Kadernota 2024
Tekst van het document
Kadernota 2024 Algemene beleidsmatige en financiële kaders
DEFINITIEF, 11 januari 2023
Inhoudsopgave
1. Algemene kaders ...................................................................................................................... 3 2. Financiële kaders .................................................................................................................... 10
2
1. Algemene kaders Inleiding De kadernota van SC MER geeft de richting aan waarbinnen de begroting 2024 zich zal bewegen. Zoals gebruikelijk zit in elke kadernota van SC MER een bepaalde mate van onzekerheid. Door de begrotingscyclus is elke gemeenschappelijke regeling, waaronder ook SC MER, genoodzaakt om een jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar, de kadernota op te stellen. Ontwikkelingen In het huidige tijdsgewricht volgen maatschappelijke ontwikkelingen elkaar steeds sneller op en worden onvoorspelbaar. Dit leidt ertoe dat de opgaven voor de MER gemeenten groter en complexer worden. Zo hebben de gemeenten een steeds grotere rol gekregen in de aanpak van de verschillende crises in ons land. Dit zagen we ondermeer terug in de grote rol die de gemeenten hebben (gehad) in de aanpak van Covid-19, in de opvang van vluchtelingen (statushouders) en in de ondersteuning van onze inwoners bij de sterke stijging van de energielasten. Dit alles legt een druk op de dienstverlening van de MER gemeenten voor hun inwoners, hun bedrijven en hun instellingen. Er wordt steeds meer verwacht van de lokale overheid, waarbij we niet meer goed kunnen voorspellen wat de toekomst ons verder nog brengt en wat dat vraagt van de MER gemeenten. Dit vraagt ook het een en ander van SC MER.
Zowel in de ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering als in de directe dienstverlening voor de inwoners, bedrijven en instellingen van de MER-gemeenten. Zo is SC MER verantwoordelijk voor de uitvoering van de energietoeslagen en voor de inburgering van vluchtelingen, waaronder de vluchtelingen uit de Oekraïne. Het zijn niet alleen de maatschappelijke ontwikkelingen die leiden tot een andere dienstverlening en daarmee voor ons als SC MER tot een andere wijze van ondersteuning of tot een andere directe dienstverlening. Het gaat eveneens over wettelijke en technologische ontwikkelingen. Zo gaat bijvoorbeeld de invoering van de Omgevingswet in belangrijke mate bepalen hoe de vier MER organisaties invulling geven aan vergunningstrajecten ten aanzien van de inrichting van de fysieke ruimte. Los van alle vragen omtrent de invoering van deze wet is in ieder geval duidelijk dat het anders dan nu moet en dat een nog intensievere samenwerking daarbij is vereist. Gelijktijdig zorgen allerlei technologische ontwikkelingen, waaronder ook de ontwikkelingen op het gebied van social media, ervoor dat we de dienstverlening anders kunnen en moeten inrichten.
Meer ‘zelfsturing’, meer 24/7 beschikbaarheid van gegevens en het robotiseren van allerlei administratieve en besluitvormingsprocessen zorgen ervoor dat onze directe dienstverlening en onze ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering er anders uit komt te zien1. Met de wetenschap dat we het in de toekomst met minder medewerkers moeten doen, als gevolg van een sterke vergrijzing van de beroepsbevolking2, betekent dit veel voor onze organisatie. Al deze ontwikkeling vereisen een wendbaar en flexibel SC MER. Een SC MER dat ingericht is op de toekomst. Dit houdt in dat we de komende jaren verder moeten investeren in onze medewerkers en in onze technologie, zodat we ook in de toekomst kunnen zorgen voor een goede en efficiënte dienstverlening. We zullen dit vooral met elkaar, met de vier MER organisaties, moeten oppakken en daarin gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor moeten nemen. We staan namelijk samen voor de dienstverlening voor onze inwoners, voor onze bedrijven en voor onze instellingen.
1
A&O fonds gemeenten: Rapportage Digitale Transformatie deel 2 Bron CBS: de potentiële beroepsbevolking in Nederland zal vanaf 2021 tot 2050 met ruim een half miljoen afnemen 2
3
Toenemend aantal verplichte audits Steeds meer dienen we op basis van nieuwe wetgeving verantwoording af te leggen aan externe instanties en aantoonbaar te voldoen aan verplichte normenkaders. Daarnaast levert SC MER een bijdrage aan de verantwoording die de gemeenten af moeten leggen aan gemeenteraad en externe toezichthouders. Het gaat hierbij om de jaarlijks uitbreidende ENSIA-verantwoording op het gebied van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Basisregistratie Grootschalige Topografie, Basisregistratie Ondergrond, Basisregistratie Personen, Reisdocumenten, DigiD, Suwinet en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid. Daarnaast voeren we audits uit in het kader van de Wet politiegegevens en moeten we ons aantoonbaar verantwoorden over de verwerking van persoonsgegevens onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Verder verwachten we een nieuwe verantwoordingslast over de inzet van algoritmes. Uitvoering van en medewerking aan deze audits legt een steeds groter beslag op onze capaciteit, ook in 2024.
Programma specifieke punten Programma Omgevingsdienst Omgevingswet – DSO (landelijke voorziening) en Rx.Mission In 2022 was alles gericht op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (OW) per 1 juli 2022, later werd dit 1 januari 2023. Maar op 14 oktober 2022 besloot de minister om de inwerkingtreding van deze omvangrijke en complexe wet wederom uit te stellen, nu tot 1 juli 2023. Maar zelfs over de haalbaarheid van deze nieuwe datum bestaat veel twijfel. Het voorstel van de minister moet nog langs de Eerste en Tweede Kamer. De signalen die vanuit de politieke omgeving worden opgevangen, gebaseerd op conclusies uit een recent opgeleverd ict-rapport over de werking van het Digitaal Stelstel Omgevingswet (DSO), geven voldoende aanleiding om te veronderstellen dat langer uitstel aan de orde zal zijn. De OW richt zich op de fysieke leefomgeving. Dat is breder dan ruimtelijke ordening. Ook milieu, natuur, cultureel erfgoed, water, lucht, bodem en gezondheid behoren ertoe. Alle activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving vallen onder de wet. De Omgevingswet faciliteert ook sociaal-domein-doelen. Denk aan de relatie tussen fysieke leefomgeving en sociale cohesie, inclusieve samenleving, gezondheid, veiligheid. De reikwijdte van de nieuwe wet is groot en raakt veel beleidssectoren.
De invoering van de wet vraagt een andere manier van werken binnen SC-MER én de deelnemende gemeenten. Er komt meer ruimte voor particuliere ideeën en er is meer ruimte voor lokale afweging. Gemeenten moeten een omgevingsvisie vaststellen en het nieuwe omgevingsplan is breder van scope dan de huidige bestemmingsplannen. In bepaalde gevallen moeten processen van vergunningverlening sneller worden afgerond, van 26 naar 8 weken. Met de komst van de Omgevingswet gaan ook de drie landelijke voorzieningen (Activiteitenbesluit Internet Module (AIM), het Omgevingsloket Online (OLO) en Ruimtelijkeplannen.nl (RP.nl) op in het nieuwe Omgevingsloket van het DSO. Bevoegde gezagen en hun uitvoeringspartners moeten aansluiten op dit nieuwe DSO. Het DSO voorziet in twee hoofdfuncties: het ontsluiten van informatie over de fysieke leefomgeving en het kunnen indienen van verschillende typen aanvragen en meldingen bij het bevoegd gezag. De Omgevingsdienst werkt al enkele jaren samen met de MER gemeenten hard aan de implementatie van deze gigantische wetswijziging. Het gememoreerde uitstel van de inwerkingtreding van de OW tot 1 juli 2023 (en mogelijk nog langer) heeft gevolgen voor het implementatieproject bij alle vier de organisaties. Allereerst leidt het aangekondigde uitstel
4
(opnieuw) tot onzekerheid bij medewerkers en management over de invoeringsdatum en daarmee over de aangekondigde veranderingen (in wettelijke regels, in processen, in digitaal werken) als gevolg van de Omgevingswet. Naast deze onzekerheid betekent het uitstel dat een aantal aspecten/thema’s/deelprojecten (in meer of mindere mate) kan worden getemporiseerd. Anderzijds moeten we een aantal andere in gang gezette ontwikkelingen niet willen faseren of uitstellen. De tijd is gewoonweg rijp om met belangrijke digitale verbeteringen en dienstverleningsontwikkelingen daadwerkelijk aan de slag te gaan. Zo gaat de implementatie van het nieuwe softwarepakket RxMission gewoon door. De Omgevingsdienst zal dit in de 1e helft van 2023 in gebruik gaan nemen, samen met nagenoeg alle andere gemeenten en relevante ketenpartners (Veiligheidsregio, provincie, RUD’s, waterschap) in Limburg. En ook het in samenwerking tussen de vier MER-organisaties ontworpen initiatievenproces biedt zoveel meerwaarde in onze dienstverlening, dat deze andere werkwijze (intake- en omgevingstafel, een meer faciliterende klanthouding) in de eerste maanden van 2023 wordt uitgerold, Omgevingswet of niet.
Bij al deze ontwikkelingen is het noodzakelijk om met de vier organisaties samen op te trekken en hierbij naar procesharmonisatie toe te werken bij de inrichting van de nieuwe werkprocessen en software voor de Omgevingsdienst. Dit vindt plaats onder regie van de MER-brede bestuurlijke stuurgroep en de projectgroep Omgevingswet. Daarbij hanteren wij het mantra: “Samen waar het kan, alleen lokaal wat moet” voor het organiseren van een klantgerichte, efficiënte en effectieve dienstverlening. Wetsvoorstel ‘Kwaliteitsborging voor het bouwen’ (WKB) Een flinke impact op de werkzaamheden van de Omgevingsdienst zal ontstaan door inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB). Met de WKB wordt beoogd de kwaliteitsborging in de bouw te verbeteren. Dit wordt gerealiseerd door onder andere de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor het voldoen aan bouwregelgeving in handen te leggen van private partijen. Onderdelen van het wetsvoorstel zijn: - Kleine bouwwerken en verbouwingen vrij van toets Bouwbesluit 2012. - De gemeente controleert of een aannemer werkt met een goedgekeurde methode voor - kwaliteitsbewaking. - De toetsing aan het Bouwbesluit 2012 van nieuwbouw en verbouw bij de - vergunningverlening door de gemeente vervalt.
- Private partijen ontwikkelen methodes voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers - zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit 2012. - Een onafhankelijke publieke toelatingsorganisatie oordeelt of een voorgestelde methode - voor kwaliteitsbewaking voldoet aan de eisen. De inwerkingtreding van deze wet is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dus (voorlopig) voorzien voor 1 juli 2023. De Omgevingsdienst is aan de slag met de voorbereiding op deze nieuwe wetgeving. Daarbij wordt ook betrokken welke impact deze wet heeft op de benodigde capaciteit voor de uitvoering van de werkzaamheden bij de Omgevingswet, en welke impact op de legesinkomsten aan de orde is voor de drie gemeenten. Daartoe is in 2022 een volledig nieuwe, OWen WKB-proof gemaakte legesverordening opgesteld, die uitgaat van (nagenoeg) volledige kostendekkendheid en die de impact van de WKB financieel heeft doorvertaald. Deze legesverordening treedt vanwege het uitstel van OW en WKB nog niet in werking. De echte effecten van de WKB zullen overigens – net als die van de OW – pas merkbaar zijn in de 2e helft van 2023 en de formele doorvertaling daarvan zal dan ook pas in de begroting 2024 en het Uitvoeringsprogramma 2024 kunnen plaatsvinden. Ontwikkelingen op het gebied van dienstverlening
5
De ambities op het gebied van dienstverlening zijn groot binnen SC MER en de drie gemeenten. Op allerlei manieren wordt – al dan niet projectmatig – gewerkt aan verbetering van de dienstverlening aan onze burgers en bedrijven. Voorbeelden daarvan zijn verbetering telefonische bereikbaarheid, ontwikkeling e-formulieren, doorontwikkeling websites gemeente en webportalen SD en OD, het project zaakgericht werken, maar ook alle ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet zijn primair gericht op betere dienstverlening aan onze klanten. Dit continu verbeterproces vergt aandacht. Van belang is dat er voldoende capaciteit beschikbaar komt voor deze ontwikkelingen. In de begrotingen en UP’s moet aandacht zijn voor de impact die dit verbeterproces heeft op de productiecapaciteit van SC MER. Ontwikkelingen RUD LN De RUD LN is een netwerkorganisatie die belast is met de uitvoering van de zogenoemde basismilieutaken: het behandelen van aanvragen om milieuvergunningen/-meldingen van bedrijven, het houden van milieutoezicht op die bedrijven, het behandelen van klachtmeldingen en het waar nodig handhaven van regels op het gebied van milieu, bodem, geluid, energie, omgevingsveiligheid. Deze netwerkconstructie – waarbij de betreffende medewerkers deze milieutaken ‘gewoon’ uitvoeren vanuit hun eigen organisatie (in ons geval de Omgevingsdienst) – staat onder druk van het ministerie.
De RUD LN is nog de enige netwerk-RUD in Nederland. Deze ministeriële aandacht leidt tot veel focus op de werkwijze van de RUD LN en op de verbeteracties die nodig zijn (veelal m.b.t. planning & control en governance). Een door de RUD LN in 2020/2021 uitgevoerde zelfevaluatie leidde al tot vergelijkbare conclusies en aanbevelingen. Het DB en AB van de RUD LN hebben om die reden in 2022 een verbeterplan omarmd. Dit meerjarig verbeterplan (2022-2024) is in uitvoering. Hiervoor is niet alleen ambtelijke capaciteit nodig, maar ook de inzet van financiële middelen, met name in 2023 en 2024.
6
Programma Sociaal Domein Inburgering / opvang vluchtelingen Op basis van de Inburgeringswet liggen alle taken op het gebied van nieuwkomers (statushouders) weer bij de gemeenten. Vanuit de MER gemeenten zijn de uitvoerende taken opgedragen aan SC MER, waarbij 2023 nog is aangemerkt als overgangsjaar. Ervaring opdoen met de omvang en problematiek van de doelgroep, het ingekochte leerprogramma en het nieuw ontwikkelde werkproces staan daarbij centraal. De afspraken en formatieve en financiële gevolgen zijn als aanvullende dienstverlening en dus tijdelijke middelen opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein. Met ingang van 2024 worden de taken structureel en landen de benodigde middelen ook als zodanig in de MER Begroting. De verwachting is dat de instroom van vluchtelingen de komende jaren blijft toenemen wat betekent dat de taak van gemeenten bij de opvang en huisvesting en van SC MER bij de begeleiding en inburgering zwaarder zal worden. We zullen de ontwikkelingen nauwgezet volgen en zo goed mogelijk anticiperen op de te verwachten instroom. Doorontwikkeling (digitale) dienstverlening Om de dienstverlening voor onze burgers en de efficiency en kwaliteit van onze processen verder te verbeteren worden meer mogelijkheden op het gebied van e-diensten geïmplementeerd in 2023.
Vanaf eind 2023 / begin 2024 kunnen burgers dan door middel van de online-applicatie Mijn Inkomen (voorheen Burgerportaal) inzicht krijgen in hun dossier en ook documenten aan ons doorgeven. Vanaf de tweede fase wordt het ook mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk meldingen te kunnen doen, alsook aanvragen voor bijstand, bijzondere bijstand en de verschillende Minimaregelingen. Ook dit kan dan via een online-applicatie: Snelbalie. Naast een betere dienstverlening is onze verwachting dat dit ook zal leiden tot kortere doorlooptijden en meer efficiency van de betreffende processen. Het is de bedoeling om de effecten en resultaten in 2024 te evalueren en, na bespreking, op te nemen in het Uitvoeringsprogramma SD. Ontwikkeling dienstverlening Wmo In het kader van Toekomstbestendige Zorg wordt komend jaar door de MER-gemeenten een toekomstvisie ontwikkeld met als doel het verder verbeteren van de dienstverlening aan burgers alsook van de lokale sociale basisinfrastructuur. De doelstellingen zijn dat vanaf 2024/2025: 1. de zelfredzaamheid van inwoners verbetert; 2. de participatie van inwoners wordt vergroot; 3. inwoners elkaar meer helpen/ ondersteunen; 4. meer inwoners positief, gezond en veilig leven. Deze visie zal naar verwachting ook impact hebben op de toegang voor het sociaal domein en de doorontwikkeling van de sociale wijkteams.
Dit ontwikkeltraject zal ook raken aan de lokale/regionale inkoop van ondersteuningsarrangementen binnen het sociaal domein. Wat de concrete impact gaat zijn voor de werkzaamheden van het team sociaal domein is op dit moment nog niet duidelijk. Ontwikkeling Participatie in de Arbeidsmarktregio Midden Limburg Er loopt een traject om te komen tot een regionaal programma voor de uitvoering van het werkdeel van de Participatiewet. De bedoeling is nauwer samen te werken in de regio om zodoende duurzaam extra banen te realiseren voor o.a. mensen met een (grotere) afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zou er toe kunnen leiden dat er een nieuwe organisatie (Neio) wordt opgericht van waaruit de reintegratietaak wordt vormgegeven. We participeren in dit traject en zullen samen met de gemeenten afstemmen hoe de samenwerking vorm krijgt en wat de implicaties zijn voor SC MER en het team sociaal domein. Ook als in 2023/2024 zou blijken dat de totstandkoming van de Neio niet doorgaat, is het belangrijk de dienstverlening op het vlak van re-integratie naar werk in onze regio verder te optimaliseren. Binnen de structuur van de Arbeidsmarktregio wordt daarom met de gemeenten, de 7
Westrom, het Werkgevers Servicepunt en het UWV samengewerkt om de komende jaren de arbeidsparticipatie van onze doelgroepen alsook de werkgeversdienstverlening te verbeteren.
8
Programma Bedrijfsvoering Het programma bedrijfsvoering bestaat uit Human Resource Management (HRM), Financiën en Informatisering.
HRM Doorontwikkeling HRM Door middel van moderne software worden HR processen zoveel mogelijk gedigitaliseerd en de informatievoorziening op het gebied van HR geoptimaliseerd. Die ontwikkeling wordt stapsgewijs vorm gegeven, aansluitend bij de menselijke maat in de organisaties. Deze ontwikkeling stelt het team in staat om de efficiency en effectiviteit van haar dienstverlening steeds verder te verbeteren. Doel is om gaandeweg een verschuiving tot stand te brengen van beheerstaken naar meer (strategische) beleidsontwikkeling en -ondersteuning ten dienste van onze organisaties: meer toekomst- en klantgericht, meer klantnabij. Een noodzakelijke ontwikkeling in de rol van HR gelet op de uitdagingen waar de vier MER organisaties voor staan. Strategische personeelsplanning Maatschappelijke vraagstukken en technologische ontwikkelingen zijn steeds meer leidend voor de aard van het werk en de inrichting van onze werkprocessen. Het werken met een strategische personeelsplanning stelt ons in staat om in die dynamische en veranderende omgeving het in de toekomst benodigde personeelsvermogen te identificeren en te vertalen naar de ontwikkelvraagstukken voor onze medewerkers en onze aanvullende vraag op de arbeidsmarkt.
Een toekomstgerichte invulling van ons werkgeverschap is niet alleen van groot belang voor de kwaliteit van onze organisatie, maar ook voor de toekomstige loopbaan van onze medewerkers. Strategische personeelsplanning zien we daarom als een kritieke strategische activiteit. Het vormt de basis voor ons arbeidsmarktbeleid en de ontwikkeling van medewerkers en organisaties. Een oriëntatie op SPP in de HR cyclus van de vier organisaties is dan ook onontbeerlijk. Arbeidsmarktbeleid Als gevolg van de vergrijzing en ontgroening van de beroepsbevolking en toenemende concurrentie op de arbeidsmarkt ontstaan structurele tekorten in het aanbod van nieuwe medewerkers. Weliswaar verwachten we enige demping van deze problematiek onder invloed van de ontwikkelingen in de conjunctuur, maar die zijn slechts tijdelijk van aard en werken niet door in alle segmenten van de arbeidsmarkt3. We onderkennen de risico’s daarvan op onze dienstverlenende functies en bouwen daarom aan een effectieve aanpak van het arbeidsmarktprobleem. Ontwikkeling van medewerkers en organisatie De voortdurende ontwikkeling van onze organisaties vergt dat onze medewerkers mee-ontwikkelen zodat zij duurzaam inzetbaar blijven. Gelet op de structurele tekorten op de arbeidsmarkt hebben wij er daarnaast in toenemende mate belang bij dat wij voor onze medewerkers een aantrekkelijk werkgever zijn.
Zo voorkomen we zoveel als mogelijk en gewenst, dat medewerkers op zoek gaan naar een andere baan. Ter ondersteuning van dat doel stimuleren we onze medewerkers tot (voortdurende) persoonlijke ontwikkeling en bieden we hen daarbij passende loopbaanperspectieven.
3
Bron: CBS.
9
Ontwikkeling arbeidsvoorwaarden Aantrekkelijk werkgeverschap vormt in toenemende mate een strategische factor voor het behouden en aantrekken van medewerkers. Op het intrinsieke vlak spelen de ontwikkelingsmogelijkheden, de betekenis van het werk, de werksfeer en de balans werk-privé in toenemende mate een rol bij de keuze van werknemers voor een bepaald soort werk resp. voor een bepaalde werkgever. Het zwaartepunt ligt echter (nog steeds) bij de arbeidsvoorwaarden. De vormgeving van de primaire arbeidsvoorwaarden is voorbehouden aan sociale partners. Gelet op onze concurrentiepositie is het echter noodzakelijk om ons als werkgevers te beraden over een versterking daarvan door aanvullend lokaal beleid ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden in brede zin. En daarbij rekening mee houdend dat arbeidsvoorwaarden ook het HR beleid dienen te ondersteunen.
Informatisering Het team Informatisering werkt verder aan de in de Producten- en Dienstencatalogus benoemde diensten en aan invulling geven aan de in het Uitvoeringsprogramma genoemde projecten. Professionaliseren van dienstverlening, bieden van hoogwaardige service en ondersteuning en ontwikkeling van toekomstgerichte producten zijn andere speerpunten. Deze ontwikkeling wordt in 2024 vormgegeven langs de sporen kwaliteit, efficiency en basis op orde (hebben en houden). Kwaliteit We werken aan kwaliteit door: - Investeren in de kennis, kunde en houding en gedrag van management en medewerkers van het team Informatisering en dragen dit uit naar alle 4 de organisaties; - Het vervolg geven aan het Verbeterplan Informatiebeheer ten behoeve van een structurele verbetering van de informatiehuishouding van de 4 MER organisaties; - Maximaal te kunnen ontzorgen op het vlak van Informatiebeleid en Informatiebeveiliging. In dit kader meer initiërend te zijn op inhoud en meer sturend op het proces; - Datagedreven werken wordt steeds belangrijker in ons dagelijks werk. Door gebruik te maken van de aanwezige gegevens uit de gemeentelijke bestanden verhogen we de kwaliteit van de rapportages. Efficiency We werken aan efficiency door: - In het cluster informatiebeheer bij de postregistratie en -behandeling, archiefbeheer en informatieverstrekking (opvragingen) uit het archief.
In het Verbeterplan Informatiebeheer zijn hiertoe een aantal projecten benoemd die de efficiency en effectiviteit van de dienstverlening verhogen; In het cluster informatie- en communicatietechnologie door verdergaand te harmoniseren in apparatuur, programmatuur en werkprocessen over de werkorganisaties, integraal beheer toe te passen teneinde het verlagen van de beheerskosten; - In het cluster informatiemanagement doorontwikkeling van zichtbaarheid en bekendheid binnen de 4 MER organisaties om eerder ontwikkelingen in gang te kunnen zetten en volwaardig gesprekspartner voor de 4 organisaties te blijven. De adviserende rol aan de voorkant zal steeds verder uitgebouwd worden;
10
-
In het cluster informatiebeveiliging en privacy meer eenheid te brengen in de aanpak van deze vraagstukken en de coördinerende rol te nemen voor beveiligings- en privacyvraagstukken. Het nemen van de regie hierin is en blijft één van de speerpunten.
Basis op orde We houden de basis op orde door: - Het op orde hebben en houden van de basis zal door de snelheid waarmee het vakgebied ICT zich ontwikkeld steeds meer van ons vragen. Om deze reden zal naast de focus op de inhoudelijke werkzaamheden ook gefocused worden op personeelsontwikkeling. Fit fort he future job wordt hiermee een speerpunt om op die manier vorm te geven aan grotere wendbaarheid in het kader van het faciliteren van maatschappelijke ontwikkelingen; - Bezetting van de 4 clusters op orde houden, zowel kwantitatief als kwalitatief, waarbij de medewerkers gefaciliteerd en gestimuleerd worden zich binnen hun vakgebied nog verder te ontwikkelen; - De aanspreekpunten en afspraken met de 4 gemeenten periodiek te evalueren en waar nodig te verbeteren met als doel vraagsturing nog verder te harmoniseren. Verbeterplan Informatiebeheer In 2024 zal het Verbeterplan Informatiebeheer zijn afronding kennen. De in het verbeterplan genoemde acties zullen de dienstverlening aan burgers, bedrijven en instellingen verbeteren en onze collega’s in staat stellen sneller en eenvoudiger over de benodigde informatie te beschikken. Deze verbeterinitiatieven zullen structureel positieve effecten hebben.
Financiën Het team Financiën werkt verder aan de in de Producten- en Dienstencatalogus benoemde producten en diensten. Met de toegestane formatie, richt het team zich op het harmoniseren en uniformeren van (beleid en) processen om de onderlinge vervangbaarheid te vergroten en de beschikbare capaciteit effectief en efficiënt in te kunnen zetten. Het uiteindelijke doel is om met de toegestane formatie het gevraagde en afgesproken werk ‘in een keer goed’ (kwalitatief en gericht op de klant), uit te kunnen voeren. In 2024 wordt dit binnen de drie clusters (Advies, Beheer en VIC) als volgt vormgegeven: Advies De ontwikkeling van Advies is met name gericht op het verstevigen en verbeteren van de adviesrol, onder andere ook op het uitbreiden van de expertise op het vlak van Duurzaamheidsvraagstukken. Bovendien de relatie met de gemeente als zijnde een partner nog verder opbouwen- en uitbouwen en meer domeingericht te werken (vooral in het Ruimtelijke Domein). Dit moet leiden tot verbetering van de advisering en vermindering van de kwetsbaarheid. Beheer Voor Beheer ligt de focus op het uniformeren van beheerprocessen middels de lean methodiek. Het beoogd resultaat is om effectiever en efficiënter met de beschikbare capaciteit om te kunnen gaan en de onderlinge vervangbaarheid te vergroten (verminderen kwetsbaarheid).
Daarnaast wordt aandacht gegeven aan automatisering en digitalisering van de beheerprocessen. Hierdoor wordt het mogelijk om met de beschikbare capaciteit de in het PDC opgenomen producten en diensten op het gewenste kwalitatieve niveau, te leveren. Verbijzonderde Interne Controle (VIC)
11
De doorontwikkeling van de VIC is gericht op de omslag van het uitvoering van interne controle en rapporteren van bevindingen, via het geven van aanbevelingen naar adviseurschap (niet alleen constaterend, maar ook aanbevelend en adviseren). Met deze doorontwikkeling en de invoering van de Rechtmatigheidsverantwoording krijgt de VIC een prominentere adviserende rol in de organisatie. Van ‘checks achteraf’ wordt de basis nog beter op orde gebracht ten einde het financieel beheer op orde te brengen. In het bijzonder gezien de aantoonbaarheid van de financiële rechtmatigheid. De ‘next step’ kan zijn het beheer richten op de te realiseren doelen en groeien naar een ‘in control statement’. De ontwikkelingen geschetst in de drie clusters worden gedragen en gestimuleerd door twee, grote projecten te weten de implementatie van een nieuw financieel pakket (ingebruikname per 1/1/2024) en de Rechtmatigheidsverantwoording (ingang controlejaar 2023). Nieuw financieel pakket Het nieuwe financiële pakket (ingaande 2024) biedt voor medewerkers van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en SC MER een gebruikersvriendelijke toegang tot financiële processen en de gerelateerde datagegevens. Met de keuze en implementatie van het nieuwe financieel pakket, wordt gericht ingezet op het versterken en implementeren van de doelstelling van SC MER: processen te uniformeren en te optimaliseren.
Eén raamwerk voor de 4 organisaties (o.a. 1 grootboek rekeningschema) met gestroomlijnde en op elkaar afgestemde processen en uniforme werkwijzen. Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van het verslagjaar 2023 is het DB verantwoordelijk voor het opnemen van de rechtmatigheidsverantwoording (RMV) in de jaarrekening, waarmee zij verantwoording aflegt over de financiële transacties, dat deze passen binnen de geautoriseerde begroting, dat men zich heeft gehouden aan de relevante wet- en regelgeving en dat er geen misbruik of oneigenlijk gebruik is gemaakt van financiële regelingen. De RMV is bedoeld om de kaderstellende en controlerende rol te versterken en het onderlinge gesprek rechtmatigheid te bevorderen. Daarnaast is de verwachting dat er intern een kwaliteitsimpuls plaatsvindt voor interne processen en beheersing en dat er meer vooruitgekeken wordt door het formuleren van beheersmaatregelen (om daarmee ‘fouten in de toekomst te voorkomen’).
12
Programma Bestuur & Organisatie Communicatie en juridische expertise in SC MER SC MER is gestart met minimale omvang aan overhead. Communicatie op allerlei gebied, is vanaf het moment van oprichting door de eigen medewerkers opgevangen. Daarnaast wordt er regelmatig een beroep gedaan op de communicatiemedewerkers van de drie MER gemeenten. Echter dit gaat steeds meer knellen. Capaciteit bij de gemeenten is beperkt. Steeds meer wordt helder dat communicatie onderdeel een belangrijk onderdeel van het werk in Sc MER is, zowel op strategisch, tactisch en operationeel niveau. De behoefte aan communicatie advies en ondersteuning is er op diverse vlakken; bij projecten, bij contacten inwoners, bij profilering SC MER naar inwoners en bedrijven, bij vormgeving concrete communicatie instrumenten zoals website SC MER of burgerportaal, bij het wijzigingen van de kanalen om onze diensten te bereiken en bij interne communicatie. In 2024 willen we op een professionele manier invulling geven aan communicatie advies en ondersteuning. Hiervoor gebruiken we 2023 als een pilot jaar waarin we aan de slag gaat met de vormgeving van communicatie. Voor juridische expertise bij opgaven die in SC MER liggen, of waar SC MER de regierol heeft, wordt een beroep gedaan op juristen bij de gemeenten. Bij de gemeenten is hier geen rekening gehouden met capaciteit.
Dus ook hier knelt het en dit werkt het belemmerend in de voortgang. Vanaf 2021 heeft Sc MER een budget à € 15.000 waarmee juridische expertise kan worden ingewonnen. Omdat de juridische expertise vaak specifiek t.a.v. een terrein is, wordt in 2023 geïnventariseerd welke expertise er wordt gevraagd zowel intern als extern, zodat we hiervoor vanaf 2024 een realistisch budget kunnen ramen. Aanpassing gemeenschappelijke regeling SC MER Met ingang van 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden (hierna: Wgr). Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Met deze wetswijziging wordt een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd, naast de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Gemeenschappelijke regelingen hebben tot 1 juli 2024 de tijd om de regelingen aan te passen. Op basis van de wijziging van de Wgr moet de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER (GR SC MER) worden aangepast. Dit biedt meteen een kans om de GR SC MER ook te actualiseren en toekomstbestendig te maken.
13
2. Financiële kaders Inleiding In deze paragraaf worden de financiële kaders neergezet. We kiezen ervoor om de lijn van de kaders 2023 door te zetten in 2024.
Loonkosten op basis van functieboeken Vanaf 2020 hebben we een realistische financiële basis voor de toekomst gelegd door de personeelsbegroting op basis van de functieboeken te begroten, gewaardeerd tegen het maximum functieschaal. Deze lijn wordt in 2024 doorgetrokken.
Buffer voor inhuur capaciteit bij ziekte Vanaf 2020 volgt het SC-MER de landelijke Personeelsmonitor Gemeenten (A+O fonds gemeenten) voor wat betreft het budget dat kan worden aangewend om in te huren bij langdurig ziekteverzuim. Ook in 2024 volgen we de landelijke personeelsmonitor.
Weerstandvermogen met classificatie voldoende Ook het weerstandsvermogen van het SC MER blijft conform de aanwijzingen van onze toezichthouder een aandachtspunt. Dit weerstandvermogen is substantieel verbeterd doordat vanaf 2020 aan de programma’s omgevingsdienst, sociaal domein en bedrijfsvoering een stelpost onvoorzien van € 50.000 is toegevoegd en middels BW 2021-1 structureel extra middelen beschikbaar zijn gesteld voor het bedrijfsplan Informatisering. Daarnaast zal de implementatie van de doorontwikkeling, leiden tot een aanzienlijke verlaging van de risico’s die het SC MER loopt. In de risicoparagraaf van de begroting 2024 zal dit tot uitdrukking komen.
Direct productieve uren Ook in 2024 werken we met 1400 direct productieve uren vanwege eenduidigheid en consistentie.
Uurtarievensystematiek Verrekening vindt plaats op basis van werkelijke uren en werkelijk uurtarief. Ook in 2024 zetten we deze lijn door.
Aanvullende dienstverlening Bij Informatisering, HRM en financiën streven we naar standaardisatie van onze dienstverlening, waardoor aanvullende dienstverlening tot een minimum beperkt wordt. Met name bij de Omgevingsdienst en het Sociaal Domein hebben de deelnemende gemeenten de mogelijkheid aanvullende dienstverlening van ons af te nemen. Dit zijn activiteiten en projecten die niet in het basispakket vallen. Afspraken over aanvullende dienstverlening worden, net zoals afspraken over het basispakket, gemaakt in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, maar nadat onze begroting is vastgesteld. Deze afspraken worden per afdeling vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Financiële effecten van aanvullende dienstverlening worden altijd via een begrotingswijziging verwerkt. Afrekening vindt plaats via facturering na afloop van een kwartaal dan wel aan het eind van het jaar.
14
Onvoorziene autonome ontwikkelingen en nieuwe wetgeving In de uit te voeren taken kan zich een onvoorziene wijziging voordoen. Het aantal aanvragen (bijv. voor een omgevingsvergunning of uitkering) kan meer stijgen dan voorzien. De stijging kan zo hoog zijn dat de werkzaamheden niet binnen de formatie kunnen worden uitgevoerd. In dat geval zal het Dagelijks Bestuur de deelnemende gemeente(n) hiervan tijdig en schriftelijk op de hoogte stellen en vragen binnen een bepaalde termijn schriftelijk aan te geven welke keuzes zij hierin maken (bijvoorbeeld: wijzigingen in kwaliteit, prioriteit of ter beschikking gestelde middelen). De betreffende afdeling van het SC MER kan hierin ondersteunen door informatie en advies te verstrekken. De keuze wordt echter door de deelnemende gemeente gemaakt. Ook nieuwe wetgeving kan leiden tot een wijziging van taken. In deze kadernota worden een aantal wetswijzigingen opgesomd. Echter of en welke financiële gevolgen deze wijzigingen hebben is nu nog niet inzichtelijk. Op het moment dat helder is dat er financiële gevolgen zijn en ook de hoogte hiervan in beeld kan worden gebracht wordt dit in de P&C cyclus van SC MER opgenomen.
Maximaal twee begrotingswijzingen per jaar Met de BW 2021-1 is de financiële basis voor het SC-MER op orde gemaakt. Daarmee hoeft de begroting minder vaak tussentijds te worden aangepast. Toch kunnen zich altijd ontwikkelingen blijven voortdoen op basis waarvan aanpassingen noodzakelijk zijn. Dit zijn aanvullende dienstverlening aan de gemeente(n) en autonome ontwikkelingen en nieuwe wetgeving die nog niet bij het opstellen van de begroting waren voorzien of financieel vertaald konden worden. De begroting kan maximaal twee keer per jaar wijzigingen: in het voorjaar om eventuele gevolgen van de UPs (aanvullende dienstverlening) te verwerken en na de zomer op basis van de halfjaarrapportage.
Actualisatie basisbegroting programma Omgevingsdienst De basisbegroting bij het programma Omgevingsdienst is nog steeds grotendeels gebaseerd op de start van de dienst in 2013. De afgelopen jaren was er steeds sprake van een omvangrijk UP, aangezien de gevraagde basisdienstverlening veel hoger was dan de referentie naar het basisjaar 2013. Mede gelet op de (financiële) omvang van de UP’s van de afgelopen jaren, maar ook gelet op de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (beide voorzien voor 1 juli 2023 en met een forse impact op de werkzaamheden van de Omgevingsdienst) is er noodzaak aan aanpassing van de basisbegroting. De precieze omvang van deze aanpassing in de begroting 2024 is nog niet geheel duidelijk, maar zal meer dan 0,5 miljoen euro bedragen.
Actualisatie basisbegroting programma Sociaal Domein De afgelopen jaren is het aantal taken in het programma Sociaal Domein toegenomen. Deze extra taken zijn telkenmale opgenomen in het UP. Inmiddels is gebleken dat een groot deel van deze extra taken een structureel karakter hebben. Deze structurele taken zullen met ingang van 2024 worden opgenomen in de basisbegroting.
Verschuiving van inhuur budgetten naar vast personeel, structurele salarislasten Gelet op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is het van belang om de bedrijfszekerheid te versterken door medewerkers steviger aan ons te binden. Om die reden starten we met ingang van 2023 met een ombuiging van inhuurkrachten naar meer vast personeel. Naast meer zekerheid over
15
de beschikbaarheid van personeel zijn de kosten van medewerkers in vaste dienst lager dan de kosten bij inhuur. Deze ombuiging leidt tot een verschuiving tussen de budgetten inhuur en structurele salarislasten. Deze ontwikkeling (van flex naar vast) wordt ook mogelijk door het structureel worden van taken bij Sociaal Domein en aanpassing van de basisformatie bij de Omgevingsdienst.
Verwerking uitkomsten gesloten beurzen in begroting 2024 De drie MER gemeenten verrichten diverse leveringen en diensten aan SC-MER, onder andere huisvesting, waarvoor geen kosten bij SC MER in rekening worden gebracht. Dit noemen we de ‘gesloten beurzen systematiek’. Uit onderzoek is gebleken, dat vanuit fiscaal en juridisch perspectief deze situatie niet langer houdbaar is en de huidige systematiek dient losgelaten te worden. Er is een traject met de vier organisaties opgestart, waar in kaart wordt gebracht wat gebeuren moet. Denk hierbij aan de volgende acties: - Opstellen schriftelijke (raam)overeenkomst van opdracht tussen partijen (gemeenten en SC MER); - Opstellen eenvoudige kostentoerekeningsgrondslag voor wat betreft de huisvesting van SC MER in de drie gemeentehuizen. - Aanpassen gemeenschappelijke regeling SC MER. Al deze aanpassingen verlopen budgettair neutraal voor SC MER, kunnen echter wel tot forse herverdeeleffecten bij de drie gemeenten leiden.
Herverdeling bijdragen voor opstellen jaarrekening SC MER Naar aanleiding van de herverdeling bij jaarrekening 2021, hebben de besturen aangegeven dat ze vooraf gezamenlijk afspraken willen maken over de herverdeling van de gemeentelijke bijdragen aan SC MER. Tot dan toe werd de herverdeling jaarlijks bepaald op basis van inschatting van redelijkheid gecombineerd met pragmatisme. Er is sprake van noodzaak tot herverdeling wanneer een gemeente minder of juist meer productie heeft ontvangen. Het totaal van de bijdragen aan SC MER wijzigt niet, door de herverdeling kan het deel van de totale bijdrage per gemeente wel wijzigen. Deze afspraken worden gehanteerd vanaf jaarrekening 2022 en zijn door de vier besturen vastgesteld in november 2022.
Evaluatie kostenverdeelsleutel programma bedrijfsvoering Begin 2021 is voor de begroting 2022 SC MER een nieuwe kostenverdeelsleutel voor het programma bedrijfsvoering vastgesteld door de drie colleges; namelijk gebruikersaccounts. Daarbij is ook besloten om deze verdeelsleutel te evalueren. Deze evaluatie is uitgevoerd in het najaar 2022 door de vier organisaties. Besluitvorming over deze evaluatie dient nog plaats te vinden.
Cao gemeentelijke medewerkers De huidige cao loopt tot 1 januari 2023. De onderhandelingen voor een nieuwe cao tussen de werkgevers (VNG en WSGO) en de vakbonden lopen momenteel nog. De werkgevers hebben onlangs een bod gedaan voor een cao voor 2 jaar (2023 en 2024). Gelet op dit bod kan ervan worden uitgegaan dat de loonkosten als gevolg van de nog overeen te komen nieuwe cao in 2024, t.o.v. 2022, zeker met 10 % zullen stijgen. De huidige begrote loonkosten in het SC MER bedragen 18,5 miljoen euro. De financiële consequenties van deze nog af te sluiten cao zullen dus aanzienlijk zijn en ongeveer € 1.850.000 bedragen.
16