Concept begroting 2026 RD Maasland
Tekst van het document
Begroting 2026
Programmabegroting 2026 Inclusief financiële doorkijk 2027 - 2029
Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland April 2025
1
Begroting 2026
Voorwoord/ Kaders Begroting Hierbij bieden wij u de begroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) RD Maasland aan. Nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze in te dienen, wordt de begroting vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 2 juli 2025. In maart 2025 zijn de “Algemene beleidsmatige en financiële kaders t.b.v. begroting 2026” ter kennis gebracht van de gemeenteraden. De begroting gaat uit van de kaders zoals die in de kadernota zijn beschreven.
Het Dagelijks Bestuur,
T.J. Blomen, voorzitter
J.M.A.R. van der Broek, secretaris
2
Begroting 2026
Samenvatting verschillen Begroting 2026 – Realisatie 2024 In onderstaand overzicht zijn, op hoofdlijnen, de voor 2026 geraamde bedragen vergeleken met de concept realisatie 2024.
3
Begroting 2026
Inhoudsopgave Voorwoord/ Kaders Begroting ................................................................................................................ 2 Samenvatting verschillen Begroting 2026 – Realisatie 2024 .................................................................. 3 Inleiding................................................................................................................................................... 5 1.
Programmaplan ......................................................................................................................... 6 1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval ...................................................................................... 7
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte....................................................................................... 11
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening ........................................................................... 14
2.
Financiële Begroting ................................................................................................................ 15 2.1
Uitgangspunten. .................................................................................................................. 15
2.2
Lasten en Baten ................................................................................................................... 16
2.4
Meerjarenraming................................................................................................................. 19
2.5
Bijdragen per Gemeente ..................................................................................................... 20
2.6
Balans .................................................................................................................................. 22
2.7
Investeringen ....................................................................................................................... 23
3.
4.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen.................................. 24 3.1
Algemene dekkingsmiddelen .............................................................................................. 24
3.2
Financiering ......................................................................................................................... 25
3.3
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................................ 27
3.4.
Financiële Kengetallen......................................................................................................... 29
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen ............................................................................................. 32
3.6
Administratieve Organisatie/ Interne Beheersing (AO/IB).................................................. 33
3.7
Personeel & Organisatie nieuwe invoeren .......................................................................... 33
3.8
Verbonden Partijen ............................................................................................................. 34
3.9
Rechtmatigheid ................................................................................................................... 34
3.10
Incidentele baten en lasten ................................................................................................. 35
3.11
Overhead ............................................................................................................................. 36
3.12
Doorschuif-btw .................................................................................................................... 38 BIJLAGEN .................................................................................................................................. 39
BIJLAGE 1
Meerjarenperspectief Gemeentelijke Bijdragen ........................................................ 40
BIJLAGE 2
Diverse Kengetallen .................................................................................................... 42
BIJLAGE 3
Staat van reserves en voorzieningen .......................................................................... 46 4
Begroting 2026
Inleiding Programmabegroting Deze begroting is opgebouwd conform de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording. In deze programmatisch opgebouwde begroting hebben we een drietal programma’s opgenomen waarmee we ons richten op vooraf gestelde doelen en beoogde effecten. Vanuit deze programmatische gedachte kent deze begroting een scheiding tussen beleidsmatige en financiële aspecten. Het beleidsmatige deel bestaat uit het programmaplan en een aantal paragrafen. Het financiële deel bestaat uit een overzicht van de verdeling van de middelen over de verschillende programma’s en programmaonderdelen. Procedure begroting • 9 april 2025 • Vóór 30 april 2025 •
Vóór 11 juni 2025
•
02 juli 2025
: Het Algemeen Bestuur bespreekt de conceptbegroting. : Het DB biedt de conceptbegroting aan, aan de gemeenteraden. : De gemeenteraden dienen vóór 11 juni hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken aan het DB. Het DB voorziet de ingebrachte zienswijzen van een reactie en biedt deze tezamen met de conceptbegroting aan, aan het AB. : Het AB stelt de begroting vast.
Leeswijzer Het eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin drie programma’s zijn opgenomen te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Waar in het eerste hoofdstuk met name het beleidsmatige, de ‘wat’-vragen, aan de orde komen, bevat het tweede hoofdstuk een aantal paragrafen waar met name de beheersmatige aspecten, aan de orde komen. Tenslotte is in hoofdstuk 3 de financiële begroting van RD Maasland opgenomen.
5
Begroting 2026
1.
Programmaplan
Dit eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin wij onze begroting in drie programma’s hebben verdeeld, te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. De opbouw van dit programmaplan draagt bij aan meer grip en betere verantwoording ten aanzien van de Begrotingscyclus, Planning en Control, en Programmamanagement. Daarom hebben de programma’s een vaste indeling gekregen, die als volgt is onderverdeeld: • Inleiding; • Doelen; • Prestaties; • Middelen;
6
Begroting 2026
1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval
Inleiding Het Programma Huishoudelijk Afval heeft betrekking op al het huishoudelijk afval dat in de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten wordt ingezameld. In 2022 is gestart met de wijziging van de inzameling van het huishoudelijk afval teneinde de gestelde milieudoelen te kunnen realiseren. De kosten voor het afvalbeheer zijn de afgelopen jaren alsmaar gestegen, dit vooral vanwege de stijging van de kosten voor het verwerken van het afval, de stijging van lonen en operationele kosten. Naast ontwikkelingen op de markt zijn de door de overheid ingevoerde belasting op het verbranden van afval en de wijziging van de vergoeding voor het inzamelen van kunststof debet aan de kostenstijging. Het bestuur van RD Maasland streeft er dan ook naar om in navolging van het landelijke beleid, om daar waar het kan samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken c.q. circulair toe te passen. Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Het Algemeen bestuur heeft dit streven vertaald naar: RD Maasland blijft streven naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plek meer is voor afval. Dit streven is vertaald naar de volgende doelstelling: •
Afvalscheidingspercentage van 90% en het verminderen van restafval tot 80 kg per inwoner per jaar tegen 2030. Voorgenomen investering in de verdere professionalisering en optimalisatie van de organisatie, gericht op het realiseren van efficiencyvoordelen. Door deze maatregelen wordt vanaf 2026 de aanpak op kostenbeheersing ingezet.
De doelstellingen vormen het kader voor de uitvoering van de taken van RD Maasland. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het afvalbeheer. RD Maasland ontzorgt gemeenten en inwoners hierbij met haar kennis, slagkracht en schaalgrootte. Ook in aankomende jaren, waarbij de transitie naar een circulaire economie centraal staat, zal RD Maasland met een regionale aanpak de afvalprestatie helpen te verbeteren. Kostenbeheersing in combinatie met voldoende service en draagvlak voor verandering bij burgers en belanghebbenden voor verandering, zijn hierbij randvoorwaarden. Het algemeen bestuur heeft er in 2023 ervoor gekozen om haar ambitie voor de komende jaren te verwoorden in het Strategisch Meerjaren Plan 2023-2028 “Samen, stap voor stap circulair”. In dit plan zijn de strategische doelen verder uitgewerkt naar strategische activiteiten waaronder: • Het gefaseerd en planmatig ontwikkelen van grondstoffen management dit middels een grondstoffenplan. • Het verder bundelen van onze grondstofexpertise met partners. • Het faciliteren van (circulaire) werkgelegenheid bij voorkeur met partners binnen Limburg. • Intensiveren van samenwerking met branchegenoten en deelname in innovatieve netwerken zoals Triple Helix. 7
Begroting 2026
De essentie van het samenwerken in de gemeenschappelijke regeling is dat kosten kunnen worden vermeden of gereduceerd door de schaal waarop de uitvoering van het gemeenschappelijke afvalbeheer kan plaatsvinden. Met deze visie is ruim 60 jaar geleden door 11 midden Limburgse gemeenten de GR Reinigingsdienst Maasland opgericht. Deze visie is en blijft actueel. Het effect van de samenwerking is het hoogst als de inzameling van het afval door het gehele verzorgingsgebied op eenzelfde wijze plaatsvindt. Daarnaast blijft het bestuur streven naar uitbreiding van de samenwerking met buurgemeenten. Vanaf 1 maart 2025 zijn de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas toegetreden tot RD Maasland. De uitvoeringskosten worden doorberekend naar de deelnemende gemeenten. In deze doorberekening zit geen winstopslag. Vanaf 2026 is de toerekening-systematiek gewijzigd en hoofdzakelijk gebaseerd op de activiteitenplanning per gemeente. Roerdalen, Horst aan de Maas, Beesel en Echt-Susteren nemen niet alle diensten af. Kengetallen Aantal aansluitingen per gemeente
Werkelijk 2023 14.913
Werkelijk 2024 14.913
Begroot 2025 14.887
Begroot 2026 14.887
Maasgouw
10.396
10.396
10.476
10.476
Roerdalen
9.242
9.242
9.334
9.334
Echt-Susteren noord
8.350
8.350
8.350
8.350
Horst aan de Maas
-
-
19.037
19.037
Beesel
-
-
6..037
6.037
Totaal
42.901
42.901
68.121
68.121
(per 1 januari)
Leudal
Doelen Met dit programma wordt invulling gegeven aan de wettelijke taak van gemeenten, welke taken door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling RD Maasland. Verwezen wordt naar art. 10.21 en art. 10.22 van de Wet Milieubeheer. Het bestuur van RD Maasland streeft ernaar om in het kader van circulaire economie, samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken. In het Grondstoffenplan wordt beschreven welke beleidsveranderingen, acties en activiteiten gedaan worden in de transitie naar een circulaire economie. Grondstoffenplan Omdat de beoogde circulaire economie nog in transitie is, hebben we de komende jaren wereldwijd te maken met veranderende, lastige marktomstandigheden. Mede hierdoor is de verwachting dat we de komende jaren worden geconfronteerd met een grillige mondiale grondstoffenmarkt. In heel Nederland is nu al merkbaar dat de kosten van het afval beheer fors toenemen.
8
Begroting 2026 De belangrijkste factor voor de kostenstijging van het afvalbeheer zijn; 1.
Hogere verwerkingskosten veroorzaakt door: a. b. c. d.
2.
Veranderende Marktomstandigheden: a. b. c.
3.
De transitie naar een circulaire economie leidt wereldwijd tot onbalans in vraag en aanbod van verwerkingscapaciteit. Nieuwe verwerkingstechnieken zijn nog niet volledig ontwikkeld. Er is een grillige mondiale grondstoffenmarkt, met lage opbrengsten voor grondstoffen uit huishoudelijk afval.
Stijgende Transportkosten: a. b. c. d.
4.
Extra belasting op afvalverbranding en het heffen van een CO2 -taks (verwachting is dat deze per 2026 € 6,00 per ton bedraagt) Schaarste in verwerkingscapaciteit. Strengere acceptatie-eisen voor afvalverwerkers. Verwachte investeringen die nodig zijn voor vergroening en verduurzaming richting een circulaire economie.
Hogere personeelskosten Hogere kosten aankoop transportmiddelen Hogere brandstofkosten Hogere onderhoudskosten
Stijgende algemene kosten;
Ook is de verwachting dat in de komende jaren de klimaatagenda verder zal leiden tot hogere kosten door noodzakelijke investeringen in een verdere vergroening en verduurzaming van onze huidige economie naar een circulaire economie. Verder is de prognose dat de hoeveelheid grondstoffen uit het huishoudelijke afval de komende jaren verder zal toenemen hierdoor zullen de fluctuerende marktprijzen een nadrukkelijk effect hebben op de kosten van het afval- en grondstoffenbeheer. Met andere woorden de transitie naar een circulaire economie is niet alleen belangrijk om de milieudoelstellingen te behalen, maar heeft tevens ook een financiële noodzaak. Bij gelijkblijvend beleid zullen in de komende jaren de kosten voor afvalverwerking flink stijgen. Door het nu nemen van circulaire maatregelen kunnen we deze kostenstijging in de toekomst worden omgebogen en/of afgevlakt. Verder is het van essentieel belang om gedurende de transitie naar een circulaire economie de kosten ontwikkeling beheersbaar te houden. Dit wordt geborgd door effecten en voortgang van het Grondstoffenplan op te nemen in de begrotingscyclus van RD-Maasland.
9
Begroting 2026 Het Grondstoffenplan bestaan uit de volgende actiepunten: Actiepunt: Kwaliteit grondstoffen en verbeteren afvalscheiding • • •
Intensiveren communicatie kwaliteit afvalscheiding Extra aandacht voor de inzameling van GFT- en keukenafval Intensiever toezicht op kwaliteit grondstoffen
Actiepunt: Inzameling • • •
Pilot BEST-tas-inzameling Onderzoek naar kansen van luierinzameling Onderzoek naar het verdere mechanisatie van de inzameling
Actiepunt: Brengvoorzieningen • • •
Het organiseren van Mobiele Inzamel Punten. Transitie van milieuparken naar grondstofparken Opstarten onderzoek naar regionaal circulair ambachtscentrum
Middelen Teneinde deze doelen te bereiken, is een inzamelstructuur beschikbaar en worden onderstaande diensten uitgevoerd. • • • • • • • • • • • • • •
Huis-aan-huis (h-a-h) inzameling van restafval en GFT/GFE; Huis-aan-huis inzameling van PMD; Inzameling grof huishoudelijk afval (gha), tuinafval e.d. via de milieuparken; Inzameling glas, metaal, PMD en kleding via brengvoorzieningen in de wijk; Inzameling klein chemisch afval; Inzameling grof huishoudelijk afval aan huis op aanvraag; Inzameling herbruikbare huisraad aan huis op aanvraag (kringloopgoederen); Inzameling elektrische apparaten aan huis op aanvraag en via milieuparken (zogenaamde WEB-stroom = Wit- en Bruingoed); Inzameling oud papier via verenigingen; Het (doen) verwerken van afvalstromen; Diftar (Gedifferentieerde Tarieven); Containermanagement; Klachtenregistraties; Voorlichting; beleidsvoorbereiding.
10
Begroting 2026 De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Kostprijs (bijdragen gemeenten) Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
Begroting 20251
Begroting 2026
1.655.062
1.957.108
3.902.052
3.842.854
0
0
816.269
1.125.647
Inzameling via milieuparken
651.205
868.503
1.524.847
1.719.849
Inzameling via brengvoorzieningen in de wijk
813.418
930.183
397.487
241.029
Kosten Diftar
224.981
269.112
169.802
206.977
Beheer inzamelmiddelen
371.118
409.816
485.636
882.381
Verwerking afval
435.682
-806.214
0
0
Beleid en voorlichting
930.081
1.015.132
841.721
1.043.999
(Geraamd) Saldo van baten en lasten (1)
5.082.384
4.645.349
8.137.814
9.062.736
Aandeel reserves (2) (min-teken is onttrekking)
0
0
0
0
1.572
1.708
-2.219
-2.975
Dekking bijdrage gemeenten als voorschot
5.194.176
5.404.104
8.137.814
9.062.736
Geraamde voorschotten gemeenten
5.083.919
4.645.349
7.937.814
9.062.736
Dotatie bestemmingsres. str. Thema’s
0
-830.239
0
0
Onttrekking bestemmingsres. Str. Thema’s
0
189.028
200.000
0
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
110.257
117.544
0
0
Verwerkingskosten hha rst-gft afval (4)
1.313.727
1.535.526
1.578.000
2.017.000
Totale inzameling incl.verwerking (1+2+3+4)
6.397.646
6.180.875
9.713.595
11.040.761
Bedragen in € Inzameling restafval en GFT, huis-aan-huis Inzameling PMD
Aandeel VPB (3)
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte
Inleiding Via de gemeenschappelijke regeling zijn de mechanische reiniging van verhardingen en de reiniging van straatkolken in de gemeenten Maasgouw en Leudal opgedragen aan RD Maasland. Vanaf de begroting 2026 is ook het veegwerk van Roerdalen opgenomen in programma 2 (voorheen een separate opdracht). Het mechanisch vegen wordt zo mogelijk gecombineerd met het verwijderen van onkruiden. Het kolkenreinigen is uitbesteed om reden dat de omvang van het werk onvoldoende is om een investering in eigen materieel rendabel te maken. De gemeente Echt-Susteren heeft RD Maasland opdracht verleend de verhardingen mechanisch te reinigen. RD Maasland streeft ernaar om het kolkenreinigen te verzorgen voor alle deelnemende gemeenten. De minimale vorm van samenwerking is een gezamenlijke aanbesteding.
1
Vanwege toetreding van de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas en de nieuwe begrotingssystematiek is de begroting 2025 herzien middels een begrotingswijziging.
11
Begroting 2026 Kengetallen Aantal kolken per gemeente te ledigen
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Leudal (voor- en najaar)
30.358
30.378
29.957
29.957
Maasgouw (voor- en najaar)
22.709
22.632
22.640
22.640
Totaal
53.067
53.400
52.597
52.597
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Leudal
2.002
1.977
2.000
2.000
Maasgouw
1.300
1.300
1.300
1.300
Roerdalen
-
-
-
1.500
3.302
3.277
3.300
4.800
(per 1 januari)
Aantal veeguren per gemeente
Totaal
Doelen Met dit programma wordt beoogd dat met de uitvoering van genoemde taken: • beantwoord wordt aan de verwachtingen van de gemeenten. Prestaties • uitbreiding taken op het gebied van schoonmaak openbare ruimte.
Indicatoren
Opdrachten van gemeenten
Gemiddeld 2022-2024 3.375 uren
Opdrachten van gemeenten
53.021 kolken
Aantal veeguren/ kolken
12
Doelstelling +100%
Norm n.v.t.
+100%
n.v.t.
Begroting 2026 4.800 uren 52.597 kolken
Begroting 2026 Middelen RD Maasland beschikt over 5 veegmachines. Het schoonmaken van de kolken is vooralsnog uitbesteed. Zodra een hoge bezettingsgraad kan worden bereikt, zal deze dienst in eigen beheer worden uitgevoerd.
De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Bij deze raming is uitgegaan van: • Alle in 2025 uitgevoerde diensten; • Toetreding van veegwerk Roerdalen tot GR programma 2. • Stijging van de personeelslasten met cao.
Kostprijs (bijdragen gemeenten) Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
Begroot 20252
Begroot 2026
Kosten veegdienst
413.186
488.005
470.977
490.872
Kosten kolkendienst
124.019
133.416
136.109
145.940
(Geraamd) Saldo van baten en lasten
537.205
621.421
607.086
636.812
0
0
0
0
546.152
567.242
607.086
636.812
8.947
-54.179
0
0
Bedragen in €
Aandeel reserves Dekking bijdrage gemeenten (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
2
Vanwege toetreding van de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas en de nieuwe begrotingssystematiek is de begroting 2025 herzien middels een begrotingswijziging.
13
Begroting 2026
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Inleiding De zakelijke dienstverlening omvat vooral de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. De oorsprong van deze dienstverlening is gelegen in het feit dat in het verleden bedrijfsafvalstoffen, van met name kleine bedrijven, tezamen met huishoudelijke afvalstoffen werden ingezameld. De opdrachten worden in de regel verleend na een aanbesteding of aanvraag van offerte. Deze activiteit is VPB plichtig. Doelen • Versteviging bedrijfseconomische positie; Prestaties • Bijdrage aan dekking vaste kosten RD Maasland. Indicatoren
Bedragen x € Omzet zakelijke diensten Netto resultaat
Gemiddeld 2022-2024
Doelstelling
Begroting 2026
1.209.317
n.v.t.
n.v.t.
1.531.903
-63.117
neutraal
n.v.t.
0
Norm
Middelen RD Maasland beschikt over specifiek transportmaterieel waarmee afzet- en rolcontainers kunnen worden getransporteerd resp. gewogen en geledigd. Voor het vegen van bedrijfsterreinen worden veegmachines ingezet. Onderstaande tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten: Kostprijs (gesaldeerd als positief effect (= verlaging van) op gemeentelijke bijdrage Begroting 2026
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
9.470
-119.957
0
0
Aandeel reserves
0
0
0
0
VPB (20% < 200.000)
0
0
0
0
0 9.470
0 -119.957
0 0
0 0
Bedragen in € (Geraamd) Saldo van baten en lasten
Verlaging bijdrage gemeenten (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
3
Begroting 20253
Vanwege toetreding van de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas en de nieuwe begrotingssystematiek is de begroting 2025 herzien middels een begrotingswijziging.
14
Begroting 2026
2.
Financiële Begroting
Rechtmatigheid De begroting is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Dit besluit is ook van toepassing op de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de begroting De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
2.1
Uitgangspunten.
Bij deze begroting is uitgegaan van de in de kadernota opgenomen financiële kaders: •
• • • • •
Wijziging in de systematiek over de verdeling per gemeente: ➢ Per deelprogramma worden (directe) baten en lasten toegerekend (kostenplaatsmethode) ➢ Personeelskosten o.b.v. uren * tarief ➢ Wagenparkkosten o.b.v. uren * tarief ➢ Activiteitenplanning is de basis voor de uren per gemeente. ➢ % toerekening van Overhead over de verschillende deelprogramma’s ➢ Bijdrage gemeente zo veel mogelijk gebaseerd op uren * tarief + toerekening van directe baten en lasten per deelprogramma. ➢ Deelprogramma verwerkingskosten verdwijnt en verwerkingskosten worden toegevoegd aan het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Alle in 2025 uitgevoerde diensten en eventuele nieuwe diensten indien akkoord. De kosten van de verwerking van ingezamelde afvalstromen op basis van de uitkomsten van de meest recente (Europese) aanbestedingen en de in 2024 ingezamelde hoeveelheden. Personeelslasten conform vigerende CAO plus 4% indexatie. Prijsstijging inkopen individuele beoordeling per post (indien mogelijk) anders algemene indexatie van 4% . Handhaven poorttarief milieuparken €. 15,- per 0,5m3 (met name Grof restafval en Hout). 15
Begroting 2026 • •
Handhaven poorttarief milieuparken €. 7,50. Per 0,25m3 . Handhaven poorttarief milieuparken voor Matrassen (nihil).
2.2
Lasten en Baten
Lasten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval
Werkelijk 2024 7.940.329
Begroting 2025 11.562.738
Begroting 2026 13.045.475
Toevoegingen reserves Programma 1
830.239
0
0
1.708
2.219
2.975
8.772.276
11.564.957
13.048.450
923.977
917.892
816.715
0
0
0
923.977
917.892
816.715
1.300.500
1.415.000
1.440.417
VPB
0
0
0
Toevoegingen reserves Programma 3
0
0
0
1.300.500
1.415.000
1.440.417
0
0
0
10.164.806
13.895.630
15.302.607
1.708
2.219
2.975
830.239
0
0
10.996.753
13.897.849
15.305.583
VPB Totale lasten Programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Toevoegingen reserves Programma 2 Totale lasten Programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Totale lasten Programma 3 Onvoorzien Totale Lasten Totale Lasten P 1-2-3 voor bestemming VPB Totale Toevoegingen Reserves P 1-2-3 (Geraamd) Resultaat
16
Begroting 2026
Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Onttrekkingen reserves programma 1 Totale baten programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Onttrekkingen reserves programma 2
Werkelijk 2024 3.296.689
Begroting 2025 3.424.924
Begroting 2026 3.982.740
189.028
200.000
0
3.485.717
3.624.924
3.982.740
302.556
310.806
179.903
0
0
0
302.556
310.806
179.903
1.180.543
1.415.000
1.440.417
0
0
0
1.180.543
1.415.000
1.440.417
0
0
0
Totale Baten P 1-2-3 voor bestemming
4.779.788
5.150.730
5.603.060
Totale Onttrekkingen Reserves P 1-2-3
189.028
200.000
0
4.968.816
5.350.730
5.603.060
Totale baten programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening Onttrekkingen reserves programma 3 Totale baten programma 3 Onvoorzien Totale baten
(Geraamd) Resultaat
17
Begroting 2026
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Werkelijk 2024 4.643.640 641.211 1.708 5.286.559
Begroting 2025 8.137.814 -200.000 2.219 7.940.033
Begroting 2026 9.062.736 0 2.975 9.065.711
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
621.421 0 621.421
607.086 0 607.086
636.812 0 636.812
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3
119.957 0 0 119.957
0 0 0 0
0 0 0 0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB (20% < 200.000) Toevoegingen/ onttrekkingen aan reserves 1-2-3
5.385.018 1.708 641.211
8.744.900 2.219 -200.000
9.699.547 2.975 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
6.027.938 5.971.346 -56.591
8.544.899 8.544.899 0
9.702.522 9.702.522 0
Onvoorzien
18
Begroting 2026
2.4
Meerjarenraming
Onderstaande meerjarendoorkijk is gebaseerd op: • de verwachtingen voor 2026; • de cijfers van 2024 en doorkijk 2025; • een stijging/indexering van de (contract)kosten met 4% per jaar;
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Begroting 2026 9.062.736 0 2.975 9.065.711
MDK 2027 9.426.000 0 0 9.426.000
MDK 2028 9.802.000 0 0 9.802.000
MDK 2029 10.194.000 0 0 6 10.194.0000
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
636.812 0 636.812
663.000 0 663.000
690.000 0 690.000
717.000 0 717.000
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Onvoorzien
0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB (20% < 200.000) Toevoegingen/ onttrekkingen aan reserves 1-2-3
9.699.547 2.975 0
10.089.000 0 0
10.492.000 0 0
10.910.000 0 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
9.699.547 9.699.547 0
10.089.000 10.089.000 0
10.492.000 10.492.000 0
10.911.000 10.911.000 0
De niet gesaldeerde meerjarenraming is in de bijlagen te vinden.
19
Begroting 2026
2.5
Bijdragen per Gemeente
Bedragen x €
Voorschot Programma 1 Huisvuil 2026
Programma 1 Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Horst aan de Maas Beesel Totaal Programma 1 Bedragen x €
3.113.629 1.843.650 1.113.858 419.561 1.820.670 751.367 9.062.735 Voorschot Programma 2 Vegen
Voorschot Programma 2 Kolken
Voorschot Progr. 2 2026
Programma 2 Leudal Maasgouw Roerdalen Totaal Programma 2
204.530 132.945 153.398 490.872
83.121 62.819 0 145.940
Bedragen x €
287.651 195.763 153.398 638.812 Voorschot Progr. 3 Zakelijk 2026
Programma 3 Leudal Maasgouw Roerdalen Totaal Programma 3
0 0 0 0
Bedragen x €
Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Horst aan de Maas Beesel Tot. alle programma’s 20
Voorschot Alle programma’s 2025 2.982.197 1.837.734 1.003.658 393.385 1.778.855 549.069
Voorschot Alle programma’s 2026 3.401.280 2.039.413 1.267.256 419.561 1.820.670 751.367
8.544.899
9.699.547
Begroting 2026
De belangrijkste verschillen van de cijfers 2026 vergeleken met het jaar 2024 zijn uitgesplitst in het overzicht op bladzijde 3. Hierna volgt eenzelfde overzicht met de vergelijking van de ramingen van de jaren 2025 en 2026. BEGROTING 2026 Totaal RD Maasland
Begroot Gewijzigd 2025
Begroot 2026
OPBRENGSTEN Omzet Derden
3.076.800
3.479.557
Omzet Gemeenten DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afval doorberekening Interne doorberekeningen
61.000 194.924 132.903 132.903 1.578.000 1.367.902
0 0 132.903 0 2.017.000 1.577.785
Bruto Omzet
6.544.433
7.207.244
Uitbesteed
139.500
144.620
Netto Omzet
6.404.933
7.062.624
Directe salariskosten Indirecte salariskosten Salariskosten Hadm & Beesel Inhuur personeel/materieel DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Vegen Echt Susteren Project Vegen Roerdalen Afvalverwerkingskosten Totaal P1-2-3 Wagenpark excl.afschr.en rente (alle Gem.) Wagenpark excl.afschr.en rente HadM/Beesel Afschr.en Rente wagenpark Overige exploitaitiekosten Afschr.en Rente ov.expl. Voorzieningen
2.411.377 1.742.982 819.551 112.598 194.924 132.903 132.903 2.948.690 1.012.627 1.380.305 503.805 1.809.019 462.421 117.820
3.760.566 2.096.213 112.997 297.429 132.903 3.334.231 2.592.187 601.893 1.570.315 542.834 142.820
Totale bedrijfskosten
13.781.925
15.184.388
Interne doorberekeningen
1.367.902
1.577.785
Totale kosten
15.149.827
16.762.173
RESULTAAT voor reservering ( lees bijdrage gemeenten ) BESTEMMINGSRESERVES
-8.744.893
-9.699.549
200.000
-
RESULTAAT na reservering ( werkelijk )
-8.544.893
-9.699.549
-2.219
-2.975
-
-
-8.547.112
-9.702.524
0
0
KOSTEN
VPB P1 en P3
BEGROOT BIJDRAGE GEMEENTEN OVERSCHOT/TEKORT
21
Begroting 2026
2.6
Balans
Voor bovenstaande balans zijn als uitgangspunt genomen: de ontwikkelingen in de vaste activa de ontwikkelingen in de reserves (Eigen Vermogen) en voorzieningen Teneinde de liquide middelen op voldoende niveau te houden is verondersteld dat telkens een kasgeldlening wordt opgenomen.
22
Begroting 2026
2.7
Investeringen
Investeringen kunnen omschreven worden als een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Omdat het goed gedurende meerdere jaren wordt gebruikt, worden de lasten (de waardevermindering/ afschrijvingslast en de rentecomponent) niet in een keer ten laste van de begroting gebracht, maar verspreid over meerdere jaren. Deze lasten worden verspreid over meerdere jaren afhankelijk van de economische levensduur van het aangeschafte goed. RD Maasland hanteert als waarderingsgrondslag de waardering tegen historische kostprijs (vervaardigingprijs) c.q. verkrijgingprijs. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting opgenomen dat alle na 1 januari 2004 te plegen investeringen worden ingedeeld naar economisch of maatschappelijk nut (welke RD Maasland niet kent). In onderstaand overzicht worden de investeringen van het jaar 2025 meegenomen omdat de afschrijvingen pas starten in het boekjaar erop en derhalve doorwerken in de cijfers vanaf 2026. Investering (x € 1.000) Investeringen met een economisch nut:
2025
2026
2027
2028
2029
Vervangingsinvesteringen Progr.1 Vervangingsinvesteringen Progr.2 Vervangingsinvesteringen Progr.3
1.669 0 30
1.463 450 545
695 0 30
708 0 0
687 530 0
Uitbreidingsinvesteringen Totaal investeringen met een economisch nut
560
840
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Investeringen met een maatschappelijk nut
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t
n.v.t
n.v.t
TOTAAL INVESTERINGEN
2.259
3.298
725
708
1.217
Geplande/ geraamde investeringen hebben onder andere betrekking op voertuigen, (mini)containers, huisvesting en ICT. De toetreding van de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas zorgen voor de uitbreidingsinvesteringen.
23
Begroting 2026
3.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen
In dit hoofdstuk wordt naast enkele inhoudelijke paragrafen, ingegaan op (financiële) sturing en beheersing en de wettelijk verplichte onderwerpen. Voor haar financiële besturing richt RD Maasland zich met name op zaken als: een sluitende Resultatenrekening, een beperkte schulden- en vorderingenpositie, voldoende solvabiliteit en liquiditeit en een adequate Reserve. Ten behoeve van betrouwbare informatie over deze grootheden zijn een goede administratieve organisatie en interne controle, evenals een voldoende mate van risicobeheersing, onontbeerlijk. In diverse wet- en regelgeving wordt voorgeschreven dat in de Jaarrekening en Begroting enkele (verplichte) kengetallen moeten worden opgenomen. Het gaat bijv. om het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten), de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO).
3.1
Algemene dekkingsmiddelen
Onderstaand is het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen (resultaat na bestemming) opgenomen. Algemene dekkingsmiddelen P 1-2-3 Bedragen in €.
Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Saldo van baten en lasten progr.1
4.643.640
8.137.814
9.062.737
0
0
0
1.708
2.219
-2.975
641.211
-200.000
0
5.286.559
7.940.033
9.059.761
621.421
607.086
636.812
0
0
0
Totaal Programma 2
621.421
607.086
636.812
Saldo van baten en lasten progr.3
119.957
0
0
Aandeel reserves progr.3
0
0
0
VPB (20% < 200.000)
0
0
0
Totaal Programma 3
119.957
0
0
Totaal Progr. 1-2-3
6.027.937
8.544.899
9.696.573
Dekking VS-bijdr. gemeenten P1-2-3
5.971.346
8.544.899
9.696.573
Raming vs-gemeente
5.971.346
8.544.899
9.696.573
-56.591
0
0
Aandeel reserves progr.1 VPB-aandeel P1 Bestemminsreserve strat. Thema’s Totaal Programma 1 Saldo van baten en lasten progr.2 Aandeel reserves progr.2
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
24
Begroting 2026 Het besluit over het resultaat uit 2024 dient nog te worden genomen. Programma 2 wordt normaliter afgerekend met de gemeenten.
3.2
Financiering
Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. Wel wordt verwacht dat de rente langzaam zal gaan stijgen. Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren; Met de goedkeuring van de raming voor 2026 zijn voor RD Maasland expliciet ook de jaarlijkse betreffende geldbeheerbesluiten van kracht op het gebied van bankieren, het aangaan van geldleningen tot een maximum van €.
3.000.000 en het aangaan van een kasgeldlening tot een maximum van €. 1.500.000.
Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
25
Begroting 2026
Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt. Renterisico
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegestaan Renterisico
2.093
2.797
3.061
3.183
3.310
3.442
Renterisico
909
727
806
995
975
879
Ruimte
1.184
2.069
2.255
2.188
2.336
2.563
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven Kasgeldlimiet
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegest. kasgeld
490
1.147
1.255
1.305
1.357
1.411
Netto vl schuld
-/- 133
250
250
250
250
250
Ruimte
623
897
1.005
1.055
1.107
1.161
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet. In de bijlage vindt u eenzelfde overzicht maar dan per kwartaal.
26
Begroting 2026
3.3
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s te kunnen opvangen, teneinde continuïteit in de dienstverlening te kunnen waarborgen. Ten principale geldt, op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, dat de deelnemende Gemeenten verplicht zijn eventuele tekorten van RD Maasland aan te vullen. Weerstandscapaciteit (bestaande uit een post onvoorzien en/of algemene reserve) zou uitdien hoofde dan ook niet noodzakelijk zijn. Niettemin is cf. Bestuursbesluit van 14 november 2012 gekozen voor het vormen van een Algemene Reserve, enerzijds ten behoeve van de naar RD Maasland overgedragen overheidstaken en anderzijds ten behoeve van de zakelijke dienstverlening. Zodoende heeft RD Maasland ruimte gekregen om door middel van reserves incidentele tegenvallers zelf op te vangen en grote schommelingen in de bijdragen van Gemeenten te voorkomen. Daarnaast is een bestemmingsreserve voor Strategische Thema’s gevormd. Tevens is een reserve gevormd als buffer voor het eigen-risico-drager zijn van de WIA-kosten. Er zijn ook enkele voorzieningen gevormd voor te verwachten toekomstige lasten. Tot slot: periodiek worden de risico’s geïnventariseerd: gebeurtenissen die, wanneer ze zich voordoen, nadelige financiële gevolgen hebben (zie paragraaf 2.5.).
Reserves en Voorzieningen De volgende reserves zijn gevormd ultimo boekjaar: Algemene-Reserve a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor bijv. onderzoeks- en advieskosten en vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 298.000 en € 597.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 270.000 à € 540.000) c. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000 d. Bestemmingsreserve Strategische Thema’s; De vrijgevallen Veolia-gelden ad € 830.239 zijn in 2024 toegevoegd aan de bestemmingsreserve strategische thema’s. Het bestuur heeft in juni 2024 enkele categorieën vastgesteld waarvoor deze reserve kan worden aangewend. Te weten: 1) Positionering van de milieuparken en haar toekomstige invulling (100K) 2) Additionele aanpak rondom gebruiksvoorwerpen via Best-tas (75K) 3) Advieskosten samenwerking RD4, data/informatie uitwisseling (75K) 4) Aanpassingen volledig ICT-landschap, implementatie nieuw HRM en planning (200K) 5) Juridische kosten uitbreiding GR (160K) 6) De basis op orde, organisatie analyse en vervanging operationele producten (125K). Voorzieningen e.
Er zijn voorzieningen gevormd voor Cafetaria-regeling en gebouwen.
27
Begroting 2026
Reserves en Voorzieningen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Alg.Res. overheid
873
873
873
873
873
873
Alg.Res. zakelijk
264
264
264
264
264
264
Bestem. Reserve
716
516
516
516
516
516
(On)bestemd Resultaat Totale Reserves
-57
-
-
-
-
-
1.796
1.653
1.653
1.653
1.653
1.653
Voorzieningen
377
431
557
689
826
959
(x € 1.000)
De hoogte van de Algemene Reserve Overheid ligt boven het bestuurlijk vastgestelde minimum, zijnde €. 298.000. Het resultaat uit 2024 dient nog te worden beoordeeld door het Bestuur. Alle genoemde bedragen in de bovenstaande tabel zijn gebaseerd op de eindcijfers 2024 en deze zijn mede afhankelijk van het nog te nemen Bestuursbesluit aangaande het resultaat van 2024. Van daaruit worden de vastgestelde ongewijzigde ramingsbedragen van de raming voor 2025 doorgeteld. Voor de jaren daarna gelden de bedragen uit deze raming voor 2026 e.v..
Reguliere Risico’s De meest voorkomende risico’s en te verwachten gebeurtenissen, alsmede de maatregelen om de effecten ervan te beheersen, zijn beschreven in paragraaf 1 en 4.
Niet-reguliere Risico’s Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik. RD Maasland heeft het voornemen om eens per jaar (in het najaar) een risico-inventarisatie-sessie te organiseren, om deze risico’s zo goed mogelijk in kaart te brengen. En om vervolgens vast te stellen of en zo ja welke maatregelen zijn te nemen om de gevolgen ervan zo beperkt mogelijk te doen zijn. Met betrekking het toetsingscriterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) bestaat het voornemen om hierover een handelswijze op te stellen en deze, gelieerd aan de risico-inventarisatie, vast te stellen.
28
Begroting 2026 De meest majeure risico’s zijn momenteel: - Dienstenpakket Programma twee (vegen en kolkenzuigen) is relatief duur, uitbreiding noodzakelijk; - Extra (financiële) inspanningen benodigd om VANG-doelstellingen te halen; - Leeftijdsopbouw personeel; - Externe kostenstijgingen en inflatie; - Kwetsbaarheid (digitaal) archief;
3.4.
Financiële Kengetallen
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten enkele Financiële Kengetallen worden opgenomen; ze zijn in deze paragraaf vermeld. RD Maasland stuurt zelf niet op deze kengetallen en ontwikkelt er dus geen beleid voor. De Provincie geeft aan dat zij geen handreiking voor adequate betekenisgeving en beoordeling van de kengetallen kan doen, noch dat er eensluidende normen voor bestaan of dat zij normen zou opleggen. Desalniettemin is hieronder een zo goed mogelijke invulling gegeven aan elk kengetal, aan de hand waarvan door RD Maasland de Kengetallen kunnen worden beoordeeld, en de gerealiseerde waarden en ontwikkeling daarin kunnen worden verklaard. De voor de berekening van de kengetallen benodigde getallen zijn opgenomen in de daarvoor bestemde tabellen in de Bijlagen.
Netto Schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Bedacht moet worden dat dit kengetal wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Netto Schuldquote in % < 130 %
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
54%
40%
55%
48%
42%
39%
De Netto Schuldquote beweegt zich bij RD Maasland op een niveau tussen 39 en 55% (2024 – 2029) en bevindt zich dus ruimschoots binnen de VNG-norm. De percentages worden beïnvloed door het aantrekken van vreemd geld en de hoogte van de totale baten van de begroting. Geldleningen worden alleen afgesloten zodra er geen eigen liquiditeit voorhanden is. Daarnaast wordt de hoogte van baten sterk omhooggestuwd door de gemeentelijke bijdragen. NB: BBV schrijft ook het kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” voor, echter bij RD is geen sprake van “verstrekte leningen”.
29
Begroting 2026
Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke Regeling van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen reserves (zie onder 2.1.a) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
20%
14%
14%
15%
16%
16%
Om te (blijven) voldoen aan de eis van 15% zullen de gemeenten dienen toe te staan dat er reserves opgebouwd worden.
Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Structurele Exploitatieruimte
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
0%
0%
0%
0%
0%
0%
in % > 0%
30
Begroting 2026 Bij RD Maasland schommelt dit saldo rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten.
EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd.
De EMU-saldi zien er als volgt voor RD Maasland uit: EMU-saldo
2024
2025
2026
2027
2028
2029
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Norm n.v.t.
-288
-1.266
-2.105
790
812
243
Zichtbaar is dat het EMU-saldo een negatieve afloop kent tot en met 2026. Voor de jaren 2027 t/m 2029 wordt voorzien dat de hoogte van de totale investeringen lager ligt dan de lopende afschrijvingen, hetgeen zich dan vertaald in een positief saldo. Investeringen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
1.271
2.259
3.298
725
708
1.217
Investeringen zijn in de berekening van het EMU-saldo een aftrekpost. De post afschrijvingen ligt voor de jaren 2027 e.v. telkens hoger dan de geplande investeringen. De verhoogde investeringen in 2025 en 2026 houden verband met de toetreding van de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas. Er zou een minder wisselend beeld zijn wanneer er sprake zou zijn van een zgn. ideaalcomplex: een evenwichtige “leeftijdsverdeling” van de activa, waardoor het bedrag aan investeringen in elk jaar ongeveer zo groot is als de afschrijvingen.
31
Begroting 2026
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen
In deze paragraaf worden de bedragen die worden uitgegeven aan het verkrijgen/ vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen toegelicht. Voor RD Maasland betreft dit: a. Gebouwen b. Voertuigen c. Milieupark
Kapitaalgoederen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
-Vervanging
0
0
0
0
0
0
-Onderhoud
14
27
33
34
36
37
-Vervanging
282
1.090
3.190
620
700
1.190
-Onderhoud
391
390
559
581
604
628
-Vervanging
0
0
0
0
0
0
-Onderhoud
22
15
15
16
16
17
Gebouwen
Voertuigen
Milieupark
Voor elk van de drie categorieën is een financiële planning opgesteld. De vervanging vindt plaats na het verstrijken van de economische en/of technische levensduur. De in de tabel genoemde bedragen worden verwerkt in de begroting.
32
Begroting 2026
3.6
Administratieve Organisatie/ Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en/ of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd, dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig. Vanaf 2018 worden deze maatregelen nader onder de loep worden genomen. Deze inspanningen lopen permanent door.
3.7
Personeel & Organisatie nieuwe invoeren
Organogram
Directie
Manager Operatie & bedrijfsbureau & Facilitaire zaken
Inzameling & Transport Planning
Manager Grondstoffen
Manager Financien & ICT
& Beleid & Communicatie
& P&O
Beleid & Ontwikkeling
Commerciele activiteiten
Afvalstromen
Finacien
Projecten
ICT
Brengvoorzieningen & BOR & projecten
Bedrijfsbureau
Communicatie
Onderhoud & Facilitaire zaken
Secreteriaat
Personeel & Organisatie
Het personeel van RD Maasland valt onder de werking van de CAO WSGO. Vanaf 1 januari 2020 hebben ambtenaren bij de overheid zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten als werknemers in het bedrijfsleven.
33
Begroting 2026
3.8
Verbonden Partijen
Voor de volgende deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Roerdalen Gemeente Echt-Susteren Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Beesel
3.9
Rechtmatigheid
In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland 2023”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controleverordening Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland 2023, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. Vanaf 2023 neemt de controlerend accountant niet meer een oordeel over de (financiële) rechtmatigheid in zijn controleverklaring op. Overheidslichamen zijn in deze situatie zelf verantwoordelijk voor het opnemen van een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De controlerend accountant betrekt dan de rechtmatigheidsverantwoording in zijn oordeel over de getrouwheid van de jaarstukken.
RD Maasland heeft in dit kader vanaf de jaarrekening 2024 een (goedkeurende) rechtmatigheidsverklaring afgegeven dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.
34
Begroting 2026
3.10 Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten (x € 1.000) Incidentele lasten P1 Incidentele lasten P2 Incidentele lasten P3 Totale incidentele lasten P1-2-3
2024
2025
2026
2027
2028
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Incidentele baten P1 Incidentele baten P2 Incidentele baten P3 Totale incidentele baten P1-2-3
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Geraamd saldo incidentele baten en lasten
0
0
0
0
0
In de ramingen vanaf 2024 wordt geen rekening gehouden met incidentele zaken.
35
Begroting 2026
3.11 Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2024. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen.
bedragen x €
Baten 2025
Lasten 2025
Saldo 2025
Programma 1
3.958.820
11.761.379
-7.802.560
Programma 2
70.703
652.293
-581.590
Programma 3
1.428.917
1.166.531
262.386
Totaal P 1-2-3
5.458.440
13.580.204
-8.121.764
Overhead
0
1.577.785
-1.577.785
VPB
0
2.975
-2.975
Bedrag onvoorzien
0
0
0
5.458.440
15.160.964
-9.702.524
0
0
0
Saldo na mutaties reserves
5.458.440
15.160.964
-9.702.524
Dekking gemeenten
9.702.523
0
9.702.523
(Geraamd) Resultaat
15.160.964
15.160.964
0
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Uit deze tabel blijkt dat de overheadkosten in 2026 ruim € 1.577.000 bedragen, ofwel 10%. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50%. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan dat gemiddelde.
Als definitie voor Overhead wordt gehanteerd: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. 36
Begroting 2026
Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O/ HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en kantoorruimte van de huisvesting, receptie, catering, gebouwenbeheerders, voor zover niet behorend tot de uitvoerende diensten; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces.
37
Begroting 2026
3.12 Doorschuif-btw In 2003 zijn bij de invoering van het compensatiefonds onder meer de gemeenschappelijke regelingen in de gelegenheid gesteld een keuze te maken tussen de kostenplus-regeling of de transparantiemethode. Gezamenlijk is in het voortraject in 2002 besloten voor deze laatste wijze te opteren waarbij de betreffende (inkoop)btw van RD Maasland derhalve wordt doorgeschoven naar de deelnemers. Onderstaande tabel geeft de raming van de doorschuif-btw voor het jaar 2024 & 2025 per gemeente. Opgemerkt wordt dat de btw van de verwerkingskosten voor het huishoudelijke rest en gft afval als ook de verwerkingskosten voor veegvuil en kolkslib rechtstreeks via facturen in rekening wordt gebracht bij de deelnemers en daarom niet zijn opgenomen in de onderstaande cijfers. De verhoudingen qua aantal aansluitingen (gebaseerd op het containermanagementsysteem) per gemeente spelen een rol in de berekening. De qua hoogte wisselende bedragen voor de jaarlijkse investeringen hebben ook invloed op de doorschuif-btw. De fluctuatie als direct gevolg hiervan kan RD Maasland niet opvangen, immers de organisatie beschikt niet over middelen om hierin egaliserend te werken. Elke individuele gemeente zal derhalve intern maatregelen dienen te nemen om deze fluctuatie op te vangen.
Geraamde Doorschuif-btw (x € 1.000) Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Roerdalen Gemeente Echt-Susteren Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Beesel
2024 Werkelijk 350 246 124 50 -
2025 Raming 90 63 58 23 112 37
2026 Raming 322 224 202 26 330 105
TOTAAL DOORSCHUIF-BTW
770
537
1.209
38
Begroting 2026
4.
BIJLAGEN •
Bijlage 1
Meerjarenperspectief gemeentelijke bijdrage
•
Bijlage 2
Diverse Kengetallen
•
Bijlage 3
Staat van reserves en voorzieningen
39
Begroting 2026
BIJLAGE 1
Meerjarenperspectief Gemeentelijke Bijdragen
Toelichting meerjarenperspectief Bovenstaand perspectief is gebaseerd op: -
de verwachtingen voor 2026; de cijfers van 2024; een stijging/indexering van de (contract)kosten met 4% per jaar vanaf 2027;
40
Begroting 2026
Meerjarenraming niet gesaldeerd
41
Begroting 2026
BIJLAGE 2
Diverse Kengetallen
42
Begroting 2026