Conceptbegroting 2026 Westrom
Tekst van het document
PRIMAIRE BEGROTING 2026 GR Westrom
Datum: 24 maart 2025
1
Inhoudsopgave
1. Meerjarenbegroting .................................................................................................................................. 4 2. Beleidsbegroting ....................................................................................................................................... 6 2.1 Programmaplan .................................................................................................................................. 6 2.2 Paragrafen.......................................................................................................................................... 7 3. Financiële begroting ............................................................................................................................... 13 3.1 Baten en lasten ................................................................................................................................ 13 3.2 Grondslagen ..................................................................................................................................... 14 3.3 Toelichting baten en lasten .............................................................................................................. 15 3.4 Financiële positie .............................................................................................................................
16 3.5 Meerjarenraming .............................................................................................................................. 17 4. Bijlagen ................................................................................................................................................... 18 4.1 Gemeentelijke tabellen ..................................................................................................................... 18
Adresgegevens: Westrom De Hanze 1 6040 KC Roermond Kamer van Koophandel 14114157
Telefoon E-mail Website Facebook
(0475) 389898 info@westrom.nl www.westrom.nl facebook.com/westromNL
2
Geachte lezer, Bijgaand treft u aan de concept Primaire Begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Westrom voor het jaar 2026. Deze begroting is opgesteld conform de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Besluitvormingsprocedure De besluitvormingsprocedure met betrekking tot de Primaire Begroting 2026 is als volgt: -
25 maart 2025
-
2 april 2025 3 april 2025
-
9 juni 2025
-
11 juni 2025 25 juni 2025
-
26 juni 2025
-
27 augustus 2025
-
10 september 2025
Bespreking van de conceptbegroting met de beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten; Bespreking van de conceptbegroting in het dagelijks bestuur; Verzending van de conceptbegroting voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten; Uiterste ontvangstdatum van de zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten; Behandeling van de ontvangen zienswijzen in het dagelijks bestuur; Behandeling van de conceptbegroting en vaststelling in het algemeen bestuur; Het DB stelt de raden schriftelijk in kennis van zijn oordeel over de ingediende zienswijzen; Vaststelling van de concept Primaire Begroting in het algemeen bestuur; Verzending van de vastgestelde Begroting 2026 aan het college van Gedeputeerde Staten en aan de deelnemende gemeenten.
Zoals bekend heeft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom per 1 januari 2025 de uitvoeringsorganisatie overgedragen aan Doon Roermond B.V., het mensontwikkelbedrijf van de gemeente Roermond (hierna Doon). De GR Westrom blijft in stand om voor de vijf deelnemende gemeenten uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening. De feitelijke uitvoering van deze taak heeft het algemeen bestuur per 1 januari 2025 bij Doon neergelegd. In onderstaande concept Primaire Begroting 2026 wordt – op basis van gestelde uitgangspunten - nader ingegaan op het verwachte budget voor het jaar 2026. In de Primaire Begroting 2026 van GR Westrom bedraagt de Gemeentelijke Bijdrage voor het jaar 2026 in totaal € 813.000. De Rijksbijdrage 2026 daalt in absolute zin wederom t.o.v. 2025, maar vanwege landelijke volumeinzichten stijgt – uitgaande van een gelijkblijvend subsidieregime - ook in 2026 het subsidiebedrag per Wsw-FTE. Evenals in voorgaande begroting hebben we het subsidiebedrag naar het prijspeil van het begrotingsjaar (hier: 2026) gebracht. Beide effecten zorgen ervoor dat er in deze primaire begroting vanaf 2027 een positief Wsw-subsidieresultaat gebudgetteerd wordt.
3
1. Meerjarenbegroting De GR Westrom omvat sinds 1 januari 2025 - kort samengevat - de dienstverbanden van de Wswmedewerkers. Dit brengt met zich mee dat de loonkosten Wsw, de rijkssubsidie Wsw en de personeelsgerelateerde kosten van de doelgroep Wsw in deze Primaire Begroting 2026 van de GR Westrom landen, waarbij de financiële bijdragen van de 5 gemeenten als sluitpost fungeren om resultaatsneutraal uit te komen. De Meerjarenbegroting van de GR Westrom (vanaf 2025) is de resultante en financiële weergave van de activiteiten zoals afgesproken bij de splitsing met ingang van 01-01-2025 en ziet er als volgt uit: Administratieve GR Westrom Loonkosten Wsw
Herziene Primaire Begroting Begroting 2025 2026
2027
2028
2029
-21.336.000
-19.980.000
-18.321.000
-16.936.000
-15.723.000
Kosten Begeleid Werken
-384.000
-346.000
-338.000
-340.000
-349.000
Overige Personele kosten Wsw
-989.000
-998.000
-956.000
-912.000
-877.000
Totale kosten Wsw
-22.709.000
-21.324.000
-19.615.000
-18.188.000
-16.949.000
Subsidies Wsw
22.145.000
21.114.000
20.012.000
18.790.000
17.997.000
Subsidieresultaat Wsw
-564.000
-210.000
397.000
602.000
1.048.000
Bijdrage Doon BV
-848.000
-957.000
-1.044.000
-740.000
-454.000
Algemene Kosten
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
Overige kosten GR
-898.000
-1.007.000
-1.094.000
-790.000
-504.000
Gemeentelijke Bijdrage (verdeelsleutel inwonersaantal ultimo 2016)
530.000
530.000
530.000
188.000
0
Gemeentelijke Bijdragen Wsw (verdeelsleutel aandeel loonkosten Wsw t-1)
336.000
283.000
167.000
0
0
Totaal Gemeentelijke Bijdragen
866.000
813.000
697.000
188.000
0
Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
-596.000
-404.000
0
0
544.000
Onttrekking bestemmingsreserves
596.000
404.000
0
0
0
0
0
0
0
544.000
Dotatie bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
Subsidieresultaat Wsw In het verleden zijn wij vaak verrast door onverwachte bijstellingen in het beschikbare budget voor de uitvoering van de Wsw. Deels komt dit door de complexe systematiek van het P-budget als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en deels door ondoorzichtige prognoses van het gemeentelijke budget op basis van het zogenoemde ‘blijfkansenmodel’. Van belang is ons te realiseren dat landelijke volumeontwikkelingen serieus van invloed zijn op het beschikbaar bedrag per standaardeenheid Wsw (SE). Deze effecten zijn verdisconteerd in de jaarlijkse circulaires (mei/september), waardoor het subsidiebedrag per SE zich de komende jaren gunstig ontwikkelt. Dit heeft een positief effect op het subsidieresultaat Wsw. Dit geldt voor iedere gemeente, ongeacht het aandeel in het landelijk budget. Sinds enkele jaren hebben wij de effecten van het gunstigere Wsw-subsidieresultaat zo reëel mogelijk in de begroting verwerkt, dit geldt ook voor de Primaire Begroting 2026. De subsidie uit de meest recente circulaire wordt door ons op het prijsniveau van het begrotingsjaar gebracht, door dezelfde indexering toe te passen die ook op de SW-loonkosten toegepast wordt. Als gevolg van deze systematiek verwachten wij geen grote bijstellingen in het gepresenteerde subsidieresultaat bij het bekend worden van toekomstige circulaires.
4
In bovenstaande meerjarenraming is te zien dat we verwachten dat het subsidieresultaat Wsw – na jarenlang negatief te zijn geweest – vanaf 2027 positief zal uitvallen. Dit betekent dat – uitgaande van het huidig subsidieregime – de subsidies Wsw voor het eerst hoger uitvallen dan de totale kosten van de doelgroep Wsw. Wel zien wij een risico t.a.v. de indexering van de loonkosten. Verwacht mag worden dat de vakbonden blijven vragen om hogere lonen gezien de lastige financiële situatie waarin veel van onze doelgroepmedewerkers zich bevinden. We hebben – met januari 2025 als basis - rekening gehouden met een indexatie van de SW-loonkosten van 1,5% in 2025 en 2,5% in 2026. Mochten de cao-afspraken hoger uitvallen, dan heeft dat een beperkt negatief effect op het subsidieresultaat, omdat de Wsw-subsidies ten opzichte van de begroting - naar verwachting - dan ook hoger uit zullen vallen. We gaan ervan uit dat het huidige Wsw-subsidieregime en de onderliggende berekeningssystematiek voor de komende jaren gehandhaafd blijft. Dit is een kanttekening die we hier willen plaatsen en een uitgangspunt dat we in de risicoparagraaf op willen nemen.
Indien (toekomstige) bezuinigingsmaatregelen door het Rijk, een verlaging van de Wsw-subsidie-uitkering tot gevolg mochten hebben, heeft dit - als vanzelfsprekend - direct consequenties op de geschetste hoogte van de gemeentelijke bijdragen om tot een sluitende begroting te komen. Er is in de Septembercirculaire 2024 aangekondigd dat er compensatie komt voor het wegvallen van het Lage Inkomensvoordeel vanaf 2025. Er is voor 2025 een bedrag van 19,8 mio toegezegd voor de totale Participatiewet, waarbij 13,4 mio is bedoeld voor de Wsw. Hiermee is in voorliggende Primaire Begroting geen rekening gehouden. Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Westrom
Marianne Smitsmans – Burhenne Voorzitter
Stefano Elias Secretaris
5
2. Beleidsbegroting 2.1 Programmaplan Normaliter worden in deze paragraaf de cijfers van de recentste begroting (PB2026) vergeleken met de begroting van het lopende jaar (HB2025) en de gerealiseerde cijfers uit de recentste jaarrekening (JR2024). Vanwege de overdracht van de uitvoeringsorganisatie van Westrom aan Doon heeft de GR Westrom vanaf 1 januari 2025 een andere inhoud, waardoor er in PB2026 geen vergelijking met de realisatie 2024 plaatsvindt Er is hier gekozen om naast de cijfers van Herziene Begroting 2025, de cijfers van Primaire Begroting 2026 te tonen, uitgaande van gelijkblijvende bedrijfsactiviteiten voor wat betreft de Wsw-dienstverlening behorend bij de GR Westrom vanaf 2025. 2.1.1
Baten en lasten
In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma vermeld. In de financiële begroting zijn deze baten en lasten verder gespecificeerd en toegelicht. Herziene Begroting 2025
Primaire Begroting 2026
Totaal baten
23.011.000
21.927.000
Totale lasten Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
-23.607.000
-22.331.000
-596.000
-404.000
596.000
404.000
0
0
Mutatie reserves Gerealiseerd / geraamd resultaat
2.1.2
Algemene dekkingsmiddelen
In onderstaande tabel zijn de inkomsten van de deelnemende gemeenten en het Rijk in beeld gebracht, zoals meegenomen in de begrotingen van de GR Westrom.
Rijksbijdrage Wsw Gemeentelijke bijdrage totaal
2.1.3
Herziene Begroting 2025
Primaire Begroting 2026
22.145.000
21.114.000
866.000
813.000
Overhead
De kosten van overhead ter uitvoering van het primaire proces van het programma zijn als volgt begroot:
Kosten van overhead
Herziene Begroting 2025
Primaire Begroting 2026
848.000
957.000
De kosten van de overhead bestaan in deze begroting uit de bijdrage van de GR Westrom aan Doon BV ter dekking van de uitvoering van de Wsw-taken door het reguliere personeel in het mensontwikkelbedrijf van de gemeente Roermond.
6
Deze bijdrage aan Doon BV is in de meerjarenbegroting uit Primaire Begroting 2026 tegen prijsniveau 2026 opgenomen (zie nadere toelichting in paragraaf 3.2 Grondslagen). 2.1.4
Vennootschapsbelasting
Het standpunt dat de Gemeenschappelijke Regeling Westrom inzake de vennootschapsbelasting inneemt, is dat er geen sprake is van een belastingplicht inzake de vennootschapsbelasting. In het verleden heeft het overleg hierover met de belastingdienst geleid tot de bevestiging dat Westrom een beroep kan doen op de subjectvrijstelling van artikel 5 (zgn. SW-vrijstelling). Westrom GR is vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Uitgangspunt is dat deze SW-vrijstelling nog steeds van toepassing is op de situatie van de GR Westrom vanaf 2025.
2.2 Paragrafen 2.2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bij het weerstandsvermogen wordt de mate bepaald waarin GR Westrom in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het om een beleidswijziging vraagt. Dit vermogen hangt af van de middelen waarover Westrom beschikt om niet begrote kosten te dekken en kent de onderdelen: • Weerstandscapaciteit • Risico’s • Weerstandscapaciteit versus risico’s • Kengetallen Weerstandscapaciteit Bij het beoordelen van mogelijke financiële gevolgen voor Westrom is het financiële weerstandsvermogen van belang. Dit betreft de vrij besteedbare reserves. Reserves waaraan door het algemeen bestuur een bestemming is gegeven worden hier niet in meegenomen. Nadat de Jaarrekening van de GR Westrom 2024 definitief is, zal de eindbalans van de GR Westrom opgesplitst worden in de posten die bestemd zijn voor de GR Westrom en voor Doon. Dit zijn dan – met terugwerkende kracht - respectievelijk de startbalansen van beide entiteiten voor het boekjaar 2025. Vanzelfsprekend zullen daarbij de afspraken van het onderhandelingsakkoord gerespecteerd worden. De GR Westrom start vanaf boekjaar 2025 met een transitiereserve van € 1.000.000. Deze reserve is onder andere bedoeld voor het egaliseren van fluctuaties in het gerealiseerd resultaat.
Na afloop van het boekjaar, wordt - middels een resultaatsbestemmingsbesluit – door het DB / AB bepaald hoe het positieve dan wel negatieve resultaat (administratief) verwerkt wordt. In voorliggende Primaire Begroting 2026 is deze transitiereserve ingezet ter verlaging van de toekomstige gemeentelijke bijdragen (met verdeelsleutel aandeel loonkosten Wsw (t-1)) in de begrotingsjaren t/m 2026. De prognose voor de stand van de reserves van de GR Westrom is als volgt:
7
Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027
Prognose 2028
Prognose 2029
Transitiereserve
1.000.000
404.000
0
0
0
Gerealiseerd / geraamd resultaat
-596.000
-404.000
0
0
544.000
Totaal
404.000
0
0
0
544.000
In bovenstaande prognose van de reserves is geen rekening gehouden met een dotatie aan de (bestemmings-) reserves in boekjaar 2025 vanuit het (resterend) positief resultaat uit boekjaar 2024, nadat de afspraken uit het onderhandelingsakkoord uitgevoerd zijn. Er dienen nieuwe afspraken gemaakt te worden over het gewenste maximale niveau van de (toekomstige) reservepositie van de GR Westrom. In 2025 zal hiertoe een besluit genomen worden door het DB/AB van Westrom, dat vervolgens in een (nieuwe of geactualiseerde) regeling verdeling baten en lasten van de GR Westrom vastgelegd zal worden. Risico’s Risico’s die de financiële positie van de GR Westrom kunnen beïnvloeden dienen in beeld te zijn. Hierbij gaat het om risico’s welke niet of nauwelijks in te schatten zijn of welke gezien het kostenaspect niet afgedekt kunnen worden. Risico’s die afgedekt zijn door middel van voorzieningen of verzekeringen vallen hier niet onder. Vanaf boekjaar 2025 zijn er – met uitzondering van de genoemde transitiereserve van € 1.000.000 – geen andere reserves. Deze transitiereserve dient gezien te worden als “start egalisatiereserve” bij aanvang van Doon BV en is bij het onderhandelingsakkoord vastgesteld. De volgende risico’s worden onderkend: • Inflatierisico Sinds enkele jaren bevinden we ons in onzekere tijden, waarin de inflatie-component onvoorspelbaar is.
Indien de indexatie in de realisatie (materieel) afwijkt van de gebudgetteerde indexaties (zie grondslagen), bestaat het risico dat met name de loonkosten van de doelgroep Wsw hoger uitvallen dan gebudgetteerd. Dit risico is niet in omvang te voorspellen, maar dient wel hier benoemd te worden. • Rijksbeleid De begroting laat naar de toekomst toe een (oplopend) overschot zien bij het subsidieresultaat Wsw bij ongewijzigd Rijksbeleid met betrekking tot de beschikking stelling van subsidiegelden Wsw. Dit beleid is mogelijk aan verandering onderhevig. Hiervoor nemen we – evenals in Primaire en Herziene Begroting 2025 - als financieel risico een bedrag van € 0,50 miljoen op. • Einde van compensatieregeling transitievergoeding De compensatie van de transitievergoeding wordt – zoals de kabinetsplannen er nu uitzien - vanaf juli 2026 beperkt tot kleine werkgevers (tot 25 werknemers). Dit betekent dat de GR Westrom deze compensatie dan misloopt. Op basis van het afgelopen jaar gaat het om een gemiddeld bedrag van ca. € 580.000 op jaarbasis, dus een risico van ca. € 0,30 miljoen in het jaar 2026.
8
• Omzetbelasting en loonheffing Westrom heeft sinds enkele jaren een Tax Control Framework en een bijbehorend monitoringplan, waarbij onder andere (fiscale) risico’s met betrekking tot de omzetbelasting en de loonheffing tot de aandachtspunten behoren. Vanaf februari 2023 heeft Westrom het horizontaal toezicht convenant met de belastingdienst voor een periode van drie jaar kunnen verlengen. Onduidelijk is of dit horizontaal toezicht bij de gewijzigde bedrijfsomstandigheden voor de GR Westrom vanaf 2025 zal blijven bestaan. Dit dient nog nader afgestemd te worden met de belastingdienst. Uit recent afstemoverleg met de belastingdienst in het kader van horizontaal toezicht is gebleken dat de kans bestaat dat bepaalde financiële stromen in de nieuwe situatie (vanaf 2025) fiscaal anders behandeld moeten worden. Vanaf 2025 worden er door de GR Westrom geen belaste prestaties meer verricht, waardoor de in rekening gebrachte voorbelasting (BTW) niet meer gecompenseerd/verrekend kan worden met de af te dragen BTW over de uitgaande factuurstromen. Om dit kostenverhogend effect te elimineren is begin februari 2025 bij de belastingdienst het verzoek voor toepassing van de transparantiemethode vanaf 2025 voor de GR Westrom ingediend.
Deze methode regelt dat de voorbelasting die aan het samenwerkingsverband in rekening wordt gebracht, mag worden doorgeschoven naar de deelnemers (de vijf gemeenten). Het risico bestaat dat de belastingdienst niet akkoord gaat met dit ingediend verzoek. Indien dit het geval is zullen de btw-posten van de inkomende factuurstromen als kostenpost blijven hangen binnen de GR Westrom. Op basis van PB2026 betreft dit ca. 21% over € 2.065.000 (overige personele kosten Wsw + algemene kosten + bijdrage bedrijfsvoering Doon BV) = ca. € 434.000, dus afgerond een bedrag van € 0,40 miljoen. Het advies is en blijft om bij twijfel, onduidelijkheid of nieuwe (financiële) stromen afstemming te zoeken met de fiscalist van de accountantsdienst en/of rechtstreeks met de belastingdienst over de fiscale behandeling. Het totaal van de gekwantificeerde risico’s bedraagt in 2026 maximaal € 1,20 miljoen vanwege bovengenoemde inflatierisico’s, mogelijk tegenvallende Wsw-subsidie, het einde van de compensatieregeling transitievergoeding en het met de overname samenhangend risico van gewijzigde fiscale behandeling. Weerstandscapaciteit versus risico’s Uit de boven aangegeven risicoanalyse blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2026 onvoldoende is om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. Kengetallen Onderstaande (balans-)kengetallen kunnen pas opgesteld worden, zodra er een beginbalans bekend is.
Dit zal naar verwachting medio 2025 zijn, waardoor deze kengetallen in deze Primaire Begroting 2026 niet gekwantificeerd zijn. • Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze quote wordt berekend door de vaste schulden, de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva op te tellen en de financiële vaste activa (exclusief deelnemingen), uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en de overlopende activa ervan af te trekken. Het resultaat wordt gedeeld door het gerealiseerde totaal saldo van de baten. Een netto-schuldquote van 100% betekent dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet. 9
• Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre Westrom de financiële verplichtingen (betalingen) aan verschaffers van vreemd vermogen (leningen) kan nakomen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal van alle activa. • Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan welke structurele ruimte de organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
Beoordeling verhouding kengetallen ten opzichte van de financiële positie Een beoordeling van de kengetallen ten opzichte van de financiële positie, volgt in volgende begrotingen, zodra de balansstanden van de GR bekend zijn. 2.2.2.
Financiering
Treasury beleid Op 1 juli 2011 heeft het algemeen bestuur het Treasury statuut vastgesteld. Dit statuut geeft de kaders aan waarbinnen Westrom het financieringsbeleid uitvoert en met voorkomende financieringsrisico’s omgaat 1. Ontwikkeling De liquiditeitspositie van Westrom GR zal in 2025 opnieuw bepaald worden. Na afronding en vaststelling van de eindbalans van Westrom GR over boekjaar 2024, zullen de balansposten gesplitst worden over de twee entiteiten, waarbij dus ook de beginbalans 2025 van de GR Westrom inzichtelijk wordt. Om in een eventuele liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien bestaat een rekeningcourant-overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten. Risicobeheer Het renterisico kent de begrippen kasgeldlimiet en rente-risiconorm. • Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet dient om de risico’s van korte termijnschulden te beperken en grote fluctuaties in de rentelasten te vermijden. Daartoe wordt de werkelijke vlottende schuld getoetst aan een percentage van de omvang van de lasten. Dit percentage (8,20%) is per ministeriële regeling vastgesteld. Deze tabel volgt in volgende begrotingen, zodra balansinformatie bekend is.
1
De kaders die hieraan ten grondslag liggen zijn vastgelegd in de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden en RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden).
10
• Rente-risiconorm De renterisiconorm dient om de risico’s van de lange termijnschuld te beperken door spreiding van de looptijden van leningen. Hierdoor werken veranderingen in de rente vertraagd door op de rentelasten. In een jaar mogen de herfinancieringen als gevolg van aflossingen en renteherziening gezamenlijk niet meer dan 20% van het begrotingstotaal per 1 januari bedragen. De norm wordt berekend door dit percentage te nemen van de totale vaste schuld per 31-12. Dit percentage is per ministeriële regeling vastgesteld. De renterisiconorm wordt bepaald wordt door de stand van de vaste schulden per 31-12 te vermenigvuldigen met een ministerieel vastgesteld rentepercentage (hier: 20%), waarbij de ondergrens van de renterisico-norm € 2.500 bedraagt. Er is bij GR Westrom geen sprake van een renterisico op vaste schuld, waardoor deze ondergrens van de renterisico-norm à € 2.500 niet overschreden wordt. 2.2.3.
Bedrijfsvoering
De GR Westrom omvat vanaf 2025 kort samengevat, de dienstverbanden van de doelgroep Wsw. Conform afspraak blijven o.a. de loonkosten Wsw, de rijkssubsidie Wsw en de personeelsgerelateerde kosten m.b.t. de doelgroep Wsw in de begroting van de GR. De Gemeentelijke Bijdragen blijven als sluitpost fungeren om de begroting van deze entiteit resultaatsneutraal uit te laten komen. Alle overige bedrijfsactiviteiten van de GR Westrom zijn vanaf 2025 – middels overgang van onderneming - overgegaan naar de besloten vennootschap Doon. De GR Westrom draagt middels een bijdrage bij in de kosten van de bedrijfsvoering voor de Wsw-doelgroep, die door Doon uitgevoerd wordt. 2.2.4.
Verbonden partijen
Stichtingen Aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom zijn twee stichtingen gelieerd. Het dagelijks bestuur van Westrom vormt het bestuur van deze stichtingen. • De Stichting Bevordering Werkgelegenheid, Roermond Deze in 1990 opgerichte stichting is in het leven geroepen om private en publieke middelen gescheiden te houden. Via deze stichting kan (tijdelijk) personeel op basis van het Burgerlijk Wetboek worden aangetrokken. Daarnaast kan deze stichting projecten ondersteunen die de werkgelegenheid bij Westrom kunnen bevorderen. Stichting Bevordering Werkgelegenheid Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2024
ultimo 2024 €0 € 233.697
ultimo 2023 € 107.081 € 259.135
-€ 107.081
Het resultaat van SBW in 2024 valt weg tegen het eigen vermogen in de stichting en is als incidentele baten verantwoord in Westrom GR.
11
• De Stichting Baanmobiel, Roermond Deze in 1997 opgerichte stichting is in 2001 aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom gelieerd. De stichting vervult louter de rol van formeel werkgever voor de PW-ers die na 18 juni 2017 een arbeidsovereenkomst hebben gekregen. Stichting Baanmobiel Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2024
ultimo 2024 €0 €0
ultimo 2023 € 4.474 €0
-€ 4.474
Het resultaat van SBM in 2024 valt weg tegen het eigen vermogen in de stichting en is als incidentele baten verantwoord in Westrom GR. Bovenstaande stichtingen zullen medio 2025 opgeheven worden, nadat de formele besluitvorming hiertoe heeft plaatsgevonden. Besloten Vennootschappen De Gemeenschappelijke Regeling Westrom is 100% aandeelhouder van Westrom Holding BV. • Westrom Holding BV, Roermond Met instemming van de raden van de deelnemende gemeenten en onder goedkeuring van het College van Gedeputeerde Staten van Limburg heeft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom op 24 juni 2010 de besloten vennootschap Westrom Holding opgericht. Westrom Holding BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2024
ultimo 2024 € 89.743 €0
ultimo 2023 € 89.956 €0
-€ 214
Westrom Holding BV zal medio 2025 – middels een laatste dividenduitkering aan Westrom GR opgeheven worden, nadat de formele besluitvorming hiertoe heeft plaatsgevonden.
12
3.
Financiële begroting 3.1 Baten en lasten In deze paragraaf worden de cijfers van de recentste begroting (PB2026) vergeleken met de begroting van het lopende jaar (HB2025). Vanwege de overdracht van de uitvoeringsorganisatie van Westrom aan het Doon heeft de GR Westrom vanaf 1 januari 2025 een andere inhoud, waardoor er in PB2026 geen vergelijking met de realisatie uit de jaarrekening 2024 plaatsvindt.
Het overzicht baten en lasten voor de GR Westrom in het jaar 2025 (HB2025) en het jaar 2026 (PB2026) is als volgt:
Administratieve GR Westrom Loonkosten Wsw
Herziene Primaire Begroting Begroting 2025 2026 -21.336.000
-19.980.000
Kosten Begeleid Werken
-384.000
-346.000
Overige Personele kosten Wsw
-989.000
-998.000
Totale kosten Wsw
-22.709.000
-21.324.000
Subsidies Wsw
22.145.000
21.114.000
Subsidieresultaat Wsw
-564.000
-210.000
Bijdrage Doon BV
-848.000
-957.000
Algemene Kosten
-50.000
-50.000
Overige kosten GR
-898.000
-1.007.000
Gemeentelijke Bijdrage (verdeelsleutel inwonersaantal ultimo 2016)
530.000
530.000
Gemeentelijke Bijdragen Wsw (verdeelsleutel aandeel loonkosten Wsw t-1)
336.000
283.000
Totaal Gemeentelijke Bijdragen
866.000
813.000
Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
-596.000
-404.000
Onttrekking bestemmingsreserves
596.000
404.000
0
0
Dotatie bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
13
3.2 Grondslagen Onderstaande uitgangspunten - waarop de primaire begroting van de GR Westrom 2026 is gebaseerd zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten: •
•
•
•
•
•
•
De aantallen van de Wsw-doelgroep zijn gebaseerd op de Wsw-medewerkers van de vijf deelnemende gemeenten (Echt-Susteren / Leudal / Maasgouw / Roerdalen en Roermond). Het verloop t/m 2029 van de Wsw-doelgroep is gebaseerd op het bekend natuurlijk verloop (AOWleeftijd) inclusief jaarlijks 2% additioneel onbekend verloop (bijv. sterfte). Uitgangspunt voor 2026 is een realisatie van gemiddeld circa 464 fte’s arbeidsovereenkomsten Wsw en de realisatie van gemiddeld circa 20 fte’s Begeleid Werken; Zowel de loonkosten Wsw als de rijkssubsidie Wsw worden gebudgetteerd op basis van een prognose prijspeil 2026. Dit betekent dat we de loonkosten van de Wsw-doelgroep op basis van realisatie januari 2025 indexeren met 1,5% in 2025 en 2,5% in 2026. De basis voor de rijkssubsidie Wsw is de Septembercirculaire 2024, waarbij ook een indexatie van 1,5% (voor het jaar 2025) en 2,5% (voor het jaar 2026) aangehouden wordt als prognose voor 2026. Voor alle duidelijkheid, de overige begrotingsjaren (hier: 2027 t/m 2029) worden eveneens op prijspeil 2026 gehouden. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) vervalt met ingang van 2025. Dit nadeel wordt voor de doelgroep Wsw gecompenseerd via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw. Deze post is niet meegenomen in deze primaire begroting omdat de hoogte ervan pas bekend wordt bij verschijning van de Meicirculaire 2025.
Een DVO-bijdrage van de GR Westrom aan Doon is, op basis van het onderhandelingsakkoord, gebaseerd op het prijspeil 2024. Om op prijspeil 2026 uit te komen, is voor 2025 een indexatie meegenomen is van 4,7 % (gebaseerd op CPB-raming van september 2024 - Loonvoet Sector Overheid prognose voor 2025) en voor 2026 een indexatie meegenomen van 2,0% (gebaseerd op CPB-raming van februari 2025 - Loonvoet Sector Overheid prognose voor 2026). De toekomstige bijdragen aan Doon BV zijn in deze primaire begroting 2026 eveneens op prijspeil 2026 gehouden (dus nog geen indexatie van bedragen voor de jaren 2027 t/m 2029). Een vaste gemeentelijke bijdrage van € 530.000 voor de infrastructuur. Dit is de “oude huisvestingsbijdrage” die – conform de verdeling Baten en Lasten - doorloopt tot 1 april 2028 (= einddatum huur pand De Hanze). De (bevroren) verdeelsleutel van deze gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op het inwonersaantal per gemeente per ultimo 2016. Een fluctuerende gemeentelijke bijdrage in het jaar 2026 van € 283.000 ter dekking van het (begroot) exploitatietekort. De verdeelsleutel naar de gemeenten van deze gemeentelijke bijdrage is het relatieve aandeel in de Wsw-loonkosten van het voorbije jaar (t-1).
De (beschikbare) transitiereserve per 1-1-2025 wordt in de begrotingsjaren 2025 t/m 2026 geheel (voor € 1.000.000) ingezet voor de verlaging van de jaarlijks fluctuerende gemeentelijke bijdrage. Dit komt naar voren uit de vermelde post “Onttrekking bestemmingsreserves”.
14
3.3 Toelichting baten en lasten Loonkosten Wsw De loonkosten in deze begroting bestaan uitsluitend uit de loonkosten van de doelgroep Wsw van de vijf deelnemende gemeenten. Kosten Begeleid Werken Dit is het aandeel van de rijkssubsidie Wsw dat doorgesluisd wordt naar de externe werkgever waar de Begeleid Werker in dienst is. Overige Personele kosten Wsw Dit zijn kosten die - voor een groot deel - rechtstreeks verband houden met de aantallen uit de doelgroep Wsw. De geprognotiseerde afloop (o.b.v. begroot verloop Wsw-doelgroep) van deze kostenpost is in deze primaire begroting 2026 meegenomen en zal jaarlijks worden geactualiseerd. Incidentele posten (mogelijkerwijs) voortvloeiend uit wet- en regelgeving (bijv. CAO Wet Sociale Werkvoorziening) zijn hierin niet voorzien. De belangrijkste posten zijn kosten arbodienst, reiskosten woon-/werkverkeer of collectief vervoer en opleidingskosten. Financiële verwerking i.v.m. beperking administratieve lasten in GR Westrom: Aangezien de opdrachtverstrekking en uitvoering van deze kosten plaatsvindt door het regulier personeel in Doon, worden deze kosten in eerste instantie geboekt binnen Doon met dimensie doelgroep Wsw. Maandelijks wordt het totaal van deze personeel gerelateerde kosten van de doelgroep Wsw (inclusief bijbehorende BTW-behandeling) doorbelast aan de GR Westrom.
Subsidies De subsidies in Westrom GR bestaan vanaf 2026 uitsluitend uit de door de gemeenten doorbetaalde Rijkssubsidie Wsw. De hoogte hiervan wordt jaarlijks vastgelegd in de Mei- en/of de Septembercirculaire. Bijdrage Doon De bijdrage Doon bestaat uit het aantal gebudgetteerde Wsw-Fte’s * het bijdragebedrag per FTE (uit het onderhandelingsakkoord tegen prijspeil 2024) verhoogd naar prijspeil 2026. In de primaire begroting 2026 is dit bedrag voor het jaar 2026 vastgesteld op: 484 Fte’s * € 1.850 per FTE (tegen prijspeil 2024) * 1,047 (indexatie CPB-loonvoet sector Overheid 2025 uit September 2024) * 1,02 (indexatie CPB-loonvoet sector Overheid 2026 uit Februari 2025) is afgerond € 957.000. Algemene kosten Er is een stelpost van € 50.000 begroot voor algemene kosten behorend bij Westrom GR vanaf 2026 (o.a. accountantskosten en/of bankkosten). Gemeentelijke bijdrage De totale gemeentelijke bijdrage Wsw bestaat – evenals voorheen - voor de GR Westrom vanaf 2026 uit twee posten. Enerzijds is er een vaste gemeentelijke bijdrage, die doorloopt zolang het huurcontract van Pand De Hanze loopt (tot 1 april 2028). Anderzijds is er een overige gemeentelijke bijdrage ter dekking van het gebudgetteerde exploitatietekort van de GR Westrom (= sluitpost) in het jaar 2026. De verdeelsleutels van deze Gemeentelijke bijdragen zijn nader toegelicht bij de grondslagen.
15
3.4 Financiële positie 3.4.1. EMU-saldo Het exploitatiesaldo (i.e. het saldo van de rekening van baten en lasten) waar decentrale overheden mee werken is een saldo in “baten-lasten” termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo vanuit het exploitatiesaldo van gemeenten te berekenen moeten correcties worden doorgevoerd. Enerzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor lasten en baten die geen transacties met derden betreffen, zoals afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen. Dit zijn immers lasten die niet tot daadwerkelijke uitgaven leiden. Deze worden dus verwijderd. Anderzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor transacties met derden die niet in de exploitatie zijn opgenomen, zoals investeringen in de (im-)materiële vaste activa die direct op de balans worden geactiveerd en/of mutaties in de voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen. Deze worden toegevoegd. Vanwege de overdracht van de uitvoeringsorganisatie van de GR Westrom aan Doon Roermond BV per 1 januari, zal GR Westrom vanaf 2025 starten met een nieuwe openingsbalans per 1-1-2025. Daarom wordt het EMU-saldo (incl. prognose voor de toekomst) in deze begroting niet weergegeven.
EMU-norm Volgens het Groei- en Stabiliteitspact voor euro-voerende landen mag het tekort van de overheid niet boven 3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de schuld van de overheid niet boven 60% van het bbp uitkomen. Is dit wel het geval dan moet de overheid inspanningen verrichten om het tekort en/of de schuld te verlagen. Wanneer het EMU-saldo > € 0 is, is de GR Westrom geen onderdeel van het landelijk tekort. 3.4.2. Verplichtingen jaarlijks terugkerende arbeidskosten Volgens de voorschriften van het BBV dient aandacht besteed te worden aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In dit kader volgt hier een opsomming van de niet uit de balans blijkende jaarlijkse verplichtingen voor wat betreft vakantiegeld en vakantiedagen voor de doelgroep Wsw. Wsw-medewerkers. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's
Realisatie 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Vakantiegeld
787.316
779.000
716.000
Vakantiedagen
1.472.196
1.456.000
1.339.000
Totaal
2.259.512
2.235.000
2.055.000
De vakantiedagen zijn in bovenstaande tabel gewaardeerd tegen de gemiddelde loonkosten per uur. 3.4.3.
Verloop Vaste activa
GR Westrom heeft vanaf 2025 geen vaste activa als balanspost. 3.4.4.
Verloop Financiering
Er is geen sprake van vreemd vermogen bij de GR Westrom
16
3.4.5.
Ontwikkeling eigen vermogen
Transitiereserve Conform afspraak zal de GR Westrom vanaf 2025 starten met € 1.000.000 transitiereserve op de openingsbalans. Stand per 31 december 2024 2025: Stand per 31 december 2025 2026: Stand per 31 december 2026
-/-/-
€ € € € €
1.000.000 596.000 404.000 404.000 0
Aangezien er voor de resterende GR Westrom vanaf 2025 nieuwe bedrijfsregelingen opgesteld dienen te worden, zal voor de toekomst bepaald worden of (en tot welke maximale hoogte) er nog overige reserves gevormd zullen worden. De tabel van het (geprognotiseerd) verloop van het eigen vermogen voor wat betreft de meerjarenraming (2026 t/m 2028) volgt in latere begrotingen.
3.5 Meerjarenraming De meerjarenraming voor de GR Westrom ziet er als volgt uit:
Administratieve GR Westrom Loonkosten Wsw
Primaire Begroting 2026
2027
2028
2029
-19.980.000
-18.321.000
-16.936.000
-15.723.000
Kosten Begeleid Werken
-346.000
-338.000
-340.000
-349.000
Overige Personele kosten Wsw
-998.000
-956.000
-912.000
-877.000
Totale kosten Wsw
-21.324.000
-19.615.000
-18.188.000
-16.949.000
Subsidies Wsw
21.114.000
20.012.000
18.790.000
17.997.000
Subsidieresultaat Wsw
-210.000
397.000
602.000
1.048.000
Bijdrage Doon BV
-957.000
-1.044.000
-740.000
-454.000
Algemene Kosten
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
Overige kosten GR
-1.007.000
-1.094.000
-790.000
-504.000
Gemeentelijke Bijdrage (verdeelsleutel inwonersaantal ultimo 2016)
530.000
530.000
188.000
0
Gemeentelijke Bijdragen Wsw (verdeelsleutel aandeel loonkosten Wsw t-1)
283.000
167.000
0
0
Totaal Gemeentelijke Bijdragen
813.000
697.000
188.000
0
Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
-404.000
0
0
544.000
Onttrekking bestemmingsreserves
404.000
0
0
0
0
0
0
544.000
Dotatie bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
De grondslagen zijn benoemd in paragraaf 3.2 en zie voor een nadere toelichting van de definities en begrippen van het overzicht baten en lasten paragraaf 3.3. 17
4 Bijlagen 4.1 Gemeentelijke tabellen De volgende tabellen geven inzichten, onderverdeeld naar gemeenten. 4.1.1.
Totale gemeentelijke bijdrage per gemeente
2026
2027
2028
2029
Echt-Susteren
144.418
125.490
35.275
-
Leudal
152.661
136.341
39.799
-
Maasgouw
104.058
92.512
26.350
-
Roerdalen
98.336
84.459
22.935
-
Roermond
313.526
258.198
63.642
-
Totaal
813.000
697.000
188.000
-
Conform de regeling Verdeling Baten en Lasten van Westrom wordt het vaste aandeel van de gemeentelijke bijdrage à € 530.000 verdeeld conform een vaste verdeelsleutel (inwoners per gemeente peildatum 1-1-2017 = eind 2016). De resterende (fluctuerende) gemeentelijk bijdrage die als sluitpost van de begroting geldt, wordt verdeeld naar rato van de loonsom Wsw-ers van het voorbije jaar (t-1). 4.1.2.
Prognose FTE Wsw inclusief Begeleid Werken per gemeente 2026
2027
2028
2029
Echt-Susteren
74,0
67,5
61,5
53,9
Leudal
71,1
65,2
61,7
56,9
Maasgouw
52,7
49,7
44,8
42,2
Roerdalen
63,0
59,1
56,6
55,2
Roermond
223,6
202,8
189,0
177,8
Totaal
484,3
444,3
413,7
386,1
4.1.3.
Bijdrage ten behoeve van financiering Wsw uit participatiebudget per gemeente
2026
2027
2028
2029
Echt-Susteren
3.060.000
2.910.000
2.651.000
2.442.000
Leudal
3.005.000
2.845.000
2.728.000
2.563.000
Maasgouw Roerdalen Roermond
2.263.000
2.201.000
2.006.000
1.943.000
2.684.000
2.569.000
2.506.000
2.520.000
10.102.000
9.487.000
8.899.000
8.529.000
Totaal
21.114.000
20.012.000
18.790.000
17.997.000
De Rijkssubsidie Wsw is - met als basis Septembercirculaire 2024 - naar prijspeil 2026 (= +/+ 1,5% in 2025 en +/+ 2,5% in 2026 conform aanname indexatie Wsw-loonkosten in PB2026) gebracht.
18
4.1.4.
Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld.
Taakveld
Benaming
0.4
Overhead
0.7 0.10 6.4
Lasten 2026
Baten 2026
-957.000
0
Algemene uitkering
0
21.927.000
Mutaties reserves
0
404.000
Begeleide participatie
-21.374.000
0
Totalen
-22.331.000
22.331.000
Saldo
0
19
Totaal structurele lasten Totaal structurele baten Structurele baten - structurele lasten
-22.331.000 22.331.000 0
0 404.000 0
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamd resultaat
20.970.000
Saldo van diverse
-404.000
21.927.000 0 0 0 21.927.000
Baten algemeen dekkingsmiddel Baten overhead Baten vennootschapsbelasting Baten onvoorzien Totaal baten diverse
Totale saldo van baten en lasten van de programma's en diverse
0 -957.000 0 0 -957.000
Lasten algemeen dekkingsmiddel Lasten overhead Lasten vennootschapsbelasting Lasten onvoorzien Totaal lasten diverse
-21.374.000
0
Totaal baten programma's
Saldo van baten en lasten programma's
0
-21.374.000
Totaal lasten programma's
Baten programma
-21.374.000
totaal
Lasten programma
Recapitulatie begrotingsevenwicht
0 404.000 404.000
404.000 404.000
0
0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0
0
0
0
0
-22.331.000 21.927.000 -404.000
-404.000
-404.000
20.970.000
21.927.000 0 0 0 21.927.000
0 -957.000 0 0 -957.000
-21.374.000
0
0
-21.374.000
-21.374.000
Begroting 2026 waarvan: incidenteel structureel
-20.709.000 20.709.000 0
0 0 0
0
19.665.000
20.709.000 0 0 0 20.709.000
0 -1.044.000 0 0 -1.044.000
-19.665.000
0
0
-19.665.000
-19.665.000
totaal
0 0 0
0 0
0
0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0
0
0
0
0
-20.709.000 20.709.000 0
0
0
19.665.000
20.709.000 0 0 0 20.709.000
0 -1.044.000 0 0 -1.044.000
-19.665.000
0
0
-19.665.000
-19.665.000
Begroting 2027 waarvan: incidenteel structureel
-18.978.000 18.978.000 0
0 0 0
0
18.238.000
18.978.000 0 0 0 18.978.000
0 -740.000 0 0 -740.000
-18.238.000
0
0
-18.238.000
-18.238.000
totaal
0 0 0
0 0
0
0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0
0
0
0
0
-18.978.000 18.978.000 0
0
0
18.238.000
18.978.000 0 0 0 18.978.000
0 -740.000 0 0 -740.000
-18.238.000
0
0
-18.238.000
-18.238.000
Begroting 2028 waarvan: incidenteel structureel
-17.453.000 17.997.000 544.000
0 0 544.000
544.000
17.543.000
17.997.000 0 0 0 17.997.000
0 -454.000 0 0 -454.000
-16.999.000
0
0
-16.999.000
-16.999.000
totaal
0 0 0
0
0
0
0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0
0
0
0
0
-17.453.000 17.997.000 544.000
544.000
544.000
17.543.000
17.997.000 0 0 0 17.997.000
0 -454.000 0 0 -454.000
-16.999.000
0
0
-16.999.000
-16.999.000
Begroting 2029 waarvan: incidenteel structureel
4.1.5. Overzicht recapitulatie van het structureel en reëel evenwicht
20
4.2. Overig Overzicht gebruikte afkortingen BBV BuW Fte PW Wsw
-
Besluit Begroting en Verantwoording Beschut werk Fulltime equivalent Participatiewet Wet sociale werkvoorziening
21