Concept Jaarrek RD Maasland 2023
Tekst van het document
28
Jaarstukken 2023
Reserves (x € 1.000)
2021
2022
2023
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Norm Min/max
Alg.Res. overheid
285/575
385
385
385
Alg.Res. zakelijk
270/540
230
254
255
Bestem. Reserve
399
399
399
Desintegratiereserve P & M
249
0
0
(On)bestemd Resultaat
-275
-226
129
Totale Reserves
987
812
1.168
Voorzieningen
145*
243*
272*
Waarvan dub.deb.*
0
0
0
*Let op: de voorziening dubieuze debiteuren wordt in de balans in mindering gebracht bij de post debiteuren. Zie hierbij ook bladzijde 38,44 en 47.
Uit onderstaande tabel blijkt wat de invloed van het verwerken van het voorstel voor resultaatbestemming 2023 heeft op de Algemene Reserves: Reserves (x € 1.000)
Verwerking Voorstel Saldo na Saldo voor Resultaatbestemming Resultaatbestemming Resultaatbestemming
Alg.Res. overheid
385
164
549
Alg.Res. zakelijk
254
10
264
(On)bestemd Resultaat
129
129*
0
*Negatieve resultaten van programma 1, 2 en 3 zullen conform voorstel worden afgerekend met de gemeenten
29
Jaarstukken 2023
2.2.
Financiële Kengetallen
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten enkele Financiële Kengetallen worden opgenomen; ze zijn in deze paragraaf vermeld. RD Maasland stuurt zelf niet op deze kengetallen en ontwikkelt er dus geen beleid voor. De Provincie geeft aan dat zij geen handreiking voor adequate betekenisgeving en beoordeling van de kengetallen kan doen, noch dat er eensluidende normen voor bestaan of dat zij normen zou opleggen. Desalniettemin is hieronder een zo goed mogelijke invulling gegeven aan elk kengetal, aan de hand waarvan door RD Maasland de Kengetallen kunnen worden beoordeeld, en de gerealiseerde waarden en ontwikkeling daarin kunnen worden verklaard. De voor de berekening van de kengetallen benodigde tabellen zijn opgenomen in de Bijlagen.
2.2.a. Netto Schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Bedacht moet worden dat dit kengetal wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Netto 2020 2021 2022 2023 Schuldquote in % Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie < 130 % 52 % 56 % 63 % 55% De Netto Schuldquote beweegt zich bij RD Maasland op een niveau van 50 à 63 % en bevindt zich dus ruimschoots binnen de VNG-norm. NB: BBV schrijft ook het kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” voor, echter bij RD is geen sprake van “verstrekte leningen”.
2.2.b. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen reserves (zie onder 1.) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2020 Realisatie 16 %
2021 Realisatie 11 %
2022 Realisatie 8%
2023 Realisatie 13%
De beweging van deze ratio staat sterk onder invloed van de afloop van de desintegratievergoeding van Peel en Maas (uitgeput per 31-12-2022).
30
Jaarstukken 2023
2.2.c. Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.
Structurele Exploitatieruimte
2020
2021
2022
2023
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Realisatie
5%
0%
0%
4%
in % Progr 1 2 3: > 0%
Bij RD Maasland schommelt dit saldo normaal rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten.
2.2.d. EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd.
Voor RD Maasland zien de EMU-saldi er als volgt uit: EMU-saldo (x € 1.000) Norm n.v.t.
2020 Realisatie -194
2021 Realisatie -979
2022 Realisatie -312
2023 Realisatie 4
Zichtbaar is dat het EMU-saldo van het ene op het andere jaar aanzienlijk op en neer beweegt, de ene keer positief, de andere keer negatief. Met name het investerings(volume)-patroon, de desintegratievergoeding die als opbrengst is ingeboekt en het resultaat zijn hier debet aan. 31
Jaarstukken 2023
Investeringen (x € 1.000)
2020 Realisatie 689
2021 Realisatie 1.519
2022 Realisatie 942
2023 Realisatie 896
Investeringen zijn in de berekening van het EMU-saldo een aftrekpost. Aangezien alle andere posten (met name: exploitatiesaldo en afschrijvingen) redelijk constant zijn, bepaalt het wisselend volume van investeringen mede het verloop van het EMU-saldo. Overigens zou het beeld minder wisselend zijn wanneer er sprake zou zijn van een zgn. ideaalcomplex: een evenwichtige “leeftijdsverdeling” van de activa, waardoor het bedrag aan investeringen in elk jaar ongeveer zo groot is als de afschrijvingen. Voor 2021 en 2022 geldt dat er ten opzichte van het verleden meer investeringen zijn gedaan in de aanloop naar het nieuw beleid.
2.2.e. Conclusies o.b.v. Financiële Kengetallen Zoals in de inleiding van deze paragraaf 2.2 vermeld dienen conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in Jaarstukken en Begroting financiële kengetallen te worden opgenomen. Twee daarvan (te weten: Grondexploitatie en Belastingcapaciteit) zijn voor RD Maasland niet van toepassing. De andere drie (Netto Schuldquote, Solvabiliteit en Structurele Exploitatieruimte) zijn in de voorgaande paragrafen opgenomen en voorzien van een toelichting. De algehele conclusie op basis daarvan is dat RD Maasland een financieel gezonde positie heeft (en dat die ook in stand blijft, zie de Begroting). Aandachtspunt is de hoogte van de Algemene Reserve, welke net boven het gewenste niveau ligt, en een drukkend effect op de solvabiliteit heeft. Tijdelijk overigens worden de kengetallen sterk beïnvloed door de Desintegratie Reserve a.g.v. de uittreding van Peel & Maas. De solvabiliteit zal de komende jaren bij gelijkblijvend beleid zakken beneden de 15%, dit mede omdat in 2022 de laatste onttrekking plaats vindt uit de Desintegratie Reserve. Het is voorts aan het Bestuur om te bepalen welk beleid voor de toekomst zal worden ontwikkeld.
32
Jaarstukken 2023
2.3.
Onderhoud Kapitaalgoederen
In deze paragraaf worden de bedragen die worden uitgegeven aan het verkrijgen / vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen toegelicht. Voor RD Maasland betreft dit: a. Gebouwen b. Voertuigen c. Milieupark Kapitaalgoederen (x € 1.000)
2020 Realisatie
2021 Realisatie
2022 Realisatie
2023 Realisatie
Gebouwen -Vervanging -Onderhoud
6 10
0 7
0 9
0 9
489 166
593 184
316 166
594 377
0 15
0 14
0 13
0 3
Voertuigen -Vervanging -Onderhoud
Milieupark -Vervanging -Onderhoud
Voor elk van de drie categorieën is een financiële planning opgesteld. De vervanging vindt plaats na het verstrijken van de economische en/of technische levensduur. De in de tabel genoemde bedragen worden verwerkt in de begroting.
33
Jaarstukken 2023
2.4.
Financiering
2.4.a. Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
2.4.b. Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
2.4.c. Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt. Renterisico (x € 1.000) Toegest. Renterisico Renterisico Ruimte
2020 Realisatie 1.637 742 895
2021 Realisatie 1.825 763 1.062
2022 Realisatie 1.988 608 1.380
2023 Realisatie 2.071 730 1.341
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
2.4.d. Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven. Kasgeldlimiet (x € 1.000) Toegest. kasgeld Netto vl schuld Ruimte
2020 Realisatie 343 -/- 526 869
2021 Realisatie 374 -/- 1.624 1.998
2022 Realisatie 399 -/- 1.767 2.166
2023 Realisatie 471 318 153
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet.
34
Jaarstukken 2023
2.5.
Risicobeheersing
2.5.a. Reguliere Risico’s De meest voorkomende risico’s en te verwachten gebeurtenissen, alsmede de maatregelen om de effecten ervan te beheersen, zijn beschreven in paragraaf 2.1 en 2.4.
2.5.b. Niet-reguliere Risico’s Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik. RD Maasland heeft in 2018 en 2019 een risico-inventarisatie-sessie opgesteld, waarmee deze risico’s zo goed mogelijk in kaart zijn gebracht. Daarbij is tevens vastgesteld welke maatregelen zijn te nemen om de gevolgen ervan zo beperkt mogelijk te doen zijn. Deze exercitie dient jaarlijks te worden herhaald. De meest majeure risico’s zijn momenteel: 2023: - Dienstenpakket Programma twee ( vegen en kolkenzuigen ) is relatief duur, uitbreiding noodzakelijk; - Extra (financiele) inspanningen benodigd om VANG-doelstellingen te halen; - Leeftijdsopbouw personeel; - Externe kostenstijgingen en inflatie; - Kwetsbaarheid (digitaal) archief; - De gehele financiële afwikkeling van het PMD verpakkingengebeuren tot en met 2021;
2.6.
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en / of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig.
35
Jaarstukken 2023
2.7.
Personeel & Organisatie
Arbeidsvoorwaarden De CAO SGO kende een looptijd van 2 januari 2023 tot en met 31 december 2023. De schaalbedragen zijn met terugwerkende kracht per 2 januari 2023 verhoogd met een bedrag van € 240,00 en vervolgens met 2%. Het bovenwettelijk verlof is verhoogd van 43,2 uur per jaar naar 50,4 uur per jaar. Opleidingen Voor chauffeurs met een rijbewijs C is op Europees niveau een permanente nascholingsverplichting ingesteld, de zogenaamde code 95. Code 95 is een aanduiding op het rijbewijs, die achter een voertuigcategorie is geplaatst. Deze code is verplicht voor het beroepsmatig besturen van een voertuig waarvoor rijbewijs C en D noodzakelijk is. De code is vijf jaar geldig en kan verlengd worden door het volgen van nascholing, waarbij in totaal 35 studiepunten behaald dienen te worden. RD Maasland heeft ervoor gekozen deze nascholing structureel en voor de lange termijn vorm te geven. In 2023 hebben diverse individuele opleidingen en groepstrainingen plaatsgevonden. Arbo en kwaliteit VCA: De kwaliteitsmeting VCA is bedoeld om dienstverlenende organisaties veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. Het VCA*-certificaat is in 2023 opnieuw behaald. De jaarlijkse audit wees uit dat RD Maasland aan alle eisen voldoet om het kwaliteitsmerk VCA te mogen blijven dragen en dat de kwaliteit en veiligheid binnen haar organisatie goed geborgd zijn.
NEN-EN-ISO 9001:2015: De jaarlijkse audit wees opnieuw uit dat RD Maasland ook in 2023 voldoet aan alle eisen van het kwaliteitsmanagementsysteem ISO 9001:2015 (het continue verbeteren van de organisatie). PMO: Het is niet mogelijk geweest om Periodiek Medisch Onderzoeken (PMO) in te plannen. In 2024 zal dit georganiseerd worden. Ondernemingsraad De ondernemingsraad, die sinds 20 oktober 2022 geïnstalleerd is, heeft in 2023 regulier overleg gehad in Ondernemingsraadvergaderingen en Overlegvergaderingen met de bestuurder. Door de uitdiensttreding van de voorzitter van de Ondernemingsraad is een nieuw lid toegetreden tot de ondernemingsraad en is een zittend lid benoemd tot voorzitter. Eind 2023 is een vacature ontstaan voor ambtelijk secretaris ondernemingsraad. Deze vacature zal in de loop van 2024 ingevuld worden. Personeel In 2023 hebben een aantal personeelsmutaties plaatsgevonden. Zeven medewerkers zijn uit dienst getreden, waarvan vier in verband met (vervroegde) pensionering. Twaalf medewerkers zijn in dienst getreden. Op 31 december 2023 waren er 49,52 fte (fulltime equivalent), verdeeld over 53 medewerkers, in dienst van RD Maasland. Verdeling in fte: 35,45 in de inzameling en milieuparken 14,07 in administratieve-/managementfuncties Ziekteverzuim Per 1 april 2023 heeft RD Maasland zich aangesloten bij een nieuwe arbodienst, namelijk De Bedrijfspoli.
36
Jaarstukken 2023
Het ziekteverzuimpercentage is ten opzichte van het voorgaande jaar gedaald, namelijk naar 4,8% (in 2022 was dit 8,8%). Er waren in 2023 minder casussen in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid.
ziekteverzuim RD Maasland 12 10 8
%
2019
6
2020 2021
4
2022
2
2023
0 buitendienst
kantoor
totaal
Vanwege langdurige aandoeningen verzuimen oudere werknemers meer en langduriger dan jongere. Oudere werknemers hebben vaker te maken met aandoeningen die een hoog ziekteverzuim kennen, zoals hart- en vaatziekten, ernstige chronische ziektes en gewrichtsklachten. Om de risico’s van kosten door een hoog ziekteverzuimpercentage te beperken is dit risico sinds 2022 verzekerd. Leeftijdsopbouw De leeftijdsopbouw van RD Maasland is een constant punt van aandacht. In 2023 is de gemiddelde leeftijd in de buitendienst iets gedaald naar 41,5 jaar (2021 = 40,5 jaar, 2022 = 42 jaar). Door het opschuiven van de pensioenleeftijd en de enorme krapte van vrachtwagenchauffeurs op de arbeidsmarkt is aandacht geven aan duurzame inzetbaarheid essentieel.
37
Jaarstukken 2023
2.8.
Verbonden Partijen
Voor de onderstaande deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): - Gemeente Leudal - Gemeente Maasgouw - Gemeente Roerdalen - Gemeente Echt-Susteren Formeel zijn er echter geen verbonden partijen.
2.9.
Rechtmatigheid
In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland 2023”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controleverordening Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland 2023, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. Voor de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur wordt verwezen naar paragraaf 3.7.
38
Jaarstukken 2023
3.
Jaarrekening
3.1. Balans per 31 december (bedragen x € 1.000) ACTIVA
Ultimo 2022
Ultimo 2023
Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - gronden uitgegeven in erfpacht - overige investeringen met een economisch nut - Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut
6.854
6.930
0 6.854
0 6.930
0
0
Totaal vaste activa
6.854
Vlottende activa Voorraden - Gereed product en handelsgoederen
6.930
102 102
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Verstrekte kasgeldleningen - Rekening-courantverhoudingen met de staat - Overige vorderingen - Overige uitzettingen
290 0 250 199 0
Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi
0 2.146
110 110
739
1.043 420 0 331 292 0
2.146
Overlopende activa - Van Eur of Ned overheden nto voorschotbedragen specifieke uitkeringen - Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal vlottende activa Totaal generaal
582 0
708 0
582
708 3.569 10.423
39
125 0 125
8.916
Jaarstukken 2023
(bedragen x € 1.000) PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Desintegratie reserve Peel&Maas - (Nog te bestemmen) resultaat
Ultimo 2022
Ultimo 2023 811
640 398 0 -227
Voorzieningen (zie ook bladzijde 26,44 en 47) -Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Onderhoudsegalisatievoorzieningen - Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting Vaste schulden met rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar - Banksaldi
1.168 640 399 0 129
243
272
171 72
182 90
0
0 4.796
4.796
5.178 5.178
5.850
6.618
0 0
Overlopende passiva
0 0
4.573
- Nog te betalen bedragen - Van Eur.of Ned.overheidslichamen ontvangen n.t.b.spec.uitk. - Overige vooruitontvangen bedragen Totaal vlottende passiva
1.316 0 3.257
2.298 1.760 0 538
4.573
2.298
Totaal generaal
10.423
8.916
Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen
0 0
0 0
Voor de volledigheid wordt aangegeven dat er lopende het jaar 2023, naast de halfjaarsrapportage, een begrotingswijziging is gemeld bij het Algemeen Bestuur met de belangrijkste opmerkingen c.q. veranderingen. Het resultaat is in bovenstaand overzicht opgevoerd als een bedrag na vpb (€128.673).
40
Jaarstukken 2023
3.2.
Programmarekening 2023
Omschrijving programma (bedragen x € 1.000) Programma 1 Programma 2 Programma 3 *Subtotaal programma’s *Waarvan intern doorbelast min *Waarvan Overhead *Waarvan Vpb
Raming begrotingsjaar vóór wijziging Baten Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
8.203
8.203
0
8.090
8.090
0
8.015
7.905
110
842
842
0
952
952
0
853
844
9
1.309
1.309
0
1.390
1.390
0
1.325
1.315
10
10.354
10.354
10.432
10.432
10.193
10.064
129
1.394
1.394
0
1.684
1.684
0
1.757
1.757
0
0
1.686
-1.686
0
1.686
-1.686
0
1.939
-1.939
0
1
-1
0
2
-2
0
2
-2
815
-815
815
-815
752
-752
Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen plus
Subsaldo
815
815
815
815
752
-752
815
815
0
815
815
0
752
752
0
8.960
8.960
0
8.748
8.748
0
8.436
8.436
129
8.960
8.960
0
8.748
8.748
0
8.307
129
Toevoeging/onttrekking aan reserves: Programma 1 Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties Onbestemd Resultaat (na vpb)
0
0
41
129
Jaarstukken 2023
Staat van baten en lasten conform BBV 2023 ( bedragen x €. )
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1
2.820.820
6.394.005
-3.573.185
Programma 2
306.578
744.675
-438.097
Programma 3
1.324.775
990.283
334.492
Totaal P 1-2-3
4.452.173
8.128.034
-3.676.789
1.939.034
-1.939.034
-4.402
4.402
-
-
-
4.452.173
10.063.593
-5.611.421
-
-
-
Saldo na mutaties reserves
4.452.173
10.063.593
-5.611.421
Dekking gemeenten
5.740.093
Overhead VPB P1 en P3 Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Resultaat
5.740.093 128.672
42
Jaarstukken 2023
3.3.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. RD Maasland is op dit moment in staat om lang geld aan te trekken.
Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren;
43
Jaarstukken 2023
Treasurybeleid Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van RD Maasland een zo optimaal rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst. De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. Het realiseren van een flexibele en controleerbare cash management in de organisatie. RD heeft geen leningen in vreemde valuta en ook geen aandelen waardoor geen koersrisico’s en valutarisico’s wordt gelopen. Het liquiditeitsrisico’s wordt beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 3 jaar. Kredietrisico wordt beperkt doordat uitzettingen uitsluitend plaatsvindt bij: 1. Nederl. overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 2. Financiële instellingen met minimaal een AA-rating, van een van de volgende erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poors ( S&P ) of Fitch IBCA.
Relatiebeheer/ kasbeheer Met relatiebeheer en kasbeheer wordt beoogd het realiseren van zo gunstig mogelijke c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiermee wordt minimalisering van de rentekosten en maximalisatie van de rentebaten binnen RD Maasland nagestreefd. Relaties worden alleen aangegaan met instellingen die voldoen aan de in de treasurystatuut opgenomen voorwaarden. Schatkistbankieren ( SKB ) De overheid heeft eind december 2021 aangepaste richtlijnen opgesteld voor lokale overheden, waaronder RD Maasland, voor wat betreft het aanhouden van gelden. Behoudens een werkkapitaal van €. 1.000.000 moeten alle overige vrije kapitaalstromen verplicht bij het Ministerie van Financiën worden geplaatst.
Balans Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij een jaar na ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Na afstemming met de accountant en de deelnemende gemeenten worden vanaf 2012 geen annuïtaire afschrijvingsmethoden gebruikt. 44
Jaarstukken 2023
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren: Investering op:
Afschrijvingstermijn in jaren
Gronden en terreinen
n.v.t. voor gronden, 30 voor terreinen
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
30
Vervoermiddelen
7-8
Machines, apparaten en installaties
5-10-15
Overige materiële vaste activa
5 (inventarissen) 3 (automatisering)
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut RD Maasland beschikt niet over dit soort investeringen. Financiële vaste activa RD Maasland beschikt niet over dergelijke activa. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald o.b.v. de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorziening stoelt op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verwerking Subsidie Nedvang: De subsidie van Nedvang ten aanzien van het kunststof, metaal, drankkartons en holglas wordt verwerkt op basis van de kilo’s afval in het boekjaar 2023.
Alle stromen worden op basis van voorschotfacturen door Nedvang in de exploitatie van RD Maasland meegenomen.
45
Jaarstukken 2023
3.4.
Toelichting op de balans (bedragen x € 1.000)
ACTIVA VASTE ACTIVA Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Overige investeringen met een economisch nut
6.854
6.930
Totaal
6.854
6.930
De overige investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Gronden en terreinen
1.663
1.655
Bedrijfsgebouwen
468
441
Civiel werken MP
456
423
Vervoermiddelen
1.758
1.968
Machines, apparaten en installaties en ov.
2.509
2.443
Totaal
6.854
6.930
46
Jaarstukken 2023
Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: Boekwaarde Inves31-12-2022 teringe n
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen HerBoekwaarde van derden rubricering 31-12-2023
Gronden en terreinen
1.663
0
0
8
0
0
1.655
Bedrijfsgebouwen
468
0
0
27
0
0
441
Civiel werken
456
0
0
33
0
0
423
Vervoermiddelen
1.758
594
0
384
0
0
1.968
Machines, apparaten en installaties en ov.
2.509
302
0
368
0
0
2.443
Totaal
6.854
896
0
820
0
0
6.930
Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen, die direct gerelateerd zijn aan de investering. VLOTTENDE ACTIVA Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Gereed product en handelsgoederen
102
110
Totaal
102
110
Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2022
Voorziening oninbaarheid 2022*
Balanswaarde 31-12-2023
Voorziening oninbaarheid 2023*
Vorderingen op openbare lichamen
290
0
420
0
Verstrekte kasgeldleningen
0
0
0
0
Rekening-courant verhoudingen met de staat
250
0
331
0
Overige vorderingen
199
0
292
0
Overige uitzettingen
0
0
0
0
Totaal
739
0
1.043
0
*Zie hiervoor ook bladzijde 26,38 en 44.
De aard en de omvang van de waardeverminderingen op de vorderingen dient te worden toegelicht: Dit betreft Oninbaarheid dubieuze bedrijfsmatige klanten.
47
Jaarstukken 2023
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Kassaldi
0
1
Banksaldi
2.145
125
Totaal
2.145
126
De bankrekeningen met een negatief saldo zijn opgenomen onder de post Bank- en girosaldi van de Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
Kredietlimiet • RD Maasland heeft een rekening-courantkrediet bij de BNG van € 226.890,11 per 17 december 2010 t/m 31 december 9999 • RD Maasland heeft een doorlopend rekening-courantkrediet bij de Rabobank van € 50.000,-
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Vooruitbetaalde bedragen
185
131
Nog te ontvangen bedragen
397
577
Totaal
582
708
48
Jaarstukken 2023
PASSIVA Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Algemene reserve
640
640
Bestemmings reserves
398
398
Desintegratie reserve Peel&Maas
0
0
Nog te bestemmen resultaat
-227
129
Totaal
811
1.168
Het verloop in 2023 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven.: Min/Max BoekDrempel- Waard bedrag e 31-122022
Toev.
Onttr.
Resultaat Resultaat Afrek. Boekvorig 2023 gemeent Waarde boekjaar Pr.1-2-3 31-12-2023
Algemene Reserve Overheidstaken
285/575
385
385
Algemene Reserve Bedrijfsmatig
270/540
254
254
640
640
Tot. Algem.Reserve Res.Kap.lasten vrijval Mini’s
0/352
214
214
Res.Kap.lasten vrijval wagens
0/143
110
110
Reserve WIA e.r.
0/75
75
75
Tot. Bestem.Res.
398
399
Desintegratie Reserve Peel&Maas
0
0
(on)Bestemd Res 2022
-227
Onbest Res.2023
0
129
811
129
227
0 129
Tot. (on)bestemd Totaal reserves
49
227
1.168
Jaarstukken 2023
(Onder “Resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaand boekjaar. Zie voorts ook opmerkingen hoofdstuk 1 inzake weerstandsvermogen en hoofdstuk 2.1 ) De volgende reserves zijn gevormd: Algemene-Reserve a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor bijv. onderzoeks- en advieskosten en vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 285.000 en € 575.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 270.000 à € 540.000) Bestemmings-Reserve c. Egalisatiereserve instandhouding Mini-Containerpark (ten behoeve van opvang éénmalige/grootschalige vervanging, ter grootte van twee jaren): max € 352.000 d. Egalisatiereserve instandhouding Wagenpark (ten behoeve van opvang calamiteitenvervanging en/of inhaalslag, ter grootte van twee voertuigen): max. € 143.000 e. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000 Desintegratie Reserve Uittreding Peel & Maas f.
Desintegratiereserve Peel & Maas, ter dekking van niet direct af te bouwen vaste kosten, na uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling van de Gemeente Peel & Maas per 1-1-2018.
Verloop resultaat ( overschotten / tekorten ) - Invloed op gemeentelijke bijdrage Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2023
Saldo van baten en lasten
0
0
129
Mutaties Reserve
0
0
0
Resultaat
0
0
129
0
0
129
Uitkering o.b.v. generiek besluit Nog te bestemmen resultaat (na vpb)
De mutaties zijn via de primaire begroting (in 2022 vastgesteld) dan wel via de wijzigingen door het Algemeen Bestuur in 2023 goedgekeurd. Het nog te bestemmen resultaat overschot/tekort zal via een Bestuursbesluit lopende 2024 worden bestemd.
50
Jaarstukken 2023
Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2023 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaarde 31-12-2022
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
Boekwaarde 31-12-2023
Voorziening Cafetariamodel
121
61
0
0
182
Voorziening Onderhoud Gebouwen
72
18
0
0
90
Voorziening Dub.Deb.*
0
0
0
0
0
Voorziening MP Mbracht
50
0
50
0
0
Totaal
243
79
50
0
272
*zie hiervoor opmerking op bladzijde 26.
In de kolom vrijval zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. De aard en de reden van iedere voorziening wordt hieronder per voorziening toegelicht, evenals de mutaties die hebben plaatsgevonden. Voorziening Cafetaria • Aard voorziening: dekking gespaarde uren in brutobedrag • Reden voorziening: opnemen lang verlof of sabbatical • In 2023 is de totale urenstand per medewerker uitgedrukt in geld weer aangepast aan het in 2023 geldende uurloon Voorziening Gebouwen • Aard voorziening: dekking conform onderhoudsplan • Reden voorziening: zie geactualiseerde onderhoudsplanning • In 2023 is volgens plan een bedrag toegevoegd aan de voorziening. • In 2021 is een nieuwe opzet met geactualiseerde planning opgesteld. Voorziening Dubieuze debiteuren • Aard voorziening: oninbaarheid bedrijfsmatige vorderingen • Reden voorziening: risicodekking • In 2021 heeft de risico-analyse tot een afname van de voorziening geleid. Voorziening Milieupark Maasbracht • In 2010 is bij de bouw van het milieupark te Maasbracht een juridisch geschil ontstaan met de aannemer over het gebruik van materialen voor de vloersamenstelling. In 2017 is hieraan een eind gekomen en is overeengekomen dat een bedrag ter hoogte van €.
50.000 niet vergoed hoeft te worden aan de aannemer maar gebruikt wordt als voorziening in het geval het mankement zal optreden. De voorziening is in 2023 vrijgevallen ten gunste van het resultaat omdat uit een externe inspectie in 2023 is gebleken dat de vloer geen gebreken vertoont.
51
Jaarstukken 2023
VASTE SCHULDEN MET EEN LOOPTIJD LANGER DAN ÉÉN JAAR De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Onderhandse leningen
0
0
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
4.796
5.178
Totaal
4.796
5.178
In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2023: Saldo 31-12-2022
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31-12-2023
Onderhandse leningen
4.796
1.000
618
5.178
Totaal
4.796
1.000
618
5.178
De totale rentelast voor het jaar 2023 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt €. 69.000,= De totale kapitaallasten vallen ruim €. 44.000 lager uit dan geraamd wegens gunstigere rentetarieven op nieuwe leningen en een hogere rentevergoeding over banktegoeden.
VLOTTENDE PASSIVA Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
0
0
Overlopende passiva
4.573
2.298
Totaal
4.573
2.298
De bankrekeningen met een negatief saldo zijn in 2023 opgenomen onder de post Bank- en girosaldi van de Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
52
Jaarstukken 2023
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar De in de balans opgenomen Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Kasgeldleningen
0
0
Bank- en girosaldi
0
0
Overige schulden
0
0
Totaal
0
0
De bankrekeningen met een negatief saldo zijn in 2023 opgenomen onder de post Bank- en girosaldi van de Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2022
Boekwaarde per 31-12-2023
Vooruit ontvangen bedragen
3.257
538
Nog te betalen bedragen
1.316
1.760
Totaal
4.573
2.298
53
Jaarstukken 2023
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Uit hoofde van Europese aanbestedingen heeft RD Maasland per jaareinde de volgende lopende contractuele verplichtingen: Soort verplichting EU aanbesteding
Leverancier
3x Inzamelvoertuig
Allers Bedrijfswagens BV Attero Zuid BV
Opslag, overslag, transport en verwerking van HRA, GFT en KWD Inkoop PMD zakken leveren en uitzetten inzamel- en bewaarmiddelen + levering en plaatsing containers in openbare ruimte Onderhoud & reparatie opbouw
Inzameling en verwerking KCA Levering brandstof Electriciteit (via inkoopcentrale Zuid) Gas (via inkoopcentrale Zuid)
Indicatie waarde verplichting 2024 € 819.000,-
Ingang
Einde
01-01-2024
31-12-2024
P*Q
01-01-2024
31-12-2027
Dimensio Verpakkingen BV DVL Milieuservice BV
P*Q
01-01-2020
30-04-2024
P*Q
01-10-2021
30-09-2025
Haller Benelux BV
P*Q
Sinds eerste aanbesteding wagen
Renewi Nederland BV Vollenhoven BV Vattenvall
P*Q P*Q P*Q
01-01-2024 01-10-2019 01-01-2023
Tot moment van verkoop van de wagen 31-12-2026 30-09-2024 31-12-2024
Vattenvall
P*Q
01-01-2023
31-12-2024
Op 2 oktober 2023 is door BNG Bank een lening aan RD Maasland verstrekt ter grootte van € 1.000.000. Door de deelnemende gemeenten zijn de volgende borgstellingen voor deze lening verstrekt: Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Roerdalen Gemeente Echt-Susteren
€ 460.000 € 320.000 € 150.000 € 70.000
De lening (en borgstelling) heeft een looptijd tot 2 oktober 2033.
54
Jaarstukken 2023
3.5.
Toelichting op de programmarekening
Belangrijke verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging moeten systematisch worden toegelicht voor ieder afzonderlijk onderdeel van de programmarekening. Hier wordt per programma de financiële uiteenzetting weergegeven analoog aan het overzicht van baten en lasten, zoals dat is opgenomen in de financiële begroting van het desbetreffende jaar. Programma 1
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
Raming begrotingsjaar voor wijziging 8.204 8.204 0 0
Raming begrotingsjaar na wijziging 8.090 8.090 0 0
Realisatie begrotingsjaar
0 0 0
0 0 0
0 110 110
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar
843 843 0 0
952 952 0 0
853 844 9 9
0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 9 9
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging 1.310 1.310 0 0
Raming begrotingsjaar na wijziging 1.390 1.390 0 0
Realisatie begrotingsjaar 1.324 1.315 9 9
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 9 9
0 0 0
8.015 7.905 110
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
Programma 2
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd resultaat
Programma 3
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
De aangepaste begroting na wijziging kent voor alle Programma’s geen onbestemde resultaten. De gerealiseerde cijfers geven per saldo een onbestemd resultaat welk lopende 2023 door een Bestuursbesluit een definitieve bestemming krijgt.
55
Jaarstukken 2023
Voor Programma 1 is het tekort € 6.000 waarvan verwacht wordt dat dit wordt afgerekend met de deelnemers. Programma 2 wordt altijd afgerekend met de deelnemers, Programma 3 genereert een verlies waarvan verwacht wordt dat dit ook wordt afgerekend met de deelnemers. De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming (na wijziging) zijn: • Extra inhuur binnen de programma’s vanwege (langdurige) ziekte en corona. • Enerzijds hogere PMD Nedvang vergoedingen. Hier staat echter tegenover de nagekomen verwerkingskosten PMD uit oude jaren. Per saldo heeft dit tot een negatief effect geleid; • Hogere salariskosten als gevolg van een dotatie ultimo boekjaar aan de (nieuwe) voorziening verlofsparen a.g.v. een CAO aanpassing. Gedurende 2022 was de impact van deze CAO wijziging nog niet bekend. BTW compensatiefonds Met ingang van 1 januari 2003 hebben provincies en gemeenten te maken met het BTW compensatiefonds. RD Maasland maakt, na goedkeuring van alle aangesloten gemeenten, onderdeel uit van dit gebeuren. En wel in die zin, dat alle btw die niet in de vooraftrek thuishoort van RD Maasland, zal worden doorgeschoven naar de betrokkenen naar rato van aansluitingen (In onderstaand overzicht is de eindafsluiting van het jaar 2023 opgenomen). Hierna is een overzicht weergegeven van de doorgeschoven BTW in 2023. Gemeente
Door te schuiven BTW Raming 2023
Door te schuiven BTW Realisatie 2023
Leudal
371
344
Maasgouw
257
240
Roerdalen
91
123
Echt-Susteren
96
45
Totaal
815
752
Deze component kan als gevolg van investeringen of onverwachte tegenvallers ( b.v. meer afval via de Milieuparken) jaarlijks wijzigen en zelfs sterk afwijken van de primaire raming. Aangezien deze btw grotendeels doordrukt in de afvalstoffenheffing is het wellicht raadzaam voor elke individuele gemeente hiervoor een egalisatierekening in te richten.
56
Jaarstukken 2023
Overige algemene dekkingsmiddelen De RDM rekent rentelasten aan de diverse programma’s toe, zodat die programma’s een integraal beeld geven van de kosten die met de uitvoering gemoeid zijn. Onvoorzien Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn de deelnemende gemeenten verplicht eventuele tekorten aan te vullen bij een dergelijk samenwerkingsverband. Daarom is de post onvoorzien bij RD Maasland als bedrag te verwaarlozen. Overzicht incidentele baten en lasten Hiervoor is reeds op diverse plaatsen via een kolom “incidenteel gerealiseerd in het boekjaar” aangegeven dat er geen sprake was van incidentele baten en lasten. Uiteraard heeft ook RD Maasland de gevolgen van Corona ervaren. De impact hiervan zit met name in het feit dat medewerkers regelmatig afwezig waren omdat er enerzijds een vermoeden was op Corona of dat de medewerkers in quarantaine moesten. Deze afwezigheid is als ziekte/arbeidsongeschiktheid geregistreerd en heeft soms geleid tot extra inhuur van personeel. Het exacte incidentele effect is hiervan echter niet te kwanticeren in geld en om deze reden niet meegenomen in de incidentele lasten.
57
Jaarstukken 2023
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid Omschrijving
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
Begrotingsafwijking Baten Lasten Saldo
Programma 1
8.090
8.090
0
8.015
7.905
110
-75
185
110
Programma 2
952
952
0
853
844
9
-99
108
9
Programma 3
1.390
1.390
0
1.325
1.315
10
-65
75
10
10.432
10.432
10.193
10.064
129
-239
368
129
1.684
1.684
0
1.757
1.757
0
-73
73
0
0
1.686
-1.686
0
1.939
-1.939
0
-253
-253
0
2
-2
0
2
-2
0
0
0
815
-815
752
-752
63
-63
Subtotaal programma’s *Waarvan intern Doorbelast *Waarvan Overhead *Waarvan Vpb
Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
Subsaldo
815
815
752
752
63
Waarvan onrechtmatig1 Baten Lasten Saldo
-63
815
815
0
752
752
0
63
63
0
8.748
8.748
0
8.436
8.307
129
-166
295
129
8.748
8.748
0
8.307
129
-166
295
129
Toevoeging/ onttrekking aan reserves: Programma 1 Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties (On)bestemd Resultaat (na vpb)
1
0
129
129
Op grond van artikel 189, lid 3 Gemeentewet kunnen – behoudens de uitzonderingen ex artikel 208 en 209 Gemeentewet – ten laste van de gemeente
slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht.
58
Jaarstukken 2023
Analyse begrotingsafwijkingen Hiervoor is ook reeds per programma en voor de algemene dekkingsmiddelen ingegaan op de verschillen tussen de realisatie en de begrotingscijfers voor en na wijziging. Bij dit totaaloverzicht behoeft aanvullend geen verdere toelichting te worden gegeven. Voor de zakelijke dienstverlening (programma 3) geldt dat de hevige concurrentie van invloed is op cijfers. Analyse begrotingsrechtmatigheid In de toelichting op de programmarekening moet een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en programmarekening worden gemaakt (artikel 28, onderdeel a BBV). Deze verplichte analyse is ook prima geschikt om een analyse inzake de begrotingsrechtmatigheid te vervaardigen.
59
Jaarstukken 2023
3.6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Sinds 1 januari 2013 is de WNT van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het verslagjaar 2023 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op €. 223.000. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op RD Maasland van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en / of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de functionarissen die formeel lid zijn van een (centraal) management- of directieteam. WNT-Verantwoording 2023 GR RD Maasland De WNT is van toepassing op GR RD Maasland. Het voor GR RD Maasland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 €223.000 (algemeen bezoldigingsmaximum). 1a.
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt3
60
Jaarstukken 2023
Tabel WNT Topfunctionaris Leidinggevende topfunctionaris Gegevens 2023 Bedragen x € 1
J.M.A.R. van der Broek
Functie Duur dienstverband in 2023 Omvang dienstverband (in fte) Gewezen topfunctionaris Echte dienstbetrekking
Directeur 1/1 - 31/12 1 nee ja
Individueel WNT-Maximum
223.000
Bezoldiging Beloning Belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
104.064 1.903 17.350
Subtotaal
123.318
Minus Onverschuldigde betaald bedrag
NVT
Totaal bezoldiging
123.318
Motivering indien overschrijding Gegevens 2022 Functie Duur dienstverband in 2022 Omvang dienstverband 2022 (in fte) Echte dienstbetrekking
NVT J.M.A.R van der Broek Directeur 1/1 - 31/12 1 Ja
Bezoldiging in 2022 Beloning Belastbare onkostenvergoeding
103.065 1.900
Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging 2022 Individueel WNT-maximum 2022
18.212 123.177 216.000
61
Jaarstukken 2023
Toelichting WNT: indien de vergoeding van de zakelijke km-vergoeding boven de 0,19 per km onder de WKR ( Werkkostenregeling ) wordt opgenomen, wordt het bedrag, gemeld als belastbare onkostenvergoeding, hiervoor in het kader van de WNT op nul gesteld.
62
Jaarstukken 2023
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder
Tabel WNT Topfunctionaris Tabel 1D Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder Gegevens 2023 Naam topfunctionaris T.J. Blomen A.C.A.G. Smits H. van der Linden H.H.J.M. Van Helden H.E.J.M. Meuwissen M.H.E. Wilms ** R.H.G Slangen * J. Westhelle-Aelen ** D.W.J Schneider *
Functie Voorzitter DB Vice-voorzitter DB en Lid AB Lid DB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB
* In dienst vanaf 8/11/2023 ** Uit dienst vanaf 8/11/2023
63
Jaarstukken 2023
3.7
Rechtmatigheidsverantwoording
Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 8 november 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 302.000.
Conclusie Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.
64
Jaarstukken 2023
3.8.
Controleverklaring
65
Jaarstukken 2023
3.9.
Bijlagen
66
Jaarstukken 2023
67
Jaarstukken 2023
68
Jaarstukken 2023
69
Jaarstukken 2023
Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2023. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen. De deelnemende gemeenten behoren met de tarieven van de afvalstoffenheffing tot de laagste van Nederland. Overhead : alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O / HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en huisvesting ( voor zover kantoorruimte betreft), receptie, catering, gebouwenbeheerders; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces. Directe kosten worden derhalve zoveel als mogelijk direct toegerekend aan de betreffende taakvelden. Ondersteunende taken welke worden uitbesteed zijn niet direct dienstbaar. Voor zover sprake is van functiescheiding kunnen kosten worden toegewezen.
Bij RDM worden de ondersteunende kostenplaatsen Huisvesting en Algemene kosten sinds jaar en dag toegerekend aan de uit te voeren diensten voor de deelnemende gemeenten. Dit geschiedt respectievelijk op basis van m2 en urenverdeling. Bij de kosten van de binnendienst zijn immer op basis van geschreven uren kosten toegerekend aan de primaire diensten. De niet toe te wijzen kosten zijn opgevoerd bij de Algemene kosten. 70
Jaarstukken 2023
In de opstelling welke nu in de laatste tabel wordt gepresenteerd met overhead apart opgevoerd, geldt dus dat alle kosten van de binnendienst, algemeen en kantoorruimte samen zijn gevoegd. 2023 ( bedragen x €. ) Baten
Lasten
Saldo
Programma 1
2.820.820
6.394.005
-3.573.185
Programma 2
306.578
744.675
-438.097
Programma 3
1.324.775
990.283
334.492
Totaal P 1-2-3
4.452.173
8.128.962
-3.676.790
1.939.034
-1.939.034
-4.402
4.402
-
-
-
4.452.173
10.063.594
-5.611.422
-
-
-
Saldo na mutaties reserves
4.452.173
10.063.594
-5.611.422
Dekking gemeenten
5.740.094
-
5.740.094
Overhead VPB P1 en P3 Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Resultaat
128.672
De overheadkosten in 2023 bedragen ruim € 1.939.000, oftewel afgerond 19 %. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50 %. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan het gemiddelde.
71
Jaarstukken 2023
Uitvoeringsmatrix taakvelden RD Maasland heeft 3 verschillende programma’s met daarin de volgende taakvelden: -
Programma 1 Huishoudelijk afval: taakveld 7.3 Afval Programma 2 Openbare Ruimte: taakveld 7.4 Milieubeheer Programma 3 Zakelijke dienstverlening: taakveld 0.8 VPB: taakveld 0.9 Overhead: taakveld 0.4
De begrotings- en realisatiecijfers per taakveld zijn weergegeven in de tabel programmarekening 2023, vermeld onder paragraaf 3.2.
72