkering ontvangen.

Lastendruk De gemeente staat er door een jarenlange conservatieve begrotingspolitiek financieel goed voor. In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is afgesproken dat dit beleid gecontinueerd wordt waarbij jaarlijks sluitende meerjarenbegrotingen uitgangspunt zijn in combinatie met een aanvaardbare lokale lastendruk voor de huishoudens die onder het provinciaal gemiddelde ligt. Uit het belastingoverzicht 2023 van de provincie Limburg blijkt dat de gemeente er in geslaagd is om vanaf 2020 weer onder het niveau van dit provinciale gemiddelde te komen. Dit komt met name door de nieuwe systematiek van afvalinzameling. De gemiddelde lastendruk is in 2023 € 43 lager dan het provinciale gemiddelde. Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Op 3 november 2022 heeft de raad de nota’s risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Deze nota’s vormen het kader waarbinnen gewerkt wordt. Beleid reserves De nota reserves en voorzieningen wordt elke twee jaar aan de raad ter vaststelling aangeboden. In de tussenliggende jaren vindt er alleen een cijfermatige bijstelling van de reserves plaats, voor zover dat nodig is. De nota reserves en voorzieningen 2023 wordt in november 2023 tegelijk met de begroting 2023 aan de raad aangeboden.

Reserve revolverende investeringen De doelstelling van de reserve is om te investeren in innovatie en verduurzaming met als voorwaarde dat een rendement wordt behaald op de investering. De komende jaren is / wordt mogelijk geïnvesteerd in windmolens en zonneparken. Het saldo van de reserve is daartoe waarschijnlijk ontoereikend. Om die reden wordt nagegaan of het saldo van deze reserve verhoogd kan worden, waarbij nadrukkelijk eerst naar andere reserves gekeken wordt om deze eventueel neerwaarts bij te stellen. De doelstelling van de reserve wordt aangevuld met het uitgangspunt dat de reserve moet bijdragen aan het verlagen van de gemeentelijke leningenportefeuille. Ook is het van belang dat geïnvesteerd wordt in duurzaamheidsmiddelen die in eigendom zijn van de gemeente, zodat het rendement ook ten goede komt aan de gemeente (lees de burgers van onze gemeente) en niet aan investeerders.

Kadernota 2024

9

Reserve regiofonds Deze reserve wordt onder meer gevoed met de opbrengst van gemeentelijke (grond)eigendommen, waaronder begrepen landbouwgronden, productiequota en overhoeken. De reserve beschikt over voldoende middelen om de aangegane claims en verplichtingen te dekken. Bij de kaderbrief 2021 is besloten om de opbrengst verkoop gemeentelijke eigendommen niet langer toe te voegen aan de reserve regiofonds maar aan de reserve revolverende investeringen, zodat ook met de verkoopopbrengst inkomsten gegenereerd kunnen worden. Eigen financieel beleid Verder is er in de loop der jaren nog financieel beleid ontwikkeld over: Algemene uitkering Voor wat betreft de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2024 uitgegaan van de meicirculaire (2023) en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Bij de bepaling van de accressen voor de jaren na het begrotingsjaar houden de beheerders van het gemeentefonds rekening met een mutatie van de prijsontwikkeling van het BBP (Bruto Binnenlands Product). De gemeente begroot de algemene uitkering voor de jaren 2024-2027 op basis van constante prijzen en houdt aan de lastenkant van de meerjarenraming geen rekening met een inflatiepercentage. Verordening artikel 212 In artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid vaststelt.

Het gaat hierbij om uitgangspunten die binnen de verslaggevingsregels van het BBV ter invulling aan de gemeente zijn gelaten en die kunnen worden afgestemd op de specifieke omstandigheden van de gemeente. Door de uitgangspunten vast te leggen in de verordening wordt invulling gegeven aan de kaderstellende rol van de raad. Hiermee wordt voor een ieder helderheid verstrekt over keuzes die over het financieel beleid zijn gemaakt en de argumentatie daarbij. Ook is hiermee helder welke spelregels bij de begrotingsuitvoering moeten worden gevolgd en geeft dit waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening wordt in 2023 opnieuw aan de raad ter vaststelling aangeboden. Onvoorziene uitgaven In de begroting is een bedrag van € 103.500 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Om praktische redenen is het college gemandateerd een beroep te kunnen doen op deze post en daarover de raad pas achteraf te informeren door één van de beide bestuursrapportages of de jaarrekening. Deelfondsen 3D’s In 2015 is de uitvoering van het sociaal domein (zorg, jeugdhulp en werk) gedecentraliseerd naar de gemeenten. Hiervoor ontvingen de gemeenten aparte uitkeringen in de vorm van deelfondsen. Het rijk heeft besloten om de budgetten voor de drie pijlers met ingang van 2019 te ontschotten en deel uit te laten maken van de algemene uitkering.

In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is afgesproken dat de budgetten op basis van de bedragen uit de begroting 2018 geoormerkt blijven voor het sociaal domein en mogelijke tekorten binnen bepaalde pijlers binnen het programma op te vangen. Overschotten blijven geoormerkt binnen de bestaande (egalisatie-) reserves voor het sociaal domein. Indexering budgetten Het is regel dat budgetten niet automatisch geïndexeerd worden. Hiervoor is, gezien de schaarste aan middelen, geen ruimte. De indexering moet gezocht worden door het maken van slimme keuzes. Het is in sommige gevallen onoverkomelijk dat dit ten koste gaat van de kwaliteit (lager uitvoeringsniveau). De jaarlijkse inflatie moet worden opgevangen door het interen op de huidige budgetten. Gelet op de hoge inflatie die zich vanaf 2022 voordoet, zullen de kosten van uit te voeren werken en diensten behoorlijk toenemen. Het is niet zeker dat deze hogere kosten binnen de bestaande begrotingsposten opgevangen kunnen worden, waardoor overschrijdingen onoverkomelijk zijn. Uw raad wordt hierover via de bestuursrapportages of raadsinformatiebrieven geïnformeerd.

Kadernota 2024

10

Reserve vermindering kapitaallasten Substantiële incidentele meevallers worden in principe toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaalasten. Deze kan worden ingezet om structureel ruimte te creëren binnen het meerjarenperspectief van de begroting. Naast de incidentele meevallers is bij elke reserve (voor zover mogelijk) een plafond ingesteld. Het surplus dat boven dit plafond uitgaat, wordt toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaallasten of aan de reserve revolverende investeringen. Overheveling niet volledig bestede budgetten Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de 2e bestuursrapportage vóór 31 december van het boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten worden gedekt. Voorafgaand aan het opnieuw beschikbaar stellen van het budget wordt voorgesteld om in het daarop volgende boekjaar wel al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Uitgaven uit reserves Wanneer uitgaven uit reserves gedekt worden en deze aan het einde van enig boekjaar niet volledig zijn uitgevoerd, maar in het daarop volgende jaar nog nodig zijn, is het toegestaan in het daarop volgende boekjaar al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Voorbereidingskrediet faciliterende en actieve grondexploitaties.

Wanneer de gemeente overweegt om zelf of in samenwerking met een projectontwikkelaar, een (uitleg)gebied te (laten)ontwikkelen, moeten hiervoor, met name in de initiatief- en voorbereidingsfase, kosten worden gemaakt. Vervolgens kan definitief worden besloten om de gronden al dan niet in exploitatie te nemen of de exploitatie daarvan te faciliteren. Bij een actieve grondexploitatie ontwikkelt de gemeente de gronden zelf en bij een faciliterende grondexploitatie faciliteert de gemeente de randvoorwaarden voor een gewenste ontwikkeling van gronden door een derde partij. Het algemeen budgetrecht is een raadsbevoegdheid. Normaal gesproken mag het college geen kosten voor grondexploitaties maken, voordat de raad hiervoor geld ter beschikking heeft gesteld. De raad kan het college echter de ruimte bieden om binnen kaders zelfstandig financiële besluiten hierover te nemen. Vanwege de doorlooptijden van raadsvoorstellen is het niet te doen om met name bij de veelvoud aan kleinere projecten, per project een voorbereidingskrediet door de raad te laten vaststellen voordat voorbereidende kosten kunnen worden gemaakt.

Om toch in de voorbereidingsfase al kosten te kunnen maken, deze op juiste wijze te registreren en dekking daarvoor te regelen, wordt het volgende voorgesteld: Limiet De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad tot een totaal bedrag van maximaal € 100.000 bestedingen te doen voor de voorbereiding van actieve- en faciliterende grondexploitaties , dit met inachtneming van de volgende voorwaarden die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor voorbereidingskosten dwingend voorschrijft:  De kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening; en  De kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve of faciliterende grondexploitatie danwel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. De in de beginfasen te maken voorbereidingskosten zijn meestal planontwikkelingskosten, maar kunnen ook bestaan uit o.a. beheerskosten, sloopkosten, (strategische) verwervingskosten en rente. Afhankelijk van de indeling in een actieve- of faciliterende grondexploitatie, worden kosten die al worden gemaakt voordat het grondexploitatiecomplex mag worden geopend, volgens het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder ‘Immateriële Vaste Activa (ImVA)’ of ‘Overlopende activa’.

Overgang naar exploitatie Worden deze plannen daadwerkelijk in ontwikkeling genomen. dan worden de onder ImVA of overlopende activa geactiveerde voorbereidingskosten overgeheveld naar het actieve of faciliterende grondexploitatiecomplex. Kadernota 2024

11

Afboeking De op ImVA of overlopende activa verantwoorde kosten waarvan de 5 jaars-termijn in het actuele boekjaar verstrijkt, worden in dat actuele boekjaar afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Als dekking wordt hiervoor de algemene reserve grondbedrijf gebruikt. Risicobeheersing Om te voorkomen dat op enig moment meer voorbereidingskosten worden gemaakt dan de algemene reserve grondbedrijf kan afdekken, wordt met de verantwoording van kosten op het voorbereidingskrediet telkenmale ook een claim opgenomen op de algemene reserve grondbedrijf. Algemeen voorbereidingskrediet Om de uitvoering van de projecten volgens het meerjareninvesteringsplan (MIP) te kunnen realiseren is het noodzakelijk om de voorbereiding een jaar eerder te starten dan vermeld in het MIP. Hiervoor moet jaarlijks een algemeen voorbereidingskrediet van € 250.000 beschikbaar zijn voor alle kredieten die in het MIP zijn opgenomen. In het jaar dat een bepaald project in het MIP is opgenomen, worden gemaakte voorbereidingskosten overgeheveld naar het krediet voor dat project. Op dit voorbereidingskrediet wordt niet afgeschreven. Bovenstaande is al besloten in de 1e bestuursrapportage 2013. Naast bovenstaande investeringen van het MIP kunnen ook in de loop van het jaar nieuwe investeringen worden voorbereid. Deze staan dan nog niet op het MIP vermeld.

Ook voor deze investeringen geldt dat voorbereidingskosten worden gemaakt, voordat de vraag om een krediet beschikbaar te stellen aan de raad wordt voorgelegd. De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad binnen het genoemde voorbereidingskrediet bestedingen te doen voor het maken van voorbereidingskosten voor (nieuwe) investeringen. Als de raad afwijzend besluit over het beschikbaar stellen van een krediet, dan moeten de gemaakte voorbereidingskosten ten laste worden gebracht van de reserve vermindering kapitaallasten. Wordt het krediet wel beschikbaar gesteld, dan worden de voorbereidingskosten overgebracht naar het dit krediet. Uitgangspunten Aantal inwoners Voor de begroting 2024 wordt uitgegaan van een inwonertal van 31.900. Het werkelijk aantal inwoners op 1 januari 2023 is 31.987 inwoners. Rentepercentage In de begroting 2024 wordt een rekenpercentage toegepast van 2%. De rente voor langlopende leningen bedraagt per 20 april 2023 voor een 10 jarige lineaire lening 3,11%, voor 20 jaar lineair 3,18% en voor 30 jaar lineair 3,16%. Vanaf januari 2022 laat de rente een stijgende lijn zien die ook in 2023 nog steeds doorzet. In de begroting wordt gewerkt met een rekenrente van 2%. Tot en met 2021 was dit een veilige marge.

Nu de rente een stijgende lijn laat zien kan de begroting onder druk komen te staan en zullen de rentelasten toenemen. In 2019 is besloten tot het aantrekken van financieringsmiddelen voor een totaalbedrag ad € 40 miljoen tegen verschillende looptijden. Voorwaarde was en is dat de rente negatief moet zijn. Ná de onzekere periode in november 2019 is de rente weer stilaan gestegen, totdat eind januari 2020 de rente voor lang geld weer begon te dalen. Op 9 maart 2020 werd de rente voor het eerst negatief en er zijn toen twee lineaire geldleningen van € 10 miljoen elk aangetrokken. Een geldlening met een looptijd van 15 jaar en een rente van -/- 0,11%. De tweede geldlening met een looptijd van 20 jaar en een rente van -/- 0,02%. Per 15 oktober 2020 is de rente weer gedaald en is nog een geldlening afgesloten van € 10 miljoen met een looptijd van 20 jaar tegen een rente van -/- 0,035%. Met de aangetrokken € 30 miljoen kunnen investeringswerken en aflossingen van langlopende schuld gefinancierd worden. De middelen die niet direct nodig zijn worden “geparkeerd" bij de schatkist. Doordat we beschikken over voldoende financieringsmiddelen, waarvan de rente die ruim onder de huidige marktrente ligt, is de rekenrente niet verhoogd en gehandhaafd op 2%. Uitzetten overtollige middelen Een gemeente mag geen middelen aantrekken en vervolgens uitzetten om inkomsten te genereren.

De gemeente is verplicht om de overtollige liquide middelen te parkeren bij de schakist. Hierop is één uitzondering. Een gemeente mag de overtollige liquide middelen wel uitlenen aan ander decentrale overKadernota 2024

12

heden. Sinds de rente in het 2e halfjaar 2022 aan het stijgen is, is de vraag van collega gemeente groot om overtollige liquide middelen van een collega gemeente te kunnen lenen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: De uitlenende gemeente ontvangt een hogere rente dan bij de schatkist, de lenende gemeente betaalt een lager rente dan bij de bank. Per 15 mei 2023 was een bedrag van € 17 miljoen uitgeleend aan collega gemeenten.

Aandachtspunten en aanvullende notities commissie BBV Met ingang van 2017 zijn er wijzigingen aangebracht in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en zijn een aantal notities van de commissie BBV verschenen met dwingende voorschriften. Dit heeft er o.a. toe geleid dat wijzigingen zijn doorgevoerd in de financiële verordening 212, vastgesteld door de raad van 22 februari 2017. In verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college met ingang van het jaar 2024 over het jaar 2023 is aanpassing van de financiële verordening noodzakelijk. Deze wordt dan ook in 2023 aan de raad voorgelegd. De volgende elementen zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting. Activeren van investeringen Het activeren van investeringen heeft financiële effecten. Enerzijds leidt het activeren tot structurele kapitaallasten, die structureel gedekt moeten worden. Daarnaast kent het activeren op de langere termijn ook een kostenverhogend effect, namelijk de rentecomponent. Dit is een extra kostenpost, die is opgenomen in onze (meerjaren)- begroting en de beheerplannen. Anderzijds kan het zijn, dat in de startjaren incidentele ruimte binnen de begroting ontstaat door een gefaseerde invoering (alleen nieuwe investeringen worden geactiveerd). Veelal werden investeringen gedekt uit incidentele middelen (reserves).

Door te activeren zijn structurele middelen nodig in plaats van de eventueel beschikbare incidentele middelen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat beschikbare incidentele middelen gebruikt worden voor de vorming van een bruteringsreserve. De structurele kapitaallasten kunnen dan gedekt worden uit deze bruteringsreserve. Financiële kengetallen In de begroting en de jaarstukken is de gemeente verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe uw financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van uw gemeente. Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting. Vanuit de controlerende en kaderstellende rol is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen. Bij de invoering van de kengetallen is een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Een kengetal of de ontwikkeling van een kengetal is een weerspiegeling van het gevoerde beleid.

Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde en worden ze betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie van uw gemeente. Disconteringsvoet De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde voor het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijk gesteld en gekoppeld aan het streefpercentage van de ECB voor de inflatie, zijnde 2%. Looptijd grondexploitatiecomplex Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken is de richttermijn van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar. Deze 10 jaar moet voortschrijdend worden bezien en er kan alleen gemotiveerd van worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet zijn voorzien van passende risico-beperkende beheersmaatregelen op basis van de specifieke omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan:  het hebben van daadwerkelijke afzetcontracten voor de periode verder dan 10 jaar;

Kadernota 2024

13

   

het hebben van herleidbare afspraken (intenties van projectontwikkelaars/corporaties) voor de periode verder dan 10 jaar; het hebben van harde opbrengsten in eerdere jaren die alle kosten van de exploitatie over de gehele looptijd op voorhand dekken; voor de berekening van het eindsaldo (en het bepalen van de mogelijke verliesvoorziening) niet rekenen met een indexering op de opbrengsten die verder liggen dan 10 jaar; andere maatregelen die de omvang van het geïnvesteerd vermogen beperken en daarmee de risico’s verkleinen op onvoldoende dekking vanuit (nog te realiseren) grondexploitatiebaten.

Notitie Rente In de notitie Rente 2017 wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. Deze notitie heeft als doelstelling:  het bevorderen van een eenduidige handelwijze over rente door gemeenten (harmonisering);  stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken:  het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). Voor het inzicht in de rentelasten van externe financiering, de berekening van het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening wordt het renteschema uit de notitie Rente opgenomen in de paragraaf financiering. Rente Bij de wijziging van het BBV en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De toegestane toe te rekenen rente aan Bouwgronden in exploitatie (BIE) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen.

Dit percentage moet als volgt worden bepaald:  het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering;  het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, als geen sprake is van projectfinanciering; Het is niet toegestaan om rente toe te rekenen aan BIE over het eigen vermogen en als de gemeente geen externe financiering heeft. Notitie Materiële vaste activa De commissie BBV heeft in januari 2020 de geactualiseerde notitie Materiele vaste activa gepubliceerd over investeren, activeren, waarderen, afschrijven en onderhoud kapitaalgoederen. In de notitie zijn in relatie tot materiele vaste activa relevante onderwerpen aan bod gekomen, zoals:  omvangscriterium bij vaste activa  afschrijvingsbeleid vaste activa  stelsel- en schattingswijzigingen  instellen van onderhoudsvoorzieningen. Autorisatie van (restant)budgetten investeringen Investeringsbudgetten worden door de raad vastgesteld, hetzij via de vastgestelde begroting, hetzij via een afzonderlijk besluit van de raad. Op basis van de Gemeentewet is een actieve informatieplicht van het college van burgemeester en wethouders aan de raad.

Bij routine-investeringen wordt regelmatig de behoefte gevoeld de investeringsbudgetten gedeeltelijk over te hevelen naar het volgende boekjaar. Dit om te voorkomen dat er (tijdelijk) geen budget is, maar toch uitgaven gedaan moeten kunnen worden. Wanneer een besparing ontstaat op de toegekende budgetten, is het aan de raad om te besluiten wat er met de restantbudgetten gebeurt. Met de raad moeten nog afspraken gemaakt worden, zoals:  op welk moment gerapporteerd moet worden over de restantbudgetten en het voorstel om een budget af te sluiten danwel open te houden voor toekomstige uitgaven;  het minimum bedrag wat overgeheveld kan worden (per gemeente te bepalen).

Kadernota 2024

14

Deze afspraken (rapporteringscriteria) kunnen worden vastgesteld in de financiële verordening op grond van artikel 212 Gemeentewet. Beheersing budget: termijn van open houden van een budget In de praktijk blijkt hoe moeilijk het is om investeringsbudgetten te beheersen, omdat de doorlooptijd van investeringen lang is. Het kan voorkomen dat investeringsbudgetten overschreden worden, termijnen van uitvoering niet gehaald worden en dat jaargrenzen onbedoeld worden gepasseerd. Door de planning van het verloop van investeringen- waarin inzichtelijk is voor welk bedrag het budget uitgeput gaat worden - kan inzicht worden verkregen in een eventuele vertraging bij de uitvoering van het project. Om te voorkomen dat investeringsbudgetten keer op keer door een begrotingswijziging worden opgevoerd, kunnen hierover afspraken met de raad worden gemaakt. In de financiële verordening kan worden opgenomen hoe lang een investeringsbudget open kan worden gehouden, voordat deze vrijvalt. Met deze afspraak wordt duidelijk dat investeringsbudgetten die langer dan 3 jaar uitlopen, vrij vallen. Als het investeringsbudget toch nog langer nodig is, moet het college dit aan de raad voorleggen door een budgetvoorstel.

In de financiële verordening kan bijvoorbeeld het volgende worden opgenomen:  het aantal keer dat een investeringsbudget overgeheveld mag worden;  dat overheveling van een budget alleen is toegestaan om de met de raad afgesproken prestaties na te komen.

Kadernota 2024

15

Kadernota 2024

16

3. Ontwikkelingen Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen die in 2024 en volgende jaren op ons afkomen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling een realistisch beeld neer te zetten over de financiën van onze gemeente. Deze kadernota kan dienen als discussiestuk om na te gaan welke maatregelen genomen kunnen worden, om het gezonde en voorzichtige financiële beleid van de gemeente voort te zetten. Opgemerkt wordt dat de beschreven ontwikkelingen een momentopname zijn. De inhoud van deze kadernota moet dan ook gezien worden als dynamisch. Zodra er ontwikkelingen zijn, wordt de informatie bijgesteld en wordt de raad geïnformeerd door een raadsinformatiebrief of wordt de laatste stand van zaken verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2024. Programma’s 1 Bevolking en bestuur  3.1.1 Reisdocumenten niet-ingezetenen De komende jaren wordt een piek in de aanvragen voor reisdocumenten niet-ingezetenen (N-I) verwacht. Op basis van balies en bezetting kunnen we de komende jaren 4.000 documenten per jaar afgeven. Op basis van deze gegevens dienen de bedragen structureel te worden aangepast. Dit betekent vanaf 2024 € 30.000 meer uitgaven in verband met het rijksaandeel dat afgedragen moet worden en € 120.000 meer opbrengst aan leges voor de reisdocumenten N-I. 

3.1.2 Reisdocumenten De komende jaren wordt een piek in de aanvragen voor reisdocumenten verwacht. De huidige bedragen in de begroting zijn gebaseerd op een rekenmodel van het Ministerie van BZK, waarbij de opmerking dat deze nog kunnen afwijken. Vanaf 2024 worden de aantallen met behulp van eigen gegevens voorspeld. Dit betekent in verband met het rijksaandeel dat afgedragen moet worden in de jaren: 2024 € 10.000 minder uitgaven 2025 € 15.000 minder uitgaven 2027 € 30.000 meer uitgaven Ten aanzien van de opbrengsten aan leges kan geraamd worden: 2026 € 40.000 meer opbrengsten 2027 € 80.000 meer opbrengsten

Programma 2 openbare orde en veiligheid Geen mutaties Programma 3 Beheer openbare ruimte  3.3.1 Verbreding A2 Vonderen-Kerensheide - dwarsverbindingen In de bestuursovereenkomst voor de verbreding van de A2 Vonderen-Kerensheide (A2VK) is afgesproken dat 3 van de 5 dwarsverbindingen tussen Vonderen en Kerensheide komen te vervallen. In opdracht van de Stuurgroep A2VK heeft de werkgroep Dwarsverbindingen bekeken welke mogelijkheden er zijn om een aantal van de 5 dwarsverbindingen alsnog terug te brengen. De werkgroep heeft voorgesteld om 3 van de 5 dwarsverbindingen terug te bouwen, te weten Slagmolen gemeente Echt-Susteren en Gebroek en ’t Rooth gemeente Sittard-Geleen. Het college van Echt-Susteren heeft op 21 januari 2017 (BBV 516430) ingestemd met dit voorstel inclusief voorgestelde wijze van financiering (garantstelling). De meerkosten voor het terugbrengen van de 3 dwarsverbindingen zijn geraamd op € 2,75 miljoen. Rijkswaterstaat, de provincie Limburg en de drie gemeenten hebben aangegeven garant te staan voor de financiering van de meerkosten. Rijkswaterstaat en de provincie Limburg dragen beide € 750.000 bij. De garantstelling voor de gemeenten is gemaximeerd tot een bedrag van € 1.250.000, op basis van het beschikbaar stellen van de legeskosten.

Zowel bij het Tracébesluit als bij de aanvraag van het Uitvoeringsbesluit, is door Rijkswaterstaat een tekort geconstateerd en gemeld aan het ministerie waardoor het project niet binnen de bestuurlijk afgesproken kaders kan worden gerealiseerd. Deze hogere kosten zijn over het gehele spectrum van het project aanwezig, dus ook voor de dwarsverbindingen. Door de overschrijding van het projectbudget heeft Rijkswaterstaat de garantstelling ingeroepen. De verdeelsleutel van de garantstelKadernota 2024

17

ling is per gemeente als volgt vastgesteld: Stein € 77.000, Sittard-Geleen € 767.000 en EchtSusteren € 406.000. Voorgesteld wordt om in 2024 een budget beschikbaar te stellen van € 406.000 voor de bekostiging van de bijdrage van de gemeente Echt-Susteren in dit project voor de realisatie van de dwarsverbinding Slagmolen. Dit zou (deels) bekostigd kunnen worden uit de legesopbrengsten voor de diverse werkzaamheden binnen onze gemeente in het kader van dit project. Omdat de gevolgen van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) op de uiteindelijke legesopbrengsten nog onvoldoende in te schatten zijn, wordt voorgesteld om de reserve vermindering kapitaalslasten in te zetten als dekking voor het gevraagde budget Garantiestelling verbreding A2. De reserve SC MER OD (egalisatiereserve leges) wordt niet rechtstreeks ingezet omdat deze is voorzien van een plafond ten faveure van de reserve vermindering kapitaalslasten. Programma 4 Onderwijs Geen mutaties Programma 5 Cultuur en Sport  3.5.1 Renovatieplanning buitensporttereinen Middels een planning zijn de renovaties van de gemeentelijke buitensportterreinen (voetbalvelden en tennisbanen) inzichtelijk gemaakt en is aangegeven binnen welke termijnen de renovaties te verwachten zijn. Het betreft de (cultuur)technische of (bij kunstgras) de civieltechnische afschrijving van voetbalveIden en tennisbanen.

In overleg met de betrokken verenigingen wordt uitvoering gegeven aan deze renovatieplanning. De conditiecatalogus vormt de basis voor de beoordeling van de noodzaak van renovaties. Deze beoordeling vindt jaarlijks plaats tijdens een inspectie op locatie. Aan de hand van de renovatieplanning worden aan de raad jaarlijks vanaf 2024 middelen gevraagd ad € 310.000 voor de voorgenomen/geplande renovaties. De gevraagde bedragen zijn gemiddelde kosten. De kapitaallasten bedragen uitgaande van afschrijving 10 jaar en rente 2% € 37.200 in het eerste jaar per jaarschijf. Het eerste jaar van afschrijving volgt op het jaar dat het investeringsbedrag beschikbaar is gesteld. 

3.5.2 Exploitatiebijdrage binnensportaccommodaties Als gevolg van stijging personeels- en energielasten moet de jaarlijkse bijdrage aan Stichting Menswel voor de exploitatie van de gemeentelijke binnensportaccommodaties met ingang van 2024 worden verhoogd. Door aanpassing van de bijdrage wordt voorkomen dat de huurtarieven volledig worden geïndexeerd op basis van het CPI en de gebruikers van de accommodaties hierdoor in problemen kunnen komen. De gevolgen van de lastenstijgingen voor de burgers en vereniging zijn hierdoor beperkt en stroken met de maatschappelijke functie (en laagdrempeligheid) van de voorzieningen. Hoewel de looptijd (2017-2024) van de huidige exploitatieovereenkomst met Stichting Menswel nog niet is beëindigd, wordt de overeenkomst vanwege veranderingen in het accommodatiebestand en diverse juridische en fiscale ontwikkelingen voortijdig herzien. In de nieuwe overeenkomst worden onder andere afspraken gemaakt over de exploitatiebijdrage. In afwachting hiervan wordt daarom uitgegaan van een voorzichtige inschatting van deze bijdrage waarbij alleen voor het jaar 2024 gerekend wordt met een indexatiepercentage van 7,65% ten opzichte van de exploitatiebijdrage 2023. Voor 2024 betekent dit een verhoging van de exploitatiebijdrage met € 124.001 en vanaf 2025 met € 114.301.

Programma 6 Sociaal domein  3.6.1 Investeringen kadernota MIP Gemeenschapshuizen De gemeenschapshuizen zijn een centrale plek in een kern of wijk. Het zijn huizen van en voor de gemeenschap. De samenstelling en behoeften van de inwoners van de gemeenschappen veranderen, waardoor de functie van de gemeenschapshuizen steeds breder wordt. Naast verenigingsactiviteiten zijn het bieden van zorg, hulp, informatie en advies vanuit de eigen kern en door professionele organisaties, belangrijke pijlers voor de leefbaarheid van de kernen. Door een sterke vergrijzing en de toename van onder andere inwoners met dementie, neemt de behoefte aan een sterk sociaal netwerk, voldoende vrijwillige zorg en mantelzorg in de toekomst toe. En daarmee de behoefte aan gemeenschapshuizen die toekomstbestendig zijn door naast verenigingsactiviteiten ook het aanbod aan passende zorgactiviteiten te faciliteren. Om dit te bereiken zijn investeringen in bestaande en nieuwe gemeenschapshuizen noodzakelijk. Kadernota 2024

18

In Koningsbosch is een inpandige aanpassing nodig van de keuken, aanpassing van de rust/bergruimte tot multifunctionele ruimte en de realisatie van een vaste barvoorziening. In Echt zijn de semipermanente lokalen van Buurthuis St. Joris aan vervanging toe en ontstaat een multifunctionele accommodatie (MFA) door de koppeling met OBS De Driepas. Voor Jeugdhuis Pius X en de Banderthof wordt onderzocht of gezamenlijke huisvesting met Menswel onder één dak in een nieuw MFA haalbaar is. Voor Susteren wordt onderzocht of de Harmoniezaal de functie van gemeenschapshuis/MFA kan krijgen. De dekking van de investeringen kan deels ten laste gebracht worden van de € 2,5 mln. voor gemeenschapshuizen in het MIP 2023. Aanvullend wordt voor 2024 € 460.000 en voor 2025 € 2.250.000 geraamd. De kapitaallasten bedragen daarmee voor 2025 € 20.700, voor 2026 € 121.720 en voor 2027 € 120.365 uitgaande van afschrijving in 40 jaar en 2% rente. 

3.6.2 Subsidie Stichting Menswel De Stichting Menswel ontvangt jaarlijks een subsidie voor het uitvoeren van (welzijns-)activiteiten binnen het Sociaal Domein. Het budget voor de subsidie is de afgelopen jaren niet geïndexeerd. Als gevolg van cao-indexaties is vanaf 2024 onvoldoende ruimte om de subsidie te dekken binnen de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. Voorgesteld wordt om de budgetten voor 2024 te verhogen met een indexatiepercentage van 4%. Voor 2024 betekent dit een verhoging van in totaal € 33.054. Met de Stichting Menswel zullen dit jaar de gesprekken worden opgestart voor de invulling van de (nieuwe) meerjarige overeenkomst. In afwachting van deze gesprekken worden de budgetten voor 2025 en volgende jaren (nog) niet bijgesteld. De bijstelling van het budget in 2024 kan worden gedekt uit de stelpost toekomstige ontwikkelingen.

3.6.3 Steunouder Echt-Susteren In april 2022 is een incidenteel subsidie van € 42.840 verleend ten behoeve van de uitrol van de pilot Steunouder Echt-Susteren. Deze subsidie wordt ingezet voor een steunoudercoördinator (8 uur per week) gedurende de periode van 1 juni 2022 tot en met 31 december 2023. Steunouder EchtSusteren is georganiseerde informele steun voor gezinnen, gericht op preventie en bedoeld om veerkracht te versterken en inzet van zwaardere zorg te voorkomen. Steunouder Echt-Susteren koppelt vrijwilligers (steunouders) aan gezinnen (vraagouders) waar behoefte is aan ondersteuning. Een steunouder biedt één of twee dagdelen per week een gastvrij thuis aan een kind. Zo helpen ze ouders, die het moeilijk hebben en die dankzij deze hulp ruimte krijgen om op adem te komen en ervaren dat men de zorg voor kinderen samen kan delen. Vanaf toekenning van subsidie tot aan de kickoff (november 2022) heeft Steunouder Echt-Susteren zich voornamelijk bezig gehouden met het opstarten van de pilot, het generen van bekendheid, het vindbaar zijn, de doelgroep te bereiken en het werven van de vrijwilligers. Dit heeft tot dusver geresulteerd in 1 match van vraag- en steunouders en 2 potentiële aanstaande matches. Steunouder Echt-Susteren sluit aan op de doorontwikkeling van het jeugdhulpstelsel waar vanuit meer wijk- en gezinsgericht gewerkt gaat worden.

Vooruitlopend op de doorontwikkeling en het omzetten van de pilot Steunouder Echt-Susteren naar structureel product, wordt voorgesteld om jaarlijks een bedrag van € 30.000 te reserveren, ingaande per 1 januari 2024. Vanaf 2026 zijn deze middelen jaarlijks (structureel) beschikbaar binnen het budget voor Algemeen Jeugdbeleid. Voor 2024 en 2025 is binnen dit budget een tekort van € 10.500. Voorgesteld wordt om dit voor de genoemde jaren te dekken door een onttrekking vanuit de reserve algemeen jeugdbeleid.

3.6.4 Bijstelling subsidiebedragen Als gevolg van diverse kostenstijgingen zoals stijging minimumloon, loonstijging volgens cao's en algemene kostenstijgingen is het wenselijk het budget voor de jaarlijkse subsidieverlening aan Slachtofferhulp Nederland, Stichting (on)beperkt 4 life, Buddyzorg en diverse overige instellingen te verhogen. De totale bijstelling bedraagt € 16.873 per jaar. Dekking wordt gevonden binnen het programma Sociaal domein vanuit het budget voor Beschermd wonen.

Kadernota 2024

19

Programma 7 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting  3.7.1 Voorbereidingsbudget gebiedsontwikkeling Ten behoeve van de voorbereiding van gebiedsontwikkelingen, niet zijnde grondexploitaties, is het noodzakelijk om budget te hebben voor bijvoorbeeld onderzoeken en het opstellen van ontwerpen. Dit budget is niet structureel in de begroting opgenomen, omdat het benodigde budget vooraf moeilijk in te schatten is. Het huidige budget is in de begroting opgevoerd tot en met 2023. Voorgesteld wordt om ook voor de jaren 2024 en 2025 budget op te nemen van jaarlijks € 50.000 en deze bedragen te dekken vanuit de reserve vermindering kapitaallasten. Programma 8 Omgevingsrecht Geen mutaties Programma 9 Economische zaken en grondexploitaties  3.9.1 Revitalisering en instandhouding lanen buitengebied Afgelopen vier jaar is extra geïnvesteerd in de revitalisering van de lanen in het buitengebied van Maria Hoop, wat zeker tot een kwaliteitsverbetering heeft geleid. Uit nadere inventarisatie blijken echter nog meer problemen. Door algemene aftakeling ten gevolge van leeftijd, maar ook door klimatologische omstandigheden is de toestand van veel lanen in het buitengebied van onze gemeente nog slecht en is het noodzakelijk om te blijven investeren in vervanging van zieke en afgestorven bomen.

Op dit moment valt jaarlijks 4% van het areaal laanbomen in het buitengebied uit en dient vervangen te worden. Onder normale omstandigheden wordt gerekend met een uitval van jaarlijks 1%. Enerzijds is het een verplichting om in te grijpen in het kader van zorgplicht en aansprakelijkheid, anderzijds schrijft het beheerplan Natura 2000 van de Provincie Limburg en de Natuurbeschermingswet ons voor dat lijnvormige beplantingselementen in een straal van 8 km rond het Natura 2000 gebied ‘Abdij Lilbosch en voormalig klooster Maria Hoop’, duurzaam in stand gehouden moeten worden. Kort durende impulsen zijn onvoldoende, structureel investeren blijft noodzakelijk. Voor 2023 resteert nog een restantbudget dat in 2022 eenmalig voor vervanging werd toegekend. Vanaf 2024 wordt voorgesteld het budget structureel met € 30.000 te verhogen. Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen Geen mutaties Overhead  OV.1 uitbreiding formatie Bibob onderzoek De integriteit van onze gemeente wordt aangetast als bij een verleende of te verlenen beschikking (vergunning, subsidie), overheidsopdracht of vastgoedtransactie, door betrokkene(n) financieel voordeel uit (reeds gepleegde) criminele activiteiten dan wel het plegen van strafbare feiten wordt aangewend. Om dit te voorkomen wordt de Wet Bibob toegepast.

Binnen het huidige beleid wordt de Wet Bibob enkel toegepast bij alcoholwetvergunningen/exploitatievergunningen (light-toets) en vergunningen voor seksinrichtingen (volledige toets). Overige vergunningen, overheidsopdrachten of vastgoedtransacties worden alleen getoetst indien wij informatie ontvangen van derden over een mogelijk gevaar. Met het vaststellen van het nieuwe beleid wordt de reikwijdte van het Bibob-beleid aanzienlijk opgerekt waardoor er veel meer volledige toetsen zullen plaatsvinden. Door deze beleidswijziging wordt de positie van de gemeente veel sterker bij het vóórkomen dat beschikkingen, overheidsopdracht of vastgoedtransactie worden misbruikt. Om uitvoering te geven aan het huidige beleid is 0,4 Fte beschikbaar binnen het cluster Veiligheid en Juridische Zaken. Om invulling te geven aan het nieuwe beleid zal er, op basis van ervaringsgegevens, een structurele uitbreiding van 0,6 Fte moeten plaatsvinden. Vandaar dat een structureel budget voor salarissen gevraagd wordt van € 50.000. 

OV.2 Aanbesteding Wagenpark buitendienst Een Europese aanbesteding is uitgeschreven voor operational lease ter vervanging en verduurzaming van het wagenpark van de buitendienst. De opdracht wordt gegund aan de partij met de beste prijs-kwaliteitverhouding. De kosten voor vervanging van het wagenpark vallen hoger uit vanwege de keuze voor operational lease in plaats van aanschaf middels koop. Tevens is gekozen voor de duurdere variant van maximale verduurzaming van de voertuigen (11 van de 16 voertuigen zullen elektrisch aangedreven zijn). De looptijd van de operational lease voor de voertuigen betreft 8 jaar.

Kadernota 2024

20

Het jaarlijks benodigd budget bedraagt € 199.700. Het beschikbaar budget € 143.600 is samengesteld uit diverse posten binnen het huidige budget voor vervoermiddelen. Vanaf het eerste kwartaal 2024 worden de nieuwe voertuigen verwacht en is structureel extra budget nodig van € 57.000.

Kadernota 2024

21

Kadernota 2024

22

4. Financiële vertaling ontwikkelingen Volgnr Omschrijving

3.1.1 3.1.1 3.1.2 3.1.2

Programma 1 Reisdocumenten N-I rijksaandeel Leges reisdocumenten N-I Reisdocumenten rijksaandeel Leges reisdocumenten

2024

2025

2026

2027

30.000 -120.000 -10.000 0

30.000 -120.000 -15.000 0

30.000 -120.000 0 -40.000

30.000 -120.000 30.000 -80.000

6.200

11.780

16.740

31.000

62.000

93.000

114.301

114.301

114.301

9.200

53.970

52.615

11.500

67.750

67.750

Programma 2

3.3.1 3.3.1

Programma 3 Verbreding A2 Vonderen-Kerensheide dwarsverbindingen Reserve vermindering kapitaallasten

406.000 -406.000

Programma 4

3.5.1

3.5.1 3.5.2

Programma 5 Rente investering renovatie sportterreinen (krediet € 310.000 jaarlijks vanaf 2024) Afschrijving investering renovatie sportterreinen (krediet € 310.000 jaarlijks vanaf 2024) Exploitatiebijdrage binnensport

3.6.4 3.6.4 3.6.4 3.6.4

Programma 6 Rente investering MIP gemeenschapshuizen Afschrijving investeringen MIP gemeenschapshuizen Allochtonenwerk Participatie Sociale Activering Alg. Voorzieningen subsidies Wmo Ouderenwerk Mantelzorgondersteuning Algemeen Jeugdbeleid Wijksteunpunten Voorlichting en advisering Wmo Wijksteunpunt Annendaal Stelpost toekomstige ontwikkelingen Algemeen Jeugdbeleid: Steunouder Onttrekking Reserve Algemeen Jeugdbeleid Professionele instellingen, Slachtofferhulp, Buddyzorg Onbeperkt for life Overige instellingen Beschermd wonen

3.7.1 3.7.1

Programma 7 Voorbereidingsbudget GO Reserve vermindering kapitaallasten

3.6.1 3.6.1 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.2 3.6.3 3.6.3

Kadernota 2024

124.001

3.157 1.393 811 5.536 1.682 1.558 4.277 6.981 7.467 192 -33.054 10.500 -10.500

10.500 -10.500

1.084

1.084

1.084

1.084

700 15.089 -16.873

700 15.089 -16.873

700 15.089 -16.873

700 15.089 -16.873

50.000 -50.000

50.000 -50.000 23

Volgnr Omschrijving

2024

2025

2026

2027

30.000

30.000

30.000

30.000

Programma 8

3.9.1

Programma 9 Lanen buitengebied Programma 10

OV1 OV2 OV2 OV2 OV2 OV2 OV2

Overhead Bibob formatie uitbreiding vanaf 2024 vervoermiddelen/Leasing vervoermiddelen/onderhoud vervoermiddelen reinigingsd./olie en brandstof vervoermiddelen/olie en brandstof vervoermiddelen/afschrijvingen vervoermiddelen/rente

50.000 199.700 -20.000 -5.500

50.000 199.700 -20.000 -5.500

50.000 199.700 -20.000 -5.500

50.000 199.700 -20.000 -5.500

-9.000 -104.375 -3.825

-9.000 -104.375 -3.825

-9.000 -104.375 -3.825

-9.000 -104.375 -3.825

Totaal kadernota 2024

161.001

204.201

316.801

341.406

1e Bestuursrapportage 2023 Meerjarig vloeien uit de 1e bestuursrapportage 2023 de volgende financiële consequenties voort:

2024

2025

2026

2027

Mutaties per programma: 1. Bevolking en bestuur 2. Openbare orde en veiligheid 3. Beheer openbare ruimte 4. Onderwijs 5. Cultuur en sport 6. Sociaal domein 7. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 8. Omgevingsrecht 9. Economische zaken en grondexploitaties 10. Algemene dekkingsmiddelen

458.419 373.578 128.600 79.230 24.374 6.000 317.828 -2.639.979

-15.000 458.419 -23.631 128.600 79.299 24.673 6.000 317.828 -3.544.666

-40.000 458.419 -14.000 128.600 79.368 24.972 6.000 317.828 -3.642.292

-30.000 458.419 -199.368 128.600 79.437 25.271 6.000 317.828 -4.172.278

Overhead

1.090.949

2.364.277

2.364.304

3.044.685

Totaal programma’s

-161.001

-204.201

-316.801

-341.406

Kadernota 2024

24

5. Financiële recapitulatie Financieel levert deze kadernota het volgende beeld op:

Hoofdstuk 4 Financiële vertaling ontwikkelingen 1e bestuursrapportage 2023 Totaal

2024

2025

2026

2027

161.001

204.201

316.801

341.406

-161.001

- 204.201

- 316.801

- 341.406

0

0

0

0

De jaren 2024, 2025 en 2026 hadden een overschot van respectievelijk afgerond € 2.212.000, € 1.206.000 en € 2.621.000. Deze saldi zijn in de 1e bestuursrapportage 2023 verwerkt en worden gepresenteerd als voorlopig begrotingssaldo. Voor het jaar 2027 is het voorlopig begrotingssaldo nihil. Derhalve worden de saldi in bovenstaande tabel voor de jaren 2024 tot en met 2027 als nihil gepresenteerd. Zie ook de toelichting in de 1e bestuursrapportage 2023, programma 10, onderdeel 3.10.12.

Kadernota 2024

25

Kadernota 2024

26

6. Meerjareninvesteringsprogramma 2024-2027 Omschrijving van de investering

bedrag

bijdragen

netto investering

afschr. termijn

jaar Inv.

25 15 50 60 50 60 50 60 50 50 0 50 60 40 10

2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024

0

1.000.000 250.000 500.000 500.000 800.000 1.500.000 1.000.000 1.000.000 300.000 400.000 350.000 220.000 500.000 460.000 310.000 9.090.000

25 50 60 50 60 50 60 50 60 60 40 10

2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025

0

1.000.000 175.794 400.000 1.000.000 1.000.000 500.000 1.800.000 200.000 550.000 80.000 2.250.000 310.000 9.265.794

25 50 60 50 60 50 60 50 10

2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026

0

1.000.000 500.000 500.000 600.000 600.000 300.000 2.000.000 750.000 310.000 6.560.000

25 2.027 60 2027 50 2027 60 2027 50 2027 60 2027 50 2027 50 2027 10 2027

2024 Renovatie schoolgebouwen basisonderwijs Algemene verkeerstechnische aanpassingen Gebiedsvisie Peij f3 wegen Gebiedsvisie Peij f3 riool Susteren west wegen Susteren west riool Gebiedsvisie Roosteren f3 wegen Gebiedsvisie Roosteren f3 riool Dieteren wegen Aanleg infrastructuur projectontwikkeling Dieteren Grondverwerving projectontwikkeling Dieteren Nieuwstadt f6 wegen Nieuwstadt f6 riool Gemeenschapshuizen Renovatie sportterreinen Totalen investeringen 2024

1.000.000 250.000 500.000 500.000 800.000 1.500.000 1.000.000 1.000.000 300.000 400.000 350.000 220.000 500.000 460.000 310.000 9.090.000

2025 Renovatie schoolgebouwen basisonderwijs Centrum Echt f3 wegen (aanvulling 2021) Centrum Echt f3 riool Gebiedsvisie Peij f4 wegen Gebiedsvisie Peij f4 riool Susteren west f2 wegen Susteren west f2 riool Stationstraat Susteren fase 1 wegen Stationstraat Susteren fase 1 riool Nieuwstadt f7 riool Gemeenschapshuizen Renovatie sportterreinen Totalen investeringen 2025

1.000.000 175.794 400.000 1.000.000 1.000.000 500.000 1.800.000 200.000 550.000 80.000 2.250.000 310.000 9.265.794

2026 Renovatie schoolgebouwen basisonderwijs Centrum Echt f4 wegen Centrum Echt f4 riool Gebiedsvisie Peij f5 wegen Gebiedsvisie Peij f5 riool Susteren west wegen Susteren west riool Stationstraat Susteren fase 2 wegen Renovatie sportterreinen Totalen investeringen 2026

1.000.000 500.000 500.000 600.000 600.000 300.000 2.000.000 750.000 310.000 6.560.000

2027 Renovatie schoolgebouwen basisonderwijs Susteren riool Susteren wegen St. Joost riool St. Joost wegen Gebiedsvisie Pey riool Gebiedsvisie Pey wegen Algemene verkeerstechnische aanpassingen Renovatie sportterreinen Totalen investeringen 2027

1.000.000 1.000.000 1.000.000 617.875 617.875 1.100.000 1.100.000 250.000 310.000 6.995.750

0

1.000.000 1.000.000 1.000.000 617.875 617.875 1.100.000 1.100.000 250.000 310.000 6.995.750

31.911.544

0

31.911.544

Totalen

Kadernota 2024

kap lasten 2024

kap lasten 2025

kap lasten 2026

60.000 21.667 20.000 18.333 32.000 55.000 40.000 36.667 12.000 16.000 7.000 8.800 18.333 20.700 37.200 403.700

kap lasten 2027

59.200 21.333 19.800 18.167 31.680 54.500 39.600 36.333 11.880 15.840 7.000 8.712 18.167 20.470 36.580 399.262

58.400 21.000 19.600 18.000 31.360 54.000 39.200 36.000 11.760 15.680 7.000 8.624 18.000 20.240 35.960 394.824

60.000 7.032 14.667 40.000 36.667 20.000 66.000 8.000 20.167 2.933 101.250 37.200 413.915

59.200 6.961 14.533 39.600 36.333 19.800 65.400 7.920 19.983 2.907 100.125 36.580 409.343

60.000 20.000 18.333 24.000 22.000 12.000 73.333 30.000 37.200 296.867

0

0

0

0

0

403.700

813.177

1.101.034

27

Kadernota 2024

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=92ecb9f5-b77d-4d5c-8136-371dd56dd8c0