CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrek deel 1 versie 20-06-2022

Gemeenteraad 6 juli 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Jaarrekening 202127.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deel I - 28 -

terugbetaald. Voor 2021 leidt dit ten opzichte van de begroting tot een nadeel van € 197.000. In 2022 wordt opnieuw de SPUK-bijdrage aangevraagd. Naar verwachting wordt in 2022 de bouw van de turnhal gerealiseerd en kan de gemeente de SPUK-bijdrage weer tegemoet zien. Kermis (nadeel € 26.000) In 2021 is (ondanks de corona-crisis) besloten de kermissen door te laten gaan, maar tevens om de staangelden voor de kermisexploitanten te halveren en extra maatregelen te nemen. De gemiste inkomsten en de extra kosten worden verwerkt in het jaarrekeningresultaat. De extra kosten waren berekend op een bedrag van € 12.500. De gemiste inkomsten op een bedrag van € 26.000. De werkelijke kosten voor de extra maatregelen zijn echter lager uitgevallen en volledig binnen de begroting opgevangen. De totale overschrijding op het kermisbudget in 2021 bedraagt € 26.000 en kan worden verklaard door het halveren van de staangelden en de daarmee gepaard gaande gemiste inkomsten voor de gemeente. Deze afwijking is niet meegenomen in de 2e bestuursrapportage 2021. Onderhoud diverse accommodaties cultuur en sport (voordeel € 31.000) Vanaf 2019 is volgens de nieuwe regels van het BBV klein onderhoud afgesplitst van de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen op basis van het meerjarenonderhoudsplan 2020-2030.

Daarom is de jaarlijkse dotatie in de voorziening structureel verlaagd en zijn er op de exploitatie budgetten opgenomen voor klein onderhoud. De uitgaven voor het klein onderhoud van de diverse binnensportaccommodaties zijn € 31.000 lager geweest dan begroot doordat er minder klein onderhoud heeft plaatsgevonden dan oorspronkelijk gepland, mede ten gevolge van corona. Dit levert een voordeel op van € 31.000. Programma Sociaal Domein Uitvoeringskosten samenwerkingsverbanden WMO en Jeugd (voordeel € 47.000) Zowel de bijdrage aan het samenwerkingsverband voor Jeugd als WMO is in 2021 lager uitgevallen dan geraamd. Op WMO heeft de gemeente een voordeel van € 14.000 en op jeugd een voordeel van € 33.000. De onder uitputting is als volgt te verklaren: • Per 1 oktober j.l. is de functie van projectleider Wmo vacant gekomen. Deze functie is in het 4e kwartaal niet ingevuld waardoor de betreffende salariskosten zijn vrijgevallen. • Er is een creditnota ontvangen van Inkoopcentrum Zuid vanwege uitkering resultaat Inkoop Wmo/Jeugd 2019. • De begrote (externe) advieskosten voor de aanbesteding van het segment verblijf met behandeling Jeugd zijn uiteindelijk ten laste gebracht van het jeugdbudget en zijn daarmee vrijgevallen binnen de regionale samenwerkingsbegroting MLO.

Budget sociaal domein algemeen (voordeel € 98.000) Binnen het budget voor sociaal domein is een bedrag geraamd voor onvoorziene algemene kosten binnen het sociaal domein. Vooraf is moeilijk in te schatten in hoeverre dit budget gebruikt gaat worden. Dit budget is in het kader van de 1e bestuursrapportage 2021 voor € 250.000 ingezet voor de dekking van tekorten binnen de WMO en voor € 19.000 voor de dekking van kosten preventie jeugd. Daarnaast zijn hieruit voor € 85.000 kosten gedekt ten behoeve van Jeu de Boules voorzieningen in Koningsbosch, Maria Hoop en De Bandert alsmede voor € 23.000 ten behoeve van het MER SDproject afloop contracten huishoudelijke hulp. Onderhoud diverse accommodaties sociaal domein (voordeel € 43.000) Vanaf 2020 is volgens de nieuwe regels van het BBV klein onderhoud afgesplitst van de voorziening onderhoud gemeenschapshuizen op basis van de meerjarenonderhoudsplannen. Daarom zijn er op de exploitatie budgetten opgenomen voor klein onderhoud. De uitgaven voor het klein onderhoud van de diverse binnensportaccommodaties zijn € 43.000 lager geweest dan begroot doordat er minder klein onderhoud heeft plaatsgevonden dan oorspronkelijk gepland, mede ten gevolge van corona. Dit levert een voordeel op van € 43.000.

Deel I - 29 -

Programma Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Woonwagens (voordeel € 20.000) In de 2e Berap 2021 is voor boekjaar 2021 € 20.000 beschikbaar gesteld voor de inhuur van Nijbod ten behoeve van ondersteuning bij het opstellen van een plan van aanpak voor de woonwagenlocatie Groensebos te Sint Joost. Gelet op interne prioriteitstelling heeft opdrachtverlening begin 2022 plaatsgevonden en is het in 2021 beschikbaar gestelde budget niet besteed. Leges ruimtelijke plannen (voordeel € 32.000) Ook in 2021 was er sprake van een bovengemiddeld aantal kleinere en grotere (bouw)initiatieven. In lijn met de overschrijding van de leges omgevingsrecht (afhandeling vergunningaanvragen) heeft er ook een overschrijding plaatsgevonden op de leges ruimtelijke plannen (principeverzoeken en bestemmingsplanprocedures). Op deze post is € 32.000 meer ontvangen dan geraamd. Programma economische zaken en grondexploitaties Zend- en reclamemasten (voordeel € 14.000) De opbrengsten zijn geïndexeerd en er is een nieuwe opstalovereenkomst aangegaan die extra opbrengsten tot gevolg heeft. Hierdoor is er een voordeel ten opzichte van de begroting ontstaan van € 14.000. Programma Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering inclusief deelfonds participatie, exclusief jeugd (voordeel € 274.000) In de begroting 2021 zijn zowel de mei- als ook de septembercirculaire 2021 begrotingstechnisch verwerkt.

Hierna hebben nog een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden waardoor de algemene uitkering, inclusief deelfonds participatie, ten opzichte van het in de begroting geraamde bedrag een nadelig verschil laat zien van € 149.000. Dit bedrag bestaat uit € 73.000 voordeel voor algemene uitkering deelfonds participatie en € 222.000 nadeel voor algemene uitkering. De oorzaak hiervan is het bijstellen van diverse maatstaven en aantallen. Daarnaast is in de begroting 2021 een stelpost opgenomen van € 300.000 als stelpost voor de ontwikkeling van het accres en het btw compensatiefonds. Deze post is in 2021 niet tot aanwending gekomen, zodat deze post een voordelig resultaat oplevert van € 300.000. In 2020 is middels de decembercirculaire een bedrag van € 123.000 ontvangen met betrekking tot corona. Dit bedrag kon niet meer in de begroting 2020 opgenomen worden en is doorgeschoven naar 2021. Op deze post zijn geen uitgaven verantwoord omdat de coronamaatregelen binnen de bestaande budgetten opgenomen zijn. Per saldo kan voor de algemene uitkering een voordelig resultaat gemeld worden van € 274.000. Algemene uitkering baten en lasten voorgaande jaren (voordeel € 48.000) In 2021 is een verrekening van € 48.000 als last verantwoord en € 96.000 als baat verantwoord over het jaar 2019 en 2020 van de algemene uitkering. Per saldo is er een voordeel te melden van € 48.000.

De baten en lasten voorgaande jaren zijn hoger dan geraamd vanwege verrekeningen die achteraf door het rijk worden toegepast. Stelpost toekomstige verplichtingen algemene uitkering (voordeel € 423.000) In de begroting 2021 is een stelpost opgenomen voor toekomstige verplichtingen algemene uitkering. Deze post wordt aangewend om middelen die ontvangen worden van het rijk voor de algemene uitkering en die nog niet direct bestempeld worden voor uitgaven te parkeren. In 2021 is aanwending van deze stelpost niet nodig geweest waardoor deze kan vrijvallen in het saldo van de jaarrekening 2021. In 2021 resteert nog een bedrag van € 423.000 voor deze post OZB en lasten heffingen (nadeel € 13.000) In totaliteit is de opbrengst onroerendezaakbelastingen van woningen en niet-woningen € 65.000 lager dan begroot onder andere door de coronamaatregelen. In verband met de coronamaatregelen was een stelpost opgenomen van € 87.000 als tegemoetkoming in de gemeentelijke belastingen. De aanwending van deze coronamaatregelen is verantwoord binnen de opbrengstbudgetten van de gemeentelijke belastingen. Voor dit budget betekent het derhalve een voordeel van € 87.000. De uitvoeringskosten van het waarderen van objecten, het heffen en invorderen van belastingen door BsGW is circa € 9.000 hoger dan begroot. Dit wordt voor een bedrag van € 20.000 veroorzaakt doordat

Deel I - 30 -

in 2021 de forensenbelasting is geïmplementeerd. Daarnaast hebben er verrekeningen plaatsgevonden van kosten gemaakt in voorgaande jaren, waardoor een voordeel is ontstaan van € 11.000. De bijdrage aan de waarderingskamer was € 2.000 hoger dan geraamd. In 2021 is geen beroep gedaan op het diversen-budget (€ 15.000). Tenslotte heeft er nog een afrekening over 2021 plaatsgevonden van € 39.000 (nadeel). In totaliteit is het negatieve effect op het saldo € 13.000. Toeristenbelasting (voordeel € 143.000) De verwachting was dat door de coronacrisis de opbrengst toeristenbelasting zou achterblijven bij de raming. De bezetting van de vakantieparken in de zomermaanden 2020, toen het aantal besmettingen relatief beperkt was, is echter alleszins meegevallen. De hogere opbrengst ad € 143.000 wordt dan ook met name veroorzaakt door de afwikkeling in 2021 van opgelegde aanslagen over het jaar 2020. Hondenbelasting (voordeel € 7.000) De opbrengst van de hondenbelasting schommelt elk jaar en is afhankelijk van het aantal aangemelde honden. Voor 2021 laat de hondenbelasting een voordeel zien van € 7.000. Onvoorziene uitgaven (voordeel € 81.000) In de begroting 2021 is een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven van € 103.500. In 2021 is een begrotingswijziging gemaakt ten laste van deze post. Verantwoording heeft plaatsgevonden in de 1e bestuursrapportage 2021.

Bij het opmaken van de jaarrekening 2021 resteert nog een bedrag van € 81.000 voor de post onvoorziene uitgaven. Dit bedrag beïnvloedt het jaarrekeningsaldo positief. Mutatie voorziening dubieuze debiteuren en oninbare debiteuren (voordeel 174.000) Op basis van de op dit moment voorzienbare oninbare vorderingen heeft er een toevoeging plaatsgevonden op de voorziening dubieuze debiteuren van € 21.000, terwijl er € 58.000 begroot was. Met betrekking tot de voorziening oninbare debiteuren is er een vrijval van € 115.000, terwijl er € 22.000 aan toevoeging begroot was. Ten opzichte van de begrote bedragen betekent dit een voordeel van € 174.000. Positief rekeningsaldo 2021 (reeds geraamd) (voordeel € 43.000) Zowel de 1e als ook de 2e bestuursrapportage van dienstjaar 2021 hadden een positief saldo. Deze positieve saldi, in totaliteit € 43.000 zijn middels genoemde rapportages in de begroting 2021 opgenomen als raming. Overhead Beheer buiten (voordeel € 25.000) Diverse kosten voor het onderkomen van het reinigingsteam zijn € 5.000 lager uitgevallen aangezien de facturatie vanaf 1 April 2021 gestart is en niet per 1 Januari 2021. Doordat 5 mensen minder zijn overgekomen naar het Reinigingsteam zijn voor € 5.000 minder aanschaffingen geweest. Tevens is door uitval bij BOR buiten (met name door corona) in 2021 een groot gedeelte van het jaar een zeer lage bezetting geweest.

Hierdoor zijn voertuigen minder gebruikt en zelfs tijdelijk stilgezet, waardoor minder onderhoud aan de voertuigen heeft plaatsgevonden € 15.000. Citaslow/marketing en communicatie (voordeel € 16.000) Door de coronabeperkingen is er weinig invulling gegeven aan de internationale samenwerking en die binnen Cittaslow-verband. Bezoeken en bijeenkomsten konden niet worden georganiseerd, hetgeen heeft geleid tot lagere uitgaven. Op een bezoek van raad en college na (in oktober) is er uitsluitend op digitale en telefonische wijze gedurende het hele jaar intensief contact geweest met de internationale samenwerkings- en Cittaslow-partners, op bestuurlijk en ambtelijk vlak. Een en ander levert een positief resultaat op van € 16.000.

Deel I - 31 -

Voorlichting en communicatie (nadeel € 24.000) Bij de 2e berap 2021 is € 30.000 af geraamd daar er minder activiteiten zijn geweest vanwege de coronacrisis. Echter er is geen rekening gehouden met het doorbelasten van inhuur tijdelijk personeel op het eind van het jaar, waardoor er per saldo € 24.000 teveel is uitgegeven, hetgeen een nadelig effect heeft op het saldo. Diversen Rente (voordeel € 62.000) Binnen het taakveld treasury is per saldo een voordeel behaald van € 62.000 op rente. Dit voordeel bestaat uit de ontvangen rente op de hybride converteerbare lening aan Enexis van € 51.000, de ontvangen rente op verstrekte leningen voor € 18.000 en het voordeel op de betaalde rente ivm naheffingsaanslagen door de belastingdienst van € 5.000. Bij de te betalen rente vaste geldleningen is er sprake van een nadeel van € 12.000. Kapitaallasten – afschrijvingen (voordeel € 428.000 en nadelen € 120.000, € 32.000 en € 151.000) De werkelijke afschrijvingslasten 2021 zijn € 428.000 lager dan begroot, hetgeen resulteert in een positief resultaat. Dit is met name te wijten aan latentie in de uitvoering van een aantal projecten, waarbij sloop van aangekocht vastgoed en daarmee verband houdende afschrijvingen (in 1 keer) in 2021 was voorzien. Het betreft hier het gebouw HBS de Ster (€ 151.000). De eenmalige afschrijvingslasten zouden worden afgedekt door reserves.

Aangezien de afschrijvingen niet hebben plaatsgevonden, is dekking vanuit de reserves ook niet gebeurd, hetgeen weer een nadeel voor het jaarrekeningsaldo betekent. Tegenover het voordeel op de afschrijvingslasten voor riolering staat een storting in de voorziening voor riolering (€ 32.000). Met betrekking tot de onderuitputting in kapitaallasten was in de begroting 2021 verder rekening gehouden met € 120.000, hetgeen resulteert in een negatief resultaat. Personeelskosten (nadeel € 147.000) Jaarlijks worden door een extern bureau berekeningen gemaakt inzake toekomstige pensioenverplichtingen voor (gewezen) wethouders. Dit heeft in de jaarrekening 2021 geleid tot een toevoeging van € 313.000 aan de voorziening pensioenverplichting bestuurders, welke niet begroot was. De toename is een gevolg van de gehanteerde rekenrente. Doordat de rente laag is, moet er worden bijgestort. Dit betekent echter ook dat zodra de rente gaat stijgen, ook de rekenrente hoger wordt. De verwachting is dat de komende jaren weer een deel van de voorziening kan vrijvallen ten gunste van het saldo. Dit nadeel wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een overschot op de overige personeelskosten, zoals opleidingen, reis- en verblijfkosten, loopbaan en mobiliteit en functiewaardering etc. Een en ander resulteert in een negatief resultaat van € 147.000.

Dividend BNG (nadeel € 18.000) Wat betreft het dividend BNG over 2019 is het beleid van de ECB gevolgd om haar aanbeveling over het uitstellen of schrappen van dividenduitkeringen over 2019 te verlengen tot eind 2020. Op 15 december 2020 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de banken aanbevolen om tot 30 september 2021 af te zien van dividenden of deze te beperken. Eind juli 2021 heeft de ECB aangekondigd de dividendrestricties te laten vervallen vanaf 1 oktober 2021. De BNG Bank keerde daarom in oktober 2021 het gereserveerde dividend uit over jaren 2019 en 2020 ter grootte van € 148 miljoen. Voor onze gemeente een bedrag van € 17.985 over 2019 en € 38.754 over 2020, in totaal is derhalve 2021 € 56.739 uitgekeerd. Abusievelijk is het bedrag van 2019 verantwoord in 2021. Hiermee was echter al rekening gehouden in de jaarrekening 2020, waardoor voor 2021 een nadeel ontstaat van € 18.000 ten opzichte van de raming in 2021. Diversen (nadeel € 39.289) De kleinere onder- en overschrijdingen over de diverse programma’s leiden tot een negatief resultaat van € 39.289.

Deel I - 32 -

4. Auditing en control

Programmaverantwoording

2021 Deel I - 33 -

Deel I - 34 -

4. Auditing en control 4.1 Termen Doeltreffendheid Doelmatigheid Rechtmatigheid Getrouwheid

Wordt het beoogde doel/resultaat gerealiseerd? Wordt het beoogde doel/resultaat met zo min mogelijk geld gerealiseerd? Wordt het beoogde doel/resultaat binnen de geldende wet- en regelgeving gerealiseerd? Geeft de verantwoording een tijdig, juist en volledig beeld?

4.2 Audithuis In de gemeente vindt auditing plaats door diverse organen, die gezamenlijk aangeduid worden als het audithuis. De organen van het audithuis voeren onderzoeken uit naar de doeltreffendheid, doelmatigheid, rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, beleid en beheer. Ook naar de getrouwheid van de verantwoording die daarover wordt afgelegd. Elk orgaan vindt zijn oorsprong in een specifiek juridisch kader, dat aangeeft namens welk orgaan er wat onderzocht moet worden. Dat betekent dat ieder orgaan een eigenstandige rol, bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft en aan een specifieke opdrachtgever rapporteert. In onderstaande tabel wordt de opbouw van het audithuis samengevat:

Orgaan

Juridisch kader

Onderzoeksrichting

Opdrachtgever

Rekenkamerc ommissie

•

Doelmatigheid Doeltreffendheid Rechtmatigheid

Raad

Externe accountant

•

Getrouwheid Rechtmatigheid

Raad

Cluster Control (team IOC)

• •

Doelmatigheid Doeltreffendheid

College

Cluster Interne Controle (team Financiën) ¹)

•

Getrouwheid Rechtmatigheid

Management

•

•

Artikel 182 Gemeentewet Verordening op de Rekenkamercommissie Gemeente EchtSusteren d.d. 22 december 2004. Artikel 213 Gemeentewet Controleverordening ex art 213 Gemeentewet d.d. 25 september 2003 Artikel 213a Gemeentewet Verordening ex art 213a Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 25 september 2003 Financiële Verordening ex art 212 Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 2 oktober 2014 en 22 februari 2017

¹) vanaf 1 juli 2017 is interne controle ondergebracht in de Gemeenschappelijke Regeling Servicecentrum MER

De organen van het audithuis rapporteren in de eerste plaats aan hun respectievelijke opdrachtgever, maar uiteindelijk staan zij allen ten dienste van de gemeente Echt-Susteren als geheel, van de continue verbetering van de gemeente in de brede zin. In de volgende subparagrafen wordt ingegaan op de onderzoeken die door, namens of in samenwerking met organen van het audithuis zijn uitgevoerd in 2021. 4.2.1 Rekenkamercommissie Volgens artikel 182 van de Gemeentewet onderzoekt de rekenkamer de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Door dit onderzoek probeert de rekenkamercommissie zichtbaar te maken waar de gemeente haar geld aan besteedt, wat er van die bestedingen terechtkomt en hoe zich dit verhoudt tot het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. De rekenkamercommissie onderzoekt de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het bestuur. Door dit onderzoek probeert de commissie

Deel I - 35 -

zichtbaar te maken waar de gemeente haar geld aan besteedt, wat er van die bestedingen terechtkomt en hoe zich dit verhoudt tot het door de gemeenteraad geformuleerde beleid. De rekenkamercommissie heeft eind 2020 besloten nader onderzoek te doen naar de jeugdhulpverlening in Echt-Susteren en de daarbij behorende regierol van de gemeente. Dit onderzoek heeft in 2021 plaatsgehad, waarbij het resultaat van het onderzoek begin 2022 met de raad zal worden gedeeld. In 2021 is de commissie 1 x bijeen geweest, te weten op 18 februari. Deze vergadering heeft, vanwege de Coronamaatregelen, digitaal plaats gevonden. Samenstelling rekenkamercommissie 2021: Raadsleden: • Ben Bisshops, fractie PNES • Julien Penders, fractie CDA • Thijs Wetermans, fractie Groen Links Externe leden: • Dien Mueters, lid • Herman van Santen, voorzitter 4.2.2 Externe accountant Volgens artikel 213 van de Gemeentewet wijst de raad een of meer accountants aan belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een rapport van bevindingen. De accountant controleert dus, in opdracht van de raad, de jaarrekening en verstrekt een verklaring waarin hij een oordeel geeft over het getrouwe beeld en de rechtmatigheid. Controleprotocol 2021 De raad geeft in een controleprotocol aan binnen welke kaders de controle door de accountant moet plaatsvinden.

Vanwege de crisis door het coronavirus zijn er door het college in 2021 een aantal besluiten genomen die er aan bijdragen dat de continuïteit van onder meer zorgaanbieders, verenigingen, ondernemers en maatschappelijke partners voortgezet kan worden. Deze besluiten zijn in afwijking van bestaande regelgeving. Het controleprotocol 2021is vastgesteld in de raadsvergadering van woensdag, 23 februari 2022. Aanwijzing accountant 2019-2022 Op 13 december 2018 heeft de gemeenteraad vanwege een 6-tal redenen besloten af te wijken van de voorgeschreven procedure en de aanbesteding enkelvoudig en onderhands te doen plaatsvinden, waarbij de opdracht voor de wettelijke controle van de jaarrekening voor de jaren 2019 tot en met 2022 is gegund aan BDO Audit & Assurance B.V. en deze aan te wijzen als accountant belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een accountantsverslag. Interimcontrole: Managementletter 2021 In de Managementletter 2021 geeft de accountant de uitkomsten van zijn interimcontrole weer. De interimcontrole is in de eerste plaats gericht op de beheersorganisatie. Daarom is de managementletter ook gericht aan het college van burgemeester en wethouders en aan het management.

Om hen in de gelegenheid te stellen waar nodig bij te sturen op de beheersorganisatie zodat de kans op fouten in de jaarrekening zo klein mogelijk is. Naast de managementletter heeft de accountant ook een boardletter uitgebracht. Dit is een samenvatting van de managementletter, op hoofdlijnen. Deze is bedoeld voor de gemeenteraad. Naar aanleiding van de managementletter is een plan van aanpak opgesteld.

Deel I - 36 -

Gesignaleerde aandachtspunten uit de managementletter voor de jaarrekeningcontrole zijn: • aanlevering van volledig afgeronde verbijzonderde interne controle met specifieke aandacht voor juiste bepaling van aantal uit te voeren waarnemingen ter voorkoming van nog aanvullende werkzaamheden laat in het controleproces; • aanlevering van spendanalyse over gehele vierjaarsperiode 2018-2021 met toetsing op naleving van Europese aanbestedingsregels met specifieke aandacht voor aandachtspunten uit SDO-notitie ‘Uitvoering van controle op aanbestedingsrechtmatigheid bij jaarrekeningcontrole van decentrale overheden’; • tijdig beschikbaar zijn van verantwoordingsinformatie van derde partijen, met name centrumgemeente Roermond. De accountant komt tot de conclusie dat de administratieve organisatie en interne beheersing, voor zover relevant voor de controle van de jaarrekening, ten aanzien van: • de controletechnische functiescheiding in opzet voldoende en in bestaan deels niet voldoende scoort; • de interne beheersmaatregelen in opzet voldoende en in bestaan deels niet voldoende scoort; • de algemene IT-beheersmaatregelen in opzet en bestaan deels voldoende scoren; • de verbijzonderde interne controle in opzet en bestaan deels niet voldoende scoort.

De accountant kan voor wat betreft de insteek van hun controle niet op de processen steunen en derhalve hun controle overwegend gegevensgericht uitvoeren. Deze situatie is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande controlejaar. Eindejaarscontrole: Rapport van bevindingen en controleverklaringen In het Rapport van bevindingen geeft de accountant de uitkomsten van zijn eindejaarscontrole weer. Hij vermeldt dat de in de programmarekening opgenomen balans en rekening van baten en lasten een getrouwe weergave laten zien van de financiële positie en het resultaat van de gemeente EchtSusteren. Ook dat het jaarverslag en de jaarrekening in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording zijn ingericht. 4.2.3 Uitgevoerde onderzoeken Door artikel 213a Gemeentewet en de daaruit voortvloeiende Verordening ex art 213a Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 25 september 2003 moet het college periodiek onderzoek doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. Deze onderzoeken zijn in 2021 intern uitgevoerd en door derden in samenwerking met of gecoördineerd door cluster Control of door derden. Het cluster control was in 2021 gepositioneerd als staf onder de gemeentesecretaris/algemeen directeur. Het cluster control mag zich in zijn rol echter volledig onafhankelijk opstellen, waardoor voldoende objectiviteit is gewaarborgd.

In 2021 zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd die naar hun aard en/of inhoud gelabeld kunnen worden als onderzoeken vanwege artikel 213a Gemeentewet en de Verordening ex art 213a Gemeentewet Echt-Susteren d.d. 25 september 2003, en dus (direct of indirect) gericht waren op de doelmatigheid en/of doeltreffendheid. De belangrijkste daarvan worden hierna kort toegelicht. Onderzoeksresultaten BTW-labelling en mengpercentage In 2021 is een fiscaal onderzoek opgestart. Het gaat om onderzoek naar de BTW-labelling en het mengpercentage BTW 2020. De onderzoeken zijn afgerond en de rapporten zijn ingediend bij de belastingdienst. De belastingdienst heeft de rapporten zonder opmerkingen vastgesteld. Vennootschapsbelasting In 2021 heeft de voorlopige aangifte plaatsgevonden van de vennootschapsbelasting over 2019. De aangifte over 2020 wordt naar verwachting medio 2022 afgerond. De aangiftes worden verzorgd door een externe fiscalist. Definitieve vaststelling van de aangiftes kan nog een paar jaar duren.

Deel I - 37 -

IT-audit Naar aanleiding van de bevindingen uit de management letter 2020 d.d. 11 december 2020 ten aanzien van de algemene IT-beheersmaatregelen inzake de applicatie Key2Financiën zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd. In oktober 2021 heeft de accountant een IT-audit uitgevoerd op de aangebrachte wijzigingen in 2021. Geconcludeerd is dat de algemene IT-beheersmaatregelen verder verbeterd zijn en de accountant geeft aan dat de algemene IT-beheersmaatregelen in opzet en bestaan voldoende scoren. De accountant kan hierop steunen bij de uitvoering van hun controle 2021. Onderzoek gesloten Beurzen In 2021 is het onderzoek gestart naar het zogenaamde “gesloten Beurzen” principe. Het onderzoek richt zich op: • Inzicht geven in de echte apparaatskosten van SC MER en in de verdeling daarvan over de deelnemende gemeenten; • Inzicht geven in mogelijke marktwerking als gevolg van leveringen door de deelnemende gemeenten aan SC MER, en de juridische, financieel-administratieve en fiscale consequenties daarvan. Het onderzoek is in het eerste kwartaal 2022 afgerond. Onderzoek IOC In 2021 is uitvoering gegeven aan het plan van aanpak personele knelpunten. Als onderdeel hiervan is een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de taken en formatie van team Innovatie, Ontwikkeling en Control (IOC).

Dit onderzoek heeft geresulteerd in het opheffen van dit team, het reduceren van formatie en het overhevelen van de resterende taken, functies en formatie naar andere organisatieonderdelen. De gerealiseerde besparingen zijn ingezet om de gewenste uitbreiding van formatie bij de teams Ruimtelijk Domein en Maatschappelijk Domein te kunnen realiseren. MER-brede aanpak inefficiënties bij bedrijfsvoering In het kader van de verdere doorontwikkeling van de samenwerking van het Servicecentrum MER en de drie deelnemende gemeenten, is in maart 2021 een onderzoek afgerond. Op basis van dit onderzoek hebben de directeuren van de vier MER-organisaties 21 verbeteropgaven geformuleerd ten behoeve van een efficiëntere bedrijfsvoering van de vier MER-organisaties. Het realiseren van deze verbeteropgaven vergt een meerjarige aanpak. Onderzoek PSA In mei 2021 is een verdiepend onderzoek afgerond naar de psychosociale arbeidsbelasting (PSA) van de medewerkers binnen de gemeente. De resultaten van dit onderzoek zijn binnen het management, met de ondernemingsraad en met de teams besproken en waar nodig zijn er vervolgacties uitgezet. Lean-aanpak Om als veerkrachtige, netwerkende organisatie onze inwoners en bedrijven goed te bedienen is het noodzakelijk om continue te verbeteren. Om dit een impuls te geven is in 2021 Lean management geïntroduceerd in de organisatie.

Werken volgens de Lean filosofie houdt in dat iedereen continue aandacht besteedt aan het verbeteren van processen. Overbodige handelingen en processtappen worden weggehaald en alleen waardevolle activiteiten blijven over. Deze worden vervolgens op zo’n manier geordend dat processen op een soepele manier verlopen. Met als eindresultaat: meer waarde, minder verspillingen, tevredenere klanten, gelukkigere medewerkers en een gezondere en duurzamere organisatie. Serviceteam Echt-Susteren (STES) De gemeente Echt-Susteren heeft een buitendienst voor specifieke (specialistische en service-) taken. Aanvullend maakt de gemeente Echt-Susteren vooral gebruik van marktpartijen (voor hoofdzakelijk groen en reiniging). In diezelfde openbare ruimte heeft de gemeente Echt-Susteren ook afspraken gemaakt met Westrom over het Serviceteam Echt-Susteren. Het Serviceteam Echt-Susteren van Westrom (STES) heeft re-integratie en arbeidsontwikkeling tot doel. Het STES

Deel I - 38 -

verricht diverse werkzaamheden in de openbare ruimte en biedt daarmee de mogelijkheid voor Participatiewet-cliënten om kennis en vaardigheden aan te leren, waarna een deel hiervan kan uitstromen naar (meer) regulier werk. Westrom heeft besloten tot het beëindigen van dit team. Daarop heeft de gemeente Echt-Susteren een onderzoek gestart om dit team te continueren door positionering binnen de gemeentelijke organisatie (onder het team BOR). Alternatief was dat de medewerkers van het STES weer terug komen in de uitkering. Het onderzoek moet inzicht bieden in de mogelijkheden en consequenties. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek is per 1 april 2021 STES onderdeel van de buitendienst geworden.

ENSIA ENSIA staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit. Dit is een verplichte audit- en verantwoordingssystematiek die moet worden gevolgd voor het horizontaal toezicht (van de raad op het college) en het verticaal toezicht (van het Rijk en/of de provincie op de gemeente). Via deze verplichte verantwoordingssystematiek moet de gemeente jaarlijks voor een aantal onderwerpen/processen aantonen dat ze in control is en dat wordt voldaan aan voor die onderwerpen/processen opgelegde normen. Dat gebeurt door zelfevaluaties en/of (externe) audits. Over het jaar 2021 hadden de ENSIAzelfevaluaties en –audits vooral betrekking op de mate waarin wordt voldaan aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De volgende onderwerpen zijn via ENSIA geëvalueerd/geaudit: • Basisregistratie Personen (BRP); • Paspoortuitvoeringsregeling Nederland(PUN); • Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); • Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT); • Basisregistratie Ondergrond (BRO) • Gezamenlijke Elektronische Voorzieningen Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (GeVS/Suwinet). Op al deze onderwerpen werd voldaan aan de gestelde normen. Dit is ook gerapporteerd aan de betreffende toezichthoudende ministeries (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor BRP, PUN, DiGiD, BAG en BGT; Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor Suwinet).

4.4 In control statement en rechtmatigheidsoordeel Algemeen De term ‘control’ heeft betrekking op de beheersing van de bedrijfsprocessen. Een control, ook wel beheersingsmaatregel genoemd, is een instrument om ervoor te zorgen dat de activiteiten leiden tot het verwachte en/of gewenste resultaat. Met ‘in control zijn’ wordt dan bedoeld dat de bedrijfsprocessen zodanig worden beheerst, dat er geen onverwachte en/of ongewenste resultaten optreden. Met ingang van 2022 legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid. Met deze wijziging vervalt de rechtmatigheidsverklaring door de accountant. In sommige gemeenten wordt naast dit rechtmatigheidsoordeel door de accountant ook een in control statement (ics) door het college afgegeven. Het ics en de verantwoording over rechtmatigheid worden beiden door het college afgegeven, maar zijn niet onderling uitwisselbaar. In de verantwoording over rechtmatigheid legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid van de baten en lasten op een drietal criteria: Begrotingscriterium, Voorwaardencriterium en Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Met een ics verklaart het college dat de interne beheersings- en controlesystemen van een gemeente adequaat en effectief zijn. Het gaat om borging van een diversiteit aan processen, beheersing van risico's én om de competenties van de medewerkers.

In tegenstelling tot de verantwoording over de rechtmatigheid kent de ics geen wettelijke verankering in het BBV. Tot en met jaarrekening 2021 verstrekken externe accountants een controleverklaring met een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekeningen van gemeenten. De externe accountants geven vanaf 2022 een controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de

Deel I - 39 -

jaarrekening, inclusief dan de rechtmatigheidsverantwoording door het college die in de jaarrekening wordt opgenomen. De commissie BBV heeft in januari 2020 de modeltekst voor de rechtmatigheidsverklaring gepubliceerd. In samenwerking met het Servicecentrum MER en de buurgemeenten Maasgouw en Roerdalen is in het najaar van 2019 een werkgroep gestart met de voorbereidingen op de verklaring. Er is gestart met het in kaart brengen van de IST-situatie. In 2021 hebben een aantal gemeenten als pilot gefungeerd en zijn tools ontwikkeld om het proces om te komen tot de rechtmatigheidsverklaring te stroomlijnen. Onderstaand zijn een aantal stappen beschreven. Per ultimo 2021/begin 2022 zijn we stap 3 aan het doorlopen. • • • • •

Stap 1 Beschrijving IST: waar staat de gemeente. Is de gemeente in staat om in de huidige situatie zelf een rechtmatigheidsverantwoording op te leveren? Stap 2 Beschrijving Soll: welke ambities zijn er en wat is de gewenste situatie? Stap 3 Stappenplan: Bepalen van de route om te komen tot een rechtmatigheidsverantwoording. Welke stappen moeten worden gezet? Stap 4 Uitvoeren van de stappen: Het in kaart brengen van de rechtmatigheidsrisico's en het testen van de beheersmaatregelen. Stap 5 Rechtmatigheidsverantwoording opleveren.

De rechtmatigheid kan met een aantal elementen onderbouwd worden. Naast 5 elementen uit de handreiking ‘Invoering Rechtmatigheidsverantwoording’ van VNG en IPO van oktober 2020 en het “Addendum Kadernota Rechtmatigheid 2021” van de commissie BBV hebben de MER-gemeenten er voor gekozen om ook de opmerkingen uit de managementletter 2020 en 2021 die de rechtmatigheid raken hierin mee te nemen. De elementen uit de notitie ‘Invoering Rechtmatigheidsverantwoording’ van VNG en IPO gaan over: • uitkomsten van verbijzonderde interne controles (VIC) inclusief controle op de drie rechtmatigheidscriteria; • bevindingen naar aanleiding van gesprekken met het management; • bewuste keuzes om af te wijken van wet- en regelgeving; • fraudesignalen; • data-analyses.

Deel I - 40 -

5. Financiële positie

Programmaverantwoording

2021 Deel I - 41 -

Deel I - 42 -

5. Financiële positie Inleiding Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de ontwikkeling van de reservepositie op basis van de jaarrekeningen van de laatste jaren. De reservepositie geeft inzicht in de vermogenspositie van de gemeente. Hoe meer eigen vermogen (vrije reserves) de gemeente heeft hoe beter de gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Daarnaast wordt de belastingdruk met andere gemeenten vergeleken en wordt een berekening gemaakt van de aanwezige weerstandscapaciteit. De gemeente stond in 2021 net als voorgaande jaren onder het repressieve toezicht van de provincie, onder andere omdat er in de begroting 2021 en de daarop volgende jaren geen incidentele dekkingsmiddelen zijn gebruikt om de begroting sluitend te maken. Repressief toezicht is de lichtste vorm van toezicht. Reserves en voorzieningen Gemeente

Algemene reserve € € €

Rekening 2019 Rekening 2020 Rekening 2021

Bestemmingsreserve

177 173 174

€ € €

1.384 1.468 1.535

Totale reserves

Voorzieningen

€ € €

€ € €

1.561 1.641 1.709

298 292 289

Tabel 1: bedragen gemiddeld per inwoner (per einde van het jaar)

Het aantal inwoners per 1 januari 2021 bedroeg 31.744. Per 31 december 2021 was dit 31.730.

reserves en voorzieningen

1.800 1.600

1384

1468

1561

1.535

1641

1.709

€ per inwoner

1.400 1.200 1.000 800 600 400

298 177

173

292

289

174

200 0 Alg. res.

Best. Res.

Tot. Res. 2019

2020

Voorz.

2021

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van al het geld waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten die onverwacht en voor een belangrijk deel zijn te dekken. Binnen de gemeente worden daarvoor de volgende elementen gerekend: 1. Reserves (algemene en bestemmingsreserves) 2. Onbenutte begrotingsruimte (stelposten en nieuw beleid) 3. Onbenutte investeringsruimte 4. Onbenutte belastingcapaciteit 5. Stille reserves

Deel I - 43 -

Elk element wordt hieronder nader toegelicht en onderbouwd. Reserves Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) worden de reserves ingedeeld in algemene reserves en bestemmingsreserves. Algemene reserves De rente van de algemene reserve wordt in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatie. Dit betekent dat inzet van de algemene reserve altijd structurele gevolgen heeft. De rente die normaal gesproken wordt ingezet in de begroting valt immers weg. Bestemmingsreserves Als het nodig is kan de raad de bestemming van een bestemmingsreserve wijzigen en komt door die mogelijkheid de betreffende reserve beschikbaar voor de weerstandscapaciteit. Echter een bestemmingsreserve is niet zonder reden afgezonderd van de algemene reserves en heeft bij aanwending als weerstandscapaciteit negatieve consequenties voor bestaande voorzieningen of dienstverlening (bijv. financieel technische bestemmingsreserves). Daarom worden de bestemmingsreserves binnen de gemeente niet gerekend tot de weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel wordt beknopt de samenstelling van de totale omvang aan reserves van de gemeente weergegeven. Omschrijving reserve

Rekening 2020

Rekening 2021

1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves 3. Geblokkeerde reserve revolverende investeringen

€ € €

5.496.000 31.995.000 14.627.000

€ € €

5.518.000 34.455.000 14.244.000

Totaal

€

52.118.000

€

54.217.000

Tabel 2. Samenstelling reserves gemeente Echt-Susteren per einde van het jaar

Dat de bestemmingsreserves niet worden meegerekend als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit wil nog niet zeggen dat deze ook niet ingezet kunnen worden. Dit is bij ernstige calamiteiten wel degelijk mogelijk, want onder druk wordt alles vloeibaar. Voorzieningen Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit worden voorzieningen niet meegenomen. Voorzieningen zijn gevormd om onder meer de verrekening van toekomstige verplichtingen, waarvan de omvang en tijdstip redelijkerwijs is in te schatten, te waarborgen. Ze worden verplicht gevormd en hebben een verplichte bestedingsrichting. Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Een voorziening heeft de omvang van de verplichting. Uiteraard moet het financiële effect van het risico vervolgens worden uitgesloten van bepaling van de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Het gaat bij de weerstandscapaciteit uiteindelijk om het afdekken van risico’s waarvoor geen voorziening is getroffen. Een vraag die gesteld kan worden, is wanneer voor een risico een voorziening moet worden gevormd. Een voorziening moet worden getroffen bij een zekere gebeurtenis met een nog onduidelijk gevolg. Bijvoorbeeld: dat groot onderhoud moet worden gepleegd is zeker, alleen wanneer en hoeveel het exact gaat kosten is nog onduidelijk.

Bij risico’s is de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet onzeker. Naarmate een risico tendeert naar een 100% zekerheid van optreden met een naar 100% zekerheid tenderende mate van gevolg moet een voorziening worden gevormd.

Deel I - 44 -

Validiteit reserves gemeente De reserves zijn één van de belangrijkste elementen van de beschikbare weerstandscapaciteit. Ieder jaar wordt er aandacht gegeven aan de validiteit van de reserves. Zowel het college als de raad wil vanuit haar/zijn rol periodiek beoordelen welke reserve wordt aangehouden, of het doel en het motief voor instelling nog relevant zijn en hoe de verwachting van het verloop (voeding en onttrekking) in de komende perioden eruit ziet. Om de validiteit van de betreffende reserve te beoordelen wordt de begroting als instrument gehanteerd. In de 2-jaarlijkse nota reserves en voorzieningen wordt uitgebreid vermeld, wat het doel van de reserve is. De nota is in het najaar 2021 opnieuw aan de raad aangeboden (raad 4 november 2021). Per reserve wordt aangegeven: • Doel/motief reserve (incl. raadsbesluit); • Benodigde omvang/volume; • Voeding/dotatie; • Onderbouwing; • Aangegane verplichtingen/claims; • Tijdspad besteding. Onbenutte begrotingsruimte (stelposten en nieuw beleid) Er wordt gesproken over begrotingsruimte als de begroting een overschot vertoont (meer baten dan lasten). Begrotingsruimte kan ook aanwezig zijn bij een sluitende begroting. Er zijn altijd onderdelen aan te wijzen die beïnvloedbaar zijn.

Als beïnvloeding van deze onderdelen leidt tot extra vrijval van geld, zonder dat dit een substantiële wijziging in het beleid tot gevolg heeft, kan dit deel worden beschouwd als onderdeel van de weerstandscapaciteit (de zogenaamde flexibiliteit van de begroting). Het past in een verantwoord financieel beleid om met beschikbaar geld eerst de bestaande problemen op te lossen voordat het geld aan nieuw beleid wordt besteed. Of “eerst verdienen en dan pas uitgeven” en “geen plannen zonder geld”. Als vervolgens de ruimte wordt ingezet voor een specifiek risico (bijvoorbeeld door het instellen van een reserve of voorziening) dan is het risico afgedekt en telt de onbenutte begrotingsruimte niet meer mee voor de beschikbare weerstandscapaciteit (ter voorkoming van een dubbeltelling). In de begroting 2021 was een onbenutte begrotingsruimte aanwezig van € 43.211. Onbenutte investeringscapaciteit Het investeringsprogramma is heel concreet. Er zijn gemeenten die werken met een zogenaamd voorportaal investeringen. De kapitaallasten van deze investeringen zijn dan wel financieel gedekt, maar er kan eventueel geschoven worden met dit soort investeringen. Dit wordt de onbenutte investeringsruimte genoemd. In het investeringsprogramma is deze ruimte niet aanwezig.

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het extra structurele geld dat gegenereerd kan worden door de gemeentelijke belastingen (OZB, hondenbelasting, etc.) en rechten (rioolrechten, afvalstoffenheffing en de leges) te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de tarieven van de gemeente te vergelijken met de maximaal toegestane tarieven (wettelijke beperkingen voor verhogingen). Deze potentiële extra opbrengsten kunnen worden gerekend tot de beschikbare belastingcapaciteit. Voor bepaalde tarieven gelden wettelijke kaders en daarnaast moet worden vastgesteld of het politiek wenselijk is de tarieven te verhogen. Hoofdlijnen van de wettelijke kaders zijn: • Belastingen: de toegestane gemeentelijke belastingen zijn opgenomen in de gemeentewet; gemeenten zijn vrij om het tarief te bepalen. • Rechten: zijn gemaximeerd op het niveau kostendekkendheid.

Deel I - 45 -

Belastingen Echt-Susteren kent op dit moment vijf belastingen, waarvan de jaarlijkse opbrengst in de begroting wordt verantwoord: Belastingen

Rekening 2020

Rekening 2021

Onroerende zaakbelasting Hondenbelasting Toeristenbelasting Toeristenbelasting voorgaande jaren

€ € €

6.574.000 178.000 478.000

€ € € €

6.715.000 183.000 355.000 155.000

Totaal

€

7.230.000

€

7.408.000

Tabel 3. Belastingen gemeente Echt-Susteren

In het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is opgenomen dat de gemeente er door een jarenlang conservatieve begrotingspolitiek financieel goed voor staat. Dit beleid wordt gecontinueerd waarbij jaarlijks sluitende meerjarenramingen uitgangspunt zijn in combinatie met een aanvaardbare financiële lastendruk voor de huishoudens die op of rond het provinciale gemiddelde ligt. Bij een onverhoopte financiële calamiteit kan op wat in het coalitieprogramma is afgesproken worden teruggekomen en kan een zeker bedrag worden meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit OZB is structureel. Dat wil zeggen dat, wanneer de tarieven worden verhoogd, het betreffende bedrag van de verhoging structureel beschikbaar is. Ook de overige belastingen (honden-, toeristen-, precario- en baatbelasting) kunnen bijdragen aan de onbenutte belastingcapaciteit. Dit hangt af van het beleid dat wordt gevoerd. In het kader van de beschikbare weerstandscapaciteit kan met een bepaalde jaarlijkse opbrengststijging rekening worden gehouden. Als deze stijging om bepaalde redenen (meestal politieke) niet volledig wordt benut, is het verschil te beschouwen als onbenutte belastingcapaciteit. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

De financiële verhoudingswet regelt onder meer de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds over gemeenten. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen en ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Gemeenten met veel waardevol onroerend goed ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt 80% meegerekend en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde landelijke OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt gekort op de Algemene Uitkering van de betreffende gemeente. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft geen enkel effect op deze aftrekpost. Het rekentarief voor 2021 is aangepast vanwege het begin van een nieuw WOZtijdvak per 1 januari 2021 met waarde peildatum 1 januari 2020. Bij aanpassing van de rekentarieven vanwege herwaarderingsoperaties wordt in principe altijd dezelfde werkwijze toegepast. De rekentarieven voor 2021 zijn door het rijk aangepast aan de landelijke waardeontwikkeling.

De rekentarieven voor 2021 zijn: 0,0894% voor OZB woningen eigenaren, 0,1590% voor OZB niet-woningen eigenaren en 0,1281% voor OZB niet-woningen gebruikers. Naast de rekentarieven is er nog de zogenaamde artikel 12 norm. Jaarlijks wordt in een van de gemeentefondscirculaires het redelijk peil voor het eerstvolgende jaar gepubliceerd. Voor 2021 is

Deel I - 46 -

het percentage van de waarde van de onroerende zaken vastgesteld op 0,1809%. Hieruit kan de onbenutte belastingcapaciteit 2021 worden berekend:

Soort tarief

Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen

Percentage 2021

Normtarief artikel 12

0,12401% 0,23873% 0,19083%

0,1809% 0,1809% 0,1809%

Verschil

Waarde (in mln.)

Onbenut

0,05689% - 0,05783% -0,00993%

€ € €

€ 1.653.000 € € -

2.906 377 405

€ 1.653.000

Rechten Echt-Susteren kent op dit moment vier soorten rechten: Rechten

Rekening 2021

Afvalstoffenheffing Rioolrecht Leges Begrafenisrechten

€ € € €

2.825.000 4.257.000 2.907.000 48.000

Totaal

€

10.037.000

Tabel 4. Rechten gemeente Echt-Susteren

In het tarief van de begrafenisrechten zit nog enige ruimte die nog niet benut is. Het bedrag van € 48.000, in 2021 verantwoord, is niet kostendekkend. Ze zijn voor 69,9% kostendekkend. De ruimte die er nog in zit, bedraagt ca. € 33.000. Samenvattend geeft de onbenutte belastingcapaciteit een aanwijzing van de mogelijkheden, die de gemeente heeft om de tarieven te verhogen. Let wel, er kunnen politieke en wettelijke belemmeringen zijn om op korte termijn deze capaciteit te benutten. Stille reserves Stille reserves zijn de meerwaarden van activa die tegen een lagere waarde op de balans worden gewaardeerd dan de opbrengstwaarde (economische waarde) en direct (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn zonder dat het bedrijfsproces hierdoor negatief wordt beïnvloed. Bijvoorbeeld aandelen waarvan de marktwaarde hoger is dan de verkrijgingwaarde of een pand waarvan de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde en zonder enig invloed op het bedrijfsproces kan worden afgestoten. Er zijn verschillende soorten activa waarbij stille reserves kunnen voorkomen: 1. Financiële vaste activa 2. Materiële vaste activa Ad 1) Financiële vaste activa bestaan uit leningen, deelnemingen en bijdragen aan activa in eigendom van derden. Uitstaande leningen bevatten geen stille reserve omdat de boekwaarde gelijk is aan de werkelijke waarde.

Deelnemingen kunnen een stille reserve bevatten, maar deze zijn niet inzetbaar voor de weerstandscapaciteit. Deelnemingen zijn Deel I - 47 -

namelijk beperkt of niet verhandelbaar en de opbrengst is moeilijk te realiseren. Daarnaast leveren sommige deelnemingen rendement op (bijv. dividend). Bij verkoop van deze deelnemingen vervallen de opbrengsten en ontstaat er een gat in de begroting. Het bedrijfsproces wordt hierdoor negatief beïnvloed en heeft geen toegevoegde waarde voor de weerstandscapaciteit. Ad 2) Materiële vaste activa bestaan uit activa met maatschappelijk nut en activa met economisch nut. Activa met maatschappelijk nut zijn niet verhandelbaar en leveren daarom geen geld op voor de weerstandscapaciteit. Activa met economisch nut maken deel uit van de aanwendbare stille reserves als ze op korte termijn (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn en de bedrijfsvoering door de verkoop niet wordt aangetast. Met name de waardegroei op de vastgoedmarkt van de afgelopen jaren is een belangrijke factor bij de huidige meerwaarde van vastgoed objecten op de balans. Daarnaast zijn in het verleden investeringen met economisch nut gepleegd, die direct ten laste van de exploitatie zijn geboekt (wel of niet met een eenmalige putting uit een reserve of voorziening) en niet hebben geleid tot registratie van een financiële bezitting op de balans (zijnde niet uit de balans blijkende bezittingen). Deze twee factoren kunnen een bedrag aan stille reserves opleveren bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Bij de jaarlijkse bepaling van niet uit de balans blijkende bezittingen moet van dit bedrag een aanname gemaakt worden. Op dit moment is deze waardebepaling niet vastgesteld. Bij stille reserves wordt gedacht aan grote verschillen tussen de actuele waarde en de boekwaarde van niet-bedrijfsgebonden bezittingen, zoals in pacht uitgegeven landbouwgronden. Aangezien in het verleden nogal eens bestemmingsreserves zijn afgeboekt op activa, zijn er veel verschillen tussen de actuele waarde en de boekwaarde van diverse activa. Een aantal van de verspreide percelen heeft geen boekwaarde. De totale werkelijke waarde is onbekend, maar we veronderstellen dat deze (aanzienlijk) hoger is dan de boekwaarde. De overwaarde vertegenwoordigt een stille reserve, voor zover binnen een jaar verkoopbaar. Voor de overige stille reserves wordt verwezen naar de paragrafen “weerstandsvermogen” en “verbonden partijen”. Landbouwgronden Per het einde van 2020 heeft de gemeente circa 875 ha. landbouwgrond in bezit. Het overgrote deel van deze gronden zijn regulier verpacht en hierover kan de gemeente daarom niet vrij beschikken. De boerenbedrijven hebben gezien de voortgaande schaalvergroting belang bij uitbreiding van hun bedrijfsoppervlakte. Voor zover gronden pachtvrij komen, hopen daarom meerdere bedrijven om voor deze gronden in aanmerking te komen.

Helaas kunnen gronden maar een keer toebedeeld worden en dit leidt tot teleurstellingen onder de agrariërs. Gezien de hoeveelheid landbouwgronden die de gemeente heeft en het belang bij transparantie van de uitgifte van landbouwgronden worden over dit onderwerp relatief veel beleidsregels gesteld. Naast deze landbouwgronden heeft de gemeente ca. 285 ha, natuurgebied in bezit, waarvan 268 ha, bos. Er kan uitgegaan worden van een gemiddelde opbrengst van € 3,00 per m² landbouwgrond. De totale opbrengst kan zijn: 875 ha. x € 3,00 1) per m² = € 26,3 miljoen. De gehanteerde € 3,00 per m² is de waarde van de grond in verpachte staat. De waarde in onverpachte staat ligt ongeveer tussen de € 5,00 en € 7,00 per m². De waarde van het natuurgebied wordt op p.m. geraamd. Het BBV schrijft voor dat activa gewaardeerd moet worden tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Waardering is moeilijk, omdat de historische verkrijgingsprijs in veel gevallen niet meer te achterhalen is. De landbouwgronden zijn alle tientallen jaren in gemeentelijk bezit. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd, dat de omvang van de stille reserve op dit moment niet bekend is.

1

e

) Op basis van Kwartaalbericht Agrarische grondmarkt van Kadaster (3 kwartaal 2020)

Deel I - 48 -

Nader onderzoek moet uitwijzen hoe groot de stille reserves daadwerkelijk zijn. Er kunnen opbrengsten gegenereerd worden met verkoop van gemeentelijke eigendommen, echter over de opbrengsten zijn al besluiten genomen deze toe te voegen aan een reserve of voorziening of de opbrengst is al geraamd in de meerjarenbegroting. Het leidt dus niet tot extra exploitatieruimte. Alternatief is om het verkoopbeleid over alle pachtgronden te herzien. Het is een feit dat grond waardevaster is dan geld. Bovendien, als de pachtgronden verkocht worden, betekent dit een lagere pachtopbrengst. Element

Onderdeel

Waarde Incidenteel Structureel

Algemene reserve Algemene (exploitatie) reserves Bestemmingsreserves

Algemene reserve Geen Geen

€ 5.517.000 -

Onbenutte begrotingsruimte Onbenutte investeringscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit

Geen Geen Onroerende zaak belasting Begrafenisrechten Nader te bepalen

Stille reserves

Weerstandscapaciteit

€ €

1.653.000 33.000 p.m.

€

1.686.000

p.m. € 5.517.000

Tabel 5. Beschikbare weerstandscapaciteit per einde 2019

Benodigde weerstandscapaciteit Zie hiervoor de paragraaf weerstandsvermogen. Belastingdruk Alhoewel dit jaarverslag uiteraard over het jaar 2021 gaat, worden voor de informatiewaarde ook de al bekende cijfers 2022 toegevoegd. De gepresenteerde cijfers op de komende bladzijden zijn afkomstig van de Provincie Limburg Bron: Belastingoverzicht 2022: tarieven en lastendruk van OZB, rioolrecht, afvalstoffenheffing van de Limburgse Gemeenten en de waterschapsheffingen in Limburg (samensteller: Provincie Limburg Afdeling Bedrijfsvoering, cluster Financiën, maart 2022). Gemiddelde economische waarde Het betreft de gemiddelde economische waardes van de woningen waarmee in 2020, 2021 en 2022 gerekend is. De peildatum is telkens 1 januari van het jaar daarvoor (1 januari 2020 is peildatum voor de waarde van 2021). Economische waarde 2020 2021 2022 Echt-Susteren Maasgouw Roerdalen

€ € €

224.418 230.862 227.155

€ € €

241.650 245.727 240.784

€ € €

253.400 263.655 256.438

Inwonersklasse 20.001-50.000 Gemiddeld Limburg

€ €

219.369 214.573

€ €

233.633 228.085

€ €

249.668 243.771

Peildatum

1-1-2019

1-1-2020

1-1-2021

Deel I - 49 -

ozb-lastendruk eigenaren woningen 400 350

307 317

297 300 306

300 250

322 330

341

285

266 273

238 241 249

325

200 150 100 50 0 Echt-Susteren

Maasgouw

Roerdalen 2020

2021

inwonersklasse

Limburg

2022

OZB De OZB-lastendruk voor eigenaren van woningen was in Echt-Susteren onder het provinciale gemiddelde. Gemiddeld betaalde een inwoner in 2021 € 300 ten opzichte van € 330 voor de gemiddelde Limburger. De lastendruk 2022 is € 306 in Echt-Susteren en € 341 provinciaal. De gemiddelde ozb in de gemeente is in 2022 dus nog verder verwijderd (lager) van het provinciale gemiddelde. Rioolrecht Er zijn gemeenten in Limburg waarin het rioolrecht wordt geheven van de eigenaar (14 gemeenten, zoals Echt-Susteren) of van de gebruiker (7 gemeenten) van een woning. Er zijn gemeenten waarin de eigenaar én de gebruiker elk een deel betaalt (9 gemeenten). Het totaal aantal gemeenten 2021 was 31. Het tarief in Echt-Susteren lag in 2021 boven het provinciale gemiddelde (€ 265 ten opzichte van € 216). In 2022 is dit ook het geval. rioolrecht

300

261 265 269 238 238

250

249

246 247

258 213 216

212 214 214

224

200 150 100 50 0 Echt-Susteren

Maasgouw

Roerdalen 2020

2021

Inwonersklasse

Limburg

2022

Deel I - 50 -

Afvalstoffenheffing De heffing per meerpersoons huishouden in 2021 is € 227 ten opzichte van het provinciale gemiddelde van € 271. Het bedrag van € 227 bestaat uit een vast tarief van € 155 en een variabel deel waarbij er wordt uitgegaan van 8 ledigingen per jaar à € 9. De heffing voor een meerpersoons huishouden 2022 wordt geraamd op eveneens € 218 en is daarmee lager dan het provinciale gemiddelde van € 286. afvalstoffenheffing

350

309

300 250

260

276

326

271 232

227 227 218

228

Echt-Susteren

Maasgouw

253 260

251

271

286

200 150 100 50 0 Roerdalen 2020

inwonersklasse

2021

Limburg

2022

Lastendruk gebruiker In de volgende tabel wordt gekeken naar de lastenontwikkeling voor de gebruiker (dat wil zeggen de bewoner van een huurhuis). De huurder in Limburg betaalde in 2021 gemiddeld € 354 per huishouden. In Echt-Susteren betaalde de huurder gemiddeld € 227. Dit is alleen de afvalstoffenheffing. Omdat er gemeenten zijn waarbij de huurder ook het rioolrecht of een gedeelte daarvan bij de huurder in rekening brengt, is het gemiddelde in Limburg fors hoger dan de huurderslast in Echt-Susteren. Ook in 2021 is de lastendruk van de gebruiker fors lager dan het provinciale gemiddelde. Dit benadrukt het sociale beleid van de gemeente. lastendruk gebruiker

600

483

500

354 386

400 300

523 540

407 311 333 341

333 354

369

227 227 218

200 100 0 Echt-Susteren

Maasgouw

Roerdalen 2020

2021

Inwonersklasse

Limburg

2022

Lastendruk eigenaar/gebruiker Als gekeken wordt naar de totale lastendruk per gemeente (eigenaar en ook bewoner van een huis betaalt) is de volgende ontwikkeling te zien: De gemiddelde lastendruk in Limburg was in 2021 € 817. Echt-Susteren had een gemiddelde lastendruk van € 792. In 2021 is dit € 25 onder het provinciale gemiddelde. In 2022 is dit verder gegroeid; in Echt-Susteren € 793 ten opzichte van € 851 gemiddeld in Limburg.

Deel I - 51 -

lastendruk eigenaar - gebruiker

900 800

785 792 793 704

740

774

748

796 825

785

817 843

786

817

851

700 600 500 400 300 200 100 0 Echt-Susteren

Maasgouw

Roerdalen 2020

2021

Inwonersklasse

Limburg

2022

Conclusie financiële positie Wat betreft het belastingniveau heeft de gemeente tot in 2013 onder of gelijk aan het provinciale gemiddelde gepresteerd. Vanaf 2014 was dit niet meer het geval en in 2018 is de lastendruk € 52 hoger geweest dan het gemiddelde. Vanaf 2019 is een duidelijke kentering merkbaar, het verschil was toen nog € 33 en in 2020 is dit geheel weggewerkt. In 2022 is het gemiddelde zelfs € 58 lager dan het provinciale gemiddelde. Uit de grafieken blijkt dat met name de afvalstoffenheffing in de andere Limburgse gemeenten stijgt terwijl Echt-Susteren er in slaagt dit te laten dalen. Samenvatting van de lastendruk 2022:

Belasting

EchtSusteren

Limburg

Verschil

Ozb Riool Afval

€ € €

306 269 218

€ € €

341 - € 224 € 286 - €

35 45 68

Totaal

€

793

€

851 - €

58

Over reserves en voorzieningen zijn op dit moment geen benchmarkgegevens beschikbaar. In voorgaande jaren was de reservepositie onder het provinciale en landelijke gemiddelde.

Deel I - 52 -

Gemiddelde lastendruk

850 825 800 775 750 725 700 675 650 625 600 575 550 2017

2018 Echt-Susteren

2019

2020

Maasgouw

Roerdalen

2021

2022

Limburg

Deel I - 53 -

Deel I - 54 -

6. Aanwending post onvoorzien

Programmaverantwoording

2021 Deel I - 55 -

Deel I - 56 -

6. Aanwending post onvoorzien Overzicht post onvoorziene uitgaven 2021 Primitieve begroting 1e bestuursrapportage 2021: Oplossen gebreken Reinoudhal Saldo 31 december 2021

-

€

103.500

€

22.100

€

81.400

Deel I - 57 -

Deel I - 58 -

7.1 Bevolking en bestuur

7. Programma’s

Programmaverantwoording

2021 Deel I - 59 -

7.1 Bevolking en bestuur

Deel I - 60 -

7.1 Bevolking en bestuur Doelstelling

Paragrafen

Reikwijdte

• een optimale dienstverlening aan de inwoner waarbij uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke taken die de gemeente uitvoert • het betrekken van de inwoner bij het gemeentelijk beleid en beleidsvoornemens • het aanbieden van betrouwbare vraag-, gebieds- en zaakgerichte transparante dienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten voor de klant • een eigentijdse, open en transparante vorm van besturen om de majeure taken en uitdagingen die in het verschiet liggen, uit te voeren • als bestuur een betrouwbare samenwerkingspartner vormen, die afspraken nakomt en helder communiceert, zowel richting inwoners als gemeenteraad • hoogste aandacht voor integriteit, zowel in de contacten met inwoners, verenigingen en bedrijven, als richting de eigen organisatie • samen met onze maatschappelijke partners werken aan de gemeente die Echt-Susteren wil zijn, namelijk het ‘Smalste stukje Nederland’, waar het goed wonen, werken en recreëren is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=07837edd-44e4-4b17-b901-fb3d51e0f435