GR Westrom BVO met wijzigingen
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Westrom
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond, ieder voor zover ze voor de eigen gemeente bevoegd zijn,
Overwegende -
dat een integrale aanpak in het sociaal domein gewenst is teneinde zoveel mogelijk werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt naar passend werk toe te leiden;
-
dat het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Westrom gemeenten door samenwerking inde uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening via het aanwijzingsbesluit van 20 november 2024 per 1 januari 2025 bij Doon Roermond BV heeft belegd;
-
dat enkel het formele werkgeverschap onder de Wet sociale werkvoorziening bij de Gemeenschappelijke Regeling Westrom in staat worden gesteld om de regio Midden-Limburg en daarmee de vijf deelnemende gemeenten op sociaaleconomisch terrein te versterkenbelegd blijft;
-
dat deeen wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen noodzaakt tot aanpassingregeling naar een lichtere vorm van de Gemeenschappelijke Regeling Westromsamenwerking, te weten een bedrijfsvoeringsorganisatie, derhalve passender wordt geacht;
-
dat de raden toestemming hebben verleend om de Gemeenschappelijke Regeling Westrom te wijzigen;
Gelezen Het voorstel van het algemeen bestuur tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Gelet op −
-
de Wet gemeenschappelijke regelingen
-
de Participatiewet
−
-
de Wet sociale werkvoorziening
−
-
de Gemeentewet
−
-
de Algemene wet bestuursrecht
Besluiten vast te stellen de derdevierde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Westrom met ingang van 1 januari 2026, waardoor deze als volgt komt te luiden:
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Algemene Bepalingen Begripsbepalingen
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De regeling Wsw Participatiewet
: de gemeenschappelijke regeling Westrom : de Wet sociale Werkvoorziening : de wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten Gemeenten : de aan deze regeling deelnemende gemeenten Colleges: : de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg
4
1. regeling
: de gemeenschappelijke regeling Westrom
2. Wsw
: de Wet sociale werkvoorziening
3. gemeenten
: de aan deze regeling deelnemende gemeenten
4. colleges
: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
5. gedeputeerde staten : Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg 6. wet
: de Wet gemeenschappelijke regelingen
Artikel 2 Openbaar lichaam
Bedrijfsvoeringsorganisatie
1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam genaamd Gemeenschappelijke Regeling Westrombedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet, hierna te noemen ‘Westrom’'Westrom'. 2. Westrom is gevestigd te Roermond.
Artikel 3 Doelstelling Belang en taken 1. Het belang ter behartiging waarvan de regeling is getroffen omvat: De de volledige uitvoering van de Wsw en de daaruit voortvloeiende en daarmee verband houdende voorschriften en regelingen, gericht op het realiseren van de doelstelling van deze wet;de Wsw. a. De uitvoering van de Participatiewet, voor zover het arbeidsinschakeling en activering betreft en voor zover gemeenten een beroep doen op Westrom. b. Het bieden van passend werk, werkervaringsplaatsen en faciliteiten op het gebied van testen, trainen en begeleiden van personen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt in het kader van andere wetten en (werkgelegenheids-)maatregelen in de meest brede zin van het woord voor zover gemeenten of andere instanties hiervoor een beroep doen op Westrom. 2. Alle in lid 1 vermelde activiteiten zijn zoveel als mogelijk gericht op de re-integratie van betrokken personen op de reguliere arbeidsmarkt dan wel op het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.
Artikel 4
Bevoegdheden
Ter uitvoering van de taken als genoemd in artikel 3 lid 1 sub a dragen de colleges hierbij middels delegatie hun wettelijke bevoegdheden en verplichtingen op grond van de Wsw volledig over. 1. Ter uitvoering van de taken als genoemd in artikel 3 lid 1 sub b en c verstrekken de colleges opdrachten aan Westrom. 2. Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. 3. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden van de gemeenten het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen
van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 4. Indien het vierde lid wordt toegepast, dan hebben de gemeenteraden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn, stelt het dagelijks bestuur de gemeenteraden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 4a Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de gemeenten zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Hoofdstuk 2
Het bestuur
Artikel 5 Het bestuur 1. Het bestuur van Westrom bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. 2. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Westrom. 3. De voorzitter is voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur.
5
Hoofdstuk 2 Het algemeen bestuur Artikel 6
Samenstelling algemeen bestuur
1. De colleges van de gemeenten wijzen uit hun midden ieder twee leden van het college van burgemeester en wethouderséén collegelid aan tot lid van het algemeen bestuur. 2. De colleges van de gemeenten wijzen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Artikel 7 6
Zittingsduur algemeen bestuur
1. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van de colleges met dien verstande dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen. 2. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers vindt zo spoedig mogelijk na ingang van de wettelijke zittingsperiode plaats. 3. Zo spoedig mogelijk na de in het tweede lid 2 bedoelde aanwijzing vindt de eerste bijeenkomst van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling plaats. 4. Indien tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 5. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop diegene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Artikel 8 7 1.
Ontslag
Het college van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslaan als deze het vertrouwen van het college niet meer bezit.
2.
Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan het college dat hem heeft aangewezen en aan de voorzitter van het bestuur. Hij die ontslag heeft genomen, blijft in functie totdat zijn opvolger is aangewezen.
Artikel 9 8 1.
Vergaderingen van het algemeen bestuur
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee keer en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt.
2.
Het algemeen bestuur vergadert tevens wanneer dit door tenminste viertwee leden van het algemeen bestuur schriftelijk en met opgave van redenen, aan de voorzitter wordt gevraagd. In dit geval wordt de vergadering binnen een maand gehouden.
3.
In de vergadering van het algemeen bestuur hebben alle leden ieder één stem.
4.
Besluiten van de vergadering van het algemeen bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4.5. Het bestuur rapporteert hoe dan ook per kwartaal aan de gemeenten over de personele en financiële ontwikkeling en voortgang van Westrom aan de hand van door het bestuur van Westrom te hanteren kengetallen. 1. De onafhankelijke leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 13 lid 1 sub c van deze regeling worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het algemeen bestuur bij te wonen.
6
6.
6. Andere personen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur een bepaalde vergadering van het algemeen bestuur bij te wonen.
7.
Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
5.8. De vergaderingen van het bestuur bij te wonenworden met gesloten deuren gehouden, voor zover het bestuur niet anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur.
Artikel 10 9 1.
Informatie en verantwoording
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college en/of de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college en/of de raad worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.
2.
Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en door de raad van zijn gemeentedat hem heeft aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
3.
Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingenworden gevraagd.
4.
Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Artikel 11 Reglement van orde10
Taken en bevoegdheden
Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van vergaderen en andere werkzaamheden van het algemeen en dagelijks bestuur en van de door het algemeen bestuur ingestelde commissies een reglement van orde vast.
Artikel 12 Openbaarheid van vergadering en sluiting van de deuren 1.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Het reglement van orde regelt met inachtneming van artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de wijze waarop met gesloten deuren kan worden vergaderd.
2. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over: Het Tot de taken en bevoegdheden van het bestuur behoren in ieder geval: a. het vaststellen ofen wijzigen van de begroting; b. Hethet vaststellen van de rekeningjaarrekening; a. Hethet vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; Het oprichten of opheffen van nieuwe en bestaande stichtingen of andere rechtspersonen; van c.
Het toetreden tot, het uittreden van, het wijzigen en opheffen van deze regeling.sociaal jaarverslag;
3. Voor de totstandkoming van een besluit bij stemming inzake een onderwerp als in lid 2 benoemd, is een meerderheid van twee derde van de stemmen vereist.
7
Hoofdstuk 3 Het dagelijks bestuur d. het beheren van de inkomsten en uitgaven van Westrom; e. het aangaan van geldleningen en van rekening-courant overeenkomsten; het uitvoeren
Artikel 13 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de navolgende leden: a. de voorzitter b. vier leden door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen c. drie onafhankelijke leden aan te wijzen door het algemeen bestuur, op voordracht van de in dit artikel onder a. en b. genoemde personen, op basis van hun specifieke deskundigheid op sociaal, juridisch, financieel of bedrijfskundig gebied. 2. De leden van het dagelijks bestuur, genoemd in artikel 1 onder a. en b., zijn allen afkomstig uit verschillende gemeenten.
Artikel 14 Zittingsduur dagelijks bestuurde overgedragen taken d.f. De leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 13 lid 1 onder a. en b. van deze regeling worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van de leden van de colleges met dien verstande dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen.3 en 4 van de regeling; 1. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 13 lid 1 onder a. en b. van deze regeling vindt zo spoedig mogelijk na ingang van de wettelijke zittingsperiode plaats. 2. De leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 13 lid 1 onder c. van deze regeling worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Deze leden kunnen maximaal eenmaal herbenoemd worden. 3. Indien tussentijds een vacature in het dagelijks bestuur ontstaat, wijst het betreffende college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 4. Het in artikel 14 lid 1 onder a. en b. genoemde lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het dagelijks bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop diegene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. g. het aanwijzen van een uitvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 15; h.
de bevoegdheden inzake het Wsw-personeel; i.
het houden van toezicht op al hetgeen de regeling aangaat.
Artikel 15 Ontslag11
Zienswijzen
1. De leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 13 lid 1 onder a. en b. van deze regeling, verliezen hun functie wanneer zij geen zitting meer hebben in het algemeen bestuur. 2. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet. 3. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan het algemeen bestuur.
4. Hij die ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger is aangewezen.
Artikel 16 Vergaderingen van het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of twee leden dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. 2. Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem.
8
3. Personen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij te wonen.
Artikel 17 Actieve informatieplicht en rapportage 1.
1.
Het dagelijks bestuur geeftHet bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige
strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het bestuur naar voren te brengen. 1.2. Het bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden van de gemeenten het bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun takenen gemotiveerd op de hoogte. 2. Het dagelijks bestuur rapporteert per kwartaal aan de gemeenten over de sociale, financiële 3.
en bedrijfseconomische ontwikkeling en voortgang van Westrom aan de hand van door Westrom te hanteren kengetallen.Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de gemeenteraden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn, stelt het bestuur de gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 12
Inspraak
Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van uitvoeringsbeleid. Artikel 18 Verantwoording De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. Zij geven aan het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk alle inlichtingen die door het algemeen bestuur worden verlangd. Hoofdstuk
4 3 De voorzitter, de secretaris en commissieshet personeel
Artikel 19 13
De voorzitter
1.
De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van Westrom worden zo spoedig mogelijk na ingang van elke zittingsperiode op voordracht van het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.
2.
De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur, conform het bepaalde daaromtrent in het reglement van orde bedoeld in artikel 118 van deze regeling.
3.
1. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. De voorzitter ontvangt alle aan het algemeen of dagelijks bestuur gerichte stukken en brengt die zo spoedig mogelijk ter tafel in de vergadering waar zij behorenvan het bestuur.
4.
De voorzitter is in spoedeisende gevallen bevoegd een voorlopig onderzoek van stukken te doen plaatshebben en geeft daarvan kennis in de eerstvolgende vergadering van het dagelijks bestuur.
5.
De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaamWestrom in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging schriftelijk aan een door hem aan te wijzen persoon opdragen.
6.
De voorzitter is belast met de uitvoering van besluiten van het algemeen en dagelijks bestuur.
7.
De voorzitter tekent alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 8. De voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
Artikel 20 14 1.
De secretaris
Het algemeen bestuur benoemt vanuit de uitvoeringsorganisatie zoals vermeld in artikel 2315 van deze regeling een secretaris en een plaatsvervangend secretaris.
2.
1. De secretaris van het algemeen bestuur is tevens secretaris van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt voor de functie van secretaris een werkinstructie op.
3.
De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles wat hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam.
9
4.
5. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen of dagelijks bestuur uitgaan, medeondertekend.
Artikel 21 Commissies
1.
2. 3.
Indienstneming en ontslag van werknemers geschiedt door het Het algemeen bestuur kan commissies van advies dan wel commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen als bedoeld in artikel 24 resp. 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen instellen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling van de door haar ingestelde commissies. De leden van een commissie worden aangewezen voor de periode gelijk aan die van de zittingsduur van de leden van het algemeen bestuur.
Artikel 22 Vergoedingen 1. De onafhankelijke leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 13 lid 1 sub c alsmede de adviseurs van het algemeen bestuur kunnen een vergoeding ontvangen voor: a. Het bijwonen van de vergaderingen. b. De reis- en onkosten in verband met het bijwonen van vergaderingen. 2. Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de hoogte en de wijze van toekenning van de in lid 1 genoemde vergoedingen.
Hoofdstuk
54
Uitvoeringsorganisatie
en rechtspersonen
Artikel 23 Uitvoeringsorganisatie Ter uitvoering van de belangen zoals genoemd in artikel 3 van deze regeling stelt het algemeen bestuur een professionele15
Aanwijzing uitvoeringsorganisatie in.
Artikel 24 Oprichten rechtspersonen Het algemeen bestuur wijst kan ter uitvoering van de belangen zoals genoemd in artikel 3 van deze regeling rechtspersonen oprichten ofeen uitvoeringsorganisatie aanwijzen, onder door het algemeen bestuur te bepalen voorwaarden.
Hoofdstuk
6 Personeel
Artikel 25 Werknemers5 Indienstneming en ontslag van werknemers geschiedt door het dagelijks bestuur.
10
Hoofdstuk 7 Jaarverslag Artikel 26 Sociaal Jaarverslagjaarverslag Artikel 16
Sociaal jaarverslag
1. Het dagelijks bestuur rapporteert jaarlijks vóór 15 juni aanstelt het algemeen bestuursociaal jaarverslag, dat ziet op de over de in het voorgaande dienstjaar behaalde sociale resultaten. 1. Het algemeen bestuur stelt het jaarverslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel vóór , jaarlijks vóór 1 juli vast. 2.
Het dagelijks bestuur stelt het jaarverslag meteen na vaststelling beschikbaar aan de gemeenten.
Hoofdstuk
8 6 Financiën
Artikel 27 17 1.
Financieel beheer
Het algemeen bestuur stelt een regeling vast betreffende het financieel en administratief beheer van Westrom.
2.
In de regeling als bedoeld in het eerste lid 1 van dit artikel wordt aangegeven welke functionaris medewerker belast wordt met het geldelijk beheer en de zorg voor de financiële administratie van Westrom.
3.
De regeling als bedoeld in het eerste lid 1 van dit artikel geeft aan op welke wijze de controle op het financiële en administratieve beheer van Westrom wordt uitgeoefend en tevens op welke wijze de uitkomsten van die controle worden meegedeeld.
4.
Een exemplaar van de regeling als bedoeld in het eerste lid 1 van dit artikel, alsmede eventuele wijzigingen daarin, wordt door het algemeen bestuur aan de gemeenten en aan gedeputeerde staten toegezonden.
Artikel 18 1.
Bijdrageplicht
De colleges zullen er steeds voor zorgdragen dat Westrom te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
2.
Indien aan het bestuur van Westrom blijkt dat een college weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek om over te gaan tot toepassing van de artikel 194 en 195 Gemeentewet.
3.
In geval van opheffing van de regeling is artikel 28 van deze regeling van toepassing.
Artikel 198 1.
Begroting
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
2.
Het bestuur stelt jaarlijks voor 30 april een ontwerpbegroting met de daarbij behorende toelichting op voor het daarop volgende jaar. In de begroting wordt een raming gemaakt voor de door elke gemeente verschuldigde bijdrage voor de uitvoering van de regeling.
3.
dagelijksHet bestuur zendt de ontwerpbegroting in ieder geval twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, doch uiterlijk 30 april vandoor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldtbestuur wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
2.4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 3.5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.6. Het algemeen bestuur stelt vervolgens vóór 1 september de begroting vast. 5.7. Het algemeen bestuur deelt de vaststelling zo spoedig mogelijk mee aan de raden van de gemeenten. 6.8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan gedeputeerde staten. Op Artikel 20 1.
Begrotingswijziging
Het bepaalde in artikel 19, leden 1 tot en met 5, is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
1.2. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing, die niet leiden tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de gemeenten. 7.1. In de begroting wordt een raming gemaakt voor de door elke gemeente verschuldigde bijdrage voor de uitvoering van de regeling.
11
Artikel 29 21
Jaarrekening
Van de inkomsten en uitgaven van Westrom wordt door het dagelijks 1.
Het bestuur over elk dienstjaarzendt de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 1 juli verantwoording gedaan30 april aan het algemeende raden van de gemeenten.
2.
Het bestuur, onder overlegging van stelt uiterlijk 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft, de jaarrekening metalsmede de daarbij behorende bescheiden. berekening van de door de gemeenten te betalen bijdrage vast. Het bestuur informeert de gemeenten over de vaststelling.
1.3. Bij de jaarrekening wordt gevoegd een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de op grond van artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundige. 1. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 30 april aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft, de jaarrekening alsmede de berekening van de door de gemeenten te betalen bijdrage vast. Het dagelijks bestuur informeert de gemeenten over de vaststelling. 2.4. Het dagelijksHet bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft, met de daarbij behorende stukken ter kennisname aan gedeputeerde staten. 3.5. De vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur strekt, voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur en de in artikel 2717, tweede lid, lid 2 van deze regeling genoemde functionaris van Westrom tot décharge behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. Artikel 30 22
Financiering
Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast met betrekking tot het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden, het aangaan van rekening-courant overeenkomsten en hetgeen verder de geldmiddelen van Westrom aangaat. Artikel 31 23
Verdeling baten en lasten
1.
De gemeenten verbinden zich jaarlijks eventuele nadelige exploitatiesaldi van Westrom te betalen.
2.
De verrekening van baten en lasten verbonden aan de uitvoering van deze regeling vindt plaats overeenkomstig de ter zake door het algemeen bestuur vast te stellen regeling.
3.
In de regeling als bedoeld in het tweede lid 2 kunnen afspraken gemaakt worden over een bonusregeling.
Artikel 32 Egalisatiefonds 1. Ter voorkoming van grote wijzigingen in de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen wordt door het algemeen bestuur een egalisatiefonds ingesteld.
2. Het algemeen bestuur stelt nadere regels met betrekking tot dit fonds vast.
12
Hoofdstuk
97
Artikel 33 24
Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Wijziging regeling
1. De regeling wordt gewijzigd op grond van een door de deelnemende gemeenten daartoe met twee derde meerderheid genomen besluit. 2. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het algemeen bestuur of één of meerdere gemeenten. 3. Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur, zendt dithet bestuur het voorstel ter besluitvorming aan de gemeenten die binnen drie maanden na ontvangst van dit voorstel een besluit nemen en dit terstond aan het algemeen bestuur mededelen. 4. Indien het voorstel uitgaat van één of meer gemeenten wordt het voorstel aan het algemeen bestuur gezonden. 5. Het algemeen bestuur doet het voorstel, zoals omschreven in het vierde lid 4 van dit artikel, met zijn beschouwingen ter zake, binnen drie maanden aan de gemeenten toekomen, waarna deze besturen en het algemeen bestuur verder handelen als voor het geval bepaald in het derde lid 3 van dit artikel. 6. Het algemeen bestuur geeft de gemeentebesturen kennis van het aanvaarden, verwerpen, goedkeuren of niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde voorstellen, respectievelijk besluiten. Artikel 34 25
Toetreding
1. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten vindt plaats op voorstel van het algemeen bestuur en met instemming van twee derde van de gemeenten van de reeds aan de regeling deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. 2. De toetreding gaat in op een in overleg met de toetredende gemeente te bepalen datum... 3. Het algemeen bestuur regelt de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van een toetreding. Artikel 35 26 1.
Uittreding
Een college kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet.
2.
Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van twee jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.
3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.
4.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende gemeente gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
13
Artikel 27 1.
Uittredingsplan
Het in artikel 3526, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente.
2.
Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende gemeente.
3.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende gemeente en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende gemeente.
4.
De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 3526 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende gemeente van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
5.
Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende gemeente de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de gemeente.
Artikel 36 28 1.
Opheffing en liquidatie
De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle gemeenten minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen.
2.
Indien de regeling wordt opgeheven, geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur.
3.
Uiterlijk zes maanden voor het tijdstip waarop de regeling ophoudt te bestaan, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op dat aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten wordt voorgelegd. In het liquidatieplan regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen van opheffing.
4.
De colleges en raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijzen over het liquidatieplan binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan het algemeen bestuur meedelen. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vervolgens vast.
5.
Zo nodig blijft het algemeen bestuur ook na het tijdstip van opheffing voortbestaan ten behoeve van de liquidatie.
14
Hoofdstuk
10 8
Artikel 37 29 1.
Archief
Archief
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Westrom.
2.
De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Westrom, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
3.
Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Westrom, die niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
4.
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van Westrom wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Roermond.
5.
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Westrom, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Roermond.
6.
De archivaris van de gemeente Roermond brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Westrom, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
7.
Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuurde colleges over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van Westrom.
Hoofdstuk
11 9
Artikel 38 30
Slotbepalingen
Evaluatie
De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee gemeenten hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de gemeenten voorleggen. Artikel 39 31 1.
Bekendmaking
Het college van de gemeente Roermond zorgt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingenwet voor de bekendmaking van deze regeling
23
alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling. 2.
Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingenwet.
Artikel 40 Citeerregel32
Citeerregel en duur van de regeling
1.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
2.
De regeling is in werking getreden op 1 januari 2001.
3.
De derdevierde wijziging van de regeling treedt in werking op 1 juli 2024januari april 2026, doch niet eerder dan bekend gemaakt conform artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
4.
De regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Westrom.
De Het
Artikel Roermond,1 juli 2024.
15
24
Toelichting Algemeen Via het aanwijzingsbesluit van 20 november 2024 heeft het algemeen bestuur van Westrom de uitvoeringsorganisatie van Westrom per 1 januari 2025 belegd bij Doon Roermond BV. De gemeenschappelijke regeling van Westrom (hierna: "GR Westrom") blijft hierdoor enkel het formele werkgeverschap voor de medewerkers die onder de Wet sociale Werkvoorziening (hierna: "Wsw") vallen, vervullen. Nu de GR Westrom enkel in stand blijft voor het uitoefenen van de voormelde taak, is een lichtere gemeenschappelijke regeling, te weten een bedrijfsvoeringsorganisatie waarbij er sprake is van een enkelvoudig bestuur, beter passend. De vierde wijziging van de GR Westrom heeft dan ook de volgende twee doelstellingen: a)
Afschaling takenpakket
Het takenpakket van de GR Westrom is met deze wijziging zodanig afgeschaald dat deze nog enkel ziet op de uitvoering van de Wsw. De GR Westrom wordt zodoende beleidsarm. De hiervoor vereiste aanpassingen zijn verwerkt in de artikelen 3 en 4. Tevens is artikel 23 (oud) vervallen en is artikel 24 (oud) gewijzigd. De laatstgenoemde twee artikelen zagen op de mogelijkheid van het door de GR Westrom oprichten en aanwijzen van een rechtspersoon die belast is met de uitvoering van de Wsw. Enkel het behouden van de bevoegdheid tot aanwijzing van een uitvoeringsorganisatie is thans nog nodig. b)
Omvorming naar bedrifjsvoeringsorganisatie
In de tweede plaats is het openbaar lichaam omgevormd naar een bedrijfsvoeringsorganisatie. Dat is een vorm van een gemeenschappelijke regeling die enkel bedoeld is voor het uitvoeren van uitvoerende, beleidsarme taken. Hét grootste verschil tussen een openbaar lichaam en een bedrijfsvoeringsorganisatie is evenwel dat een openbaar lichaam bestaat uit een geleed bestuur (algemeen en dagelijks bestuur) en de bedrijfsvoeringsorganisatie uit een enkelvoudig of ongeleed bestuur. Nu er nog slechts sprake is van één bestuur, is de terminologie in de gehele regeling gewijzigd van "algemeen" en "dagelijks bestuur" naar "bestuur". Tevens is artikel 2 aangepast, nu er sprake is van een bedrijfsvoeringsorganisatie en is artikel 5, dat zag op de
25
bestuursorganen van het openbaar lichaam, vervallen. Voorts zijn de artikelen inzake het dagelijks en algemeen bestuur herschreven, nu er nog slechts sprake is van één bestuur. Het nieuwe bestuur van Westrom bestaat uit één collegelid per deelnemer. De bestuurlijke drukte die als gevolg van deze wijziging van de regeling wordt gevraagd, wordt daarmee gehalveerd: Westrom gaat namelijk van 2 besturen naar 1 bestuur en in het overblijvende bestuur is nog slechts één collegelid per deelnemer vertegenwoordigd. Voorheen waren in het algemeen bestuur twee collegeleden per deelnemer vertegenwoordigd. Aanvullende wijzigingen Los van de voormelde wijzigingen als gevolg van de afschaling van het takenpakket van de GR Westrom en de omvorming van de GR naar een bedrijfsvoeringsorganisatie, zijn de volgende wijzigingen aan de regeling doorgevoerd. Artikel 10
Bevoegdheden bestuur
Aan de GR is nu een artikel opgenomen waarin de bevoegdheden van het bestuur expliciet zijn opgesomd. Dit verbetert de begrijpelijkheid en leesbaarheid van de regeling. Het gevolg daarvan is dat artikel 25 is vervallen. Dit artikel zag op de bevoegdheden inzake het personeel. Dit artikel is nu geïncorporeerd in artikel 10. Artikel 11 en 12 Zienswijzen en inspraak De artikelen inzake de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen en het verkrijgen van inspraak zijn verplaatst van artikel 4 en 4a naar artikel 11 en 12. Deze artikelen passen namelijk beter bij het hoofdstuk inzake de bevoegdheden van het bestuur. Nu de GR Westrom een beleidsarme regeling is, zal het vaststellen van een meerjarig strategische plan, waarover in artikel 11 lid 1 gesproken wordt, niet snel sprake zijn. Desondanks is dit artikel blijven staan, omdat niet uitgesloten is dat er in de toekomst besluitvorming nodig is over (bijvoorbeeld) de toekomst van de Wsw-doelgroep (in relatie tot het aanwijzingsbesluit) of wijzigingen in de Wsw die gevolgen heeft voor de aan Westrom overgedragen taken. Indien dergelijke wijzigingen in een meerjarig plan worden vastgelegd, past het om voorafgaand aan de vaststelling een zienswijze te vragen van de raden. Wel komen de leden 2 tot en met 4 van artikel 4a niet meer terug.
Nu Westrom enkel nog het formele werkgeverschap blijft vervullen voor de medewerkers die onder de Wsw vallen, is Westrom namelijk verworden tot een beleidsarme regeling. Vandaar ook dat Westrom wordt
26
omgevormd van een openbaar lichaam naar een bedrijfsvoeringsorganisatie. Bij een beleidsarme regeling past een uitgebreide inspraakregeling niet. Zie in dat verband ook de gemeenschappelijke regeling van de bedrijfsvoeringsorganisatie ICT NML. Ook bij die GR is er expliciet voor gekozen om de inspraakregeling beperkt te houden. De regeling in de GR Westrom sluit daar nu bij aan. Artikel 18
Bijdrageplicht
Op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten is artikel 17 aan de GR Westrom toegevoegd. Met deze toevoeging is het voor Westrom mogelijk om voor de toekomst leningen aan te treken. Artikel 20
Begrotingswijziging
In de GR Westrom is nu opgenomen dat de gehele begrotingsprocedure niet meer hoeft te worden doorlopen bij een begrotingswijziging die niet leidt tot een overschrijding van de jaarlijkse bijdragen van de gemeenten. Dit voorstel vermindert de bestuurlijke drukte en is aangewezen, nu de GR Westrom nog maar een heel beperkt aantal taken uitvoert. Artikel 32 (oud) Egalisatiefonds Bij besluit van 25 juni 2025 heeft het Algemeen Bestuur van Westrom besloten om de Regeling Egalisatiefonds in te trekken. Dit artikel kan derhalve vervallen. Artikel 25
Wijziging regeling
Tot slot is het artikel inzake de wijziging van de regeling iets aangepast. In dit artikel was in het derde lid opgenomen dat de gemeenten binnen drie maanden na ontvangst van een wijzigingsvoorstel een besluit omtrent de wijziging moesten nemen. Deze voorwaarde is onwerkbaar en onhaalbaar, omdat de gemeenteraden bij een wijziging tweemaal geconsulteerd moeten worden: i) eerst middels zienswijzen, en ii) voor de tweede maal voor toestemming. De genoemde termijn van drie maanden is derhalve geschrapt.
27