CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2022 deel I

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Jaarrekening 202227.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deel I - 27 -

Gladheidsbestrijding (voordeel € 23.000) In het jaar 2022 is sprake geweest van een laag aantal dagen met temperaturen rond of onder het vriespunt. De posten zoutgebruik en werken derden zijn afhankelijk van de weersomstandigheden vandaar een positief effect op het resultaat van € 9.000. De post onderhoud vervoermiddelen kent een overschot van € 14.000 doordat in 2021 een aantal groot onderhoudsbeurten zijn uitgevoerd en daardoor in 2022 minder onderhoud noodzakelijk was. Riool (voordeel € 374.000) In de begroting 2022 is voor riool incidenteel € 374.000 beschikbaar gesteld uit de algemene middelen. Bij het opmaken van de jaarrekening blijkt dat deze middelen niet benodigd zijn en vallen deze middelen weer vrij en maken deel uit van het saldo jaarrekening 2022. Programma Onderwijs Subsidie peuteropvang (voordeel € 14.000) Een groot aantal kindercentra in onze gemeenten bieden - ter voorbereiding van het basisonderwijs - voor 2 dagdelen per week een VVE-peuterprogramma aan, voor peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar. Ouders die geen aanspraak kunnen maken op kinderopvang kunnen met subsidie van de gemeente hun peuter laten deelnemen aan het peuterprogramma. De subsidie wordt betaald aan het kindcentrum en wordt berekend over het aantal peuters dat daadwerkelijk aan het peuterprogramma heeft deelgenomen. De deelname was in 2022 lager dan verwacht.

De kosten waren begroot op € 60.000. Er is € 46.000 uitgegeven, zodat nog een bedrag van € 14.000 resteert. Leerlingenvervoer bewegingsonderwijs en schoolbezoek (nadeel € 58.000) In 2022 is er een nadelig saldo van € 58.000 op kosten leerlingenvervoer. Dit bestaat uit een voordeel van € 15.000 op leerlingenvervoer bewegingsonderwijs en € 73.000 nadeel op leerlingenvervoer schoolbezoek. De kosten voor leerlingenvervoer ten behoeve van het bewegingsonderwijs voor het primair onderwijs (basisonderwijs en speciaal basisonderwijs) zijn € 15.000 lager uitgevallen. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat het speciaal basisonderwijs minder uren bewegingsonderwijs heeft afgenomen dan waar ze volgens de normen aanspraak op maken. Ook heeft het positief meedenken van scholen en vervoerder voor het zo efficiënt mogelijk organiseren van het vervoer bijgedragen aan de lagere vervoerskosten. Voor het leerlingenvervoer bewegingsonderwijs was € 67.000 begroot. De werkelijke kosten bedroegen € 52.000, zodat voor leerlingenvervoer een bedrag resteert van € 15.000.

De verordening leerlingenvervoer is een open einderegeling, waarbij de kosten afhankelijk zijn van het aantal te vervoeren leerlingen, het aantal scholen waarnaar vervoerd dient te worden, de afstand naar de betreffende scholen en terug en tot slot de mogelijkheden van het combineren van het vervoer met leerlingen van andere gemeenten. Het leerlingenvervoer wordt georganiseerd samen met andere Midden-Limburgse gemeenten om de kosten zo laag mogelijk te houden. De kosten van het leerlingenvervoer waren voor 2022 € 108.000 hoger dan geraamd. Een deel van deze hogere kosten houdt verband met een nabetaling aan het vervoersbedrijf over de periode van 1 augustus 2019 tot 1 oktober 2022 van € 71.065. Het vervoersbedrijf had abusievelijk tijdens deze periode – door een administratieve fout – nagelaten om de in- en uitstaptijd (1 minuut per rit, voor rolstoelergebruikers 4 minuten per rit) in rekening te brengen. In 2022 heeft de gemeente van het rijk een vergoeding ontvangen voor het leerlingenvervoer van Oekraïense leerlingen van € 35.000. Deze vergoeding is aan het budget voor leerlingenvervoer toegevoegd. Door deze vergoeding bedraagt het uiteindelijke tekort € 73.000. Huur gymnastiekonderwijs (voordeel € 12.000) De kosten voor de huur van gymnastiekaccommodaties voor het primair onderwijs (basisonderwijs en speciaal basisonderwijs) zijn € 12.000 lager uitgevallen.

Dit heeft onder meer te maken met het feit dat het speciaal basisonderwijs minder uren bewegingsonderwijs afneemt dan waar ze volgens de normen aanspraak op maken. Voor de huur was een bedrag van € 125.000 begroot. De werkelijke kosten bedroegen € 113.000, zodat nog een bedrag van € 12.000 resteert.

Deel I - 28 -

Programma cultuur en sport Saldo lasten/baten markten (nadeel € 25.000) De inkomsten uit de marktgelden zijn in de begroting structureel hoger opgenomen dan de werkelijke inkomsten. De inkomsten 2022 zijn wel in lijn met voorgaande jaren. Per saldo betekent dit in 2022 ruim € 3.000 minder inkomsten dan begroot. De energiekosten zijn door de hogere prijzen in totaal bijna € 8.000 hoger dan begroot. In 2022 hebben er een aantal spoed reparaties en aanpassingen plaats moeten vinden aan de evenementenkasten. Daarnaast zijn alle sloten en cilinders vervangen moeten worden. Een bedrag van € 22.000 was gedurende het jaar al bijgeraamd. Dit was niet voldoende om de totale (incidentele) extra kosten te dekken. In totaal was er nog een extra bedrag nodig van bijna € 14.000. SPUK uitkering BTW sport (voordeel € 68.000) Om sport te stimuleren konden gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die aan hen in rekening wordt gebracht in aftrek brengen. Dit recht op aftrek is met ingang van 1 januari 2019 vervallen. Gemeenten worden gecompenseerd via een subsidieregeling, de Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK). Op basis van de verwachte uitgaven ramen we in de begroting het bedrag aan btw dat gesubsidieerd wordt. In de loop van 2022 wordt rekening houdend met de rekeningcijfers de aanvraag gedaan op basis waarvan een voorschot wordt uitgekeerd.

Bij de jaarrekening berekenen we de werkelijke verwachte subsidiebedragen. Voor 2022 verwachten we een positieve afrekening. Per saldo resteert een positief voordeel van € 68.000. Exploitatie cultureel centrum Plats (nadeel € 22.000) De kosten voor gas en elektriciteit zijn door de stijging van de prijzen in totaal € 9.000 hoger dan begroot. Door de corona-maatregelen hebben er in de eerste 2 maanden van het jaar minder activiteiten plaats kunnen vinden waardoor er € 5.000 minder inkomsten zijn ontvangen. De schoonmaakkosten zijn hoger dan begroot (€ 4.000). De vergoeding voor de exploitant zijn hoger dan begroot. In de begroting was er van uit gegaan dat deze kosten btw-compensabel waren. Dit blijkt maar ten dele zo te zijn waardoor een deel van de btw niet gecompenseerd wordt. Het totaal nadeel is hierdoor € 4.000. Kermis (nadeel € 18.000) De overschrijding wordt met name veroorzaakt door hogere energiekosten dan begroot in combinatie met een lagere vergoeding voor de energiekosten dan begroot (totaal € 10.000). Daarnaast zijn de kosten voor de stroomaggregaten en geleverde olie hoger dan in de begroting opgenomen en hoger dan voorgaande jaren in verband met de gestegen olieprijs (totaal € 8.000).

Onderhoud diverse accommodaties cultuur en sport (voordeel € 36.000) Vanaf 2019 is volgens de nieuwe regels van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) de geraamde uitgaven voor het klein onderhoud afgesplitst van de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen op basis van het meerjarenonderhoudsplan 2020-2030. Daarom is de jaarlijkse dotatie in de voorziening structureel verlaagd en zijn er op de reguliere onderhoudsbudgetten in de begroting ramingen opgenomen voor klein onderhoud. De uitgaven voor het klein onderhoud van de diverse binnensportaccommodaties zijn € 36.000 lager geweest dan begroot doordat er minder klein onderhoud heeft plaatsgevonden dan oorspronkelijk gepland. Programma Sociaal Domein Uitvoeringskosten samenwerkingsverbanden WMO en Jeugd (voordeel € 47.000) Zowel de bijdrage aan het samenwerkingsverband voor Jeugd als WMO is in 2022 lager uitgevallen dan geraamd. Op WMO heeft de gemeente een voordeel van € 12.000 en op jeugd een voordeel van € 29.000. De onder uitputting is voornamelijk het gevolg van het feit dat in 2022 minder noodzaak is geweest tot de inzet van externe inhuur voor de uitvoering van de regionale beleidsontwikkeling Wmo/Jeugd binnen het samenwerkingsverband Midden-Limburg-Oost.

Budget sociaal domein algemeen (voordeel € 98.000) Binnen het taakveld sociaal domein is een bedrag geraamd voor algemene kosten binnen het sociaal domein. Vooraf is moeilijk in te schatten in hoeverre dit budget gebruikt gaat worden. Dit budget is in het

Deel I - 29 -

kader van de 1e bestuursrapportage 2021 voor € 250.000 ingezet voor de dekking van tekorten binnen de WMO en voor € 19.000 voor de dekking van kosten preventie jeugd. In de 2e bestuursrapportage 2022 is € 54.000 toegevoegd vanuit de begroting van de Westrom. Daarnaast zijn hieruit voor € 90.000 kosten gedekt ten behoeve van een bijdrage voor het Servicecentrum MER, programma Sociaal Domein onderdeel beschermd wonen alsmede voor € 24.000 voor de arrangementenmonitor. Andere diverse uitgaven hebben betrekking op projectondersteuning, de inzet van een projectleider WMO inkoop en het aanpassen van de stallingsplek wensauto. Collectief vervoer Omnibuzz (voordeel € 73.000) Het voordeel op collectief vervoer Omnibuzz bedraagt per saldo € 73.000. Het aantal uitgevoerde ritten is binnen Echt-Susteren nog niet op het niveau van vóór Corona. Hierdoor zijn € 93.000 minder uitgaven geweest. Het grotendeels wegvallen van het vervoer leidt logischerwijs ook tot lagere vervoersopbrengsten van € 20.000. Per saldo zorgt dit voor een eenmalig voordeel van € 73.000. Wet verplichte GGZ (voordeel € 20.000) De begroting Wet verplichting geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ) is gebaseerd op kosten voor applicaties die eventuele maatregelen vanuit de WvGGZ ondersteunen en kosten die casuïstiekafhankelijk zijn.

De huidige kosten komen met name voort uit structurele kosten voor ondersteunende applicaties (abonnementstarief). In Echt-Susteren worden tot nu toe weinig gedwongen zorgmachtigen afgegeven, hierdoor worden weinig kosten gemaakt inzake psychiatrische interventies waaraan eenmalige kosten verbonden zijn. Om te voorkomen dat bij meerdere interventies budgetoverschrijdingen plaatsvinden moet het budget WvGGZ ruimte hebben om dit uit te voeren. Onderhoud diverse accommodaties sociaal domein (voordeel € 35.000) Vanaf 2019 is volgens de nieuwe regels van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) de geraamde uitgaven voor het klein onderhoud afgesplitst van de voorziening onderhoud gemeenschapshuizen op basis van de meerjarenonderhoudsplannen. Daarom is de jaarlijkse dotatie in de voorziening structureel verlaagd en zijn er op de reguliere onderhoudsbudgetten in de begroting ramingen opgenomen voor klein onderhoud. De uitgaven voor het klein onderhoud van de diverse binnensportaccommodaties zijn € 35.000 lager geweest dan begroot doordat er minder klein onderhoud heeft plaatsgevonden dan oorspronkelijk gepland. Programma economische zaken en grondexploitaties Toeristenbelasting (voordeel € 61.000) Er is een meeropbrengst toeristenbelasting geweest in 2022 van € 61.000. Deze meeropbrengst is een gevolg van de nabetalingen over voorgaande jaren.

De verwachte daling van het aantal overnachtingen als gevolg van corona in de afgelopen 3 jaren bleek in de praktijk mee te vallen. Programma Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering – decembercirculaire 2022 (voordeel € 858.000) Via de decembercirculaire 2022 zijn een aantal bedragen beschikbaar gekomen van in totaal € 857.874 die grotendeels bestemd zijn voor het jaar 2023. In de gemeentebegroting zijn deze bedragen niet meer begrotingstechnisch verwerkt kunnen worden. Algemene uitkering- overige posten (voordeel € 192.000) Ná de laatste begrotingswijziging hebben nog verrekeningen plaatsgevonden, waardoor de algemene uitkering per saldo afneemt met 98.000 ten opzichte van de begroting. Op de onderdelen van het sociaal domein is in totaliteit € 290.000 meer aan inkomsten verantwoord dan geraamd. Ook hier is gebleken is dat ná de laatste begrotingswijziging nog bedragen ontvangen zijn. Algemene uitkering baten voorgaande jaren (voordeel € 56.000) In 2022 is er via de algemene uitkering een bedrag van € 66.595 ontvangen met betrekking tot voorgaande jaren, welke als incidentele baat opgenomen wordt. In de begroting was hiervoor opgenomen

Deel I - 30 -

€ 10.245. Na de laatste bijstelling hebben echter nog een aantal verrekeningen voorgaande jaren plaatsgevonden. OZB (voordeel € 229.000) In 2022 is € 125.000 meer onroerende zaakbelastingen niet-woningen ontvangen dan begroot en € 104.000 voor de woningen. Beide meeropbrengsten worden verklaard door een hogere WOZ-waarde dan waarmee op basis van prognoses rekening werd gehouden. In de hogere WOZ-waarden is ook de areaaluitbreiding opgenomen. Een en ander resulteert in een positief saldo van € 229.000. Mutatie voorziening dubieuze debiteuren en oninbare debiteuren (voordeel 29.000) Op basis van de per ultimo 2022 voorzienbare oninbare vorderingen heeft er een toevoeging plaatsgevonden op de voorziening dubieuze debiteuren van € 43.000, terwijl er € 58.000 begroot was. Met betrekking tot de voorziening oninbare debiteuren is er een bedrag van € 8.000 toegevoegd, terwijl er € 22.000 aan toevoeging begroot was. Ten opzichte van de begrote bedragen betekent dit een voordeel van € 29.000. Stelpost toekomstige verplichtingen algemene uitkering (voordeel € 32.000) In de begroting 2022 is een stelpost opgenomen voor toekomstige verplichtingen algemene uitkering. Deze post wordt aangewend om middelen die ontvangen worden van het rijk voor de algemene uitkering en die nog niet direct bestempeld worden voor uitgaven te parkeren.

In 2022 is aanwending van deze stelpost niet nodig geweest waardoor deze kan vrijvallen in het saldo van de jaarrekening 2022. In 2022 resteert nog een bedrag van € 32.000 voor deze post. Stelpost algemene uitkering verrekeningen (voordeel € 53.000) In de begroting 2022 is een bedrag opgenomen van € 53.000 als stelpost op verrekeningen van de algemene uitkering. In 2022 is van deze stelpost geen gebruik gemaakt, zodat hier een voordelig saldo ontstaat van € 53.000. Overhead Nieuwe Markt diversen (nadeel € 56.000) Het nadeel is grotendeels ontstaan door de hoge tarieven voor energie (€ 63.000). Het klein onderhoud is lager geweest hetgeen een voordeel oplevert van € 7.000. Edisonweg (voordeel € 11.000) Bij de Edisonweg hebben lagere aanschaffingen ad € 9.000 en lagere kosten voor alarmopvolging ad € 2.000 geleidt tot het totale voordeel van € 11.000. Beheer buiten (voordeel € 36.500) Bij de leasekosten vervoermiddelen is een voordeel van € 30.000. Dit wordt veroorzaakt doordat de vervanging van voertuigen een langdurig proces is geweest. De nieuwe voertuigen zijn bovendien nog niet geleverd door het wereldwijde chiptekort. Derhalve is in 2022 een deel van het geraamde leasebedrag niet besteed voor de vervanging van voertuigen.

De post onderhoud vervoermiddelen kent een overschot van € 6.500 doordat in 2021 een aantal groot onderhoudsbeurten zijn uitgevoerd en daardoor in 2022 minder onderhoud noodzakelijk was. Verzekeringen totaal (voordeel € 50.500) Het voordeel is ontstaan doordat in 2022 geen schades zijn gemaakt waarbij een beroep op de post eigen risico is gedaan. Diversen Treasury rente (voordeel € 46.000) Binnen het taakveld treasury is per saldo een voordeel behaald van € 75.000 op rente. Dit voordeel bestaat uit de ontvangen rente op de hybride converteerbare lening aan Enexis van € 41.000 en de ontvangen rente op uitgezette kasgeldleningen voor € 34.000.

Deel I - 31 -

De ontvangen rente op langlopende leningen is € 15.000 lager dan geraamd doordat in 2022 twee leningen vervroegd zijn afgelost. Aan betaalde rente in verband met naheffingsaanslagen door de belastingdienst is een bedrag te melden van € 21.000, hiervoor was € 7.000 geraamd dus een nadeel van € 14.000. Kapitaallasten – afschrijvingen (voordeel € 480.200) De werkelijke afschrijvingslasten 2022 (exclusief riolering) zijn € 480.200 lager dan begroot, hetgeen resulteert in een positief resultaat. Dit wordt veroorzaakt door latentie in de uitvoering van een aantal projecten, waardoor het eerste jaar van een jaar opschuift. Het benoemde voordeel van € 480.200 is exclusief € 55.800 voordeel op de afschrijvingslasten voor riolering. Deze € 55.800 zijn meegenomen in het, onder programma Beheer openbare ruimte, genoemde voordeel op riool. Diversen (nadeel € 19.447) De kleinere onder- en overschrijdingen over de diverse programma’s leiden tot een negatief resultaat van € 19.447.

Deel I - 32 -

4. Auditing en control

Programmaverantwoording

2022 Deel I - 33 -

Deel I - 34 -

4. Auditing en control 4.1 Termen Doeltreffendheid Doelmatigheid Rechtmatigheid Getrouwheid

Wordt het beoogde doel/resultaat gerealiseerd? Wordt het beoogde doel/resultaat met zo min mogelijk geld gerealiseerd? Wordt het beoogde doel/resultaat binnen de geldende wet- en regelgeving gerealiseerd? Geeft de verantwoording een tijdig, juist en volledig beeld?

4.2 Audithuis In de gemeente vindt auditing plaats door diverse organen, die gezamenlijk aangeduid worden als het audithuis. De organen van het audithuis voeren onderzoeken uit naar de doeltreffendheid, doelmatigheid, rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, beleid en beheer. Ook naar de getrouwheid van de verantwoording die daarover wordt afgelegd. Elk orgaan vindt zijn oorsprong in een specifiek juridisch kader, dat aangeeft namens welk orgaan er wat onderzocht moet worden. Dat betekent dat ieder orgaan een eigenstandige rol, bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft en aan een specifieke opdrachtgever rapporteert. In onderstaande tabel wordt de opbouw van het audithuis samengevat: Orgaan

Juridisch kader

Onderzoeksrichting

Opdrachtgever

Rekenkamerc ommissie

 

Doelmatigheid Doeltreffendheid Rechtmatigheid

Raad

Externe accountant

Getrouwheid Rechtmatigheid

Raad

Cluster Concern (team B&O)

Doelmatigheid Doeltreffendheid

College

Cluster Interne Controle (team Financiën) ¹)

Getrouwheid Rechtmatigheid

Management

Artikel 182 Gemeentewet Verordening op de Rekenkamercommissie Gemeente EchtSusteren d.d. 22 december 2004. Artikel 213 Gemeentewet Controleverordening ex art 213 Gemeentewet d.d. 25 september 2003 Artikel 213a Gemeentewet Verordening ex art 213a Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 25 september 2003 Financiële Verordening ex art 212 Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 2 oktober 2014 en 22 februari 2017

¹) vanaf 1 juli 2017 is interne controle ondergebracht in de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER

De organen van het audithuis rapporteren in de eerste plaats aan hun respectievelijke opdrachtgever, maar uiteindelijk staan zij allen ten dienste van de gemeente Echt-Susteren als geheel, van de continue verbetering van de gemeente in de brede zin. In de volgende subparagrafen wordt ingegaan op de onderzoeken die door, namens of in samenwerking met organen van het audithuis zijn uitgevoerd in 2022.

Deel I - 35 -

4.2.1 Rekenkamercommissie Volgens artikel 182 van de Gemeentewet onderzoekt de rekenkamer de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Door dit onderzoek probeert de rekenkamercommissie zichtbaar te maken waar de gemeente haar geld aan besteedt, wat er van die bestedingen terechtkomt en hoe zich dit verhoudt tot het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. De rekenkamercommissie onderzoekt de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het bestuur. Door dit onderzoek probeert de commissie zichtbaar te maken waar de gemeente haar geld aan besteedt, wat er van die bestedingen terechtkomt en hoe zich dit verhoudt tot het door de gemeenteraad geformuleerde beleid. Onderzoek 2022 De wetgever is er bij de decentralisatie van de jeugdzorg van uit gegaan, dat de gemeenteraad in staat is om voldoende inzicht en grip te hebben, via de programmabegroting, op de doelmatig- en doeltreffendheid van de uitgaven ten behoeve van de jeugdzorg en dat daarbij een betere inbedding zou ontstaan dan inbedding bij het Rijk.

De centrale vraag in dit onderzoek is: In hoeverre de gemeenteraad van Echt-Susteren daadwerkelijk toegerust is om invloed uit te oefenen op dit complexe thema? De Rekenkamercommissie heeft, uitgaande van de centrale vraag, onderzocht wat er voor nodig is om de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad te versterken voor wat betreft het thema jeugdzorg. Hiertoe is de huidige kennis/invloed van de gemeenteraad voor wat betreft het thema jeugdzorg onderzocht (IST-situatie). Op basis daarvan zijn in het rapport aanbevelingen uitgewerkt, die de raadsleden helpen om hun rol (verder) te versterken in de toekomst (SOLLsituatie). Samenstelling rekenkamercommissie 2022: Raadsleden:  Michelle Kox-Stoffels, raadslid fractie PNES  Jos Wackers, raadslid en fractievoorzitter fractie Lijst Samenwerking  Thijs Wetemans, raadslid en fractievoorzitter fractie GroenLinks Externe leden:  Dien Mueters, lid  Herman van Santen, voorzitter 4.2.2 Externe accountant Volgens artikel 213 van de Gemeentewet wijst de raad een of meer accountants aan belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een rapport van bevindingen. De accountant controleert dus, in opdracht van de raad, de jaarrekening en verstrekt een verklaring waarin hij een oordeel geeft over het getrouwe beeld en de rechtmatigheid.

Controleprotocol 2022 De raad geeft in een controleprotocol aan binnen welke kaders de controle door de accountant moet plaatsvinden. Het controleprotocol 2022 is vastgesteld in de raadsvergadering van woensdag, 2 maart 2023. Aanwijzing accountant 2019-2022 Op 13 december 2018 heeft de gemeenteraad vanwege een 6-tal redenen besloten af te wijken van de voorgeschreven procedure en de aanbesteding enkelvoudig en onderhands te doen plaatsvinden, waarbij de opdracht voor de wettelijke controle van de jaarrekening voor de jaren 2019 tot en met 2022 is gegund aan BDO Audit & Assurance B.V. en deze aan te wijzen als accountant belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een accountantsverslag.

Deel I - 36 -

Interimcontrole: Managementletter 2022 In de Managementletter (ML) 2022 geeft de accountant de uitkomsten van zijn interimcontrole weer. De interimcontrole is in de eerste plaats gericht op de beheersorganisatie. Daarom is de managementletter ook gericht aan het college van burgemeester en wethouders en aan het management. Zij worden hierdoor in de gelegenheid gesteld om waar nodig bij te sturen op de beheersorganisatie, zodat de kans op fouten in de jaarrekening zo klein mogelijk is. De ML presenteert eerst een dashboard, waarin de belangrijkste bevindingen zijn samengevat. Dit dashboard is bedoeld voor de raad. Vervolgens wordt in de ML een verdere toelichting gegeven op hetgeen in het dashboard staat vermeld. Deze info is bedoeld voor het management en het college. De accountant heeft op een aantal speerpunten ingezoomd, zoals:  Status omtrent de invoering van de rechtmatigheid in 2023;  Algemene beheersmaatregelen fraude en continuïteit;  Cybersecurity en IT-beheersmaatregelen;  De verbijzonderde interne controle;  Vooruitblik jaarrekening 2022. Het dashboard uit de ML is besproken met de accountantscommissie op 12 december 2022. De accountant maakte complimenten over de gemaakte verbeteringen afgelopen jaar en gaf aan dat de gemeente bovengemiddeld op schema ligt met de invoering van de rechtmatigheid.

Eindejaarscontrole: Rapport van bevindingen en controleverklaringen In het Rapport van bevindingen geeft de accountant de uitkomsten van zijn eindejaarscontrole weer. Hij vermeldt dat de in de programmarekening 2021 opgenomen balans en rekening van baten en lasten een getrouwe weergave laten zien van de financiële positie en het resultaat van de gemeente Echt-Susteren. Ook dat het jaarverslag 2021 en de jaarrekening2021 in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording zijn ingericht. 4.2.3 Uitgevoerde onderzoeken Door artikel 213a Gemeentewet en de daaruit voortvloeiende Verordening ex art 213a Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 25 september 2003 moet het college periodiek onderzoek doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. Deze onderzoeken zijn in 2022 intern uitgevoerd en door derden in samenwerking met of gecoördineerd door subcluster control of door derden. Het subcluster control was in 2022 gepositioneerd als stafonderdeel onder directe aansturing van de gemeentesecretaris/algemeen directeur. De subcluster control kan zich in zijn rol echter volledig onafhankelijk opstellen, waardoor voldoende objectiviteit is gewaarborgd.

In 2022 zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd die naar hun aard en/of inhoud gelabeld kunnen worden als onderzoeken vanwege artikel 213a Gemeentewet en de Verordening ex art 213a Gemeentewet EchtSusteren d.d. 25 september 2003, en dus (direct of indirect) gericht waren op de doelmatigheid en/of doeltreffendheid. De belangrijkste daarvan worden hierna kort toegelicht. Onderzoeksresultaten BTW-labelling en mengpercentage In 2022 is een fiscaal onderzoek opgestart. Het gaat om onderzoek naar de BTW-labelling en het mengpercentage BTW 2021. De onderzoeken zijn afgerond en de rapporten zijn ingediend bij de belastingdienst. De belastingdienst heeft de rapporten zonder opmerkingen vastgesteld. Vennootschapsbelasting In 2022 heeft de voorlopige aangifte plaatsgevonden van de vennootschapsbelasting over 2020. De aangifte over 2021 wordt naar verwachting medio 2023 afgerond. De aangiftes worden verzorgd door een externe fiscalist. Definitieve vaststelling van de aangiftes kan nog een paar jaar duren. Onderzoek gesloten Beurzen In 2021 is het onderzoek gestart naar het zogenaamde “gesloten Beurzen” principe. Het onderzoek, dat verder gevoerd is in 2022 en het eerste kwartaal van 2023 richt zich op:  Inzicht geven in de echte apparaatskosten van Servicecentrum MER en in de verdeling daarvan over de deelnemende gemeenten;

Deel I - 37 -

Inzicht geven in mogelijke marktwerking als gevolg van leveringen door de deelnemende gemeenten aan Servicecentrum MER, en de juridische, financieel-administratieve en fiscale consequenties daarvan. Het onderzoek wordt in 2023 afgerond. In 2023 is met de belastingdienst overeenstemming bereikt over de fiscale aspecten van het onderzoek inzake BTW en vennootschapsbelasting. Onderzoek team BOR In het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026, hoofdstuk 3 Beheer Openbare Ruimte (BOR) streven we er naar om per 2024 een aantal uitvoeringstaken weer in eigen beheer te gaan uitvoeren. Dit vergt een andere organisatie en inrichting van team BOR. Op basis hiervan is in 2022 opdracht verleend aan een extern bureau om een onderzoek (adviestraject) te starten. De doorontwikkeling van team BOR staat daarbij centraal omwille van de geconstateerde disbalans tussen takenpakket, beschikbare formatie en financiële middelen. Het onderzoek is gedeeld in twee fasen waarbij de eerste fase bestaat uit het vaststellen van de visie op de organisatie van team BOR en haar takenpakket. Fase twee concentreert zich op de overgang “van Ist naar Soll”. Procesverbetering met Lean Om als veerkrachtige, netwerkende organisatie onze inwoners en bedrijven goed te kunnen blijven bedienen is het noodzakelijk om continu te verbeteren. Om dit een impuls te geven is in 2021 Lean management geïntroduceerd in de organisatie.

Met behulp van leanmethodieken kunnen processen zo worden geordend dat ze met minder verspillingen, meer waarde, tevredenere klanten, gelukkigere medewerkers en een gezondere en duurzamere organisatie opleveren. In 2022 zijn onder externe begeleiding vier kernteams aan de slag gegaan om de processen ruimtelijke Initiatieven, beantwoorden moties en toezeggingen, subsidies en meldingen openbare ruimte te bekijken aan de hand van Lean. Daaruit is gebleken dat het voor de verdere uitrol en toepassing van de leanfilosie noodzakelijk is eerst de processen breder in de organisatie goed in beeld te hebben. Daarom is in de loop van 2022 een visie op organisatieontwikkeling vastgesteld waarin zicht op processen en procesmanagement een belangrijke pijler is voor de komende jaren. Overheidsontwikkelmodel (OOM-)positiebepaling Tussentijdse bevindingen van de werkgroep van het MER-brede programma Zaakgericht Werken (ZGW) zijn aanleiding geweest voor een MER brede nulmeting op basis van het Overheidsontwikkelmodel (OOM). Een belangrijke constatering van de werkgroep was dat de vier MER-organisaties qua organisatieontwikkeling te veel van elkaar verschillen en als geheel onvoldoende ver zijn voor een robuuste doorontwikkeling van zaakgericht werken.

Deze constatering leidde ertoe dat het programma ZGW tijdelijk ‘on hold’ is gezet om een tussenstap te maken in de vorm van een zogenaamde ‘organisatie-selfie’ (nulmeting) op basis van het OOM. Met deze nulmeting wordt op een objectieve manier het ‘volwassenheidsniveau’ van de MER organisaties in beeld gebracht. Op basis van de uitkomsten kan vervolgens een gezamenlijk ontwikkelplan opgezet worden, waarin ook het programma Zaakgericht Werken een plaats krijgt. De uitvoering en begeleiding van de OOM-positiebepaling is na een aanbestedingstraject gegund aan een externe partij. Het traject bevindt zich momenteel in een afrondende fase. ENSIA ENSIA staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit. Dit is een verplichte audit- en verantwoordingssystematiek die moet worden gevolgd voor het horizontaal toezicht (van de raad op het college) en het verticaal toezicht (van het Rijk en/of de provincie op de gemeente). Via deze verplichte verantwoordingssystematiek moet de gemeente jaarlijks voor een aantal onderwerpen/processen aantonen dat ze in control is en dat wordt voldaan aan voor die onderwerpen/processen opgelegde normen. Dat gebeurt door zelfevaluaties en/of (externe) audits. In het kader van gegevensveiligheid vinden interne controles en audits (ENSIA / Suwinet) plaats om de veiligheid van klantgegevens te borgen en oneigenlijk gebruik van klantgegevens te signaleren.

Waar het gaat om het verwerken en uitwisselen van gegevens worden periodiek data protecion impact assesment (DPIA’s) uitgevoerd en waar nodig verbeteringen uitgevoerd. DPIA’s geven inzicht in de risico’s die de verwerking van gegevens oplevert voor betrokkenen en in de te nemen maatregelen om de risico’s af te denken.

Deel I - 38 -

Op al deze onderwerpen werd voldaan aan de gestelde normen. Dit is ook gerapporteerd aan de betreffende toezichthoudende ministeries (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor BRP, PUN, DiGiD, BAG en BGT; Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor Suwinet). 4.4 In control statement en rechtmatigheidsoordeel Algemeen De term ‘control’ heeft betrekking op de beheersing van de bedrijfsprocessen. Een control, ook wel beheersingsmaatregel genoemd, is een instrument om ervoor te zorgen dat de activiteiten leiden tot het verwachte en/of gewenste resultaat. Met ‘in control zijn’ wordt dan bedoeld dat de bedrijfsprocessen zodanig worden beheerst, dat er geen onverwachte en/of ongewenste resultaten optreden. Met ingang van 2023 legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid. Met deze wijziging vervalt de rechtmatigheidsverklaring door de accountant. In sommige gemeenten wordt naast dit rechtmatigheidsoordeel door de accountant ook een in control statement (ics) door het college afgegeven. Het ics en de verantwoording over rechtmatigheid worden beiden door het college afgegeven, maar zijn niet onderling uitwisselbaar. In de verantwoording over rechtmatigheid legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid van de baten en lasten op een drietal criteria: Begrotingscriterium, Voorwaardencriterium en Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

Met een ics verklaart het college dat de interne beheersings- en controlesystemen van een gemeente adequaat en effectief zijn. Het gaat om borging van een diversiteit aan processen, beheersing van risico's én om de competenties van de medewerkers. In tegenstelling tot de verantwoording over de rechtmatigheid kent de ics geen wettelijke verankering in het BBV. Tot en met jaarrekening 2022 verstrekken externe accountants een controleverklaring met een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekeningen van gemeenten. De externe accountants geven vanaf 2023 een controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief dan de rechtmatigheidsverantwoording door het college die in de jaarrekening wordt opgenomen. De commissie BBV heeft in januari 2020 de modeltekst voor de rechtmatigheidsverklaring gepubliceerd. In samenwerking met het Servicecentrum MER en de buurgemeenten Maasgouw en Roerdalen is in het najaar van 2019 een werkgroep gestart met de voorbereidingen op de verklaring. Er is gestart met het in kaart brengen van de IST-situatie. In 2021 hebben een aantal gemeenten als pilot gefungeerd en zijn tools ontwikkeld om het proces om te komen tot de rechtmatigheidsverklaring te stroomlijnen. Onderstaand zijn een aantal stappen beschreven. Per ultimo 2022 / begin 2023 zijn we stap 3 aan het doorlopen.     

Stap 1 Beschrijving IST: waar staat de gemeente. Is de gemeente in staat om in de huidige situatie zelf een rechtmatigheidsverantwoording op te leveren? Stap 2 Beschrijving Soll: welke ambities zijn er en wat is de gewenste situatie? Stap 3 Stappenplan: Bepalen van de route om te komen tot een rechtmatigheidsverantwoording. Welke stappen moeten worden gezet? Stap 4 Uitvoeren van de stappen: Het in kaart brengen van de rechtmatigheidsrisico's en het testen van de beheersmaatregelen. Stap 5 Rechtmatigheidsverantwoording opleveren.

De rechtmatigheid kan met een aantal elementen onderbouwd worden. Naast 5 elementen uit de handreiking ‘Invoering Rechtmatigheidsverantwoording’ van VNG en IPO van oktober 2020 en het “Addendum Kadernota Rechtmatigheid 2021” van de commissie BBV hebben de MER-gemeenten er voor gekozen om ook de opmerkingen uit de managementletter 2020, 2021 en 2022 die de rechtmatigheid raken hierin mee te nemen. De elementen uit de notitie ‘Invoering Rechtmatigheidsverantwoording’ van VNG en IPO gaan over:  uitkomsten van verbijzonderde interne controles (VIC) inclusief controle op de drie rechtmatigheidscriteria;  bevindingen naar aanleiding van gesprekken met het management;

Deel I - 39 -

  

bewuste keuzes om af te wijken van wet- en regelgeving; fraudesignalen; data-analyses.

Deel I - 40 -

5. Financiële positie

Programmaverantwoording

2022 Deel I - 41 -

Deel I - 42 -

5. Financiële positie Inleiding

Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de ontwikkeling van de reservepositie op basis van de jaarrekeningen van de laatste jaren. De reservepositie geeft inzicht in de vermogenspositie van de gemeente. Hoe meer eigen vermogen (vrije reserves) de gemeente heeft hoe beter de gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Daarnaast wordt de belastingdruk met andere gemeenten vergeleken en wordt een berekening gemaakt van de aanwezige weerstandscapaciteit. De gemeente stond in 2022 net als voorgaande jaren onder het repressieve toezicht van de provincie, onder andere omdat er in de begroting 2022 en de daarop volgende jaren geen incidentele dekkingsmiddelen zijn gebruikt om de begroting sluitend te maken. Repressief toezicht is de lichtste vorm van toezicht. Reserves en voorzieningen Gemeente

Rekening 2020 Rekening 2021 Rekening 2022

Algemene reserve € € €

173 174 155

Bestemmingsreserve € € €

1.468 1.535 1.717

Totale reserves

Voorzieningen

€ € €

€ € €

1.641 1.709 1.871

292 289 320

Tabel 1: bedragen gemiddeld per inwoner (per einde van het jaar)

Het aantal inwoners per 1 januari 2022 bedroeg 31.744. Per 31 december 2022 was dit 31.987.

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van al het geld waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten die onverwacht en voor een belangrijk deel zijn te dekken. Binnen de gemeente worden daarvoor de volgende elementen gerekend: 1. Reserves (algemene en bestemmingsreserves) 2. Onbenutte begrotingsruimte (stelposten en nieuw beleid) 3. Onbenutte investeringsruimte 4. Onbenutte belastingcapaciteit 5. Stille reserves Elk element wordt hieronder nader toegelicht en onderbouwd. Reserves Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) worden de

Deel I - 43 -

reserves ingedeeld in algemene reserves en bestemmingsreserves. Algemene reserves De rente van de algemene reserve wordt in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatie. Dit betekent dat inzet van de algemene reserve altijd structurele gevolgen heeft. De rente die normaal gesproken wordt ingezet in de begroting valt immers weg. Bestemmingsreserves Als het nodig is kan de raad de bestemming van een bestemmingsreserve wijzigen en komt door die mogelijkheid de betreffende reserve beschikbaar voor de weerstandscapaciteit. Echter een bestemmingsreserve is niet zonder reden afgezonderd van de algemene reserves en heeft bij aanwending als weerstandscapaciteit negatieve consequenties voor bestaande voorzieningen of dienstverlening (bijv. financieel technische bestemmingsreserves). Daarom worden de bestemmingsreserves binnen de gemeente niet gerekend tot de weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel wordt beknopt de samenstelling van de totale omvang aan reserves van de gemeente weergegeven. Omschrijving reserve

Rekening 2021

Rekening 2022

1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves 3. Geblokkeerde reserve revolverende investeringen

€ € €

5.518.000 34.455.000 14.244.000

€ € €

4.944.000 42.341.000 12.565.000

Totaal

€

54.217.000

€

59.850.000

Tabel 2. Samenstelling reserves gemeente Echt-Susteren per einde van het jaar

Dat de bestemmingsreserves niet worden meegerekend als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit wil nog niet zeggen dat deze ook niet ingezet kunnen worden. Dit is bij ernstige calamiteiten wel degelijk mogelijk, want onder druk wordt alles vloeibaar. Voorzieningen Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit worden voorzieningen niet meegenomen. Voorzieningen zijn gevormd om onder meer de verrekening van toekomstige verplichtingen, waarvan de omvang en tijdstip redelijkerwijs is in te schatten, te waarborgen. Ze worden verplicht gevormd en hebben een verplichte bestedingsrichting. Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Een voorziening heeft de omvang van de verplichting. Uiteraard moet het financiële effect van het risico vervolgens worden uitgesloten van bepaling van de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Het gaat bij de weerstandscapaciteit uiteindelijk om het afdekken van risico’s waarvoor geen voorziening is getroffen. Een vraag die gesteld kan worden, is wanneer voor een risico een voorziening moet worden gevormd. Een voorziening moet worden getroffen bij een zekere gebeurtenis met een nog onduidelijk gevolg. Bijvoorbeeld: dat groot onderhoud moet worden gepleegd is zeker, alleen wanneer en hoeveel het exact gaat kosten is nog onduidelijk.

Bij risico’s is de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet onzeker. Naarmate een risico tendeert naar een 100% zekerheid van optreden met een naar 100% zekerheid tenderende mate van gevolg moet een voorziening worden gevormd. Validiteit reserves gemeente De reserves zijn één van de belangrijkste elementen van de beschikbare weerstandscapaciteit. Ieder jaar wordt er aandacht gegeven aan de validiteit van de reserves. Zowel het college als de raad wil vanuit haar/zijn rol periodiek beoordelen welke reserve wordt aangehouden, of het doel en het motief voor instelling nog relevant zijn en hoe de verwachting van het verloop (voeding en onttrekking) in de komende perioden eruit ziet. Om de validiteit van de betreffende reserve te

Deel I - 44 -

beoordelen wordt de begroting als instrument gehanteerd. In de 2-jaarlijkse nota reserves en voorzieningen wordt uitgebreid vermeld, wat het doel van de reserve is. De nota is in het najaar 2021 opnieuw aan de raad aangeboden (raad 4 november 2021). Per reserve wordt aangegeven:  Doel/motief reserve (incl. raadsbesluit);  Benodigde omvang/volume;  Voeding/dotatie;  Onderbouwing;  Aangegane verplichtingen/claims;  Tijdspad besteding. Onbenutte begrotingsruimte (stelposten en nieuw beleid) Er wordt gesproken over begrotingsruimte als de begroting een overschot vertoont (meer baten dan lasten). Begrotingsruimte kan ook aanwezig zijn bij een sluitende begroting. Er zijn altijd onderdelen aan te wijzen die beïnvloedbaar zijn. Als beïnvloeding van deze onderdelen leidt tot extra vrijval van geld, zonder dat dit een substantiële wijziging in het beleid tot gevolg heeft, kan dit deel worden beschouwd als onderdeel van de weerstandscapaciteit (de zogenaamde flexibiliteit van de begroting). Het past in een verantwoord financieel beleid om met beschikbaar geld eerst de bestaande problemen op te lossen voordat het geld aan nieuw beleid wordt besteed. Of “eerst verdienen en dan pas uitgeven” en “geen plannen zonder geld”.

Als vervolgens de ruimte wordt ingezet voor een specifiek risico (bijvoorbeeld door het instellen van een reserve of voorziening) dan is het risico afgedekt en telt de onbenutte begrotingsruimte niet meer mee voor de beschikbare weerstandscapaciteit (ter voorkoming van een dubbeltelling). In de begroting 2022 was een onbenutte begrotingsruimte aanwezig van € 127. Onbenutte investeringscapaciteit Het investeringsprogramma is heel concreet. Er zijn gemeenten die werken met een zogenaamd voorportaal investeringen. De kapitaallasten van deze investeringen zijn dan wel financieel gedekt, maar er kan eventueel geschoven worden met dit soort investeringen. Dit wordt de onbenutte investeringsruimte genoemd. In het investeringsprogramma is deze ruimte niet aanwezig. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het extra structurele geld dat gegenereerd kan worden door de gemeentelijke belastingen (OZB, hondenbelasting, etc.) en rechten (rioolrechten, afvalstoffenheffing en de leges) te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de tarieven van de gemeente te vergelijken met de maximaal toegestane tarieven (wettelijke beperkingen voor verhogingen). Deze potentiële extra opbrengsten kunnen worden gerekend tot de beschikbare belastingcapaciteit.

Voor bepaalde tarieven gelden wettelijke kaders en daarnaast moet worden vastgesteld of het politiek wenselijk is de tarieven te verhogen. Hoofdlijnen van de wettelijke kaders zijn:  Belastingen: de toegestane gemeentelijke belastingen zijn opgenomen in de gemeentewet; gemeenten zijn vrij om het tarief te bepalen.  Rechten: zijn gemaximeerd op het niveau kostendekkendheid. Belastingen Echt-Susteren kent op dit moment vijf belastingen, waarvan de jaarlijkse opbrengst in de begroting wordt verantwoord:

Deel I - 45 -

Belastingen

Rekening 2021

Rekening 2022

Onroerende zaakbelasting Hondenbelasting Toeristenbelasting Toeristenbelasting voorgaande jaren Forensenbelasting1

€ € € € €

6.715.000 183.000 355.000 155.000 0

€ € € € €

7.271.000 179.000 445.000 318.000 127.000

Totaal

€

7.408.000

€

7.971.000

1)

Forensenbelasting wordt pas vanaf 2022 geheven.

Tabel 3. Belastingen gemeente Echt-Susteren

In het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is opgenomen dat de gemeente er door een jarenlang conservatieve begrotingspolitiek financieel goed voor staat. Dit beleid wordt gecontinueerd waarbij jaarlijks sluitende meerjarenramingen uitgangspunt zijn in combinatie met een aanvaardbare financiële lastendruk voor de huishoudens die op of onder het provinciale gemiddelde ligt. Bij een onverhoopte financiële calamiteit kan op wat in het coalitieprogramma is afgesproken worden teruggekomen en kan een zeker bedrag worden meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit OZB is structureel. Dat wil zeggen dat, wanneer de tarieven worden verhoogd, het betreffende bedrag van de verhoging structureel beschikbaar is. Ook de overige belastingen (honden-, toeristen-, precario- en baatbelasting) kunnen bijdragen aan de onbenutte belastingcapaciteit. Dit hangt af van het beleid dat wordt gevoerd. In het kader van de beschikbare weerstandscapaciteit kan met een bepaalde jaarlijkse opbrengststijging rekening worden gehouden. Als deze stijging om bepaalde redenen (meestal politieke) niet volledig wordt benut, is het verschil te beschouwen als onbenutte belastingcapaciteit. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

De financiële verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds over gemeenten. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen en ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Gemeenten met veel waardevol onroerend goed ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde landelijke OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt gekort op de Algemene Uitkering van de betreffende gemeente. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft geen enkel effect op deze aftrekpost. Het rekentarief voor 2022 is aangepast vanwege het begin van een nieuw WOZ-tijdvak per 1 januari 2022 met waarde peildatum 1 januari 2021. Bij aanpassing van de rekentarieven vanwege herwaarderingsoperaties wordt in principe altijd dezelfde werkwijze toegepast. De rekentarieven voor 2022 zijn door het rijk aangepast aan de landelijke waardeontwikkeling.

De rekentarieven voor 2022 zijn: 0,12077% voor OZB woningen eigenaren, 0,25114% voor OZB niet-woningen eigenaren en 0,20075% voor OZB niet-woningen gebruikers. Naast de rekentarieven is er nog de zogenaamde artikel 12 norm. Jaarlijks wordt in een van de gemeentefondscirculaires het redelijk peil voor het eerstvolgende jaar gepubliceerd. Voor 2022 is het percentage van de waarde van de onroerende zaken vastgesteld op 0,17290%. Hieruit kan de onbenutte belastingcapaciteit 2022 worden berekend:

Deel I - 46 -

Soort tarief

Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen

Percentage 2022

Normtarief artikel 12

0,12077% 0,25114% 0,20075%

0,1729% 0,1729% 0,1729%

Verschil

Waarde (in mln.)

Onbenut

0,05213% - 0,07824% -0,02785%

€ € €

€ 1.589.000 € € -

3.048 378 412

€ 1.589.000

Rechten

Echt-Susteren kent op dit moment vier soorten rechten: Rechten

Rekening 2022

Afvalstoffenheffing Rioolrecht Leges Begrafenisrechten

€ € € €

2.798.000 4.375.000 2.593.000 57.000

Totaal

€

9.823.000

Tabel 4. Rechten gemeente Echt-Susteren

In het tarief van de begrafenisrechten zit nog enige ruimte die nog niet benut is. Het bedrag van € 57.000, in 2022 verantwoord, is niet kostendekkend. Ze zijn voor 75,0% kostendekkend. De ruimte die er nog in zit, bedraagt ca. € 29.000. Samenvattend geeft de onbenutte belastingcapaciteit een aanwijzing van de mogelijkheden, die de gemeente heeft om de tarieven te verhogen. Let wel, er kunnen politieke en wettelijke belemmeringen zijn om op korte termijn deze capaciteit te benutten. Stille reserves Stille reserves zijn de meerwaarden van activa die tegen een lagere waarde op de balans worden gewaardeerd dan de opbrengstwaarde (economische waarde) en direct (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn zonder dat het bedrijfsproces hierdoor negatief wordt beïnvloed. Bijvoorbeeld aandelen waarvan de marktwaarde hoger is dan de verkrijgingwaarde of een pand waarvan de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde en zonder enig invloed op het bedrijfsproces kan worden afgestoten. Er zijn verschillende soorten activa waarbij stille reserves kunnen voorkomen: 1. Financiële vaste activa 2. Materiële vaste activa Ad 1) Financiële vaste activa bestaan uit leningen, deelnemingen en bijdragen aan activa in eigendom van derden. Uitstaande leningen bevatten geen stille reserve omdat de boekwaarde gelijk is aan de werkelijke waarde.

Deelnemingen kunnen een stille reserve bevatten, maar deze zijn niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit. Deelnemingen zijn namelijk beperkt of niet verhandelbaar en de opbrengst is moeilijk te realiseren. Daarnaast leveren sommige deelnemingen rendement op (bijv. dividend). Bij verkoop van deze deelnemingen vervallen de opbrengsten en ontstaat er een gat in de begroting. Het

Deel I - 47 -

bedrijfsproces wordt hierdoor negatief beïnvloed en heeft geen toegevoegde waarde voor de weerstandscapaciteit. Ad 2) Materiële vaste activa bestaan uit activa met maatschappelijk nut en activa met economisch nut. Activa met maatschappelijk nut zijn niet verhandelbaar en leveren daarom geen geld op voor de weerstandscapaciteit. Activa met economisch nut maken deel uit van de aanwendbare stille reserves als ze op korte termijn (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn en de bedrijfsvoering door de verkoop niet wordt aangetast. Met name de waardegroei op de vastgoedmarkt van de afgelopen jaren is een belangrijke factor bij de huidige meerwaarde van vastgoed objecten op de balans. Daarnaast zijn in het verleden investeringen met economisch nut gepleegd, die direct ten laste van de exploitatie zijn geboekt (wel of niet met een eenmalige putting uit een reserve of voorziening) en niet hebben geleid tot registratie van een financiële bezitting op de balans (zijnde niet uit de balans blijkende bezittingen). Deze twee factoren kunnen een bedrag aan stille reserves opleveren bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. Bij de jaarlijkse bepaling van niet uit de balans blijkende bezittingen moet van dit bedrag een aanname gemaakt worden. Op dit moment is deze waardebepaling niet vastgesteld.

Bij stille reserves wordt gedacht aan grote verschillen tussen de actuele waarde en de boekwaarde van niet-bedrijfsgebonden bezittingen, zoals in pacht uitgegeven landbouwgronden. Aangezien in het verleden nogal eens bestemmingsreserves zijn afgeboekt op activa, zijn er veel verschillen tussen de actuele waarde en de boekwaarde van diverse activa. Een aantal van de verspreide percelen heeft geen boekwaarde. De totale werkelijke waarde is onbekend, maar we veronderstellen dat deze (aanzienlijk) hoger is dan de boekwaarde. De overwaarde vertegenwoordigt een stille reserve, voor zover binnen een jaar verkoopbaar. Voor de overige stille reserves wordt verwezen naar de paragrafen “weerstandsvermogen” en “verbonden partijen”. Landbouwgronden Per het einde van 2022 heeft de gemeente circa 871 ha. landbouwgrond in bezit. Het overgrote deel van deze gronden zijn regulier verpacht en hierover kan de gemeente daarom niet vrij beschikken. De boerenbedrijven hebben gezien de voortgaande schaalvergroting belang bij uitbreiding van hun bedrijfsoppervlakte. Voor zover gronden pachtvrij komen, hopen daarom meerdere bedrijven om voor deze gronden in aanmerking te komen. Helaas kunnen gronden maar een keer toebedeeld worden en dit leidt tot teleurstellingen onder de agrariërs.

Gezien de hoeveelheid landbouwgronden die de gemeente heeft en het belang bij transparantie van de uitgifte van landbouwgronden worden over dit onderwerp relatief veel beleidsregels gesteld. Naast deze landbouwgronden heeft de gemeente ca. 295 ha, natuurgebied in bezit, waarvan 277 ha, bos. Er kan uitgegaan worden van een gemiddelde opbrengst van € 3,00 per m² landbouwgrond. De totale opbrengst kan zijn: 871 ha. x € 3,00 per m² = € 26,1 miljoen. De gehanteerde € 3,00 per m² is de waarde van de grond in verpachte staat. De waarde in onverpachte staat ligt ongeveer tussen de € 5,00 en € 7,00 per m². De waarde van het natuurgebied wordt op p.m. geraamd. Het BBV schrijft voor dat activa gewaardeerd moet worden tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Waardering is moeilijk, omdat de historische verkrijgingsprijs in veel gevallen niet meer te achterhalen is. De landbouwgronden zijn alle tientallen jaren in gemeentelijk bezit. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd, dat de omvang van de stille reserve op dit moment niet bekend is. Nader onderzoek moet uitwijzen hoe groot de stille reserves daadwerkelijk zijn. Er kunnen opbrengsten gegenereerd worden met verkoop van gemeentelijke eigendommen, echter over de opbrengsten zijn al besluiten genomen deze toe te voegen aan een reserve of voorziening of de opbrengst is al geraamd in de meerjarenbegroting.

Het leidt dus niet tot extra exploitatieruimte.

Deel I - 48 -

Alternatief is om het verkoopbeleid over alle pachtgronden te herzien. Het is een feit dat grond waardevaster is dan geld. Bovendien, als de pachtgronden verkocht worden, betekent dit een lagere pachtopbrengst. Element

Onderdeel

Waarde Incidenteel Structureel

Algemene reserve Algemene (exploitatie) reserves Bestemmingsreserves

Algemene reserve Geen Geen

€ 4.944.000 -

Onbenutte begrotingsruimte Onbenutte investeringscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit

Geen Geen Onroerende zaak belasting Begrafenisrechten Nader te bepalen

Stille reserves

Weerstandscapaciteit

€ €

1.589.000 29.000 p.m.

€

1.618.000

p.m. € 4.944.000

Tabel 5. Beschikbare weerstandscapaciteit per einde 2022

Benodigde weerstandscapaciteit Zie hiervoor de paragraaf weerstandsvermogen. Belastingdruk Alhoewel dit jaarverslag uiteraard over het jaar 2022 gaat, worden voor de informatiewaarde ook de al bekende cijfers 2023 toegevoegd. De gepresenteerde cijfers op de komende bladzijden zijn afkomstig van de Provincie Limburg Bron: Belastingoverzicht 2023: tarieven en lastendruk van OZB, rioolrecht, afvalstoffenheffing van de Limburgse Gemeenten en de waterschapsheffingen in Limburg (samensteller: Provincie Limburg Afdeling Bedrijfsvoering, cluster Financiën, maart 2023). Gemiddelde economische waarde Het betreft de gemiddelde economische waardes van de woningen waarmee in 2021, 2022 en 2023 gerekend is. De peildatum is telkens 1 januari van het jaar daarvoor (1 januari 2021 is peildatum voor de waarde van 2022). Economische waarde 2021 2022 2023 Echt-Susteren Maasgouw Roerdalen

€ € €

241.650 245.727 240.784

€ € €

253.400 263.655 256.438

€ € €

298.131 310.018 302.871

Inwonersklasse 20.001-50.000 Gemiddeld Limburg

€ €

233.633 228.085

€ €

249.668 243.771

€ €

293.535 287.844

Peildatum

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

Deel I - 49 -

OZB De OZB-lastendruk voor eigenaren van woningen was in Echt-Susteren onder het provinciale gemiddelde. Gemiddeld betaalde een inwoner in 2022 € 306 ten opzichte van € 341 voor de gemiddelde Limburger. De lastendruk 2023 is € 317 in Echt-Susteren en € 347 provinciaal. De gemiddelde ozb in de gemeente is in 2023 nog even ver verwijderd van het provinciale gemiddelde als in 2021. Rioolrecht Er zijn gemeenten in Limburg waarin het rioolrecht wordt geheven van de eigenaar (13 gemeenten, zoals Echt-Susteren) of van de gebruiker (7 gemeenten) van een woning. Er zijn gemeenten waarin de eigenaar én de gebruiker elk een deel betaalt (11 gemeenten). Het totaal aantal gemeenten 2022 was 31. Het tarief in Echt-Susteren lag in 2023 boven het provinciale gemiddelde (€ 279 ten opzichte van € 231). In 2023 is dit ook het geval.

Afvalstoffenheffing De heffing per meerpersoons huishouden in 2023 is € 238 ten opzichte van het provinciale gemiddelde van € 299. Het bedrag van € 238 bestaat uit een vast tarief van € 175 en een variabel deel waarbij er wordt uitgegaan van 7 ledigingen per jaar à € 9.

Deel I - 50 -

Lastendruk gebruiker In de volgende tabel wordt gekeken naar de lastenontwikkeling voor de gebruiker (dat wil zeggen de bewoner van een huurhuis). De huurder in Limburg betaalde in 2023 gemiddeld € 383 per huishouden. In Echt-Susteren betaalde de huurder gemiddeld € 238. Dit is alleen de afvalstoffenheffing. Omdat er gemeenten zijn waarbij de huurder ook het rioolrecht of een gedeelte daarvan bij de huurder in rekening brengt, is het gemiddelde in Limburg fors hoger dan de huurderslast in Echt-Susteren. Ook in 2023 is de lastendruk van de gebruiker fors lager dan het provinciale gemiddelde. Dit benadrukt het sociale beleid van de gemeente.

Lastendruk eigenaar/gebruiker Als gekeken wordt naar de totale lastendruk per gemeente (eigenaar en ook bewoner van een huis betaalt) is de volgende ontwikkeling te zien: De gemiddelde lastendruk in Limburg was in 2022 € 851. Echt-Susteren had een gemiddelde lastendruk van € 793. In 2022 is dit € 58 onder het provinciale gemiddelde. In 2023 is dit gedaald naar € 43; in Echt-Susteren € 834 ten opzichte van € 877 gemiddeld in Limburg.

Deel I - 51 -

Conclusie financiële positie Wat betreft het belastingniveau heeft de gemeente tot in 2013 onder of gelijk aan het provinciale gemiddelde gepresteerd. Vanaf 2014 was dit niet meer het geval en in 2018 is de lastendruk € 52 hoger geweest dan het gemiddelde. Vanaf 2019 is een duidelijke kentering merkbaar, het verschil was toen nog € 33 en in 2020 is dit geheel weggewerkt. In 2023 is het gemiddelde nog steeds € 43 lager dan het provinciale gemiddelde.

Deel I - 52 -

6. Aanwending post onvoorzien

Programmaverantwoording

2022 Deel I - 53 -

Deel I - 54 -

6. Aanwending post onvoorzien Overzicht post onvoorziene uitgaven 2022 Primitieve begroting 2e bestuursrapportage 2022: Vrijvallen ongebruikt saldo Begrotingswijziging 2022 nr.19: Stijging cao Saldo 31 december 2022

-

€

103.500

€ €

53.500 50.000

€

-

Deel I - 55 -

Deel I - 56 -

7. Programma’s

Programmaverantwoording

2022 Deel I - 57 -

Deel I - 58 -

7.1 Bevolking en bestuur Doelstelling

Paragrafen

Reikwijdte

 een optimale dienstverlening aan de inwoner waarbij uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente uitvoert  het betrekken van de inwoner bij het gemeentelijk beleid en beleidsvoornemens  het aanbieden van betrouwbare vraag-, gebieds- en zaakgerichte transparante dienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten voor de klant  een eigentijdse, open en transparante vorm van besturen om de majeure taken en uitdagingen die in het verschiet liggen, uit te voeren  als bestuur een betrouwbare samenwerkingspartner vormen, die afspraken nakomt en helder communiceert, zowel richting inwoners als gemeenteraad  hoogste aandacht voor integriteit, zowel in de contacten met inwoners, verenigingen en bedrijven, als richting de eigen organisatie  samen met onze maatschappelijke partners werken aan de gemeente die Echt-Susteren wil zijn, namelijk het ‘Smalste stukje Nederland’, waar het goed wonen, werken en recreëren is

 Lokale heffingen  Weerstandsvermogen en risicobeheersing  Bedrijfsvoering

Het programma bevolking en bestuur omvat de volgende producten: 1. Deelbegroting bestuur (gemeenteraad) 2. Bestuur (college) 3. Verkiezingen 4. Burgerlijke stand (inclusief begraafplaatsen) 5. Basisregistratie personen (incl. reisdocumenten niet-ingezetenen) 6. Doorontwikkeling (e)dienstverlening

Verbonden partijen  Servicecentrum MER  Inkoopcentrum Zuid

Reserves en voorzieningen  Reserve verkiezingen  Voorziening pensioenverplichting bestuurders

Gemeentelijke wet- en regelgeving  Beheerregeling Basisregistratie Personen (BRP)  Beheerregeling waardedocumenten  Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2014  Informatiebeveiligingsplan BRP en waardedocumenten  Inspraakverordening 2004  Nadere regels begraafplaats 2017

 Reglement burgerlijke stand  Reglement van orde raad Echt-Susteren 2020  Verordening algemene begraafplaatsen EchtSusteren 2018  Tarieventabel leges 2022  Uitvoeringshandboek bij het informatiebeveiligingsplan BRP en waardedocumenten

 Verordening raadscommissies Echt-Susteren 2018  Verordening op de rekenkamercommissie 2015  Verordening op het onderzoeksrecht van de raad  Verordening rechtspositie wethouders, raadsen commissieleden  Verordening tot toekenning gemeentelijke onderscheidingen Deel I - 59 -

7.1 Bevolking en bestuur  Privacyreglement BRP  Privacyreglement curatele administratie  Privacyreglement gezag-administratie

 Verordening accountantscommissie gemeente Echt-Susteren 2014  Verordening BRP  Verordening commissie bezwaarschriften 2014  Verordening elektronische kennisgeving

 Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Echt-Susteren 2017

Gemeentelijke wet- en regelgeving    

Privacyreglement registratie rijbewijzen Privacyreglement uitsluiting kiesrecht Privacyreglement verklaringen over gedrag Rechtspositieregeling voor babs1) van de gemeente Echt-Susteren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=e2b18354-bfbe-4296-80d2-32fc151857a6