CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2022

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Kadernota 20228.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2022 meerjarenperspectief 2022-2025

Kadernota 2022

1

Kadernota 2022

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Financiële kaders

7

3.

Ontwikkelingen

15

4.

Financiële vertaling ontwikkelingen

21

5.

Financiële recapitulatie

23

6.

Meerjareninvesteringsprogramma 2022-2025

25

Kadernota 2022

3

Kadernota 2022

4

1. Inleiding De nu voorliggende kadernota bevat de kaders voor de nog op te stellen ontwerpbegroting 2022. Het gaat hierbij om zowel beleid als budget. De nota bevat keuzes over bestaand en nieuw beleid en bijbehorende baten en lasten.

Kadernota 2022

De discussie en de afweging over de inzet van de financiële middelen vindt pas plaats bij de begrotingsbehandeling.

5

Kadernota 2022

6

2. Financiële kaders Geldende kaders eerdere begrotingen De gemeente staat voor de plicht met een structureel sluitende begroting te werken. Dit is niet alleen een voorschrift van de toezichthouder, de provincie Limburg, maar is ook een plicht die de gemeente in het kader van het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en Gemeenten) en een gezond financieel beleid moet vervullen. Uitgangspunt is dat nieuw beleid gerealiseerd kan worden als bestaand beleid wordt ingeleverd. Wanneer de raad dit niet wil, moeten de inkomsten verhoogd worden i.c. de OZB-belastingen. Verhoging van de tarieven is het laatste redmiddel. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de beperkingen die vanuit het rijk aan de OZBverhoging is opgelegd. Allereerst wordt gekeken naar efficiency en wordt bestaand beleid ter discussie gesteld. Repressief toezicht De raad moet volgens artikel 189, lid 3 Gemeentewet zorgen voor evenwicht in de begroting. Evenwicht wil zeggen dat de structurele lasten in de begroting met structurele baten worden gedekt en dat de ramingen volledig en realistisch zijn. De toezichthouder, provincie Limburg, gaat na of de raad zich aan deze wettelijke opdracht houdt. Is dat niet het geval, en is er dus sprake van een tekort in de begroting dat ook aan het eind van de meerjarenraming Beheerplannen Plannen

Verkeer, GVVP 2016-2025 Waterketenplan 2017-2021 Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2017-2021 Verlichtingsplan 2019-2022 Beheerplan gebouwen 2020-2030 Wegbeheerplan 2017-2021 Uitvoeringsplan civieltechnische kunstwerken 2016-2020 Kadernota regie op groen Groenbeheerplan 2019-2023

Kadernota 2022

nog steeds bestaat, dan plaatst zij op basis van artikel 203, lid 1 Gemeentewet een dergelijke begroting onder preventief toezicht. Verdiepingsonderzoek (VDO) Elke gemeente wordt één keer per vier jaar grondig onderzocht met een financieel verdiepingsonderzoek. Als dit financieel verdiepingsonderzoek dat mogelijk maakt, wordt de gemeente vervolgens voor vier jaar repressief toezicht verleend. De gemeente wordt dan in deze periode op meer afstand gevolgd. Alleen als de gemeente in die periode financieel ernstig uit evenwicht raakt, kan de meerjarige uitspraak ingetrokken worden. Bij de gemeenten in Midden-Limburg, waaronder Echt-Susteren, heeft in het voorjaar van 2021 voor de vierde keer een financieel verdiepingsonderzoek plaatsgevonden. Over de uitkomst hiervan wordt de gemeenteraad separaat geïnformeerd. Beheerplannen Een van de pijlers voor goed inzicht in de financiële positie is het beschikken over actuele, door de raad vastgestelde beheerplannen, waarbij ook het kwaliteitsniveau wordt bepaald. Dit is ook een eis van de toezichthouder in het kader van het verdiepingsonderzoek. Deze beheerplannen dienen ook als onderbouwing van de bijbehorende voorzieningen.

Vastgesteld door de raad/college

Nieuwe planning in raad/college

Financiële vertaling begroting en meerjarenraming

raad raad raad

2025 2021 2021

Ja Ja Ja

raad raad

2022 2024

Ja Ja

raad college

2021 2021

Ja Ja

college college

n.v.t. 2023

Ja Ja

7

Heffingenbeleid De uitgangspunten van het lokale heffingenbeleid zijn als volgt:  Kostendekkendheid: het uitgangspunt is dat de gebruiker betaalt. De gemeenteraad is vrij om de hoogte van het tarief vast te stellen met een kostenonderbouwing als basis, waarbij het rijk een aantal grenzen heeft gesteld, waaronder een maximale kostendekkendheid van 100%.  In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is aangegeven dat de onroerendezaakbelasting van woningen in de periode 2018-2022 met maximaal 1,75% per jaar stijgt. Via de kadernota 2020 is afgesproken dat de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen in de jaren 2020-2022 jaarlijks 4% stijgt om zo toe te groeien naar het provinciale gemiddelde van plattelandsgemeenten in Limburg. Volgens het door de provincie Limburg opgestelde belastingoverzicht 2019 was het tarief in Echt-Susteren voor de eigenaren 11% lager dan het provinciale gemiddelde van plattelandsgemeenten en voor de gebruiker 13,8% lager. Nadat het tarief nu 2 jaar lang met 4% is verhoogd is het eigenarentarief volgens het belastingoverzicht 2021 15,3% lager en het gebruikerstarief 18,9% lager. Dit wil zeggen dat de tarieven voor nietwoningen in de plattelandsgemeenten de afgelopen twee jaar gemiddeld meer dan 4% is gestegen dan de tariefstijging in EchtSusteren.

 De hoogte van de tarieven en de kostendekkendheid van de tarieven worden in december door de gemeenteraad vastgesteld.  Het huidige pakket van belastingen en rechten is voorlopig voldoende voor de gemeente om haar taken uit te voeren. Het uitgangspunt is het huidige pakket te handhaven en niet over te gaan tot het introduceren van nieuwe belastingen en rechten of het laten vervallen van bestaande belastingen en rechten.  De gemeenteraad heeft in de vergadering van juni 2019 een besluit genomen over de wijze van afvalinzameling. De nieuwe systematiek is in 2020 ingegaan. Dit nieuwe systeem heeft tot doel dat er nog beter gescheiden wordt door de inwoners waardoor er minder restafval ingezameld wordt. Dit gaat naar verwachting er toe leiden dat de lokale lastendruk op het gebied van afvalstoffenheffing tot en met 2022 niet hoeft te stijgen. In 2022 wordt een nieuw besluit voorbereid ten aanzien van de afvalinzameling vanaf 2023. Kadernota 2022

In 2019 is gestart met de voorbereidingen en communicatie. Vanaf 1 januari 2020 is gestart met het nieuwe inzamelsysteem. In 2022 wordt het geheel geëvalueerd en mogelijke verdere stappen overwogen om de doelstelling van 30 kg restafval in 2025 te bezien. Het proces, de kaders en het inzamelsysteem zijn opgenomen in de startnotitie van Afval Naar Grondstoffen (VANG). Volgens het in de raad van 22 september 2016 vastgestelde Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2017-2021 is het tarief voor rioolheffing in 2018 gebleven op het niveau van 2017. Vanaf 2019 wordt dit geleidelijk verhoogd met 1,6% tot € 295 in 2028. Vanaf 2016 zijn objecten in de lozing betrokken die indirect lozen op het riool. Het is gerechtvaardigd en juridisch verdedigbaar deze objecten voor 50% te belasten. Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt vanaf 2016 € 1,50 per persoon per overnachting. Het tarief voor de hondenbelasting wordt jaarlijks verhoogd met consumentenprijsindexcijfer (CPI) dat ook onder meer gebruikt wordt voor de indexering van de legestarieven.

Om onderscheid in tarief tussen het kort verblijf van arbeidsmigranten in verblijven met een niet-recreatieve bestemming (bijvoorbeeld huisvesting volgens de beleidsnotitie ‘huisvesting shortstay-arbeidsmigranten gemeente Echt-Susteren’) enerzijds en elke andere vorm van kort verblijf anderzijds mogelijk te maken, is vanaf 2018 de lijst van definities uitgebreid en is onderscheid gemaakt in het van toepassing zijnde tarief per persoon per nacht. Dit tarief is € 1 per persoon per overnachting. Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het verblijf dat voor overnachting ter beschikking wordt gesteld. Een en ander houdt in dat verblijf door bijvoorbeeld arbeidsmigranten in verblijven met een recreatieve bestemming (of verblijven die bepaalde perioden van het jaar als zodanig worden gebruikt), belast wordt tegen het reguliere (hogere) tarief. Hoewel de grafrechten van openbare begraafplaatsen niet kostendekkend zijn worden deze niet verder verhoogd. In 2015 is duidelijk een maatschappelijke trend zichtbaar dat het aantal crematies toeneemt en het aantal begravingen afneemt. Dit heeft tot gevolg dat de lasten van de begraafplaatsen over minder begravingen moet worden omgeslagen, waardoor de kosten per begraving sterk stijgen. Hierdoor wordt de keuze 8

voor een begraving of crematie om financiele redenen bijna onmogelijk. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. Daarom zijn de tarieven van begravingen bevroren op het niveau van het jaar 2015. Precariobelasting Via een nieuwe verordening precariobelasting 2021 heeft de gemeenteraad ermee ingestemd dat er in 2021 geen precariobelasting wordt geheven voor terrassen. Dit was in 2020 een van de maatregelen die de gemeente heeft genomen om tegemoet te komen aan ondernemers die in financiële moeilijkheden zijn gekomen vanwege de coronacrisis. Omdat de gemeente het belang erkent van terrassen die de leefbaarheid van kernen vergroten en het aantrekkelijker maken voor winkelend publiek, zijn terrassen vanaf 2021 vrijgesteld van deze belasting. Vermindering lastendruk De gemeente staat er door een jarenlange conservatieve begrotingspolitiek financieel goed voor. In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is afgesproken dat dit beleid gecontinueerd wordt waarbij jaarlijks sluitende meerjarenbegrotingen uitgangspunt zijn in combinatie met een aanvaardbare lokale lastendruk voor de huishoudens die op of rond het provinciaal gemiddelde ligt. Uit het belastingoverzicht 2020 van de provincie Limburg blijkt dat de gemeente er in geslaagd is om vanaf 2020 weer op het niveau van dit provinciale gemiddelde te komen. Dit komt met name door de nieuwe systematiek van afvalinzameling.

Terwijl het tarief voor de afvalstoffenheffing bij de meeste gemeenten is gestegen, is Echt-Susteren erin geslaagd om dit tarief niet te laten stijgen. De inwoners hebben dit zelf in de hand door goed te scheiden en minder restafval aan te bieden. De gemiddelde lastendruk is in 2021 € 25 lager dan het provinciale gemiddelde. Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Op 5 juli 2018 heeft de raad de nota’s risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Deze nota’s vormen het kader waarbinnen gewerkt wordt. Beleid reserves De nota reserves en voorzieningen wordt elke twee jaar aan de raad ter vaststelling aangeboden. In de tussenliggende jaren vindt er alleen een cijfermatige bijstelling van de reserves plaats, voor zover dat nodig is. Kadernota 2022

De nieuwe nota reserves en voorzieningen 2021 wordt in het najaar tegelijk met de begroting 2022 aan de raad aangeboden. Vaststelling raad op 4 november 2021. Reserve revolverende investeringen De doelstelling van de reserve is om te investeren in innovatie en verduurzaming met als voorwaarde dat een rendement wordt behaald op de investering. De komende jaren wordt naar verwachting geinvesteerd in windmolens en zonneparken. Het saldo van de reserve is daartoe waarschijnlijk ontoereikend. Om die reden wordt nagegaan of het saldo van deze reserve verhoogd kan worden, waarbij nadrukkelijk eerst naar andere reserves gekeken wordt om deze eventueel neerwaarts bij te stellen. De doelstelling van de reserve wordt aangevuld met het uitgangspunt dat de reserve moet bijdragen aan het verlagen van de gemeentelijke leningenportefeuille. Ook is het van belang dat geïnvesteerd wordt in duurzaamheidsmiddelen die in eigendom zijn van de gemeente, zodat het rendement ook ten goede komt aan de gemeente (lees de burgers van onze gemeente) en niet aan investeerders. Het uiteindelijke doel moet zijn om met de revolverende investeringen inkomsten te genereren, zodat er middelen beschikbaar zijn om noodzakelijke uitgaven te doen en gelijktijdig de lasten voor de burger teruggebracht kunnen worden.

Bij het opstellen van de Nota reserves en voorzieningen 2021 wordt voor zover mogelijk invulling gegeven aan de doelstelling van deze reserve. Reserve regiofonds Deze reserve wordt onder meer gevoed met de opbrengst van gemeentelijke (grond)eigendommen, waaronder begrepen landbouwgronden, productiequota en overhoeken. De reserve beschikt over voldoende middelen om de aangegane claims en verplichtingen te dekken. Bij de kaderbrief 2021 is besloten om de opbrengst verkoop gemeentelijke eigendommen niet langer toe te voegen aan de reserve regiofonds maar aan de reserve revolverende investeringen, zodat ook met de verkoopopbrengst inkomsten gegenereerd kunnen worden.

9

Eigen financieel beleid Verder is er in de loop der jaren nog financieel beleid ontwikkeld over: Algemene uitkering Voor wat betreft de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2022 uitgegaan van de meicirculaire (2021) en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Bij de bepaling van de accressen voor de jaren na het begrotingsjaar houden de beheerders van het gemeentefonds rekening met een mutatie van de prijsontwikkeling van het BBP (Bruto Binnenlands Product). De gemeente begroot de algemene uitkering voor de jaren 2022-2025 op basis van constante prijzen en houdt aan de lastenkant van de meerjarenraming geen rekening met een inflatiepercentage. Verordening artikel 212 In artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid vaststelt. Het gaat hierbij om uitgangspunten die binnen de verslaggevingsregels van het BBV ter invulling aan de gemeente zijn gelaten en die kunnen worden afgestemd op de specifieke omstandigheden van de gemeente. Door de uitgangspunten vast te leggen in de verordening wordt invulling gegeven aan de kaderstellende rol van de raad. Hiermee wordt voor een ieder helderheid verstrekt over keuzes die over het financieel beleid zijn gemaakt en de argumentatie daarbij.

Ook is hiermee helder welke spelregels bij de begrotingsuitvoering moeten worden gevolgd en geeft dit waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Onvoorziene uitgaven In de begroting is een bedrag van circa € 100.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Om praktische redenen is het college gemandateerd een beroep te kunnen doen op deze post en daarover de raad pas achteraf te informeren door één van de beide bestuursrapportages of de jaarrekening. Deelfondsen 3D’s In 2015 is de uitvoering van het sociaal domein (zorg, jeugdhulp en werk) gedecentraliseerd naar de gemeenten. Hiervoor ontvingen de gemeenten aparte uitkeringen in de vorm van deelfondsen. Het rijk heeft besloten om de budgetten voor de drie pijlers met ingang van 2019 te ontschotten en deel uit te laten maken van de algemene uitkering. In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is Kadernota 2022

afgesproken dat de budgetten op basis van de bedragen uit de begroting 2018 geoormerkt blijven voor het sociaal domein en mogelijke tekorten binnen bepaalde pijlers binnen het programma op te vangen. Overschotten blijven geoormerkt binnen de bestaande (egalisatie-) reserves voor het sociaal domein. Als gevolg van de voorgenomen herijking algemene uitkering is medio juni 2020 een eerste berekening gepresenteerd aan de gemeenten. Voor het sociaal domein kan de herijking een verlaging van de algemene uitkering opleveren van € 33,35 per inwoner. Voor onze gemeente een bedrag van € 1.054.000. Begin 2021 zijn nieuwe berekeningen van het rijk ontvangen, die voor onze gemeente iets gunstiger zijn dan de berekeningen uit 2020. Omdat er landelijk veel weerstand is tegen de herijking, is deze voorlopig uitgesteld tot 2023. Gemeenten eisen via de VNG dat er een extra structurele dotatie aan het gemeentefonds wordt gedaan van € 1,5 miljard, om gemeenten te compenseren voor de tekorten op jeugd en Wmo. Het is aan het nieuwe kabinet om hierover een besluit te nemen. Dividenden De provincie Limburg adviseert in haar begrotingsbrief 2022 om de hoogte van het dividend Enexis te ramen op € 0,50 per aandeel en het dividend BNG op maximaal € 1,81 per aandeel. Indexering budgetten Het is regel dat budgetten niet automatisch geindexeerd worden.

Hiervoor is, gezien de schaarste aan middelen, geen ruimte. De indexering moet gezocht worden door het maken van slimme keuzes. Het is in sommige gevallen onoverkomelijk dat dit ten koste gaat van de kwaliteit (lager uitvoeringsniveau). De jaarlijkse inflatie moet worden opgevangen door het interen op de huidige budgetten. Reserve vermindering kapitaallasten Substantiële incidentele meevallers worden in principe toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaalasten. Deze kan worden ingezet om structureel ruimte te creëren binnen het meerjarenperspectief van de begroting. Naast de incidentele meevallers is bij elke reserve (voor zover mogelijk) een plafond ingesteld. Het surplus dat boven dit plafond uitgaat, wordt toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaallasten of aan de reserve revolverende investeringen.

10

Overheveling niet volledig bestede budgetten Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de 2e bestuursrapportage vóór 31 december van het boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten worden gedekt. Voorafgaand aan het opnieuw beschikbaar stellen van het budget wordt voorgesteld om in het daarop volgende boekjaar wel al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Uitgaven uit reserves Wanneer uitgaven uit reserves gedekt worden en deze aan het einde van enig boekjaar niet volledig zijn uitgevoerd, maar in het daarop volgende jaar nog nodig zijn, is het toegestaan in het daarop volgende boekjaar al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Energievisie Echt-Susteren In 2019 is de Energievisie Echt-Susteren met bijbehorend uitvoeringsprogramma (20182022) vastgesteld. In de Energievisie is een heldere ambitie en strategie beschreven voor een energieneutraal Echt-Susteren in 2040. In het bijbehorend uitvoeringsprogramma 20182022 is de prioritering van projecten en processen voor deze collegeperiode vastgesteld. Invulling geven aan het uitvoeringsprogramma is een continu proces. In 2022 wordt de nieuwe energievisie 2022-2026 geformuleerd. Voorbereidingskrediet faciliterende en actieve grondexploitaties.

Wanneer de gemeente overweegt om zelf of in samenwerking met een projectontwikkelaar, een (uitleg)gebied te (laten)ontwikkelen, moeten hiervoor, met name in de initiatief- en voorbereidingsfase, kosten worden gemaakt. Vervolgens kan definitief worden besloten om de gronden al dan niet in exploitatie te nemen of de exploitatie daarvan te faciliteren. Bij een actieve grondexploitatie ontwikkelt de gemeente de gronden zelf en bij een faciliterende grondexploitatie faciliteert de gemeente de randvoorwaarden voor een gewenste ontwikkeling van gronden door een derde partij. Het algemeen budgetrecht is een raadsbevoegdheid. Normaal gesproken mag het college geen kosten voor grondexploitaties maken, voordat de raad hiervoor geld ter beschikking heeft gesteld. De raad kan het college echter de ruimte bieden om binnen kaders zelfstandig Kadernota 2022

financiële besluiten hierover te nemen. Vanwege de doorlooptijden van raadsvoorstellen is het niet te doen om met name bij de veelvoud aan kleinere projecten, per project een voorbereidingskrediet door de raad te laten vaststellen voordat voorbereidende kosten kunnen worden gemaakt. Om toch in de voorbereidingsfase al kosten te kunnen maken, deze op juiste wijze te registreren en dekking daarvoor te regelen, wordt het volgende voorgesteld: Limiet De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad tot een totaal bedrag van maximaal € 100.000 bestedingen te doen voor de voorbereiding van actieve- en faciliterende grondexploitaties , dit met inachtneming van de volgende voorwaarden die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor voorbereidingskosten dwingend voorschrijft:  De kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening; en  De kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve of faciliterende grondexploitatie danwel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. De in de beginfasen te maken voorbereidingskosten zijn meestal planontwikkelingskosten, maar kunnen ook bestaan uit o.a. beheerskosten, sloopkosten, (strategische) verwervingskosten en rente.

Afhankelijk van de indeling in een actieve- of faciliterende grondexploitatie, worden kosten die al worden gemaakt voordat het grondexploitatiecomplex mag worden geopend, volgens het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder ‘Immateriële Vaste Activa (ImVA)’ of ‘Overlopende activa’. Overgang naar exploitatie Worden deze plannen daadwerkelijk in ontwikkeling genomen. dan worden de onder ImVA of overlopende activa geactiveerde voorbereidingskosten overgeheveld naar het actieve of faciliterende grondexploitatiecomplex. Afboeking De op ImVA of overlopende activa verantwoorde kosten waarvan de 5 jaars-termijn in het actuele boekjaar verstrijkt, worden in dat actuele boekjaar afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Als dekking wordt hiervoor de algemene reserve grondbedrijf gebruikt. 11

Risicobeheersing Om te voorkomen dat op enig moment meer voorbereidingskosten worden gemaakt dan de algemene reserve grondbedrijf kan afdekken, wordt met de verantwoording van kosten op het voorbereidingskrediet telkenmale ook een claim opgenomen op de algemene reserve grondbedrijf.

een 10 jarige lineaire lening 0,25%, voor 20 jaar lineair 0,39% en voor 30 jaar lineair 0,49%. De rente is sinds vijf jaar historisch laag. De kans dat de rente stijgt, is groter dan dat deze daalt. Met een rekenrente van 2% is een veilige marge ingebouwd, zodat op het moment dat de rente stijgt de begroting niet onder druk komt te staan.

Algemeen voorbereidingskrediet Om de uitvoering van de projecten volgens het meerjareninvesteringsplan (MIP) te kunnen realiseren is het noodzakelijk om de voorbereiding een jaar eerder te starten dan vermeld in het MIP. Hiervoor moet jaarlijks een algemeen voorbereidingskrediet van € 250.000 beschikbaar zijn voor alle kredieten die in het MIP zijn opgenomen. In het jaar dat een bepaald project in het MIP is opgenomen, worden gemaakte voorbereidingskosten overgeheveld naar het krediet voor dat project. Op dit voorbereidingskrediet wordt niet afgeschreven. Bovenstaande is al besloten in de 1e bestuursrapportage 2013. Naast bovenstaande investeringen van het MIP kunnen ook in de loop van het jaar nieuwe investeringen worden voorbereid. Deze staan dan nog niet op het MIP vermeld. Ook voor deze investeringen geldt dat voorbereidingskosten worden gemaakt, voordat de vraag om een krediet beschikbaar te stellen aan de raad wordt voorgelegd. De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad binnen het genoemde voorbereidingskrediet bestedingen te doen voor het maken van voorbereidingskosten voor (nieuwe) investeringen. Als de raad afwijzend besluit over het beschikbaar stellen van een krediet, dan moeten de gemaakte voorbereidingskosten ten laste worden gebracht van de reserve vermindering kapitaallasten.

Wordt het krediet wel beschikbaar gesteld, dan worden de voorbereidingskosten overgebracht naar het dit krediet.

Aandachtspunten en aanvullende notities commissie BBV Met ingang van 2017 zijn er wijzigingen aangebracht in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en zijn een aantal notities van de commissie BBV verschenen met dwingende voorschriften. Dit heeft er o.a. toe geleid dat wijzigingen zijn doorgevoerd in de financiële verordening 212, vastgesteld door de raad van 22 februari 2017.

Uitgangspunten Aantal inwoners Voor de begroting 2022 wordt uitgegaan van een inwonertal van 31.700. Het werkelijk aantal inwoners op 1 januari 2021 is 31.744 inwoners. Rentepercentage In de begroting 2022 wordt een rekenpercentage toegepast van 2%. De rente voor langlopende leningen bedraagt per 15 april 2020 voor

Kadernota 2022

De volgende elementen zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting. Activeren van investeringen met maatschappelijk nut Het activeren van investeringen met maatschappelijk nut heeft financiële effecten. Enerzijds leidt het activeren tot structurele kapitaallasten, die structureel gedekt moeten worden. Daarnaast kent het activeren op de langere termijn ook een kostenverhogend effect, namelijk de rentecomponent. Dit is een extra kostenpost, die is opgenomen in onze (meerjaren)begroting en de beheerplannen. Anderzijds kan het zijn, dat in de startjaren incidentele ruimte binnen de begroting ontstaat door een gefaseerde invoering (alleen nieuwe investeringen worden geactiveerd). Veelal werden investeringen in maatschappelijk nut gedekt uit incidentele middelen (reserves). Door te activeren zijn structurele middelen nodig in plaats van de eventueel beschikbare incidentele middelen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat beschikbare incidentele middelen gebruikt worden voor de vorming van een bruteringsreserve. De structurele kapitaallasten kunnen dan gedekt worden uit deze bruteringsreserve. Financiële kengetallen In de begroting en de jaarstukken is de gemeente verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.

Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe uw financiële positie moet worden beoordeeld. 12

De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van uw gemeente. Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting. Vanuit de controlerende en kaderstellende rol is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen. Bij de invoering van de kengetallen is een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Een kengetal of de ontwikkeling van een kengetal is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde en worden ze betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiele situatie van uw gemeente. Disconteringsvoet De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde voor het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijk gesteld en gekoppeld aan het streefpercentage van de ECB voor de inflatie, zijnde 2%. Looptijd grondexploitatiecomplex Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken is de richttermijn van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar. Deze 10 jaar moet voortschrijdend worden bezien en er kan alleen gemotiveerd van worden afgeweken.

Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet zijn voorzien van passende risico-beperkende beheersmaatregelen op basis van de specifieke omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan:  het hebben van daadwerkelijke afzetcontracten voor de periode verder dan 10 jaar;  het hebben van herleidbare afspraken (intenties van projectontwikkelaars/corporaties) voor de periode verder dan 10 jaar;  het hebben van harde opbrengsten in eerdere jaren die alle kosten van de exploitatie over de gehele looptijd op voorhand dekken;  voor de berekening van het eindsaldo (en het bepalen van de mogelijke verliesvoorziening) niet rekenen met een indexering op de opbrengsten die verder liggen dan 10 jaar;  andere maatregelen die de omvang van het geïnvesteerd vermogen beperken en daarmee de risico’s verkleinen op onvoldoende Kadernota 2022

dekking vanuit (nog te realiseren) grondexploitatiebaten. Notitie Rente In de notitie Rente 2017 wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. Deze notitie heeft als doelstelling:  het bevorderen van een eenduidige handelwijze over rente door gemeenten (harmonisering);  stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken:  het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). Voor het inzicht in de rentelasten van externe financiering, de berekening van het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening wordt het renteschema uit de notitie Rente opgenomen in de paragraaf financiering. Rente Bij de wijziging van het BBV en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De toegestane toe te rekenen rente aan Bouwgronden in exploitatie (BIE) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen.

Dit percentage moet als volgt worden bepaald:  het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering;  het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, als geen sprake is van projectfinanciering; Het is niet toegestaan om rente toe te rekenen aan BIE over het eigen vermogen en als de gemeente geen externe financiering heeft. Notitie Materiële vaste activa De commissie BBV heeft in januari 2020 de geactualiseerde notitie Materiele vaste activa gepubliceerd over investeren, activeren, waarderen, afschrijven en onderhoud kapitaalgoederen. In de notitie zijn in relatie tot materiele vaste activa relevante onderwerpen aan bod gekomen, zoals:  omvangscriterium bij vaste activa 13

  

afschrijvingsbeleid vaste activa stelsel- en schattingswijzigingen instellen van onderhoudsvoorzieningen.

Autorisatie van (restant)budgetten investeringen Investeringsbudgetten worden door de raad vastgesteld, hetzij via de vastgestelde begroting, hetzij via een afzonderlijk besluit van de raad. Op basis van de Gemeentewet is een actieve informatieplicht van het college van burgemeester en wethouders aan de raad. Bij routine-investeringen wordt regelmatig de behoefte gevoeld de investeringsbudgetten gedeeltelijk over te hevelen naar het volgende boekjaar. Dit om te voorkomen dat er (tijdelijk) geen budget is, maar toch uitgaven gedaan moeten kunnen worden. Wanneer een besparing ontstaat op de toegekende budgetten, is het aan de raad om te besluiten wat er met de restantbudgetten gebeurt. Met de raad moeten nog afspraken gemaakt worden, zoals:  op welk moment gerapporteerd moet worden over de restandbudgetten en het voorstel om een budget af te sluiten danwel open te houden voor toekomstige uitgaven;  het minimum bedrag wat overgeheveld kan worden (per gemeente te bepalen). Deze afspraken (rapporteringscriteria) kunnen worden vastgesteld in de financiële verordening op grond van artikel 212 Gemeentewet.

Kadernota 2022

Beheersing budget: termijn van open houden van een budget In de praktijk blijkt hoe moeilijk het is om investeringsbudgetten te beheersen, omdat de doorlooptijd van investeringen lang is. Het kan voorkomen dat investeringsbudgetten overschreden worden, termijnen van uitvoering niet gehaald worden en dat jaargrenzen onbedoeld worden gepasseerd. Door de planning van het verloop van investeringen- waarin inzichtelijk is voor welk bedrag het budget uitgenut gaat worden kan inzicht worden verkregen in een eventuele vertraging bij de uitvoering van het project. Om te voorkomen dat investeringsbudgetten keer op keer door een begrotingswijziging worden opgevoerd, kunnen hierover afspraken met de raad worden gemaakt. In de financiële verordening kan worden opgenomen hoe lang een investeringsbudget open kan worden gehouden, voordat deze vrijvalt. Met deze afspraak wordt duidelijk dat investeringsbudgetten die langer dan X jaar uitlopen, vrij vallen. Als het investeringsbudget toch nog langer nodig is, moet het college dit aan de raad voorleggen door een budgetvoorstel. In de financiële verordening kan bijvoorbeeld het volgende worden opgenomen:  het aantal keer dat een investeringsbudget overgeheveld mag worden;  dat overheveling van een budget alleen is toegestaan om de met de raad afgesproken prestaties na te komen.

14

3. Ontwikkelingen Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen die in 2022 en volgende jaren op ons afkomen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling een realistisch beeld neer te zetten over de financiën van onze gemeente. Deze kadernota kan dienen als discussiestuk om na te gaan welke maatregelen genomen kunnen worden, om het gezonde en voorzichtige financiële beleid van de gemeente voort te zetten. Opgemerkt wordt dat de beschreven ontwikkelingen een momentopname zijn. De inhoud van deze kadernota moet dan ook gezien worden als dynamisch. Zodra er ontwikkelingen zijn, wordt de informatie bijgesteld en wordt de raad geïnformeerd door een raadsinformatiebrief of wordt de laatste stand van zaken verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2022. Covid-19 Zowel in de jaarrekening 2019 en 2020 als de 1e en 2e bestuursrapportage 2020 en de 1e bestuursrapportage 2021 is de gemeenteraad geinformeerd over de kwalitatieve gevolgen van de crisis door het virus Covid-19 voor het jaar 2020 en 2021. Voorlopig wordt er nog van uitgegaan dat het rijk aanvullende middelen beschikbaar stelt om extra uitgaven en/of gederfde inkomsten te compenseren. Het rijk heeft inmiddels in 2020 en 2021 4 tranches aan compensatiemiddelen beschikbaar gesteld. Ook in de meicirculaire 2021 wordt weer door het rijk ingegaan op verdere compensatiemaatregelen.

Programma’s 1 Bevolking en bestuur  Reisdocumenten In maart 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten van personen van 18 jaar en ouder verlengd van 5 naar 10 jaar. Om deze reden werden tussen 2019 en 2024 minder aanvragen verwacht. Op basis van een rekenmodel van het ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijksrelaties is een raming van de baten en lasten gemaakt. Vanaf 2024 is er weer sprake van een piek in de aanvragen. Deze bedragen kunnen grotendeels geraamd worden op basis van de werkelijke uitgaven en inkomsten 2014 en 2015. De uitgaven van het rijksaandeel moeten dan verhoogd worden met respectievelijk € 136.000 en € 150.000 en de inkomsten met € 284.000 en € 295.000.  Reisdocumenten niet-ingezetenen Hetzelfde geldt voor de reisdocumenten van niet-ingezeten. De uitgaven van het rijksaandeel moeten verhoogd te worden met respecKadernota 2022

tievelijk € 53.000 en € 57.000. De inkomsten met € 175.000 en € 181.000.  Rijbewijzen Voor de raming van de baten en lasten wordt gebruik gemaakt van prognoses van vernieuwingen van rijbewijzen. Deze prognose wordt door de Dienst Wegverkeer (RDW) verstrekt voor vijf opvolgende jaren. Voor 2024 en 2025 is deze raming nog niet bijgewerkt. In 2024 worden € 22.500 meer baten verwacht en € 6.000 meer lasten. In 2025 is de verwachting van vernieuwingen weer naar beneden bijgesteld. Programma 2 openbare orde en veiligheid  Bijdrage Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) De Kaderbrief van de VRLN is door het AB vastgesteld. Hieruit vloeien een aantal mutaties voort waardoor bijstelling van onze begroting vereist is. Loonkostenstijging 2022 Uitgangspunt voor de raming van de looncompensatie zijn de geldende cao-afspraken. In de kaderbrief 2022 is de index ter hoogte van 1,5% meegenomen, gebaseerd op de MEV/CEPpublicatie, sector overheid van het Centraal Planbureau van maart 2020. Verrekening met het gerealiseerd percentage vindt achteraf plaats.  Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 31.000 structureel. Prijsstijging 2022 Voor de materiële kosten wordt de ‘index materiële overheidsconsumptie’ (IMOC) uit de MEV toegepast. In de kaderbrief 2022 is deze IMOC bepaald op 1,5% van maart 2020. Verrekening met het gerealiseerd percentage vindt achteraf plaats.

 Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 19.000 structureel. BRW-plan 2022 Binnen het programma brandweerzorg zijn voor 2022 geen grote beleidswijzigingen voorzien. Volgens beleidsplan 2020-2023 wordt voor incidentbestrijding en preparatie uitvoering gegeven aan de bestuurlijk vastgestelde tweede jaarschijf versterking paraatheid. Dit leidt tot een geplande verhoging van de bijdrage in 2022 met een bedrag van € 250.000 met name bestemd voor een kleine uitbreiding van de beroepsformatie en versterking van de specialistische opleidingen.  Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 13.000 structureel. 15

Reserve weerstandsvermogen De storting in de reserve weerstandsvermogen kan achterwege blijven.  Voor onze gemeente een lagere bijdrage van € 9.000 Uitbreiding Rijksvaccinatieprogramma: Voor 2022 is een bedrag van € 94.000 opgenomen voor deze vaccinatie. Dit is gebaseerd op het geboortecohort van 2007, waarbij een vaccinatiegraad van 95% is gehanteerd. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gaat hierbij vooralsnog uit van een tarief van € 20,66 per vaccinatie.  Voor onze gemeente een hogere bijdrage van € 5.000. Programma 3 Beheer openbare ruimte  Gemeentelijke bijdrage aan fietspad N276 Katsbek-Susteren In het kader van de gebiedsontwikkeling VDL Nedcar wordt het bedrijventerrein uitgebreid en de N276 omgelegd (randweg variant). Voor de inpassing en compensatie van dit bedrijventerrein zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over landschappelijke inpassing, (boven-)wettelijke compensatie, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Door het omleggen van de N276 wijzigt het fietspad langs de N276. Om de verkeersveiligheid voor fietsers te vergroten wordt het éénzijdige fietspad in twee richtingen doorgetrokken tussen de nieuwe randweg VDL en Susteren. De totale kosten voor de realisatie zijn geraamd op € 900.000. Het fietsproject wordt door de provincie getrokken met een cofinanciering van de gemeente van 50%, zijnde € 450.000.

De realisatie van dit fietspad is gekoppeld aan het go/no-go-besluit omleggen N276 en staat gepland voor 2022/2023. Het voorstel is om deze kosten te dekken vanuit de reserve vermindering kapitaallasten. Programma 4 Onderwijs  Investeringen Onderwijshuisvesting In 2020 is in overleg met de schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) opgesteld dat inzicht geeft in de staat van de gebouwen, de toekomstplannen van de scholen en de gevolgen ervan voor de gebouwen. Uit het IHP is geleken dat in de komende jaren de schoolbesturen en de gemeente te maken krijgen met grote investeringen in het onderwijs in verband met renovatie, nieuwbouw en het verduurzamen van de gebouwen. De investeringen zijn voorlopig geraamd op ruim € 16 miljoen in de periode van 2020 tot en met 2029. In het meerjareninvesteringsplan 2020-2023 (MIP) is voor de jaren 2021 en 2022 rekening gehouden met een investering van jaarlijks € 1 miljoen Kadernota 2022

dat aangewend wordt voor de renovatie van het gebouw van het Connect College aan de Populierlaan. Voor de jaren daarna is nog geen geld in het MIP opgenomen. Vanaf 2022 is voor een periode van 16 jaar gemiddeld jaarlijks € 1 miljoen nodig. Voorgesteld wordt om vanaf 2022 deze genoemde € 1 miljoen jaarlijks in het MIP op te nemen. Programma 5 Cultuur en Sport  Cultuurhuis Edith Stein Het jaar 2020 zou het jaar worden waarin uitwerking zou worden gegeven aan de exploitatie van het Cultuurhuis Edith Stein (CHES). Uiteindelijk is 2020 het jaar geworden van de coronacrisis, waardoor het erg lastig is gebleken een passende invulling te geven aan de exploitatie. Vele mogelijkheden hebben de revue gepasseerd, maar uiteindelijk is er een partij gevonden die bereid is de volledige exploitatie van het CHES op zich te nemen. Voor 2022 en volgende jaren is een begroting opgesteld voor de exploitatie in de nieuwe situatie (exploitatie volledig door de exploitant). De gemeente ontvangt op jaarbasis een bedrag van € 103.750 aan huur. Deze huur bestaat uit de huur van het Museum van de Vrouw, de huur van de exploitant en de huur van diverse grote en kleine evenementen. De kosten bedragen € 51.500 op jaarbasis. Per saldo een positief resultaat van € 52.250.

Op dit moment staan in de gemeentelijke begroting de volgende bedragen opgenomen voor het CHES: een bedrag van € 99.000 aan inkomsten en een bedrag van € 10.000 aan kosten (exclusief de kapitaallasten van € 115.681) . De inkomsten zijn redelijk in lijn met de begroting van de nieuwe situatie. De kosten zijn echter op dit moment voor een te laag bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen. Voorgesteld wordt om de raming van de uitgaven te verhogen met € 41.500 en de inkomsten te verhogen met € 4.750 en te herverdelen naar verschillende relevante budgetposten.  Subsidie Heiligdomsvaart 2022 In 2022 vindt de traditionele Heiligdomsvaart Susteren plaats. De Heiligdomsvaart wordt iedere 7 jaar georganiseerd. In 2022 wordt in de periode van 26 augustus tot 11 september 10 maal het openluchtspel “Weerlicht der eeuwen” opgevoerd. In dit spel wordt de historie van het aloude Susteren weergegeven. Het spel wordt gespeeld door de inwoners van Susteren op een podium naast de Amelbergakerk. Naast het openluchtspel trekt de zogenaamde Reliekenstoet weer door de straten van Susteren. Naast vele tienduizenden bezoekers worden 16

tijdens de feesten vele kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders verwacht. De verwachte gemeentelijke bijdrage van € 35.000 aan dit evenement betreft een inschatting. Programma 6 Sociaal domein  Subsidie Stichting Zorg in Eigen Dorp Stichting Zorg in eigen dorp ontvangt van de gemeente jaarlijks een subsidie voor het begeleide vervoer. Deze subsidie is voor 2022 en verdere jaren nog niet juist in de begroting opgenomen. De raming wordt overgeheveld van Huiskamer Plus naar het subsidieprogramma overige instellingen sociaal cultureel werk  Subsidie Stichting (on) beperkt 4 life en Buddyzorg Voorgesteld wordt om de subsidie voor Stichting (on) beperkt 4 life bij te ramen op de subsidiepost voor overige instellingen en de subsidie voor Buddyzorg bij te ramen op de subsidiepost voor professionele instellingen. Kosten kunnen gedekt worden door aframing van de post uitvoeringskosten WMO.  Herverdeling minimabeleid Binnen het minimabeleid is gekeken naar de budgettering en realisatie op de verschillende onderdelen in de afgelopen jaren. Voorgesteld wordt om op basis van de realisatiecijfers 2018 tot en met 2020 en een inschatting van verwachte stijgingen in aantallen en kosten een (budget neutrale) herverdeling te maken binnen de budgetten.

Subsidies kledingbank en voedselbank Inwoners die gebruik maken van de kleding- en de voedselbank zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Aantallen voor de voedselbank zijn inmiddels verdubbeld ten opzichte van 2018. De subsidies voor 2021 voor beide organisaties zijn inmiddels aangevraagd en verleend. Voor 2022 en volgende jaren wordt een stijging van de kosten verwacht in verband met stijging in aantal afnames en groei van de doelgroep. De verwachting is een stijging van de subsidies met in totaal (maximaal) € 7.500, waarvan € 2.500 voor de Voedselbank en € 5.000 voor de kledingbank. Bijzondere bijstand Per saldo wordt jaarlijks minder uitgegeven aan bijzondere bijstand dan begroot. Voorgesteld wordt om deze budgetten af te ramen met € 39.500. Persoonlijk Participatiebudget Pensioengerechtigden Ondanks forse inzet op bekendheid van deze regeling en een stijgend gebruik van de regeling, wordt het budget jaarlijks niet volledig be-

Kadernota 2022

nut. Voorgesteld wordt om dit budget af te ramen met € 15.000. Zorgverzekering voor minima Er wordt goed gebruik gemaakt van de jaarlijkse ziektekostenverzekering voor minima. De aantallen stijgen en mede gelet op de coronacrisis die ons in 2020 en 2021 in zijn greep houdt en heeft gehouden is de verwachting dat meer mensen gebruik gaan maken van deze regeling. Voorgesteld wordt om het budget te verhogen met € 41.000 naar € 200.000 per jaar. Maatschappelijk Actiefbonus De criteria om in aanmerking te komen voor de maatschappelijk actiefbonus worden versoepeld. Deze versoepeling heeft tot gevolg dat er meer mensen in aanmerking komen, waardoor een kostenstijging verwacht wordt voor de komende jaren. Voorgesteld wordt om het budget te verhogen met € 6.000. Programma 7 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Geen mutaties. Programma 8 Omgevingsrecht  Omgevingswet Nadat in 2021 de nodige voorbereidingen zijn getroffen voor de inwerkingtreding van de wet ligt in 2022 de focus op het werken met de nieuwe regelgeving en software en het maken van een start met het opstellen van een omgevingsvisie en later een omgevingsplan.

In de gemeentelijke begroting zijn voor de komende jaren de volgende middelen opgenomen om de noodzakelijke taken uit te kunnen voeren: 2022: € 250.000 2023: € 175.000 Omdat de wet al herhaaldelijk is uitgesteld worden onbenutte budgetten uit voorgaande jaren overgezet naar volgende jaren. Programma 9 Economische zaken en grondexploitaties  Toerisme : bijdrage projecten Rivierpark Maasvallei Sinds 2017 werken de gemeenten gelegen aan de Maas tussen Maastricht en Maasgouw samen binnen het Rivierpark Maasvallei. De samenwerkingsovereenkomst voor 5 jaar loopt af in mei 2022. Activiteiten die zijn uitgevoerd in die periode omvatten de drie thema’s natuur, cultuur en recreatie. Daarbij gaat het om 8 projecten:

17

1. Veerponten; 2. Fietsroutenetwerk grensoverschrijdend op

niveau; 3. Grensoverschrijdende Lange Afstands Wandeling (LAW); 4. Integratie gidsen en vrijwilligers; 5. Afstemmen en optimaliseren natuurbeheer en –ontwikkeling; 6. Grensoverschrijdende actie zwerfvuil; 7. Grensoverschrijdende afstemming recreatie; 8. Toerisme en marketing. De bijdrage die van de gemeenten wordt gevraagd sinds 2017 is ruim € 21.000 per jaar en het benodigde budget hiervoor is opgenomen in de meerjarenbegroting van Echt-Susteren. De samenwerking wordt door de provincie ondersteund met 50% subsidie. De ervaringen de afgelopen jaren zijn positief. Van de beschikbare middelen worden de veerponten in de lucht gehouden, die belangrijk zijn voor recreatief fiets- en voetverkeer. Diverse fiets- en wandelroutes zijn gerealiseerd, waaronder de Lange Afstands Wandelroute, ook door onze gemeente. Jaarlijks wordt zwerfvuil opgehaald in het hele Rivierpark. Er worden evenementen georganiseerd (buiten de coronaperiode) en het gebied wordt actief gepromoot door een bezoekersgids en inzet via diverse kanalen. Nieuwe natuur en recreatie gaan hand in hand en dat vraagt om structurele inspanningen, ook de komende jaren.

Vanuit het projectbureau is het voorstel gekomen om de bestaande samenwerking te continueren per juni 2022 voor opnieuw 5 jaar onder dezelfde voorwaarden (provinciale cofinanciering; gelijkblijvende bijdrage gemeenten; werkwijze via projectbureau en met werkgroepen met gemeenteambtenaren) en met voortzetting en actualisering van de projecten. De in de huidige begroting van Echt-Susteren geraamde budgetten bedragen € 21.540 voor 2021 en € 3.450 voor dienstjaar 2022. Voortzetting van de bestaande samenwerking betekent dat voor dienstjaar 2022 een bedrag bijgeraamd moet worden van € 18.090, voor de jaren 2023-2026 een raming van € 21.540 en voor de periode tot april 2027 een bijstelling van € 3.450. Voorgesteld wordt om de dekking van deze bedragen te halen uit de opbrengsten toeristenbelasting. Vanaf het jaar 2022 wordt ingeschat dat de hoogte daarvan weer terug is op het niveau van voor corona. Dat betekent een jaarlijkse opbrengst van ruim € 400.000, waar momenteel € 342.000 in het meerjarenperspectief is opgenomen. Kadernota 2022

Programma 10 Algemene dekkingsmiddelen  Herijking gemeentefonds Via de kaderbrief 2021 is in de begroting 2022 en volgende jaren een correctie op de algemene uitkering opgenomen om de effecten van de herijking gemeentefonds vanaf 2022 te dekken. Het proces van de herijking roept landelijk veel weerstand op, zeker nadat de eerste doorrekeningen bekend zijn geworden. Het rijk heeft daarom besloten nader advies over de herijking in te winnen en de ingangsdatum van de herijking uit te stellen van 2022 naar 2023. Om die reden kan de in de gemeentelijke begroting opgenomen correctie voor het jaar 2022 ad € 395.000 vrijvallen. De correctie is geraamd door de algemene uitkering met het bedrag ad € 395.000 te verlagen. Doordat deze correctie voor 2022 niet nodig is, wordt de algemene uitkering voor 2022 met dit bedrag verhoogd.  Begroting 2022 BsGW In de raadsvergadering van 3 juni 2021 heeft de raad kennis genomen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW. Per saldo stijgen de netto-kosten 2022 van BsGW en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten:  Loonindexering € 298.000;  Indexering goederen en diensten € 130.000;  Proceskostenvergoeding € 960.000;  Regieportaal € 333.000.

Op de gebruikelijke wijze zijn de netto-kosten via de kostenverdeelmethode toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Het benodigde weerstandsvermogen is volgens besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Het berekende weerstandsvermogen komt hiermee op € 1,33 miljoen en heeft daarmee aanvulling van € 140.000 nodig. In de gemeentelijke begroting is met deze kostenstijging geen rekening gehouden. In 2022 moet € 34.798 bijgeraamd worden waarvan € 3.264 als aanvulling van het weerstandsvermogen. De bedragen die in 2023, 2024 en 2025 bijgeraamd moeten worden bedragen respectievelijk € 43.000, € 41.000 en € 53.000.  Onroerendezaakbelastingen woningen Volgens het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 stijgt het tarief van de onroerendezaakbelastingen van woningen met 1,75% per jaar. Deze stijging is voor de jaren 2024 en daarna nog niet in de meerjarenbegroting verwerkt. Voor 18

zowel 2024 als 2025 kan een structureel bedrag van € 80.000 bijgeraamd worden.  OZB niet-woningen In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is aangegeven dat de onroerendezaakbelasting van woningen in de periode 2018-2022 met maximaal 1,75% per jaar stijgt. Via de kadernota 2020 is afgesproken dat de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen in de jaren 20202022 jaarlijks 4% stijgt om zo toe te groeien naar het provinciale gemiddelde van plattelandsgemeenten in Limburg. Volgens het door de provincie Limburg opgestelde belastingoverzicht 2019 was het tarief in Echt-Susteren voor de eigenaren 11% lager dan het provinciale gemiddelde van plattelandsgemeenten en voor de gebruiker 13,8% lager. Nadat het tarief nu 2 jaar lang met 4% is verhoogd is het eigenarentarief volgens het belastingoverzicht 2021 15,3% lager en het gebruikerstarief 18,9% lager. Dit wil zeggen dat de tarieven voor nietwoningen in de plattelandsgemeenten de afgelopen twee jaar gemiddeld meer dan 4% is gestegen dan de tariefstijging in Echt-Susteren. Om toch toe te groeien naar het provinciale gemiddelde van plattelandsgemeenten wordt voorgesteld om de stijging van 4% ook voor de jaren 2023 en daarna toe te passen.  Stelposten toekomstige verplichtingen en Cao-ontwikkelingen De meicirculaire 2018 betekende voor onze gemeente een forse structurele toename van de algemene uitkering.

Omdat toen bekend was dat tegenover deze toename ook uitgaven kwamen te staan zijn via de kadernota 2019 een tweetal stelposten in de begroting opgenomen, te weten een stelpost voor toekomstige Cao-ontwikkelingen en een stelpost voor toekomstige verplichtingen. Deze stelposten zijn ook voor deze doeleinden ingezet. Van de saldi die nog op deze twee stelposten overblijven wordt voorgesteld de stelpost cao-ontwikkelingen gedeeltelijk in te zetten voor deze kadernota 2022. Voor 2023 gaat het om een bedrag van € 177.776. Van de stelpost toekomstige verplichtingen wordt in 2023 € 146.668 ingezet. Overhead  Uitvoering van bouwkundige aanpassingen in het gemeentehuis volgens het huisvestingsconcept In het onderhoudsbudget (MOP 2020-2030) is geen rekening gehouden met aanpassingen van het gebouw, alleen met onderhoud van het bestaande. Vervanging van de vloeren, plafonds inclusief verlichting zijn niet meegenomen Kadernota 2022

in het MOP. Er is een analyse gemaakt van de bestaande situatie van het gemeentehuis en uitgaande van de identiteit van de gemeente een huisvestigingsconcept opgesteld dat als handleiding dient voor toekomstige aanpassingen. Uit de analyse van de bestaande situatie is gebleken dat de kantooromgeving gedateerd is in indeling en materialisatie en op punten niet meer voldoet aan de geldende Arbo-wetgeving. De bouwkundige afwerkingen zijn eveneens aan vervanging toe. Het pand bestaat uit 3 kenmerkende gebouwdelen:  Publiekshal met bestuurscirkel (bouwdeel 1; raming aanpassingen p.m.);  Kantooromgeving oudbouw (bouwdeel 2; raming aanpassingen p.m.);  Kantooromgeving nieuwbouw (bouwdeel 3; raming aanpassingen: p.m.). Bruto salarissen en sociale lasten De loonkosten voor de functie medewerker duurzaamheid worden tot medio 2022 gedekt uit het budget duurzaamheid. In 1e instantie was het uitgangspunt dat het om een tijdelijke functie zou gaan. Maar nu blijkt dat deze functie structureel nodig is. Daarom wordt voorgesteld het budget loonkosten te verhogen met respectievelijk € 35.000 voor 2021 en € 85.000 voor 2022 en volgende jaren.  Ondersteuning subsidieverwerving Om de slaagkans bij het binnenhalen van subsidies en fondsen op provinciaal, rijks- en Europees niveau te optimaliseren is de gemeente in 2020 op zoek gegaan naar een nieuwe aanpak.

Sedert 1 september 2020 wordt bureau TRIAS ingehuurd voor het leveren van ondersteuning bij het verder professionaliseren van subsidieverwerving. In de 1e bestuursrapportage 2020 en kaderbrief 2021 is hiervoor voor de jaren 2020 en 2021 budget beschikbaar gesteld. De overeenkomst met TRIAS heeft een looptijd van één jaar en eindigt daarom op 31 augustus 2021. De eerste ervaringen met TRIAS zijn goed, er is gerichte expertise in huis gehaald die het mogelijk maakt om per thema of project de subsidiemogelijkheden te onderzoeken. Dit werkt efficiënt en verhoogd de slagingskans op het binnenhalen van subsidies. Daarom ligt een structurele verlenging van de overeenkomst met 4 jaar voor de hand. In geval van verlenging moeten financiële middelen beschikbaar zijn om TRIAS ook in de jaren 2022-2025 te kunnen betalen. Voorgesteld wordt hiervoor een bedrag van € 60.000 (4 x € 15.000) in de begroting 2022 en volgende jaren op te nemen. Dekking van dit bedrag vanuit nog te verkrijgen 19

subsidies is ongewenst. Er is nu nog geen zicht of subsidieaanvragen gehonoreerd worden.

Kadernota 2022

20

4. Financiële vertaling ontwikkelingen Omschrijving

2022

2023

2024

2025

136.000 - 284.000 53.000 - 175.000 6.000 - 22.500

150.000 - 295.000 57.000 - 181.000 7.500

31.000 19.000 13.000 - 9.000 5.000

31.000 19.000 13.000 - 9.000 5.000

31.000 19.000 13.000 - 9.000 5.000

60.000

119.200

177.600

41.500 - 4.750 35.000 - 35.000

41.500 - 4.750

41.500 - 4.750

41.500 - 4.750

- 9.500 9.500 - 6.400 3.150 3.250 7.500 - 44.500 5.000 - 15.000

- 9.500 9.500 - 6.400 3.150 3.250 7.500 - 44.500 5.000 - 15.000

- 7.500 7.500 - 6.400 3.150 3.250 7.500 - 44.500 5.000 - 15.000

- 7.500 7.500 - 6.400 3.150 3.250 7.500 - 44.500 5.000 - 15.000

41.000 6.000

41.000 6.000

41.000 6.000

41.000 6.000

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Programma 1 Reisdocumenten rijksaandeel Leges reisdocumenten Reisdocumenten niet-ingezetenen rijksaandeel Leges reisdocumenten niet-ingezetenen Rijksaandeel rijbewijzen Leges rijbewijzen Programma 2 VRLN brandweerzorg  loonkostenstijging  prijsstijging  BRW-plan  reserve weerstandsvermogen VRLN uitbreiding vaccinatieprogramma Programma 3 Gemeentelijke bijdrage aan fietspad N276 Katsbek-Susteren Reserve vermindering kapitaallasten

31.000 19.000 13.000 - 9.000 5.000

450.000 - 450.000

Programma 4 Kapitaallasten Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (investering van jaarlijks € 1 miljoen vanaf 2022) Programma 5 Exploitatiekosten Cultuurhuis Edith Stein Huur gebouwen Subsidie Heiligdomsvaart 2022 Reserve cultuur & welzijn Programma 6 Vervoer Subsidieprogramma overige instellingen Uitvoeringskosten Wmo Subsidieprogramma overige instellingen Subsidieprogramma professionele instellingen Subsidies Kledingbank en Voedselbank Bijzondere Bijstand <65 jaar Bijzondere Bijstand >65 jaar Persoonlijk Participatiebudget Pensioengerechtigden Zorgverzekering voor minima Maatschappelijk Actiefbonus Programma 7 Geen mutaties Programma 8 Leges Omgevingswet

Kadernota 2022

21

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Programma 9 Bijdrage projecten Rivierpark Maasvallei Toeristenbelasting

18.090 - 18.090

21.540 - 21.540

21.540 - 21.540

21.540 - 21.540

- 395.000 34.798

43.000

41.000 - 80.000

- 50.000

- 50.000 - 50.000

53.000 - 80.000 - 80.000 - 50.000 - 50.000 - 50.000

Programma 10 Vrijvallen correctie i.v.m. herijking gemeentefonds

Begroting 2022 BsGW Onroerendezaakbelastingen 2024 Onroerendezaakbelastingen 2025 Onroerendezaakbelastingen niet-woningen (4%) Onroerendezaakbelastingen niet-woningen (4%) Onroerendezaakbelastingen niet-woningen (4%) Stelpost Cao-ontwikkelingen Stelpost toekomstige verplichtingen Overhead Uitvoering van bouwkundige aanpassingen in het gemeentehuis volgens het huisvestingsconcept Bruto salarissen en sociale lasten Ondersteuning subsidieverwerving Totaal kadernota 2022

- 177.276 - 146.668

p.m. 35.000 15.000

85.000 15.000

85.000 15.000

85.000 15.000

- 214.452

- 75.194

- 110.550

- 145.150

2022

2023

2024

2025

9.800 68.000 38.191 - 19.220 - 183.368

- 3.700 68.000 43.506 - 19.220 - 80.592

68.000 53.727 - 19.220 - 239.855

68.000 66.972 - 19.220 - 238.855

67.200

67.200

67.200

67.200

- 19.397

75.194

- 70.148

- 55.903

1e Bestuursrapportage 2021 Meerjarig vloeien uit de 1e bestuursrapportage 2021 de volgende financiële consequenties voort:

Mutaties per programma: 1. Bevolking en bestuur 2. Openbare orde en veiligheid 3. Beheer openbare ruimte 4. Onderwijs 5. Cultuur en sport 6. Sociaal domein 7. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 8. Omgevingsrecht 9. Economische zaken en grondexploitaties 10. Algemene dekkingsmiddelen Overhead Totaal programma’s

Kadernota 2022

22

5. Financiële recapitulatie Financieel levert deze kadernota het volgende beeld op: 2022

2023

2024

2025

Hoofdstuk 4 Financiële vertaling ontwikkelingen 1e bestuursrapportage 2021

- 214.452 - 19.397

- 75.194 75.194

- 110.550 - 70.148

- 145.150 - 55.903

Totaal

- 233.849

-

- 180.698

- 201.053

Dit betekent dat de jaarschijf 2022 nu een positief begrotingssaldo heeft van afgerond € 234.000. De jaren 2024 en 2025 hebben positieve saldi van afgerond € 180.700 en € 201.000.

Kadernota 2022

23

Kadernota 2022

24

6. Meerjareninvesteringsprogramma 2022-2025

Kadernota 2022

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=cb78d493-0a7c-417c-919e-a20501f0ad11