Controlerapport fractieondersteuning 2023
Tekst van het document
Griffie Controlerapport griffie fractieverantwoording 2023 Conform art. 7 lid 4 van de Verordening fractieondersteuning 2022 heeft de griffie Echt-Susteren de door de 6 fracties ingediende verantwoordingen van de ontvangen financiële bijdragen voor fractieondersteuning over het jaar 2023 gecontroleerd. De controle heeft plaatsgevonden aan de hand van de bepalingen zoals vastgelegd in art. 3 en in art. 7 lid 2 en 3 van de Verordening fractieondersteuning 2022, die als volgt luiden:
Art. 3: 1. Fracties besteden de bijdrage ten behoeve van het goed functioneren van de fractie en het versterken van hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. 2. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen of overige regelingen; b. b. giften die meer bedragen dan € 50,-- per individueel geval per jaar; c. verkiezingspropaganda, uitgezonderd uitingen waarbij het gevoerde beleid in retrospectief wordt weergegeven Art. 7: 2. Elke fractie legt binnen twee maanden na het einde van een kalenderjaar aan het presidium verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning in dat kalenderjaar door middel van het daarvoor aan de fracties aangereikte vastgestelde format onder overlegging van: a. Een inhoudelijk verslag; b. Een financieel verslag (conform bijgevoegd format, ondertekend door de voorzitter van het fractiebestuur); c. Originele onderliggende betaal- en ontvangstbewijzen. 3. Indien één of meer van de in lid 2 genoemde bescheiden niet binnen de in lid 2 genoemde termijn worden ingediend, vervalt het recht op aanspraak op fractiegelden conform art. 2 lid 1 voor het desbetreffende jaar en wordt de reeds over dat kalenderjaar uitbetaalde bijdrage teruggevorderd. Geconstateerd kan worden t.a.v. de termijn van indiening als bedoeld in bovengenoemd art.
7 lid 2, dat: 1. De verantwoordingen van de fracties PNES, LS, DES, GL en D66 tijdig en volledig werden ingediend voor 1 maart 2024. 2. De verantwoording van de fractie CDA voor de bovengenoemde onderdelen sub b. en c. – zij het na herhaald verzoek - tijdig werden ingediend, maar voor onderdeel a (het inhoudelijk verslag) niet tijdig werd ingediend, namelijk op 10 april i.p.v. voor 1 maart 2024. Geconstateerd kan worden t.a.v. de inhoud van de verantwoording (de zgn. rechtmatigheidstoets) dat de definitief ingediende verantwoordingen door alle zes de raadsfracties voldoen aan het bepaalde in bovengenoemd art. 3 van de verordening, d.w.z. dat de opgenomen bestedingen in de verantwoording niet in strijd zijn met de uitzonderingsgronden zoals genoemd in art. 3 lid 2. Conclusie: 1. De verantwoordingen van de fracties PNES, LS, DES, GL en D66 worden akkoord bevonden. 2. De verantwoording van de fractie CDA wordt niet akkoord bevonden aangezien art. 7 lid 3 aan de orde is, nu één van de in art. 7 lid 2 genoemde bescheiden, zijnde het inhoudelijk verslag, niet binnen de in lid 2 genoemde termijn van binnen twee maanden na het einde van het kalenderjaar van 2023 werd ingediend.
Conform art. 7 lid 5 van de verordening Fractieondersteuning dient het presidium diverse bedragen vast te stellen:
Art. 5. Het presidium stelt aan de hand van de rapportage van de griffie de bedragen vast van: a. de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn; b. de wijziging van de reserve; c. de resterende reserve; d. de verrekening tussen de in onderdeel a. bedoelde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten. Ook de te hanteren reserve dient aan een voorwaarde te voldoen:
Art. 6 lid 2 De reserve is niet groter dan 100% van de bijdrage die de fractie in een kalenderjaar toekomt ingevolge artikel 2. Voorstel: 1. Voorstel is de uitgaven per fractie die uit de bijdrage bekostigd zijn, de wijziging van de reserve en de resterende reserve, zoals opgenomen in bijlage a en b (het totaaloverzicht alsmede de uitgaven van de 6 fracties) vast te stellen, waarin het resultaat van de bovenstaande conclusies 1 en 2 is neergelegd. 2. Van de fractie DES een bedrag van € 2038.03 terugvorderen aangezien wanneer het niet bestede bedrag geheel aan de reserve zou worden toegevoegd, de reserve groter zou worden dan 100% van de bijdrage die de fractie in een kalenderjaar toekomt, en dit niet is toegestaan volgens de verordening op grond van art. 6 lid 2 van de Verordening. 3. Van de fractie CDA het volledige voorschot van € 5.750,- terugvorderen, op grond van art. 7 lid 3 van de Verordening.
Grif/MH 01.10.24