Kadernota 2023
Tekst van het document
Kadernota 2023
Kadernota 2023 meerjarenperspectief 2023-2026
Kadernota 2023
1
Kadernota 2023
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
2.
Financiële kaders
7
3.
Ontwikkelingen
15
4.
Financiële vertaling ontwikkelingen
20
5.
Financiële recapitulatie
22
6.
Meerjareninvesteringsprogramma
23
Kadernota 2023
3
Kadernota 2023
4
1. Inleiding De nu voorliggende kadernota bevat de kaders voor de nog op te stellen ontwerpbegroting 202 3. Het gaat hierbij om zowel beleid als budget. De nota bevat keuzes over bestaand en nieuw beleid en bijb ehorende baten en lasten. De discussie en de afweging over de inzet van de financiële middelen vindt pas plaats bij de begrotingsbehandeling. In maart 2022 hebben de gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. In de raadsvergadering van 21 april 2022 is het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 vastgesteld. Hier uit zijn een aantal financiële mutaties voortgekomen die verwerkt zijn in deze kadernota. Daarnaast zullen in de komende documenten van de beleids- en budgetcycli of afzonderlijke raadsvoorstellen voor zover nodig, de diversen onderwerpen uit het hoofdlijnenakkoord aan de orde wo rden gesteld.
Kadernota 2023
5
Kadernota 2023
6
2. Financiële kaders Geldende kaders eerdere begrotingen De gemeente staat voor de plicht met een structureel sluitende begroting te werken. Dit is niet alleen een voorschrift van de toezichthouder, de provincie Limburg, maar is ook een plicht die de gemeente in het kader van het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en Gemeenten) en een gezond financieel beleid moet vervullen. Uitgangspunt is dat nieuw beleid gerealiseerd kan worden als bestaand beleid wordt ingeleverd. Wanneer de raad dit niet wil, moeten de inkomsten verhoogd worden i.c. de OZB-belastingen. Verhoging van de tarieven is het laatste redmiddel. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de beperkingen die vanuit het rijk aan de OZB-verhoging is opgelegd. Allereerst wordt gekeken naar efficiency en wordt bestaand beleid ter discussie gesteld. Repressief toezicht De raad moet volgens artikel 189, lid 3 Gemeentewet zorgen voor evenwicht in de begroting. Evenwicht wil zeggen dat de structurele lasten in de begroting met structurele baten worden gedekt en dat de ramingen volledig en realistisch zijn. De toezichthouder, provincie Limburg, gaat na of de raad zich aan deze wettelijke opdracht houdt.
Is dat niet het geval, en is er dus sprake van een tekort in de begroting dat ook aan het eind van de meerjarenraming nog steeds bestaat, dan plaatst zij op basis van artikel 203, lid 1 Gemeentewet een dergelijke begroting onder preventief toezicht. Verdiepingsonderzoek (VDO) Elke gemeente wordt één keer per vier jaar grondig onderzocht met een financieel verdiepingsonderzoek. Als dit financieel verdiepingsonderzoek dat mogelijk maakt, wordt de gemeente vervolgens voor vier jaar repressief toezicht verleend. De gemeente wordt dan in deze periode op meer afstand gevolgd. Alleen als de gemeente in die periode financieel ernstig uit evenwicht raakt, kan de meerjarige uitspraak ingetrokken worden. Bij de gemeenten in Midden-Limburg, waaronder Echt-Susteren, heeft in het voorjaar van 2021 voor de vierde keer een financieel verdiepingsonderzoek plaatsgevonden. Aan onze gemeente is voor de jaren 2022-2025 repressief toezicht verleend. Beheerplannen Een van de pijlers voor goed inzicht in de financiële positie is het beschikken over actuele, door de raad vastgestelde beheerplannen, waarbij ook het kwaliteitsniveau wordt bepaald. Dit is ook een eis van de toezichthouder in het kader van het verdiepingsonderzoek. Beheerplannen Plannen
Verkeer, GVVP 2016-2025 Waterketenplan 2017-2021 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2017-2021 Verlichtingsplan 2019-2022 Beheerplan Gebouwen 2020-2030 Wegbeheerplan 2017-2021 Uitvoeringsplan Civieltechnische Kunstwerken 2016-2020 Kadernota Regie op Groen Groenbeheerplan 2019-2023
Kadernota 2023
Vastgesteld door de raad/college
Nieuwe planning in Financiële vertaraad/college ling begroting en meerjarenraming
raad raad raad
2025 2022 2022
Ja Ja Ja
raad raad
2023 2024
Ja Ja
raad college
2022 2022
Ja Ja
college college
n.v.t. 2023
Ja Ja
7
Heffingenbeleid De uitgangspunten van het lokale heffingenbeleid zijn als volgt: Kostendekkendheid: het uitgangspunt is dat de gebruiker betaalt. De gemeenteraad is vrij om de hoogte van het tarief vast te stellen met een kostenonderbouwing als basis, waarbij het rijk een aantal grenzen heeft gesteld, waaronder een maximale kostendekkendheid van 100%. In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is aangegeven dat de onroerendezaakbelasting van woningen in de periode 2022-2026 met maximaal het jaarlijkse inflatiepercentage te laten stijgen en indien mogelijk daar onder te blijven . Volgens het door de provincie Limburg opgestelde belastingoverzicht 2022 was het tarief in Echt-Susteren voor de eigenaren 10% lager dan het provinciale gemiddelde van plattelandsgemeenten en voor de gebruiker 6,8% lager. Voor de jaren vanaf 2023 wordt er rekening gehouden met een stijging van de ozb met 1,75%. Gelet op de huidige inflatie wordt voorgesteld dit op te hogen naar 3,25%. Hiermee blijft onze gemeente onder het provinciaal gemiddelde. Dit is in totaal afgerond € 100.000 structureel cumulatief. Daarnaast wordt er r ekening gehouden met een meeropbrengst ozb vanwege de areaaluitbreiding. Voor 2023 en 2024 wordt € 100.000 geraamd en voor 2025 en 2026 € 200.000. De hoogte en de kostendekkendheid van de tarieven worden in december door de gemeenteraad vastgesteld.
De gemeenteraad heeft in de vergadering van juni 2019 een besluit genomen over de wijze van a fvalinzameling. De nieuwe systematiek is in 2020 ingegaan. Dit nieuwe systeem heeft tot doel dat er nog beter gescheiden wordt door de inwoners waardoor er minder restafval ingezameld wordt. Door hogere kosten de komende jaren zal het tarief voor afvalinzameling stijgen. Door be tere scheiding wordt geprobeerd deze stijging zo minimaal te houden. Vanaf 2023 zal RWM zorgdragen voor de afvalinzameling binnen de gemeente. Volgens het in de raad van 22 september 2016 vastgestelde Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2017-2021 is het tarief voor rioolheffing in 2018 gebleven op het niveau van 2017. Vanaf 2019 wordt dit geleidelijk verhoogd met 1,6% tot € 295 in 2028. Vanaf 2016 zijn objecten in de lozing betrokken die indirect lozen op het riool. Het is gerechtvaardigd en juridisch verdedigbaar deze objecten voor 50% te belasten. In de loop van 2022 wordt het nieuwe GRP opgesteld. Afhankelijk van dit nieuwe GRP wordt doorgerekend op welk niveau het tarief voor de komende jaren moet worden vastg esteld. Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt vanaf 2016 € 1,50 per persoon per overnachting. De stijging van het tarief met € 0,25 per persoon per overnachting gaat vanaf 2024 plaatsvinden.
Het tarief voor de hondenbelasting wordt jaarlijks verhoogd met consumentenprijsindexcijfer (CPI) dat ook onder meer gebruikt wordt voor de indexering van de legestarieven. Om onderscheid te maken in het tarief tussen het kort verblijf van arbeidsmigranten in verblijven met een niet-recreatieve bestemming (bijvoorbeeld huisvesting volgens de beleidsnotitie ‘huisvesting shortstay-arbeidsmigranten gemeente Echt-Susteren’) enerzijds en elke andere vorm van kort verblijf anderzijds, is vanaf 2018 de lijst van definities uitgebreid en is onderscheid gemaakt in het van toepassing zijnde tarief per persoon per nacht. Dit tarief is € 1 per persoon per overnachting. Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het verblijf dat voor overnachting ter beschikking wordt g esteld. Een en ander houdt in dat verblijf door bijvoorbeeld arbeidsmigranten in verblijven met een r ecreatieve bestemming (of verblijven die bepaalde perioden van het jaar als zodanig worden g ebruikt), belast wordt tegen het reguliere (hogere) tarief. Hoewel de grafrechten van openbare begraafplaatsen niet kostendekkend zijn worden deze niet verder verhoogd. In 2015 is duidelijk een maatschappelijke trend zichtbaar dat het aantal crematies toeneemt en het aantal begravingen afneemt.
Dit heeft tot gevolg dat de lasten van de begraafplaa tsen over minder begravingen moet worden omgeslagen, waardoor de kosten per begraving sterk stijgen. Hierdoor wordt de keuze voor een begraving of crematie om financiële redenen bijna onmogelijk. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. Daarom zijn de tarieven van begravingen bevroren op het niveau van het jaar 2015. Via een nieuwe verordening precariobelasting 2021 heeft de gemeenteraad ermee ingestemd dat er in 2021 geen precariobelasting wordt geheven voor terrassen. Dit was in 2020 een van de maatr egelen die de gemeente heeft genomen om tegemoet te komen aan ondernemers die in financiële moeilijkheden zijn gekomen vanwege de coronacrisis. Omdat de gemeente het belang erkent van terrassen die de leefbaarheid van kernen vergroten en het aantrekkelijker maken voor winkelend p ubliek, zijn terrassen vanaf 2021 vrijgesteld van deze belasting.
Kadernota 2023
8
Gemeenten kunnen belastingen heffen van niet-inwoners die voor kortere of langere tijd in de gemeente verblijven en daarbij gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen via de toeristenb elasting en de forensenbelasting. De heffing van toeristenbelasting is gericht op kortstondig verblijf; de forensenbelasting op degenen die als tweede woning, voor langere tijd kunnen beschikken over een nachtverblijf of een gemeubileerde woning in de gemeente. De toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer), maar het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gasten. De forensenbelasting wordt direct geheven van de niet-ingezetene die de beschikking heeft over een gemeubileerde woonruimte. Voorwaarde voor het heffen van een forensenbelasting is dat de eigenaar geen ingezetene is, meer dan 90 dagen beschikt over de tweede woning en dat de woning gemeubileerd is. Op dit moment kunnen deze eigenaren niet in de toeristenbelasting betrokken worden. Bij een forensenbelasting gaan ze deze dus betalen. Voor de dagen dat ze zelf geen gebruik maken van de woning en deze via een verhuurbemiddelingsbureau ter beschikking stellen aan derden, betalen de gebruikers via het bemiddelingsbureau toeristenbelasting. Dat zit nu wel al in de heffing.
Het is voor de eigenaar dus niet beide. Hij betaalt voor de 90 dagen en meer een vast bedrag en de gebruiker betaalt de toeristenbelasting voor de overnachtingen per persoon. Uit een haalbaarheidsonderzoek van BsGW blijkt dat het in Echt-Susteren om ongeveer 200 woningen gaat die in de forensenbelasting betrokken kunnen worden. Via het raadsvoorstel over de belastin gverordeningen 2022 dat op 15 december 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld, wordt vanaf 2022 een forensenbelasting ingevoerd om zodoende de niet-ingezeten die in de gemeente een tweede woning hebben, bij te laten dragen in de algemene voorzieningen die de gemeente biedt. De eigenaar betaalt weliswaar onroerendezaakbelasting over zijn bezit, net als de ingezetene met een eigen huis in de gemeente, maar voor de niet-ingezetene wordt geen vergoeding via de algemene uitkering ontvangen.
Lastendruk De gemeente staat er door een jarenlange conservatieve begrotingspolitiek financieel goed voor. In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is afgesproken dat dit beleid gecontinueerd wordt waarbij jaarlijks sluitende meerjarenbegrotingen uitgangspunt zijn in combinatie met een aanvaardbare lokale lastendruk voor de huishoudens die onder het provinciaal gemiddelde ligt. Uit het belastingoverzicht 2022 van de provincie Limburg blijkt dat de gemeente er in geslaagd is om vanaf 2020 weer onder het niveau van dit provinciale gemiddelde te komen. Dit komt met name door de nieuwe systematiek van afvalinzameling. De gemiddelde lastendruk is in 2022 € 58 lager dan het provinciale gemiddelde. Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Op 5 juli 2018 heeft de raad de nota’s risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Deze nota’s vormen het kader waarbinnen gewerkt wordt. Beleid reserves De nota reserves en voorzieningen wordt elke twee jaar aan de raad ter vaststelling aangeboden. In de tussenliggende jaren vindt er alleen een cijfermatige bijstelling van de reserves plaats, voor zover dat nodig is. De nota reserves en voorzieningen 2021 wordt in november 2023 tegelijk met de begroting 2023 aan de raad aangeboden.
Reserve revolverende investeringen De doelstelling van de reserve is om te investeren in innovatie en verduurzaming met als voorwaarde dat een rendement wordt behaald op de investering. De komende jaren wordt naar verwachting geïnvesteerd in windmolens en zonneparken. Het saldo van de reserve is daartoe waarschijnlijk ontoereikend. Om die reden wordt nagegaan of het saldo van deze reserve verhoogd kan worden, waarbij nadrukkelijk eerst naar andere reserves gekeken wordt om deze eventueel neerwaarts bij te stellen. De doelstelling van de reserve wordt aangevuld met het uitgangspunt dat de reserve moet bijdragen aan het verlagen van de gemeentelijke leningenportefeuille. Ook is het van belang dat geïnvesteerd wordt in duurzaamheidsmiddelen die in eigendom zijn van de gemeente, zodat het rendement ook ten goede komt aan de gemeente (lees de burgers van onze gemeente) e n niet aan investeerders.
Kadernota 2023
9
Reserve regiofonds Deze reserve wordt onder meer gevoed met de opbrengst van gemeentelijke (grond)eigen dommen, waaronder begrepen landbouwgronden, productiequota en overhoeken. De reserve beschikt over voldoende middelen om de aangegane claims en verplichtingen te dekken. Bij de kaderbrief 2021 is besloten om de opbrengst verkoop gemeentelijke eigendommen niet langer toe te voegen aan de reserve regiofonds maar aan de reserve revolverende investeringen, zodat ook met de verkoopopbrengst inkomsten gegenereerd kunnen worden. Eigen financieel beleid Verder is er in de loop der jaren nog financieel beleid ontwikkeld over: Algemene uitkering Voor wat betreft de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2023 uitgegaan van de meicirculaire (2022) en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Bij de bepaling van de accressen voor de jaren na het begrotingsjaar houden de beheerders van het gemeentefonds rekening met een mutatie van de prijsontwikkeling van het BBP (Br uto Binnenlands Product). De gemeente begroot de algemene uitkering voor de jaren 2023-2026 op basis van constante prijzen en houdt aan de lastenkant van de meerjarenraming geen rekening met een inflatiepercentage. Verordening artikel 212 In artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid vaststelt.
Het gaat hierbij om uitgangspunten die binnen de verslaggevingsregels van het BBV ter invulling aan de gemeente zijn gelaten en die kunnen worden afgestemd op de specifieke omstandigheden van de gemeente. Door de uitgangspunten vast te leggen in de verordening wordt invulling gegeven aan de kaderstellende rol van de raad. Hiermee wordt voor een ieder helderheid verstrekt over keuzes die over het financieel beleid zijn gemaakt en de argumentatie daarbij. Ook is hiermee helder welke spelregels bij de begrotingsuitvoering moeten worden gevolgd en geeft dit waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Onvoorziene uitgaven In de begroting is een bedrag van € 103.500 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Om praktische redenen is het college gemandateerd een beroep te kunnen doen op deze post en daarover de raad pas achteraf te informeren door één van de beide bestuursrapportages of de jaarrekening. Deelfondse n 3D’s In 2015 is de uitvoering van het sociaal domein (zorg, jeugdhulp en werk) gedecentraliseerd naar de gemeenten. Hiervoor ontvingen de gemeenten aparte uitkeringen in de vorm van deelfondsen. Het rijk heeft besloten om de budgetten voor de drie pijlers met ingang van 2019 te ontschotten en deel uit te laten maken van de algemene uitkering.
In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is afgesproken dat de budgetten op basis van de bedragen uit de begroting 2018 geoormerkt blijven voor het sociaal domein en mogelijke tekorten binnen bepaalde pijlers binnen het programma op te vangen. Overschotten blijven geoormerkt binnen de bestaande (egalisatie-) reserves voor het sociaal domein. Indexering budgetten Het is regel dat budgetten niet automatisch geïndexeerd worden. Hiervoor is, gezien de schaarste aan middelen, geen ruimte. De indexering moet gezocht worden door het maken van slimme keuzes. Het is in sommige gevallen onoverkomelijk dat dit ten koste gaat van de kwaliteit (lager uitvoeringsniveau). De jaarlijkse inflatie moet worden opgevangen door het interen op de huidige budgetten. Gelet op de hoge inflatie die zich vanaf 2022 voordoet, zullen de kosten van uit te voeren werken en diensten behoorlijk toenemen. Het is niet zeker dat deze hogere kosten binnen de bestaande begrotingsposten opgevangen kunnen worden, waardoor overschrijdingen onoverkomelijk zijn. Uw raad wordt hierover via de bestuursrapportages of raadsinformatiebrieven geïnformeerd. Reserve vermindering kapitaallasten Substantiële incidentele meevallers worden in principe toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaalasten. Deze kan worden ingezet om structureel ruimte te creëren binnen het meerjarenperspectief van de begroting. Kadernota 2023
10
Naast de incidentele meevallers is bij elke reserve (voor zover mogelijk) een plafond ingesteld. Het surplus dat boven dit plafond uitgaat, wordt toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaallasten of aan de reserve revolverende investeringen. Overheveling niet volledig bestede budgetten Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de 2 e bestuursrapportage vóór 31 december van het boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten worden gedekt. Voorafgaand aan het opnieuw beschikbaar stellen van het budget wordt voorgesteld om in het daarop volgende boekjaar wel al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Uitgaven uit reserves Wanneer uitgaven uit reserves gedekt worden en deze aan het einde van enig boekjaar niet volledig zijn uitgevoerd, maar in het daarop volgende jaar nog nodig zijn, is het toegestaan in het daarop volgende boekjaar al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Voorbereidingskrediet faciliterende e n actieve grondexploitaties. Wanneer de gemeente overweegt om zelf of in samenwerking met een projectontwikkelaar, een (ui tleg)gebied te (laten)ontwikkelen, moeten hiervoor, met name in de initiatief- en voorbereidingsfase, kosten worden gemaakt.
Vervolgens kan definitief worden besloten om de gronden al dan niet in exploitatie te nemen of de exploitatie daarvan te faciliteren. Bij een actieve grondexploitatie ontwikkelt de gemeente de gronden zelf en bij een faciliterende grondexploitatie faciliteert de gemeente de randvoorwaarden voor een gewenste ontwikkeling van gronden door een derde partij. Het algemeen budgetrecht is een raadsbevoegdheid. Normaal gesproken mag het college geen kosten voor grondexploitaties maken, voordat de raad hiervoor geld ter beschikking heeft gesteld. De raad kan het college echter de ruimte bieden om binnen kaders zelfstandig financiële besluiten hierover te n emen. Vanwege de doorlooptijden van raadsvoorstellen is het niet te doen om met name bij de veelvoud aan kleinere projecten, per project een voorbereidingskrediet door de raad te laten vaststellen voordat voorbereidende kosten kunnen worden gemaakt.
Om toch in de voorbereidingsfase al kosten te kunnen maken, deze op juiste wijze te registreren en dekking daarvoor te regelen, wordt het volgende voorgesteld: Limiet De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad tot een totaal bedrag van maximaal € 100.000 bestedingen te doen voor de voorbereiding van actieve- en faciliterende grondexploitaties , dit met inachtneming van de volgende voorwaarden die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor voorbereidingskosten dwingend voorschrijft: De kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening; en De kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten he bben geleid tot een actieve of faciliterende grondexploitatie danwel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. De in de beginfasen te maken voorbereidingskosten zijn meestal planontwikkelingskosten, maar kunnen ook bestaan uit o.a. beheerskosten, sloopkosten, (strategische) verwervingskosten en rente. Afhankelijk van de indeling in een actieve- of faciliterende grondexploitatie, worden kosten die al worden gemaakt voordat het grondexploitatiecomplex mag worden geopend, volgens het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder ‘Immateriële Vaste Activa (ImVA)’ of ‘Overlopende activa’.
Overgang naar exploitatie Worden deze plannen daadwerkelijk in ontwikkeling genomen. dan worden de onder ImVA of overlopende activa geactiveerde voorbereidingskosten overgeheveld naar het actieve of faciliterende gron dexploitatiecomplex.
Kadernota 2023
11
Afboeking De op ImVA of overlopende activa verantwoorde kosten waarvan de 5 jaars-termijn in het actuele boekjaar verstrijkt, worden in dat actuele boekjaar afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Als dekking wordt hiervoor de algemene reserve grondbedrijf gebruikt. Risicobeheersing Om te voorkomen dat op enig moment meer voorbereidingskosten worden gemaakt dan de algemene reserve grondbedrijf kan afdekken, wordt met de verantwoording van kosten op het voorbereidingskr ediet telkenmale ook een claim opgenomen op de algemene reserve grondbedrijf. Algemeen voorbereidingsk rediet Om de uitvoering van de projecten volgens het meerjareninvesteringsplan (MIP) te kunnen realiseren is het noodzakelijk om de voorbereiding een jaar eerder te starten dan vermeld in het MIP. Hiervoor moet jaarlijks een algemeen voorbereidingskrediet van € 250.000 beschikbaar zijn voor alle kredieten die in het MIP zijn opgenomen. In het jaar dat een bepaald project in het MIP is opgenomen, worden gemaakte voorbereidingskosten overgeheveld naar het krediet voor dat project. Op dit voorb ereidingskrediet wordt niet afgeschreven. Bovenstaande is al besloten in de 1e bestuursrapportage 2013. Naast bovenstaande investeringen van het MIP kunnen ook in de loop van het jaar nieuwe investeri ngen worden voorbereid. Deze staan dan nog niet op het MIP vermeld.
Ook voor deze investeringen geldt dat voorbereidingskosten worden gemaakt, voordat de vraag om een krediet beschikbaar te stellen aan de raad wordt voorgelegd. De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad binnen het genoemde voorbereidingskrediet bestedingen te doen voor het maken van voorbereidingskosten voor (nieuwe) investeringen. Als de raad afwijzend besluit over het beschikbaar stellen van een krediet, dan moeten de gemaakte voorbereidingskosten ten laste worden gebracht van de reserve vermindering kapitaallasten. Wordt het krediet wel beschikbaar gesteld, dan worden de voorbereidingskosten overgebracht naar het dit krediet. Uitgangspunten Aantal inwoners Voor de begroting 2023 wordt uitgegaan van een inwonertal van 31.700. Het werkelijk aantal inwoners op 1 januari 2022 is 31.730 inwoners. Rentepercentage In de begroting 2023 wordt een rekenpercentage toegepast van 2%. De rente voor langlopende leningen bedraagt per 6 mei 2022 voor een 10 jarige lineaire lening 1,59%, voor 20 jaar lineair 1,92% en voor 30 jaar lineair 1,90%. Vanaf januari 2022 laat de rente een stijgende lijn zien. In de begroting wordt gewerkt met een rekenrente van 2%. Tot en met 2021 was dit een veilige marge. Nu de rente een stijgende lijn laat zien kan de begroting onder druk komen te staan en zullen de rentelasten toenemen..
Aandachtspunten en aanvullende notities commissie BBV Met ingang van 2017 zijn er wijzigingen aangebracht in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en zijn een aantal notities van de commissie BBV verschenen met dwingende voorschriften. Dit heeft er o.a. toe geleid dat wijzigingen zijn doorgevoerd in de financiële verordening 212, vastgesteld door de raad van 22 februari 2017. De volgende elementen zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting. Activeren van investeringen Het activeren van investeringen heeft financiële effecten. Enerzijds leidt het activeren tot structurele k apitaallasten, die structureel gedekt moeten worden. Daarnaast kent het activeren op de langere termijn ook een kostenverhogend effect, namelijk de rentecomponent. Dit is een extra kostenpost, die is opgenomen in onze (meerjaren)- begroting en de beheerplannen. Anderzijds kan het zijn, dat in de startjaren incidentele ruimte binnen de begroting ontstaat door een gefaseerde invoering (alleen nieuwe investeringen worden geactiveerd). Veelal werden investeringen g edekt uit incidentele middelen (reserves). Door te activeren zijn structurele middelen nodig in p laats van de eventueel beschikbare incidentele middelen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat beschikbare incident e-
Kadernota 2023
12
le middelen gebruikt worden voor de vorming van een bruteringsreserve. De structurele kapitaallasten kunnen dan gedekt worden uit deze bruteringsreserve. Financiële kengetallen In de begroting en de jaarstukken is de gemeente verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe uw financiële positie moet worden beoordeeld. De ke ngetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van uw gemeente. Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting. Vanuit de controlerende en kaderstellende rol is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen. Bij de invoering van de kengetallen is een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Een kengetal of de ontwikk eling van een kengetal is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde en worden ze betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie van uw gemeente.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde voor het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijk gesteld en gekoppeld aan het streefpercentage van de ECB voor de inflatie, zijnde 2%. Looptijd grondexploitatiecomplex Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken is de richttermijn van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar. Deze 10 jaar moet voortschrijdend worden bezien en er kan alleen gemotiveerd van worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet zijn voorzien van passende risico-beperkende beheersmaatregelen op basis van de specifieke omstandigheden.
Hierbij kan gedacht worden aan: het hebben van daadwerkelijke afzetcontracten voor de periode verder dan 10 jaar; het hebben van herleidbare afspraken (intenties van projectontwikkelaars/corporaties) voor de periode verder dan 10 jaar; het hebben van harde opbrengsten in eerdere jaren die alle kosten van de exploitatie over de gehele looptijd op voorhand dekken; voor de berekening van het eindsaldo (en het bepalen van de mogelijke verliesvoorziening) niet r ekenen met een indexering op de opbrengsten die verder liggen dan 10 jaar; andere maatregelen die de omvang van het geïnvesteerd vermogen beperken en daarmee de risico’s verkleinen op onvoldoende dekking vanuit (nog te realiseren) grondexploitatiebaten. Notitie Rente In de notitie Rente 2017 wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het b egrotingsjaar 2018. Deze notitie heeft als doelstelling: het bevorderen van een eenduidige handelwijze over rente door gemeenten (harmonisering); stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken: het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie).
Voor het inzicht in de rentelasten van externe financiering, de berekening van het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening wordt het renteschema uit de notitie Rente opgenomen in de paragraaf financiering. Rente Bij de wijziging van het BBV en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt.
Kadernota 2023
13
De toegestane toe te rekenen rente aan Bouwgronden in exploitatie (BIE) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Dit percentage moet als volgt worden bepaald: het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering; het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, als geen sprake is van projectfinanciering; Het is niet toegestaan om rente toe te rekenen aan BIE over het eigen vermogen en als de gemeente geen externe financiering heeft. Notitie Materiële vaste activa De commissie BBV heeft in januari 2020 de geactualiseerde notitie Materiele vaste activa gepubliceerd over investeren, activeren, waarderen, afschrijven en onderhoud kapitaalgoederen. In de notitie zijn in relatie tot materiele vaste activa relevante onderwerpen aan bo d gekomen, zoals: omvangscriterium bij vaste activa afschrijvingsbeleid vaste activa stelsel- en schattingswijzigingen instellen van onderhoudsvoorzieningen. Autorisatie van (restant)budgetten investeringen Investeringsbudgetten worden door de raad vastgesteld, hetzij via de vastgestelde begroting, hetzij via een afzonderlijk besluit van de raad.
Op basis van de Gemeentewet is een actieve informatieplicht van het college van burgemeester en wethouders aan de raad. Bij routine-investeringen wordt regelmatig de behoefte gevoeld de investeringsbudgetten gedeeltelijk over te hevelen naar het volgende boekjaar. Dit om te voorkomen dat er (tijdelijk) geen budget is, maar toch uitgaven gedaan moeten kunnen worden. Wanneer een besparing ontstaat op de toegekende budgetten, is het aan de raad om te besluiten wat er met de restantbudgetten gebeurt. Met de raad moeten nog afspraken gemaakt worden, zoals: op welk moment gerapporteerd moet worden over de restantbudgetten en het voorstel om een budget af te sluiten danwel open te houden voor toekomstige uitgaven; het minimum bedrag wat overgeheveld kan worden (per gemeente te bepalen) . Deze afspraken (rapporteringscriteria) kunnen worden vastgesteld in de financiële verordening op grond van artikel 212 Gemeentewet. Beheersing budget: termijn van open houden van een budget In de praktijk blijkt hoe moeilijk het is om investeringsbudgetten te beheersen, omdat de doorlooptijd van investeringen lang is. Het kan voorkomen dat investeringsbudgetten overschreden worden, termijnen van uitvoering niet gehaald worden en dat jaargrenzen onbedoeld worden gepasseerd.
Door de pla nning van het verloop van investeringen- waarin inzichtelijk is voor welk bedrag het budget uitgeput gaat worden - kan inzicht worden verkregen in een eventuele vertraging bij de uitvoering van het project. Om te voorkomen dat investeringsbudgetten keer op keer door een begrotingswijziging worden opg evoerd, kunnen hierover afspraken met de raad worden gemaakt. In de financiële verordening kan wo rden opgenomen hoe lang een investeringsbudget open kan worden gehouden, voordat deze vrijvalt. Met deze afspraak wordt duidelijk dat investeringsbudgetten die langer dan 3 jaar uitlopen, vrij vallen. Als het investeringsbudget toch nog langer nodig is, moet het college dit aan de raad voorleggen door een budgetvoorstel. In de financiële verordening kan bijvoorbeeld het volgende worden opgenomen: het aantal keer dat een investeringsbudget overgeheveld mag worden; dat overheveling van een budget alleen is toegestaan om de met de raad afgesproken prestaties na te komen.
Kadernota 2023
14
3. Ontwikkelingen Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen die in 2023 en volgende jaren op ons afkomen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling een realistisch beeld neer te zetten over de financiën van onze gemeente. Deze kadernota kan dienen als discussiestuk om na te gaan welke maatregelen genomen kunnen worden, om het gezonde en voorzichtige financiële beleid van de gemeente voort te zetten. Opgemerkt wordt dat de beschreven ontwikkelingen een momentopname zijn. De inhoud van deze kadernota moet dan ook gezien worden als dynamisch. Zodra er ontwikkelingen zijn, wordt de informatie bijgesteld en wordt de raad geïnformeerd door een raadsinformatiebrief of wordt de laatste stand van zaken verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2022. Programma’s 1 Bevolking en bestuur Raadsbudgetten Voorgesteld wordt om met ingang van 2022 de fractiegeldvergoeding te verhogen van € 500 naar € 750 per raadslid. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 5.750. ten behoeve van Ibabs zijn 25 licenties afgegeven. De kosten bedragen structureel € 3.700. In de raadsbegroting zijn enkel de kosten van (10) uitzendingen van raadsvergaderingen geraamd , terwijl inmiddels ook de commissievergaderingen en raadsconferenties worden uitgezonden. De kosten hiervan bedragen structureel € 5.000.
Programma 2 openbare orde en veiligheid Bijdrage Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) De begroting 2023 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord geeft een aantal mutaties waardoor bijstelling van onze begroting 2023 vereist is. Ingroeimodel Verdeelsleutel Jeugdgezondheidszorg Met ingang van begrotingsjaar 2017 is een systematiek voor verdeling van de kosten van de gemeenschappelijke regeling over de deelnemende gemeenten van toepassing. Deze systematiek maakt voor de kosten van Veiligheid (Brandweerzorg, Crisisbeheersing en GHOR) gebruik van de objectieve verdeelcriteria in het gemeentefonds. Voor de Publieke Gezondheid is het aantal inwoners maatgevend en voor de jeugdgezondheidszorg het aantal inwoners tot 18 jaar in combinatie met twee beleidsindicatoren die relevant zijn voor de inzet van de jeugdgezondheidszorg. De nieuwe verdeelsleutel voor de jeugdgezondheidszorg geldt vanaf begrotingsjaar 2022. Om de herve rdeeleffecten te verkleinen wordt een ingroeimodel van 4 jaar gehanteerd. In 2023 wordt 50% van het verschil verrekend, oplopend tot 100% in de begroting 2025 . De ingroei voor onze gemeente is in 2023 beperkt tot € 1.000 negatief. Loonkostenstijging 2023 Uitgangspunt voor de raming van de looncompensatie zijn de geldende cao -afspraken.
In de kaderbrief 2023 is de index ter hoogte van 2,3% meegenomen, gebas eerd op de EV/CEPpublicatie, sector overheid van het Centraal Planbureau van maart 2021. Verrekening met het gerealiseerd percentage vindt achteraf plaats. Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 49.000 structureel. Prijsstijging 2023 Voor de materiële kosten wordt de ‘index materiële overheidsconsumptie’ (IMOC) uit de MEV toegepast. In de kaderbrief 2023 is deze IMOC bepaald op 1,4% van maart 2021. Verrekening met het gerealiseerd percentage vindt achteraf plaats. Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 23.000 structureel. BRW-plan 2020-2023, jaarschijf 2023 Binnen het programma brandweerzorg zijn voor 2022 geen grote beleidswijzigingen voorzien. Volgens beleidsplan 2020-2023 wordt voor incidentbestrijding en preparatie uitvoering gegeven aan de bestuurlijk vastgestelde tweede jaarschijf versterking paraatheid. Dit leidt tot een geplande ve rhoging van de bijdrage in 2022 met een bedrag van € 250.000 met name bestemd voor een kleine uitbreiding van de beroepsformatie en versterking van de sp ecialistische opleidingen. Kadernota 2023
15
Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 11.000 structureel.
Aanpak ondermijnende criminaliteit In het kader van de aanpak ondermijnende criminaliteit is samen met de MER-gemeenten in 2020 het pilotproject Top-X gestart. Doel van dit project is het integraal aanpakken van subjecten en fenomenen gedurende 3 jaar. De focus ligt in eerste instantie op georganiseerde misdaad ten aanzien van drugs. Doel van de aanpak is om subjecten in deze drie jaar integraal aan te pakken, waardoor het voor inwoners duidelijk is dat misdaad niet loont. Voor het project zijn incidentele gelden via het RIEC verkregen en is de ondermijningstafel (OT) opgericht. Per 2023 stopt de pilot en zijn er, via het RIEC, geen middelen meer om deze aanpak te continueren. De OT voorziet in een vaste werkwijze die bestaat uit periodieke overlegmomenten en afspraken. Er is een vast team, met steeds dezelfde personen (Gemeente, Belastingdienst, OM, RIEC en Politie), dat samen acteert en tot een integrale aanpak komt. De slagvaardigheid is enorm toegenomen. Er zijn door de inzet van de OT o.a. panden gesloten, uitkeringen teruggevorderd, fiscale /strafrechtelijke onderzoeken gestart en beslag gelegd. De aanwezige structuur van de OT en verbinding zorgt ervoor dat we samen expertise, routine en ervaring opgebouwd hebben en verder zullen opbouwen. Verder zien we dat criminelen bewegen binnen het hele gebied van de MER gemeenten.
Hierdoor en door de gezamenlijke politie en -uitvoeringsdienst is de samenwerking op MER-niveau van belang. Gezien vorenstaande is het geen optie om te stoppen met de OT. Daarmee zetten we een hele grote stap terug. Voorgesteld wordt op de aanpak structureel te implementeren. De structurele implementatie van deze aanpak leidt, vanaf 2023, tot structurele meerkosten van € 16.000 per jaar.
Programma 3 Beheer openbare ruimte Windenergie In 2020 is voor de ontwikkeling van de windmolens reeds € 440.000 beschikbaar gesteld voor de jaren 2020 t/m 2022. De ontwikkelkosten zijn vooral gericht op het verkrijgen van de vergunning (eerste 3 jaar 2020 t/m 2022) en op de aanbesteding van de turbines en de inrichting van de Projekt BV (overwegend 4e jaar, zijnde 2023) Vandaar dat voor 2023 gevraagd wordt om wederom € 440.000 beschikbaar te stellen voor het verdere uitwerken van die project windmolens.
Afval en reiniging Als gevolg van de wijziging van de systematiek van inzameling van verpakkingsafval PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken) is een grote wijziging ten nadele van de gemeente te verwachten. Voorts zijn alle overige inzameltarieven stijgende als gevolg van hogere vervoerstarieven en verwerkingskosten . De afvalmarkt is zeer onvoorspelbaar en tarieven zijn ten dele gekoppeld aan die markt. Vanaf 2023 zal gebaseerd op tekorten de voorziening structureel moeten worden aangevuld. In 2024 wordt wederom een sterke stijging van verwerkingskosten verwacht, omdat eind 2023 een groot contract afloopt. Dit alles zal leiden tot een verhoging van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten voor de komende jaren.
Programma 4 Onderwijs Geen mutaties Programma 5 Cultuur en Sport Samenvoegen onderhoudsbudgetten buitensport Voor het onderhoud van de voetbalvelden en de tennisbanen zijn in de begroting afzonderlijke o nderhoudsbudgetten opgenomen. Uit een oogpunt van kostenbeheersing- en sturing wordt voorgesteld deze budgetten met ingang van 2023 samen te voegen. Het totale onderhoudsbudget blijft ongewijzigd en bedraagt € 326.547 (€ 301.983 + € 24.564).
Subsidieplafond sportverenigingen Judoclub Hercules en Stichting Gympoint maken gebruik van nieuwe accommodaties aan de Ba ndertlaan in Leisurepark In de Bandert. De (hogere) huurkosten van deze accommodaties zijn subsi-
Kadernota 2023
16
diabel ingevolge de subsidieregeling sportverenigingen 2015 en vragen om een ophoging van het subsidieplafond sportverenigingen met € 15.000.
Subsidieplafond overige instellingen cultuur De Stichting Kunst- en Cultuurraad Echt-Susteren ontvangt met ingang van 2022 een jaarlijks subsidie voor de organisatie van activiteiten op het gebied van cultuur(educatie). Het subsidie 2022 is binnen de begroting opgevangen. Voor 2023 en volgende jaren is een ophoging van het subsidieplafond nodig met € 10.000.
Programma 6 Sociaal domein Ophogen minimanorm Onderzocht is wat de financiële consequenties voor onze gemeente zijn, als het percentage voor de minimanorm opgehoogd wordt van 120% naar 130%. Het vaststellen van de norm is rijksbeleid. De gemeente is hierin doorgeefluik. Als het rijk besluit tot ophoging van de norm dan stelt het rijk hiervoor ook extra middelen beschikbaar. Als de gemeente zelf de keuze maakt om de norm te verhogen, dan moet de gemeente ook eigen middelen beschikbaar stellen om hieraan uitvoering te geven. Tevens wordt opgemerkt dat niet elk huishouden getroffen wordt door de stijging van de energiekosten. Veel huishoudens hebben een meerjarig ene rgiecontract afgesloten waardoor deze tot het einde van de contractperiode niet geconfronteerd wo rden met hogere energiekosten. Eerste doorrekeningen geven aan dat indien de energiebijdrage van € 800 per huishouden ook van toepassing is op huishoudens tot 130% van de minimanorm dit voor onze gemeente een extra last betekent van € 240.000. Zoals reeds gesteld is dit rijksbeleid en om die reden is het niet aan te bevelen om als gemeente zelf hiervoor middelen beschikbaar te stellen. Overigens geldt dit ook voor de meeste andere gemeenten in Nederland.
Programma 7 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Geen mutaties Programma 8 Omgevingsrecht Toezicht openbare ruimte Om het toezicht in de openbare ruimte te vergroten is met het vaststellen van het Integraal Veili gheidsplan 2019-2022 (IVP) besloten om te starten met de pilot cameratoezicht. Deze pilot is uitgevoerd tot maart 2022. Uit de evaluatie is gebleken dat de inzet van de camera’s te weinig effect heeft opgeleverd. Cameratoezicht is te statisch en de overlast binnen onze gemeente verplaatst en vraagt om een flexibelere aanpak. Om die reden wordt voorgesteld om de beschikbare financiële middelen voor cameratoezicht in te zetten voor fysiek flexibel toezicht in de vorm van extra BOAcapaciteit buiten “kantooruren”. Doelstelling van de inzet is om continuïteit en zichtbaarheid van “blauw op straat” te vergroten. Tevens wordt voorgesteld om een waakvlamovereenkomst te sluiten met de leverancier van cameratoezicht. Door het sluiten van deze waakvlamovereenkomst hebben wij de garantie dat bij openbare orde problemen, binnen 8 uur, te allen tijde, cameratoezicht is. Er is jaarlijks € 35.000 beschikbaar voor de inzet van cameratoezicht . Naar aanleiding van bovenstaande is het mogelijk om: Buiten “kantooruren” wekelijks 10 uur extra BOA-capaciteit in te zetten, ad. € 30.000.
Hierbij moet worden opgemerkt dat de landelijk) BOA-capaciteit schaars is, waardoor het waarschijnlijk is dat gebruik moet worden gemaakt van externe inhuur. Mocht externe inhuur niet noodzakelijk zijn, dan kunnen de BOA’s in dienst worden genomen en zal dit de kosten ongeveer 1/3 red uceren. Aan de hand van een waakvlamovereenkomst altijd een openbare orde camera beschikbaar te hebben, ad. € 5.000. Zie 1e bestuursrapportage 2022. Ook met deze extra inzet van BOA-capaciteit blijkt dat de gemeente Echt-Susteren aan de ondergrens zit in vergelijking met soortgelijke gemeenten. Voor de gemeente Echt-Susteren is 1,4 fte BOA-capaciteit beschikbaar (met de bovengenoemde uitbreiding 1,8 fte). Door deze minimale capaciteit is er nauwelijks ruimte om buiten “kantooruren” BOA’s in te zetten, terwijl er op deze momenten juist behoefte is. Verder blijven er (te) veel meldingen liggen, laat staan dat er preventief toezicht is. Preventief toezicht is noodzakelijk om overtredingen te voorkomen, zichtbaar aanwezig Kadernota 2023
17
te zijn in de gemeente en (ondermijnende) illegale activiteiten te signaleren. Om deze rol te kunnen vervullen en het vergelijk met soortgelijke gemeenten wordt voorgesteld om de BOA-capaciteit uit te breiden met € 85.000. De dekking komt voor € 34.000 uit de decentralisatie uitkering voor extra capaciteit BOA’s in de openbare ruimte en voor € 51.000 door ophoging van de leges bij de omgevingsdienst. Programma 9 Economische zaken en grondexploitaties Geen mutaties Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen Herijking gemeentefonds Met ingang van 2023 wordt de herijking van het gemeentefonds een feit. Dit houdt in dat het aantal verdeelmaatstaven voor de berekening van de algemene uitkering wordt teruggebracht. Bij de ee rste aankondiging van de herijking een aantal jaren geleden werd nog uitgegaan van een nadeel dat kan oplopen tot € 100 per inwoner. In onze gemeentelijke begroting werd hierin gedeeltelijk voo rzien door een stelpost op te nemen om dit nadeel op te vangen. Doordat inmiddels bekend is dat onze gemeente geen nadeelgemeente maar een voordeelgemeente is geworden kan de stelpost voor de jaren 2024 ad € 790.000 en voor 2025 ad € 1.185.000 vrijvallen
Opschalingskorting algemene uitkering In januari 2022 is een eerste berekening gemaakt waaruit bleek dat het schrappen van de opsch alingskorting in 2026 voor onze gemeente een nadelig effect oplevert van € 3,2 miljoen ten opzichte van het jaar 2025. Dit bedrag is ook vermeld in het overdrachtsdocument 2022. Volgens de berekening op basis van deze maartbrief 2022 is het nadeel iets kleiner geworden, na melijk € 2.792.000 ten opzichte van het jaar 2025. De meicirculaire 2022 zal hopelijk weer iets meer duidelijkheid g even, maar als deze bedragen door het rijk gehanteerd worden zullen de meeste gemeenten in Nederland zwaar in de financiële problemen komen. In verband met de herijking gemeentefonds werd in eerste instantie er van uitgegaan dat onze gemeente een nadeelgemeente zou zijn. Inmiddels is bekend dat onze gemeente een voordeel gemeente is, zie ook de tekst bij het kopje “vrijval stelpost herijking gemeentefonds”. In de gemeentelijke begroting is voor het jaar 2026 een stelpost opg enomen van € 1.185.000 in verband met de herijking. Deze post kan vrijvallen en ingezet worden voor het nadeel van de opschalingskorting. Er blijft dan nog een structureel tekort vanaf 2026 van € 1.607.000, waarvoor nog dekking gezocht moet worden. Eén van de opties die het rijk biedt hiervoor is uitbreiding van het lokaal belastinggebied.
Wat het rijk hiermee bedoelt is in april 2022 nog niet duidelijk. Om toch een sluitende jaarschijf 2026 op dit onderdeel te presenteren wordt voorg esteld een bedrag van € 1.607.000 te ramen vanaf 2026 in verband met de uitbreiding van het lokaal belastinggebied. Indien in de komende jaren blijkt dat de opschalingskorting minder groot is dan nu verwacht kan het bedrag van de uitbreiding lokaal belastinggebied met hetzelfde bedrag neerwaarts worden bijgesteld.
Onroerende zaakbelasting Voor de jaren vanaf 2023 wordt er rekening gehouden met een stijging van de ozb met 1,75%. Gelet op de huidige inflatie wordt voorgesteld dit op te hogen naar 3,25%. Hiermee blijft onze gemeente onder het provinciaal gemiddelde. Dit is in totaal afgerond € 75.000 structureel cumulatief. Daarnaast wordt er rekening gehouden met een meeropbrengst ozb vanwege de areaaluitbreiding. Voor 2023 en 2024 wordt € 100.000 geraamd en voor 2025 en 2026 € 200.000.
Toeristenbelasting Voorgesteld wordt de toeristenbelasting met ingang van 202 4 te verhogen met € 0,25 naar € 1,75 per overnachting. Dit betekent op jaarbasis een meeropbrengst van € 65.000.
Overhead Geen mutaties
Kadernota 2023
18
4. Financiële vertaling ontwikkelingen Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Programma 1 Raadsbudgetten, fractiegelden, Ibabs en uitzendingen commissievergaderingen / raadsconferenties
14.450
14.450
14.450
14.450
Programma 2 aanpak ondermijnende criminaliteit Ingroeimodel Verdeelsleutel Jeugdgezondheidszorg VRLN loonkostenstijging VRLN loonkostenstijging VRLN prijsstijging VRLN prijsstijging VRLN Brandweerplan VRLN cao VRLN
16.000
16.000
16.000
16.000
-1.000 16.000 33.000 7.000 16.000 11.000 -49.000
16.000 33.000 7.000 16.000 11.000 -49.000
16.000 33.000 7.000 16.000 11.000 -49.000
16.000 33.000 7.000 16.000 11.000 -49.000
Programma 3 Diverse kosten stijgen storting in voorziening stijgen stijging heffingen afval onderhoud bossen windmolens reserve revolverende investeringen
p.m. p.m. p.m. 20.000 440.000 -440.000
p.m. p.m. p.m. 20.000
p.m. p.m. p.m. 20.000
p.m. p.m. p.m. 20.000
-24.564 24.564 10.000 15.000
-24.564 24.564 10.000 15.000
-24.564 24.564 10.000 15.000
-24.564 24.564 10.000 15.000
85.000 -34.000 -51.000
85.000 -34.000 -51.000
85.000 -34.000 -51.000
85.000 -34.000 -51.000
-790.000
-1.185.000
Programma 4 Programma 5 Werken voor derden tennisbanen Werken voor derden tennisbanen Subsidieplafond overige instellingen cultuur Subsidieplafond sportverenigingen Programma 6 Programma 7 Programma 8 boa's via bijdrage MER Decentralisatie uitkering meicirculaire 2022 Ophogen leges omgevingsdienst Programma 9 Programma 10 Stelpost herijking gemeentefonds Stelpost uitbreiding lokaal belastinggebied Stelpost herijking gemeentefonds Stelpost opschalingskorting Afname algemene uitkering ivm opschalingskorting Toename inflatiecorrectie OZB Areaaluitbreiding OZB Kadernota 2023
-1.607.000 -1.185.000 1.185.000
-75.000 -100.000
-150.000 -100.000
-225.000 -200.000
1.607.000 -300.000 -200.000 19
Omschrijving
2023
Verhogen toeristenbelasting
2024
2025
2026
-65.000
-65.000
-65.000
-995.550
-1.565.550
-455.550
Overhead Totaal kadernota 2023
-66.550
1e Bestuursrapportage 2022 Meerjarig vloeien uit de 1 e bestuursrapportage 2022 de volgende financiële consequenties voort:
2023
2024
2025
2026
Mutaties per programma: 1. Bevolking en bestuur 2. Openbare orde en veiligheid 3. Beheer openbare ruimte 4. Onderwijs 5. Cultuur en sport 6. Sociaal domein 7. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 8. Omgevingsrecht 9. Economische zaken en grondexploitaties 10. Algemene dekkingsmiddelen
334.894 -15.000 140.858 60.000 23.804 97.841 108.497 17.500 -30.102
334.894 -15.000 63.580 60.000 23.199 110.341 108.497 17.500 -64.802
334.894 -15.000 106.580 60.000 22.683 109.091 108.497 17.500 -87.048
334.894 -15.000 164.580 60.000 22.168 107.841 108.497 17.500 -145.488
Overhead
-279.685
-279.924
-280.164
-280.403
Totaal programma’s
458.607
358.285
377.033
374.589
Kadernota 2023
20
5. Financiële recapitulatie Financieel levert deze kadernota het volgende beeld op: 2023
2024
2025
2026
Hoofdstuk 4 Financiële vertaling ontwikkelingen 1e bestuursrapportage 2022
-66.550
-995.550
-1.565.550
-455.550
458.607
358.285
377.033
374.589
Totaal
392.057
-637.265
-1.188.517
-80.961
p.m.
p.m.
p.m.
-637.265
-1.188.517
-80.961
Dekkingsvoorstel: Voorlopige dekking incidentele lasten uit reserve Effecten meicirculaire 2022 Totaal dekkingsvoorstel Totaal
-392.057 p.m. -392.057 0
Dit betekent dat de jaarschijf 2023 nu een nihil saldo laat zien. De jaren 2024, 2025 en 2026 laten een positief begrotingssaldo zien van respectievelijk afgerond € 637.000, € 1.188.000 en € 81.000.
Kadernota 2023
21
6. Meerjareninvesteringsprogramma 2023-2026 Bij het opstellen van de kadernota 2023 was het MIP nog niet gereed en is daarom niet toegevoegd aan deze kadernota 2023. Het MIP wordt opgenomen in de begroting 2023. De mutaties ten opzichte van het MIP 2022-2025 zijn wel al in de kadernota 2023 financieel vertaald. Het betreft het ophogen van het krediet met € 1 miljoen voor infrastructurele werken, het krediet voor de gemeenschapshuizen ad. € 2,5 miljoen en de toevoeging van de jaarschijf 2026.
Kadernota 2023
22