Concept begroting 2025 RD MAASLAND
Tekst van het document
Begroting 2025
Programmabegroting 2025 Inclusief financiële doorkijk 2026 - 2028
Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland April 2024
1
Begroting 2025
Voorwoord / Kaders Begroting Hierbij bieden wij u de begroting 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) RD Maasland aan. Nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze in te dienen, wordt de begroting vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 10 juli 2024. In maart 2024 zijn de “Algemene beleidsmatige en financiële kaders t.b.v. begroting 2025” ter kennis gebracht van de gemeenteraden. De begroting gaat uit van de kaders zoals die in de kadernota zijn beschreven.
Het Dagelijks Bestuur,
T.J. Blomen, voorzitter
J.M.A.R. van der Broek, secretaris
2
Begroting 2025
Samenvatting verschillen Begroting 2025 – Realisatie 2023 In onderstaand overzicht zijn, op hoofdlijnen, de voor 2025 geraamde bedragen vergeleken met de realisatie 2023.
3
Begroting 2025
Inhoudsopgave Voorwoord / Kaders Begroting ............................................................................................................... 2 Samenvatting verschillen Begroting 2025 – Realisatie 2023 .................................................................. 3 Inleiding................................................................................................................................................... 5 1.
Programmaplan ......................................................................................................................... 6 1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval ...................................................................................... 7
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte....................................................................................... 10
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening ........................................................................... 12
2.
Financiële Begroting ................................................................................................................ 13 2.1
Uitgangspunten. .................................................................................................................. 13
2.2
Lasten en Baten ................................................................................................................... 14
2.4
Meerjarenraming................................................................................................................. 17
2.5
Bijdragen per Gemeente ..................................................................................................... 18
2.6
Balans .................................................................................................................................. 20
2.7
Investeringen ....................................................................................................................... 21
3.
4.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen.................................. 22 3.1
Algemene dekkingsmiddelen .............................................................................................. 22
3.2
Financiering ......................................................................................................................... 23
3.3
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................................ 25
3.4.
Financiële Kengetallen......................................................................................................... 27
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen ............................................................................................. 31
3.6
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB) ................................................. 32
3.7
Personeel & Organisatie ...................................................................................................... 32
3.8
Verbonden Partijen ............................................................................................................. 33
3.9
Rechtmatigheid ................................................................................................................... 33
3.10
Incidentele baten en lasten ................................................................................................. 34
3.11
Overhead ............................................................................................................................. 35
3.12
Doorschuif-btw .................................................................................................................... 37 BIJLAGEN .................................................................................................................................. 38
BIJLAGE 1
Meerjarenperspectief Gemeentelijke Bijdragen ........................................................ 39
BIJLAGE 2
Diverse Kengetallen .................................................................................................... 41
BIJLAGE 3
Staat van reserves en voorzieningen .......................................................................... 45 4
Begroting 2025
Inleiding Programmabegroting Deze begroting is opgebouwd conform de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording. In deze programmatisch opgebouwde begroting hebben we een drietal programma’s opgenomen waarmee we ons richten op vooraf gestelde doelen en beoogde effecten. Vanuit deze programmatische gedachte kent deze begroting een scheiding tussen beleidsmatige en financiële aspecten. Het beleidsmatige deel bestaat uit het programmaplan en een aantal paragrafen. Het financiële deel bestaat uit een overzicht van de verdeling van de middelen over de verschillende programma’s en programmaonderdelen. Procedure begroting • 5 april 2024 • Vóór 15 april 2024 •
Vóór 15 juni 2024
•
10 juli 2024
: Het Algemeen Bestuur bespreekt de conceptbegroting. : Het DB biedt de conceptbegroting aan, aan de gemeenteraden. : De gemeenteraden dienen vóór 15 juni hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken aan het DB. Het DB voorziet de ingebrachte zienswijzen van een reactie en biedt deze tezamen met de conceptbegroting aan, aan het AB. : Het AB stelt de begroting vast.
Leeswijzer Het eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin drie programma’s zijn opgenomen te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Waar in het eerste hoofdstuk met name het beleidsmatige, de ‘wat’-vragen, aan de orde komen, bevat het tweede hoofdstuk een aantal paragrafen waar met name de beheersmatige aspecten, aan de orde komen. Tenslotte is in hoofdstuk 3 de financiële begroting van RD Maasland opgenomen.
5
Begroting 2025
1.
Programmaplan
Dit eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin wij onze begroting in drie programma’s hebben verdeeld, te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. De opbouw van dit programmaplan draagt bij aan meer grip en betere verantwoording ten aanzien van de Begrotingscyclus, Planning en Control, en Programmamanagement. Daarom hebben de programma’s een vaste indeling gekregen, die als volgt is onderverdeeld: • Inleiding; • Doelen; • Prestaties; • Middelen;
6
Begroting 2025
1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval
Inleiding Het Programma Huishoudelijk Afval heeft betrekking op al het huishoudelijk afval dat in de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten wordt ingezameld. In 2022 is gestart met de wijziging van de inzameling van het huishoudelijk afval teneinde de gestelde milieudoelen te kunnen realiseren. De kosten voor het afvalbeheer zijn de afgelopen jaren alsmaar gestegen, dit vooral vanwege de stijging van de kosten voor het verwerken van het afval. Deze kosten zijn minder goed beheersbaar. Dit verwerken gebeurt door bedrijven die gecontracteerd worden op basis van aanbestedingen. De kosten voor het verwerken van afval is onderhevig aan schommelingen op de (wereld)markt; is de vraag naar bepaalde stromen hoog dan zijn de kosten voor het verwerken lager en soms wordt er zelfs een vergoeding voor betaald. Is de vraag echter laag dan stijgen de kosten. Naast ontwikkelingen op de markt zijn de door de overheid ingevoerde belasting op het verbranden van afval en de wijziging van de vergoeding voor het inzamelen van kunststof debet aan de kostenstijging. Het bestuur van RD Maasland streeft er dan ook naar om in navolging van het landelijke beleid, om daar waar het kan samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken c.q. circulair toe te passen.
Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Het Algemeen bestuur heeft dit streven vertaald naar: RD Maasland streeft naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plek meer is voor afval. Dit streven is vertaald naar de volgende doelstellingen: A. Verlagen van het restafval naar 100 kilogram restafval per inwoner uiterlijk in 2023. B. Verlagen van het restafval van 100 kilogram naar 80 kilogram restafval per inwoner uiterlijk in 2025. De focus ligt op het terugdringen van de grote hoeveelheid GFT/ keukenafval die nu nog in de restafvalcontainer terechtkomt. De doelstellingen vormen het kader voor de uitvoering van de taken van RD Maasland. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het afvalbeheer. RD Maasland ontzorgt gemeenten en inwoners hierbij met haar kennis, slagkracht en schaalgrootte. Ook in aankomende jaren, waarbij de transitie naar een circulaire economie centraal staat, zal RD Maasland met een regionale aanpak de afvalprestatie helpen te verbeteren. Kostenbeheersing in combinatie met voldoende service en draagvlak voor verandering bij burgers en belanghebbenden voor verandering, zijn hierbij randvoorwaarden.
Verder is het streven van het bestuur om de hoeveelheid restafval te reduceren tot 80 kg/inw., de kwaliteit van de ingezamelde grondstofstromen te verbeteren en de burgers te stimuleren om actief deel te nemen aan het circulaire gedachte goed. Het algemeen bestuur heeft er in 2023 ervoor gekozen om haar ambitie voor de komende jaren te verwoorden in het Strategisch Meerjaren Plan 2023-2028 “Samen, stap voor stap circulair”. In dit plan zijn de strategische doelen verder uitgewerkt naar strategische activiteiten waaronder: • Het gefaseerd en planmatig ontwikkelen van grondstoffen management. • Het projectmatig transformeren van onze milieustraten naar grondstofparken. 7
Begroting 2025 • • •
Het verder bundelen van onze grondstofexpertise met partners. Het faciliteren van (circulaire) werkgelegenheid bij voorkeur met partners binnen Limburg. Intensiveren van samenwerking met branchegenoten en deelname in innovatieve netwerken zoals Triple Helix.
De essentie van het samenwerken in de gemeenschappelijke regeling is dat kosten kunnen worden vermeden of gereduceerd door de schaal waarop de uitvoering van het gemeenschappelijke afvalbeheer kan plaatsvinden. Met deze visie is 60 jaar geleden door 11 midden Limburgse gemeenten de GR Reinigingsdienst Maasland opgericht. Deze visie is en blijft actueel. Het effect van de samenwerking is het hoogst als de inzameling van het afval door het gehele verzorgingsgebied op eenzelfde wijze plaatsvindt. Daarnaast blijft het bestuur streven naar uitbreiding van de samenwerking met buurgemeenten. De uitvoeringskosten worden op basis van het aantal aansluitingen (gebaseerd op het containermanagementsysteem) doorberekend naar de deelnemende gemeenten. In deze doorberekening zit geen winstopslag. Eventuele aanvullende diensten worden direct in rekening gebracht bij de betreffende gemeente. Roerdalen en Echt-Susteren nemen niet alle diensten af. Kengetallen Werkelijk 2022 14.826
Werkelijk 2023 14.913
Begroot 2024 14.913
Begroot 2025 14.864
Maasgouw
10.291
10.396
10.396
10.423
Roerdalen
9.222
9.242
9.242
9.280
Echt-Susteren noord
8.350
8.350
8.350
8.350
Totaal
42.689
42.901
42.901
42.917
Aantal aansluitingen per gemeente (per 1 januari)
Leudal
Doelen Met dit programma wordt invulling gegeven aan de wettelijke taak van gemeenten, welke taken door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling RD Maasland. Verwezen wordt naar art. 10.21 en art. 10.22 van de Wet Milieubeheer. Het bestuur van RD Maasland streeft er naar om in het kader van circulaire economie, samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken. Met andere woorden, gestreefd wordt naar ‘het sluiten van de keten’. Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Prestaties In 2022 is in de GR-gemeenten Leudal, Maasgouw en Roerdalen nieuw afvalbeleid geïmplementeerd. In 2023 heeft een evaluatie van dit beleid plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de implementatie een positieve bijdrage heeft geleverd aan de doelstelling voor reductie van te verbranden restafval. Dit positieve effect is ook in het boekjaar 2023 zichtbaar.
8
Begroting 2025 Middelen Teneinde deze doelen te bereiken, is een inzamelstructuur beschikbaar en worden onderstaande diensten uitgevoerd. • Huis-aan-huis ( h-a-h ) inzameling van restafval en GFT; • Huis-aan-huis inzameling van PMD in Roerdalen en Maasgouw; • Inzameling grof huishoudelijk afval (gha), tuinafval e.d. via de milieuparken; • Inzameling glas, metaal, PMD en kleding via brengvoorzieningen in de wijk; • Inzameling klein chemisch afval; • Inzameling grof huishoudelijk afval aan huis op aanvraag; • Inzameling herbruikbare huisraad aan huis op aanvraag ( kringloopgoederen ); • Inzameling elektrische apparaten aan huis op aanvraag en via milieuparken (zogenaamde WEB-stroom = Wit- en Bruingoed ); • Inzameling oud papier via verenigingen; • Het (doen) verwerken van afvalstromen; • Diftar ( Gedifferentieerde Tarieven ); • Containermanagement; • Klachtenregistraties; • Voorlichting; beleidsvoorbereiding. De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Kostprijs (bijdragen gemeenten) Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
1.669.776
1.655.062
1.884.609
1.833.125
Inzameling via milieuparken
665.651
651.205
767.586
801.082
Inzameling via brengvoorzieningen in de wijk
748.635
813.418
903.879
1.140.153
Kosten Diftar
224.091
224.981
280.118
268.489
Containermanagement
321.619
371.118
452.157
398.165
Verwerking afval
408.184
435.682
230.878
192.685
Beleid en voorlichting
658.480
930881
883.488
966.112
(Geraamd) Saldo van baten en lasten (1)
4.696.435
5.082.384
5.402.715
5.599.811
Aandeel reserves (2) (min-teken is onttrekking)
0
0
0
0
1.716
1.572
1.389
1.409
Dekking bijdrage gemeenten als voorschot
4.698.151
5.194.176
5.404.104
5.601.220
Dekking Peel en Maas (5)
-249.100
0
0
0
Geraamde voorschotten gemeenten
4.193.831
5.083.919
5.404.104
5.601.220
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
-6.120
110.257
0
0
Verwerkingskosten hha rst-gft afval (4)
1.222.506
1.313.727
1.218.000
1.568.000
Totale inzameling incl.verwerking (1+2+3+4)
5.920.657
6.397.646
6.622.104
7.169.220
Bedragen in € Inzameling restafval en GFT, huis-aan-huis
Aandeel VPB (3)
9
Begroting 2025
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte
Inleiding Via de gemeenschappelijke regeling zijn de mechanische reiniging van verhardingen en de reiniging van straatkolken in de gemeenten Maasgouw en Leudal opgedragen aan RD Maasland. Het mechanisch vegen wordt zo mogelijk gecombineerd met het verwijderen van onkruiden. Het kolkenreinigen is uitbesteed om reden dat de omvang van het werk onvoldoende is om een investering in eigen materieel rendabel te maken. De gemeenten Echt-Susteren en Roerdalen hebben RD Maasland opdracht verleend de verhardingen mechanisch te reinigen. RD Maasland streeft er naar om het kolkenreinigen te verzorgen voor alle deelnemende gemeenten. De minimale vorm van samenwerking is een gezamenlijke aanbesteding.
Kengetallen Aantal kolken per gemeente te ledigen
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Leudal ( voor- en najaar)
29.957
30.358
29.957
29.957
Maasgouw ( voor- en najaar)
22.640
22.709
22.640
22.640
Totaal
52.597
53.067
52.597
52.597
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Leudal
2.146
2.002
2.000
2.000
Maasgouw
1.399
1.300
1.300
1.300
Totaal
3.545
3.302
3.300
3.300
(per 1 januari)
Aantal veeguren per gemeente
Doelen Met dit programma wordt beoogd dat met de uitvoering van genoemde taken: • beantwoord wordt aan de verwachtingen van de gemeenten. Prestaties • uitbreiding taken op het gebied van schoonmaak openbare ruimte. Indicatoren
Opdrachten van gemeenten
Gemiddeld 2021-2023 3.401 uren
Opdrachten van gemeenten
47.633 kolken*
Aantal veeguren / kolken
Doelstelling +100%
Norm n.v.t.
+100%
n.v.t.
*Sinds 2022 voor Leudal in het voor- en najaar. Voorheen enkel voorjaar.
10
Begroting 2025 3.300 uren 52.597 kolken
Begroting 2025
Middelen RD Maasland beschikt over 5 veegmachines. Het schoonmaken van de kolken is vooralsnog uitbesteed. Zodra een hoge bezettingsgraad kan worden bereikt, zal deze dienst in eigen beheer worden uitgevoerd.
De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Bij deze raming is uitgegaan van: • Alle in 2023 uitgevoerde diensten; • Stijging van de personeelslasten met cao. Kostprijs ( bijdragen gemeenten ) Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Kosten veegdienst
459.585
413.186
448.495
467.948
Kosten kolkendienst
108.765
124.019
118.747
134.821
(Geraamd) Saldo van baten en lasten
568.350
537.205
567.242
602.769
0
0
0
0
Dekking bijdrage gemeenten
568.350
546.152
567.242
602.769
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
-128.894
8.947
0
0
Bedragen in €
Aandeel reserves
11
Begroting 2025
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Inleiding De zakelijke dienstverlening omvat vooral de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. De oorsprong van deze dienstverlening is gelegen in het feit dat in het verleden bedrijfsafvalstoffen, van met name kleine bedrijven, tezamen met huishoudelijke afvalstoffen werden ingezameld. De opdrachten worden in de regel verleend na een aanbesteding of aanvraag van offerte. Deze activiteit is VPB plichtig. Doelen • Versteviging bedrijfseconomische positie; Prestaties • Bijdrage aan dekking vaste kosten RD Maasland. Indicatoren
Bedragen x € Omzet zakelijke diensten Netto resultaat
Gemiddeld 2021-2023
Doelstelling
Begroting 2025
1.224.210
n.v.t.
n.v.t.
1.415.000
1.108
neutraal
n.v.t.
0
Norm
Middelen RD Maasland beschikt over specifiek transportmaterieel waarmee afzet- en rolcontainers kunnen worden getransporteerd resp. gewogen en geledigd. Voor het vegen van bedrijfsterreinen worden veegmachines ingezet. Onderstaande tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten: Kostprijs (gesaldeerd als positief effect (= verlaging van ) op gemeentelijke bijdrage Begroting 2025
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
-78.863
9.470
0
0
Aandeel reserves
0
0
0
0
VPB ( 20% < 200.000 )
0
0
0
0
0 -78.863
0 9.470
0 0
0 0
Bedragen in € (Geraamd) Saldo van baten en lasten
Verlaging bijdrage gemeenten (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
12
Begroting 2024
Begroting 2025
2.
Financiële Begroting
Rechtmatigheid De begroting is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Dit besluit is ook van toepassing op de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de begroting De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
2.1
Uitgangspunten.
Bij deze begroting is uitgegaan van de in de kadernota opgenomen financiële kaders: • • • • • • • • • • •
Alle in 2023 uitgevoerde diensten; Aanpassing inzamelfrequentie restafval; per 1-1-’22 reeds ingevoerd (en de resultaten uit de voorlopige analyse/ evaluatie); Aanpassing inzamelfrequentie PMD per 1-1-‘22 reed ingevoerd (en de resultaten uit de voorlopige analyse/ evaluatie); Kosten flankerende maatregelen en extra communicatie; Nieuwe Beleid De kosten van de verwerking van ingezamelde afvalstromen op basis van de uitkomsten van de meest recente (Europese) aanbestedingen en de in 2023 ingezamelde hoeveelheden Twee wekelijkse Huis-aan-Huis inzameling PMD voor de gemeenten Leudal, Maasgouw en Roerdalen Personeelslasten conform vigerende CAO plus 4% indexatie. Prijsstijging inkopen individuele beoordeling per post (indien mogelijk) anders algemene indexatie van 4% . Handhaven poorttarief milieuparken €. 15,- per 0,5m3 (met name Grof restafval en Hout) Handhaven poorttarief milieuparken €. 7,50. Per 0,25m3 Aanpassing poorttarief milieuparken voor Matrassen naar nihil.
13
Begroting 2025
2.2
Lasten en Baten
Lasten Werkelijk 2023 7.903.167
Begroting 2024 8.208.521
Begroting 2025 8.734.236
0
0
0
1.572
1.389
1.409
7.904.739
8.209.910
8.735.645
843.783
876.133
915.575
0
0
0
843.783
876.133
915.575
1.315.072
1.379.000
1.435.000
VPB
0
0
0
Toevoegingen reserves Programma 3
0
0
0
1.315.072
1.379.000
1.435.000
0
0
0
10.063.594
10.463.654
11.086.220
1.572
1.389
1.409
0
0
0
10.065.166
10.465.043
11.087.629
Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Toevoegingen reserves Programma 1 VPB Totale lasten Programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Toevoegingen reserves Programma 2 Totale lasten Programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Totale lasten Programma 3 Onvoorzien Totale Lasten Totale Lasten P 1-2-3 voor bestemming VPB Totale Toevoegingen Reserves P 1-2-3 (Geraamd) Resultaat
14
Begroting 2025
Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Onttrekkingen reserves programma 1 Totale baten programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Onttrekkingen reserves programma 2
Werkelijk 2023 2.820.820
Begroting 2024 2.805.806
Begroting 2025 3.134.424
0
0
0
2.820.820
2.805.806
3.134.424
306.578
308.891
312.806
0
0
0
306.578
308.891
312.806
1.324.775
1.379.000
1.492.000
0
0
0
1.324.775
1.379.000
1.492.000
0
0
0
Totale Baten P 1-2-3 voor bestemming
4.452.173
4.493.697
4.882.231
Totale Onttrekkingen Reserves P 1-2-3
0
0
0
4.452.173
4.493.697
4.882.231
Totale baten programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening Onttrekkingen reserves programma 3 Totale baten programma 3 Onvoorzien Totale baten
(Geraamd) Resultaat
15
Begroting 2025
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Werkelijk 2023 5.082.348 0 1.572 5.083.920
Begroting 2024 5.402.715 0 1.389 5.404.104
Begroting 2025 5.599.811 0 1.100 1.409 5.601.220
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
537.205 0 537.205
567.242 0 567.242
602.769 0 602.769
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3
-9.704 0 0 -9.704
0 0 0 0
0 0 0 0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB ( 20% < 200.000 ) Toevoegingen / onttrekkingen aan reserves 1-2-3
5.609.849 1.572 0
5.969.957 1.389 0
6.203.989 1.409 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
5.611.421 5.740.095 128.673
5.971.346 5.971.346 0
6.203.989 6.203.989 0
Onvoorzien
16
Begroting 2025
2.4
Meerjarenraming
Onderstaande meerjarendoorkijk is gebaseerd op: • de verwachtingen voor 2025; • de cijfers van 2023 en doorkijk 2024; • een stijging/indexering van de (contract)kosten met 4% per jaar;
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Begroting 2025 5.599.812 0 1.409 5.601.211
MDK 2026 5.825.000 0 0 5.825.000
MDK 2027 6.058.000 0 0 6.058.000
MDK 2028 6.300.000 0 0 0 6.300.0006
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
602.769 0 602.769
628.000 0 628.000
654.000 0 654.000
680.000 0 680.000
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Onvoorzien
0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB ( 20% < 200.000 ) Toevoegingen / onttrekkingen aan reserves 1-2-3
6.203.990 0 0
6.453.000 0 0
6.712.000 0 0
6.980.000 0 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
6.203.990 0 6.203.990 0
6.453.000 0 6.453.000 0
6.712.000 0 6.712.000 0
6.980.000 0 6.980.000 0
17
Begroting 2025
2.5
Bijdragen per Gemeente
Bedragen x €
Voorschot Programma 1 Huisvuil 2025
Programma 1 Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Totaal Programma 1 Bedragen x €
Programma 2 Leudal Maasgouw Totaal Programma 2
2.471.174 1.732.847 1.011.049 386.151 5.601.220 Voorschot Programma 2 Vegen
Voorschot Programma 2 Kolken
283.605 184.343 467.948
76.788 58.033 134.821
Bedragen x €
Voorschot Progr. 2 2025 360.393 242.376 602.769 Voorschot Progr. 3 Zakelijk 2025
Programma 3 Leudal Maasgouw Roerdalen Totaal Programma 3
0 0 0 0
Bedragen x €
Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Tot. alle programma’s
18
Voorschot Alle programma’s 2024 2.729.943 1.894.231 959.770 387.402
Voorschot Alle programma’s 2025 2.831.567 1.975.223 1.011.049 386.151
5.971.346
6.203.990
Begroting 2025 De belangrijkste verschillen van de cijfers 2025 vergeleken met het jaar 2023 zijn uitgesplitst in het overzicht op bladzijde 3. Hierna volgt eenzelfde overzicht met de vergelijking van de ramingen van de jaren 2024 en 2025.
19
Begroting 2025
2.6
Balans
Voor bovenstaande balans zijn als uitgangspunt genomen: de ontwikkelingen in de vaste activa de ontwikkelingen in de reserves (Eigen Vermogen) en voorzieningen Teneinde de liquide middelen op voldoende niveau te houden is verondersteld dat telkens een kasgeldlening wordt opgenomen.
20
Begroting 2025
2.7
Investeringen
Investeringen kunnen omschreven worden als een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Omdat het goed gedurende meerdere jaren wordt gebruikt, worden de lasten (de waardevermindering / afschrijvingslast en de rentecomponent) niet in een keer ten laste van de begroting gebracht, maar verspreid over meerdere jaren. Deze lasten worden verspreid over meerdere jaren afhankelijk van de economische levensduur van het aangeschafte goed. RD Maasland hanteert als waarderingsgrondslag de waardering tegen historische kostprijs (vervaardigingprijs) c.q. verkrijgingprijs. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting opgenomen dat alle na 1 januari 2004 te plegen investeringen worden ingedeeld naar economisch of maatschappelijk nut (welke RD Maasland niet kent). In onderstaand overzicht worden de investeringen van het jaar 2024 meegenomen omdat de afschrijvingen pas starten in het boekjaar erop en derhalve doorwerken in de cijfers vanaf 2025. Investering (x € 1.000) Investeringen met een economisch nut:
2024
2025
2026
2027
2028
Vervangingsinvesteringen Progr.1 Vervangingsinvesteringen Progr.2 Vervangingsinvesteringen Progr.3
880 30
100 450 30
570 295
450 30
360 530 -
Uitbreidingsinvesteringen Totaal investeringen met een economisch nut
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Investeringen met een maatschappelijk nut
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t
n.v.t
n.v.t
TOTAAL INVESTERINGEN
910
580
865
480
890
Geplande / geraamde investeringen hebben onder andere betrekking op voertuigen, containers, hardware ICT.
21
Begroting 2025
3.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen
In dit hoofdstuk wordt naast enkele inhoudelijke paragrafen, ingegaan op (financiële) sturing en beheersing en de wettelijk verplichte onderwerpen. Voor haar financiële besturing richt RD Maasland zich met name op zaken als: een sluitende Resultatenrekening, een beperkte schulden- en vorderingenpositie, voldoende solvabiliteit en liquiditeit en een adequate Reserve. Ten behoeve van betrouwbare informatie over deze grootheden zijn een goede administratieve organisatie en interne controle, evenals een voldoende mate van risicobeheersing, onontbeerlijk. In diverse wet- en regelgeving wordt voorgeschreven dat in de Jaarrekening en Begroting enkele (verplichte) kengetallen moeten worden opgenomen. Het gaat bijv. om het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten), de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO).
3.1
Algemene dekkingsmiddelen
Onderstaand is het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ( resultaat na bestemming ) opgenomen. Algemene dekkingsmiddelen P 1-2-3 Bedragen in €.
Werkelijk 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Saldo van baten en lasten progr.1
5.083.919
5.402.715
5.599.811
0
0
0
1.572
1.389
1.409
5.085.491
5.404.104
5.601.220
537.205
567.242
602.769
0
0
0
537.205
567.242
602.769
-9.704
0
0
Aandeel reserves progr.3
0
0
0
VPB (20% < 200.000)
0
0
0
Totaal Programma 3
-9.470
0
0
Totaal Progr. 1-2-3
5.612.992
5.971.346
6.203.989
Dekking VS-bijdr. gemeenten P1-2-3
5.740.095
5.971.346
6.203.989
Raming vs-gemeente incl.P+M
5.740.095
5.971.346
6.203.989
128.673
0
0
Aandeel reserves progr.1 VPB aandeel P1 Totaal Programma 1 Saldo van baten en lasten progr.2 Aandeel reserves progr.2 Totaal Programma 2 Saldo van baten en lasten progr.3
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
Het besluit over het resultaat uit 2023 dient nog te worden genomen. Programma 2 wordt afgerekend met de gemeenten. De resultaten uit Programma 3 worden eveneens afgerekend met de gemeenten. 22
Begroting 2025
3.2
Financiering
Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. Wel wordt verwacht dat de rente langzaam zal gaan stijgen. Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren; Met de goedkeuring van de raming voor 2025 zijn voor RD Maasland expliciet ook de jaarlijkse betreffende geldbeheerbesluiten van kracht op het gebied van bankieren, het aangaan van geldleningen tot een maximum van €.
1.000.000 en het aangaan van een kasgeldlening tot een maximum van €. 1.000.000.
Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
23
Begroting 2025
Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt . Renterisico
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegestaan Renterisico
2.071
2.093
2.217
2.306
2.398
2.494
Renterisico
730
763
727
781
720
725
Ruimte
1.341
1.330
1.490
1.525
1.678
1.770
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven Kasgeldlimiet
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegest. kasgeld
471
858
909
945
983
1.023
Netto vl schuld
318
750
250
250
250
0
Ruimte
153
108
659
695
733
1.023
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet. In de bijlage vindt u een zelfde overzicht maar dan per kwartaal.
24
Begroting 2025
3.3
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s te kunnen opvangen, teneinde continuïteit in de dienstverlening te kunnen waarborgen. Ten principale geldt, op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, dat de deelnemende Gemeenten verplicht zijn eventuele tekorten van RD Maasland aan te vullen. Weerstandscapaciteit (bestaande uit een post onvoorzien en/of algemene reserve) zou uit dien hoofde dan ook niet noodzakelijk zijn. Niettemin is cf Bestuursbesluit van 14 november 2012 gekozen voor het vormen van een Algemene Reserve, enerzijds ten behoeve van de naar RD Maasland overgedragen overheidstaken en anderzijds ten behoeve van de zakelijke dienstverlening. Zodoende heeft RD Maasland ruimte gekregen om door middel van reserves incidentele tegenvallers zelf op te vangen en grote schommelingen in de bijdragen van Gemeenten te voorkomen. Daarnaast zijn enkele specifieke (bestemmings-)reserves gevormd, als buffer voor de instandhouding van het container- en wagenpark en het gebouwencomplex. Tevens is een reserve gevormd als buffer voor het eigen-risico-drager zijn van de WIA-kosten. Er zijn ook enkele voorzieningen gevormd voor te verwachten toekomstige lasten. Tot slot: periodiek worden de risico’s geïnventariseerd: gebeurtenissen die, wanneer ze zich voordoen, nadelige financiële gevolgen hebben (zie paragraaf 2.5.).
Reserves en Voorzieningen De volgende reserves zijn gevormd: Algemene-Reserves a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor bijv. onderzoeks- en advieskosten en vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 285.000 en € 575.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 270.000 à € 540.000) Bestemming-Reserves c. Egalisatiereserve instandhouding Mini-Containerpark (ten behoeve van opvang eenmalige/grootschalige vervanging, ter grootte van twee jaren): max € 352.000 d. Egalisatiereserve instandhouding Wagenpark (ten behoeve van opvang calamiteitenvervanging en/of inhaalslag, ter grootte van twee voertuigen): max. € 143.000 e. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000
25
Begroting 2025 Voorzieningen f. Er zijn voorzieningen gevormd voor Cafetaria & verlofspaarregeling, gebouwen en dubieuze debiteuren. Reserves en Voorzieningen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Alg.Res. overheid
385
549
549
549
549
549
Alg.Res. zakelijk
254
264
264
264
264
264
Bestem. Reserve
399
399
399
399
399
399
(On)bestemd Resultaat Totale Reserves
129
-
-
-
-
-
1.038
1.212
1.212
1.212
1.212
1.212
Voorzieningen
272
471
526
626
733
845
(x € 1.000)
De hoogte van de Algemene Reserve Overheid ligt boven het bestuurlijk vastgestelde minimum, zijnde €. 240.000. Het resultaat uit 2023 dient nog te worden beoordeeld door het Bestuur. Alle genoemde bedragen in de bovenstaande tabel zijn gebaseerd op de eindcijfers 2023 en deze zijn mede afhankelijk van het nog te nemen Bestuursbesluit aangaande het resultaat van 2023. Van daaruit worden de vastgestelde ongewijzigde ramingsbedragen van de raming voor 2024 doorgeteld. Voor de jaren daarna gelden de bedragen uit deze raming voor 2025 e.v..
Reguliere Risico’s De meest voorkomende risico’s en te verwachten gebeurtenissen, alsmede de maatregelen om de effecten ervan te beheersen, zijn beschreven in paragraaf 1 en 4.
Niet-reguliere Risico’s Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik. RD Maasland heeft het voornemen om eens per jaar (in het najaar) een risico-inventarisatie-sessie te organiseren, om deze risico’s zo goed mogelijk in kaart te brengen. En om vervolgens vast te stellen of en zo ja welke maatregelen zijn te nemen om de gevolgen ervan zo beperkt mogelijk te doen zijn.
26
Begroting 2025 Met betrekking het toetsingscriterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) bestaat het voornemen om hierover een handelswijze op te stellen en deze, gelieerd aan de risico-inventarisatie, in het najaar vast te stellen. De meest majeure risico’s zijn momenteel: - Dienstenpakket Programma twee ( vegen en kolkenzuigen ) is relatief duur, uitbreiding noodzakelijk; - Extra (financiële) inspanningen benodigd om VANG-doelstellingen te halen; - Leeftijdsopbouw personeel; - Externe kostenstijgingen en inflatie; - Kwetsbaarheid (digitaal) archief; - De gehele financiële afwikkeling van het PMD verpakkingengebeuren tot en met 2021;
3.4.
Financiële Kengetallen
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten enkele Financiële Kengetallen worden opgenomen; ze zijn in deze paragraaf vermeld. RD Maasland stuurt zelf niet op deze kengetallen en ontwikkelt er dus geen beleid voor. De Provincie geeft aan dat zij geen handreiking voor adequate betekenisgeving en beoordeling van de kengetallen kan doen, noch dat er eensluidende normen voor bestaan of dat zij normen zou opleggen. Desalniettemin is hieronder een zo goed mogelijke invulling gegeven aan elk kengetal, aan de hand waarvan door RD Maasland de Kengetallen kunnen worden beoordeeld, en de gerealiseerde waarden en ontwikkeling daarin kunnen worden verklaard. De voor de berekening van de kengetallen benodigde getallen zijn opgenomen in de daarvoor bestemde tabellen in de Bijlagen.
Netto Schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Bedacht moet worden dat dit kengetal wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Netto Schuldquote in % < 130 %
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
55%
61%
50%
47%
41%
31%
De Netto Schuldquote beweegt zich bij RD Maasland op een niveau tussen 31 en 61 % (2023 – 2028) en bevindt zich dus ruimschoots binnen de VNG-norm. De percentages worden beïnvloed door het aantrekken van vreemd geld en de hoogte van de totale baten van de begroting. Geldleningen worden alleen afgesloten zodra er geen eigen liquiditeit voorhanden is. Daarnaast wordt de hoogte van baten sterk omhoog gestuwd door de gemeentelijke bijdragen. NB: BBV schrijft ook het kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” voor, echter bij RD is geen sprake van “verstrekte leningen”. 27
Begroting 2025
Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke Regeling van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen rese4ves (zie onder 2.1.a) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
13%
12%
14%
14%
13%
15%
De beweging van deze ratio staat sterk onder invloed van de afloop van de desintegratievergoeding van Peel en Maas ( uitgeput per 2023 ) om uit te komen op een niveau van 13% in 2023. Om te voldoen aan de eis van 15% zullen de gemeenten dienen toe te staan dat er reserves opgebouwd worden.
Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Structurele Exploitatieruimte
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
4%
0%
0%
0%
0%
0%
in % > 0%
28
Begroting 2025 Bij RD Maasland schommelt dit saldo rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten. Ook hiervoor geldt dat desintegratievergoeding invloed heeft op dit getal. Structurele ruimte is na het wegvallen van deze reserve niet aanwezig. Dit betekent dat elke incidentele afwijking direct invloed kan hebben op de bijdragen van de gemeenten.
EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd.
De EMU-saldi zien er als volgt voor RD Maasland uit: EMU-saldo
2023
2024
2025
2026
2027
2028
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Norm n.v.t.
4
-332
394
182
523
144
Zichtbaar is dat het EMU-saldo een negatieve afloop kent. Ook voor dit kengetal geldt dat de voor 5 jaar ingerichte desintegratievergoeding van Peel en Maas ( ter dekking van de achtergebleven vaste lasten ) het bewuste saldo beïnvloedt. Voor de jaren 2025 t/m 2028 wordt voorzien dat de hoogte van de totale investeringen lager ligt dan de lopende afschrijvingen, hetgeen zich dan vertaald in een positief saldo. Investeringen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
896
1.413
610
895
510
905
29
Begroting 2025 Investeringen zijn in de berekening van het EMU-saldo een aftrekpost. De post afschrijvingen ligt voor de jaren 2024 e.v. telkens hoger dan de geplande investeringen. Er zou een minder wisselend beeld zijn wanneer er sprake zou zijn van een zgn. ideaalcomplex: een evenwichtige “leeftijdsverdeling” van de activa, waardoor het bedrag aan investeringen in elk jaar ongeveer zo groot is als de afschrijvingen. Voor de investeringen vanaf 2023 geldt dat er alleen reguliere vervangingsinvesteringen worden geraamd in voertuigen, containers en ICT.
30
Begroting 2025
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen
In deze paragraaf worden de bedragen die worden uitgegeven aan het verkrijgen / vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen toegelicht. Voor RD Maasland betreft dit: a. Gebouwen b. Voertuigen c. Milieupark
Kapitaalgoederen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
-Vervanging
0
0
0
0
0
0
-Onderhoud
9
27
27
28
29
30
-Vervanging
594
913
538
573
453
890
-Onderhoud
377
395
390
406
423
439
-Vervanging
0
0
0
0
0
0
-Onderhoud
3
15
15
16
16
17
Gebouwen
Voertuigen
Milieupark
Voor elk van de drie categorieën is een financiële planning opgesteld. De vervanging vindt plaats na het verstrijken van de economische en/of technische levensduur. De in de tabel genoemde bedragen worden verwerkt in de begroting.
31
Begroting 2025
3.6
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en / of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd, dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig. Vanaf 2018 worden deze maatregelen nader onder de loep worden genomen. Deze inspanningen lopen permanent door.
3.7
Personeel & Organisatie
Organogram
Het personeel van RD Maasland valt onder de werking van de CAO WSGO. Vanaf 1 januari 2020 hebben ambtenaren bij de overheid zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten als werknemers in het bedrijfsleven.
32
Begroting 2025
3.8
Verbonden Partijen
Voor de volgende deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Roerdalen Gemeente Echt-Susteren
3.9
Rechtmatigheid
In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland 2023”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controleverordening Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland 2023, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. Over het boekjaar 2022 is door de controlerend accountant een afkeurend oordeel betreffende de rechtmatigheid afgegeven omdat, naar oordeel van de accountant voor bepaalde inkopen niet in overeenstemming met de Europese aanbestedingsregels gehandeld is. De adviezen van de controlerend accountant zijn (gedurende 2023) opgevolgd en er zijn interne beheersingsmaatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Vanaf 2023 neemt de controlerend accountant niet meer een oordeel over de (financiële) rechtmatigheid in zijn controleverklaring op.
Overheidslichamen zijn in deze situatie zelf verantwoordelijk voor het opnemen van een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De controlerend accountant betrekt dan de rechtmatigheidsverantwoording in zijn oordeel over de getrouwheid van de jaarstukken. RD Maasland heeft in dit kader in de jaarrekening 2023 voor het eerst een (goedkeurende) rechtmatigheidsverklaring afgegeven dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.
33
Begroting 2025
3.10 Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten (x € 1.000) Incidentele lasten P1 Incidentele lasten P2 Incidentele lasten P3 Totale incidentele lasten P1-2-3
2024
2025
2026
2027
2028
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Incidentele baten P1 Incidentele baten P2 Incidentele baten P3 Totale incidentele baten P1-2-3
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Geraamd saldo incidentele baten en lasten
0
0
0
0
0
In de ramingen vanaf 2024 wordt geen rekening gehouden met incidentele zaken.
34
Begroting 2025
3.11 Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2024. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen.
bedragen x €
Baten 2025
Lasten 2025
Saldo 2025
Programma 1
3.134.424
6.905.188
-3.770.764
Programma 2
312.806
793.213
-480.407
Programma 3
1.435.000
1.041.141
393.859
Totaal P 1-2-3
4.882.230
8.739.543
-3.857.313
Overhead
0
2.054.554
-2.054.554
VPB
0
1.409
-1.409
Bedrag onvoorzien
0
0
0
4.882.230
11.086.220
-6.203.990
Mutaties reserves
0
0
0
Dekking Peel en Maas desintegratie
0
0
0
Saldo na mutaties reserves
4.882.230
11.086.220
-6.203.990
Dekking gemeenten
6.203.990
0
6.203.990
(Geraamd) Resultaat
11.086.221
11.086.220
0
Saldo van baten en lasten
Uit deze tabel blijkt dat de overheadkosten in 2025 ruim € 2.055.000 bedragen, ofwel 21%. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50%. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan dat gemiddelde.
35
Begroting 2025 Als definitie voor Overhead wordt gehanteerd : alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O / HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en kantoorruimte van de huisvesting, receptie, catering, gebouwenbeheerders, voor zover niet behorend tot de uitvoerende diensten; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces.
36
Begroting 2025
3.12 Doorschuif-btw In 2003 zijn bij de invoering van het compensatiefonds onder meer de gemeenschappelijke regelingen in de gelegenheid gesteld een keuze te maken tussen de kostenplus-regeling of de transparantiemethode. Gezamenlijk is in het voortraject in 2002 besloten voor deze laatste wijze te opteren waarbij de betreffende (inkoop)btw van RD Maasland derhalve wordt doorgeschoven naar de deelnemers. Onderstaande tabel geeft de raming van de doorschuif-btw voor het jaar 2023 & 2024 per gemeente. Opgemerkt wordt dat de btw van de verwerkingskosten voor het huishoudelijke rest en gft afval als ook de verwerkingskosten voor veegvuil en kolkslib rechtstreeks via facturen in rekening wordt gebracht bij de deelnemers en daarom niet zijn opgenomen in de onderstaande cijfers. De verhoudingen qua aantal aansluitingen (gebaseerd op het containermanagementsysteem) per gemeente spelen een rol in de berekening. De qua hoogte wisselende bedragen voor de jaarlijkse investeringen hebben ook invloed op de doorschuif-btw. De fluctuatie als direct gevolg hiervan kan RD Maasland niet opvangen, immers de organisatie beschikt niet over middelen om hierin egaliserend te werken. Elke individuele gemeente zal derhalve intern maatregelen dienen te nemen om deze fluctuatie op te vangen.
Geraamde Doorschuif-btw (x € 1.000) Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Roerdalen Gemeente Echt-Susteren
2023 Werkelijk 344 240 124 45
2024 Raming 342 236 80 76
2025 Raming 373 261 128 75
TOTAAL DOORSCHUIF-BTW
752
734
838
37
Begroting 2025
4.
BIJLAGEN •
Bijlage 1
Meerjarenperspectief gemeentelijke bijdrage
•
Bijlage 2
Diverse Kengetallen
•
Bijlage 3
Staat van reserves en voorzieningen
38
Begroting 2025
BIJLAGE 1
Meerjarenperspectief Gemeentelijke Bijdragen
39
Begroting 2025 Toelichting meerjarenperspectief Bovenstaand perspectief is gebaseerd op: -
de verwachtingen voor 2024; de cijfers van 2023; een stijging/indexering van de (contract)kosten met 4% per jaar vanaf 2025;
40
Begroting 2025
BIJLAGE 2
Diverse Kengetallen
41
Begroting 2025
42
Begroting 2025
Bovenstaande berekening is o.a. gebaseerd op de geprognotiseerde balans zoals opgenomen in paragraaf 2.7.
43
Begroting 2025
44
Begroting 2025
BIJLAGE 3
Staat van reserves en voorzieningen
Naam reserve / voorziening (x € 1.000) Alg. Reserve Overheidstaken Alg. Reserve Zakelijk (P3) Tot. Algemene Reserve
Minimum
Boek waarde 01-01-2024 *
Mutaties 2024 Toev.
Boek waarde 31-12-2024
Mutaties 2025
Onttr.
Toev.
Boek waarde 31-12-2025
Onttr.
Mutaties 2026 Toev.
Boek waarde 31-12-2026
Onttr.
Mutaties 2027 Toev.
Onttr.
Boek waarde 31-122027
490
385
164
549
549
549
549
500
254
10
264
264
264
264
955
639
174
813
813
813
813
352 143 75
214 110 75
214 110 75
214 110 75
214 110 75
214 110 75
Tot. Bestem. Reserve
399
399
399
399
399
Voorz. Cafetaria Voorz. Gebouw Voorz. MP Mbr. Voorz. Dub.Deb. Tot. Voorzieningen
182 90 0 0 272
Vrijv Kap.last Mini’s Vrijv Kap.last Wagen Eig Risico WIA
240
Maximum
200 18
0 18
218
18
382 90 0 0 472
100 18
0 63
118
63
482 45 0 0 527
100 18
0 18
118
18
582 45 0 0 627
TOTAAL 1.310 392 18 1.684 118 63 1.739 118 18 1.839 RES.&VOORZ. * Uitgangspunt jaarrekening 31-12-2023 en de daarop volgende goedgekeurde begrotingen voor 2024, exclusief bestemming van het resultaat uit 2023.
45
100 18
0 11
682 52 0 0
118
11
734
118
11
1.946